RIS318251 Verkenning inclusief onderwijs
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
OCW/10712722 RIS318251 Contactpersoon
Hedda Saas Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
19 maart 2024
hedda.saas@denhaag.nl
Onderwerp
Verkenning inclusief onderwijs
Geachte voorzitter, Met deze brief informeert het college uw raad, zoals toegezegd op 13 april 2023, over de verkenning naar inclusief onderwijs in Den Haag. De verkenning behelst beschrijving van de ambities ten aanzien inclusief onderwijs, wat ervoor nodig is om deze te behalen en welke partijen welke rol en verantwoordelijkheid hebben. We informeren u over het begrip ‘inclusief onderwijs', de werkagenda die de minister met de Kamer heeft gedeeld en de stand van zaken in Den Haag. Wat is inclusief onderwijs? Inclusief onderwijs gaat over kinderen met én zonder een extra ondersteuningsbehoefte. Ze gaan samen naar school, volgen zoveel mogelijk samen onderwijs en iedereen hoort erbij. Dit betreft ook leerlingen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, ontwikkelingsachterstanden, gedrags- en emotionele problemen of specifieke leermoeilijkheden. Om inclusief onderwijs te realiseren is het nodig dat het onderwijs zich zo ontwikkelt dat het zich aan de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van de naar schoolgaande kinderen aanpast. Op dit moment maken de meeste kinderen met een beperking of een extra ondersteuningsvraag immers gebruik van speciaal (basis)onderwijs. Een betere verbinding tussen onderwijs en zorg is dan ook een voorwaarde voor het doen slagen van de ambities zoals die door het Rijk zijn geformuleerd.
De ontwikkeling naar inclusief onderwijs is van belang, omdat we in het onderwijs de basis leggen voor de inclusieve maatschappij van morgen. In het onderwijs kunnen jongeren samen opgroeien, samen leren en met respect en tolerantie met elkaar omgaan. Inclusief onderwijs moet elke leerling perspectief bieden op de arbeidsmarkt, vervolgonderwijs of dagbesteding en hen voorbereiden op een gelijkwaardige deelname aan de samenleving. De stand van zaken in de ontwikkeling naar inclusief onderwijs In de Verbeteraanpak Passend Onderwijs van het Rijk uit 2020 is de stip op de horizon voor inclusief onderwijs in 2035 aangekondigd. In vervolg hierop heeft de minister van Onderwijs in maart 2023 de ‘Contouren werkagenda route naar inclusief onderwijs 2035’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze werkagenda geeft richting, maar vraagt op veel aspecten om concretisering.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10712722
De minister wil de route naar inclusief onderwijs laten verlopen in vier fasen. Op dit moment bevinden we ons in de tweede fase, deze loopt tot en met 2025. In deze fase wordt met diverse partijen ingezet op het stimuleren van inclusief onderwijs, het ondersteunen van voorlopers en het opbouwen en delen van kennis. Ook het concretiseren van de ambitie 2035 moet in deze fase worden gerealiseerd. De minister had dit voorzien binnen een jaar na het versturen van de werkagenda (vóór maart 2024 dus), dit is echter nog niet gebeurd. Voor de tweede fase heeft de minister van Onderwijs ook een verruiming van de mogelijkheden voor samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs aangekondigd, vooruitlopend op een wijziging van de wet- en regelgeving. Een bredere ‘regeling inclusie’ zou dit mogelijk moeten maken vanaf schooljaar 2024-2025. Publicatie is voorzien in het voorjaar van 2024. De derde fase loopt van 2026 tot en met 2028. Deze fase moet meer houvast en richting voor de ontwikkeling naar inclusief onderwijs gaan bieden. Over de richting en uitvoering moeten dan concrete afspraken worden gemaakt met gemeenten en zorgpartners.
