CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318227 Beantwoording SV Onderwijsniveau Haagse leerlingen

Commissie Samenleving 16 januari 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Themadebat: Primair en voortgezet onderwijs1.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

4 juni 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Peeck, luidend: ‘Onderwijsniveau Haagse leerlingen’

OCW/10751993 RIS318227

Het raadslid mevrouw Peeck heeft op 7 maart 2024 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.

Is het college bekend met het rapport van de Onderwijsinspectie?

Ja, het college is bekend met het rapport van de Onderwijsinspectie. 2.

Kan het college een uitbreide reactie geven op het rapport van de onderwijsinspectie op de bevindingen van de reken- en wiskundevaardigheden?

Het college betreurt de conclusies van de Inspectie van het Onderwijs over het dalende reken- en wiskundeniveau bij Nederlandse leerlingen. Deze dalende trend is al eerder door de Inspectie van het Onderwijs onder de aandacht gebracht en de Inspectie van het Onderwijs heeft tevens haar zorgen uitgesproken over de mogelijke consequenties die dit met zich meebrengt. Het college deelt de zorgen van de Inspectie van het Onderwijs. De peiling laat zien dat de reken- en wiskundeniveaus van Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs zich onvoldoende ontwikkelen. Aanzienlijke groepen leerlingen behalen nog niet de referentieniveaus die bij wet- en regelgeving zijn vastgesteld. Het niet behalen van het referentieniveau kan nadelige gevolgen hebben voor een goede overstap tussen onderwijssectoren, bijvoorbeeld van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs, maar ook voor het zelfstandig maatschappelijk functioneren en toestroom tot de arbeidsmarkt. Een nadere analyse toont dat er verschillen zijn tussen scholen en tussen leerlingen: voor alle onderwijssoorten geldt dat leerlingen in de ene klas beter presteren op de reken-wiskundetoets dan leerlingen in een andere klas. In de onlangs gepubliceerde Staat van het Onderwijs (2024) worden deze bevindingen nogmaals benadrukt.

De Inspectie van het Onderwijs geeft expliciet aan dat wordt uitgegaan van gemiddelden en dat deze niet altijd recht doen aan de grote verschillen tussen scholen. In Nederland zijn er scholen waarbij het onderwijs van onvoldoende kwaliteit is en de onderwijsopbrengsten onder de inspectienormen liggen. Dat is zorgelijk. Daarentegen zijn er ook veel scholen waar de onderwijskwaliteit hoog is en leerlingen op niveau doorstromen richting vervolgonderwijs of toetreden tot de arbeidsmarkt.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10751993

3.

Is het college bekend met de resultaten van Haagse leerlingen? Komen deze overeen met de landelijke trend? Zo nee, waar zitten de verschillen?

De rapportage van de Inspectie van het Onderwijs is geschreven naar aanleiding van het onderzoek Peil.Rekenen en Wiskunde voortgezet onderwijs 2021-2022. Dit onderzoek geeft zicht op de reken- en wiskundeprestaties van leerlingen aan het eind van het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs. Het college heeft geen inzicht in de steekproef van het onderzoek en kan daarom niet achterhalen welke Haagse scholen en leerlingen hebben deelgenomen. De onderwijskwaliteit en de leeropbrengsten vallen onder de wettelijke taak van schoolbesturen en niet onder de verantwoordelijkheid van het college. Het college heeft daarom ook geen toegang tot de leerlingvolgsystemen van scholen. Wel heeft het college navraag gedaan bij het onderwijsveld over het reken- en wiskundeniveau van leerlingen aan het eind van het tweede leerjaar in het voortgezet onderwijs. Hierin werd duidelijk dat de verschillen tussen scholen, klassen en groepen leerlingen ook in Den Haag groot zijn. Dit ligt in lijn met de conclusies van de Inspectie van het Onderwijs. Deze grote verschillen maken het moeilijk om vast te stellen hoe Haagse leerlingen zich verhouden tot het onderzoek Peil.Rekenen en Wiskunde voortgezet onderwijs 2021-2022. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde kennen de G4-steden, zo ook Den Haag, relatief veel leerlingen met een verhoogd risico op onderwijsachterstanden.

Daarom is de inschatting dat het gemiddelde reken- en wiskundeniveau niet boven het landelijk gemiddelde ligt. 4.

