RIS318358 Stand van zaken project Steenzicht na uitspraak voorzieningenrechter
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Martijn Balster Wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
DSO/10720872 RIS318358 Contactpersoon
Pieter Birnage Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Zuidwest Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
19 maart 2024
Pieter.birnage@denhaag.nl
Onderwerp
Stand van zaken project Steenzicht na uitspraak voorzieningenrechter
Geachte voorzitter, Op 15 maart heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in het kader van het verzoek van de bezwaarmakers (bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust en SOS Den Haag) om een voorlopige voorziening te treffen tegen de omgevingsvergunning Steenzicht. Deze voorziening was aangevraagd hangende het beroep tegen ‘de beslissing op bezwaar’ van 18 december 2023, waarmee de omgevingsvergunning definitief is verleend voor het bouwplan Steenzicht. Met deze brief informeert het college u over de uitspraak en het vervolgproces. Uitspraak van de rechtbank De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af. Dat betekent dat de bouwwerkzaamheden mogen doorgaan. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen bij voortzetting van de bouwwerkzaamheden in dit geval zwaarder wegen dan het belang van verzoeksters. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in overweging dat het bouwplan voorziet in een aanzienlijk aantal (sociale) huurwoningen, waaraan in Den Haag een grote behoefte bestaat. Een deel van deze woningen is bovendien bestemd voor mensen die woonden in de woningen die ten behoeve van het bouwplan zijn gesloopt. Het stilleggen van de bouwwerkzaamheden zou betekenen dat zij aanzienlijk langer moeten wachten op hun nieuwe woning.
De gronden die zijn aangevoerd in het bezwaar zien in essentie op uitvoeringsaspecten en leveren naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet een zodanig zwaarwegend belang op dat dit het geheel stilleggen van de bouwwerkzaamheden rechtvaardigt.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10720872
Consequenties van de uitspraak Doordat de voorlopige voorziening niet is toegekend, mag de bouw in ieder geval doorgaan totdat op het beroep is beslist bij de rechtbank. Afhankelijk van de agendering door de rechtbank is de verwachting dat dit niet voor het eind van 2024 zal plaatsvinden. Het college is blij dat de rechtbank heeft bevestigd dat de voortgang van Steenzicht van belang is, niet alleen voor mensen die nu op zoek zijn naar een sociale huur of middenhuur-woning, maar ook voor de herhuisvesting van huurders uit andere complexen die worden aangepakt. Met de geplande oplevering kunnen zoveel mogelijk huurders die moeten uitverhuizen, direct van een nieuwe woningen worden voorzien. Hiermee wordt onnodig twee keer verhuizen vermeden. Het is goed dat de omwonenden in de Zichten niet onnodig lang geconfronteerd worden met de bouwplaats in zijn huidige toestand maar dat er doorgebouwd mag worden. Omdat een rechter de kansen van het slagen van het beroep moet meenemen bij zijn wegingen, biedt deze uitspraak perspectief op een positieve uitspraak bij de definitieve behandeling van het beroep.
Vervolgproces Er zijn theoretisch twee opties om het vervallen van de planologische grondslag, die door het vernietigen van het bestemmingsplan Steenzicht nu ontbreekt, te herstellen, zodat de beoogde woningbouw doorgang kan vinden, met inachtname van de elementen uit de uitspraak van de Raad van State. Dat kan via een aanpassing van het omgevingsplan vanuit de gemeente of via een omgevingsvergunning ‘strijdig gebruik’ (nu BOPA), in te dienen door de initiatiefnemer. Na de uitspraak over het bestemmingsplan heeft Heijmans proactief gehandeld door zo snel mogelijk een procedure voor een nieuwe omgevingsvergunning in gang te zetten met de aanvraag van 27 december 2023. Deze vergunning ziet op de afwijking van het bouwplan op het originele bestemmingsplan Bouwlust. Hiermee kan het ontbreken van de planologische grondslag worden hersteld, die is ontstaan door het vernietigen van het bestemmingsplan Steenzicht. De vergunning borgt ook dat de door de Raad van State gesignaleerde omissies binnen het vernietigde bestemmingsplan worden hersteld in de omgevingsvergunning. De planologische kwaliteit/ zeggingskracht is gelijk. In beide gevallen gaat het om een toestemming om de ruimte op een bepaalde manier te mogen gebruiken, namelijk voor de beoogde woningen.
Omdat de nieuwe aanvraag is ingediend vóór 1 januari 2024, dient ook deze aanvraag (voor een vergunning op grond van het oude bestemmingsplan) behandeld te worden volgens de regels van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (‘oude recht’), vanwege de toepassing van artikel 4.3, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. De vergunningsprocedure uit de Omgevingswet is dus niet van toepassing. Dit betekent dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure doorlopen moet worden voordat een beslissing kan worden genomen op de aanvraag. Het college is het bevoegd gezag om te beslissen op de aanvraag, maar mag pas een (ontwerp)beslissing nemen nadat de raad een besluit heeft genomen over het geven van een (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen. Deze zal naar verwachting nog voor de zomer worden voorgelegd aan de gemeenteraad. De nieuwe vergunning zal in ontwerp ter inzage worden gelegd voor een periode van zes weken waarbinnen zienswijzen kunnen worden ingediend. De lopende bodemprocedure in beroep tegen ‘de beslissing op bezwaar’ van 18 december 2023, heeft geen invloed op de behandeling van deze nieuwe aanvraag voor een omgevingsvergunning “strijdig gebruik” onder het oude bestemmingsplan van 27 december 2023.
Na afgifte van de omgevingsvergunning “strijdig gebruik” kunnen ook beroepen ingediend worden, waarvan het college zal verzoeken om die samen te behandelen met de lopende bodemprocedure. Derden kunnen dus ook tegen de nieuwe vergunning (om af te mogen wijken van het bestemmingsplan) opkomen als zij dat wensen.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10720872
Consequenties voor vervolgplannen De lopende procedures bij het plan Steenzicht (bodemprocedure en de nieuwe aanvraag omgevingsvergunning) hebben geen directe invloed op de voortgang van de lopende planologische besluitvorming over de overige deelplannen. De uitspraak betekent dat de gevreesde vertraging in de herhuisvesting vooralsnog ook niet meer aan de orde is. Voor de ontwerpbestemmingsplannen voor Zichten 2, 3 en 7 en Dreven 1 is de inzagetermijn inmiddels verstreken. Er zijn 7 zienswijzen ingediend. Momenteel wordt gewerkt aan de verwerking hiervan. Voor zover de onderdelen waarop het bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht is vernietigd, niet goed opgenomen zijn in de ontwerpbestemmingsplannen Zichten 2, 3 en 7 en Dreven 1, worden deze hersteld in het bestemmingsplan dat u binnenkort ter besluitvorming wordt aangeboden. Met vriendelijke groet, de wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest Martijn Balster
3/3