RIS318074 Fenomeenonderzoek en nadere invulling aanpak explosies
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Jan van Zanen Burgemeester
001
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Bestuur
BSD/10704776 RIS318074 Contactpersoon
R.W.I. Alkema Dienst
Bestuursdienst Afdeling
Directie Veiligheid Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
27 februari 2024
rombout.alkemade@denhaag.nl
Onderwerp
Fenomeenonderzoek en nadere invulling aanpak explosies
Geachte voorzitter, Bij brief van 17 januari jl. (RIS317761) heb ik u geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de aanpak van explosies in de stad. In deze brief is aangegeven, dat de politie een fenomeenanalyse zal verrichten en dat ik uw commissie zal informeren over de uitkomsten daarvan, alsmede over de verdere invulling van de aanpak van deze problematiek. Op 28 februari a.s. vindt er in uw commissie een debat plaats over dit onderwerp. Ten behoeve van dit debat, informeer ik u als volgt. Uitkomsten fenomeenanalyse Het Landelijk Forensisch Coördinatie Team (LFCT) van de politie houdt voor heel Nederland een overzicht bij van de incidenten waarbij explosieven zijn gebruikt of aangetroffen. Hieronder vallen ook incidenten met zwaar vuurwerk. Schietpartijen en brandstichtingen zonder gebruik van een explosief, zoals een molotovcocktail, worden niet door het LFCT geregistreerd. In totaal werden er door het LFCT in heel Nederland 769 incidenten geregistreerd in de periode van 1 januari t/m 11 december 2023 (de cijfers van de laatste drie weken van 2023 waren nog niet beschikbaar). Dit is een stijging van 125% ten opzichte van de 342 incidenten in 2022. De Eenheid Den Haag neemt ongeveer 10% van de incidenten voor zijn rekening.
In 3% van alle incidenten in Nederland was sprake van een plofkraak, in ongeveer 13% van de gevallen ging het om het aantreffen van een niet ontploft explosief en in 84% was sprake van een (poging tot) aanslag. Voor de Eenheid Den Haag is een vergelijkbare verhouding te zien. Op basis van de cijfers van het LFCT is het aantal incidenten voor de Eenheid Den Haag gestegen naar 79 incidenten in 2023. Ten opzichte van de 18 geregistreerde incidenten in 2022 zou dit meer dan een verviervoudiging betekenen. Hierbij geldt echter dat aanslagen met molotovcocktails door het LFCT niet worden meegerekend. Dit is relevant, omdat er in het afgelopen jaar een verandering heeft plaatsgevonden in de gebruikte middelen bij dit soort aanslagen. Verreweg de meeste aanslagen in 2023 werden gepleegd met de Cobra 6. In tegenstelling tot 2023, was in 2022 de molotovcocktail in de Eenheid Den Haag echter nog een veelgebruikt middel. Maar zelfs wanneer de incidenten met molotovcocktails mee worden gerekend is er nog steeds sprake van een grote stijging in de Eenheid Den Haag: meer dan een verdrievoudiging in incidenten in 2023 ten opzichte van 2022.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10704776
Sinds 2023 registreert de Intelcel Excessief Geweld in de Eenheid Den Haag alle excessief geweldsincidenten. Hierin worden ook aanslagen met molotovcocktails meegenomen. Uit de gegevens van de Intelcel Excessief Geweld blijkt, dat er in de Eenheid Den Haag 89 explosies hebben plaatsgevonden in 2023, waarvan de meeste in de gemeente Den Haag, namelijk 55. Aantal explosies Gemeente Den Haag 2023 De explosies in de gemeente Den Haag zijn als volgt verdeeld over de wijken. • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Schilderswijk Rustenburg en Oostbroek Bouwlust en Vrederust Moerwijk Loosduinen Groente- en Fruitmarkt Zeeheldenkwartier Centrum Valkenboskwartier Regentessekwartier Laakkwartier en Spoorwijk Mariahoeve en Marlot Morgenstond Vruchtenbuurt Waldeck Transvaalkwartier Leidschenveen Stationsbuurt Wateringse Veld
12 5 4 4 3 3 3 3 3 3 2 2 2 1 1 1 1 1 1
