CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318125 Beantwoording technische vragen over het rv 'nota Haagse richtgevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024

Commissie Ruimte 4 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Tweede termijn inzake Raadsvoorstel Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024, RIS3178359.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Robert van Asten Wethouder van Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

RIS318125 DSO/10701228 Contactpersoon

Daniel Hake Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Stedenbouw & Planologie Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

8 maart 2024

daniel.hake@denhaag.nl

Onderwerp

Beantwoording technische vragen over het raadsvoorstel ‘nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’

Geachte voorzitter, Op verzoek van de PvdD is er voorafgaand aan het debat over de ‘nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ de gelegenheid gegeven aan de commissie Ruimte om technische vragen te stellen. Hieronder vindt u de antwoorden op de gestelde vragen: Partij voor de Dieren 1.

Op P.9 staat “Binnen de vrijgehouden ruimte zorgen de IHP's voor de concrete investeringen.”. Bestaat er een koppeling tussen IHP’s en de ontwikkelingen in ontwikkelgebieden? Met andere woorden als IHP’s onvoldoende gevuld zijn, is er dan een mechanisme dat andere ontwikkelingen in het ontwikkelgebieden remt om te voorkomen dat er discrepantie ontstaat? IHP’s zijn toch niet het enige instrument voor investeringen? Is niet een deel afhankelijk van marktinvesteringen, of lopen die marktinvesteringen via IHP’s?

1e deelvraag - Ja, er bestaat een koppeling tussen IHP’s en de ontwikkelingen in ontwikkelgebieden. De structuurvisie en voorzieningennota voor een ontwikkelgebied kijken 15-20 jaar vooruit, naar een eindsituatie. De IHP’s kijken 10 jaar vooruit, met IHP-middelen voor 4 jaar. Het college informeert de raad over de ontwikkeling van voorzieningen, zowel in de omgeving van een bouwplan als in het algemeen, zodat de raad een weloverwogen besluit kan nemen. Uiteindelijk kan de raad andere ontwikkelingen in het ontwikkelgebieden remmen – met als gevolg minder woningbouw. 2e deelvraag -Een deel van de investeringen in maatschappelijke voorzieningen en groen komt direct vanuit de markt. Kinderopvang en eerstelijns zorg zijn afhankelijk van directe marktinvesteringen. Wel zorgen we er bij kinderopvang zoveel mogelijk voor dat bij schoolgebouwen standaard voldoende ruimte voor kinderopvang wordt gerealiseerd. Voor voorzieningen in openbare ruimte kunnen indirecte investeringen via kostenverhaal zorgen voor enige dekking. Voor overige investeringen in maatschappelijke voorzieningen en groen kan enkel een deel van de grondkosten in sommige gevallen verhaald worden via marktinvesteringen en niet de kosten van het gebouw zelf.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

2.

P.9 “Zij zijn niet bedoeld als juridisch bindende norm”. Geldt dit ook voor de voorzieningen waar een wettelijke taak voor bestaat?

Ja. De ontwikkelaar van woningen of andere functies heeft geen verplichting ten aanzien van onderwijs bijvoorbeeld. Met referentienormen verplicht de raad zichzelf om in gebiedsvisies 1 (tot 2024 structuurvisies) voldoende ruimte aan te wijzen voor voorzieningen. Hoeveel ruimte daadwerkelijk nodig is blijkt later. 3.

P.10 Over de benodigde dekking voor realisatie van de voorzieningen om tekorten te voorkomen: is het mogelijk om vast te leggen dat die dekking randvoorwaardelijk is voor de uitvoering van projecten?

Nee, dat is niet mogelijk binnen de Omgevingswet. Een omgevingsvergunning kan niet afhankelijk worden gemaakt van daden van anderen (in dit geval realisatie van voorzieningen door de gemeente). Voorzieningen zullen ook vaak terecht kunnen komen op een andere locatie dan het perceel waarop het project wordt gerealiseerd. 4.

P.11, figuur 3: Kan worden toegelicht hoe de instrumenten in de afbeelding grip geven in de regie op voorzieningen? Ze vervullen toch grotendeels dezelfde functie als de referentienormen, omdat de referentienormen onderdeel van de documenten. Wat is de aanvullende grip?

Alle documenten bij elkaar geven aanvullende grip, omdat ze gaan over de toepassing van de richtinggevende normen in het gebied: niet alleen hoeveel vierkante meter nodig is, maar ook waar en hoe voorzieningen gerealiseerd worden. Hiermee krijgt de raad grip op de realisatie van voorzieningen in een ontwikkelgebied, die je met alleen normen niet hebt. •

Het ruimtelijk raamwerk is een visie en analyse op de openbare ruimte van Zuidwest. Hierin zijn de richtinggevende normen verwerkt. Het gaat in op ontmoeten, gezonde buitenruimte, groen en ecologie, water en klimaat, mobiliteit en ondergrond. • Het voorzieningenprogramma is op basis van de bestaande voorzieningen en de nota referentienormen vertaald naar Zuidwest. • Vervolgens gaat de ontwikkelstrategie in op de wijze waarop gezorgd wordt dat beoogde voorzieningen ook gerealiseerd worden. Zie meer hierover in het gewijzigd Voorstel van het college over de ontwerp structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040 (RIS315261). 5.

P. 13: Waarom is sporten en spelen onderdeel van de categorie groen en niet onderdeel van sport en spelen?

Op de pagina waarnaar wordt verwezen wordt aangegeven dat ‘groen’ meerdere doelen heeft, waaronder sport en spel. Dit is uitgewerkt in de tabel met normen: Met sport in het groen (blz. 25) wordt hier bedoeld medegebruik van de openbare ruimte voor sporten zoals balletje trappen, hardlopen, fietsen, bootcamp. Ook speelvoorzieningen (blz. 26) kunnen voor maximaal 40% gecombineerd worden met groen, de andere 60% moet buiten het groen, zodat er voldoende groen overblijft voor andere doelen zoals biodiversiteit. Sport in een sporthal, zwembad, buitensport op sportcomplexen en speelveldjes zoals Cruyff- en Krajicek Courts, valt onder de categorie Sport.

1

Met gebiedsvisie bedoelt het college een uitwerking van de omgevingsvisie voor een deel van de stad.

2/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

6.

P. 13: Wat wordt bedoeld met de groenfunctie ‘bevordert biodiversiteit’?

Dat met een natuurlijke inrichting of soortkeuze van het groen de biodiversiteit wordt bevorderd. 7.

P.13 “Voor dat doel kan een klein deel van het openbaar groen (half)verhard worden als paden of speelondergronden.” Verharding is in essentie toch geen groen? Wordt hier aangegeven dat volledige verharding kan meetellen als groen?

Ja, een verhard wandelpad kan meetellen bij het oppervlak van een groengebied. Paden zijn in de hele stad onderdeel van de bestemming groen en recreatie, een wandelpad of speelondergrond heeft dan een directe relatie met het groen. Ook zullen in uitwerking in ontwerpfase ook straatmeubilair en ondergrond van speeltoestellen zorgen voor een bepaalde mate van verharding. Den Haag is echter terughoudend met verharding: volgens het coalitieakkoord ‘Haags Akkoord’ zetten we in op het “(onverhard) groen tenzij” principe in alle gebiedsontwikkelingen. Dit staat ook op blz. 27 van de nota. 8.

P. 14, figuur 5: Hoe is de haalbaarheid van de stadsparken beoordeeld? Kan bijvoorbeeld ingegaan worden op de haalbaarheid van een stadspark van die omvang over de A12?

Weergegeven zijn de ambities die al vastgelegd zijn in ontwikkelvisie Laakhavens Hollands Spoor en Structuurvisie CID en Kwaliteitsplan CID. Figuur 5 gaat niet in op haalbaarheid, dat gebeurt in de ontwikkelstrategieën zoals weergegeven in figuur 3. 9.

Kan een versie van figuur 5 gegeven worden waarbij woningbouwprojecten wel doorgaan maar de realisatie van stadsparken op de A12 en Laakhavens (onverhoopt) niet?

Zie de kaart op pagina 56. 10. P. 21: “Er kan immers niet te weinig ruimte hiervoor gepland worden.” Hoe wordt deze zin bedoeld? Is het zo te lezen: “er kan immers niet te weinig ruimte gepland worden zonder de wet te overtreden”? Ja, want de gemeente moet volgens de wet in voldoende onderwijshuisvesting voorzien. 11.

