CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318465 Beantwoording SV Geen seks zonder consent

Commissie Bestuur 25 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Veiligheidsdebat2.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

11 juni 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de dames Klokkenburg en Mostert, luidend: ‘Geen seks zonder consent’

OCW/10750437 RIS318465

De raadsleden de dames Klokkenburg en Mostert heeft op 28 maart 2024 een brief met daarin negen vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Afgelopen week heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Seksuele misdrijven. Die gaat in op 1 juli2024. Deze wet verlaagt de drempel voor strafvervolging voor aanranding en verkrachting. De nieuwe norm in het strafrecht is daarmee passend bij de maatschappelijke norm: geen seks zonder toestemming. Met de wet wordt ook seksuele straatintimidatie strafbaar en nieuwe vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag online. Voor meerdere seksuele misdrijven gaan de maximumstraffen omhoog en verkrachting kan straks niet meer verjaren. De ChristenUnie/SGP en D66 juichen deze ontwikkeling toe. Zij zouden graag zien dat het moment van inwerktreding van de wet wordt aangegrepen om de maatschappelijke norm in Den Haag te verstevigen. 1.

Deelt het college het belang van deze norm? En erkent zij dat met de inwerkingtreding van deze wet er momentum is voor het verstevigen van de maatschappelijke norm in onze stad?

Ja, het college acht het van belang dat de norm geen seks zonder toestemming nu in wetgeving is opgenomen. De inwerkingtreding van de wet ziet het college als een positieve stap in het verstevigen van de landelijke norm rondom seksueel geweld en als een kans voor het verdiepen van het lokale debat hierover. De voornaamste impact van de inwerkingtreding van de wet ligt in het strafrecht. Met de nieuwe wetgeving kan in meer gevallen aangifte gedaan worden van aanranding en verkrachting. Om verkrachting of aanranding aan te tonen, is door de nieuwe wet geen bewijs meer nodig dat iemand is gedwongen. 2.

Is het college bereid rond de invoering van deze nieuwe wet op 1 juli 2024 samen met relevante lokale en landelijke partners een communicatiecampagne te starten om mensen in Den Haag bewust te laten zijn van deze nieuwe wettelijk verankerde norm? Op welke manier gaat het college daar aandacht aan besteden?

Het informeren over wat de wet inhoudt gebeurt via de Rijksoverheid. De gemeente Den Haag haakt aan op de landelijke initiatieven en waar nodig wordt het bestaande Haagse aanbod aan voorlichting en training aangepast. Hierin wordt nauw opgetrokken met het Centrum Seksueel Geweld, de GGD Haaglanden en Veilig Thuis Haaglanden. Ook vindt hierover afstemming plaats met de politie. Zie ook het antwoord op vraag 7.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10750437

Daarnaast wordt op 20 juni aanstaande een regionaal symposium georganiseerd over seksueel geweld met als thema plegers. Tijdens dit symposium zal een panelgesprek plaatsvinden over plegers, maar ook komt de impact van de wet aan de orde. In dit panelgesprek wordt onder andere gesproken met GGD Haaglanden, Veilig Thuis, De Waag, Rutgers, het Centrum Seksueel geweld (CSG), het Openbaar Ministerie en de politie. Vooral het verbinden van de zorg- en de strafrechtelijke kant van de nieuwe wet is een belangrijk aspect. 3.

In hoeverre biedt het wettelijk kader ook handvatten voor de politie om hierop te handhaven? Welke rol spelen BOA's daarin? Ziet het college met deze wet extra mogelijkheden om straatintimidatie aan te pakken, zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? Onderdeel van de wet is ook een betere bescherming van minderjarigen. Zo is grooming officieel verboden, worden slachtoffers van wraakporno beter beschermd en wordt het ongevraagd sturen van naaktbeelden ook strafbaar.

