RIS318178 Beantwoording SV Zorgen over brandveiligheid in ondergrondse parkeergarages
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
21 mei 2024
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Guernaoui, luidend: ‘Zorgen over brandveiligheid in ondergrondse parkeergarages’
DSO/10733964 RIS318178
Het raadslid de heer Guernaoui heeft op 5 maart 2024 een brief met daarin vijftien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Naar aanleiding van diverse branden in parkeergarages in Nederland en gesprekken met bewoners maakt Hart voor Den Haag zich grote zorgen over de brandveiligheid in de vele ondergrondse en bovengrondse parkeergarages in Den Haag. Er heerst veel onduidelijkheid over de bestaande regels, wettelijke eisen, de risico’s en kostenverdeling. Met name als het gaat om het toevoegen van elektrische oplaadpunten in parkeergarages en de extra risico’s die daarbij kunnen optreden. Door de electrificering van de auto wordt er steeds meer elektrisch opgeladen in parkeergarages en stijgt het aantal elektrische auto’s in parkeergarages enorm. Branden in parkeergarages, zoals onlangs in Den Bosch1 (17 januari 2024), laten zien dat de brandweer de branden niet kan blussen en dat de bovenliggende bedrijven en woningen daarna onbruikbaar zijn. 1.
Kan het college aangeven of het klopt dat het aantal elektrische auto’s (conform landelijk klimaatbeleid) tussen 2024 en 2030 enorm zal toenemen? Zo ja, wat is de raming van deze stijging? Kan het college aangeven hoeveel elektrische auto’s en brommers geregistreerd staan in Den Haag?
Hoe snel de adoptie van elektrische auto’s zich ontwikkelt en hoe snel de daaraan gekoppelde laadbehoefte zal toenemen, is niet exact te voorspellen. Verschillende factoren zijn hierop van invloed. Vast staat dat het aantal elektrische auto’s de komende jaren in hoog tempo verder toeneemt. Alleen al vanwege het feit dat het Europees Parlement heeft besloten dat met ingang van 2035 autofabrikanten geen benzine-en dieselauto’s meer mogen verkopen. In de herijking openbare laadinfrastructuur voor personenauto’s (RIS 316608) is het volgende opgenomen over de verwachte groei van elektrische personenauto’s: “Rekening houdend met de ontwikkeling van een laadmix waarin ook overige laadmodaliteiten zoals (kortparkeer-)snelladen, HPC-snelladen en laadpleinen zijn opgenomen, verwachten we in 2030 41.400 elektrische personenauto’s in Den Haag. Het bijbehorende aantal benodigde reguliere openbare laadpalen is 5.600. De komende jaren (t/m 2030) plaatsen we gemiddeld 400 openbare laadpalen bij om in de verwachtte laadbehoefte te voorzien”. Begin 2023 bedroeg het aantal geregistreerde elektrische voertuigen in Den Haag: • Personenauto’s; 8862 • Bestelauto’s; 215 • Vrachtwagens; 9 • Bussen; 9 • Brommers en snorfietsen. 3805 De cijfers over 2024 zijn nog niet bekend.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10733964
Naar aanleiding van de brand in Den Bosch is gebleken dat veiligheidsmaatregelen in ondergrondse parkeergarages van levensbelang zijn, want branden zijn daar veel gevaarlijker dan boven de grond. Bij een brand in een ondergrondse parkeergarage komt veel gevaarlijke rook vrij en de hitte kan nergens heen. Door de brand kunnen bewoners maandenlang niet naar huis. Door de komst van steeds meer elektrische auto’s wordt de parkeergarage gevoeliger voor brand. Een elektrische auto is moeilijk te blussen, omdat de accu in een gesloten huls zit kan de brandweer er lastig bij komen. Zelfs als het vuur uit is, kan een hete accu later opnieuw vlam vatten. Elektrische auto’s moeten volgens de brandweer in een container met water worden geplaatst, zodat de auto helemaal kan afkoelen, maar bij een brand in een ondergrondse parkeergarage lukt het niet om een brandende auto de garage uit te krijgen. Vanaf 1 januari 2024 moeten nieuwe parkeerkelders onder woningen een sproeisysteem hebben. Door zo’n installatie kan de brand worden geblust en als dat niet lukt, bijvoorbeeld in een elektrische auto, blijft de situatie in ieder geval onder controle. Zo'n sproeisysteem zou eigenlijk in alle parkeergarages moeten komen, maar dat vinden gemeenten en bouwbedrijven te duur zegt de brandweer. 2.