P. 22: “Want voor bestaande woningen in het ontwikkelgebied worden de bestaande voorzieningen al afgestemd op de huidige behoefte.” Wat wordt hiermee bedoeld?

De bestaande woningen en hun bewoners worden al meegeteld bij het opstellen van de IHP’s. De huidige behoefte brengt de gemeente in beeld met gegevens over aantal inwoners, aantal kinderen, aantal leden van sportverenigingen, bezettingsgraden van sporthallen, mogelijke wachtlijsten etc. 12. P. 25: “Er wordt indicatief uitgegaan van 100% dubbelgebruik met groen of verharde openbare ruimte”: wanneer mag iets als dubbelgebruik tussen groen en sport in de openbare ruimte tellen? En wanneer telt het als verharde openbare ruimte? Telt verharde openbare ruimte wel of niet mee als gebruiksgroen? Hiermee is bedoeld dat de hele openbare ruimte, zowel groen als verhard, in principe gebruikt kan worden voor sport en spel – balletje trappen, hardlopen, etc. Er hoeft dus niet apart ruimte voor te worden gereserveerd. Deelvraag 1 Sporten mag altijd in het groen, tenzij het groen is afgeschermd vanwege broedende vogels e.d.

3/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Deelvraag 2 Sporten mag altijd in de verharde ruimte. Deelvraag 3 Verharde openbare ruimte als straten en pleinen telt niet mee als (gebruiks)groen. 13. P. 27: “Voor het nieuwe groen wordt gerekend met 10% ‘snijverlies’ van inritten en dergelijke die groenstroken doorsnijden.” Betekent dit dat er 10% extra groen wordt gerealiseerd omdat een deel verloren gaat, of dat de norm het uitgangspunt is en er in de praktijk mogelijk 10% minder groen is dan de norm? Er wordt met 10% extra groen gerekend om zo de norm voor de hoeveelheid groen te borgen ondanks zogenaamd ‘snijverlies’. 14. P. 27: “Tuinen op particuliere binnenterreinen tellen ook mee met (openbaar) gebruiksgroen, mits privaatrechtelijk geborgd is dat het openbaar toegankelijk is (overdag)”. Telt het dan ook maar half mee (bijvoorbeeld 100 vierkante meter telt mee als 50) als het maar deels openbaar toegankelijk is? Alleen het oppervlak dat openbaar toegankelijk is telt mee als openbaar groen. 15.

P. 27: “Groen op parkeergarages telt mee als groen mits voldaan wordt aan bovenstaande eisen voor binnenterreinen”, waarom is voor deze eisen gekozen? Telt het mee als gebruiksgroen?

Deelvraag 1 Omdat hiermee wordt aangesloten op technische eisen die gehanteerd worden in het handboek openbare ruimte. Daarin staan onder andere eisen ten aanzien van de gronddekking (minimaal 1,2 meter).en de toegankelijkheid van binnenterreinen. Daarmee wordt geborgd dat alleen groen van voldoende kwaliteit meetelt. Deelvraag 2 De term ‘gebruiksgroen’ wordt niet meer gebruikt in deze nota, omdat groen ook andere functies heeft dan gebruik door mensen. Zoals klimaatadaptatie en biodiversiteit. 16. Overkoepelend: waarom wordt voor 1 groennorm gekozen en niet bijvoorbeeld een splitsing gemaakt tussen gebruiksgroen en hoogwaardig groen? Het doel van de richtinggevende normen is om langjarig ruimte te reserveren, waaronder voor groen. De vraag hoe het groen ingericht en gebruikt gaat worden komt pas later aan de orde, bij het maken van het ontwerp voor de openbare ruimte. Op dat moment wordt een splitsing gemaakt tussen verschillende soorten groen op basis van de doelen die we ermee beogen. 17.

P. 28: Telt boulderen niet mee als sporthalvoorziening? Zo niet, waarom niet?

Boulderen telt niet mee als sporthalvoorziening. Het uitgangspunt vanuit sportbeleid is dat sporthallen en gymzalen multifunctionele ruimtes zijn. In de uitwerking kan er wel voor gekozen worden om boulderen in een gemeentelijke sporthal mogelijk te maken (speciaal ingerichte hal), zie tabel 2 pagina 38 waar gesproken wordt over urban sports school. 18. P. 29: deel 1c, is in beeld in welke mate kunstgrasvelden qua klimaatadaptatie al dan niet gelijkwaardig zijn aan natuurgrasvelden? Ja, dat is in beeld: • Waterberging/gebruik: Dat is afhankelijk van het type kunstgrasveld en of er sprake is van ondergrondse waterberging, maar ook van de locatie. Over het algemeen zijn kunstgrasvelden

4/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

•

met waterberging beter qua klimaatadaptatie dan natuurgrasvelden, omdat er minder water wordt gebruikt. Hittestress: het traditionele soort kunstgras houdt hitte vast en leidt tot hittestress. Nieuwe producten die op de markt komen houden water vast en zorgen daardoor voor verkoeling.

19. Welke voorzieningen vallen allemaal onder IHP zorg en welzijn? Hiervoor wordt een brief’ ‘op weg naar IHP Zorg & Welzijn ‘op zeer korte termijn gestuurd. Alle zorg & welzijnsfuncties op pagina 23 worden in ieder geval meegenomen. 20. P. 39: “Een belangrijke vervolgactie is een analyse van de huidige voorzieningen en het ontwikkelen van een afwegingskader om bestaande voorzieningen te toetsen, op basis van zaken als functionaliteit, duurzaamheid, financiën en bezettingsgraad.” Is dit al gedaan voor de huidige IHP’s of moet dit nog gedaan worden? Ja, dit is al gedaan met de huidige IHP’s. 21. P. 41: Kan de onderste rij van deze tabel toegelicht worden, bijvoorbeeld wat “Specials en overige commerciële maatschappelijke voorzieningen” te maken hebben met “Speeltuinen, sportveldjes, sporttoestellen en groen.” Dit is een opmaakfout in de nota, die zo snel mogelijk hersteld wordt. Hieronder de tabel met in geel de verbeterde teksten: Regierol

Type voorzieningen

Ruimtelijke strategie

Afweging en financiën

Voorzieningen, die gemeente in (juridisch) eigendom neemt.

Basisonderwijs (inclusief kinderopvang), speciaal onderwijs, middelbaar onderwijs, Centrum voor Jeugd en Gezin, wijkcentra met Servicepunt XL, cultuurankers, bibliotheken, sporthallen, zwembaden, podia, grootste gedeelte van broedplaatsen, ateliers en ca de helft van musea en ook een deel maatschappelijke opvang. Eerstelijns Zorgvoorzieningen en wijkgerichte tweedelijnszorg

Reserveringen van voorzieningen op gemeentegrond of te verwerven locatie (actief grondbeleid) en bundeling in voorzieningenclusters

Nut & Noodzaak voorzieningen op basis van IHP’s en financiële afweging beschikbare middelen (MIP).

Inzet op eventuele tijdelijke locaties

Gros voorzieningen is aangelegenheid opvolgende colleges/raden, inzet op oplopende kapitaalreeks van beschikbare middelen (MIP)

Commerciële zorgvoorziening en

Overleg met onderwijsinstellingen over locaties met gecombineerd ruimtegebruik

Uit te werken systematiek voor onderhoud, beheer en exploitatie (personeel). In het IHP Zorg & Welzijn onderzoek naar publiek- en privaatrechtelijk instrumentarium

Door de markt/zorgaanbieder Verantwoordelijke waarborging: G4/VNG-inzet richting Nederlandse Zorg

5/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Inzet clustering in gezondheidscentra Reserveringen in bestemmingsplan/ omgevingsplan met gemengde en specifieke eerstelijnszorgbestemmingen

Georganiseerde buitensport

Voorzieningen in de openbare ruimte

Sportvelden en -banen

Speeltuinen, sportveldjes, sporttoestellen en groen

Autoriteit over vastgoedtariefstelling van verzekeraars, juiste indexatie en differentiatie naar gebieden en het financieel instrumentarium voor startende praktijken

Samenbrengen van ontwikkelaars met (vertegenwoordiging van) huisartsen en andere zorgprofessionals in de eerste lijn Beslisboom Sport (zie paragraaf 2.4) Inzet Vlietzone voor CID en Binckhorst

Eventuele afspraken over betaalbaarheid in anterieure overeenkomsten

Hierbij sterke afhankelijkheid van regels van landelijke sportbonden en beschikbaarheid van vrijwilligers, die zorgen voor sterke piekmomenten op de zaterdag vanuit regionale competitieprogrammering en vaste maatvoeringen van sportvelden

Gros velden aangelegenheid opvolgende colleges/raden, inzet op oplopende kapitaalreeks van beschikbare middelen

Ruimtereserveringen in gebiedsontwikkeling Aparte projecten voor grote groenparken, speelveldjes, bomen aanpak bestaand groen en sportieve/ecologische netwerken binnen en buiten ontwikkelgebieden. Uit te werken beleid om voldoende sporttoestellen, speeltuinen en groen in

Nut & Noodzaak voorzieningen op basis van IHP’s en financiële afweging beschikbare middelen.

