CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318493 Bijlage Inspectierapport SPPOH

Commissie Samenleving 5 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Thuiszittersaanpak4.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuur Stg. Passend Primair Onderwijs Haaglanden

Specifiek onderzoek bestuur

Datum vaststelling: 15 december 2023

Samenvatting

Inleiding De Inspectie van het Onderwijs heeft bij zowel De Haagse Scholen en de P.H. Schreuderschool als bij Stichting Primair Passend Onderwijs Haaglanden een specifiek onderzoek uitgevoerd. Dit is een onderzoek als bedoeld in artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht (WOT). Het betreft een specifiek onderzoek naar het conform wet- en regelgeving handelen van het schoolbestuur De Haagse Scholen om passend onderwijs te realiseren en thuiszitters te voorkomen. Tevens richt het specifieke onderzoek zich op de samenwerking binnen het bestuur van het samenwerkingsverband SPPOH alsmede op de vraag in hoeverre het bestuur van het samenwerkingsverband zijn wettelijke taak realiseert binnen de regio.

Bestuur: Stichting Passend Primair Onderwijs Haaglanden, 21606 Schoolbestuur: De Haagse Scholen, 41572 Gemeenten binnen de regio: Den Haag, Leidschendam, Rijswijk Totaal aantal leerlingen in de regio: ongeveer 60.000 Onderzoeksdatum: 23 juni 2023

Aanleiding voor dit onderzoek zijn aanhoudende meldingen over het niet realiseren van passend onderwijs voor een langdurig thuiszittende leerling. Conclusie Het samenwerkingsverband geeft een toelaatbaarheidsverklaring pas af, nadat de leerling op een school geplaatst kan worden. Ook is het netwerk van ondersteuningsvoorzieningen niet dekkend. Dit betekent in de praktijk dat leerlingen gedurende een langere tijd geen passend onderwijs krijgen. Ten aanzien van het schoolbestuur stellen wij in antwoord op de onderzoeksvragen vast dat: • Het schoolbestuur de wettelijke verplichting ten aanzien van passend onderwijs niet naleeft (art.8, lid1 en 4, WPO). Het bestuur voldoet niet aan de borging van het passend onderwijs omdat niet voldaan wordt aan de ondersteuning die past bij de behoefte van de leerlingen. Volgens de wet moet het onderwijs gericht zijn op de individuele begeleiding, die is afgestemd op de behoefte van de leerlingen. Het bestuur krijgt hiervoor een herstelopdracht. • Het schoolbestuur schorsing- en verwijderingsprocedures conform wet- en regelgeving heeft. Het bestuur kan zich nog verbeteren door per geval te bekijken of de juiste afweging tussen schorsing en verwijdering wordt gemaakt. • Het schoolbestuur en de school zorgdragen voor uitgebreide ontwikkelingsperspectiefplannen (opp) die voldoen aan de

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

2/16

wettelijke verplichtingen om zo goed als mogelijk aan de onderwijsbehoeften van leerlingen te voorzien. Daarnaast hanteert de school een ruimhartig aannamebeleid om thuiszitten te voorkomen. • De school beschikt over een incidentenregistratie en deze goed bijhoudt. De school informeert ouders over incidenten en betrekt ze bij de voortgang van de leerlingen. Echter, niet van alle gesprekken met ouders worden ook verslagen gedeeld met ouders. Hierdoor is achteraf niet vast te stellen of ouders wel of niet geïnformeerd zijn. De school kan dit oplossen door ouders te allen tijde zelf inzage te geven in het leerlingendossier van hun kind en alle verslagen te delen met ouders. Ten aanzien van het samenwerkingsverband stellen wij in antwoord op de onderzoeksvragen vast dat: • het netwerk van voorzieningen momenteel niet dekkend is. Voor veel leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte(n) ontbreekt een zo passend mogelijke plaats. In het kader van een overleg heeft het samenwerkingsverband in mei 2023 een aanmeldingsoverzicht aangeleverd van de SO3-scholen in de regio. Van de in totaal 234 leerlingen op de lijst, bleek na screening door het samenwerkingsverband dat uiteindelijk in totaal 80 leerlingen wachten op plaatsing op een SO3-school. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift in artikel 18a, tweede lid van de WPO.