Is het college bekend met de brand in Den Bosch en wat gaat het college, samen met de brandweer en de ander hulpdiensten, doen om dit soort branden in Den Haag te voorkomen of te blussen? Wat zijn de consequenties voor gemeentelijke parkeergarages?
Ja. Ten aanzien van elektrische auto’s geldt dat deze auto’s statistisch gezien niet gevoeliger voor brand zijn dan benzine/diesel auto’s. Het brandgevaar neemt door een toenemend aantal elektrische auto’s dus niet toe. Wel is het zo dat een brand met een elektrische auto een groter effect kan hebben dan een brand met een benzine/diesel auto. Omdat wet- en regelgeving nog in ontwikkeling is, heeft het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) met medewerking van Brandweer Haaglanden een publicatie uitgebracht om de effecten de beperken. Zie hiervoor de website van de NIPV. Daarnaast is mede als gevolg daarvan per 1 januari 2024 de wetgeving (BBL) voor nieuw te bouwen parkeergarages onder risicovolle hoogbouw aangepast. Deze nieuwe wetgeving vereist dat in deze gevallen een sprinklerinstallatie moet worden gerealiseerd. Hoewel de gemeente een bouwwerk binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving toetst om brand of de omvang van een brand te beperken, wordt de publicatie van het NIPV als risicogerichte aanvulling daarop meegenomen voor de bestaande parkeergarages. Brandweerwagens zijn te hoog om een parkeergarage in te rijden, daarnaast zijn de risico’s om een brandende parkeergarage in te rijden veel te hoog. 3.
Kan het college aangeven of het klopt dat de brandweer een brand in een parkeergarage niet adequaat kan blussen? Klopt het dat een brand in een parkeergarage van een elektrische auto niet te blussen is en een brand van een benzine/diesel auto wel?
Een autobrand in een parkeergarage is per definitie lastig te blussen; dit geldt dus niet alleen voor elektrische auto’s. Een brand met een elektrische auto is echter wel gecompliceerder, omdat dit soort branden veel meer bluswater vraagt en ook langer duurt. De effectiviteit van het blussen is afhankelijk van waar in de garage de brand zich bevindt. 4.
Kan het college aangeven of er nog beperkende voorwaarden zijn voor LPG-auto’s in parkeergarages?
Nee, er zijn geen beperkende voorwaarden op grond van de geldende regelgeving in Nederland. Het kan echter voorkomen dat een individuele particuliere parkeer-/stallingsgarage het parkeren van bepaalde (gas-)voertuigen, zoals een auto met LPG-installatie, kan verbieden.
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10733964
5.
Kan het college aangeven wat de instructies voor de brandweer zijn bij een brand in een parkeergarage?
De brandweer beschikt over operationele planvorming die ingaat op de procedure, aandachtspunten en overige achtergrondinformatie bij een inzet in een parkeergarage. Deze informatie wordt op basis van de situatie ter plaatse vertaald naar een operationele inzettactiek. 6.
Kan het college aangeven wat de nieuwe wetgeving betekent voor parkeergarages voor bestaande en nieuwe parkeergarages in Den Haag? Kunnen er (extra) oplaadpunten worden gebruikt en/of toegevoegd als de parkeergarages niet voldoen aan de nieuwe wetgeving? Zijn er plannen van het college samen met de brandweer, om extra eisen te stellen aan bestaande parkeergarages?