In de nieuwe wet seksuele misdrijven wordt seksuele intimidatie in het openbaar strafbaar gesteld als overtreding (het nieuwe artikel 429ter Wetboek van Strafrecht). In zoverre biedt de wet, anders dan voorheen, de mogelijkheid om straatintimidatie aan te pakken. Om eerdergenoemd artikel naar de praktijk te vertalen is in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en onder leiding van het Centrum Criminaliteit en Veiligheid in 2022 een werkgroep opgericht. Vaste deelnemers zijn politie, het Openbaar Ministerie, verschillende gemeenten, waaronder de G4, en het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De focus ligt op het bevorderen van de handhaafbaarheid en bewijsbaarheid van het artikel en het uitwerken van de rol van bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s) bij de handhaving hierop. Om als BOA te kunnen handhaven op grond van artikel 429ter Wetboek van Strafrecht, moet het artikel worden toegevoegd aan de BOA domeinenlijst. Hierover waren de adviezen vanuit verschillende bestuurstafels en functionarissen verschillend. Op basis hiervan heeft de Minister van Justitie en Veiligheid aangegeven handhaving door BOA’s, naast de handhaving door de politie, mogelijk te willen maken in de vorm van een pilot met koplopergemeenten.

Doel van deze pilot is om te monitoren hoe de handhaving door BOA’s in de praktijk gaat werken en om concrete handvatten aan alle betrokken partijen, de politie, het OM en gemeenten te geven voor de handhaving op seksuele intimidatie en nader te concretiseren wat nodig is om de inzet van boa’s naast de politie mogelijk te maken. Omdat Den Haag niet is aangewezen als koperlopergemeente, zijn de BOA’s van de gemeente Den Haag geen onderdeel van de pilot. Wel blijft de Handhavingsorganisatie onderdeel van de landelijke werkgroep om de ontwikkelingen, knelpunten en trends te volgen. Verder is het de verwachting dat strafrechtelijk optreden tegen seksuele intimidatie door de politie vooral aan de orde is bij heterdaadsituaties in de fysieke openbare ruimte, bijvoorbeeld als iemand op straat als seksueel object wordt benaderd. Net als alle andere delicten waarop de politie kan handhaven, zal het bij seksuele intimidatie niet altijd mogelijk zijn om strafrechtelijk op te treden. Als een melding en/of aangifte wordt gedaan van seksuele intimidatie zijn de reguliere opsporingsbevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering van toepassing. Deze zijn beperkt, aangezien seksuele intimidatie een overtreding en geen misdrijf is.

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10750437

4.

Is het college het met de indieners eens dat het belangrijk is dat ook jongeren leren over wat hun wettelijke rechten zijn, en ook wat er strafbaar is en waarom dit strafbaar is?

Ja, het college acht dit ook van belang. De verwachting is dat de strafbaarstelling van straatintimidatie een afschrikwekkende werking zal hebben. Dit betekent dat jongeren naar verwachting bewuster zullen zijn van de consequenties van hun gedrag en mogelijk terughoudender zullen zijn om zich schuldig te maken aan straatintimidatie. De strafbaarstelling van straatintimidatie wordt door middel van een campagne onder de aandacht gebracht, hiermee wordt onder de aandacht gebracht wat strafbaar is en waarom dit strafbaar is. 5.

Op welke manier kan hier, bijvoorbeeld in samenwerking met welzijnsorganisaties, jongerenwerkers en het onderwijs, aandacht aan worden besteed? Ziet het college kansen om de aangiftebereidheid op seksuele misdrijven te verhogen onder jongeren met deze nieuwe wet?

Ja, momenteel wordt er vanuit verschillende partijen aandacht besteed aan dit onderwerp. Vanuit de gemeente Den Haag wordt ‘Changemakers’ gecofinancierd, waar o.a. aandacht wordt besteed aan (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Ook co-financieren we vanaf volgend jaar het project van Sex Matters. Zij gaan 32 workshops geven op een drietal scholen over seksualiteit, consent, gender en jezelf zijn. Tijdens de workshops worden stereotypen en vooroordelen ten aanzien van gender en seksualiteit bespreekbaar gemaakt, leren deelnemers over diversiteit en wordt er geoefend met het aangeven van wensen en grenzen. Daarnaast wordt er al enige tijd aandacht besteed aan dit thema onder kinder- en jongerenwerkers. Zo volgen zij trainingen om voorlichtingen te geven, maar ook om dit thema bespreekbaar te maken onder zowel jongens als meiden. Daarnaast heeft het meidenwerk specifiek aandacht voor de weerbaarheid van meiden op dit thema en worden specifieke methodieken en interventies ingezet. Het college ziet kansen om de aangiftebereidheid onder jongeren te vergroten. Momenteel worden vanuit Centrum 1622 gastlessen gegeven over dit onderwerp. De jaarlijkse #metoo bijeenkomsten zorgen voor meer bewustwording bij mbo studenten. De inwerkingtreding van de nieuwe wet dient hierbij actief onder de aandacht gebracht te worden.