• er een belemmering is voor de deskundigen om tot een onafhankelijk advies te komen(artikel 18a, zesde lid, sub d, WPO en artikel 3.2. Inrichtingsbesluit WPO). Dit komt voort uit de praktijk dat een toelaatbaarheidsverklaring pas wordt verstrekt na een gegarandeerde plaatsingsmogelijkheid. • de procedure om tot een besluit te komen over een toelaatbaarheid van leerlingen tot het speciaal (basis)onderwijs niet voldoet aan de wettelijke eisen (artikel 18a, zesde lid, sub d, eflde en veertiende lid WPO en artikel 3.2., Inrichtingbesluit WPO). • het samenwerkingsverband scholen ondersteunt en faciliteert om passend onderwijs te realiseren. Zo kent het samenwerkingsverband indien nodig een aanvullend arrangement toe. • samen met de aangesloten schoolbesturen heeft het

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

3/16

samenwerkingsverband beleid met betrekking tot inclusiever onderwijs opgesteld. Dit beleid is als actie- en uitvoeringsplan in uitvoering en toont de ambities om het dekkend netwerk te versterken.

Dit huidige rapport beslaat het deel van het specifieke onderzoek dat zich richt op Stichting Primair Passend Onderwijs Haaglanden (SPPOH) naar het realiseren van een dekkend netwerk. Het deel van het onderzoek gericht op De Haagse Scholen is vastgelegd in een seperaat rapport. Vervolg • We hebben een tekortkoming geconstateerd bij het schoolbestuur van De Haagse Scholen. Het bestuur krijgt hiervoor een herstelopdracht. De inspectie ziet erop toe dat het bestuur aan deze opdracht voldoet. • We hebben eveneens tekortkomingen geconstateerd bij Stichting Primair Passend Onderwijs Haaglanden. Het samenwerkingsverband krijgt hiervoor herstelopdrachten. De inspectie ziet erop toe dat het bestuur aan deze opdrachten voldoet. • Na ommekomst van de termijn gaan wij in een herstelonderzoek na of de tekortkomingen zijn opgeheven en het bestuur op deze aspecten voldoet aan de wet en regelgeving. Op basis van de uitkomsten van dit herstelonderzoek bepalen wij of we het toezicht kunnen afschalen of dat verdere aanscherping nodig is.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

4/16

Inhoudsopgave

Samenvatting

0

1.

Opzet van het onderzoek

6

2.

Bevindingen van het onderzoek

9

3.

Vervolgtoezicht

13

4.

Reactie van het bestuur

14

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

5/16

1 . Opzet van het onderzoek De Inspectie van het Onderwijs heeft op 23 juni 2023 bij de Stichting Primair Passend Onderwijs Haaglanden (SPPOH) een specifiek onderzoek naar het realiseren van passend onderwijs uitgevoerd. Dit is een onderzoek als bedoeld in artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht (WOT). Aanleiding De aanleiding voor dit onderzoek is een casus waarbij een leerling van de P.H. Schreuderschool van de stichting De Haagse Scholen na een onrechtmatige schorsing thuis kwam te zitten. De ouders van de leerling hebben een geschil ingediend bij de geschillencommissie passend onderwijs. De geschillencommissie heeft op 3 mei 2023 geoordeeld dat de school in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat de school niet langer passend was, maar dat dit niet wegneemt dat de school feitelijk anders had kunnen handelen om te voorkomen dat de leerling thuis zou komen te zitten. Hoewel deze casus de aanleiding vormt voor dit onderzoek, is het onderzoek niet op de casus gericht. Het samenwerkingsverband is niet rechtstreeks verantwoordelijk voor het onderwijs aan leerlingen maar moet zich volgens de wet tot doel stellen een dekkend netwerk te hebben; het moet voor leerlingen een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs faciliteren. Bij de opzet van het onderzoek hebben we ons volgende vragen gesteld op niveau van het bestuur van het samenwerkingsverband: 1.