Het landelijk geldende Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl - voorheen het Bouwbesluit 2012) geeft geen verplichting tot het aanbrengen van laadpunten in nieuwe parkeer-/stallingsgarages van woongebouwen. Wel gelden er eisen bij tien of meer parkeervakken in die zin dat er voorzieningen moeten worden getroffen om de laadpunten aan te kunnen sluiten en dat deze zo worden geïnstalleerd dat hulpdiensten snel kunnen overgaan tot het bestrijden van een calamiteit bij onder andere elektrische voertuigen. Voor nieuwe gebouwen, anders dan woongebouwen, geldt dat er vanaf tien parkeervakken in het gebouw of op eigen terrein ten minste één oplaadpunt aanwezig is en dat er leidingdoorvoeren aanwezig zijn voor ten minste vijf parkeervakken. Voor bestaande parkeergarages van een utiliteitsgebouw geldt vanaf 1 januari 2025 wel een verplichting voor het aanbrengen van ten minste één laadpunt dat binnen het gebouw of buiten op eigen terrein wordt geplaatst als er sprake is van een stallingsgarage met meer dan 20 parkeervakken. Dit geldt dus niet voor een bestaand woongebouw. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid heeft vanwege alle nog niet bekende risico’s een publicatie uitgebracht waarin maatregelen worden gepresenteerd om de brandveiligheid van parkeergarages te verbeteren als het gaat om het stallen van elektrische voertuigen.
Dit is terug te vinden op de website van het NIPV onder Parkeergarages. 7.
Kan het college aangeven wat de regels zijn voor individuele parkeerboxen/bergingen m.b.t. het elektrisch laden van fietsen/brommers/auto’s? Kunnen elektrische auto’s en/of brommers worden opgeladen via de bestaande stopcontacten en zijn daar extra risico’s aan verbonden? Wat zijn de instructies voor de brandweer m.b.t. advies en/of blussen?
Oplaadvoorzieningen voor auto’s in parkeergarages zijn een gebouwinstallatie. Het Bbl stelt eisen bij nieuwbouw; voor bestaande bouw geldt een zorgplicht. Voor individuele parkeerboxen/bergingen met betrekking tot elektrisch laden gelden geen (wettelijke) regels. Technisch gezien kan een elektrisch voertuig via bestaande stopcontacten (wandcontactdoos) geladen worden. Brandweer Nederland en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (voorheen Instituut Fysieke Veiligheid) hebben diverse adviezen gepubliceerd over ‘veilig laden’. Deze adviezen hebben betrekking op parkeergaragehouders/ VvE’s, maar ook individuele gebruikers. Ook is door Brandweer Nederland het platform ‘Veilig huis vinkie’ ontwikkeld, waarop adviezen worden gegeven voor o.a. het veilig laden van e-bikes en het onderhouden van een laadpaal.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10733964
Veel parkeergarages zijn eigendom van particuliere bedrijven (o.a. Qpark) en/of van Verenigingen van Eigenaren (VVE’s). 8.
Kan het college aangeven hoe VVE’s moeten omgaan met aanvragen van eigenaren/bewoners voor het toevoegen van elektrische oplaadpunten? Welke eisen moeten ze daaraan stellen?
Het aanbrengen en aansluiten van een oplaadpunt betekent vrijwel altijd dat er wijzigingen worden aangebracht aan gemeenschappelijke delen of installaties van het gebouw, ook als het om een privéparkeerplaats van een individuele eigenaar gaat. Voor een dergelijke wijziging is toestemming nodig van de VvE. Hoe VvE's omgaan met aanvragen voor oplaadpunten is verschillend, daar zijn namelijk geen wettelijke kaders voor. Wanneer zij een individuele eigenaar toestemming geeft voor het aanbrengen van een oplaadpunt, kan de VvE daar voorwaarden aan verbinden. De VvE blijft verantwoordelijk voor de brandveiligheid in de garage en zal voorwaarden moeten stellen die ervoor zorgen dat het brandgevaar door het opladen van elektrische voertuigen in de garage niet wordt verhoogd. Bovendien dient de VvE na te gaan of de opstalverzekeraar voorwaarden stelt ten aanzien van het laden van elektrische voortuigen. 9.
