CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318431 Bijlage 1 Ontwikkelvisie DH Centraal

Gemeenteraad 3 oktober 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Den Haag Centraal (RIS318431)29.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

6.4

Kan er wat gedaan worden aan de daklozen op het plein?

In de ontwikkelvisie kunnen we naar de toekomst kijken. Als het gaat om bestaande problemen in het gebied zet de gemeente hier andere instrumenten voor in, zoals de Wijkagenda. Er is nauw contact met de politie om de situatie met daklozen bij het station beheersbaar te houden.

6.5

Ik maak mij zorgen over de toegang tot onze wijk de Rivierenbuurt, qua autoverkeer

Verkeer moet kunnen stromen, dus het autoverkeer moet ook goed de Rivierenbuurt in en uit kunnen. Als daar in de huidige voorstellen een obstakel zit dan moeten we dat op een andere manier oplossen.

41

Participatieverslag Ontwikkelvisie Den Haag Centraal

Ontvangen reacties

Hoe wordt dit opgepakt?

6.6

Wat zijn de gevolgen voor de omliggende wijken? Hebben jullie gekeken naar de leefbaarheid? Dat wordt niet echt helder. Dan gaat het om allerlei gevolgen; wind, zon, drukte, grondwaterniveaus en geluid.

We proberen een plan te maken dat een integrale oplossing biedt voor de hele stad. We willen de bestaande wijken hun karakter laten behouden. In deze concept ontwikkelvisie richten we ons inderdaad op het stationsgebied. We Je zult moeten kijken wat de gevolgen zijn, dat geldt voor verkeer, dat geldt voor bezonning en dat geld voor het grondwaterpeil. Je moet daarnaar kijken. Daarnaast maken we ook nog een buitenruimteplan, waarin ook aandacht is voor een aantal van de klimaat gerelateerde onderwerpen

6.7

Als je op de onderstromenkaart kijkt, is het onder CS donkerblauw. Dat betekent dat hier bouwen overlast elders veroorzaakt.

Er kan bij ondergrondse bebouwing zeker een effect zijn op de onderstromen. Dit moet in de uitwerking van de plannen worden meegenomen.

6.8

Wat bedoelen jullie met het woord ‘levendigheid’? Wordt het zoals de binnenstad?

We hebben eerder gehoord dat mensen levendigheid missen in de avonden en de weekenden. Die levendigheid leidt ok tot meer sociale veiligheid. We zorgen voor die levendigheid door wonen in het gebied toe te voegen en gebouwen met aantrekkelijke functies in de plinten en de bijbehorende buitenruimte (terrassen, fontein). Ook denken we aan functies die het innovatieve karakter van het beleidscentrum dat Den Haag is versterkt, zoals een debatcentrum,

6.9

Momenteel is bij de Oranje Buitensingel een strook parkeergebied weggehaald om fietsers te stallen. Dat is precies bij de gracht. Wie gaat daar zijn fiets neerzetten? Is dat tijdelijk?

Dat is tijdelijk vanwege de sluiting van de Fietsenstalling Koningin Julianaplein.

6.10

Bij voorzieningen staat ‘hoger onderwijs’, terwijl we juist basis- en middelbare scholen nodig hebben. We hoeven toch niet de hoger onderwijsproblemen van Rotterdan en Leiden op te lossen? Dat trekt alleen maar mensen naar het gebied.

Binnen het CID is ruimte gereserveerd voor lagere en middelbare scholen. Deze komen echter niet in het plangebied bij Den Haag Centraal. We zien dat universiteiten naar Den Haag komen vanwege de aanwezigheid van het Rijk. Zij willen in de directe nabijheid zitten om te komen tot een actieve kennisuitwisseling.

6.11

Is er wel zoveel behoefte aan kantoorruimte?

We hebben de behoefte aan kantoorruimte in de ontwikkelvisie verlaagd vergeleken met de oorspronkelijke opdracht. We moesten 400 duizend m2 toevoegen, daar hebben we 130 duizend m2 van gemaakt. Dat geeft aan dat wij ook zien dat de behoefte aan kantoren wat minder groot is dan eerder gedacht. Maar dit is een gebied bij een station, en dat zijn aantrekkelijke plekken voorbedrijven om zich te vestigen.

6.12

Jullie hebben het alleen over parken en ik ben bang voor alleen maar plantenbakken. Wij strijden voor een biodiverse ontwikkeling en dat kan niet goed gedijen in een plantenbak.

We zetten in op bomen met goede groeicondities. Maar dat zal niet overal in het gebied mogelijk zijn vanwege de ondergrondse bebouwing. Biodiversiteit speelt bij de beplanting zeker een rol.

Presentatie samenvatting concept in het Engels Ontvangen reacties

Hoe wordt dit opgepakt?

6.13

Hoe kunnen we zorgen dat ontwikkelaars niet nog hoger bouwen dan de visie?

In de Ontwikkelvisie wordt de maximale hoogte van de bebouwing aangegeven.

6.14

Hoe zorgen we dat ontwikkelaars ook echt gaan ontwikkelen?

Door realistische plannen te maken met een goede plattegrond. De gemeente kan echter niet de economische ontwikkeling sturen. Hoge bouwkosten of lagere huren zullen de investeringsbereidheid van ontwikkelaars verlagen.

6.15

Is het legaal om twee torens zo dicht op elkaar te zetten dat ze met elkaar kunnen worden verbonden, zoals een van de modellen aan de Ammunitiehaven?

Het is mogelijk om bebouwing dicht bij elkaar te zetten. Wel moet de eigenaar voldoen aan de eisen qua daglichttoetreding, bezonning en veiligheid. De gemeente toetst dit.

6.16

Hoe zit het met bestelbusjes en aanvoer voor winkels?

We maken opstelplekken bij bebouwing voor deze functies. Waar mogelijk willen we de expeditie inpandig organiseren.

6.17

Sommige groene gebieden hebben veel overlast van hondenpoep. Denk eraan bij het ontwerpen van parken en groen.

Dit aandachtspunt nemen we mee in het ontwerpproces.

6.18

Denk eraan dat minder zonuren misschien ook een hogere energierekening betekent.

Dit aspect qua duurzaamheid nemen we mee in de afweging tot de bouwopgave.

42

Participatieverslag Ontwikkelvisie Den Haag Centraal

Informatiemarkt Verlevendigen Ontvangen reacties

Hoe wordt dit opgepakt?

6.18

Introduceer een nieuwe evenementenlocatie om Den Haag aantrekkelijker te maken voor cultuur, muziek, toerisme, etc.

Er zijn meerdere plekken in het centrum aangewezen als evenementenlocatie, bijvoorbeeld het Malieveld of het Spuiplein. Binnen het plangebied is een dergelijke functie niet voorzien. We focussen in het plangebied niet op grootschalige evenementen, maar op specifieke locaties in het gebied die geschikt zijn voor tijdelijke culturele activiteiten of events.

6.19

Aandacht voor kunst.

In het Buitenruimteplan zal hier aandacht voor zijn.

6.20

Er is behoefte aan een plek met groen om te verblijven.

Zie 1.18 t/m 1.22.

6.21

De fontein Anna van Buerenplein moet behouden blijven.

Deze blijft gehandhaafd. De eerder bedachte bebouwing op dit plein is komen te vervallen.

6.22

Gezinnen met kinderen willen meer opties om te sporten in de openbare ruimte en binnen.

Binnen het plangebied komen speelvoorzieningen en ruimte om te sporten in het openbaar gebied. Voor sportvelden moet worden uitgeweken naar elders in de stad.

6.23

Focus op gezondheid: veel groen, stimuleer bewegen. Maak ontmoetingen mogelijk in de (semi) openbare ruimte. En realiseer voldoende sociale en maatschappelijke voorzieningen, zoals zorg.

In de Ontwikkelvisie zetten we in op het stimuleren van de ontmoeting. Dat doen we door de openbare ruimte te verbeteren en het toevoegen van het Haagse Loperplein met een levendige plint (met horeca). Bewegen wordt gestimuleerd door sportvoorzieningen in het gebied en sport in de openbare ruimte te stimuleren. Zie ook 6.2.

6.24

Diversiteit in de openbare ruimte.

De openbare ruimte rond het station wordt door veel mensen gebruikt. Om doorheen te wandelen, om mensen te ontmoeten, te bewegen of om even uit te rusten. Voor al deze functies dient de openbare ruimte geschikt te zijn.

Verbinden Ontvangen reacties

Hoe wordt dit opgepakt?

6.25

Zorg voor goed geplaatste en voldoende fietsparkeerplekken. Nu te weinig plek en gefragmenteerd in het gebied.

