CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318397 Aanpassing beleidsregel nadeelcompensatie

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Aanpassing beleidsregel nadeelcompensatie (RIS318397)2.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

114

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan: de Gemeenteraad

DSB/10713074 RIS318397 Contactpersoon

Otto den Ouden Dienst

Stadsbeheer Afdeling

Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

25 maart 2024

otto.denouden@denhaag.nl

Onderwerp

Aanpassing beleidsregel nadeelcompensatie

Den Haag is, net als elke andere grote stad, continu in ontwikkeling. Dat de gemeente (onderhouds)werkzaamheden laat uitvoeren, is onlosmakelijk verbonden aan leven en ondernemen in de stad. Het uitvoeren van deze werkzaamheden kan worden gekwalificeerd als rechtmatig overheidshandelen. De gemeente doet er alles aan om overlast en nadeel voor ondernemers en inwoners tot een minimum te beperken. Toch is niet uit te sluiten dat sprake kan zijn van enige overlast of ander nadeel. In sommige gevallen kan dit van zodanige aard zijn, dat dit door de gemeente gecompenseerd moet worden. In dat geval spreken we over nadeelcompensatie. Wat is nadeelcompensatie? Nadeelcompensatie is compensatie voor nadeel dat wordt geleden als gevolg van werkzaamheden (rechtmatig optreden) van de gemeente, die iemand onevenredig zwaar treft. Dit is een wettelijke vereiste. Bijvoorbeeld als de werkzaamheden van de gemeente leidt tot verslechterde bereikbaarheid van ondernemers, waardoor hun omzet lager wordt. Beleidsregel voor nadeelcompensatie Op 18 oktober 2022 is de “Beleidsregel nadeelcompensatie Den Haag 2022” door het college vastgesteld (RIS313428). Sinds de zomer van 2023 zijn veel aanvragen voor compensatie binnengekomen vanuit het Zeeheldenkwartier. Dit vanwege de werkzaamheden rond tram 16/17 en het Piet Heinplein. Dit heeft geleid tot meerdere gesprekken in de commissie Bestuur.

Op basis van klachten van ondernemers over de onduidelijkheid van de regeling heeft het college besloten de beleidsregel aan te passen. Tijdens de raadsvergaderingen van 7 september en 30 november 2023 zijn moties aangenomen waarin suggesties zijn gedaan voor de inhoudelijke aanpassing van de nadeelcompensatieregeling Er zijn ambtelijk bijeenkomsten georganiseerd met experts en met een aantal andere gemeenten (o.a. Rotterdam, Leiden en Amsterdam). Op basis van deze informatie en de rechtspraak heeft het een nieuwe beleidsregel vastgesteld (RIS318395).

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10713074

Op 20 maart bent u op uw verzoek in een technische sessie door ambtenaren bijgepraat over de voorgenomen wijzigingen van de regeling. Na afloop heeft u hierop uw reflecties meegegeven. Ook deze input is meegenomen in de nu vastgestelde regeling. Naar aanleiding van uw reflecties zijn de toelichtingen van artikel 7 (duidelijkere uitleg wat er nodig is om aan te tonen dat een onderneming een zelfstandige entiteit is met betrekking tot de concernbenadering) en artikel 9 ten aanzien van voorzienbaarheid. De beleidsregel is aangepast ten aanzien van: het percentage omzetderving om in aanmerking te komen voor compensatie; het toepassen van een vast kortingspercentage in plaats van een staffel; de tekst over schade bij kostenverhoging is geschrapt; de periode waarover de schade wordt berekend; de zogenaamde concernregeling; een verduidelijking van de voorzienbaarheid in relatie tot de schadeoorzaak. Uitgangspunten van de nadeelcompensatieregeling Bij het bepalen of iemand recht heeft op nadeelcompensatie wordt een aanvraag aan een aantal criteria getoetst. Twee criteria wil het college uitgebreider toelichten, namelijk: normaal maatschappelijk risico en voorzienbaarheid. Normaal maatschappelijk risico Het ‘normaal maatschappelijk risico’ of het ‘normaal ondernemersrisico’ is het risico waarmee iedereen te maken kan krijgen en waarmee iedereen rekening moet/had kunnen houden.