De meeste explosies binnen de gemeente Den Haag hebben plaatsgevonden bij woningen (31). Eén op de drie explosies afgelopen jaar heeft plaatsgevonden bij een bedrijfspand of horecagelegenheid. Zeker de laatste maanden van 2023 hebben er opvallend veel incidenten plaatsgevonden in bedrijfspanden/ horecagelegenheden. De explosies die in de gemeente Den Haag hebben plaatsgevonden zijn door de Intelcel Excessief Geweld geduid. Het is op basis van de eerste informatie niet altijd duidelijk wat de reden is voor de explosie, maar op basis van de bekende informatie, achtergrond en betrokken personen kan er vaak toch een mogelijk motief voor de explosie worden bepaald. Benadrukt moet worden dat het hier gaat om mogelijke motieven. Veel explosies binnen de gemeente Den Haag kunnen worden gelinkt aan het criminele circuit (drugshandel). Er is bijvoorbeeld niet op tijd betaald, of een partij drugs is kwijtgeraakt, of gestolen. Ook kan er sprake zijn van conflicten tussen dealers (deze conflicten staan in onderstaand overzicht met mogelijke motieven onder ‘drugsgerelateerd overig’). Maar niet alle incidenten lijken voort te komen uit de zware criminaliteit. Vermoedelijk is ook sprake van ‘copycatgedrag’. Een aanslag met een explosie is een relatief eenvoudige manier om angst te creëren en het illegale vuurwerk is ook eenvoudig te verkrijgen.
Ook in de gemeente Den Haag valt deze ‘copycattrend’ op. Zo zijn er incidenten in de relationele sfeer (burenruzies, conflicten met huurders, stalkingszaken) en zakelijke conflicten.
2/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10704776
Mogelijke motieven explosies gemeente Den Haag 2023 • • • • • • •
Crimineel circuit Drugsgerelateerd overig Mogelijke vergissing Relationele sfeer Zakelijk conflict Overig Niet te duiden
20 7 3 9 2 1 13
Ofschoon veel incidenten op zichzelf lijken te staan, is er bij sommige incidenten sprake van herhaling of zijn er linken te vinden tussen incidenten. Wanneer er linken te vinden zijn tussen incidenten, ligt de achtergrond vaak in het criminele circuit. Vaak zijn deze linken op het eerste gezicht nog niet duidelijk en komen deze pas naar boven na een opsporingsonderzoek of na informatieverstrekking van het Team Criminele Inlichtingen. Het komt ook voor dat explosies vooraf zijn gegaan door ander soort incidenten, zoals brandstichting/vernieling, of zelfs ontvoering. In totaal zijn nu negen aangehouden verdachten bekend voor de explosies die in 2023 in de gemeente Den Haag hebben plaatsgevonden. Mogelijk zijn zij verantwoordelijk voor meerdere explosies. Ook is er in een aantal onderzoeken zicht op (nog) niet aangehouden verdachten. Op 25 januari 2024 zijn twee verdachten aangehouden bij een explosie, waarvan er één als gevolg van verwondingen opgelopen bij de aanslag is overleden. Het onderzoek naar dit incident loopt nog. Uit de fenomeenanalyse komt niet naar voren of de personen die de aanslagen plegen hiervoor geronseld worden door (zwaardere) criminele samenwerkingsverbanden en welke daderprofielen er zijn.
Op basis van de ervaringen in Den Haag en in andere delen van het land kan thans wel worden vastgesteld dat jongeren en jongvolwassenen zich ook schuldig maken aan deze ernstige gedragingen. Verder bestaat de indruk dat explosies onder meer als een nieuw dreigingsinstrument worden ingezet. Er zal evenwel meer onderzoek nodig zijn om over deze elementen meer helderheid te verkrijgen. Nadere invulling aanpak Uit het voorgaande kan, samengevat, het volgende worden afgeleid: • er is sprake van een landelijk fenomeen; • in Den Haag vinden de explosies verspreid over de stad plaats; • de explosies vinden zowel bij woningen, als bij publiek toegankelijke inrichtingen/bedrijfspanden plaats; • een belangrijk deel van de explosies hangt samen met drugscriminaliteit; • er is sprake van kopieergedrag; • ook jongeren, zelfs minderjarigen, en jongvolwassenen plegen aanslagen met explosieven. Deze bevindingen maken het mogelijk de aanpak gerichter vorm te geven. Hieronder zullen de onderdelen van de aanpak worden toegelicht. Hierbij merk ik op dat is getracht de maatregelen zoveel mogelijk in te bedden in reeds bestaande aanpakken. Dit maakt de aanpak niet alleen effectiever, maar ook bestendiger. Verder merk ik op dat onderstaande maatregelen geenszins kunnen worden aangemerkt als een ‘definitieve’ aanpak.
