CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318027 Beantwoording SV Brusselse regelgeving nekt Haagse straatverkopers

Commissie Leefomgeving 16 mei 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

23 april 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Sluijs, luidend: ‘Brusselse regelgeving nekt Haagse straatverkopers’

DSB/10726779 RIS318027

Het raadslid de heer Sluijs heeft op 14 februari 2024 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.

Is het college bekend met het artikel ‘EU-regel nekt straatverkopers’ van De Telegraaf? (1)

Ja. 2.

Hoe beoordeelt het college de impact van de Brusselse regelgeving op ondernemers, zoals de genoemde ijscoman, die nu geconfronteerd worden met onzekerheden over hun toekomst en investeringen?

Om de impact van deze regelgeving zo veel mogelijk te minimaliseren is in de Verordening straathandel Den Haag 2017 (RIS295091) artikel 14, lid 2 opgenomen. Hier is in bepaald dat ondernemers die een vergunning hadden vóór 2017 steeds het eerste recht hebben op de locatie waarvoor zij een vergunning hebben. In praktijk betekent dat zij steeds op de huidige locaties een vergunning kunnen aanvragen en steeds een verlenging krijgen van vijf jaar, totdat de vergunning wordt opgezegd. Het college merkt op dat de genoemde ijscoman een beroep kan doen op de bepaling uit dit artikel. 3.

Hoe verhoudt de vijfjarige termijn zich tot de bevindingen van het onderzoek uit 2021, waarin gesteld werd dat de terugverdientijd voor investeringen in ambulante handel minimaal negen tot maximaal twaalf jaar is?

Uit het onderzoek ‘Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel’ uit 20211 kwam naar voren dat de vergunningstermijn van vijf jaar die is vastgesteld in de Verordening straathandel Den Haag 2017 wellicht een korte tijd lijkt. Het college overweegt om de termijn van vijf jaar aan te passen. 4.

Welke maatregelen gaat het college nemen om de belangen van langdurige en bewezen ondernemers te beschermen en eerlijke concurrentie te waarborgen, zoals eerder voorgesteld door Hart voor Den Haag?

Zie vraag 2.

1

https://www.seo.nl/wp-content/uploads/2021/06/2021-11-1.pdf

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10726779

5.

Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn mogen schaarse vergunningen niet langer voor onbepaalde tijd worden verleend. Gemeenten mogen wel zelf de termijn bepalen. De gemeente Den Haag heeft die termijn op vijf jaar gezet, in 2017. Is het college bereid om deze termijn (fors) op te rekken? Zo ja, tot hoelang? Zo nee, waarom niet?

Zoals vermeld bij vraag 3 overweegt het college de termijn van vijf jaar aan te passen. 6.

Waarom is in de beantwoording van de schriftelijke vragen ‘Duidelijkheid over Haags Kioskenbeleid’ (RIS315170) niet duidelijk aangegeven dat gemeenten zelf de termijn mogen bepalen?

Bij de beantwoording van de schriftelijke vragen ‘Duidelijkheid over Haags Kioskenbeleid’ (RIS315170) is bij het antwoord op vraag 3 aangegeven dat de termijn van 5 jaar volgt uit de ‘Verordening straathandel Den Haag 2017’ (RIS295091). Deze verordening is door de gemeenteraad vastgesteld. Het college leidt daaruit af dat de termijn van 5 jaar ook door de gemeenteraad is vastgesteld. 7.

Hoe gaan mensen die zich jarenlang bewezen hebben en waarde hebben gecreëerd op een plek een streepje voor krijgen?

Zie vraag 2. 8.

Hoeveel standplaatsen kent Den Haag en is er ruimte voor het vergroten van dat aantal en het verkleinen van de schaarste aan vergunningen?

Op dit moment zijn er 56 standplaatsen voor ambulante handel in Den Haag. Niet alle standplaatsen zijn op dit moment bezet, wat betekent dat er nog voldoende aanbod is voor een vergunning voor ambulante handel. Dit en gezien de druk op de openbare ruimte ziet het college geen ruimte en noodzaak om nieuwe locaties toe te voegen. 9.

Wat zijn de concrete stappen en het tijdsbestek waarin het college voornemens is om een nieuw voorstel voor vergunningstermijnen voor markten en ambulante handel aan de raad voor te leggen?

De verwachting is dat er in Q3 van 2024 voor dag- en weekmarkten een voorstel komt voor een nieuwe vergunningstermijn. Een termijn die aansluiting zoekt bij al landelijk door gemeenten toegekende vergunningstermijnen. De bedoeling is om tegelijkertijd de vergunningstermijn voor ambulante handel (verkoopinrichtingen “buiten” de marktterreinen) vallend onder de Verordening Straathandel Den Haag 2017, mee te nemen in het voorstel. 10. Op welke manier zal het college de behoeften van ondernemers in de ambulante handel meenemen bij het opstellen van dit nieuwe voorstel? Naast reeds uitgevoerde participatie met marktondernemers over de beoogde vergunningstermijnen, zal ook de behoefte van ambulante handelaren geïnventariseerd worden. Hiermee zal in Q2 van 2024 worden gestart. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14086908/1