Tevens wordt tot uiterlijk 2028 gewerkt aan het realiseren van de noodzakelijke voorwaarden voor inclusief onderwijs, waaronder aanpassing van de wet- en regelgeving, actualisering van (post)initieel aanbod van de lerarenopleidingen en de huisvesting van scholen. De invulling van de vierde fase, van 2029 tot 2035, zal mede worden bepaald aan de hand van de stand van zaken in 2028. Regie en verantwoordelijkheden Op het proces is regie nodig. Regie op de koers die gevolgd wordt, op de stappen die de betrokken partijen zetten en op de algehele voortgang. Een onafhankelijke regisseur die alle partijen – ook het Rijk – kan aanspreken is nog onderwerp van gesprek tussen betrokken partijen. Op lokaal niveau ligt de regie voor de ontwikkeling naar inclusief onderwijs bij de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. In de Wet Passend Onderwijs (2013) is vastgelegd dat de samenwerkingsverbanden voor onderwijs de wettelijke taak hebben om te zorgen voor een dekkend aanbod van onderwijs en ondersteuning binnen en tussen de scholen. In de ontwikkeling van passend naar inclusief onderwijs blijft deze taak bij de samenwerkingsverbanden, de concrete taakomschrijving wordt naar verwachting vanaf 2024 geformaliseerd en vastgelegd in wet- en regelgeving. De gemeente heeft in de ontwikkeling naar inclusief onderwijs een faciliterende rol.
De gemeente faciliteert het gesprek met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en jeugdhulp aanbieders Kracht en rondomJou om te komen tot afspraken. Het is van belang dat jeugdhulp wordt ingezet met oog voor de situatie waar het kind in opgroeit en daar is onderwijs onlosmakelijk mee verbonden. Scholen die werken aan inclusief onderwijs hebben te maken met leerlingen die passende hulp vanuit de jeugdhulp nodig hebben. Bij de inzet van passende hulp, gelden de uitgangspunten: normaliseren, goed is goed genoeg en draagt bij aan het realiseren van de doelen van het gezin en de jeugdige. Afspraken over de inzet van de best passende hulp tussen samenwerkingsverbanden passend onderwijs en Kracht en rondomJou, zijn nodig om vroeg en tijdig de benodigde zorgverlening voor leerlingen te realiseren en om deze af te stemmen met ouders en de ondersteuningsbehoefte op school. Denk daarbij aan collectieve inzet van jeugdhulp, zoals de onderwijsjeugdhulparrangementen (OJA’s) en onderwijs – zorggroepen in het reguliere en speciaal (basis) onderwijs. Bij het organiseren van inclusief onderwijs is passende onderwijshuisvesting een belangrijke voorwaarde. Een gebouw moet fysiek toegankelijk zijn voor kinderen met een beperking, maar ook voldoende flexibel zijn om zorg en ondersteuning te kunnen bieden aan kinderen die dit nodig hebben.
Denk hierbij aan voldoende (fysieke) ruimte voor ondersteuning van leerlingen in kleinere groepen, jeugdhulp, schoolmaatschappelijk werk of stilte plekken en een prikkelarme omgeving. In scholenbouwplannen zullen dergelijke functies moeten worden meegenomen.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10712722
De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting en draagt de investeringen in uitbreiding en (nieuw)bouw of renovatie (als alternatief voor vervangende bouw). Om een goede invulling te geven aan deze gezamenlijke verantwoordelijkheid is, in coproductie tussen gemeente en schoolbesturen, een stedelijk IHP 2024-2034 (RIS317535) opgesteld. Uit de verdere uitwerking van het beleid voor inclusief onderwijs zal de komende jaren moeten blijken wat de concrete consequenties voor onderwijshuisvesting zijn. Welke stappen zijn er gezet in Den Haag? In Den Haag zijn er twee samenwerkingsverbanden: voor primair onderwijs is dat de Stichting Primair Passend Onderwijs (SPPOH) en voor het voortgezet onderwijs is dat Samenwerkingsverband ZuidHolland West (SWVZHW). De samenwerkingsverbanden moeten de stappen die zij gaan zetten in de ontwikkeling naar inclusief onderwijs vastleggen in hun ondersteuningsplannen. Dit doen zij in nauwe samenwerking met het scholenveld en andere stakeholders, waaronder de gemeente. Over het ondersteuningsplan wordt door de samenwerkingsverbanden op overeenstemming gericht overleg gevoerd met het college (artikel 18a, lid 9, WPO).