Kostenverhaal/begroting/ Rijksmiddelen voor slimme oplossingen met gecombineerd ruimtegebruik Uit te werken systematiek voor onderhoud, beheer en exploitatie (personeel). Kostenverhaal, Rijksmiddelen en middelen in begroting stedelijke ontwikkeling Onderzoek naar aanvullende financieringsmogelijkheden, voor kosten die niet op de ontwikkelaar verhaald kunnen worden. Onderzoek naar nader uit te werken systematiek ook voor toenemende kosten voor

6/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Specials en overige commerciële maatschappelijk e voorzieningen

Diverse voorzieningen, die niet of gedeeltelijk gesubsidieerd worden zoals buurtkamers van corporaties, culturele stichtingen, studentensociëteiten, broedplaatsen, roeiverenigingen

toegankelijke binnentuinen van private eigenaren te waarborgen

beheer, onderhoud en vervanging

Ruimtereserveringen

Middelen in IHP’s

Diverse sturingsmiddelen

Subsidies voor verenigingen en instellingen, begrotingsbudget voor stadsmaken/placemaking al dan niet uit kostenverhaal.

Stadsmaken/placemaking Vastgestelde Plintenstrategie (RIS312977)

Instrumentarium plintenstrategie

22. P. 44: “Er zal een generiek onderzoek worden gestart om te bezien in hoeverre de huidige gemeentelijke financieringssystematiek passend is voor de opgave en of aangepast dient te worden.” Wanneer wordt dit (naar verwachting) gestart en hoe wordt de raad hierover geïnformeerd? Dit is al gestart en de resultaten zijn onderdeel van verschillende rapportages op gebiedsniveau, welke de raad ontvangt. 23. P. 46: “De realisatie van maatschappelijke voorzieningen en groen wordt geregeld in de Integrale huisvestingsplannen.” Dit klopt toch niet (voor wat groen betreft)? Elders staat dat deze mogelijkheid bij groen eerst nog onderzocht moet worden. Hiermee wordt bedoeld dat het werken met IHP’s al loopt. De IHP’s worden niet tegelijk opgesteld, zo is het IHP zorg en welzijn nog in voorbereiding. In het raadsvoorstel staat dat het college de mogelijkheden onderzoekt voor een soort IHP voor groen (een integraal investeringsplan), dat de strategische investeringen en kansen voor groen in beeld brengt. 24. P. 54: “De maximale afstand die bewoners willen afleggen naar een sportvoorziening, hangt ook mede af van leeftijd en opleidingsniveau.” Kan de relatie tussen afstand afleggen naar een sportvoorziening en opleidingsniveau worden toegelicht? Waarop is deze vermeende relatie gebaseerd? Die is gebaseerd op een onderzoek van Prof. dr. Remco Hoekman van het Mulier Instituut. 25. P.

56: “De richtinggevende normen voor gebruiksgroen zijn gebaseerd op de referentienorm van Amsterdam.” Waarom is dit gebaseerd op Amsterdam? De gemeente Amsterdam had al ervaring opgedaan met de systematiek. Den Haag heeft bij het invoeren van de richtinggevende normen in 2021 die richting overgenomen en aangepast naar de ervaringen die in Den Haag zijn opgedaan. 26. Amsterdam heeft ook ecosysteemgroennormen. Werkt Den Haag hier mee of alleen met gebruiksgroennormen?

7/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Wij werken niet met aparte normen voor gebruiksgroen en ecosysteemgroen. Den Haag hanteert richtinggevende normen voor de totale hoeveelheid groen in de wijk. Dat groen levert een bijdrage aan meerdere doelen, zowel kwaliteit en gebruikswaarde voor mens en dier en natuur (dat zijn ecosysteemdiensten voor gezondheid, hittestress, verdamping etc. Daarnaast bevat de nieuwe nota in het raadsvoorstel kwalitatieve criteria voor groen, waaronder doorgaande structuren die ten goede komen aan de biodiversiteit. 27. P. 60, tabel 9 (en tabel 10): Kan nog nader worden toegelicht wat hier staat rondom speelvoorzieningen voor kinderen in hoogstedelijk milieu? Bijvoorbeeld: waarom is de kolom per leeftijdscategorie leeg bij hoogstedelijk maar is er wel een totaal? Er is op dit moment geen referentiegebied voor hoogstedelijk in Den Haag. Daarom is met het voorzieningenonderzoek CID voor hoogstedelijke referentienorm aanvullend onderzoek gedaan. In dit onderzoek zijn alleen de totalen berekend. 28. Is er puur sprake van minder verwachte kinderen in een hoogstedelijke omgeving of wordt ervan uitgegaan dat kinderen minder behoefte hebben om te spelen? Er is een verwachting dat er fors minder kinderen zijn in hoogstedelijk gebied. Dit blijkt uit het voorzieningenonderzoek CID (RIS316628). 29.

“Op dit moment verhaalt Den Haag de kosten voor extra groen in ontwikkelgebieden niet op ontwikkelaars.” Wordt op de mogelijkheden om dit wel of niet te doen en bijbehorende afwegingen nader ingegaan in de aangekondigde nota kostenverhaal (2024)?

Ja. SP 1. Als we grootschalige projecten, zoals bijvoorbeeld het Utrechtsebaanpark, doorberekenen in de normen voor groen voor een wijk, in welke fase moet zo'n plan dan zijn? Moet er dan ook al financiële dekking voor zijn gevonden? Welke voorwaarden zijn er nog meer voor zo'n plan om meegeteld te worden voor de gebiedsontwikkeling? Met de richtinggevende normen wordt er gewerkt van grof naar fijn. In de structuurvisie voor het hele CID is het Utrechtsebaanpark opgenomen als mogelijkheid om groen te realiseren in overeenstemming met de richtinggevende normen. Het is daarmee niet zeker dat dit onderdeel ook wordt gerealiseerd. In de fase van de ontwikkelstrategie moet er zicht zijn op dekking van de voorstellen in de ontwikkelvisie. De raad kan ervoor kiezen sommige maatregelen in de ontwikkelstrategie op te nemen om daarmee rijkssubsidies aan te vragen. Als het is opgenomen in de Ontwikkelstrategie kan het voorstel worden meegeteld voor de voorzieningen in de gebiedsontwikkeling van het CID. 2.

Hoe wordt er omgegaan met langdurige reservering van oppervlakte? Is een reservering van grond zonder vooruitzicht op invulling en financiële dekking (zoals groen) voldoende om mee te tellen voor de referentienormen?

Door locaties aan te wijzen in de structuurvisie en voorzieningenprogramma toont de raad aan dat er plaats is voor voldoende groen e.d. in overeenstemming met de richtinggevende normen. Met de ontwikkelstrategie blijkt of deze ook echt gerealiseerd kunnen worden, hoe, en wanneer. Zie verder antwoord op vraag 1.

8/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

3.

Maakt het uit op welke termijn projecten zullen worden ontwikkeld voor de nota richtinggevende normen? Mogen projecten op de lange baan even zwaar meetellen als projecten die op de korte termijn te realiseren zijn?

De structuurvisie en voorzieningenprogramma geven een eindbeeld waar uiteindelijk de voorzieningen en groen moeten komen. Hiermee ontstaat een ruimtereservering om voorzieningen mogelijk te maken. Die voorzieningen hoeven er niet nu al te zijn: voor woningen die over 10 jaar worden gebouwd zijn de voorzieningen ook pas over 10 jaar nodig. 4.