De ervaring zal moeten uitwijzen welke elementen van de aanpak effectief zijn en welke elementen aanpassing behoeven. Voorts zullen de landelijke ontwikkelingen nauwlettend worden gevolgd en zal steeds worden bezien welke mogelijkheden dit biedt de aanpak verder aan te scherpen. Ten slotte zullen ook de uitkomsten van nader onderzoek naar dit fenomeen benut kunnen worden om de aanpak effectiever vorm te geven.
3/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10704776
Omwille van het overzicht worden de diverse maatregelen hieronder onderverdeeld in de volgende categorieën: 1. Beleidsmatige fase 2. Acute fase 3. Vervolgfase 1.
Beleidsmatige fase
1a. Drugsbeleid Zoals uit voormelde analyse blijkt, is er een sterke samenhang tussen de onderhavige problematiek en drugscriminaliteit. De aantrekkingskracht van de drugswereld (op met name jongeren) is groot. Dit zien we ook terug in de aanslagen met explosieven. De drugsproblematiek is een weerbarstig fenomeen, met een sterke internationale dimensie, dat door diverse partners vanuit uiteenlopende invalshoeken wordt aangepakt. De raadsmededeling “Aanpak drugsproblematiek in Den Haag” (RIS317158) die eind 2023 naar uw raad is verzonden, geeft inzicht in de mogelijkheden voor het college om drugsoverlast en -criminaliteit op lokaal niveau aan te pakken en de inzet die hierop plaatsvindt. Naast het gericht en effectief toepassen van bestuurlijke bevoegdheden en instrumenten in concrete casuïstiek vormt drugs een belangrijk aandachtsveld binnen de brede Haagse ondermijningsaanpak. Interventies binnen de aanpak zijn gericht op het voorkomen en verstoren van ondermijnende activiteiten, mede in relatie tot drugs. Deze interventies maken veelal deel uit van een gebiedsgerichte aanpak die met verschillende partners wordt vormgegeven. Op dit moment lopen verschillende gebiedsgerichte (ondermijnings)aanpakken. Hierbij is het programma Preventie met gezag specifiek gericht op het voorkomen dat jongeren in de (ondermijnende) criminaliteit terechtkomen of hier verder in afglijden.
Gelet op het aantal explosies dat binnen de gemeente Den Haag kan worden gelinkt aan het criminele circuit (drugshandel), zal ook binnen de kaders van het programma Preventie met gezag worden gekeken naar de mogelijkheid om een project/pilot uit te voeren ter voorkoming van nog meer explosies in Den Haag Zuidwest. Zoals vermeld in de raadsmededeling over de drugsproblematiek in Den Haag is afgelopen najaar een rioolwateronderzoek uitgevoerd dat meer inzicht gaat geven in het middelengebruik. Overeenkomstig het verzoek van de Christen Unie zal voornoemde raadsmededeling - na het beschikbaar komen van de uitkomsten van het rioolwateronderzoek - in uw raad worden besproken. Ontwikkelingen en beelden in relatie tot de drugsproblematiek zijn ook onderwerp van gesprek in de driehoek. Naar verwachting kunnen de uitkomsten van het rioolwateronderzoek, inclusief eventuele aanvullende initiatieven, begin april met uw raad worden gedeeld. 1b. Communicatie Ter bestrijding van de problematiek rond explosies kan verder winst worden geboekt op het terrein van communicatie. Ik heb dan ook opdracht gegeven om, in samenwerking met het Openbaar Ministerie en de politie, te werken aan een communicatiestrategie. Gelet op de samenhang van onderhavig fenomeen met de drugscriminaliteit, zal deze strategie zich deels moeten richten op het matigen van drugsgebruik.