Elk gebouw zal zorgdragen voor een goede parkeervoorzieningen voor haar gebruikers. Daarnaast willen we in het gebied een aantal centrale fietsparkeervoorzieningen aanbieden. Via handhaving willen we het parkeren van de fiets op andere plekken dan terugdringen.

6.26

Meer en betere fietsverbindingen

Dit is een onderdeel van de Ontwikkelvisie. Zie 4.1

6.27

Bij voorkeur trambaan niet over de Ammunitiehaven laten rijden, maar achter de te bouwen torens. De wel over de Schedeldoekshaven i.vm. geluidsoverlast voor bewoners aan de Ammunitiehaven. Dit is omdat het geluid weerkaatst.

In de Ontwikkelvisie wordt geen keuze gemaakt uit de twee varianten voor de Schedeldoekshaven/Ammunitiehaven. De plannen hiervoor moeten nog nadere uitgewerkt worden. Daarbij zal er ook aandacht worden gegeven aan het geluid van de trams.

6.28

Graag bij de inrichting van de Ammunitiehaven rekening houden met de stallingsgarages in- en uitrijden van auto's van bewoners. Denk aan vrijhouden uitritten/plaatsen van verkeersborden/spiegels, enz.

Deze suggestie nemen we mee in het uiteindelijke ontwerp van de buitnetruimte. Voor de Ontwikkelvisie is deze opmerking te gedetailleerd.

6.29

Denk ook aan bereikbaarheid ambulance bestemmingsverkeer, winkelbevoorrading, verhuizingen, etc.

Hiervoor is aandacht binnen de Ontwikkelvisie. Nabij kantoor-en woongebouwen komen opstelplekken voor verhuizingen en pakketbezorging.

43

Participatieverslag Ontwikkelvisie Den Haag Centraal

Ontvangen reacties

Hoe wordt dit opgepakt?

6.30

Loopbrug over de Utrechtsebaan.

Onze ambities is de Utrechtsebaan te vergroenen. Mocht deze ambitie niet haalbaar zijn, dan kan een verbeterde verbinding ook via loopbruggen gemaakt worden. Dit idee nemen we mee.

6.31

Overkapping busstation is niet nodig.

In de Ontwikkelvisie zit geen plan om het busstation te overkappen.

6.32

Een tunnel onder de Utrechtsebaan door kan niet vanwege tunnelveiligheid en de kosten.

Deze opmerking zal betrekking hebben op onze ambities de Utrechtsebaan te vergroenen door een dek te maken over de Utrechtsebaan heen. Tunnelveiligheid en kosten zijn dan zeker elementen die w bij de afweging betrekken.

6.33

Laat een tram of goede bus rijden over het nieuwe Prins Bernhardviaduct, met een halte bij de nieuwe stationshal, en niet alle trams via de Rijnstraat gaan.

Het nieuwe Prins Bernhardviaduct zal zo ontwerpen zijn dat hier een tram overheen kan rijden. Dit zal echter geen effect hebben op het aantal tram in de Rijnstraat omdat het gaat om andere tramlijnen.

Verdichten Ontvangen reacties

Hoe wordt dit opgepakt?

6.34

(Woon)torens niet hoger dan 70 meter.

Uit de Structuurvisie CID volgt een bepaalde bouwopgave die in het plangebied moet komen. Met een bouwhoogte van 70 meter kunnen we de gestelde opgave niet realiseren. Daarom wordt de bebouwing o peen aantal plekken hoger, maar die wordt wel zorgvuldig ingepast.

6.35

Realiseer meer functiemenging in monotone wijken.

De bestaande wijken maken geen onderdeel uit van het plangebied van de Ontwikkelvisie. Wel heeft de gemeente in het Kwaliteitsplan CID de ambities voor de bestaande wijken meer geduid en wordt hier ook meer functiemenging nagestreefd.

6.36

Verdicht in bestaande wijken met passende hoge dichtheden.

De bestaande wijken maken geen onderdeel uit van het plangebied van de Ontwikkelvisie. Om de gehele opgave van het CID te kunnen realiseren zal, conform de Structuurvisie CID, ook naar de mogelijkheden in de bestaande woonwijken van het CID.

6.37

Er is nog een uitgebreide reactie binnengekomen van een bewoner die vindt dat woongebouwen met sociale woningbouw niet meer dan 5 of 6 bouwlagen zouden moeten hebben, in een gesloten bouwblok met deels gemeenschappelijke binnentuin.

Lagere bebouwing leidt tot een groter ruimtebeslag qua (breedte en lengte) afmetingen van de bebouwing. Die ruimte is niet aanwezig in het gebied rond station Den Haag Centraal. Hiervoor kiezen betekent meer ingrijpen in de omliggende woonwijken. Hiervoor is niet gekozen in de Ontwikkelvisie.

Vergroenen Ontvangen reacties

Hoe wordt dit opgepakt?

6.38

Er is behoefte aan een plek met groen om te verblijven.

Zie 1.19 t/m 1.121

6.39

Meer groen voor verkoeling.

Zie 1.19 t/m 1.121 en 1.23

6.40

Let op dat groen 's avonds juist als erg donker of onveilig ervaren kan worden. Denk aan voldoende licht en belichting in de (beleving van) openbare ruimte.

Sociale veiligheid is een belangrijk aandachtspunt bij de inrichting van het openbaar gebied. Een goede verlichting hoort daarbij.

44

Participatieverslag Ontwikkelvisie Den Haag Centraal

Algemene opmerkingen Ontvangen reacties

Hoe wordt dit opgepakt?

6.41

Fasering: bouwplannen in lijn met vergroening en faciliteiten.

De raad heeft aangegeven dat de realisatie van voorzieningen en groen gelijk op moet gaan met de bouw van woningen. Dat is het uitgangspunt voor de gemeente.

6.42

Duidelijkheid over water ontbreekt in de plannen.

Zie 1.33 en 1.34. Het aspect van de ondergrondse waterstromen zal meer aandacht krijgen in het Buitenruimteplan.

6.43

Graag meer aandacht voor de huidige problemen i.p.v. alleen mooie ambitieuze plannen. Bijvoorbeeld: - Veiligheid: veel daklozen en rondhangende mensen rond Den Haag Centraal veroorzaken veel overlast (poepen, plassen, mensen belangen, etc.). Ook criminaliteit. Ik zie dit helaas al veel bij de nieuw opgeleverde Koekamp. - Bestaande leegstand optimaal benutten. - Bij uitvoeren van de plannen, graag rekening houden met o.a. verkeershinder en woonoverlasten.

De Ontwikkelvisie richt zicht op de ontwikkeling van het gebied voor de komende 20 jaar. Als het gaat om bestaande problemen in het gebied zet de gemeente hier andere instrumenten voor in, zoals de Wijkagenda. Er is nauw contact met de politie om de situatie met daklozen bij het station beheersbaar te houden. De plannen kennen een lange uitvoeringstermijn. Ook tijdens die periode moet het gebied leefbaar zijn. Daarbij zal er aandacht zijn voor eventuele overlast en verkeershinder.

6.44

Noem het Prins Bernhardviaduct gewoon viaduct.

De Ontwikkelvisie gaat niet over de naamgeving van straten in Den Haag.

45

Participatieverslag Ontwikkelvisie Den Haag Centraal

Raad in de Stad: Scheveningen Bijeenkomst plannen Den Haag CS Kanalen: Facebook & Instagram Doelstelling: Betrokkenheid

Looptijd advertentie 30-10-2023 - 07-11-2023 9 dagen

Link FB Advertenties Facebook 1

Doelgroep 2511, 2512, 2514, 2515, 2593, 2594, 2596

Facebook 2 Facebook 3

Doelgroepgrootte circa 73.200

Instagram 1 Instagram 2 Instagram 3

Betrokkenheid

Bereik

Weergaven

Het aantal accounts dat je advertenties ten minste één keer heeft gezien

Het aantal keer dat je advertenties op een scherm zijn weergegeven

Bereik in unieke personen

Impressies

20.023

39.815

Frequentie Gemiddelde aantal keer dat elk account je advertentie heeft gezien

Frequentie

1,99

CTR (Alle)

Alle Klikken

Percentage weergaven waarbij een klik (alle) heeft plaatsgevonden van het totale aantal weergaven

Aantal klikken op links en op andere gedeelten van de advertentie

CTR (alle)

Clicks (all)

6,81%

2.713

CTR (Link)

Klikken op link

Aantal klikken t.o.v. aantal weergaven

Aantal klikken op links naar bepaalde bestemmingen

CTR (link click-through rate)

Link clicks

2,03%

809

Kanalen Impressions / Publicatie Platformen

Facebook

35.357 (88,80%)

Instagram

4.458 (11,20%)

Geslacht bereikte personen

Leeftijd bereikte personen

Impressions / Geslacht

Impressions / Leeftijd

Male

31.309 (78,64%)

