RIS318306 Afdoening motie Meer inzicht in normvergoeding onderwijshuisvesting
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
OCW/10915605 RIS318306 Contactpersoon
Jonathan van de Bilt Dienst
Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
OCW Onderwijshuisvesting Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
8 juli 2025
jonathan.vandebilt@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Meer inzicht in normvergoeding onderwijshuisvesting’
Uw raad heeft, tijdens de bespreking van het gewijzigd voorstel van het college inzake vaststelling actualisatie/herziening Integrale Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs Den Haag 2024-2034 (RIS317535) op 14 maart 2024, de door het raadslid mevrouw Verduin ingediende motie ‘Meer inzicht in normvergoeding onderwijshuisvesting’ (RIS318306) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: • de normbekostiging en -vergoedingen van omliggende gemeenten/G4 afwijken van de door Den Haag gehanteerde normbekostiging en -vergoedingen; • het lastig is de normvergoedingen van de verschillende gemeenten te vergelijken door een verschillende berekeningsmethodiek; • de normbekostiging in Den Haag gestoeld is op een leerling-afhankelijk deel/VNG en een lokatie-afhankelijk deel (welke type stad); • de normvergoedingen die in Rotterdam, Amsterdam en Utrecht worden gehanteerd hoger zijn, ook door hogere kwaliteitseisen, aldus de wethouder. Van mening dat: • de wens vanuit schoolbesturen voor meer financiële ruimte bij nieuw- en verbouw van onderwijshuisvesting in Den Haag vanzelfsprekend aan de onderhandelingstafel met scholen uitonderhandeld moet worden; • de raad zich in dit onderhandelingsproces niet wil/moet mengen maar wel overtuigd moet zijn dat de door Den Haag gehanteerde normvergoedingen realistisch zijn.
Overwegende dat: • gemeenten zelf een normvergoeding voor onderwijshuisvesting mogen bepalen, die passend is bij de gevraagde kwaliteitseisen aan nieuw- en verbouw; • Den Haag steeds meer eisen stelt aan duurzame onderwijshuisvesting, zoals (bijna) energieneutrale gebouwen, inclusief onderwijs, 100% toegankelijkheid etc.;
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10915605
• • •
de gemeentelijke begroting in de eerste jaren in voldoende investeringsruimte voor deze IHP voorziet, gebaseerd op de huidige normvergoeding; de mogelijkheden voor de financiering van onderwijshuisvesting op de lange termijn nog onderzocht worden; het voor het vaststellen van toekomstige Haagse normvergoedingen gewenst is om meer inzicht te krijgen in de gehanteerde normvergoedingen en hogere (kwaliteits-)eisen bij andere gemeenten.
Verzoekt het college: • om een indicatie te geven van hoe de Haagse normbekostiging voor onderwijshuisvesting zich verhoudt tot die in andere g4/regiogemeenten ten behoeve van de volgende coalitieonderhandelingen; • hierbij ook inzichtelijk te maken op welke punten andere gemeenten/G4 afwijken in hogere (kwaliteits-)eisen; • de raad over de voortgang uiterlijk in Q3 2024 te informeren zodat met eventuele afwijkingen rekening gehouden kan worden bij de volgende coalitie-onderhandelingen. Het college doet de motie op de volgende manier af: Gemeenten hebben een wettelijke taak om te voorzien in adequate huisvesting voor scholen basis-, speciaal en voortgezet onderwijs. In de regel vervullen gemeenten deze taak door bekostiging te bieden voor (vervangende) nieuwbouw (of, als alternatief hiervoor, renovatie) van schoolgebouwen. Schoolbesturen zijn dan bouwheer en vragen bij de gemeente (via een aanvraag voor een jaarlijks programma onderwijshuisvesting) bekostiging aan voor het bouwproject. De aanvraagprocedures voor deze bekostiging, maar ook de wijze waarop de hoogte van de bekostiging wordt bepaald en de criteria voor toekenning, leggen gemeenten vast in door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen onderwijshuisvesting. Veel (kleinere) gemeenten volgen hierin de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG.