Omdat ook jongeren en jongvolwassenen zich schuldig maken aan het plegen van aanslagen met explosieven zal de communicatie zich mede op hen moeten richten, al dan niet door het geven van voorlichting op scholen. Tevens zal, onder meer om ‘copycatgedrag’ te bestrijden, van de communicatie ook een zekere afschrikwekkende werking moeten uitgaan. Dit kan bijvoorbeeld door duidelijk te communiceren over aanhoudingen en opgelegde straffen.
4/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10704776
1c. Beleidsregel sluitingsbevoegdheid extreem geweld Sinds 1 januari 2024 is door de wijziging van artikel 174a van de Gemeentewet een nieuwe sluitingsbevoegdheid in werking getreden. Hierdoor bestaat nu ook bij woningen en bij niet voor publiek toegankelijke inrichtingen de mogelijkheid om het pand tijdelijk te sluiten in het geval daar een aanslag met een explosief plaatsvindt. Ik ben blij met deze nieuwe bevoegdheid, omdat het sluiten van een woning onder meer kan bijdragen aan het voorkomen van herhaling. Tegelijkertijd moet ik er rekening mee houden dat een woningsluiting een (zeer) ingrijpend besluit is en mensen ook buiten hun schuld om geconfronteerd kunnen worden met een explosie (bijvoorbeeld in het geval van een vergissing, of als sprake is van een zaak in de relationele sfeer). Daarom weeg ik de volgende elementen mee in mijn afweging: de ernst van de verstoring, de mate van maatschappelijke onrust, de achtergrond van het conflict, de voortgang in het opsporingsonderzoek en de vrees op herhaling. Ik heb in 2024 reeds eenmaal gebruik gemaakt van deze nieuwe sluitingsbevoegdheid door een woning in de Schilderswijk voor de duur van een maand te sluiten. Voor de toepassing van deze bevoegdheid wordt een beleidsregel opgesteld. Deze beleidsregel zal naar verwachting in de loop van 2024 worden vastgesteld. Hierover zal ik u dan informeren. 1d.
Beleid sluitingsbevoegdheid horeca/bedrijfspanden Gelet op de omstandigheid dat er ook aanslagen met explosieven bij horeca-inrichtingen en bedrijfspanden plaatsvinden, is tevens het handhavingsbeleid dat ten aanzien van deze inrichtingen wordt toegepast relevant. De toepassing van dit beleid is maatwerk en houdt ten aanzien van onderhavige incidenten samengevat het volgende in. Na een ernstig geweldsincident - zoals een incident met explosieven - gaan veel ondernemers uit eigen beweging over tot een tijdelijke stillegging van de exploitatie. In gevallen waar dat niet gebeurt, geef ik in beginsel een bevel tot een directe spoedsluiting voor een periode van ten hoogste twee weken. Hierdoor ontstaat de gelegenheid om gedegen onderzoek te doen naar de exacte feiten en omstandigheden van het geval. Op basis van de uitkomsten van dat onderzoek wordt bepaald of en zo ja, welke vervolgstappen nodig zijn om de openbare orde en veiligheid binnen en in de directe omgeving van het horecabedrijf duurzaam te herstellen. Daarbij wordt rekening gehouden met de (economische) belangen van de ondernemer.
In gevallen waarin blijkt dat het gevaar voor de openbare orde en veiligheid voldoende is weggenomen, bijvoorbeeld als de ondernemer geen verwijt valt te maken en de ondernemer overtuigend kan aantonen dat hij maatregelen treft die herhaling voorkomen, ga ik in beginsel niet over tot een sluiting voor een langere periode. Als (verder) herstel van de openbare orde wel nodig is, bijvoorbeeld als uit onderzoek blijkt dat er kans is op herhaling van geweldsincidenten, wordt in beginsel wel overgegaan tot verlenging van de sluiting. Het kan dus voorkomen dat de ondernemer alles heeft gedaan wat redelijkerwijs kan worden verlangd, maar dat toch een maatregel nodig is om de openbare orde en veiligheid in en rond het bedrijf duurzaam te herstellen. Dit is inherent aan bestuurlijke handhaving, waar anders dan in het strafrecht niet het handelen en de intenties van het individu, maar het herstel van de wettelijk vereiste situatie in dit geval een duurzaam herstel van de openbare orde en veiligheid - centraal staat. De sluiting van het bedrijf duurt niet langer dan strikt noodzakelijk. Zodoende wordt ook bij de aanpak van ernstige incidenten rekening gehouden met de (economische) belangen van de ondernemer, zonder concessies te doen aan de openbare orde en veiligheid.