Hoe zal er rekening gehouden worden met de bevolkingsprognose en mogelijke veranderingen hierin?

Bij de IHP’s worden de meest recente bevolkingsprognoses gehanteerd. Deze zijn mede gebaseerd op bouwplannen die vaststaan. 5.

Hoe worden de behoeftes voor een gebied in eerste instantie bepaald of geanalyseerd? Wanneer in het proces komt er een herijking of nieuw voorzieningenplan als blijkt dat verwachtingen over de behoeftes voor voorzieningen in een wijk anders uitvallen?

In eerste instantie worden de behoefte geanalyseerd op basis van de richtinggevende normen, nadenkplicht van aantal andere voorzieningen, bestaande overschotten of tekorten uit IHP’s en uitkomsten uit participatie. Als er grote veranderingen zijn zullen de voorzieningenprogramma’s herijkt worden. 6.

Zullen behoeftes in en voor een wijk doorlopend worden gemonitord, en op welk moment worden de aannames (zie vraag 5) getoetst? Denk aan de aanname dat er in het CID minder gezinnen met kinderen worden verwacht dan in het centrum. En wanneer worden deze normen dan per gebied aangepast?

Ja, dat zit in de herijking van de bevolkingsprognoses. Die werken elke 2 jaar weer door in de IHP’s. Ook de voorzieningenprogramma’s voor ontwikkelgebieden worden herzien, maar minder vaak. De stadsbrede richtinggevende normen blijven voor langere tijd gelden, zodat er houvast is. Die hoeven pas te veranderen bij grote maatschappelijke of demografische veranderingen, waarbij de bevolkingssamenstelling van de hele stad verandert. 7.

Wordt er ook rekening gehouden met een combinatiefunctie voor verschillende maatschappelijke voorzieningen? Denk aan cultuur in de openbare ruimte, cultuur en bibliotheek, cultuur en educatie etc. Wordt dit gescheiden van de oppervlaktenormen voor cultuur?

Ja Zie paragraaf 3.2.3 van de nota. 8.

Kunnen er maatschappelijke voorzieningen waar geen richtinggevende norm voor is worden toegevoegd nadat de nota is vastgesteld? Welke mogelijkheden heeft de raad hiervoor?

Ja dat kan. De raad kan dat doen door de nota richtinggevende normen te herzien. Daarvoor is wel nodig dat er een onderbouwde norm kan worden bepaald, uitgedrukt in aantal vierkante meter per 1000 woningen.

9/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

9.

Vallen laadpalen en andere voorzieningen voor mobiliteit (denk aan mobiliteitshubs, parkeerplaatsen, vlonders, haltes, deelmobiliteit etc.) ook onder de nota richtinggevende normen?

Nee. 10. Wat wordt er bedoeld met het sturen op ruimte ‘op tactisch niveau’? (zie RIS317835, pg. 5) Daarmee wordt bedoeld op het schaalniveau van ontwikkelgebieden en projecten. 11.

Zal er voor richtinggevende normen gewerkt worden met boven- en ondergrenzen, denk aan oppervlaktenormen of normen voor financiën en beheer bij grote projecten?

Nee, uit de evaluatie van de nota referentienormen (2021) bleek geen aanleiding om met boven- en ondergrenzen te gaan werken. 12. Als de normen slechts worden gehanteerd als ambities, wanneer kan de gemeente ervoor kiezen een norm naast zich neer te leggen? Welke instrumenten wegen zwaar genoeg om zo’n richtinggevende norm aan te passen? Denk aan participatie of prognoses. Worden deze mogelijke overwegingen alvorens transparant gemaakt in de nota? Alleen de in tabel 2 op pagina 38 gehanteerde redenen kunnen een argument zijn tot maatwerk. Daarmee wordt willekeur voorkomen. Dit maatwerk vindt plaats bij de concrete planning van voorzieningen in de IHP’s. En weer bij het opstellen van bouwplannen voor voorzieningen. Bij elke stap is de raad betrokken. 13. Zal er in de richtinggevende normen rekening gehouden worden met beheer, onderhoud en de financiële middelen die daarvoor nodig zijn? Zo ja, hoe worden die ingeschat en voor welke termijnen? Zo niet, waarom niet? Nee, de richtinggevende normen houden geen rekening met de gevolgen voor beheer en onderhoud. Echter voordat wordt overgegaan tot een investeringsbesluit moet er wel voldoende dekking zijn voor de investering en de exploitatielasten. 14.

Hoe zullen richtinggevende normen van bouwplannen die afhankelijk zijn van andere voorzieningen of infrastructuur met elkaar in verband worden gebracht? Denk aan het realiseren van een school die afhangt van het bouwen van een fietstunnel. Hoe zullen deze gelijke tred kunnen behouden qua werkzaamheden en oplevering? Hoe wordt de raad op de hoogte gehouden worden van randvoorwaarden die nodig zijn om bepaalde voorzieningen te realiseren? Wanneer een voorziening afhankelijk is van bijvoorbeeld een fietstunnel, wordt die onderlinge afhankelijkheid gemanaged binnen de ontwikkelgebieden, o.a. in de ontwikkelvisies en ontwikkelstrategieën. Door gebiedsgericht te werken zorgen we dat verschillende gekoppelde projecten gelijke tred behouden. De raad wordt op de hoogte gehouden door middel van de voortgangsrapportages van de ontwikkelgebieden. 15.

Wordt de realisatie en financiering van projecten die met elkaar te maken hebben samen gepresenteerd of worden ze apart gehouden?

10/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Dit is onderdeel van de ontwikkelstrategie 16. Hoe wordt het onderscheid gemaakt tussen huidige wijken en de tekorten die daar bestaan, en de prognoses voor het CID? Wordt er een inventarisatie van de huidige voorzieningen van wijken gemaakt en zal dit als zodanig worden geïntegreerd in de nota? Zie vraag 5. De tekorten en overschotten uit IHP's worden meegenomen met voorzieningenprogramma’s voor de ontwikkelgebieden. ChristenUnie 1. Wat leggen we precies vast: zijn dit normen gebaseerd op wat er nu is? Of zijn het normen gebaseerd op wat wenselijk is? Het zijn normen gebaseerd op wat wenselijk is. Voor het ene beleidsterrein halen we de norm al en voor het andere beleidsterrein nog niet en werken we er naartoe. 2.

Hoe is bijvoorbeeld de norm voor een buurthuis bepaald? Dat is anders dan bv een norm voor een huisarts.

De bepaling van de normen is gebaseerd op een combinatie van al vastliggende normen in beleidsnota's, de huidige situatie in de referentiegebieden, landelijke kengetallen, en kentallen van andere G4 gemeenten. 4.

Wie hebben geparticipeerd in de totstandkoming?

Deze nota is tot stand gekomen mede op basis van een onafhankelijke evaluatie van de nota Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen. Deze is uitgevoerd door het adviesbureau Public Result. Dit bureau heeft tientallen medewerkers van de gemeente geraadpleegd die vanaf 2021 met de nota gewerkt hebben. Inwoners ondervinden pas concrete gevolgen bij het toepassen van richtinggevende normen in gebiedsvisies en voorzieningenprogramma’s. Bij die besluiten vindt participatie plaats of heeft participatie plaatsgevonden. 5.

Hoe verhouden deze richtinggevende normen zich tot de gebouwde delen van de stad (waar geen (grote) ontwikkelingen staan te gebeuren)?

In delen van de stad waar geen (grote) bouwontwikkelingen staan te gebeuren, verandert de behoefte aan voorzieningen ook. Dit komt vooral door de vergrijzing. Die heeft met name effect op de vraag naar sportvoorzieningen en onderwijs. Deze veranderingen zijn echter geleidelijk, en zijn daardoor veel beter binnen de bestaande bebouwing en openbare ruimte op te vangen. 6.

Stel: volgens deze nota is voor een bouwproject met x aantal woningen 0,3 bibliotheek nodig en 0,2 eerstelijns zorg (of een x aantal m²). Met de nota kan niet gestuurd worden per bouwproject (logisch), want het is geen toetsingskader per individueel project.