Is het college het met de indieners eens dat het belangrijk is dat iedere leerling die van het MBO afkomt niveau 2F zou moeten hebben?

De referentieniveaus beschrijven wat een leerling op een zeker moment in zijn schoolloopbaan moet beheersen op onder andere de gebieden taal en rekenen. Deze zijn bij wet vastgesteld. Voor mbo-2 en mbo-3 betreft dat 2F en voor mbo-4 betreft dan 3F. Het behalen van het niveau 2F is nodig om goed maatschappelijk te functioneren. Het behalen van het niveau 3F is nodig voor een goede overstap richting het hoger beroepsonderwijs. Vanzelfsprekend hecht het college eraan dat deze normen worden behaald. 5.

Kan het college aangeven hoeveel uren er in het Haagse basisonderwijs besteed worden aan basisvaardigheden en hoeveel uren voor niet-basisvaardigheden? Kan het college dit per vak categoriseren? Zo nee, kan het college dit overzicht opvragen bij de schoolbesturen en de raad hier uiterlijk bij de jaarrekening over informeren?

Dit overzicht heeft het college niet. De invulling van het curriculum en de urennorm vallen onder de wettelijke taak van schoolbesturen. De Inspectie van het Onderwijs ziet erop toe dat schoolbesturen deze wettelijke taak op een goede manier uitvoeren. Scholen kunnen zelf invulling geven aan het onderwijsprogramma zolang zij maar elke leerling de mogelijkheid bieden een programma te volgen dat voldoet aan de wettelijke urennorm. De urennorm biedt scholen ruimte en flexibiliteit om hun onderwijs naar behoefte in te richten en mogelijkheden om een aangepast programma aan te bieden aan bijvoorbeeld excellente leerlingen of leerlingen met een achterstand. Deze flexibiliteit zorgt voor verschillen tussen scholen. Dit maakt dat het college van mening is dat het opvragen van een overzicht een onevenredige administratieve last oplevert voor de scholen

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10751993

6.

Is het college bereid om indicatoren voor taal-, reken- en wiskundevaardigheden op te nemen in de HEA-monitor? Zo nee, waarom niet?

De onderwijskwaliteit en leeropbrengsten vallen onder de verantwoordelijkheid van schoolbesturen. De Inspectie van het Onderwijs houdt hier toezicht op. Het college is doorlopend in gesprek met de schoolbesturen en andere (onderwijs)professionals om te kijken wat aanvullend nodig is. Een overzicht hiervan is te vinden in de Haagse Educatieve Agenda. Het is daarbij niet aan het college om op de stoel van de Inspectie te gaan zitten en de indicatoren te beoordelen en op te nemen in de HEAmonitor. 7.

Kan het college een overzicht geven van het aantal leraren in de Haagse regio dat zonder bevoegdheid voor de klas staan? Kan het college hierbij ook aangeven of dit de afgelopen jaren is toegenomen? Komt dat overeen met het landelijk gemiddelde? Zo nee, wat zijn de verschillen?

Jaarlijks vindt op 1 oktober de landelijke vacaturemeting in het onderwijs plaats. Cijfers over de inzet van onbevoegde of benoembare docenten in het voortgezet onderwijs zijn daarbij alleen vakoverstijgend beschikbaar. In december 2023 zijn de meest actuele cijfers gedeeld in de commissiebrief Stand van zaken lerarentekort 2023 (RIS 317350). Op 1 oktober 2023 werd 33% van alle vacatures in het voortgezet onderwijs in Den Haag ingevuld door een onbevoegde of benoembare docent. Landelijk bedroeg dit percentage op hetzelfde peilmoment 36%. Dit betekent dat in Den Haag sprake is van een afname ten opzichte van het jaar daarvoor, toen 42% van de vacatures in het Haagse voortgezet onderwijs nog door onbevoegde of benoembare docenten werd ingevuld. 8.

Wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat er zo snel mogelijk bevoegde leraren voor de Haagse klassen komen te staan? Graag een uitgebreide toelichting.

Het college heeft het speerpunt 'Voldoende, bevoegde en bekwame onderwijsprofessionals' opgenomen als ambitie 1 in de Haagse Educatieve Agenda (RIS312695). Een uitgebreide toelichting op de maatregelen die worden genomen om deze ambitie te realiseren, staat beschreven in de commissiebrief ‘Stand van zaken lerarentekort 2023’ (RIS317350) Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14235297/1