Gemeenten zijn echter vrij om hiervan af te wijken en bijvoorbeeld hun eigen rekenwijze voor bekostiging te hanteren. Veel gemeenten hanteren een combinatie van normatieve bekostiging (o.a. op basis van aantallen en type leerlingen), aangevuld met bekostiging van meerkosten die aan de specifieke situatie van het project te wijten zijn (bijvoorbeeld extra stedenbouwkundige eisen). Het college heeft in het kader van deze motie een aantal zaken onderzocht: • •
•
Hoe de Haagse normbekostiging voor onderwijshuisvesting zich verhoudt tot landelijke kengetallen voor kosten voor nieuwe schoolgebouwen; Een vergelijking tussen de Haagse normbekostiging en de normbekostiging van de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG en de verordeningen onderwijshuisvesting van andere G4- en regiogemeenten (Delft, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk); Een inventarisatie van extra kwaliteitseisen (meer dan BBL: Besluit Bouwwerken Leefomgeving, voorheen Bouwbesluit) in de verordeningen onderwijshuisvesting van andere G4- en regiogemeenten.
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10915605
Onderstaand de belangrijkste bevindingen: Haagse normbekostiging in lijn met kostenniveau schoolgebouwen o.b.v. eisen BBL Uit een vergelijking met landelijke kengetallen blijkt dat de Haagse normbekostiging grofweg overeenkomt met de gemiddelde kosten voor een nieuw schoolgebouw dat voldoet aan de eisen uit het BBL. Dit strookt met bevindingen in de praktijk: er worden jaarlijks nieuwbouwprojecten voor scholen gerealiseerd op basis van de huidige bekostigingssystematiek; waar het relatief eenvoudige projecten betreft simpelweg op basis van de normbekostiging, bij de complexere projecten die geconfronteerd worden met diverse (stedenbouwkundige) eisen, beperkingen of randvoorwaarden aangevuld met extra locatiegebonden bekostiging. Haagse normbekostiging komt grofweg overeen met modelverordening VNG, maar sommige gemeenten hanteren hogere normbedragen Uit een vergelijking met de normbekostiging in de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG en de verordeningen onderwijshuisvesting van andere G4- en regiogemeenten blijkt dat de Haagse normbekostiging, hoewel iets lager voor basisscholen, grofweg overeenkomt met de VNG modelverordening, de onderzochte regiogemeenten (die in hun verordening onderwijshuisvesting de normbedragen uit de VNG modelverordening volgen) en Utrecht (3% boven VNG modelverordening).
Amsterdam en Rotterdam hanteren met respectievelijk ruim 140% en 110% t.o.v. de VNG een aanzienlijk hogere normbekostiging dan de rest. Basisschool Gemeente m2 bvo € €/m2 €/m2 (% t.o.v. VNG) VNG** 2.667 7.423.939 2.784 100% Den Haag 2.700 7.254.265 2.687 97% Amsterdam 2.764 10.969.981 3.969 143% Rotterdam 2.762 8.557.849 3.098 111% Utrecht 2.667 7.679.203 2.879 103% Vergelijking normbekostiging volgens lokale verordening OHV, o.b.v. basisschool 400 ll. + 1 gymzaal*, prijspeil 2023*** School voor voortgezet onderwijs (havo/vwo) Gemeente m2 bvo € €/m2 €/m2 (% t.o.v. VNG) VNG* 6.666 16.602.817 2.491 100% Den Haag 6.671 16.607.669 2.490 100% Amsterdam 6.860 24.423.981 3.560 143% Rotterdam 6.856 18.996.219 2.771 111% Utrecht 6.666 17.075.555 2.562 103% Vergelijking normbekostiging volgens lokale verordening OHV, o.b.v. vo-school (havo/vwo) 800 ll. + 2 gymzalen*, prijspeil 2023 * Er is voor gekozen om de normbedragen bij verschillende gemeenten te vergelijken op basis van enkele gangbare voorbeelden. Doordat gemeenten verschillende rekenwijzen aanhouden, kunnen percentages bij een andere omvang of andere soorten onderwijs afwijken.
In het specifieke voorbeeld voor een basisschool komt Den Haag (waar we, in tegenstelling tot andere gemeenten, vanaf een dubbelstrooms school van 17 groepen een extra speellokaal bieden) hoger uit in m2, maar relatief wat lager in € / m2 (voor speellokalen wordt een lager € /m2 gehanteerd).