Maar is het met deze nota wel mogelijk om te zeggen: er staan bv 4 ontwikkelingen in dit stadsdeel te gebeuren binnen nu en vijf jaar, bij elkaar opgeteld gaat het dan om 1 bibliotheek en 1 zorgvestiging, dus we reserveren in het ene project een grote ruimte voor eerstelijnszorg en in een andere een bibliotheek?

11/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Ja, dat kan. 6.

We kennen nu de milieus hoogstedelijk, centrum-stedelijk, gemengd stedelijk en stedelijk. Voor elk niveau bestaan verschillende behoeftes. Sommige worden ingevuld per milieu, sommige per buurt, wijk, stadsdeel of stadsbreed. Maar deze nota wordt ‘erbij gepakt’ bij de planvorming voor een ontwikkelgebied. Dat loopt niet per se synchroon met voornoemde gebiedsniveaus. Hoe verhouden die gebieden (en de invulling van voorzieningen op verschillende niveaus) zich tot elkaar? Is het mogelijk om een visualisatie van de normen per gebiedsniveau te krijgen (bijvoorbeeld met verschillende lagen), inclusief de al bestaande voorzieningen (zodat overschot/tekorten in beeld komen)?

Allereerst: De milieus beschrijven verschillende delen van de stad, met verschillende bevolkingsdichtheden en huishoudenssamenstelling en daardoor verschillende vraag naar voorzieningen. Het verzorgingsgebied van een voorziening is grofweg per buurt, wijk, stadsdeel of stadsbreed. Bij planvorming van ontwikkelgebieden -de gebiedsvisie en het voorzieningenprogramma- wordt bepaald wat voor soort milieu het in de toekomst gaat worden, en dus welk soort voorzieningen daarbij hoort. Het voorzieningenprogramma geeft aan waar die voorzieningen ongeveer gaan komen, daarbij wordt ook de link gelegd met omliggende gebieden. Want de verzorgingsgebieden van voorzieningen houden zich immers niet aan gebiedsgrenzen. Dit is te zien in het voorzieningenprogramma voor Den Haag zuidwest. Een visualisatie van de toekomstige voorzieningen in een ontwikkelgebied is te vinden in de voorzieningenprogramma’s en het voorzieningenonderzoek CID. CDA 1. Kunnen de referentienormen ook gebruikt worden om het huidige voorzieningenpeil in een wijk of gebied te toetsen? Nee dat kan niet, omdat voorzieningen niet gebonden zijn aan wijk- of gebiedsgrenzen maar aan verzorgingsgebieden en aan hun capaciteit.

Bijvoorbeeld een bibliotheek ligt in één wijk en bedient minstens twee wijken, voor welke wijk telt hij dan mee? Daarnaast zijn er met behoefte-onderzoeken in IHP's betere instrumenten voor het toetsen van het huidige voorzieningenpeil, waarbij specifiek gebruikt wordt gemaakt van gegevens over aantal inwoners, bevolkingssamenstelling, aantal leden van sportverenigingen, bezettingsgraden van sporthallen en zwembaden, mogelijke wachtlijsten, aantal huisartsen met praktijk aan huis dat met pensioen gaat etc. 2.

Uitgangspunt van het voorstel is om te instrumenteren op Normeren, reserveren, investeren en realiseren. Op welke manier wordt getoetst dat het voorzieningenniveau meegroeit met nieuwe bouwplannen of gedurende een ontwikkeling van een gebied, als de normen geen juridisch kader zijn waaraan afzonderlijke bouwplannen of ontwikkelingen aan worden getoetst?

Afzonderlijke projecten worden getoetst op de ontwikkelvisie 2 voor het gebied, of het project de daarin beoogde voorzieningen levert. De raad wordt steeds geïnformeerd over de voortgang: door tussentijdse rapportages per ontwikkelgebied, en door de tweejaarlijkse herziening van de IHP’s.

2

Een ontwikkelvisie is een beleidsdocument van de gemeente, dat gaat over een te ontwikkelen gebied in de stad. In de ontwikkelvisie

geeft de raad op hoofdlijnen aan wat er in het gebied ontwikkeld moet worden, en wanneer.

12/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

3.

Is het mogelijk om onder de nieuwe Omgevingswet en/of andere gemeentelijke regelgeving op te nemen dat het verplicht is om bij elke ontwikkeling het huidige voorzieningenniveau en benodigde voorzieningenniveau bij de voorgenomen ontwikkelingen inzichtelijk te maken en te vergelijken met de benodigde voorzieningen op basis van de referentienormen, los van de bestaande juridische toetsing?

Het is niet mogelijk om een aanvrager van een omgevingsvergunning te verplichten om het voorzieningenniveau inzichtelijk te maken. Het is immers de gemeente die het overzicht heeft over de voorzieningen. Bij de voorbereiding van een raadsbesluit over een ontwikkeling 3 voegt het college een overzicht bij over het huidige en toekomstige voorzieningenniveau. 4.

Op blz. 2 van de brief ‘Voorstel van het college inzake nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ staat dat in de structuurvisies is vastgelegd waar en hoeveel voorzieningen er moeten komen. Op welke manier wordt inzichtelijk gemaakt wanneer en met welke financiering de voorzieningen er moeten komen, aangezien dit ook per amendement bij structuurvisie CID en Zuidwest is aangenomen?

Dit gebeurt in de ontwikkelstrategie voor een ontwikkelgebied. Die gaat over wanneer en hoe het gewenste programma gerealiseerd wordt. 5.

Leiden hoogstedelijke normen gemiddeld tot een lager aantal voorzieningen per bewoner, of ook juist hoger?

Er is een verwachting dat er fors minder kinderen zijn in hoogstedelijk gebied. Dit blijkt uit het voorzieningenonderzoek CID (RIS316628). Daarom zijn minder scholen e.d. nodig. Als gevolg zijn er ook minder vierkante meters maatschappelijke voorzieningen per woning. 7.

Hoe wordt geborgd dat hoogstedelijke normen bijdragen aan het benodigde voorzieningenniveau voor nieuwe bewoners, en hoe wordt ingeschat wie de verwachte bewoners van het CID zullen zijn aangezien de woningnood ertoe leidt dat mensen toegeven op bepaalde woonwensen?

De inschatting wat voor huishoudens er in het CID komen wonen is gebaseerd op het woningbouwprogramma zoals nu bekend. Het woningbouwprogramma is in belangrijke mate bepalend voor de bewoners van het gebied: er wordt vooral gebouwd voor een- en tweepersoonshuishoudens. Daarmee is niet uitgesloten dat er ook andere huishoudens zoals gezinnen zullen wonen, maar de kans is wel kleiner dan als we ruimere gezinsappartementen zouden bouwen. 7.

Zijn de richtlijnen en daaruit voortkomende richtinggevende normen alleen tot stand gekomen door te kijken naar bestaande wijken? En hoe zijn deze dan tot stand gekomen voor de hoogstedelijke normen?

1e deelvraag: De bepaling van de normen is gebaseerd op een combinatie van al vastliggende normen in beleidsnota's, de huidige situatie in de referentiegebieden, landelijke kengetallen, en kentallen van andere G4 gemeenten.

3

Hier wordt bedoeld een ontwikkeling die niet past binnen het omgevingsplan, en waarvoor de raad bindend adviesrecht heeft. Of

waarvoor het omgevingsplan wordt aangepast.

13/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

2e deelvraag: De hoogstedelijke normen zijn gebaseerd op het voorzieningenonderzoek CID. 8.

Is er een maximum afstand tot een locatie, waarbij compensatie van voorzieningen elders nog is toegestaan? Zo nee, kan dit worden opgenomen?

Indirect is die er omdat er per voorziening staat aangegeven welk voedingsgebied wenselijk is – buurt, wijk of stadsdeel. In de praktijk is hierbij de bereikbaarheid relevant, en niet zozeer afstand. Daarnaast geldt dat compensatie op grotere afstand acceptabel kan zijn, als die voorzieningen op korte afstand ontlast. Zo ontlast een nieuwe bibliotheek in Mariahoeve de bibliotheek in Bezuidenhout. Ook geldt dat de komst van de dubbele sporthal Loosduinen sporters uit andere stadsdelen aantrekt, waardoor er meer capaciteit aan de andere kant van de stad komt. 9.

Is het mogelijk om een escalatieladder te definiëren op basis waarvan een grens aan de groei kan worden gesteld, op basis van de benodigde voorzieningen?