Wat zijn de afspraken rondom het dekkend netwerk zodat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken? 1. Hoe bewaakt het samenwerkingsverband deze afspraken in het stelsel van kwaliteitszorg? 2. Wat zijn de maatregelen die het samenwerkingsverband neemt indien verbeteringen nodig zijn? 2. Hoe worden de leerlingen die extra ondersteuning behoeven zo ondersteund dat ze een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken (zowel wat betreft de advisering als wat betreft de toewijzing van middelen)? 1. Hoe bewaakt het samenwerkingsverband dit in het stelsel van kwaliteitszorg? 2. Wat zijn maatregelen die het samenwerkingsverband neemt indien verbeteringen noodzakelijk zijn? Bij het proces om te komen tot conclusies hebben we geconstateerd dat de vooraf met het samenwerkingsverband gecommuniceerde onderzoeksvragen een overlap hadden met het eerdere herstelonderzoek in 2022. Gedurende dit onderzoek hebben we daarom extra onderzoeksvragen geformuleerd waarmee we gerichter na konden gaan of en in hoeverre het samenwerkingsverband de wettelijke voorschriften naleeft.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

6/16

Onderzoeksvragen Tijdens het onderzoek richten we ons op de volgende onderzoeksvragen: 1. Leeft het samenwerkingsverband het voorschrift na om te komen tot een dekkend netwerk zodat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken? 2. Leeft het samenwerkingsverband de voorschriften over de toelaatbaarheid van leerlingen tot het gespecialiseerd onderwijs na? Werkwijze Het betreft hier een specifiek onderzoek, waarbij we onderzoek uitvoeren na een signaal. Voor de uitkomsten dan wel het beantwoorden van de gestelde vragen is niet relevant hoe groot en hoe representatief de onderzochte steekproef van onderzochte dossiers is. De onderzoeksvragen kunnen worden beantwoord op basis van de gevoerde gesprekken en onderzochte dossiers. Om de vragen te kunnen beantwoorden hebben we gelijktijdig een onderzoek uitgevoerd bij de Stichting De Haagse Scholen. De bevindingen van dat onderzoek zijn vastgelegd in een afzonderlijk rapport. We hebben de volgende onderzoeksactiviteiten uitgevoerd; • we hebben een gesprek gevoerd met ouders van leerlingen van de P.H. Schreuderschool • we hebben een gesprek gevoerd met de ouders van de thuiszittende leerling, waar vragen over zijn gesteld in het commissiedebat, waarna de minister heeft besloten een specifiek onderzoek uit te laten voeren door de onderwijsinspectie. • we hebben dossieronderzoek uitgevoerd op de P.H.

Schreuderschool • we hebben een gesprek gevoerd met de directeur en zorgcoördinator van de P.H. Schreuderschool, in aanwezigheid van een advocaat van het bestuur • we hebben een gesprek gevoerd met de bestuurder van De Haagse Scholen, in aanwezigheid van een advocaat van het bestuur • we hebben een gesprek gevoerd met een adviseur, een orthopedagoog/beleidsmedewerker en de externe, onafhankelijke tlv-procesbeoordelaar van Stichting Primair Passend Onderwijs Haaglanden, betrokken bij de toelaatbaarheids verklaringen • we hebben een gesprek gevoerd met de manager Team & Werkgebieden en de directeur van Stichting Primair Passend Onderwijs Haaglanden • we hebben een gesprek gevoerd met een afvaardiging van het bestuur van Stichting Primair Passend Onderwijs Haaglanden

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

7/16

Relevante toezichtshistorie samenwerkingsverband Stichting Passend Primair Onderwijs Haaglanden(SPPOH) Op 27 januari 2021 hebben wij bij het bestuur van Stichting Passend Primair Onderwijs Haaglanden een vierjaarlijks onderzoek uitgevoerd, waarbij wij tekortkomingen hebben geconstateerd. Dit leidde voor de standaard OR1 Resultaten tot het oordeel Onvoldoende. We hebben met het bestuur afspraken gemaakt over het verbeteren van de kwaliteit van het samenwerkingsverband. In september 2022 hebben wij opnieuw beoordeeld of het bestuur aan de wettelijke vereisten voldoet, waarbij wij de kwaliteit van het dekkend netwerk als Voldoende hebben beoordeeld. Voortvarend heeft het bestuur alle herstelopdrachten en adviezen van de inspectie uitgevoerd en geborgd. Hoewel er nog steeds sprake is van wachtlijsten voor het speciaal (basis)onderwijs weet het bestuur dit en stuurt het op passende overbrugging. Ondertussen stuurt het ook op het verhogen van de basisondersteuning op de scholen waardoor in de toekomst minder verwijzingen naar gespecialiseerde voorzieningen nodig zijn. Leeswijzer In hoofdstuk 2 staan de conclusies van het onderzoek. We geven in dit hoofdstuk antwoord op de hoofdvraag en kort op de deelvragen. In hoofdstuk 3 staan de bevindingen van het onderzoek. In dit hoofdstuk gaan we nader in op de onderzoeksvragen.