Kan het college aangeven of VVE’s verplicht zijn om (extra) oplaadpunten te faciliteren of moet dat alleen als er een meerderheid voor is?
Parkeerplaatsen in een VvE vallen in veel gevallen onder het privégedeelte van een individuele eigenaar. Dit wil zeggen dat de individuele eigenaar in beginsel zelf verantwoordelijk is voor het realiseren van een oplaadpunt op zijn parkeerplaats. Toch is in de meeste gevallen medewerking nodig van de VvE, omdat er het voor het aanbrengen van een oplaadpunt op een privéparkeerplaats aanpassingen gedaan moeten worden aan de gemeenschappelijke elektrische installatie. Gemeenschappelijke zaken vallen onder de verantwoordelijkheid van de VvE en mogen daarom alleen worden gewijzigd als de VvE daarmee instemt. Om een individuele eigenaar hiervoor toestemming te geven is een besluit nodig met een (gekwalificeerde) meerderheid van de stemmen op de algemene ledenvergadering van de VvE. Een gekwalificeerde meerderheid is nodig bij belangrijke besluiten van een VvE. Dat wil zeggen dat de meerderheid van stemmen aan bepaalde voorwaarden voldoet. In veel gevallen is er een verhoogd opkomstpercentage op de vergadering nodig en een verhoogde verhouding positieve stemmen om tot een dergelijk besluit te komen. De verhoudingen die daarbij van toepassing zijn hangen af van wat bepaald is in de Akte van Splitsing en het bijbehorend modelreglement van de betreffende VvE.
Indien de VvE besluit om toestemming te weigeren, kan de individuele eigenaar de redelijkheid van dit besluit door de kantonrechter laten toetsen. In zo’n geval kan de kantonrechter het VvE-besluit vernietigen en de VvE dwingen het verzoek alsnog in overweging te nemen. Het wetsvoorstel "Notificatieregeling oplaadpunten VvE's" zou dit moeten veranderen, waardoor enkel een notificatie van de individuele eigenaar aan de VvE voldoende is. Vanwege onduidelijkheden op het gebied van (brand)veiligheid en aansprakelijkheid is publicatie van dit wetsvoorstel voorlopig uitgesteld. Het modelreglement 2017 voorziet reeds in een dergelijke regeling. Tenzij anders is bepaald in de Akte van Splitsing, kunnen eigenaren in VvE's waar dit modelreglement van toepassing is volstaan met een melding en hebben zij geen toestemming nodig van de VvE wanneer zij een oplaadpunt plaatsen en voldoen aan bepaalde voorwaarden.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10733964
10. Kan het college aangeven of de brandweer betrokken moet worden bij deze aanvragen? Wat zijn daarvoor de regels/instructies? Omdat elk gebouw anders is, kan hierover eigenlijk niet in algemeenheid worden geadviseerd. Daarvoor wordt verwezen naar een (brandveiligheids)adviesbureau. Hiervoor is ook subsidie mogelijk vanuit de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), meer hierover is te lezen op de website van vveladen onder subsidie. Bij een oplaadpuntenadvies volgens de RVO worden brandveiligheidsonderwerpen ook meegenomen. 11.
Kan het college aangeven hoe VVE’s moeten/kunnen omgaan met de extra kosten die worden veroorzaakt door extra elektrische oplaadpunten (advies, wijziging aktes, noodzakelijke herpositioneren van parkeerplaatsen (dichter bij de ingang), nieuwe eisen en kosten verzekering)?
