CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318015 Haagse Leefbaarheid rapportage

Commissie Ruimte 28 februari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Robert van Asten Wethouder van Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/10696730 RIS318015 Contactpersoon

Matthijs de Vries Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

SEPO Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

13 februari 2024

matthijs.devries@denhaag.nl

Onderwerp

Haagse Leefbaarheid-rapportage

Geachte voorzitter, In de afdoening van de motie ‘Haagse leefbaarheidsrapportages invoeren in heel Den Haag per 1 januari 2024’ (RIS315861), heeft het college aangegeven middels een separate brief in te gaan op de doorontwikkeling van het monitoring- en participatie-instrumentarium als integrale Haagse leefbaarheidsrapportage. Dat doe ik bij deze. Leefbaarheid heeft als term een vaste plek gekregen in het bestuurlijk gesprek en in toenemende mate ook in de samenleving. De definitie ervan wordt niet altijd expliciet gemaakt. Op hoofdlijnen kan worden gesteld: leefbaarheid gaat over hoe mensen hun directe leefomgeving ervaren; en over de omvang en kwaliteit van voorzieningen in een gebied die daarop van invloed (kunnen) zijn. Leefbaarheid hangt wel af van meer dan alleen de nabijheid van uiteenlopende voorzieningen zoals scholen en winkels, maar juist ook van de thema’s (sociale) veiligheid en sociale cohesie (buurtbetrokkenheid, fijne buren). Dit zijn belangrijke voorspellers van de waardering die mensen geven aan de leefbaarheid van hun leefomgeving. Voorzieningen zijn vaak wel randvoorwaardelijk, maar geen garantie voor een goede leefbaarheid. Leefbaarheid zal van bewoners ook een heel verschillende invulling en waardering krijgen vanuit verschillen in levensfase, samenstelling van het huishouden en mogelijk culturele achtergrond.

Aandachtspunten ten aanzien van leefbaarheid kunnen daardoor ook tussen gebieden/wijken/buurten in de stad sterk verschillen. Daarnaast kunnen ook nieuwe bewoners met hun eigen wensen en behoeften en kijk op een leefbare woonomgeving de invulling van leefbaarheid veranderen. Toekomstige leefbaarheid laat zich daarom niet zonder meer voorspellen of sturen, maar vormt een blijvende opgave, bij ontwikkeling en beheer van wijken en buurten. Haagse aanpak Inzet op leefbaarheid vraagt daarmee een brede aanpak en gaat dus deels over de mate waarin er voldoende voorzieningen zijn, die aansluiten bij de wensen van bepaalde inwoners waardoor ze een goede basis vormen voor een goede leefbare omgeving.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10696730

Aan de randvoorwaarden van leefbaarheid als onderdeel bij gebiedsontwikkeling, wordt vanuit de verschillende disciplines binnen de gemeente gewerkt. Zo wordt er gestuurd op voorzieningen, handhaving van regels, monitoring op beleving en vertaling van bewonerswensen in agenda’s en programma’s. De Haagse aanpak behelst dat voorafgaande aan grote ontwikkelingen de consequenties voor de leefbaarheid in de wijk(en) of omgeving die het betreft, goed in beeld gebracht moeten worden. Vanzelfsprekend in goed overleg met huidige en wanneer mogelijk ook toekomstige bewoners. Dat gaat niet alleen op voor de drie ontwikkelgebieden (Zuidwest, Binckhorst en CID), maar evenzeer voor andere delen van de stad. Bij ontwikkelingen denken we niet alleen aan nieuwbouw of herontwikkeling, maar ook aan veranderingen in het gebruik van de openbare ruimte, de ontwikkeling van (bestaande) voorzieningen, arbeidsmarktontwikkelingen, verhuisbewegingen, e.d. Het is alle gevallen belangrijk dat (nieuwe) bewoners op eenvoudige wijze toegang hebben tot informatie over het effect van zulke ontwikkelingen op de voorzieningen in hun wijk. De gemeente hanteert daarbij een aantal instrumenten en hulpmiddelen.