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10915605
** Onderzochte regiogemeenten volgen in hun verordening OHV de normbedragen modelverordening VNG *** 2023 bleek het meest actuele jaar waarop een vergelijking o.b.v. verordeningen OHV te maken was. M.u.v. Amsterdam hanteren de onderzochte gemeenten de indexeringsmethodiek van de VNG. Normbedragen zijn sinds 2023 met ruim 19% geïndexeerd. Bij de bovenstaande vergelijking zijn enkele belangrijke nuanceringen te maken. Een eerste is dat de meeste gemeenten bovenop normatieve bekostiging in enige vorm extra bekostiging bieden voor meerkosten die aantoonbaar specifiek aan de locatie of het project te wijten zijn, zoals een complexe binnenstedelijke kavel of hoge stedenbouwkundige eisen. Voordeel hiervan is dat ook de complexere projecten afdoende bekostiging krijgen, terwijl de projecten zonder die complexiteit gewoon conform de norm bekostigd worden. Sommige gemeenten hanteren de normbedragen in de verordening onderwijshuisvesting als richtlijnen, maar bekostigen uiteindelijk het totale project op basis van werkelijke kosten. In Den Haag was de afgelopen jaren bij het merendeel van de projecten (orde van grootte 75%) in enige vorm sprake van extra locatiegebonden bouwkosten. In Den Haag zijn extra locatiegebonden bouwkosten hoger dan 10% van de normbekostiging uitzonderlijk, maar komen incidenteel voor.
Gemeente Extra locatie/project-specifieke bekostiging Maximum VNG Toeslag extra locatiegebonden bouwkosten Maximaal 5 tot 10% Den Haag Toeslag extra locatiegebonden bouwkosten Niet gespecifieerd Amsterdam Toeslag extra locatiegebonden bouwkosten Niet gespecificeerd Rotterdam Bekostiging o.b.v. werkelijke kosten* Utrecht Toeslag extra locatiegebonden bouwkosten Niet gespecificeerd Delft Bekostiging o.b.v. werkelijke kosten LeidschendamToeslag extra locatiegebonden bouwkosten Maximaal 8% Voorburg Rijswijk Toeslag extra locatiegebonden bouwkosten Maximaal 10% Mate waarin gemeenten op basis van locatie specifieke omstandigheden extra bekostiging bieden. * Rotterdam is recent overgegaan naar bekostiging op werkelijke kosten. Daarnaast is hogere normbekostiging niet persé beter. Het kan ook zijn dat gemeentes met een hoge normbekostiging in sommige gevallen nodeloos veel geld beschikbaar stellen voor schoolgebouwen, bijvoorbeeld bij relatief eenvoudige projecten. Die extra middelen leiden dan niet noodzakelijkerwijs 1 op 1 tot extra kwaliteit. De VNG werkt momenteel aan een aanpassing van de modelverordening onderwijshuisvesting (i.v.m. verwachte wijzigingen in de wetgeving). Het is nog niet duidelijk of met deze wijziging de betreffende normbedragen ook worden aangepast. Aanvullende kwaliteitseisen In de basis moeten schoolgebouwen voldoen aan het BBL (voorheen Bouwbesluit).
Eisen in het BBL gelden echter als het minimum waar gebouwen aan zouden moeten voldoen. Sommige van de onderzochte gemeenten stellen aanvullende kwaliteitseisen. In de meeste gevallen stellen zij hiervoor ook extra bekostiging (bovenop de reguliere normbekostiging en extra locatiegebonden bouwkosten) beschikbaar, bijvoorbeeld in de vorm van een toeslag of aparte subsidie.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10915605
Inventarisatie hiervan heeft het onderstaande overzicht opgeleverd: Gemeente VNG Den Haag Amsterdam Rotterdam
Binnenklimaat Frisse Scholen Klasse B** Frisse Scholen Klasse B Frisse Scholen Klasse B
Energieprestaties -
Schoolplein
Overig -
Groenblauw** Groen-blauw en uitdagend* Groen-blauw*
Trillingsvrij heien*
Utrecht - ENG* Groen-blauw* Regiogemeenten - Groen-blauw* Aanvullende kwaliteitseisen volgens lokale verordening OHV in 2023
-
* Aan deze aanvullende kwaliteitseisen is ook extra bekostiging gekoppeld. ** In Den Haag is dit de standaard, maar (nog) niet als eis voorgeschreven in de Verordening OHV. Nuancering hierbij is dat niet alle aanvullende kwaliteitseisen expliciet opgenomen worden in verordeningen onderwijshuisvesting. In specifieke ontwikkelgebieden binnen steden worden soms hogere eisen aan bijvoorbeeld duurzaamheid gesteld. In Den Haag zijn bij nieuwbouw van scholen ventilatie conform Frisse Scholen Klasse B en een groenblauw schoolplein de standaard, maar niet voorgeschreven. Conclusies en vervolgstappen Haagse normbedragen voor onderwijshuisvesting komen grofweg overeen met de normbedragen in de modelverordening onderwijshuisvesting van de VNG en zijn in lijn met het kostenniveau voor nieuwe schoolgebouwen die voldoen aan de minimale eisen in het BBL. Tegelijkertijd zijn er enkele gemeenten, met name Amsterdam en Rotterdam, die significant hogere normbedragen hanteren. Daarnaast bieden gemeenten in specifieke gevallen extra bekostiging voor meerkosten die aantoonbaar het gevolg zijn van de betreffende specifieke locatie, of bekostigen zij uiteindelijk op basis van werkelijke kosten. De uiteindelijke bekostiging kan dus sterk verschillen per gemeente en zelfs per project.