Ja dat is mogelijk, zie het amendement ‘Noodrem voor de raad’ bij de Ontwerp Structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040; Groen, stedelijk en vitaal Zuidwest (RIS315261). 10. In 2.1.8 ‘Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ staat dat de voorzieningenonderzoeken en IHP’s rekening houden met de bevolkingsprognoses over 10 jaar, wordt hierin ook de groei van nieuwkomers meegerekend? De bevolkingsprognoses zijn onder andere gebaseerd op bekende woningbouwplannen en woningzoekenden. Statushouders tellen als woningzoekende, vluchtelingen in COA-locaties en Oekraïners in opvanglocaties niet. Deze laatste twee groepen vragen uiteraard wel om voorzieningen. Omdat opvanglocaties tijdelijk zijn, is het niet nodig om permanent extra voorzieningen te realiseren. Wel is de gemeente per geval op zoek naar maatwerk om tijdelijk in de behoefte te voorzien. Dit doen wij immers ook met bouwplannen in buurgemeenten waarvan de verwachting is dat ze van Haagse voorzieningen gebruik maken. 11.

Op pagina 30 punt 4. wordt gesproken over een bestuurlijke afweging wordt gemaakt, hoe wordt deze afweging gemaakt?

Geconstateerd is dat niet alle sportvoorzieningen een plek kunnen krijgen in CID Binckhorst. Momenteel onderzoekt het college de mogelijkheden om de buitensport behoefte van CID en Binckhorst in de Vlietzone te realiseren. 12. Is het mogelijk om het voorliggende voorstel voor referentienormen ook te verwerken in een Leefbaarheidseffectrapportage of ander dergelijk instrument om de leefbaarheid in kaart te brengen? Het in kaart brengen en volgen van de leefbaarheid van wijken en gebieden is van groot belang. In de komende periode wordt dit verder ontwikkeld tot een samenhangende Haagse leefbaarheidrapportage. Op dit moment wordt er hard gewerkt aan een eigen Haagse applicatie, een geografisch informatiesysteem waarbij een specifieke locatie ten grondslag ligt aan de integratie van vele soorten data. Met deze applicatie kan nauwgezet en actueel inzichtelijk worden gemaakt wat het voorzieningenniveau is bij bestaande en toekomstige ontwikkelingen in Den Haag. Desgevraagd met verschillende reikwijdte, van wijk tot gebied tot op geheel stadsniveau. Ook hier met als kader de nota

14/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Richtinggevende normen en de investeringsagenda’s voor huisvesting van voorzieningen (Integrale huisvestings-programma’s, IHP). Wij tekenen hierbij aan dat geen van de beschikbare of nog verder te ontwikkelen instrumenten daadwerkelijk effectief zal zijn als het proces niet gepaard gaat met nadere gesprekken en onderzoek naar de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt. We kunnen weliswaar de voorzieningen, faciliteiten en kwaliteiten (denk aan gevestigde huisartsen, scholen, winkels, groen, sportverenigingen) op verschillende wijze en op verschillend detailniveau in kaart brengen. Dit zegt echter niet onmiddellijk iets over het gebruik, meerwaarde of ervaring door bewoners/bezoekers van wijk of buurt. Vragen als: Waar komen de huidige cliënten vandaan bij de gevestigde dokter- of tandartspraktijk? Sluiten de groenvoorzieningen aan bij de wensen van bewoners, door wie worden ze gebruikt en waarom wel of waarom niet? Wat is de reden van de leegstand van aanwezige (winkel)panden? Hoe scoren de scholen in het gebied qua onderwijs(kwaliteit)? Antwoorden op dergelijke vragen volgen niet uit de ontwikkelde participatie-instrumenten of monitoring- instrumentarium. Ook niet uit de LER. Hiervoor moeten we dus aan de slag, via nadere gesprekken, enquête of nader onderzoek met de inwoners en ondernemers van buurten en in wijken. D66 1.

Compensatie voorzieningen P34: hoe gaat het borgen en reserveren van ruimte ingericht worden en in welke documenten? Niet alle sportvoorzieningen zullen een plek kunnen krijgen in CID Binckhorst. Momenteel onderzoekt het college de mogelijkheden om de buitensport behoefte van CID en Binckhorst in de Vlietzone te realiseren. 2.

P38-39: IHP's en voorzieningenprogramma's moeten ergens worden samengebracht. Waar wordt die koppeling gemaakt?

Voorzieningenprogramma’s bevatten de einddoelen voor een gebied over 15-20 jaar. IHP’s dragen bij aan het inzichtelijk maken van de benodigde investeringen. 3.

Wat is de stand van zaken met financiering IHP's, Rijksbijdragen, kostenverhaal?

Er zijn op dit moment IHP’s Sport, Onderwijs, en Cultuur en Bibliotheken. Het IHP Zorg en Welzijn is in de maak. Een IHP is zowel een ambitiedocument als een planningsdocument waarmee inzichtelijk gemaakt wordt welke investeringen nodig zijn om het cultuur/sport/onderwijs vastgoed aan de beleidsdoelstellingen te laten voldoen. Elk programma kent haar eigen financieringsgronden en proces. Er wordt verder gewerkt aan de herziening nota Kostenverhaal. 4.

P43: Hoe wordt de matchmakingstool op de Binckhorst gevuld? En wordt dit in de rest van de stad ook toegepast?

De matchmakingstool ofwel gebiedskaart Binckhorst is bedoeld om geïnteresseerde ondernemers actueel inzicht te geven in de beschikbaarheid van commerciële ruimte in de Binckhorst en door te leiden naar de betreffende eigenaren. Het gaat hierbij om actueel aanbod, maar ook om aanbod dat in de toekomst ontwikkeld gaat worden. De tool wordt gevuld door de eigenaar / ontwikkelaar van de ruimte. https://bedrijfsruimte-binckhorst.nl/ In andere delen van de stad zijn er vergelijkbare toepassingen voor het matchen van vraag en aanbod. 5.

Zijn er andere vormen van financiering onderzocht, bijvoorbeeld een cofinancieringsfonds voor de openbare ruimte. En zo ja, wat zijn de uitkomsten hiervan?

15/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

De openbare ruimte wordt op verschillende wijze gefinancierd. Hiertoe worden doorlopend (lobby) gesprekken gevoerd met het Rijk, stakeholders en ontwikkelaars. De manier waarop het Rijk direct of indirect de openbare ruimte in de toekomst kan of wil financieren zal ook mede afhangen van het nieuw te vormen kabinet. 6.

Plaatje bijlage 3 is verouderd. Is er een meer actueel plaatje beschikbaar?

De bijlage 3 is een samenvatting van een rapport uit 2020, dat nog steeds geldt als basis voor de richtinggevende normen. 7.

Wanneer verwacht college de IHP's voor Zorg en Welzijn en Groen naar de raad te kunnen sturen?

Het IHP Zorg en Welzijn wordt medio 2024 verwacht. Aan de nota Grote Groengebieden wordt gewerkt, naar verwachting komt deze in 2025 naar u toe.. Hart voor Den Haag (eerste deel) 1. Graag een overzicht van de normen welke in de nota RIS 317835 voor Den Haag zijn opgesteld in relatie met de normen van Amsterdam en die van Europa, waar de nota om de haverklap naar verwijst. Vergelijkend overzicht G4 Den Haag

Amsterdam Utrecht

Rotterdam

Basisschool en kinderopvang

X

X

X

X

Middelbare school

X

X

X

X

Speciaal onderwijs

(x) onderdeel basisnorm

X

(x) onderdeel X basisnorm

Buurthuis

X

X

Jeugdhonk/ jongerenhuiskamer Servicepunt XL

X verdeeld in X en 2 normen onderscheid wijksterkte X X

X

X (wijkzorg) X

X

Centrum Jeugd en gezin

X

X In 2 normen

X

Onderwijs

Zorg & Welzijn

X

Eerstelijnszorg • huisarts X • tandarts X • apotheek X • fysiotherapeut X • verloskundig X • Psycholoog diëtist, logopedist, kraamzorg, maatsch. werk Dagbesteding

X X Een norm Onder overig X X Onder overig

Hospice

X

Verpleeghuis

X

X X

X X

16/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Hulp richting werk en armoede X Begeleid wonen, vervangend tehuis en opvang Voedselbank

X

X in 2 X normen (maar zonder norm)

