RIS318161 Beantwoording SV Blind voor mens en recht
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
14 mei 2024
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Holman, luidend: ‘Blind voor mens en recht’ (RIS318161)
SZW/10740899 RIS318161
Het raadslid mevrouw Holman heeft op 26 februari 2024 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 26 februari werd het eindrapport van de Parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid gepresenteerd: Blind voor mens en recht. Een van de belangrijkste conclusies van dit rapport is dat “de fraudejacht is doorgeslagen door ondoordachte bezuinigingen, dwingende financiële kaders en perverse prikkels,” waardoor mensenlevens zijn vermorzeld. Ook concludeert het rapport: “Bij alle staatsmachten en in alle lagen van de overheid moet oog zijn voor de belangen van mensen, opdat zij te allen tijde kunnen rekenen op een rechtvaardige behandeling.” Hoewel de enquêtecommissie geen onderzoek heeft gedaan naar gemeenten en uitvoeringsorganisaties, zijn de conclusies en aanbevelingen ook relevant voor de werkwijze van de gemeente, waarin vertrouwen in plaats van wantrouwen in haar eigen inwoners voorop zou moeten staan. In het Haags Akkoord (coalitieakkoord 2023-2026) staat de volgende passage: “In plaats van wantrouwen moet vertrouwen van de gemeente in bijstandsgerechtigden centraal staan.
We kijken of de werkwijze voor de aanpak van bijstandsfraude nog past bij dat principe en of de intensiveringsslag die hierop is gemaakt vanaf 2018 nog noodzakelijk is”. 1) Kan het college aangeven of de werkwijze voor de aanpak van bijstandsfraude al tegen het licht is gehouden, of wanneer en hoe dit gaat gebeuren? Het college heeft deze werkwijze nog niet tegen het licht gehouden. Dit staat gepland voor 2024. Voor het einde van het jaar zullen wij u hierover informeren. Om te toetsen of onze werkwijze nog passend is, organiseren wij op dit moment bijeenkomsten met de uitvoering en relevante stakeholders, zoals de cliëntenraad, om onze visie op handhaving te herijken. De conclusies en aanbevelingen in het rapport van de parlementaire enquêtecommissie ‘’Blind van mens en recht’’ worden hierin meegenomen. Om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van de intensiveringsslag vanaf 2018, de volgende vraag. 2) Kan het college over de periode 2017-2023 per jaar de volgende informatie delen: a. hoeveel geld werd er uitgegeven aan naleving en fraudebestrijding in de bijstand?
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10740899
Jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
b. Jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Geld uitgegeven aan afdeling Handhaving en Fraude 3.979.320 4.093.593 4.300.809 4.330.682 4.037.584 4.307.037 4.227.670 hoeveel handhavers (ofwel fte’s bij de Afdeling Handhaving & Fraude) zijn/waren er? Aantal fte´s afdeling Handhaving en Fraude 66 64 51 57 61 56 48
De totale kosten uitgegeven aan het handhaven blijven over de jaren redelijk stabiel, terwijl het aantal fte’s van de afdeling Handhaving en Fraude jaarlijks afneemt. Oorzaken hiervan zijn een hoog personeelsverloop waardoor een deel van de tijd moet worden besteed aan inwerken, stijging van de kosten door loonindexatie en externe inhuur en inzet van personeel voor tijdelijke steunmaatregelingen.
c.
hoeveel maatregelen zijn er opgelegd?
Jaar
Aantal opgelegde boetes
2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
1047 671 461 323 240 128 50
Bijstandsfraude wordt gedefinieerd als het schenden van de inlichtingenplicht en bepaalt of iemand recht heeft op een bijstandsuitkering. Bij het schenden van de inlichtingenplicht kan naast het beëindigen of aanpassen van de bijstandstuitkering en het terugvorderen van het de te veel ontvangen bijstandsuitkering, een boete worden opgelegd. Bij het opleggen van een boete wordt er rekening gehouden met de mate van verwijtbaarheid, de ernst van de overtreding en de persoonlijke omstandigheden van de inwoner. Met inachtneming van deze factoren wordt de boete afgestemd of helemaal niet opgelegd. Er is de afgelopen jaren meer ingezet op preventie in de vorm van betere voorlichting aan de burger over de inlichtingenplicht en gesprekken met de burger met het doel om gedragsverandering teweeg te brengen. Daarom zien we een terugloop in het aantal opgelegde boetes. d. hoe vaak zijn bijstandsuitkeringen stopgezet?