Veel van de werkzaamheden die in de stad worden uitgevoerd, gelden dan ook als normale maatschappelijke ontwikkelingen, waar iedereen mee geconfronteerd kan worden en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening zijn van de getroffenen. Veel werkzaamheden of handelingen van de gemeente waarvan men enige overlast of financieel nadeel ondervindt, vallen onder het normaal maatschappelijk risico en komen daarom niet voor enige compensatie in aanmerking. Bij onevenredig nadeel dat de benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft en dat het normaal maatschappelijk risico te boven gaat, heeft men recht op nadeelcompensatie. Voorzienbaarheid Een ander punt is of de schadeoorzaak wel of niet voorzienbaar was. Een schadeoorzaak is voorzienbaar als de gemeente een concreet voornemen vooraf openbaar heeft gemaakt en dat er aanleiding bestond daar rekening mee te houden. Het gaat bijvoorbeeld om strategische plannen, (ontwerp-) structuurvisies, beleidsprogramma’s, of ontwerpbesluiten waarin het voornemen voor een infrastructureel project wordt aangekondigd. Te denken valt aan voornemens voor een nieuwe openbaar vervoersverbinding zoals een busbaan of tramlijn, de herstructurering van een centrumgebied, de aanleg van parkeergarages of het autoluw maken van een binnenstad.

Het moment vanaf wanneer voorzienbaarheid moet worden aangenomen laat zich niet eenvoudig in een vaste regel vatten. Per situatie zal dit moeten worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden. Volgens de “Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen” van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn concrete beleidsvoornemens die door de overheid zijn gepubliceerd de belangrijkste bron van risicoaanvaarding.

2/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10713074

Hierbij wordt volledigheidshalve nog opgemerkt dat de beleidsregel alleen betrekking heeft op tijdelijke inkomensschade en niet op vermogensschade in de vorm van waardevermindering van onroerende zaken. Aanvraag nadeelcompensatie Om in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie is een drempel ingesteld in de vorm van een percentage van de omzetderving of brutowinstderving In de huidige regeling (die aansluit bij de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen van het ministerie BZK) worden verschillende percentages gehanteerd voor ondernemingen in verschillende branches (staffel). Op deze wijze kan maatwerk worden geleverd. Dit blijkt te leiden tot onduidelijkheid. Nu wordt voorgesteld om over te gaan tot een vast drempelpercentage. Hoewel in de motie ‘Eerlijke compensatie (RIS316500) wordt uitgegaan van een drempel van 5%, heeft het college besloten een drempel van 8% van de omzetderving te hanteren. Dit percentage komt overeen met een omzetverlies van een maand, en wordt ook door andere gemeenten, alsmede in de rechtspraak gehanteerd. Wanneer het percentage op 5% wordt gesteld kan dit leiden tot overcompensatie. Wanneer het omzetverlies of de brutowinstderving boven de drempelwaarde van 8% komt, wordt een schadeverzoek verder in behandeling genomen.

In die gevallen kan een verzoek om compensatie voor toewijzing in aanmerking komen en zal worden gekeken naar de andere voorwaarden, zoals causaliteit, risico-aanvaarding (voorzienbaarheid), schadebeperking of een eventuele verzekering. De berekening van de schade vindt plaats door schade-experts. Het bepalen van het schadebedrag blijft altijd lastig, omdat wel bekend is wat de omzet was tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden, maar omdat nooit exact bepaald kan worden wat de omzet geweest zou zijn wanneer de werkzaamheden niet zouden zijn uitgevoerd. Het schadebedrag wordt zo zorgvuldig mogelijk vastgesteld door externe schade-experts, maar kan daardoor ook altijd ter discussie worden gesteld. Daarom wil het college het advies dat door de externe schade-experts is vastgesteld als basis nemen voor het besluit. Om het schadebedrag te kunnen berekenen zullen, voor zover van toepassing, de volgende documenten van de aanvrager worden gevraagd: • begin- en einddatum schade, straatnaam en omschrijving van de financiële schade (verlies aan omzet of inkomsten); • beschrijving hoe en waardoor de schade is ontstaan; • verlies- en winstrekening over de 3 volle kalenderjaren vóór het startjaar van het project of de werkzaamheden: o De 3 vorige jaren mogen soms ook andere kalenderjaren zijn. Dit mag alleen als de 3 vorige jaren geen goed beeld geven van de verlies- en winstrekening.