5/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10704776
1e. Beleid opslag illegaal vuurwerk Het aantreffen van (illegaal) vuurwerk, waaronder explosieven zoals cobra’s, in een woning of een ander pand is een overtreding van de Omgevingswet, het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Omgevingsplan gemeente Den Haag. Een dergelijke overtreding gaat gepaard met een bedreiging van de leefbaarheid en levert een gevaar op voor de gezondheid en/of de veiligheid van de bewoners en omwonenden. De inzet is er daarom op gericht de opslag van gevaarlijke explosieven aan te pakken. Bij constatering van een overtreding wordt een bestuurlijke boete opgelegd en wordt het vuurwerk verwijderd en vernietigd. Het gevaar wordt weggenomen en de boete schrikt toekomstige overtredingen af. Bij recidive wordt een hogere boete opgelegd en gekeken of aanvullende dwangmaatregelen, zoals sluiting, mogelijk zijn. 1f. Samenwerking G4 en Rijk Zoals gezegd speelt de onderhavige problematiek niet alleen in Den Haag, maar in heel het land. Het probleem heeft zelfs een internationale dimensie, bijvoorbeeld omdat de vuurwerkexplosieven waarmee de aanslagen worden gepleegd in fabrieken in het buitenland worden geproduceerd. Door dit (gemeente)grensoverstijgende karakter is het van belang om bij de bestrijding van dit probleem zoveel mogelijk op te trekken met andere gemeenten, in het bijzonder de overige G4-steden, en het Rijk.
Den Haag staat hierover al met hen in contact. Om coördinatie en samenhang te versterken en om te bezien welke mogelijkheden er bestaan om op landelijk en Europees niveau zaken te verbeteren, is het mijn streven om de samenwerking op dit punt de komende tijd uit te bouwen. De eerste stappen zijn hiertoe reeds gezet. In het licht van het voorgaande ben ik blij met de twee moties die zeer recentelijk door de Tweede Kamer zijn aangenomen: • de motie waarbij de regering wordt verzocht om in samenwerking met politie, OM, burgemeesters en andere benodigde partners te komen tot een integrale samenwerking en handelingskader ter bestrijding van de problematiek van explosies in wijken naar het voorbeeld van de Landelijke Taskforce Overvallen. • de motie waarbij de regering wordt verzocht een onderzoek te laten doen gericht op het fenomeen ‘explosies in wijken’ en de aanpak daarvan. Ik zal er in het eerstvolgende LOVP (Landelijk Overleg Veiligheid en Politie) bij de minister van Justitie en Veiligheid op aandringen deze moties met spoed uit te voeren. 2.
Acute fase
2a. Crisispiket Aanslagen met explosieven kunnen in beginsel altijd plaatsvinden, ook ’s nachts of in het weekend. Mede gelet hierop is ook voor dit soort gevallen crisispiket binnen de gemeente georganiseerd. Dit crisispiket houdt samengevat het volgende in. Indien er een explosie heeft plaatsgevonden, dan wordt afhankelijk van de schade en de maatschappelijke impact van de explosie vanuit de gemeenschappelijke meldkamer in Haaglanden bepaald of de crisispiketfunctionaris van de gemeente wordt gealarmeerd. De crisispiketfunctionaris stemt vervolgens met de politie en hulpdiensten af welke maatregelen direct getroffen moeten worden. Dit kan variëren van een spoedsluiting van het getroffen pand tot het waarborgen van de veiligheid en welzijn van bewoners en omwonenden. In geval van ernstig gevaar of aanzienlijke schade aan de panden worden bewoners en omwonenden tijdelijk opgevangen in een hotel of andere faciliteit, totdat het gebied door de politie wordt vrijgegeven.