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10740899
Het stopzetten van bijstandsuitkeringen kan verschillende redenen hebben. Zo kan een bijstandsuitkering worden stopgezet, omdat iemand is gestart met werk en boven de bijstandsnorm verdient, omdat iemand in detentie is geraakt of omdat iemand (onbewust) de inlichtingenplicht heeft geschonden. Onderstaand schema geeft het aantal bijstandsuitkeringen weer die zijn beëindigd na het vaststellen van fraude. Doordat er de afgelopen jaren meer is ingezet op preventie in de vorm van betere voorlichting over de inlichtingenplicht, zien we een afname in het aantal beëindigde bijstandsuitkeringen. Jaar
Aantal beëindigde bijstandsuitkeringen na vaststellen van fraude 319 262 379 226 221 162 127
2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
e.
hoe vaak is er bezwaar gemaakt tegen het opleggen van een maatregel?
Onderstaand schema geeft weer hoe vaak er bezwaar is gemaakt tegen het opleggen van een boete. Tussen haakjes staat het aantal bezwaren dat gegrond of gedeeltelijk gegrond is verklaard. Jaar
Aantal bezwaren tegen opgelegde boetes
2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
151 (32) 93 (24) 65 (18) 33 (8) 26 (0) 9 (1) 7 (1)
f.
Jaar
2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden (om een beeld te krijgen van het totaal). Aantal bijstandsgerechtigden op peildatum 1 januari van het jaar dat volgt. 25220 23903 22986 23661 22404 21413 21115
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10740899
De aandacht voor de doorgeslagen fraudejacht en het besef dat de overheid anders moet gaan handelen is niet nieuw. De afgelopen jaren was hier veel aandacht voor naar aanleiding van het toeslagenschandaal, maar bijvoorbeeld ook naar aanleiding van het verhaal van een vrouw uit Wijdemeren, die bijstand moest terugbetalen omdat ze boodschappen kreeg van haar moeder. 3) Kan het college schetsen of en hoe hier binnen de gemeentelijke organisatie aandacht aan wordt besteed? Hoe wordt geborgd dat inzichten op beleidsniveau (bijvoorbeeld dat niet ieder foutje direct bestempeld wordt als fraude) landt in de uitvoering, ofwel dat signalen uit de uitvoering over ondeugdelijk beleid worden opgepakt op beleidsniveau? Naast het afhandelen van de individuele klachten wordt er in de integrale samenwerking tussen beleid en uitvoering bekeken of er aanwijsbare aspecten in klachten en bezwaarschriften voorkomen die structurele of beleidsmatige aandacht behoeven. Dit is een continue verbeterproces en is in lijn met ons principe ‘werken vanuit de bedoeling’’. In deze werkwijze staat de unieke mens centraal in onze dienstverlening en zijn systemen, zoals beleid, regels en procedures ondersteunend in plaats van leidend. Medewerkers worden getraind om te werken vanuit deze menselijke maat en doorlopend gecoacht om uiteindelijk het resultaat te realiseren waarbij de burger het beste mee geholpen is.
Waarbij we uiteraard wel blijven optreden tegen bewuste fraude. 4) Heeft dit bijvoorbeeld tot concrete wijzigingen in het opsporings- en sanctioneringsbeleid geleid? Zo ja, welke? Zie antwoord op vraag 1. Veel aanbevelingen van de enquêtecommissie zien toe op andere wetgeving of de rol van het parlement. Een aantal van de aanbevelingen van de commissie zijn ook relevant voor de gemeente, bijvoorbeeld: - zorg voor kennisopbouw over de risico’s van data en digitale toepassingen en creëer waarborgen voor burgers; - zorg ervoor dat wetten beter aansluiten bij de mensen in de samenleving; - begeleid mensen in plaats van ze te beoordelen; - introduceer een recht op persoonlijk contact; - pak echte fraude aan, maar sla niet door. 5) Is het college bereid om naar aanleiding van de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie te onderzoeken welke onderdelen van het rapport voor de gemeente Den Haag relevant zijn en welke lessen daaruit getrokken moeten worden? Ja, het college is bereid om naar aanleiding van de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie te onderzoeken welke onderdelen van het rapport voor de gemeente Den Haag relevant zijn en welke lessen daaruit getrokken kunnen worden. Hier komen we op de terug in de brief die wij u voor het einde van het jaar zullen sturen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4