Uiteraard houden we hierbij ook rekening met de vastgestelde integrale huisvestingsplannen (IHP) voor maatschappelijke voorzieningen, en met de structuurvisies en voorzieningenprogramma’s voor de ontwikkelgebieden. Op basis van demografische ontwikkelingen en geplande woningbouwprojecten geven deze inzicht in welke voorzieningen in de komende 10 tot 20 jaar nodig zijn. Goed om nogmaals te vermelden dat IHP, structuurvisies en voorzieningenprogramma’s mede gebaseerd zijn op de Nota Haagse Referentienormen (RIS307513). Onlangs zijn deze normen geactualiseerd in het raadsvoorstel nota ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835). Leefbaarheidscirkel Uit gesprekken met bewoners blijkt dat zij graag weten hoe hun wijk zich ontwikkelt ten opzichte van voorgaande jaren en ten opzichte van andere wijken en buurten in Den Haag. In het kader van integraal gebiedsgericht werken en samenwerken met inwoners en andere partners, wordt binnen de gemeente Den Haag sinds 2019 gewerkt met wijkprofielen en wijkagenda’s en sinds februari 2022 met de Leefbaarheidscirkel. De Leefbaarheidscirkel is een dashboard dat voor elke buurt en elke wijk inzicht biedt op de thema’s veiligheid, bevolking & woningvoorraad, sociale leefbaarheid en fysieke leefbaarheid.

In één oogopslag is te zien hoe een wijk of buurt scoort op bepaalde thema’s (zie als voorbeeld het dashboard voor Bohemen, Meer en Bos). De thema’s zijn onderbouwd met in totaal 32 indicatoren. De informatie en interpretatie van de Leefbaarheidscirkel ‘landt’ in combinatie met andere data en kwalitatieve gegevens in het wijkprofiel, dat de basis is voor de met bewoners, ondernemers e.d. op te stellen wijkagenda’s. De Leefbaarheidscirkel wordt al volop gebruikt en vindt u hier: https://denhaag.incijfers.nl/content/Leefbaarheidscirkel. DenHaag.inCijfers.nl biedt daarnaast al als ondersteuning voor bewoners, ondernemers, beleidsmakers en onderzoekers een schat aan aanvullende informatie in tabellen, dashboards en rapportages. Enquête Bewonersbeleving Wij streven naar een verdere ontwikkeling van de Leefbaarheidscirkel. Dat kan bijvoorbeeld door (op basis van o.a. gesprekken in en met wijken) indicatoren toe te voegen. Dit is een volgende logische stap waarbij ook het wijkprofiel verder verrijkt kan worden. De ‘feitelijke’ data uit de Leefbaarheidscirkel vullen we aan met data die we per wijk ophalen in de enquête bewonersbeleving.

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10696730

Deze enquête, vaak door honderden bewoners per wijk ingevuld, laat zien wat er bij bewoners speelt en waar hun behoeftes liggen. Ook kunnen bewoners aangeven wat ze van bepaalde (gebieds)ontwikkelingen vinden.

Naast de feitelijke data en de beleving van de bewoners, vullen stakeholder-gesprekken het wijkbeeld verder aan door context te geven aan de cijfers. Het integreren van deze verschillende kwantitatieve en kwalitatieve informatie (tellen en vertellen) is onderdeel van de doorontwikkeling van de Leefbaarheidscirkel. Dit zorgt voor een actueel beeld van leefbaarheid binnen de wijken, als het ware een ‘staat van de wijk.’ Participatie Het college ziet leefbaarheid als één van de grote, urgente maatschappelijke thema’s. We willen dat bewoners in een zo vroeg mogelijk stadium worden betrokken bij bouwplannen en ontwikkelingen. We hebben daarvoor samen met bewoners, private initiatiefnemers, ervaringsdeskundigen en koepelorganisaties de Participatiegids ontwikkeld (RIS315612).

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10696730

De gids biedt duidelijke kaders voor participatie met gerichte sturing en een heldere werkwijze rond (grote) plan- en gebiedsontwikkelingen. Met daarbij aandacht voor het feit dat gebieds- en planontwikkeling altijd onderdeel is van een omgeving waar veel meer speelt: denk aan leefomgeving, groen, mobiliteit, milieu, voorzieningen, luchtkwaliteit en stedelijk landschap. Dat vraagt om een integrale blik en afweging tussen verschillende belangen, in een proces waarin duidelijk is hoe bewoners en andere belanghebbenden worden betrokken. LER De Leefbaarheidseffectrapportage is door StrateGis Groep B.V. in 2017 ontwikkeld op initiatief van het Wijkberaad Bezuidenhout en in samenwerking met de gemeente. Het digitale instrument, dat sindsdien door StrateGis Groep B.V. verder is ontwikkeld, brengt bestaande en toekomstige situaties in kaart door middel van het toekennen van scores op bepaalde thema’s rond voorzieningen (bijv. groen, mobiliteit, veiligheid, onderwijs) ten opzichte van gestelde normen. In 2019 is in opdracht van de gemeente door het bedrijf Antea Group een extern evaluatierapport LER opgeleverd over de bruikbaarheid ervan in de stad en besproken in uw raad (RIS303058).