Female

8.240 (20,70%)

Unknown

266 (0,67%)

35-44

13.669 (34,33%)

45-54

13.185 (33,12%)

25-34

11.699 (29,38%)

55-64

1.262 (3,17%)

Advertentie(s) Multiple Dimensions

Besteed

Frequentie

Bereik

Thruplay …

Link clicks

Advertentienaam: Variant 1 | Lange tekst Doelgroep: 2511, 2512, 2514, 2515, 2593, 2594, 2596

€ 18,41

1,50

1.789

0

65

Advertentienaam: Variant 2 | lange tekst Doelgroep: 2511, 2512, 2514, 2515, 2593, 2594, 2596

€ 46,29

1,62

3.845

0

61

Advertentienaam: Variant 3 | Lange tekst Doelgroep: 2511, 2512, 2514, 2515, 2593, 2594, 2596

€ 135,30

1,77

17.455

0

683

Interactie

Post engagement

Post saves

1.427

5

Post reactions

Post shares

594

8

Post LIKE reactions

Post WOW reactions

586

1

Post HAHA reactions

Post SAD reactions

1

0

Post LOVE reactions

Post ANGRY reactions

6

0

Bijlage C. Rapportage evalua2e par2cipanten Om ervaringen te verzamelen van deelnemers aan het par2cipa2eproces hebben we gebruik gemaakt van het evalua2eformulier van Haags Samenspel. Dit formulier is in lijn met de par2cipa2eafspraken in het Haags Kompas en de par2cipa2egids. Doelgroep par2cipanten: 480 e-mailadressen Reac2eperiode: 22 november tot en met 1 december 2023 Reac2egraad: 25 respondenten.

Manieren van meedoen

Vragenlijst participatie omgeving Den Haag Centraal | achtergrond respondenten

Ik woon in de omgeving van Den Haag Centraal Ik werk in de omgeving van Den Haag Centraal Ik studeer in de omgeving van Den Haag Central Andere

Vragenlijst participatie omgeving Den Haag Centraal | hoe heeft u meegedaan aan de participatie? Ik heb niet meegedaan aan het project Andere Weet ik niet Ik heb over het project gehoord Ik heb per e-mail gereageerd op de plannen Ik heb een advies uitgebracht over 'Een… Ik heb een advies uitgebracht over… Ik was aanwezig bij meerdere bijeenkomsten Ik was aanwezig bij 1 van de bijeenkomsten Ik heb de digitale vragenlijst van september… Ik heb informatie over project gelezen 0

2

4

6

8

10

12

14

16

18

20

Stellingen over uw ervaring (1) ° °

Het was mij duidelijk waarom de gemeente nu al ideeën ophaalt over hoe het gebied rond sta2on Den Haag Centraal er in 2040 uit kan zien. Het was nuLg dat ik kon meedoen aan dit project.

° °

Het was mij per onderwerp duidelijk waar ik invloed op had. Ik heb genoeg informa2e gekregen om goed mee te kunnen doen.

Stellingen over uw ervaring (2) ° ° ° °

Ik ben tevreden over hoe ik mee kon doen. Ik kon mijn mening en ideeën goed delen. Ik heb verschillende meningen en ideeën gehoord. Ik begrijp andere meningen en ideeën nu beter.

Stellingen over uw ervaring (3) ° ° ° °

Het is mij duidelijk wat de gemeente met de meningen en ideeën heeN gedaan of gaat doen. Ik heb invloed gehad op het project. Ik heb nieuwe mensen ontmoet in mijn omgeving. Ik heb meer geleerd over de omgeving waar ik woon.

Vragenlijst participtie omgeving Den Haag Centraal | stellingen

kk on er … on eb de rw ge er no Ik p… eg be in n fo te rm vr Ik ed at ie ko en … n ov m er ijn ho m e en ik… in ge n Ik id ee he ën b Ik ve … be rs gr ch ijp ille an nd de e… He re ti m sm en in ij d ge Ik ui n… de he lijk b in w vlo at ed de ge … h Ik ad he op b he ni Ik e t… he uw b e m m ee en rg se el n… ee rd ov er de …

at i

Ik h

He t

w as m ij p

ut tig d

w as n

He t

He t

w as m ij d

ui d

el ijk …

16 14 12 10 8 6 4 2 0

Helemaal oneens

Oneens

Niet oneens en niet mee eens

Eens

Helemaal eens

Weet ik niet

Vragenlijst participatie omgeving Den Haag Centraal | hoe hoorde u over het project? Andere Via de beeldschermen op het stadsdeelkantoor Via de digitale nieuwsbrief van de gemeente Via de website van de gemeente Via de Stadskrant Via sociale media (LinkedIn, X, Facebook,… Via mijn uren, familie, netwerk Via mijn wijkvereniging/bewonersorganisatie Via uitnodigingen in mijn brievenbus 0

2

4

6

8

10

12

Algemene ervaring

Vragenlijst participatie omgeving Den Haag Centraal | welk rapportcijfer geeft u het participatieproces? 10 8 6 4 2 0 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Open vragen Wat maakte het makkelijk om mee te doen? • • • • • • • • • • •

Bijeenkomsten in het CS, wat voor mij vlakbij d.w.z. naast onze woontoren plaatsvond. Een goede loca2e van de avond. Meer concrete informa2e. Laagdrempelig en de informa2e was ruim vantevoren beschikbaar. De nieuwsbrieven per mail. De geboden faciliteiten zijn prima op orde. Door de regen er naar toe is makkelijk. Tja, je kunt gewoon meedoen. Het bijwonen van de bespreking/vergadering in de ruimte bij CS. Meerdere bijeenkomsten. Informa2ebronnen.

• • • • • • • •

Uitnodiging. Dat niet alles in persoon hoefde. Par2cipa2ebijeenkomst open voor iedereen. De vele maqueYes en de ambtenaren die erbij stonden om voorlich2ng te geven. Duidelijke uitleg. Aanwezig zijn en mening geven. Bijeenkomsten dichtbij. Mails.

Wat maakte het moeilijk om mee te doen? •

• • • • • • • • •

• • • • •

Het was een lange en weinig informa2eve presenta2e. De deelnemers hadden veel vragen die aan het einde van de presenta2e niet beantwoord werden. Het voelde alsof de presentatoren van hetproject en de visie zelf niet echt begrepen. Ik miste professionaliteit. Abstrac2e. De soms wel heel nega2eve mensen bij bijeenkomsten. De mo2va2e. HeeN het wel zin? Omdat je bij alles het evoel krijgt; de koers is al bepaald. Par2cipa2e voor de leuk. Nodeloos 2jdverdrijf waar de gemeente halve waarheden vertelt en las2ge vragen vermijd en naar individuele gesprekken doorleidt. De gemeente is toch vooral aan het zenden en kan goed doen alsof ze luister naar de inbreng, maar het is naturlijk gewoon een rituele dans. Ik had geen informa2e ontvangen van bespreking/vergaderingen tot de laatste in november. Van te voren las2g een beeld te vormen van waar het over gaat, wat het effect op je eigen lefomgeving is en waar je invloed op hebt. Geen voldoende ruimte om daadwerkelijk dieper in te gaan op aspecten. Net zoals bij de landelijke poli2ek verandert er niets; we mogen braaf input geven, maar uiteindelijk gebeurt toch wat de projectontwikkelaar en de gemeente willen. Daarna ziYen wij als omwonenden met de ellende. De plannen worden nl nooit uitgevoerd zoals de ar2st impressions suggereren en als we klachten hebben geven gemeente en ontwikkelaars niet meer thuis.

Door de grote opkomst wel las2g om op bepaalde punten de diepte in te gaan in het gesprek. Ik kon niet al2jd. Geen idee wat er werkelijk mee gebeurt; par2cipa2egroepen en ontwerpteams. Het verzamelen van zoveel mogelijk one-liners/meningen zegt niets. Het onderdeel par2cipa2e moest kennelijk afgevinkt worden. Mails.

Wilt u ons nog iets vertellen over uw deelname aan het project? • • • •

Blijven communiceren. Nee. Goed gedaan. De ingehuurde externe projectleiders hebben regie, ambtenaren staan erbij en kijken erna. Het lijkt een goed uitgedacht integraal plan. de vraag is alleen hoe de realisa2e gaat verlopen. Als een marktuitvraag niet integraal genoeg is dan bestaat de kans dat de makkelijke en meest renderende onderdelen als eerste aan bod komen en de moeilijkere onderdelen blijven liggen. Regie op het hele gebied is dus wezenlijk. Dat vraagt wat van de gemeente. Komt er een projectleider met mandaat en budget?