X

Recreatie Schooltuinencomplex/ volkstuinen Speeltuingebouw/ kinderboerderij Scouting

X

(maar zonder norm)

X X

X

X

X

Hulpdiensten Brandweer Politie Ambulancepost Cultuur & Bibliotheken Cultuuranker

X

X

X

Bij cultuur wijk Bij cultuur wijk X

Broedplaats/atelier Bibliotheek Musea/Stedelijke zaal (schouwburg bioscoop, poppodia) Kunst in de openbare ruimte

Bij cultuur wijk Bij cultuur wijk X

X

Sport Sporthal

X

X

X

X

Fitness/sportschool/ Dans/vechtsport

Wel Binckhorst-norm en voorzieninge nonderzoek CID X X

X

X

Zwembad Buitensport

Tussen 4m2 en 10 m2 tussen 2 m2 Via prognose per woning en 9 m2 per (voorzieningenonderzoek woning CID 2,6 m2 per woning)

Tussen 4,3 m2 en 7,9 per woning (omgerekend norm is per bewoner)

Werk en inkomen Servicepunt (070) Sociale werkplaats Commercieel Horeca

Dienstverlening (kledingreparatie-, kapper,

Wel voorzieningenonderzoek CID Wel voorzieningenonderzoek

17/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

stomerij, pakketophaalpunt, CID darkstores) Bedrijfsruimte (lastmile stadsdistributie, onderhoud en reparatiediensten, circulaire dienstverlening, fietsreparatie) Vrijetijd/kleinschalige wellness Overig Gebedsruimte 2.

Graag een gemotiveerd antwoord waarom er van de Amsterdamse en Europese norm wordt afgeweken.

Er zijn tot nog toe geen Europese normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen. Het college heeft het voorbeeld van Amsterdam gebruikt om tot eigen Haagse normen te komen. De Haagse normen zijn anders dan de Amsterdamse voor bibliotheken, buurthuizen en voorzieningen voor jongeren. Dat verschil is het gevolg van door de raad vastgestelde sectorale beleidskaders. 3.

Graag een vergelijking met de Rotterdamse en Leidse normen.

Zie hiervoor de beantwoording bij vraag 1. Voor Leiden zijn ons geen normen bekend. 4.

Vervolgens zouden wij willen vernemen waarom er voor de dichtstbevolkte stad van Nederland en volgens sommige publicaties van West Europa, geen eigen systeem van normen is ontwikkeld. Het lijkt ons alleszins redelijk dat er een eigen normen stelsel zou worden ontwikkeld. Niets lijkt op uniek Den Haag.

Den Haag heeft een eigen systeem van normen: zoals aangegeven in de nota referentienormen (RIS307513). 5.

De bevolkingsdichtheid zal in de komende 30 jaar nog verder toenemen. Daarmee de verwachting rechtvaardigend dat deze als maar aanhoudende bevolkingsgroei binnen de te krappe stadsgrenzen een aanslag vormen op; bestaande voorzieningen; de te hanteren normen en de te komen voorzieningen.

Hierop kan geen antwoord gegeven worden omdat de vraag niet duidelijk is. Ik vraag u deze vraag in het debat te stellen en dan waar mogelijk te verduidelijken. 6.

Er zal een gebrek aan ruimte om voorzieningen te realiseren gaan ontstaan. Als de normen voor de voorzieningen niet meer haalbaar zijn vanwege het ruimtegebrek hoe gaan we dan verder? Stopt de woningbouw? Of worden de voorzieningennormen aangepast? En dan in welke prioriteitsvolgorde. Bijvoorbeeld eerst sneuvelen de sportvoorzieningen, daarna het stadsgroen, dan de huisartsen praktijken.

Het in kaart brengen en volgen van de leefbaarheid van wijken en gebieden is van groot belang. In de komende periode wordt dit verder ontwikkeld tot een samenhangende Haagse leefbaarheidrapportage.

18/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Op dit moment wordt er hard gewerkt aan een eigen Haagse applicatie, een geografisch informatiesysteem waarbij een specifieke locatie ten grondslag ligt aan de integratie van vele soorten data. Met deze applicatie kan nauwgezet en actueel inzichtelijk worden gemaakt wat het voorzieningenniveau is bij bestaande en toekomstige ontwikkelingen in Den Haag. Desgevraagd met verschillende reikwijdte, van wijk tot gebied tot op geheel stadsniveau. Ook hier met als kader de nota Richtinggevende normen en de investeringsagenda’s voor huisvesting van voorzieningen (Integrale huisvestings-programma’s, IHP). Wij tekenen hierbij aan dat geen van de beschikbare of nog verder te ontwikkelen instrumenten daadwerkelijk effectief zal zijn als het proces niet gepaard gaat met nadere gesprekken en onderzoek naar de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt. We kunnen weliswaar de voorzieningen, faciliteiten en kwaliteiten (denk aan gevestigde huisartsen, scholen, winkels, groen, sportverenigingen) op verschillende wijze en op verschillend detailniveau in kaart brengen. Dit zegt echter niet onmiddellijk iets over het gebruik, meerwaarde of ervaring door bewoners/bezoekers van wijk of buurt. 7.

Blz 3 van de aanbiedingsbrief “ indien er voor bepaalde voorzieningen geen locatie beschikbaar is in het te ontwikkelen gebied wordt hiervoor elders ruimte gecreëerd “ Wat, waar en hoe?

Niet alle sportvoorzieningen zullen een plek kunnen krijgen in CID Binckhorst. Momenteel onderzoekt het college de mogelijkheden om de buitensport behoefte van CID en Binckhorst in de Vlietzone te realiseren. 8.

Kan het college een indicatie geven waar de voorzieningen in deze bedoelde situatie geplaatst moeten worden.

Zie antwoord vraag 7. 9. 10.000 ongeregistreerden Oost-Europese arbeidsmigranten zijn niet ingeschreven. Woonadres niet bekend. Waar en in hoeverre is bij de normbepaling rekening gehouden met deze verborgen inwonersbom? Bij de toepassing van de normen bij het maken van plannen voor een gebied voor langere termijn, gaan wij uit van het huidige inwonersaantal en van bevolkingstrends, zoals geboorte, vergrijzing en migratie. In de praktijk blijkt dat in sommige gebieden dit anders is. Daar leveren we maatwerk door het uitvoeren van flankerend beleid (op o.a. onderwijs, zorg en handhaving op woonsituaties). 10. Niet duidelijk is als het gemeentelijke beleid t.a.v. het tegengaan van de segregatie en spreiding van vluchtelingen en asielzoekers dan heeft dat een effect op de bestaande stad en wijken. Kan er schematisch of via plaatjes aangegeven worden waar de druk op de voorzieningen zal toenemen? Hierbij sluiten we aan op de tekst uit de nota. “Inzet op voldoende aanbod op het juiste schaalniveau“ Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 10 van het CDA statushouders net als woningzoekende, vluchtelingen in COA locaties en Oekraïners in opvanglocaties worden niet opgeteld bij het bevolkingsaantal. Omdat opvanglocaties tijdelijk zijn, is het niet nodig om permanent extra voorzieningen te realiseren. Wel zet de gemeente in op maatwerk om tijdelijk in de behoefte te voorzien.

19/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Betrouwbaarheid en rechtszekerheid. 11. De zekerheid van de richtinggevende normen voor de bevolking is onduidelijk. Het college schrijft: • geen juridisch kader voor het toetsen van afzonderlijke bouwplannen. • geen toetsingskader voor een individueel bouwproject. • het is geen beleidsregels de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het is niet helder wat de vraag is. 12. Als het college de norm niet toepast, op welke wijze kan dan voordat er besluiten zijn gevallen in de commissie of raad de bevolking hier tegen in beroep of bezwaar gaan. Het college past de richtinggevende normen toe bij het opstellen van gebiedsvisies (tot 2024 structuurvisies) en de bijbehorende voorzieningenprogramma’s. Participatie is onderdeel van het opstellen van gebiedsvisies/structuurvisies. 13. Het college geeft niet aan in hoeverre een LER een onderdeel is van de bepaling van de norm in een van de stedelijke gebieden? De Leefbaarheidseffectrapportage is door StrateGis Groep B.V, in 2017 ontwikkeld op initiatief van en in samenwerking met het Wijkberaad Bezuidenhout en de gemeente. Het digitale instrument, dat sindsdien door StrateGis Groep B.V. verder is ontwikkeld, brengt bestaande en toekomstige situaties in kaart door middel van het toekennen van scores op bepaalde thema’s rond leefbaarheid (bijv. groen, mobiliteit, veiligheid, onderwijs) ten opzichte van gestelde normen.