In het rapport van SOAids Nederland, het Aidsfonds en PROUD, the Dutch Union for Sexworkers getiteld 'Sekswerk en geweld in Nederland' blijkt dat vrijwel alle mensen die werkzaam zijn in de sekswerkbranche te maken krijgen met geweld en 78% te maken heeft met ongewenst seksuele handelingen1. Ook bij de behandeling van de wet in de Tweede Kamer is nadrukkelijk uitgesproken dat ook wanneer wordt betaald voor seksuele handelingen, iemand altijd het recht heeft om nee te zeggen.

1

https://nos.nl/artikel/2239964-vrijwel-alle-sekswerkers-maken-geweld-intimidatie-en-pesterijen-mee

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10750437

6.

Is het college het met dit uitgangspunt eens? Op welke manier kunnen mannen en vrouwen in de sekswerkbranche gewezen worden op deze nieuwe wetgeving, zodat ook voor hen de drempel om aangifte te doen van verkrachting wordt verlaagd? Is het college bereid om met SHOP en De Haven gezamenlijk te bezien of gerichte informatieverstrekking kan helpen om deze groep op hun rechten te wijzen? In de nieuwe wet is verjaring van verkrachtingszaken verleden tijd. Ook is de bewijslast voor seksuele misdrijven minder hoog. Dat kan betekenen dat er meer aangiftes of zaken komen bij de politie en het OM. Er zijn nu al signalen van achterstanden bij zedenpolitie en OM.

Ja, het college is het met dit uitgangspunt eens en zal samen met SHOP en Stichting Den Haven bezien of gerichte informatieverstrekking kan helpen om sekswerkers te wijzen op de nieuwe Wet Seksuele misdrijven. 7.

Hoe bereiden het OM en de politie Eenheid Den Haag zich voor op deze nieuwe wet? Heeft het college zicht op de eventuele achterstanden van de zedenpolitie en het OM bij het behandelen van zaken? Is het college bereid dit de komende tijd extra in de gaten te houden? Recentelijk is er veel media-aandacht geweest voor het opkomende fenomeen van deepfake pornovideo’s. Hierbij wordt door middel van kunstmatige intelligentie het gezicht van een slachtoffer op het lichaam van een pornoactrice geplakt. Tientallen bekende Nederlanders en politici zijn hier slachtoffer van geworden, maar dit kan iedereen overkomen.

De politie heeft een uitgebreid en verplicht e-learning-programma over de nieuwe wet seksuele misdrijven voor alle zedenrechercheurs en politiemedewerkers in de basisteams. Deze moet voor de beoogde implementatie van 1 juli 2024 doorlopen zijn. Tevens vindt er intervisie plaats op casuïstiek waarbij de wet seksuele misdrijven van toepassing is. Met betrekking tot het beoordelen en oppakken van zaken is er op het gebied van zedenzaken geen ‘achterstand’. Daarom vindt het college het niet nodig om dit extra in de gaten te houden. Voor wat betreft de doorlooptijden vanaf het moment dat er een strafzaak wordt gestart, zien we dat deze niet in alle gevallen worden gehaald. Wel is er in de Eenheid Den Haag in de periode 2020 tot en met 2023 een constante verbetering van deze doorlooptijden te zien. 8.

Kan het college aangeven in hoeverre de zedenpolitie over de capaciteit beschikt om deze zaken op te pakken? Welke middelen en expertise missen zij op dit moment?

Het maken van deepfake pornovideo’s valt onder artikel 139h van het Wetboek van Strafrecht. Dit is een ernstig strafbaar feit en heeft de aandacht van de politie en het OM. Het strafbare feit van het vervaardigen, ter beschikking hebben, dan wel het openbaar maken van dergelijk materiaal is echter niet te categoriseren als een zedenfeit en zal daarom niet per definitie door de afdeling zeden worden afgehandeld. Op dit moment ontbreekt het de politie niet aan middelen en expertise om deze zaken op te pakken.

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10750437

9.

Is het college het eens dat het delen van dit soort filmpjes net zo kwalijk is als het produceren ervan? Op welke manier kunnen inwoners geïnformeerd worden over de impact van dit soort misdrijven?

Zie ook het antwoord op vraag 8. Het college zal samen met de politie en andere netwerkpartners kijken op welke wijze we inwoners kunnen informeren over de impact van dit soort misdrijven. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14266466/1