o Bestaat de onderneming pas 2 jaar en was de schade niet te verwachten? Dan mag de verlies- en winstrekening van de afgelopen 2 jaar ingediend worden. De gemeente maakt dan een inschatting van de schade. o Een ondernemer mag ook tijdens het schadejaar zelf een aanvraag doen voor nadeelcompensatie. De gemeente beoordeelt de aanvraag dan als het jaar is afgelopen. En nadat de ondernemer alle gegevens die nodig zijn voor dat jaar heeft opgestuurd en door de gemeente zijn ontvangen; • kwartaalaangiften btw over de 3 volle kalenderjaren vóór het startjaar van het project of de werkzaamheden; • kwartaalaangiften btw van het volledige jaar waarin de werkzaamheden werden gedaan:

3/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10713074

o in de periode waarin de werkzaamheden nog niet zijn gestart of reeds zijn beëindigd; o tijdens het project of de werkzaamheden; • maandomzetcijfers van de 3 volle jaren voor het startjaar van het project of de werkzaamheden; • huurcontract (als er een huurovereenkomst is); • uittreksel KVK (Kamer van Koophandel); • een volmacht (toestemming), als de nadeelcompensatie wordt aangevraagd voor een ander; • een berekening van het nadeel dat is geleden. De gemeente levert ook de relevante documenten aan ten aanzien van de besluitvorming over het project, projectaanpak, communicatie met de omgeving etc. Het hanteren van een kortingspercentage Nieuw is dat na de omzetdrempel van 8% een kortingspercentage wordt gehanteerd. Als de claim in behandeling kan worden genomen omdat de omzetderving groter is dan 8%, wordt daarna eerst het totale schadebedrag bepaald. Op dit totale schadebedrag wordt een kortingspercentage toegepast dat voor eigen risico (het normaal maatschappelijk risico) van de aanvrager blijft. Het bedrag dat overblijft is dan het bedrag dat wordt uitgekeerd als nadeelcompensatie. In de eerste 12 maanden bedraagt het kortingspercentage 25%, in de tweede 12 maanden 12,5% en voor de periode daarna volgt er geen kortingspercentage. Deze laatste percentages zijn overgenomen uit de motie.

In de eerdere beleidsregel werd het drempelpercentage via een staffel nog afhankelijk gesteld van de brutowinstmarge. Deze aanpak is dus vervangen door de drempel van 8% omzetderving en vervolgens de schadebepaling waarop een korting voor normaal maatschappelijk risico op de totale schade wordt toegepast. Het loslaten van de staffel in relatie van de brutowinstmarge kan, afhankelijk van de branche meer of minder positief uitwerken voor een ondernemer en in een enkel geval negatief. Kostenverhoging In de eerdere beleidsregel was nog voorzien in een uitwerking van de bevoegdheid van het college wanneer een bedrijf te maken heeft gekregen met een kostenverhoging. Een kostenverhoging kan ontstaan wanneer auto’s als gevolg van werkzaamheden moeten omrijden of omdat bepaalde activiteiten als gevolg van de werkzaamheden niet meer kunnen worden uitgevoerd en dat deze activiteiten moeten worden uitbesteed. Om ook deze bedrijven tegemoet te komen, werd op basis van de normbrutowinstmarge die boven een bepaalde drempel uitkomt ook een staffel geïntroduceerd, om het schadebedrag te bepalen. Omdat deze tijdelijke kostenverhoging nauwelijks voorkomt en om de regeling zo eenvoudig mogelijk te houden, is in de onderhavige beleidsregel de uitwerking van deze bevoegdheid geschrapt.

4/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10713074

Jaarbasis Een andere aanpassing van de beleidsregel is dat de schade die ondernemers ondervinden niet langer wordt berekend op basis van kalenderjaren, zoals in de eerdere beleidsregel was opgenomen, maar op basis van een periode van telkens twaalf maanden. Hierbij geldt de start van de werkzaamheden als ingangsdatum voor het moment waarop de ondernemer voor het eerst hinder/nadeel ondervonden heeft. Concernbenadering Onder de nog geldende beleidsregel wordt de omzetderving bepaald op concernniveau in plaats van per vestiging. Van een concern is sprake wanneer meerdere rechtspersonen of vestigingen dusdanig met elkaar verbonden zijn dat zij een economische eenheid vormen. Bij de nieuwe concernbenadering gaat het erom dat de omzetderving op vestigingsniveau wordt genomen. Dat betekent dat eerst de omzetderving van de individuele vestiging (als zelfstandige entiteit) wordt bepaald. Is de omzetdaling van deze vestiging hoger dan 8%, dan wordt de schade minus het van toepassing zijnde kortingspercentage toegekend. Bij de afhandeling van aanvragen voor schade zal door schade-experts een beoordeling plaatsvinden op basis van de door de aanvrager daarvoor aangeleverde gegevens en hoe de ondernemer heeft gehandeld om de schade te beperken (bijvoorbeeld door personeel in te zetten in een andere vestiging).