Op een aantal vlakken stellen gemeenten aanvullende kwaliteitseisen aan schoolgebouwen, boven de wettelijke minimumeisen zoals vastgelegd in het BBL. De verschillen in extra kwaliteitseisen die gemeenten eisen, verklaren echter niet (volledig) de verschillen in normbedragen, ook omdat tegenover veel van de extra eisen ook extra bekostiging wordt gesteld. Het feit dat sommige andere gemeenten hogere normbedragen aanhouden, betekent niet automatisch dat we in Den Haag onvoldoende middelen beschikbaar stellen. Mogelijk stellen we vaker of in grotere mate extra locatiegebonden bouwkosten beschikbaar (dit is lastig te vergelijken met andere gemeenten omdat vergelijkingen van individuele projecten met ieder hun eigen complexiteit appels met peren vergelijken is) en/of realiseerden we de afgelopen jaren in Den Haag - bijvoorbeeld dankzij zorgvuldige keuzes van schoolbesturen gedurende het ontwerpproces, opnieuw aanbesteden in het geval van te hoge inschrijvingen van aannemers en meer nadruk op maatwerk bij de complexe projecten in plaats van een hogere norm voor alle projecten – voor lagere kosten nieuwe schoolgebouwen dan in sommige andere gemeenten.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10915605
Tegelijkertijd geven de bevindingen wel aanleiding om kritisch te kijken naar welke kwaliteitseisen we aan schoolgebouwen stellen en in hoeverre de Haagse normbekostiging hierop aansluit. Dit jaar wordt gewerkt aan een raadsvoorstel tot aanpassing van de Verordening OHV, die er onder meer op is gericht om de Haagse verordening meer in lijn te brengen met de VNG modelverordening. In dit kader vindt er ook ambtelijke afstemming plaats met de schoolbesturen over aanvullende kwaliteitseisen ten opzichte van het BBL. Het college laat in dit verband in ieder geval de meerkosten inzichtelijk maken voor: -
Ventilatie conform Frisse Scholen Klasse B; Flexibel bouwen.
Beide zaken zijn op het moment al de standaard in Den Haag. Het college is van mening dat de normbekostiging daarop aan moet sluiten. Het college zal ook een aantal andere kwaliteitseisen onderzoeken, zoals voor een emissievrij / energieneutraal gebouw (ENG). Gelet op de ambities van Den Haag zou het goed zijn om, vooruitlopend op wetgeving, hier nu al op in te zetten. Tegelijkertijd moeten de kosten hiervoor afgewogen worden tegen de eventuele impact op het vervangingstempo van scholen in Den Haag. Een voorstel voor een uitgebreidere subsidie voor gezonde / groen-blauwe schoolpleinen wordt binnenkort aan de raad voorgelegd. Financiële consequenties Dekking voor (vervangende) nieuwbouw en renovaties van schoolgebouwen vindt plaats vanuit het kaderbudget onderwijshuisvesting en de aanvullende IHP-middelen vanuit het coalitieakkoord 20222026. Een verhoging van de normbedragen op grond van goede ventilatie en flexibel bouwen zal leiden tot hogere kosten per project. Bij gelijkblijvende middelen, zal dit automatisch leiden tot een verlaging van het vervangings-/renovatietempo van schoolgebouwen. Nuancering hierbij is dat op dit moment bij veel projecten in enige vorm extra locatiegebonden bouwkosten worden toegepast. Met een verhoging van de normbedragen hoeft er minder een beroep gedaan te worden op extra locatiegebonden bouwkosten.
Zoals bekend is er opdit moment geen volledige dekking voor de investeringsplanning van het integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijs Den Haag 2024 – 2034. Het is aan een volgende coalitie om een afweging te maken over de benodigde aanvullende middelen om het vervangingstempo van schoolgebouwen op peil te houden. In die afweging kunnen ook aanvullende kwaliteitseisen op bijvoorbeeld het vlak van verduurzaming meegewogen worden. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
6/6