De herstelopdrachten en de afspraken over het vervolgtoezicht zijn opgenomen in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is de beleidsreactie van het bestuur op het onderzoek en de rapportage opgenomen. <In de bijlage is de zienswijze van het bestuur overgenomen>.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

8/16

2 . Bevindingen van het onderzoek In dit hoofdstuk geven we de bevindingen weer van het specifieke onderzoek bij het samenwerkingsverband Stichting Primair Passend Onderwijs Haaglanden (SPPOH). Onderzoeksvraag 1: Leeft het samenwerkingsverband het voorschrift na om te komen tot een dekkend netwerk zodat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken(artikel 18a, tweede lid, WPO)? Antwoord: Nee, het voorschrift inzake het dekkend netwerk wordt niet nageleefd. Het ontbreekt een aanzienlijke groep leerlingen die ondersteuning behoeft gedurende een langere tijd aan een zo passend mogelijke plaats. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift in artikel 18a, tweede lid van de WPO. Het bestuur krijgt hiervoor een herstelopdracht en moet dit voor einde schooljaar 2023-2024 herstellen. Toelichting: Het samenwerkingsverband heeft het afgelopen jaar gewerkt aan het verkrijgen en behouden van inzicht in de omvang van de aanmeldlijsten bij s(b)o-scholen in de regio. Tijdens een herstelonderzoek uitgevoerd in september 2022 hebben we als onderwijsinspectie geconcludeerd dat het samenwerkingsverband goed inzicht heeft in de omvang van de aanmeldlijsten voor de s(b)o-scholen in de regio. Daarbij zet het overbruggingsarrangementen in, zijn er meer plaatsen in het gespecialiseerd onderwijs ingericht en is er overleg met verwijzende instanties (zoals de KDC's).

Het samenwerkingsverband overlegt tevens met omringende samenwerkingsverbanden over het grensverkeer en de criteria van toewijzing die zij hanteren om samen nog beter de schaarse plaatsen in het so te kunnen monitoren. De regio kampt al gedurende geruime tijd met een schaarste aan plekken in het speciaal onderwijs, in het bijzonder in voormalig cluster 3.In het kader van een overleg met de onderwijsinspectie heeft het samenwerkingsverband in mei 2023 een aanmeldingsoverzicht aangeleverd van leerlingen die zijn aangemeld voor plaatsing op een SO3-school. De lijst bevat leerlingen, waarvan het samenwerkingsverband nog niet heeft bepaald of deze leerlingen toelaatbaar zijn tot een SO3-school. Van de in totaal 234 leerlingen op de lijst, bleek na screening door het samenwerkingsverband dat uiteindelijk in totaal 80 leerlingen wachten op plaatsing op de SO3-school. In het specifieke onderzoek is niet benoemd of aangetoond door het bestuur dat er voor al deze leerlingen een passende plek is gevonden of op afzienbare tijd beschikbaar is. We concluderen daarmee dat het netwerk van voorzieningen niet dekkend is, daarmee is niet voldaan aan het voorschrift in artikel 18a,

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

9/16

tweede lid van de WPO. Als een leerling wegens het tekort aan plaatsen in de specifieke s(b)oschool daar niet geplaatst kan worden, kent het samenwerkingsverband aan de school van inschrijving een overbruggingsarrangement voor die leerling toe. Indien het overbruggingsarrangement leidt tot voldoende resultaten voor de leerling, wordt dit voortgezet. Wanneer het overbruggingsarrangement niet tot voldoende resultaten leidt, streeft het samenwerkingsverband ernaar om de leerling binnen een jaar te plaatsen op een plaats in het s(b)o. In september 2022 is geconcludeerd dat de scholen het samenwerkingsverband beter weten te vinden om samen sneller een passende oplossing te vinden als de extra ondersteuning op de eigen school niet voldoet. Tevens stelden we toen ook vast dat het samenwerkingsverband daarbij actief stuurt op mogelijkheden om de leerling binnen het regulier onderwijs te verplaatsen als een andere school wel de benodigde ondersteuning kan bieden. In het specifieke onderzoek in juni 2023 hebben we in een aantal gevallen vastgesteld dat scholen die aangeven handelingsverlegen te zijn, voor leerlingen voor wie plaatsing in het s(b)o het meest passend is, langer dan een schooljaar en soms meerdere jaren gebruik moeten maken van een overbruggingsarrangement. Dit is in de gesprekken op schoolniveau en met het schoolbestuur van DHS benoemd.