Naar verwachting worden de ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden, met een nadere uitwerking van de doelstellingen op het gebied van inclusief onderwijs, eind 2024 (voortgezet onderwijs) en eind 2025 (primair onderwijs) aan het college voorgelegd ter instemming. Ambitie inclusieve kinderopvang in Den Haag De opdracht voor het vormgeven van inclusief onderwijs in primair- en voortgezet onderwijs ligt bij het Rijk, de samenwerkingsverbanden en de scholen. Het vormgeven van inclusieve kinderopvang is hierop een uitzondering, hierbij neemt de gemeente een rol in beleidsontwikkeling en financiering. De ambitie is opgenomen in de HEA 2022-2026. De kinderopvangorganisaties en de gemeente Den Haag werken momenteel samen aan een uitwerking van een 1,5-jaar durende pilot voor het uitvoeren van activiteiten ten behoeve van inclusieve kinderopvang. Hierin wordt de aansluiting gezocht met inclusief onderwijs. Inclusieve kinderopvang biedt mogelijkheden voor kinderen met een extra zorgen/of ondersteuningsbehoefte om in de kinderopvang thuisnabij, samen met leeftijdsgenoten zorg en ondersteuning te krijgen. Dit aanbod draagt bij aan inclusie, integratie, een soepele overgang naar het primair onderwijs en het verkleinen van onderwijsachterstanden. Haalbaarheid Een belangrijk vraagstuk is de rol van het speciaal onderwijs in een inclusief onderwijsstelsel.
Een plek in het speciaal onderwijs is nu, en ook in de toekomst, voor een aantal kinderen in Den Haag de meest passende plek. De Inspectie van het Onderwijs concludeert (januari 2024) dat het netwerk van ondersteuningsvoorzieningen van samenwerkingsverband SPPOH niet dekkend is. Hierdoor ontstaat in de praktijk de situatie waarin te veel kinderen gedurende een langere periode geen passend onderwijs ontvangen. Omdat passend onderwijs in kwantitatief opzicht nog onvoldoende van de grond komt in Den Haag, is de gemeente kritisch op de haalbaarheid van inclusief onderwijs. Desalniettemin streven we naar een toekomstbeeld waarin er minder speciaal onderwijslocaties zijn, omdat meer kinderen een plek hebben gevonden in het regulier onderwijs, met de juiste (basis)ondersteuning aldaar. Met de invoering van passend onderwijs hebben samenwerkingsverbanden de vrijheid gekregen om zelf te definiëren wat er onder de basisondersteuning valt. Om in de toekomst zeker te zijn van gelijke ondersteuning voor alle schoolgaande kinderen, is een landelijke norm voor basisondersteuning wenselijk, zodat ouders, leerlingen en leraren weten waar zij op kunnen rekenen.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10712722
Ten slotte Bovenstaande maakt duidelijk dat we in de beginfase zijn van de ontwikkeling naar inclusief onderwijs. Hoewel er door de samenwerkingsverbanden en de scholen goede stappen worden gezet in het formuleren van doelen en plannen, zal er met name vanuit het Rijk meer beweging moeten komen in het scherper formuleren van de ambities en het creëren van de randvoorwaarden. Aangezien het nog aanzienlijke tijd zal duren voor dit proces is voltooid, zullen we in de tussentijd oog moeten blijven houden voor de acties die op de korte termijn nodig zijn. Zo is er dringende noodzaak voor meer plekken in het speciaal (basis)onderwijs. Het creëren van deze plekken (het dekkend netwerk van ondersteuningsvoorzieningen) staat haaks op de doelstellingen van inclusief onderwijs, maar zal desondanks toch door de samenwerkingsverbanden en scholen opgepakt moeten worden. De kinderen die nu een extra ondersteuningsbehoefte hebben verdienen immers ook nu een passende plek. Met deze brief beschouwen we de toezegging over de verkenning naar inclusief onderwijs in Den Haag als afgedaan. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening Hilbert Bredemeijer
4/4