6/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10704776
2b. Spoedsluiting Na een ernstige en acute verstoring van de openbare orde, zoals een ernstig geweldsincident met explosieven, gaan veel ondernemers uit eigen beweging over tot een tijdelijke stillegging van de exploitatie. In gevallen waar dat niet gebeurt, volgt in beginsel een bevel tot een directe spoedsluiting voor een periode van ten hoogste twee weken. Deze maatregel is nodig om de situatie te bevriezen en verdere escalatie te voorkomen. Het doel is om de openbare orde en veiligheid in en rond het pand te laten herstellen en om meer informatie te krijgen over de toedracht van het incident. Door de spoedsluiting is het mogelijk gedegen onderzoek te doen naar de exacte feiten en omstandigheden van het geval. In deze periode maakt de politie een dossier op en wordt onderzocht of verdergaande maatregelen nodig zijn. Op basis van de uitkomsten van dat onderzoek wordt bepaald of en zo ja, welke vervolgstappen nodig zijn om de openbare orde en veiligheid in en in de directe omgeving van het pand duurzaam te herstellen. Daarbij houd ik rekening met de (economische) belangen van de ondernemer. Als na het politieonderzoek en uit de zienswijze van de ondernemer blijkt dat het gevaar voor de openbare orde en veiligheid voldoende is weggenomen, kan de sluiting worden opgeheven. 2c.
Cameratoezicht Naar aanleiding van een aanslag met explosieven kan ik, in overleg met de overige leden van de driehoek, beslissen om een flexibele camera te plaatsen. Daarbij wordt steeds een afweging gemaakt op basis van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat betekent dat andere middelen zoals het buurtonderzoek en intensieve surveillance onvoldoende effectief zijn om het probleem aan te pakken. Gelet op de ernst van een dergelijk incident en de ervaring dat adressen soms vaker het doelwit zijn van aanslagen met explosieven, zou ik in principe in reactie op een aanslag met een explosie steeds gebruik willen maken van cameratoezicht. Dit kan niet alleen bijdragen aan de opsporing en het voorkomen van nieuwe incidenten, maar ook aan het veiligheidsgevoel van bewoners en ondernemers in de directe nabijheid van de explosie. Een belangrijke kanttekening hierbij is echter, dat het totaal aantal camera’s dat de gemeente in kan zetten is beperkt tot 23. Dat betekent dat als alle beschikbare camera’s in gebruik zijn een afweging moet worden gemaakt waar een camera de meeste toegevoegde waarde heeft. In het kader van deze aanpak kan het wenselijk zijn dat het aantal beschikbare camera’s verder wordt uitgebreid. Over de mogelijkheden hiertoe wil ik in gesprek gaan met de politie.
Verder is een belangrijke voorwaarde voor het kunnen uitbreiden van het aantal camera’s, dat hiervoor voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Thans ontbreekt hiervoor het benodigde budget. 2d. Strafrechtelijk onderzoek ter plaatse Ten behoeve van het strafrechtelijk onderzoek ter plaatse is er een intern handelingskader opgesteld. Dit handelingskader is niet geschikt voor openbaarmaking, omdat daarmee mogelijke daders wijzer zouden worden gemaakt over de wijze van uitvoering van het strafrechtelijk onderzoek ter plaatse. Zoals altijd zal er door politie en OM nauw samengewerkt worden in het zo effectief mogelijk opsporen en eventueel vervolgen van de verdachten. Door middel van deze nauwe samenwerking proberen we de kans op heterdaadaanhoudingen te vergroten. 2e. Nazorg Gebleken is dat de explosies in de stad tot wisselende reacties leiden. In de meeste gevallen schrikt de buurt van wat er gebeurt, hetgeen natuurlijk zeer begrijpelijk is, en in sommige gevallen blijven de zorgen of angsten van buurtbewoners aanhouden. Wanneer het laatste het geval is, nemen we maatregelen om deze onrust zo veel mogelijk weg te nemen. Deze maatregelen bestaan bijvoorbeeld uit het organiseren van een bewoners- en/of ondernemersavond, of het individueel informeren van de bewoners en ondernemers in de omgeving.
Persoonlijk contact en het rechtstreeks in gesprek gaan met de betrokkenen heeft hierbij altijd de voorkeur. De maatregelen worden steeds in samenspraak met de politie en het OM genomen. Na een explosie start de politie altijd een strafrechtelijk onderzoek en zijn zij veelvuldig aanwezig in de omgeving om onder andere een buurtonderzoek te doen.