Dat hangt af van de situatie. Wat onder andere meespeelt is of er wordt besloten tot een individuele- of een collectieve oplossing, wat er is bepaald in de Akte van Splitsing en het vigerend modelreglement en wat de leden besluiten (in een officieel VvE-besluit) over de verdeling van de kosten. Als daar voldoende draagvlak voor is, kan de VvE kiezen voor een collectieve oplossing. Dit stelt de VvE in staat om de veiligheid beter te beheren en zorgt voor meer efficiëntie en een eerlijker kostenverdeling wanneer ook andere bewoners (in de toekomst) een laadpunt willen realiseren. Bij een collectieve oplossing zijn de kosten voor de basisinfrastructuur in principe voor rekening van de VvE en installatie en beheer van de laadpunten voor rekening van de betreffende eigenaar/bewoner. Wanneer er onvoldoende draagvlak is om te investeren in een collectieve oplossing, kan er ook besloten worden om een eigenaar toestemming te verlenen voor het aanbrengen van een individuele oplossing en daar voorwaarden aan te verbinden ten aanzien van de kosten die daarmee gemoeid zijn. VvE's doen er goed aan om een deskundig adviseur te raadplegen en zich te laten adviseren over het aanbrengen van laadpunten, het verdelen van kosten en brandveiligheid.
Voor een oplaadpuntenadvies kunnen VvE's een subsidie aanvragen binnen de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) van de RVO. Deze regeling biedt tevens een subsidie voor het aanbrengen van een basislaadinfrastructuur. Meer informatie hierover is te lezen op de website van het RVO. Bovendien kunnen leden en bestuurders van VvE's in Den Haag bij de VvE-balie van de gemeente terecht voor informatie en advies rondom het (besluitvormings)proces. 12. Kan het college aangeven of er consequenties zijn voor de verzekeringspolissen van parkeergarages bij (extra) oplaadpunten en/of elektrische auto’s? Heeft de gemeente/brandweer/VNG hierover contact met de verzekeraars? Brandweer Nederland heeft op diverse dossiers contact met het Verbond van Verzekeraars, zo ook op het thema Veilige Energietransitie. Samen met de verzekeraars worden de zorgen rondom de veiligheid bij de energietransitie geagendeerd, zodat dit bijvoorbeeld kan leiden tot noodzakelijke aanpassingen in de regelgeving. Hoe de veiligheid van de energietransitie doorwerkt in de verzekeringsvoorwaarden is een zaak van de verzekeraars.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10733964
13. Kan het college aangeven welke (landelijke of gemeentelijke) vergunningen zijn nodig? Er geldt geen landelijke omgevingsvergunningsplicht voor het aanbrengen van een laadpunt in een gebouw of op eigen terrein. Voor het realiseren van een privé-laadpunt op de openbare weg geldt wel een vergunningsplicht en voor een openbaar laadpunt op eigen terrein geldt mogelijk een vergunningsplicht als er geen sprake is van een kleinschalige voorziening. Per individueel geval zal dan moeten worden beoordeeld of sprake is van een vergunningsplicht. 14. Kan het college aangeven hoe de gemeente ervoor zorgt dat de huidige en/of extra elektrische oplaadpunten niet gaan zorgen voor extra branden? Zie de beantwoording van vraag 2. 15.
Kan het college aangeven of er voldoende elektriciteit is voor extra oplaadpunten in Den Haag? Hangt dat af van de wijk waar de parkeergarage is gelegen?
In algemene zin is het zo dat de transportcapaciteit van het lokale elektriciteitsnet in Den Haag een verantwoordelijkheid is van Stedin. In december heeft Stedin een vooraankondiging gedaan voor netcongestie in de gebieden Centrum-Noordwest, Scheveningen en Duindorp. Dit betekent dat grootverbruik klanten die een nieuwe aansluiting willen realiseren, of de capaciteit van een bestaande aansluiting willen ophogen voor deze gebieden op een wachtlijst komen. Hoe dit precies uitpakt voor de te realiseren laadinfra van een specifieke parkeergarage is afhankelijk van situatie specifieke factoren, maar in principe ondervinden reguliere laadpunten hier geen hinder van. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
6/6