Het samenwerkingsverband, zo hebben we wederom vastgesteld in het specifiek onderzoek, zet zich samen met de deelnemende schoolbesturen onverminderd in om te komen tot passende plekken. Daarbij zet het samenwerkingsverband in op uitbreiding van het aantal SO3 plaatsen. Tegelijkertijd zet het samenwerkingsverband zich vooral in op het komen tot inclusiever onderwijs binnen het de reguliere school, zodat leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften in hun eigen wijk op een reguliere school onderwijs kunnen volgen. Ondanks dat het samenwerkingsverband zich tot doel stelt en zich samen met de deelnemende schoolbesturen ervoor inspant een dekkend netwerk van voorzieningen te creeëren, ontbreekt voor een aanzienlijke groep leerlingen die extra ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs. Dit, zo stelt het bestuur van het samenwerkingsverband, houdt onder meer verband met het grote tekort aan leraren in de regio Den Haag en het huisvestingsprobleem in de regio Haaglanden. Het bestuur opereert sinds deze zomer 2023 vanuit een nieuwe governance structuur, waarbij de schoolbesturen in de deelnemersraad zitting nemen. Het intern toezicht is volledig onafhankelijk. De nieuwe bestuurlijke inrichting, zo stelt het bestuur van het samenwerkingsverband, is helpend om in gezamenlijkheid te werken aan het herstel van het dekkend netwerk.

We erkennen deze governance ontwikkeling als positief.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

10/16

Onderzoeksvraag 2: Leeft het samenwerkingsverband de voorschriften over de toelaatbaarheid van leerlingen tot het gespecialiseerd onderwijs na? (artikel 18a, zesde lid, sub d, elfde en veertiende lid, WPO en artikel 3.2, Inrichtingsbesluit WPO). Antwoord: Nee, wij stellen vast dat de procedure om te komen tot een besluit over de toelaatbaarheid van leerlingen tot gespecialiseerd onderwijs niet voldoet aan de wettelijke eisen (artikel 18a, zesde lid, sub d, elfde en veertiende lid, WPO en artikel 3.2, Inrichtingsbesluit WPO). Het bestuur krijgt hiervoor een herstelopdracht en moet dit voor 1 januari 2024 herstellen. Toelichting: Wanneer de ondersteuningsbehoefte van een leerling de mogelijkheden van een school overstijgt, kan deze een aanvraag voor de toelaatbaarheid van de leerling tot het gespecialiseerd onderwijs (sbo of so) indienen bij het samenwerkingsverband. Dat moet, na verplicht advies van twee (onafhankelijke) deskundigen, vaststellen of en zo ja welk, gespecialiseerd onderwijs voor de leerling het meest passend is. Het geeft vervolgens een toelaatbaarheidsverklaring af waarmee de ouders of verzorgers de leerling kunnen aanmelden bij de school van hun keuze.

Het is de bedoeling van de wetgever dat ouders en/of verzorgers en de maatschappij met dit proces de waarborg hebben dat leerlingen op de meest passende school terecht komen en een ononderbroken ontwikkeling voor hen mogelijk is. Samenwerkingsverband SPPOH wijkt af van de bedoeling van de wetgever. Zoals eerder gesteld staat een groot aantal leerlingen op aanmeldlijsten voor het gespecialiseerd onderwijs. Voor deze leerlingen zijn door de reguliere basisscholen – in overleg met het samenwerkingsverband – echter geen toelaatbaarheidsverklaring aangevraagd omdat SPPOH niet in staat is voor deze leerlingen op korte termijn te voorzien in een plaats in het sbo of so. Het samenwerkingsverband heeft dus niet via een gebruikelijke procedure om een toelaatbaarheidsaanvraag te behandelen, bepaald of deze leerlingen toelaatbaar zijn tot een vorm van gespecialiseerd onderwijs. Het laat de scholen en schoolbesturen eerst onderling bepalen welke so- of sbo-school de leerling plaatst. Als dit is geregeld en de ouders en/of verzorgers instemmen met de toegekende plaats, kan een toelaatbaarheidsverklaring worden aangevraagd. Deze werkwijze druist in tegen het voorschrift dat een leerling pas kan worden ingeschreven in het gespecialiseerd onderwijs nadat op basis van deskundigenadviezen een toelaatbaarheidsverklaring is opgesteld en na aanmelding door de ouders of verzorgers.