7/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10704776
Het in gesprek gaan met omwonenden is onderdeel van het buurtonderzoek. Wanneer sprake is van onrust, reële kans op herhaling of herhaalde explosies, bezoekt de veiligheidsregisseur vaak samen met de politie de gedupeerden en omwonenden om met hen in gesprek te gaan en te bekijken of (en zo ja welke) aanvullende maatregelen nodig en passend zijn. Wanneer een explosie – vermoedelijk – een gerichte actie is geweest en de kans op herhaling groot is, dan bepaalt de politie in samenspraak met het OM of en zo ja welke veiligheidsmaatregelen passend zijn. In de meeste situaties is vooral sprake van schade aan een woning of pand. Onze ervaring in Den Haag is dat de schade vaak snel wordt hersteld, wat ook bijdraagt aan de veiligheidsbeleving. Emotionele nazorg, in de vorm van slachtofferhulp, aan gedupeerden wordt door de politie aangeboden. Als dit uit het oogpunt van bescherming van de bewoners nodig wordt geacht, kan aan hen elders onderdak worden aangeboden. Het komt echter voor dat gedupeerden geen gebruik willen maken van deze mogelijkheid, omdat zij hun omgeving niet willen verlaten. Dit kan reden vormen om de woning (langer) te sluiten, omdat ik niet alleen rekening moet houden met de veiligheid en gezondheid van de bewoners, maar ook met die van de direct omwonenden en voorbijgangers. 3.
Vervolgfase
3a. Jongeren en gezin Een deel van de aangehouden verdachten is minderjarig. In die gevallen dat het gaat om jongeren die woonachtig zijn in Den Haag worden zij opgenomen in de Persoonsgerichte Aanpak Lokaal (PGA Lokaal). De PGA Lokaal wordt per basisteam van de politie ingezet voor jongeren die zich schuldig maken aan High Impact Crimes, jongeren die in het bezit zijn van verboden (steek)wapens, jonge aanwas in de drugscriminaliteit en jongeren zonder antecedenten met risicovol gedrag. Het doel is om met een persoonsgericht plan van aanpak overlast en criminaliteit terug te dringen en de jongere weer zicht te geven op een positieve toekomst. Het plan van aanpak bestaat derhalve uit een mix van interventies die toezien op het stellen van grenzen en het bieden van kansen op meerdere leefgebieden, waaronder school en werk, financiële problematiek, verslavingsproblematiek et cetera. In de PGA Lokaal wordt niet alleen naar de jongere in kwestie gekeken, maar naar het gehele gezin. Hierbij wordt onder meer nadrukkelijk gekeken naar de rol en betrokkenheid van de ouders en de wenselijkheid van opvoedondersteuning. Voor jonge aanwas en (snelle) doorgroeiers in de drugscriminaliteit wordt Top-X ingezet.
Top-X is een zeer intensief coachingstraject met als doel de jongere uit de georganiseerde of ondermijnende criminaliteit te halen door perspectief te bieden en kansen te geven om aan een toekomst te werken. Net als bij PGA Lokaal wordt ook in de Top-X aanpak het gezin van de jongere meegenomen. Indien blijkt dat de jongere niet woonachtig is in Den Haag wordt vanuit de gemeente een melding gedaan bij de desbetreffende gemeente dat de jongere is betrokken bij een incident. Het is aan de desbetreffende gemeente om hier opvolging aan te geven. Tot nu toe is de ervaring dat deze gemeenten deze jongeren opnemen in hun lokale persoonsgerichte aanpak. 3b. Zorg- en Veiligheidshuis Soms is opschaling van een casus gewenst. Dit is het geval bij gemeente- of domeinoverstijgende problematiek en wanneer netwerkpartners er onderling niet uitkomen. Netwerkpartners, zoals politie en gemeenten, kunnen dan een casus aanmelden bij het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden. Onder regie van een onafhankelijk procesregisseur maken netwerkpartners met elkaar een integraal plan van aanpak dat zich richt op acute veiligheid, risicobeheersing en herstelgericht werken. Het gaat vaak om een combinatie van maatregelen uit het straf-, zorg- en sociaal domein en bestuurlijke maatregelen. Het plan van aanpak richt zich op zowel verdachten als slachtoffers.
