CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318383 Kapot procederen kleine ondernemer

Commissie Bestuur 5 juni 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

28 mei 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op schriftelijke vragen van het raadslid de heer Sluijs, luidend: ‘Kapot procederen kleine ondernemer’

BSD/10748438 RIS318383

Het raadslid de heer Sluijs heeft op 21 maart 2024 een brief met daarin negen vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.

Is het college bekend met het artikel ‘Juridische strijd om café gaat door’ van AD Haagsche Courant?

Ja. 2.

Kan het college bevestigen dat de Raad van State de burgemeester heeft opgedragen om met nieuwe argumenten te komen waarom hij het muziekcafé aan de Thomsonlaan destijds heeft gesloten?

Ja, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) oordeelt dat het besluit tot intrekking van de vergunningen voor het muziekcafé niet kan worden gebaseerd op de grondslag dat de exploitant ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ is. De ABRvS biedt de gelegenheid om het besluit alsnog te baseren op een andere grondslag; de nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat. 3.

Wat zijn die nieuwe argumenten?

Het college stelt zich op dit moment op het standpunt dat deze ondernemer met zijn exploitatie van het muziekcafé het woon- en leefklimaat ernstig heeft aangetast. Ondanks meerdere lasten onder dwangsom om deze overlast te stoppen, heeft de ondernemer volhard in dat overlastgevende gedrag. Het doel van het intrekken van de exploitatievergunning is om het woon- en leefklimaat voor omwonenden te beschermen. Hierbij moet worden opgemerkt, dat er naar aanleiding van de uitspraak van de ABRvS binnenkort een nieuwe hoorzitting van de Adviescommissie bezwaarschriften van de gemeente Den Haag zal plaatsvinden en dat deze adviescommissie vervolgens een advies aan het college zal uitbrengen over de nieuw te nemen beslissing op bezwaar. Op basis van dit advies zal een nieuwe heroverweging plaatsvinden en een beslissing op bezwaar worden genomen, waarin de argumenten voor die beslissing zullen worden uiteengezet. 4.

Gaat het college uitvoering geven aan de uitspraak van de Raad van State om binnen zes weken met een nieuwe motivering te komen? Zo ja, waarom?

Ja. Zie het antwoord op vraag 3. 5.

Kan het college toelichten waarom de burgemeester destijds het argument van 'slecht levensgedrag' heeft gebruikt als reden voor de sluiting van de Pancho Bar, en hoe dit zich verhoudt tot de bevindingen van de Raad van State?

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10748438

6.

In schriftelijke vragen uit 2020 (RIS305280) stelde Hart voor Den Haag al dat het etiket ‘slecht levensgedrag’ een ‘zeer vergaande stap’ is. De Raad van State geeft de gemeente hier nu een flinke tik voor op de vingers. Is het college het met Hart voor Den Haag eens dat het etiket 'slecht levensgedrag' de kwestie een onnodig en onevenredig zwaar stempel heeft gegeven? Zo nee, waarom niet?

Ad 5 en 6 Exploitanten hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de onderneming en de openbare orde en veiligheid. Zij dienen verstoring van de openbare orde, zoals overlast, te voorkomen en te beperken. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor (de veiligheid van) hun personeel, bezoekers en de directe omgeving van de onderneming. Daarom geldt voor meerdere vergunningen die de burgemeester op grond van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag en de Alcoholwet kan verlenen, dat exploitanten ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ mogen zijn. De term ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ is dus een wettelijke term die al geruime tijd wordt toegepast in onder meer de Alcoholwet en de APV. Bij de invulling van dit criterium komt de burgemeester beoordelingsruimte toe. Per geval moet hij onderbouwen welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen. In 2020 lag er een concreet verzoek van een omwonende om op basis van het levensgedragcriterium tot handhaving over te gaan. De feiten en omstandigheden waren destijds van dien aard dat is geoordeeld dat het besluit tot intrekking van de vergunningen daarop kon worden gebaseerd. Hangende het beroep is de jurisprudentie over het levensgedrag echter gewijzigd, waardoor minder snel een beroep daarop kan worden gedaan.

Met de wetenschap van nu had het besluit tot intrekking van de vergunning dus moeten worden gebaseerd op de algemene grondslag dat de exploitatie niet het woon- en leefklimaat nadelig mag beïnvloeden. In tegenstelling tot de rechtbank, geeft de Raad van State de mogelijkheid om dat alsnog te doen. 7.

Wat is de reden dat de gemeente Den Haag ervoor heeft gekozen om het advocatenkantoor Pels Rijcken in te schakelen in deze zaak, terwijl er een duidelijke uitspraak van de raad ligt dat de samenwerking met dit kantoor gestopt zou worden?

De motie van 25 november 2021 is afgedaan bij raadsmededeling van 10 februari 2022 (RIS310784). In de afdoening staat dat de raamovereenkomst met Pels Rijcken op 31 december 2021 is geëindigd en dat er wordt gewerkt aan een nieuwe inrichting van de inhuur van advocatendienstverlening. Daarover bent u met tussenrapportages en een eindrapportage geïnformeerd (RIS311074, RIS311507, RIS312284, RIS313567 en RIS315539). De nieuwe werkwijze is dat -naast de eigen advocaten in dienstbetrekking- met meerdere externe kantoren kan worden samengewerkt, waaronder Pels Rijcken. 8.

Welke kosten zijn er met deze juridische strijd gemoeid?

De kosten bedragen circa € 30.000,-. Het gaat daarbij om het voeren van de gerechtelijke procedure en de advisering over de nieuwe beslissing op bezwaar. 9.

Is het college bereid om excuses aan te bieden aan de voormalige eigenaar van het café voor de persoonlijke en financiële schade die hij heeft geleden als gevolg van de gedwongen sluiting en het daaropvolgende juridische proces? Zo nee, waarom niet?

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10748438

Nee, daar bestaat nu geen aanleiding toe. Het college is thans immers van mening dat de intrekking van de exploitatievergunning gerechtvaardigd is uit het oogpunt van de bescherming van het woon- en leefklimaat. Zie verder het antwoord op vraag 3. 10. Kan het college aangeven hoe het optreden van de gemeente zich verhoudt tot het streven naar een rechtvaardig en proportioneel beleid ten aanzien van kleine ondernemers in Den Haag? Het college streeft altijd naar rechtvaardige en proportionele besluitvorming, waarbij de belangen van de belanghebbenden zorgvuldig worden gewogen. In sommige gevallen kan er sprake zijn van tegenstrijdige belangen, zoals in dit geval het financiële belang van de ondernemer en het belang van de omwonenden bij het tegengaan van een te nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14204583/1