Eén van de belangrijkste conclusies uit dat rapport was dat de LER als participatie-instrument kan worden gebruikt en niet als toetsingsinstrument, om te achterhalen of wijken voldoen aan de voorgeschreven normen. Op basis van de discussies in uw raad over deze eerste evaluatie en de (externe) adviezen zijn daarna twee proeftuinen gestart om de LER als participatie-instrument te testen (in tegenstelling tot de LER als normatief instrument). Vorig jaar is de evaluatierapportage van de proeftuinen (RIS315274) aan u toegezonden. In dat rapport wordt aanbevolen de LER als één van de mogelijke instrumenten in participatietrajecten op te nemen, mits daarbij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Het overgrote deel van de gehanteerde criteria bleek en blijkt namelijk niet gebaseerd te zijn op vastgestelde normen, maar op streefwaarden of stedelijke gemiddelden. Wanneer normen, gemiddelden en streefwaarden allemaal in de LER voorkomen resulteert dit in verwarring bij bewoners, zo concludeerde het rapport. Het ene criterium is wel juridisch toetsbaar maar het ander niet. Recenter is dat nog eens herhaald en bevestigd in de nota Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513) en de actualisatie daarvan die aan u wordt voorgesteld (RIS317815).

Daarnaast speelt dat in de LER de strikte afbakening van een wijk van grote invloed is op het wel of niet halen van een criterium of norm. Een voorziening zoals een school, park, huisartsenpraktijk of sportvoorziening gelegen net buiten de wijk wordt in de LER immers niet meegenomen, terwijl de bewoners van de wijk naar alle waarschijnlijk probleemloos gebruik zullen maken van deze voorzieningen. De LER kan helpen bij het gesprek met bewoners, maar dat vraagt wel goede begeleiding vanwege de complexiteit. De ervaringen van de inwoners moeten daarbij centraal blijven staan. Maar overgaan tot inzetten van de LER moet echt een meerwaarde hebben omdat inzet van dit participatie instrument altijd extra kosten en ambtelijke inzet met zich meebrengt, aangezien het product eigendom is van derden en niet van de gemeente. Doorontwikkeling Haags instrumentarium Het in kaart brengen en volgen van de leefbaarheid van wijken en gebieden is van groot belang. In de komende periode wordt dit verder ontwikkeld tot een samenhangende Haagse leefbaarheidrapportage. Op dit moment wordt er hard gewerkt aan een eigen Haagse applicatie, een geografisch informatiesysteem waarbij een specifieke locatie ten grondslag ligt aan de integratie van vele soorten data.

Met deze applicatie kan nauwgezet en actueel inzichtelijk worden gemaakt wat het voorzieningenniveau is bij bestaande en toekomstige ontwikkelingen in Den Haag.

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10696730

Desgevraagd met verschillende reikwijdte, van wijk tot gebied tot op geheel stadsniveau. Ook hier met als kader de nota Richtinggevende normen en de investeringsagenda’s voor huisvesting van voorzieningen (Integrale huisvestingsplannen, IHP). Wij tekenen hierbij aan dat geen van de beschikbare of nog verder te ontwikkelen instrumenten daadwerkelijk effectief zal zijn als het proces niet gepaard gaat met nadere gesprekken en onderzoek naar de leefbaarheid en voorzieningen in de buurt. We kunnen weliswaar de voorzieningen, faciliteiten en kwaliteiten (denk aan gevestigde huisartsen, scholen, winkels, groen, sportverenigingen) op verschillende wijze en op verschillend detailniveau in kaart brengen. Dit zegt echter niet onmiddellijk iets over het gebruik, meerwaarde of ervaring door bewoners/bezoekers van wijk of buurt. “Waar komen de huidige cliënten vandaan bij de gevestigde dokter- of tandartspraktijk? Sluiten de groenvoorzieningen aan bij de wensen van bewoners, door wie worden ze gebruikt en waarom wel of waarom niet? Wat is de reden van de leegstand van aanwezige (winkel)panden? Hoe scoren de scholen in het gebied qua onderwijs(kwaliteit)?” Antwoorden op dergelijke vragen volgen niet uit de ontwikkelde participatie-instrumenten of monitoring-instrumentarium. Ook niet uit de LER.

Hiervoor moeten we dus aan de slag, via nadere gesprekken, enquête of nader onderzoek met de inwoners en ondernemers van buurten en in wijken. De komende tijd worden de hierboven beschreven Haagse bouwstenen om leefbaarheid integraal en specifieker inzichtelijk te maken, doorontwikkeld. Ik zal u in de tweede helft van het jaar een presentatie kunnen geven over de uitwerking van de genoemde applicatie.

Met vriendelijke groet, de wethouder van Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa Robert van Asten

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13803645/2