•

•

• • • •

•

•

•

• •

rampzalig project. see you in court. DSO bereidt het slecht voor, glad management verkoopt het aan raad en burgerij zonder te weten wat de gevolgen zijn. gaat overal stuklopen. waste of money. De hoogste torens op de plek van de Terminal belemmeren het uitzicht van bewoners in De Kroon. Het 'dambordprincipe' lijkt leuk, maar juist dat belemmert het uitzicht. Bij De Kroon tellen diagonale zichtlijnen. We gaan natuurlijk niet recht naar die oerlelijke Ammuni2ehaven kijken! Oppervlakkige bijeenkomst wordt aangewend als par2cipa2einstrument terwijl die vlag de lading niet dekt Met belangstelling eraan deelgenomen. Groenblauwe ontwikkelingejn zijn essen2eel! Ik had verwacht iets terug te zien over het defini2ef ontwerp mbt het plein bij Amare het project Sonate (woontorens Adagio en Bolero), nu ligt er rondom Adagio 1 grote waterplas en staan er nog steeds hekken terwijl dit al lang (defini2ef) ingericht had moeten zijn. Ik kan het niet bevaYen dat hier in de par2cipa2e omgeving niets over kenbaar is gemaakt. Bijzonder dat er nog steeds geen defin2efontwerp in uitvoering is, gemiste kans maar dan zou er in ieder geval een 2jdelijke invulling voor dit gebied kenbaar gemaakt moeten worden mbt openbaar terrein en inrich2ng. Nu voelen mensen zich onveilig en wordt dit gebied niet op2maal benut.

Ben erg onder de indruk van alle informa2e beschikbaar over dit toekomst plan en speciaal over de manier waarop (gedurende de november bijeenkomst) de sprekers iedereen verwelkomden, persoonlijk benaderden, verschillende aspecten uitlegden, en diegenen die wilden aan het woord lieten--ook mensen die soms nogal brutaal de sprekers onderbroken!! ik heb mee gedaan om straks niet het verwijt te krijgen dat ik had mee moeten praten als er problemen komen. En die gaan er komen. Een enorm plan op een klein stukje grond, zonder garan2es voor de leeiaarheid is vragen om problemen. Het mag dan voor een deel een oplossing zijn voor de woningnood, maar wonen is meer dan stenen. Welbevinden is minstens even belangrijk. Wonen in een versteende wereld zonder enige sociale cohesie tussen bewoners is vragen om verpaupering. Er staat straks een nieuw stuk stad, maar willen de mensen er (nog) wel wonen. Algemeen behoorlijk onderscheidend optreden vd gemeente. Zwaar uitgepakt. Enorme maqueYe is erg zinvol om iets te begrijpen. Alles wordt veel tastbaarder. Alterna2eve aanpak niet gezien. De ontwerp kracht van architecten wordt vaak op gebouwniveau ingezet. Achter de ontwikkelaar. Dat zou andersom moeten. Dat is natuurlijk spannend, maar kan heel veel kwaliteit opleveren. Zeker in dit enorm belangrijke gebied. De presenta2es gaan over stenen en asfalt en niet over wat mensen nodig hebben.

Goed dat de gemeente de bewoners er zo bij betrekt.

Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Februari 2024

Bijlage 3 Windonderzoek

12 Ontwikkelvisie CID

Den Haag Centraal

CID deelgebied Den Haag Centraal CFD-onderzoek naar windhinder en windgevaar

CID deelgebied Den Haag Centraal CFD-onderzoek naar windhinder en windgevaar

Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever

Gemeente Den Haag Merel Bakker, Steven Hokken

Projectnummer

7388

Rapportversie

3.0

Status

Definitief

Datum

12 januari 2024 ©2024 Actiflow BV

Auteur(s)

ir. Thomas Bolster

Controleur

ir. Reinier Maas

Actiflow BV Tramsingel 1 4814 AB Breda +31 (0)76 5422 220 contact@actiflow.com www.actiflow.com

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Verantwoording

ii

Inhoudsopgave

1.

Introductie4

A

Inlegvel NEN 8100:2006

24

2.

Normstelling6

B

Frequentietabel uurgemiddelde windrichting en snelheid

25

C

Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen (bestaande situatie) 

26

D

Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen (variant 1) 

32

E

Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen variant 2) 

38

2.1 Windhinder en windgevaar 2.2 Classificatie en beoordeling van windhinder en windgevaar 2.3 Haags beleid

3.

Opzet van de berekening

9

3.1 3D-Model en rekenrooster 3.2 Vegetatie 3.3 Methodiek 3.4 Software 3.5 Aannames en randvoorwaarden

4.

Resultaten en analyse per deelgebied

11

4.1 Bellevue 4.2 CS-oost 4.3 Schedeldoekshaven - windhinder 4.4 Schedeldoekshaven - windgevaar 4.5 Centraal Station - Busstation

5.

Conclusie23

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Inhoudsopgave

iii

1 Introductie

Den Haag Centraal Station Schedeldoekshaven

Juliana va n

Stolbergla an

N

Het inpassen van de nieuwbouw zal leiden tot een wijziging van het lokale windklimaat. Dit kan zorgen voor een situatie die als onprettig of gevaarlijk wordt ervaren. Daarnaast vragen de functies van de gebouwen en het verwachte gebruik van de openbare buitenruimte om een acceptabel comfortniveau ten aanzien van wind. Het is dan ook noodzakelijk het windklimaat inzichtelijk te maken, zodat mogelijke knelpunten kunnen worden aangepakt.

Bezuidenhoutseweg

Utrechtsebaan

Voorliggende rapportage omschrijft een windonderzoek, uitgevoerd door Actiflow in opdracht van de Gemeente Den Haag. Dit windonderzoek is uitgevoerd voor de ontwikkeling van deelgebied Den Haag Centraal van het plan "Central Innovation District" (CID). De belangrijkste projectontwikkelingen in dit onderzoek bevinden zich aan de Schedeldoekshaven. Hier wordt het Terminalgebouw vervangen door 5 torens variërend in hoogte tot 148m. Andere ontwikkelingen in het gebied rondom Den Haag Centraal Station zijn onder andere het project Bellevue (2 torens van 185 m), de ontwikkeling op de Bezuidenhoutseweg 67 (toren van 182 m) en een gebouw boven op de sporen ten zuiden van Den Haag Centraal Station.

Figuur 1.1: Impressie van de locatie van het deelgebied Den Haag Centraal van het plan Central Innovation District (Google Earth)

Actiflow is gevraagd om het windklimaat inzichtelijk te maken met behulp van berekeningen op basis van Computational Fluid Dynamics (CFD). In dit onderzoek is gebruik gemaakt van de normstelling omtrent windhinder en windgevaar, de Nederlandse norm NEN8100:2006 ‘windhinder en windgevaar in de gebouwomgeving’. Een uitgebreide beschrijving van de richtlijnen wordt gegeven in hoofdstuk 2. De geometrie van het gebouw en de omgeving, de numerieke instellingen, het rekenrooster en randvoorwaarden zijn weergegeven in hoofdstuk 3. De resultaten worden vervolgens getoond en een geanalyseerd per deelgebied in hoofdstuk 4. Ten slotte wordt er een conclusie gevormd in hoofdstuk 5.

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Introductie

4

Figuur 1.2a: Impressie van het model van de huidige situatie Zicht vanuit het zuiden.

Figuur 1.2b: Impressie van het model van de toekomstige situatie (variant 1)

Figuur 1.2c: Impressie van het model van de toekomstige situatie (variant 2)

Zicht vanuit het zuiden

Zicht vanuit het zuiden.

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Introductie

5

2 Normstelling Figuur 2.1: Verbeelding situatie van windhinder

2.1 Windhinder en windgevaar De normstelling betreffende het windklimaat in de openbare ruimte vindt haar oorsprong in NEN 8100:2006. In deze norm wordt onderscheid gemaakt tussen windhinder en windgevaar. De definitie van windhinder is het ondervinden van hinder door wind. In de norm wordt verondersteld dat dit bij een gemiddeld persoon zal optreden wanneer de lokale uurgemiddelde windsnelheid meer dan 5 m/s bedraagt. Aan de hand van de activiteit die op een bepaalde locatie wordt uitgevoerd kan deze periode van hinder beoordeeld worden. Zo zal in een gebied waar voetgangers enkel doorheen lopen een relatief lange periode van hinder geaccepteerd kunnen worden. Daarentegen zal het windklimaat in bijvoorbeeld een winkelstraat, bushalte of speeltuin pas acceptabel zijn wanneer de tijdsduur van windhinder beperkt is. Aangenomen wordt dat windgevaar optreedt wanneer de uurgemiddelde lokale windsnelheid meer dan 15 m/s bedraagt. Windgevaar is het optreden van een zeer hoge windsnelheid, waardoor problemen optreden bij het lopen, zoals evenwichtsverlies. Ook hier kan een klein risico op windgevaar geaccepteerd worden bij minder kritische activiteiten, echter een groot risico op windgevaar is in alle voetgangersgebieden onacceptabel. Figuren 2.1 en 2.2 tonen voorbeelden van windhinder en windgevaar voor voetgangers.