Daarbij ondergraaft de huidige praktijk in wezen één van de uitgangspunten van de voorschriften, namelijk de onafhankelijkheid

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

11/16

van de advisering door deskundigen. Doordat al is bepaald waar de leerling geplaatst wordt, kan dit de deskundige mogelijk belemmeren om tot een advies te komen dat niet overeenkomt met de plaatsing. Hiermee staat de onafhankelijkheid van het advies ter discussie. Tot slot verhult de bestaande praktijk dat er voor een aanzienlijk aantal leerlingen geen passende plaats is. Iedere leerling die op deze wijze met een overbruggings-arrangement wordt ondersteund, wordt geregeld in een Multidisciplinair Overleg (MDO) besproken. Zo wordt geëvalueerd en vastgesteld of het overbruggingsarrangement nog voldoet en of de huidige situatie de leerling nog voldoende perspectief op ontwikkeling biedt. Echter is daarmee niet inzichtelijk is of leerlingen met de overbruggingsarrangementen voldoende worden ondersteund om de ontwikkeling ononderbroken te doorlopen.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

12/16

3 . Vervolgtoezicht Voor de vastgestelde tekortkomingen krijgt het bestuur herstelopdrachten die in onderstaand schema staan vermeld. Na ommekomst van de termijn gaan wij in een herstelonderzoek na of de tekortkomingen zijn opgeheven en het samenwerkingsverband op deze aspecten voldoet aan de wet en regelgeving. Op basis van de uitkomsten van het herstelonderzoek bepalen wij of we het toezicht kunnen afschalen of dat verdere aanscherping nodig is

Wat is de herstelopdracht?

Welk vervolgtoezicht houdt de inspectie?

Het netwerk van voorzieningen is niet dekkend. Voor veel leerlingen die extra ondersteuning behoeven ontbreekt een zo passend mogelijke plaats (artikel 18a, tweede lid van de WPO).

Het bestuur zorgt voor herstel van het dekkend netwerk, zodat er voor alle leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte(n) een zo passend mogelijke plek is op een school.

Wij voeren een nader herstelonderzoek uit voor einde schooljaar 2023-2024.

De procedure om te komen tot een besluit over de toelaatbaarheid van leerlingen tot gespecialiseerd onderwijs voldoet niet aan de wettelijke eisen. (artikel 18a, zesde lid, sub d, elfde en veertiende lid, WPO en artikel 3.2, Inrichtingsbesluit WPO)

Het bestuur past de procedure aan zodat deze voldoet aan de geldende voorschriften.

Wij voeren een nader herstelonderzoek uit in januari/ februari 2024.

Wat is de tekortkoming? Bestuur

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

13/16

4 . Reactie van het bestuur Hieronder geeft het bestuur aan op welke wijze het de bevindingen uit het onderzoek betrekt bij de verdere bestuurlijk- en/of schoolontwikkeling. SPPOH en de aangesloten schoolbesturen in de regio Haaglanden staan Samen voor passend onderwijs. Rekening houdend met de vragen en ondersteuningsbehoeften van kinderen in Haaglanden werken we hard aan het optimaliseren, het verder verstevigen, en het borgen van een dekkend netwerk van voorzieningen. Daarbij acteren we op capaciteits- en uitvoeringsproblemen en anticiperen we zoveel mogelijk op nieuw beleid en ad hoc-beslissingen van de Overheid die soms eerder een complicerende dan een faciliterende invloed hebben. Het is geen eenvoudige opgave, maar we zijn trots op het draagvlak dat we hebben gecreëerd en op de stappen die er onmiskenbaar worden gezet. Ieder kind verdient de mogelijkheid om zich optimaal te ontwikkelen en alle leerlingen verdienen het best passende onderwijs. In die situaties waarin het niet lukt om dat te realiseren is het belangrijk en terecht dat verantwoordelijke partijen daarop worden aangesproken. In dat perspectief is een specifiek onderzoek zoals u dat hebt uitgevoerd terecht.