8/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10704776
Er zijn tot nu toe slechts enkele casussen gerelateerd aan explosies opgepakt in het Zorg- en Veiligheidshuis. Deze casussen zijn niet te ordenen in een specifieke categorie. Dit duidt er wellicht op dat netwerkpartners elkaar voldoende weten te vinden om samen interventies en acties op te pakken. 3c. RIEC Den Haag Indien er signalen zijn dat aanslagen met explosies verband houden met een crimineel samenwerkingsverband dat zich bezig houdt met drugcriminaliteit en/of mensenhandel en er een brede integrale aanpak nodig is, dan kan door gemeente, politie of OM een signaal bij het RIEC worden ingediend. Hierdoor kunnen ook andere RIEC-partners een bijdrage leveren in het aanpakken van het achterliggende criminele samenwerkingsverband. Vanwege de relatie tussen de aanslagen met explosieven en drugscriminaliteit, alsook de omstandigheid dat jongeren aanslagen met explosieven plegen is verder het regionale programma Dealbreakers van het RIEC Den Haag van belang. Dealbreakers houdt zich bezig met de preventie van jonge aanwas in de drugscriminaliteit en biedt verschillende tools en interventies die gericht op scholen ingezet kunnen worden. In overleg met het RIEC Den Haag wordt bezien of binnen dit programma ook specifiek aandacht kan worden besteed aan de explosieproblematiek. 3d.
Wet Bibob Als een explosief geplaatst is bij een vergunningplichtige inrichting, dan wordt bekeken of dit aanleiding geeft om een nieuwe Bibob-toets uit te voeren. Een dergelijk incident zou immers een indicatie kunnen zijn van enige mate van relatie met de criminaliteit. Tegelijkertijd geldt echter dat, zoals uit het voorgaande blijkt, er ook hele andere motieven ten grondslag kunnen liggen aan de aanslag met een explosief. Het uitvoeren van een nieuwe Bibob-toets zal in de praktijk dus vooral zinvol zijn wanneer uit het onderzoek (dat volgt na de explosie) blijkt dat de vergunninghouder en/of diens zakelijke omgeving aantoonbaar banden hebben met het criminele circuit, en deze informatie door politie en OM gedeeld kan worden. Dit kan via een bestuurlijke rapportage van de politie of via een tip van de officier van justitie. Indien, simpel gezegd, uit deze nieuwe Bibob-toets zou blijken dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning voor de inrichting wordt gebruikt om strafbare feiten te plegen, dan kan ik vervolgens de afgegeven vergunning intrekken. 3e. Strafrechtelijke vervolging en schadeverhaal door gedupeerden Het Openbaar Ministerie heeft aangegeven, dat indien juridisch haalbaar en opportuun er vervolgd kan worden op grond van artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht: het teweeg brengen van een ontploffing met gemeen gevaar voor goederen en/of personen.
De maximumstraf is 12 jaar daar waar er sprake is van gemeen gevaar voor goederen en 15 jaar bij levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. Dit zijn feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Tevens zal per zaak bekeken worden of en hoe de schade verhaald kan worden op de verdachte, bijvoorbeeld door voeging in het strafproces. Voeging in het strafproces houdt in dat de rechters in de strafzaak ook een beslissing nemen over het schadeverhaal van de slachtoffers op de verdachte. Dit maakt het eenvoudiger voor benadeelden om hun schade te verhalen, omdat zij hiervoor dan niet een aparte procedure bij de civiele rechter hoeven aan te spannen.
9/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10704776
Tot slot Zoals uit het voorgaande blijkt, is er sprake van een zeer complexe problematiek waarvoor niet een snelle, of simpele oplossing bestaat. De complexiteit van dit probleem vraagt om nader onderzoek, zodat op alle relevante aspecten van deze problematiek goed zicht kan worden verkregen. Dit fenomeen kan verder alleen langdurig en effectief worden bestreden door, in nauwe samenwerking met andere betrokken partijen, maatregelen te treffen ten aanzien van de diverse onderdelen van dit fenomeen. De bovenstaande nadere invulling van de aanpak is hierop gericht. Vanzelfsprekend houd ik u van de voortgang van deze aanpak op de hoogte. Met vriendelijke groet, Jan van Zanen
10/10