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Normstelling

Figuur 2.2: Verbeelding situatie van windgevaar

6

2.2 Classificatie en beoordeling van windhinder en windgevaar NEN 8100:2006 geeft de indeling voor windhinder in kwaliteitsklassen. Zowel windhinder als windgevaar worden hierbij op hoofdhoogte van een staande persoon, te weten 1,75 m boven het grondoppervlak, beoordeeld. De indeling in windhinderklassen is weergegeven in tabel 2.1. Aan de hand van de kans op overschrijdingsduur van de grenswaarde voor windhinder wordt bepaald in welke klasse een locatie valt. Afhankelijk van het gebruiksdoel van of activiteit op een specifieke locatie wordt een bepaalde klasse vervolgens beoordeeld als goed, matig of slecht:

Tabel 2.2 toont de indeling en beoordeling van de kans op windgevaar. Bij de beoordeling wordt niet direct onderscheidt gemaakt in activiteiten, echter wordt in NEN 8100:2006 opgemerkt dat voor activiteitenklassen ‘Slenteren’ en ‘Langdurig zitten’ zelfs een beperkt risico al onacceptabel is. Dit betekent dat voor deze activiteitenklassen geldt dat enkel p ≤ 0,05 acceptabel is. Een gevaarlijk windklimaat moet in elk voetgangersgebied worden vermeden. Tabel 2.2: Classificatie en beoordeling van het lokale windklimaat voor windgevaar

• “Goed” betekent dat mensen zich comfortabel voelen en dat de wind nauwelijks voelbaar is. • “Matig” betekent dat mensen de wind regelmatig zullen opmerken, maar niet vaak genoeg om storend te zijn voor de voorziene activiteit. • “Slecht” betekent dat de wind vaak voelbaar is en hinderlijk is voor de voorziene activiteit. “Slecht” betekent niet dat de situatie onveilig is.

Overschrijdingskans (Lokaal windsnelheid > 15 m/s) (% van het aantal uren per jaar)

Beoordeling

< 0,05 % (< 4,5 uren)

Geen risico

0,05 - 0,30 % (4,5-26 uren)

Beperkt risico

> 0,30 % (> 26 uren)

Gevaarlijk

Tabel 2.1: Classificatie en beoordeling van het lokale windklimaat voor windhinder

Overschrijdingskans (Lokaal windsnelheid > 5 m/s) (% van het aantal uren per jaar)

Beoordeling per activiteit Windhinderklasse Doorlopen

Slenteren

Langdurig zittena

< 2,5 % (< 219 uren)

A

Goed

Goed

Goed

2,5 - 5 % (219-438 uren)

B

Goed

Goed

Matig

> 5 - 10 % (> 438-876 uren)

C

Goed

Matig

Slecht

> 10 - 20 % (> 876-1752 uren)

D

Matig

Slecht

Slecht

> 20 % (1752 uren)

E

Slecht

Slecht

Slecht

Dit geldt conform de norm voor een bankje in het park, voor horeca terrassen of private buitenruimtes is zwaardere normstelling nodig om het gewenste comfort te behalen. a

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Normstelling

7

2.3 Haags beleid NEN8100:2006 wordt niet in landelijke wetgeving aangestuurd. Daarnaast geeft deze norm enkel aan hoe windhinder en windgevaar geclassificeerd en beoordeeld kunnen worden, maar niet wanneer iets acceptabel is of niet. Middels lokaal beleid kunnen gemeenten hier zelf hun eigen invulling aan geven. De Gemeente Den Haag heeft hier echter prestatie-eisen voor vastgelegd in de ‘actualisering van de normen ten aanzien van bezonning en windhinder’ d.d. 9 februari 2010. Het Haags beleid vermeldt: 'Als ondergrens moet minimaal een ‘matig’ (zoals gekwalificeerd in NEN 8100) windklimaat worden nagestreefd. Een ‘slecht’ windklimaat wordt slechts bij hoge uitzondering en onder nadere voorwaarden toegestaan. Bij windgevaar worden twee kwalificaties gegeven: ‘beperkt risico’ en ‘gevaarlijk’. Het spreekt voor zich dat de kwalificatie ‘gevaarlijk’ in beginsel moet worden voorkomen.' Naar aanleiding van de 'Brede en integrale evaluatie Eyeline & Skyline' (RIS314363) wordt het huidige beleid ten aanzien van het windklimaat in de gemeente Den Haag aan evaluatie onderworpen. Op het moment van schrijven van deze rapportage is er dan ook een actualisatie van het beleid in de maak. Het uitgangspunt bij de actualisatie van het beleid is dat er geen significante verzwaring van de prestatie-eisen wordt doorgevoerd.

De actualisatie zal dan ook met name een toelichting geven op technische aspecten en aanvullend wordt de te hanteren procedure vastgelegd.

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Normstelling

8

3 Opzet van de berekening Figuur 3.1: Impressie van het model Zicht vanuit het zuiden.

Het windonderzoek is uitgevoerd aan de hand van de richtlijnen in NEN 8100:2006. Hierbij hanteert Actiflow een 'Kwaliteitsrapport', zoals dit ook benoemd wordt in NEN 8100:2006. Hiermee wordt de kwaliteit van ons onderzoeken de betrouwbaarheid van de resultaten gewaarborgd. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste elementen voor de opzet van de berekeningen weergegeven.

3.1 3D-Model en rekenrooster De geometrie van de modellen is gebaseerd op de verkregen tekeningen van de opdrachtgever. De modellen omvatten alle gebouwen binnen een straal van minimaal 300 m. Dit betreft de huidige situatie en twee varianten van de toekomstige situatie na toevoeging van de nieuwbouw, zoals te zien in figuur 1.2 en 3.1.

4500 m

De omliggende bebouwing is als eenvoudige massa’s weergegeven. Rond dit gebied is een cilindervormig domein geplaatst met een doorsnede van 4500 m en een hoogte van 1000 m. Het plangebied is centraal in dit domein geplaatst, zodat hier verschillende windrichtingen op kunnen worden toegepast zonder dat het voor- of achtergebied te klein wordt. De ruwheid van het voorland is afgestemd op de werkelijke situatie conform NPR 6097:2006.

Zicht vanuit het zuiden.

1000 m

Het luchtvolume in de hierboven omschreven geometrie is vervolgens opgedeeld in een groot aantal kleine volumecellen. Deze cellen tezamen vormen het rekenrooster voor deze situatie (figuur 3.2). Dit rooster bestaat uit 53.002.109 cellen voor de bestaande situatie, 38.790.939 cellen voor de eerste variant van de toekomstige situatie en 56.411.401 cellen voor de tweede variant. Over het grondoppervlak en de bebouwing zijn vijf lagen prisma’s geplaatst. Deze prismalaag zorgt voor een betere berekening van de snelheidsgradiënt in de (atmosferische) grenslaag.

Figuur 3.2: Doorsnede van het rekenrooster

3.2 Vegetatie Vegetatie is vanwege moverende redenen niet in het plangebied meegenomen, behalve de Koekamp en het Haagse bos. Hier is de vegetatie wel gemodelleerd omdat het vanwege de afmeting een groot effect heeft op het windklimaat. Vegetatie heeft over het algemeen een remmende werking op de wind, waardoor het hier getoonde resultaat door deze versimpeling geen positiever beeld geeft dan de werkelijkheid.

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Opzet van de berekening

9

Figuur 3.3: Visualisatie van de windstatistiek welke is gebruikt bij de bepaling van windhinder en windgevaar

3.3 Methodiek

Windroos: relatieve windverdeling 330° (NNW)

0° (N)

30° (NNO)

12 11

20% 300° (WNW)

15% 10%

60° (ONO)

10 9 8

5% 270° (W)

90° (O)

7 6 5

3.4 Software

4

De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van OpenFOAM v2206, een softwarepakket dat bedoeld is voor het oplossen van problemen in de continuüm mechanica en thermodynamica. Voor dit project is “simpleFoam” gebruikt. Deze solver is gebaseerd op de Reynolds-averaged Navier-Stokes (RANS) vergelijkingen voor incompressibele vloeistoffen en houdt rekening met turbulentie. Voor de modellering van turbulentie is gebruik gemaakt van het SST k-ω model.