De aanvrager moet voor het ondernemersrisico bij maatschappelijke ontwikkelingen kunnen aantonen dat er sprake is van een zelfstandige economische entiteit. Hiervoor is bepalend dat de onderneming voor rekening en risico van de aanvrager wordt gedreven. Deze concernbenadering, die nu in de beleidsregel is opgenomen, is (afhankelijk van de branche) ruimhartiger dan die van andere overheden. In praktijk moet blijken hoe deze regeling financieel uitpakt voor de gemeente. De nieuwe concernbenadering is een afwijking van hetgeen gebruikelijk is bij de beoordeling van nadeelcompensatie. De aanvragen worden voorgelegd aan de schade-experts die de gemeente inhuurt voor de beoordeling van aanvragen om nadeelcompensatie. Deze schade-experts geven op basis van onze regeling en hun expertise een eigenstandig advies. Het advies van deze schade-experts zal door de gemeente in principe worden overgenomen. Het eerdere verzoek van de raad om grootwinkelbedrijven uit te sluiten van de concernbenadering is juridisch niet houdbaar. De beleidsregel is daarop daarom niet aangepast. Een risico van het toepassen van de nieuwe concernbenadering is dat een ruimhartige nadeelcompensatie mogelijk kan worden aangemerkt als overcompensatie. Er is een (beperkt) risico dat dit wordt aangemerkt als staatssteun.

Voorschot van maximaal 90% Voor de maximale hoogte van een voorschotbedrag is aangesloten bij het voorbeeldpercentage dat is opgenomen in de Model Verordening nadeelcompensatie van de VNG. Er is voor een percentage van maximaal 90% gekozen, omdat het voorschot bedoeld is om de continuering van de bedrijfsvoering te vergemakkelijken. Echter, wanneer de aanvrager aangeeft een lager bedrag te willen ontvangen, is dit natuurlijk ook mogelijk. Ook kan de gemeente een lager percentage als voorschot uitkeren, wanneer het risico van een voorschot van 90 % als te hoog wordt ingeschat. Iedereen kan een voorschot aanvragen, ongeacht de financiële staat van de onderneming.

5/6

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10713074

De beoordeling van een voorschot is een globale beoordeling. De definitieve beoordeling vindt plaats wanneer het werkelijke schadebedrag door de schade-expert wordt vastgesteld. Er is dus altijd risico dat een voorschot alsnog moet worden terugbetaald. Het toepassen van de beleidsregel De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent vanaf 1 januari 2024 de nieuwe Titel 4.5 (Nadeelcompensatie). De (nieuwe) beleidsregel heeft daarom alleen betrekking op het recht zoals dat gold voor 1 januari 2024: • op schade, veroorzaakt door een besluit dat werd bekendgemaakt of een handeling die werd verricht voor het tijdstip waarop die wet voor dat besluit of die handeling in werking is getreden; • op schade, veroorzaakt door een handeling ter uitvoering van een besluit dat werd bekendgemaakt voor het tijdstip waarop die wet voor dat besluit in werking is getreden, en • op schade, veroorzaakt door latere besluiten of andere handelingen ter uitvoering van diezelfde activiteit, als het eerste besluit tot uitvoering van een activiteit is genomen voor het tijdstip waarop deze wet voor dat besluit in werking is getreden. De beleidsregel geldt dus alleen voor oude gevallen. Het tijdstip waarop het schadeveroorzakende besluit bekend is gemaakt of de schadeveroorzakende handeling is verricht (vóór of na 1 januari 2024), is daarbij bepalend voor de vraag of de onderhavige beleidsregel van toepassing is.

Om invulling te geven aan Titel 4.5 van de Awb wordt momenteel een voorstel voor een verordening voorbereid, welke gelijkwaardig is aan de nu aan te passen beleidsregel. Deze verordening zal ter besluitvorming voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Tot slot Het college vertrouwt erop dat de beleidsregel voor nadeelcompensatie hiermee tegemoet komt aan de wensen van de raad zoals vastgelegd in de daarvoor ingediende moties. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13964848/2