RIS318138 Afdoening motie Oprichting Haags publiek warmtebedrijf
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
DSO/10735575 RIS 318138 Contactpersoon
Johan Noordhoek Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Energietransitie Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
23 april 2024
johan.noordhoek@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Oprichting Haags publiek warmtebedrijf’
Uw raad heeft tijdens de behandeling van het agendapunt “S. Warmtenetten / warmteconcessie” op 15 februari 2024 de door het raadslid de heer Thepass ingediende motie Oprichting Haags publiek warmtebedrijf (RIS 318138) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Overwegende, dat: − tijdige verduurzaming, betaalbaarheid, betrouwbaarheid, lokaal eigenaarschap en draagvlak aan de voorkant onmisbaar zijn voor een rechtvaardige warmtetransitie; − een verantwoorde en eerlijke verdeling van de risico’s onmisbaar is voor een succesvolle warmtetransitie; − volloop en maatschappelijk draagvlak twee essentiële voorwaarden zijn voor collectieve warmteprojecten, en warmtegemeenschappen en andere samenwerkingen tussen bewoners hier bij uitstek aan kunnen bijdragen; − gemeenten in samenwerking met bewoners warmtegemeenschappen en andere partijen per definitie de financiële en maatschappelijke eindrisico’s dragen, ongeacht het al dan niet betrekken van een privaat warmtebedrijf.
Constaterende, dat: − uit het haalbaarheidsonderzoek blijkt dat grootschalige warmteconcessies aan private partijen gepaard gaat met onaanvaardbare risico’s voor bewoners en gemeente; − private warmtebedrijven (onder andere) als gevolg van de Wet Collectieve Warmte zeer terughoudend zijn in het investeren in nieuwe warmtenetten; − publieke warmtebedrijven voordeliger zijn voor bewoners, vanwege hun lagere rendementseisen in vergelijking met private partijen; − opbrengsten voor (lokale) publieke warmtebedrijven en warmtecoöperaties in de stad blijven, in tegenstelling tot geldstromen naar private warmtebedrijven.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10735575
Van mening, dat: − een publiek warmtebedrijf met een stevige sturingsrol van de gemeente het beste in staat is om de publieke en langetermijn belangen van Haagse bewoners in de energietransitie te borgen. Verzoekt het college: − zich in te zetten voor de realisatie van een publiek warmtebedrijf, gericht op het bevorderen van een rechtvaardige Haagse warmtetransitie met daarin (in ieder geval) een stevige sturende rol voor de gemeente; − in voorbereiding hierop verschillende varianten van zo’n publiek warmtebedrijf uit te werken en deze aan de raad voor te leggen; − hierbij in ieder geval rekening te houden met- en in te gaan op (1) het analyseren en beperken van risico’s (2) financieringsmogelijkheden en betaalbaarheid (3) het bevorderen van duurzame lokale warmtebronnen (4) zeggenschap voor bewoners. Het college geeft op de volgende manier antwoord op deze motie: Het college heeft op 19 maart 2024 de motie gemeentelijk warmtebedrijf (RIS317592) afgedaan. Daarin is aangegeven dat er op de warmtevoorziening een nieuwe rolverdeling ontstaat met een grotere rol voor publieke partijen. Dat kunnen gemeenten en provincies zijn die individueel of gezamenlijk een warmtebedrijf oprichten, maar ook recent opgerichte (bijvoorbeeld NetVerder) of langer bestaande warmtebedrijven (bijvoorbeeld HVC) die volledig in publieke handen zijn.
De gemeente Den Haag gaat verkennen welke rol het beste past bij de gemeente en in hoeverre een stevig sturende rol mogelijk is. In de commissie Leefomgeving van 7 februari is aan uw raad toegezegd dat het college u informeert over de sporen die het college uitwerkt voor de warmtetransitie. U heeft daarover op 4 april 2024 de brief “Geactualiseerde aanpak warmtetransitie” (RIS318491) ontvangen. Ook ontvangt de gemeenteraad rond de zomer 2024 een brief over de mogelijkheden van een publiek warmtebedrijf. In die brief wordt een eerste verkenning van verschillende varianten beschreven. Er wordt ingegaan op risico’s en mogelijkheden om deze te beperken, financieringsmogelijkheden en betaalbaarheid, het bevorderen van lokale warmtebronnen en zeggenschap voor bewoners. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2