240° (WZW)

120° (OZO) 210° (ZZW)

180° (Z)

150° (ZZO)

Wind snelheid (m/s)

Om inzicht te krijgen in het windklimaat is de gehele windroos doorgerekend, te weten 12 windrichtingen. Voor elke windrichting die in beschouwing is genomen wordt een resulterend snelheidsveld bepaald. Hiermee is voor elke locatie per windrichting de versterkingsfactor ten opzichte van de opgelegde windsnelheid vastgelegd. Vervolgens wordt de windstatistiek conform NPR 6097:2006 gecombineerd met de berekende versterkingsfactor, zodat voor elke windsnelheid op een locatie een overschrijdingskans kan worden bepaald van verschillende windsnelheden. Deze overschrijdingskans wordt vervolgens getoetst aan de gewenste kwaliteitsklasse om te bepalen of er een comfortabel windklimaat kan zijn. Een visualisatie van de lokale windstatistiek als windroos is weergegeven in figuur 3.3. Een frequentieverdeling van de windsnelheid op 60 m hoogte wordt gerapporteerd in bijlage B.

3 2 1 0

3.5 Aannames en randvoorwaarden Voor de berekeningen is een referentie-windsnelheid van 5 m/s op een hoogte van 60 m opgegeven. Hierbij is een atmosferisch grenslaagprofiel toegepast. Er is aangenomen dat de atmosferische grenslaag een snelheidsprofiel heeft volgens vergelijking 3.1 en 3.2. Hierin is Un de horizontale windsnelheid, z de hoogte vanaf het maaiveld, en z0 een ruwheidslengte. De ruwheidslengte is een maat voor de ruwheid van het terrein. Verder is κ de constante van von Kármán en die is gelijk aan 0,41. Deze empirische constante is gerelateerd aan het modelleren van grenslagen. Ook de turbulente grootheden k en ω verlopen volgens een voorgeschreven profiel, zoals aangegeven in vergelijking 3.3 en vergelijking 3.4. Hierin heeft Cμ de waarde 0,09. Deze empirische constante komt voort uit het gebruikte turbulentiemodel (SST k-ω).

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Opzet van de berekening

10

4 Resultaten en analyse per deelgebied In deze sectie worden de resultaten voor windhinder en windgevaar ter plaatse van de openbare buitenruimte weergegeven conform NEN 8100:2006. De resultaten van de openbare buitenruimte worden weergegeven op horizontale doorsneden op 1,75 m boven maaiveld. Als richtwaarden voor de gewenste windhinderklassen per voetgangersactiviteit wordt tabel 4.1 aangehouden.

Tabel 4.1: Richtwaarden van de windhinderklassen per activiteit

De resultaten worden besproken aan de hand van de aangegeven deelgebieden, zoals weergegeven in figuur 4.0. Indien nodig worden er voorstellen gedaan om het windklimaat in deze gebieden te verbeteren.

Goed

Matig

Slecht

Langdurig zitten en voetgangersactiviteiten ter plaatse van gebouwentrees, etc.

A

B

C, D en E

Slenteren en op locaties die gezien kunnen worden als verblijfsgebied voor voetgangers

A en B

C

D en E

Doorlopen op locaties met voor voetgangers louter een verkeersfunctie en geen verblijfsfunctie

A, B en C

D

E

Windgevaar dient bij voorkeur voorkomen te worden. Een beperkt risico kan lokaal geaccepteerd worden

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

11

CS-oost

Bellevue

Figuur 4.0: Overzicht deelgebieden

Bezuidenhoutseweg

Utrechtsebaan (A12)

Den Haag Centraal Station

Rijnstraat

Schedeldoekshaven

Prins Bern hardviadu ct

Schedeldoekshaven + Bushalte CS N

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

12

4.1 Bellevue Figuur 4.1a toont het windklimaat in de bestaande situatie. Dit wordt vergeleken met de toekomstige situaties in figuur 4.1b en 4.1c. Opmerkelijk is dat op het plein ten noorden van het Centraal Station en rond de Bezuidenhoutseweg het windklimaat verslechtert van windhinderklasse A naar windhinderklasse B/C en beperkt D in de toekomstige situatie. Deze verslechtering kan vrijwel geheel worden toegeschreven aan de toevoeging van het Bellevue-project op de hoek van de Oranjebuitensingel en Bezuidenhoutseweg.

Figuur 4.1a: Bestaande situatie

Bezuidenhouts eweg Oranjebuitensingel

Een ander aandachtspunt in de toekomstige situaties zijn de passages onder het Bellevue-project door. In deze passages zijn diverse zones te vinden met windhinderklasse D, wat matig geschikt is voor de activiteit "doorlopen". In het kader van de totstandkoming van de Planuitwerkingskader Bellevue is er al een windonderzoek gedaan. Deze resultaten zijn te vinden in rapport: Peutz "Sapphire Den Haag" O 6200-6-RA-001 d.d. 25 juli 2019.

Den Haag Centraal Station

N

Windhinder - Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid A %

B 2,5

C 5

D 10

E 20

Figuur 4.1b: Variant 1

Figuur 4.1c: Variant 2 Bezuidenhouts eweg

Bezuidenhouts eweg

Oranjebuitensingel

Oranjebuitensingel

Den Haag Centraal Station

N

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

Den Haag Centraal Station

N

13

In figuur 4.1d zijn de maatgevende stroomlijnen te zien langs de torens van het project Bellevue richting de Bezuidenhoutsestraat. In figuur 4.1e is te zien hoe de wind uit het westzuidwesten tegen de gevel van Bellevue aanstroomt en de passage door getrokken wordt.

Figuur 4.1d: Stroomlijnen langs Bellevue richting Bezuidenhoutsestraat. (Variant 1)

Bellevue ligt aan de rand van een zone met hoogbouw. Deze hoogbouw zorgt voor een blokkade van de wind uit het zuiden en zuidwesten. Ten noorden en noordwesten van het project Bellevue is echter weer meer ruimte voor de wind (Koekamp en Malieveld) en zal deze versnellen naar dit meer open gebied. Om het windklimaat op de hoek en in de passages te verbeteren wordt aanbevolen om de noordwestelijke toren een grotere setback te geven op de plint. Dit kan bereikt worden door de toren in zuidoostelijke richting te verschuiven. Aanvullend kan de plint op de noordwestelijke hoek meer getrapt worden opgebouwd om de drukverschillen hiermee meer geleidelijk te vereffenen. Hierbij moet wel worden opgepast dat de twee torens niet dichter tegen elkaar worden geplaatst. Wind vanuit ZZW. N

Een andere maatregel die kan worden genomen om het windklimaat in de Bezuidenhoutsestraat te verbeteren is om de noordoosthoek van het gebouw af te ronden (of af te schuinen met bijvoorbeeld twee hoeken van 45°).

N

Het effect van de genoemde maatregelen dient nader te worden onderzocht en gevalideerd bij verdere uitwerking van het bouwplan.

laag

hoog

Figuur 4.1e: Stroomlijnen door de passages onder Bellevue door (Variant 1)

N

N

Wind vanuit WZW.

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

laag

hoog

14

4.2 CS-oost Op de hoek van de Bezuidenhoutseweg en de Prins Clauslaan is in de bestaande situatie een zone met windhinderklasse D aanwezig, zoals te zien in figuur 4.2a. Deze wordt veroorzaakt door de Malietoren aan de noordzijde van de Prins Clauslaan.

Figuur 4.2a: Bestaande situatie

Figuren 4.2b en 4.2c laten zien dat met de komst van een nieuwe toren op de hoek van de Bezuidenhoutseweg en de Prins Clauslaan het windklimaat verslechtert. De zone met windhinderklasse D wordt uitgebreid tot aan de overzijde van de weg. Aan de zuidzijde van de nieuwbouw ontstaat eveneens een uitgebreid gebied met windhinderklasse C en beperkt windhinderklasse D.

Bezuidenhouts eweg

Prins Clauslaan N

Windhinder - Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid A %

B 2,5

C 5

D 10

E 20

Figuur 4.2b: Variant 1

Figuur 4.2c: Variant 2

Bezuidenhouts eweg

Bezuidenhouts eweg

Prins Clauslaan

Prins Clauslaan N

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

N

15

In figuur 4.2d zijn de maatgevende stroomlijnen te zien over het kruispunt van Bezuidenhoutseweg en de Prins Clauslaan. In de bestaande situatie heerst hier in een klein zone windhinderklasse D. Door de ontwikkeling van Bezuidenhoutseweg 67 wordt er een vernauwing gecreëerd, waardoor de wind versnelt en de zone met windhinderklasse D wordt vergroot. Daarbij zorgt het hoge podium waar de toren op staat, samen met de omliggende gebouwen, ervoor dat alle wind die vanuit het westen stroomt over de Bezuidenhoutsweg wordt geleid. De wind stroomt vervolgens naar de hoek van de nieuwbouwtoren waar het een versnelling krijgt.