De vraag is daarbij wel of dit in omvang en “diepte” zeer beperkte onderzoek voldoende grond is voor de vergaande conclusies die u daaraan voor de gehele regio verbindt en de herstelopdrachten die u SPPOH (en DHS) in het verlengde daarvan verstrekt. In onze gesprekken over eerdere conceptversies van het rapport hebben we daarover uitgebreid van gedachten gewisseld en zijn we het uiteindelijk niet eens geworden. Met betrekking tot de herstelopdrachten meld ik u dat de tlv- en aanmeldprocedure in nauw overleg met de aangesloten schoolbesturen en in en goede samenwerking met SO-, SBO- en BAOdirecteuren inmiddels is aangepast. De nieuwe procedure is bestuurlijk vastgesteld en voldoet volledig aan vigerende wet- en regelgeving. De documenten liggen momenteel voor advies en/of instemming/goedkeuring voor bij de relevante gremia. Deze herstelopdracht zal binnen de daarvoor gestelde termijn zijn uitgevoerd; tijdens het herstelbezoek in januari of februari 2024 informeren we u graag nader. De herstelopdracht met betrekking tot het dekkend netwerk is omvangrijk en kan niet binnen de daarvoor gestelde termijn worden uitgevoerd. In Haaglanden hebben we een visie op inclusiever onderwijs vastgesteld en hebben we die inmiddels geconcretiseerd en geoperationaliseerd in een ‘uitvoeringsplan’.

Met de realisatie van inclusiever onderwijs creëren we een dekkend(er) netwerk, maar dit proces vergt meer tijd dan ons in het rapport wordt gegund. Sterker nog; in de dynamiek van actuele maatschappelijke en sociale

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

14/16

ontwikkelingen is het realiseren van een dekkend netwerk een continu proces, waarin steeds nieuwe antwoorden op steeds weer nieuwe vragen gevonden moeten worden. In die zin is het dekkend netwerk naar mijn overtuiging nooit “af”. Los daarvan geldt natuurlijk ook voor deze herstelopdracht dat we u tijdens het herstelbezoek aan het einde van het schooljaar graag bijpraten en informeren over de vorderingen en behaalde resultaten. De nieuwe tlv-procedure maakt dat we in de loop van volgend kalenderjaar meer en beter zicht krijgen op de concrete vragen en behoefte van aangemelde c.q. wachtende leerlingen, waardoor we naar verwachting nog adequater en efficiënter kunnen werken aan het dekkend netwerk. Tot slot maak ik graag van de gelegenheid gebruik om bij (de uitvoering van) het specifiek onderzoek nog de volgende kanttekeningen te plaatsen: 1. omdat de onderzoeksvragen die in de onderzoeksopzet met ons zijn gedeeld grotendeels beantwoord konden worden op basis van het herstelonderzoek d.d. september 2022, is besloten om gedurende het onderzoek extra onderzoeksvragen te formuleren, zoals u op pag. 6 schrijft. Dat SPPOH daarover niet is geïnformeerd leidt tot de ongemakkelijke situatie dat er in het definitieve rapport andere onderzoeksvragen worden beantwoord dan die in onze beleving tijdens het onderzoek d.d. 23 juni 2023 aan de orde zijn geweest; 1.

in het rapport worden gegevens gepresenteerd die niet in het kader van het onderzoek zijn verkregen, maar die ruim voorafgaand aan het specifiek onderzoek op expliciet verzoek van de Inspectie voor een informeel gesprek vertrouwelijk zijn gedeeld. Ik betreur het zeer dat deze gegevens – die niet expliciet zijn gevalideerd, die bovendien aan voortdurende verandering onderhevig zijn en die daarom allesbehalve representatief of betrouwbaar kunnen worden geacht – in het rapport zijn opgenomen en nu mede worden gebruikt als onderbouwing voor de verstrekking van een herstelopdracht. Het is evident dat het dekkend netwerk in Haaglanden kwantitatief tekortschiet, maar het beeld dat uit de gepresenteerde cijfers blijkt doet de inzet van alle betrokken bestuurders, leerkrachten en andere professionals tekort en doet geen recht aan de belangrijke resultaten die in Haaglanden worden geboekt.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

15/16

Inspectie van het Onderwijs Postbus 2730, 3500 GS Utrecht T-algemeen 088 6696000 T-loket (voor vragen) 088 6696060

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14020639/1