In 2019 is in opdracht van de gemeente door het bedrijf Antea Group een extern evaluatierapport LER opgeleverd over de bruikbaarheid ervan in de stad en besproken in uw raad (RIS303058). Vorig jaar is de evaluatierapportage van de proeftuinen (RIS315274) aan u toegezonden. In dat rapport wordt aanbevolen de LER als één van de mogelijke instrumenten in participatietrajecten op te nemen, mits daarbij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Het overgrote deel van de gehanteerde criteria bleek en blijkt namelijk niet gebaseerd te zijn op vastgestelde normen, maar op streefwaarden of stedelijke gemiddelden. Wanneer normen, gemiddelden en streefwaarden allemaal in de LER voorkomen resulteert dit in verwarring bij bewoners, zo concludeerde het rapport. Het ene criterium is wel juridisch toetsbaar maar het ander niet. Recenter is dat nog eens herhaald en bevestigd in de nota Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513). Daarnaast speelt dat in de LER de strikte afbakening van een wijk van grote invloed is op het wel of niet halen van een criterium of norm. Een voorziening zoals een school, park, huisartsenpraktijk of sportvoorziening gelegen net buiten de wijk wordt in de LER immers niet meegenomen terwijl de bewoners van de wijk naar alle waarschijnlijk probleemloos gebruik zullen maken van deze voorzieningen.

De LER kan helpen bij het gesprek met bewoners maar dat vraagt wel goede begeleiding vanwege de complexiteit. De ervaringen van de inwoners moeten daarbij centraal blijven staan. Maar overgaan tot inzetten van de LER moet echt een meerwaarde hebben omdat inzet van dit participatie instrument altijd extra kosten en ambtelijke inzet met zich meebrengt, aangezien het product geen eigendom is van de gemeente maar van derden. 14. Heeft het college kennis van de aangenomen raadsmotie van 14 december 2023 waarin om een verordening inzake de Haagse referentienormen wordt gevraagd? Per 1 juli 2024. Hoe staat het hiermee?

20/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Het college neemt deze afdoening mee in het raadsvoorstel nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’. 15.

Wat betekent het in de bijlage2 van RIS 317835 dat het college “bereid is om bij elk bouwplan waarover de raad bindend advies geeft een motivering te laten opnemen met betrekking tot het voorzieningenniveau.” Dit is een grote vrijblijvendheid die voor de raad en de betrokken bevolking een bron van leed en ellende gaat vormen omdat de afwijkingen of niet invullen van de normen op weinig acceptatie kan rekenen.

Het college doet de toezegging om bij elke omgevingsvergunning waarover de raad bindend advies geeft , een overzicht op te nemen van het voorzieningenniveau in de omgeving. Het college is van mening dat dit overzicht, van huidige en concreet geplande voorzieningen, de raad de gewenste grip geeft op de voorzieningen in de stad. 16. Blz 6 van de aanbiedingsbrief RIS 317835, bovenaan onder c. Wat staat er? Over hoeveel geld gaat het en waarvoor? Als dit onderzoek niets positiefs voor onze stad oplevert wat betekent dat dan voor de voorzieningen en de normen? Graag zonodig uitgesplitst naar gebiedstype. Het college is voornemens te onderzoeken om naast de bestaande middelen (bijdragen ontwikkelaars en Rijk), andere manieren van bekostiging te vinden zijn. 17.

Vragenstellers vrezen dat de normen gaan werken als een beneden grens. En dat speelt in het bijzonder in de buitenruimte, groen en sport. In zijn algemeenheid zijn vragenstellers er voor dat er steeds een marge moet worden aangehouden. Elke norm krijgt een bandbreedte. Bijvoorbeeld de norm zoals die straks is vastgesteld en daarop een marge van 20%.

De richtinggevende normen zijn bedoeld als uitgangspunt voor planvorming voor grotere gebieden. Hoe verder. 18. We hebben veel behoefte om vergelijkingsmateriaal ter beschikking te krijgen, waardoor een bredere afweging mogelijk wordt. De nota en deze technische vragen strekken zich uit over een grootheid aan beleidsvelden, waar onze fractie in samenhang met elkaar over wil kunnen debatteren. Het is ons onduidelijk welk vergelijkingsmateriaal hier wordt bedoeld. Zou u deze vraag in het debat willen toelichten. 19. Op 14 februari 2024 heeft collega Martini een brief aan de commissie Ruimte en het Presidium gezonden. Deze brief verdient beantwoording en maakt uit democratisch oogpunt behandeling van de nota RIS 317835 in een raadsvergadering voordat de verordening aan de orde is, niet aan de orde kan zijn. Het is aan uw raad om te bepalen wat er aan de agenda wordt toegevoegd. Hart voor Den Haag (2e deel) A.1 Op 13 februari 2024 zond het college een brief RIS 318.015 inzake de afdoening van een aangenomen motie van de VVD (RIS 315861) daarin stond een verwijzing op blz 2, naar de nota: Richtinggevende normen ( RIS 317835) met als toevoeging, “de normen zijn inmiddels geactualiseerd.” Wij nemen aan dat dit een “technische” fout is. Omdat er nog een besluitvormingsproces in commissie en raad aan de gang is. Zo niet wat is er dan aan de hand?

21/22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10701228

Heeft het college gebruik gemaakt van RIS 317.815 ? Het college heeft met het raadsvoorstel de normen geactualiseerd. Uiteraard zijn de geactualiseerde normen pas geldig wanneer het raadsvoorstel door de raad is vastgesteld. A.2 Het lijkt overigens dat ook in deze brief er geen enkele rekening wordt gehouden met de aanvaarde motie waarin het college werd opgedragen een verordening over de referentie normen te schrijven. Heeft technisch gesproken het college ooit overwogen om uitvoering aan de motie te geven en een concept verordening op te stellen? De afdoening van de motie kunt u op korte termijn verwachten. A.3 In de 13 februaribrief ( RIS 318015) is sprake van een RIS nummer 317.815. Het betreft een wijziging van de mandaatregeling. De waarde hiervan voor de referentienormen ontgaat vragenstellers, maar de wegen van het college zijn duister en zelden aangenaam dus de vraag wat voor relevante technische informatie zit in dit RIS nummer verscholen. Het RIS nummer 317815 in de betreffende brief is een schrijffout. De actualisatie van de nota Richtinggevende normen waarnaar verwezen wordt is RIS317835, niet 815.

A.4 Dat doet ons tevens teruggrijpen op de brief van 29 januari 2024 (RIS317.453) waarin staat “ Hierdoor is de beantwoording voor de gestelde termijn van 25 januari 2024 niet mogelijk.” Afgezien van wie deze termijn gesteld heeft is de vraag wat de mededeling technisch betekent? Of het moet zijn een verborgen mededeling waarvan wij de strekking niet begrijpen? Zoals gezegd in RIS317453 stelt het college voor om eerst het debat te voeren over het raadsvoorstel over de nota richtinggevende normen. Dat voorstel bevat het te voeren beleid ten aanzien van maatschappelijke voorzieningen en groen. Onderdeel daarvan is de vraag welke instrumenten nodig zijn om voorzieningen gerealiseerd te krijgen. De vraag of een verordening nodig is, maakt daar deel van uit. Wanneer het debat over het raadsvoorstel gevoerd is, kan het college de motie afdoen. A.5

Vragenstellers stellen zich voor dat integraal besturen en coördineren hier wellicht aan de orde kan zijn. Niet dat vragenstellers zich met het ambtelijke en technisch bestuurlijke besluitvormingsproces zijdens het college of ambtelijke dienst willen bemoeien, toch vestigen zij de aandacht op de samenhang der dingen. Dat leidt tot een technische vraag; afdoening van de motie van de VVD van 8 juni 2024 RIS 315.861; de afdoening van de motie van Hart voor Den Haag inzake een verordening voor de Haagse Referentie Normen; en de bespreking van het concept RIS 317.853 in een gezamenlijke vergadering met van Ruimte, en/of Leefomgeving en/of Samenleving te bespreken?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13852377/2