N

Wind vanuit WZW. N

Om het windklimaat in dit gebied te verbeteren wordt aanbevolen om de toren van de ontwikkeling Bezuidenhoutseweg 67 slanker te maken in de westelijke richting. Daarbij kan het gebouw het beste op een podium worden geplaatst, van circa drie bouwlagen, die naast de Prins Clauslaan dieper is om eventuele valwinden op te vangen. Zo wordt ook de afstand tussen de toren en de Malietoren vergoot. In figuur 4.2e wordt dit schematisch weergegeven. De optimalisatiemogelijkheden van deze toren zijn niet nader onderzocht, omdat deze niet zijn meegenomen in de ontwikkelingsvisie. De ontwikkeling van dit gebied is pas na 2040 aan de orde en wordt dan verder onderzocht.

Figuur 4.2d: Stroomlijnen op de kruising van de Bezuidenhoutseweg en de Prins Clauslaan. (Variant 2)

laag

hoog

Het effect van de genoemde maatregelen dient nader te worden onderzocht en gevalideerd bij verdere uitwerking van het bouwplan. Figuur 4.2e: Schematische weergave van de aanbevelingen voor Bezuidenhoutseweg 67 (links: de situatie zoals opgenomen in variant 1 en 2, rechts: de verbeelding van de aanbevelingen).

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

16

4.3 Schedeldoekshaven - windhinder Figuur 4.3a: Bestaande situatie

Oranjebuitensingel

In de bestaande situatie, nabij de Schedeldoekshaven, varieert het windklimaat van windhinderklasse A tot aan een kleine zone met windhinderklasse E in de Oranjebuitensingel, zoals te zien in figuur 4.3a. De meest windrijke zones bevinden zich op het plein van de Turfmarkt, langs de Oranjebuitensingel en in de Rijnstraat. In beide varianten wordt er een rij hoogbouw voor de bestaande groep met hoogbouw geplaatst. Hierdoor verschuiven de windrijkere zones richting het zuiden, en lijkt de wind meer te worden verspreid. De zone met windhinderklasse C in de Rijnstraat begint nu bij de Ammunitiehaven in plaats van de Schedeldoekshaven. De zone met windhinderklasse D in de Oranjebuitensingel wordt bij de varianten een grotere zone met windhinderklasse C, met lokale zones klasse D.

Den Haag Centraal Station

Turfmarkt Rijnstraat

Schedeldoekshaven

Ammunitiehaven

N

Windhinder - Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid A %

2,5

C 5

D 10

E 20

Figuur 4.3c: Variant 2

Oranjebuitensingel

Oranjebuitensingel

Figuur 4.3b: Variant 1

B

Den Haag Centraal Station

Turfmarkt

Den Haag Centraal Station

Turfmarkt

Schedeldoekshaven

Ammunitiehaven

Rijnstraat

Rijnstraat

Schedeldoekshaven

Ammunitiehaven

N

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

N

17

Er zitten grote verschillen in het windklimaat bij de varianten van de ontwikkelingen in de Schedeldoekshaven. Bij variant 1 is de Schedeldoekshaven een bredere open straat, en bij variant 2 een smallere straat met nauwe doorgangen en een passages. In variant 1 zorgt dit voor een windrijke Schedeldoekshaven, waar de wind op maaiveldniveau door een passage stroomt, zoals te zien in figuur 4.3d. Dit resulteert in windhinderklassen D en E in de Schedeldoekshaven achter de hoogste toren, zoals te zien in figuur 4.3b.

Figuur 4.3d: Stroomlijnen door de Schedeldoekshaven. (Variant 1)

Bij variant 2 is deze passage smaller waardoor de wind, enerzijds, meer door de Oranjebuitensingel stroomt, en hier voor een grotere zone met windhinderklasse C zorgt, en anderzijds, op een hoger niveau weg stroomt over het gebied. Dit zorgt voor lagere windhinderklassen dan bij variant 1 en daarmee heeft variant 2 voor het windklimaat op de Schedeldoekshaven de voorkeur. Op andere locaties leidt dit echter lokaal tot een verslechtering van het windklimaat. Bijvoorbeeld op de hoek van de Ammunitiehaven en de Rijnstraat waar een grotere gebied met windhinderklasse D ontstaat, zoals te zien in figuur 4.3c.

N

Wind vanuit ZZW.

Figuur 4.3e laat de maatgevende stroomlijnen zien door de passage van de Turfmarkt en dan specifiek de zone met windhinderklasse D. Vanuit westelijke windrichtingen stroomt hier de wind langs de torens. Bij wind vanuit de westelijke richtingen zal er overdruk aanwezig zijn aan de westzijde van de passage en onderdruk aan de oostzijde. Bij wind vanuit de oostelijke richtingen is dit omgekeerd. Wind zal door deze drukverschillen versnellen door de vernauwing van de passage, waardoor een hoger risico op windhinder kan optreden. Dit zal voor een groot deel onvermijdelijk blijven. Indien gewenst en mogelijk kan men met de inrichting van de openbare ruimte zorgen voor een verkeersstroom die de hogere windhinderklasse in dit gebied vermijdt.

N

laag

hoog

Figuur 4.3e: Stroomlijnen in de passage van de Turfmarkt (Variant 2)

N

N

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

Wind vanuit ZZW. laag

hoog

18

Figuur 4.3.f laat de maatgevende stroomlijnen zien naar de zone met windhinderklasse D op de kruising van de Ammunitiehaven en de Rijnstraat. Hier stroomt de wind onder het Prins Clausviaduct door de hoek om en krijgt in de hoek een versnelling mee. Om dit te verbeteren wordt aanbevolen de hoek af te ronden of te segmenteren. Ook het toevoegen van meer vegetatie in de Ammunitiehaven zou kunnen helpen om deze windrijke zone te mitigeren.

Figuur 4.3f: Stroomlijnen over de kruising Ammunitiehaven en de Rijnstraat (Variant 2)

Figuur 4.3g laat de maatgevende stroomlijnen zien door de passage van de Schedeldoekshaven. Zoals bij de passage in de Turfmarkt, zal ook hier altijd een hoger risico op windhinder zijn. In dit geval is er zelf een beperkt risico op windgevaar. Dit zou gemitigeerd kunnen worden door óf van de passage een windsluis te maken, óf de passage te vergroten. Bij de laatste maatregel zal er nog steeds windhinder optreden, vermoedelijk windhinderklasse D. Door de wind meer ruimte te geven zou wellicht het optreden van windgevaar kunnen worden geminimaliseerd.

N

Het effect van de genoemde maatregelen dient nader te worden onderzocht en gevalideerd bij verdere uitwerking van het bouwplan.

N

Wind vanuit ZZW. laag

hoog

Figuur 4.3g: Stroomlijnen in de passage in het verlengde van de Schedeldoekshaven (Variant 2)

N

N

Wind vanuit WZW.

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

laag

hoog

19

4.4 Schedeldoekshaven - windgevaar Zoals te zien in figuur 4.4a is er in de bestaande situatie geen risico op windgevaar in het gebied rondom de Schedeldoekshaven. In de toekomstige varianten zijn er wel gebieden met een beperkt risico op windgevaar.

Figuur 4.4a: Bestaande situatie

Turfmarkt

Oranjebuitensingel

Bij variant 1 is er op de locatie waar ook windhinderklasse E aanwezig is (zie figuur 4.3.b) een beperkt risico op windgevaar. Bij variant 2 ligt deze op dezelfde locatie in de passage tussen de Oranjebuitensingel en de Rijnstraat. In de tweede variant is de zone een stuk kleiner en heeft daarmee de voorkeur.

Den Haag Centraal Station

Rijnstraat

Schedeldoekshaven

N

Windgevaar - Overschrijdingskans 15 m/s drempelsnelheid Geen risico %

Gevaar 0,3

Den Haag Centraal Station

Turfmarkt

Figuur 4.4c: Variant 2

Oranjebuitensingel

Turfmarkt

Oranjebuitensingel

Figuur 4.4b: Variant 1

0,05

Beperkt risico

Den Haag Centraal Station

Rijnstraat

Rijnstraat Schedeldoekshaven

Schedeldoekshaven

N

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

N

20

4.5 Centraal Station - Busstation Figuur 4.5 laat de windhinderklassen zien in de bestaande (a) en de toekomstige (b/c) situaties. Door de komst van de projecten aan de Schedeldoekshaven en de nieuwbouw boven de sporen wordt het windklimaat op het busstation slechter; van overwegend windhinderklasse A, naar overwegend C, met enkele zones met windhinderklasse D (matig geschikt voor de activiteit doorlopen). Variant 2 laat hierbij een gunstiger windklimaat zien.

Figuur 4.5a: Bestaande situatie Den Haag Centraal Station

Prins Bernh ardv

iaduct

N

Windhinder - Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid A %

B 2,5

C 5

D 10

E 20

Figuur 4.5b: Variant 1

Figuur 4.5c: Variant 2 Den Haag Centraal Station

Prins Bernh ardv

Den Haag Centraal Station

Prins Bernh ardv

iaduct

N

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

iaduct

N

21

Figuur 4.5d laat zien dat er een versnelling van de wind plaatsvindt door het gat in het nieuwe gebouw ten zuiden van het busstation. Het huidige geblokte bouwvolume met het rechthoekige gat heeft grote invloed op de drukverschillen en de mogelijkheid van versnelling van wind. Als suggestie wordt voorgesteld om een meer organisch, getrapt en waar mogelijk afgerond bouwvolume te ontwerpen, waarin de wind op een natuurlijke en logische wijze wordt geleid.

Figuur 4.5d: Stroomlijnen door het gat naar het busstation van Den Haag CS (Variant 2)

De verhoging van windhinderklasse A/B naar windhinderklasse C/D is toe te schrijven aan de toevoeging van hoogbouw aan de Schedeldoekshaven en het gebouw op het busstation. De toevoeging van hoogbouw aan de Schedeldoekshaven zorgt ervoor dat er meer wind over het Prins Bernhardviaduct en door de Ammunitiehaven stroomt. Vervolgens stroomt deze wind richting het busstation waar deze versnelt in de vernauwing die gecreëerd wordt door de nieuwbouw, zoals weergegeven in figuur 4.5e. In de toekomstige plannen liggen de zones met windhinderklasse D met name bij de trappen die naar het busstation leiden. Een mogelijke verbetering zou kunnen zijn het verplaatsen van de trappen richting het noorden en het verplaatsen van de fietsenstalling richting het zuiden in de richting van het Prins Bernhardviaduct. Zo liggen de trappen in een windluwe zone en zou de fietsenstalling de wind kunnen blokkeren. Door de complexiteit van de windstroming in dit gebied zou deze maatregel moeten worden doorgerekend om te bepalen of deze effectief is bij verdere uitwerking van het bouwplan.

N

Wind vanuit ZZW. N

laag

hoog

Figuur 4.5e: Stroomlijnen over de trappen naar het busstation van Den Haag CS (Variant 2)

N

N

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Resultaten

Wind vanuit ZZW. laag

hoog

22

5 Conclusie Dit rapport beschrijft een windonderzoek uitgevoerd door Actiflow voor het project "CID, deelgebied Den Haag Centraal Station". Door de plaatsing van de nieuwbouw zal het lokale windklimaat beïnvloed worden. Actiflow is gevraagd een onderzoek uit te voeren op basis van de Nederlandse norm “NEN 8100:2006: Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving”. Hierbij is een geometrisch model van het gebouw en zijn omgeving opgesteld. Een rekenrooster met hoge resolutie is rond deze geometrie opgetrokken als basis voor Computational Fluid Dynamics (CFD)-simulaties van de windstroming.

• Hoewel beide varianten van de toekomstige situatie een invloed hebben op het windklimaat op voetgangersniveau in het gebied rondom Schedeldoekshaven, heeft variant 2 de voorkeur boven variant 1. Met name omdat bij variant 2 er geen windhinderklasse E optreedt en het gebied met een beperkt risico op windgevaar kleiner is. Bij de keuze van verdere maatregelen die genomen dienen te worden en het beoordelen van hun effectiviteit kan Actiflow geraadpleegd worden.

Het windonderzoek laat het volgende zien: • Het heersende windklimaat in de bestaande situatie van het projectgebied en in variant 1 van de toekomstige situatie varieert van windhinderklasse A (geschikt voor alle activiteiten) tot E (ongeschikt voor alle voetgangersactiviteiten). • Het heersende windklimaat in de toekomstige situatie van variant 2 varieert in het projectgebied van windhinderklasse A (geschikt voor alle activiteiten) tot D (matig geschikt voor de activiteit doorlopen). • Het windklimaat in de toekomstige situaties laat een beeld zien wat past bij een gebied met veel hoogbouw. Hierbij is het verstandig om eventuele windrijke zones te verminderen in aard en omvang en zodanig te positioneren dat deze niet leiden tot een negatief effect op de beleving van de openbare ruimte. Naar aanleiding van deze resultaten kunnen nieuwe plannen worden geoptimaliseerd, waarbij rekening gehouden kan worden met de windrijkere zones in het plangebied. Bij de uitwerking van de afzonderlijke bouwplannen dient het windklimaat getoetst te worden in het licht van de normstelling. • Er is in de bestaande situatie geen risico of beperkt risico op windgevaar gevonden in het plangebied. In de toekomstige situaties is er wel een zone met beperkt risico op windgevaar gevonden.

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Conclusie

23

A Inlegvel NEN 8100:2006 Project

Projectgegevens

Projectnaam

CID, deelgebied Den Haag Centraal

Opdrachtgever

Gemeente Den Haag

Projectleider Actiflow

ir. Thomas Bolster

Datum

18-9-2023

Model

Algemene gegevens van het model

Omvang gemodelleerd gebied

Bebouwing binnen 300 m rondom deelgebied

Kerngebied

Deelgebied en de directe omgeving

Omgeving

Omgeving in versimpelde bouwvolumes, gedetailleerd nabij het kerngebied

Afmetingen model

Rond met straal 2.250 m en hoogte 1000 m

Blokkeringsgraad

Maximaal 3 %

Gegevensverwerking en beoordeling Amersfoortse coördinaten van de locatie

Randvoorwaarden

Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur FVM (eindige volume methode) FEM (eindige elementen methode) Programmatuur: OpenFOAM Versie: of2206 drie-dimensionaal tijd-onafhankelijk isothermisch passieve scalars thermisch twee-dimensionaal tijd-afhankelijk actieve scalars Overige: Hybride ongestructureerd: tetraëders en hexaëders met prismalaag Bestaande situatie: 53.002.109 cellen Toekomstige situatie variant 1: 38.790.939 cellen Toekomstige situatie variant 2: 56.411.401 cellen SST k-ω Snelheidscomponenten: linearUpwindV cellLimited leastSquares 1 Turbulente grootheden: limitedLinear 1 Scalaire variabelen: n.v.t. Gebruikte randvoorwaarden

Instroomprofiel

Logaritmische atmosferische grenslaag, z0 = 1,6m

Uitlaat

Druk-uitlaat

Boven-/Zijwanden

Slipwanden

Vloer/bodem

No-slip, ruwe wand

Overige

No-slip, ruwe wand/gladde wand

Programmatuur

Algemeen

Rekenrooster Turbulentiemodellering Convectieve differentieschema's

X: 082121

Y: 455168

VDR m/s

Gewenste kwaliteitsklasse

Overschrijdingskans % p (VLOK > VDR;H)

Beoordeling

Doorlopen

5,0

A,B,C

p < 10

Goed

Slenteren

5,0

A,B

p<5

Goed

Zitten

5,0

A

p < 2,5

Goed

Regionale correctie

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

15

n.v.t

0,05 < p < 0,30

beperkt risico

15

n.v.t

p ≥ 0,3

gevaarlijk

Toegepaste eisen

Voor comfort

Bomen en struiken: poreuze zone Gemodelleerd groen Onderzochte windrichtingen (minimaal 3 x 12 (rondom in stappen van 30 graden) 12 over de windroos) Onderzochte configuraties 3 configuraties: bestaande situatie en 2 varianten van de nieuwbouw in bestaande omgeving

Computeropstelling

Informatie voor locatie en berekening windklimaat

Voor gevaar

anders

Gepresenteerde resultaten

Windhinder contouren en klassenindeling, windgevaar contour

Opmerkingen en eventuele conclusies Geen van proefoverschrijdend belang

CID deelgebied Den Haag Centraal - CFD-onderzoek windhinder en windgevaar Bijlage

24

B Frequentietabel uurgemiddelde windrichting en snelheid FREQUENTIETABEL VAN DE 60 METER WINDSNELHEID DISTRIBUTIEF RELATIEF IN PERCENTAGES Amersfoortse Coördinaten: X: 082121 Y: 455168 Jaar 1963-2002

Windsnelheid [m/s]

N 345° - 15°

NNO 15° - 45°

ONO 45° -75°

O 75° - 105°

OZO 105° - 135°

ZZO 135° - 165°

Z 165° - 195°

ZZW 195° - 225°

WZW 225° - 255°

W 255° - 285°

WNW 285° - 315°

NNW 315° - 345°

Cumulatief

0,0 - 0,9

0.18

0.17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14067557/1