CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317989 Terugkoppeling eindrapport 'Vertrekredenen leraren en docenten in het po, vo en mbo Terugkoppeling verkenning gratis kinderopvang leraren

Commissie Samenleving 11 april 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Onderwijsdebat1.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening

060

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Samenleving

OCW/10687150 RIS317989 Contactpersoon

Ester Hendriksen Dienst

Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer Datum

14070

27 februari 2024

E-mailadres

ester.hendriksen@denhaag.nl Onderwerp

Terugkoppeling eindrapport 'Vertrekredenen leraren en docenten in het po, vo en mbo' / Terugkoppeling verkenning gratis kinderopvang leraren

Geachte voorzitter, In het Onderwijsdebat op 2 november jl. is de toezegging (nr. 122) gedaan u na publicatie van het rapport ‘Vertrekredenen leraren en docenten in het po, vo en mbo’, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van OCW, te informeren over de conclusies. In deze brief volgt een samenvatting van het eindrapport – gepubliceerd op 14 december 2023 – en wordt de relevantie van de uitkomsten voor specifieke Haagse interventies met betrekking tot het lerarentekort kort toegelicht. Op 2 november 2023 is tevens gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot de verkenning van de mogelijkheid om gratis kinderopvang voor leraren in te voeren (nr. 124). In het tweede deel van deze brief volgt een korte terugkoppeling en wordt toegelicht waarom het onwenselijk is deze maatregel voor het onderwijs te treffen. 1. Terugkoppeling eindrapport 'Vertrekredenen leraren en docenten in het po, vo en mbo' Voor dit landelijke onderzoek zijn in Q4 2023 leraren primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs bevraagd, die recent hebben gekozen voor ofwel een onderwijsfunctie binnen een andere instelling, ofwel het onderwijs hebben verlaten. In totaal zijn 184 leraren geïnterviewd en hebben 129 leraren schriftelijk een toelichting gegeven op hun vertrekredenen. Op basis van de uitvraag konden in totaal tien hoofdmotieven voor vertrek worden onderscheiden: 1.

Werkdruk, stress, belasting van het beroep (47%) 2. Gebrek aan persoonlijke uitdaging en professionele ontwikkeling (41%) 3. Onvrede over de leiding/het management en/of het schoolbestuur (37%) 4. Gebrek aan begeleiding en aan samenwerking in het team/teamsfeer (27%) 5. Onvrede over de onderwijskundige visie, gebrek aan autonomie (25%) 6. Onvrede over (toepassing van) de arbeidsvoorwaarden/salaris (22%) 7. Frustraties over eigen impact als leraar (22%) 8. Werk en privé niet kunnen combineren, gebrek aan flexibiliteit (14%) 9. Autonome factoren (12%) 10. Contract/Ontslag (9%)

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10687150

Daarbij moet worden benadrukt dat dit onderzoek enkel de ervaringen weerspiegelt van leraren die onlangs hun onderwijsinstelling hebben verlaten en daarmee niet per definitie representatief is voor ervaringen van zittende leraren. Voornaamste drie vertrekmotieven In de toelichting van het belangrijkste vertrekmotief – werkdruk, stress, belasting van het beroep – wordt gewezen op de werkdruk in reguliere werktijd, onder andere als gevolg van hoge administratieen verantwoordingslasten. Respondenten wijzen daarnaast op de werkdruk die is ontstaan als gevolg van veelvuldig overwerk. Een tweede belangrijk cluster van motieven betreft de onvrede over de eigen professionele rol en mogelijkheden voor verdere ontwikkeling. Respondenten binnen dit cluster geven aan dat zij te weinig ruimte en tijd hebben ervaren voor onderwijsontwikkeling, innovatie en verdieping. Een deel van deze respondenten voelde zich als leraar te weinig uitgedaagd en ervoer een weinig inspirerende routinematigheid in het onderwijs. Daarnaast geeft ruim een derde van de respondenten aan te zijn vertrokken vanwege een negatieve werkrelatie met de leidinggevende, het management en/of het bestuur. Deze groep ervoer in de betreffende aanstelling weinig ondersteuning vanuit de organisatie, zowel op professioneel als persoonlijk vlak.

Het onderzoek maakt een onderscheid tussen respondenten die voor een andere functie binnen het onderwijs hebben gekozen en respondenten die de onderwijssector hebben verlaten. Aan beide bewegingen liggen blijkens het onderzoek verschillende motieven ten grondslag, waarbij ‘frustraties over de eigen impact als leraar’, ‘gebrek aan flexibiliteit’, ‘werkdruk’ en ‘gebrek aan persoonlijke ontwikkeling en uitdaging’ relatief vaak worden genoemd bij respondenten die het onderwijs hebben verlaten. De conclusie wordt getrokken dat juist deze motieven relatief sterk bijdragen aan capaciteitsverlies voor het onderwijs. Voor een uitgebreide toelichting op de tien belangrijkste vertrekmotieven verwijs ik u naar het originele rapport, toegevoegd als bijlage. Verbeterpunten voor eventuele terugkeer naar het onderwijs De respondenten die het onderwijs hebben verlaten is gevraagd onder welke voorwaarden zij een terugkeer naar het onderwijs zouden overwegen. Het rapport concludeert: • • •

dat werkdrukverlaging de belangrijkste reden zou zijn om terug te keren als leraar; een hybride aanstelling de voorkeur heeft; een beter salaris een reden zou zijn om weer in het onderwijs te gaan werken.

Bij de voorkeur voor een hybride aanstelling merken respondenten op dat zij niet meer voltijds les zouden willen geven. Ze zien ofwel graag een mogelijkheid om het lesgeven te combineren met andere taken binnen de school, ofwel de mogelijkheid om het lesgeven te combineren met een baan buiten het onderwijs. Relevantie uitkomsten van eindrapport voor Haagse context Eerder deelde ik met u in de commissiebrief ‘Stand van zaken lerarentekort 2023’ (RIS317350) de huidige tekortcijfers in het Haagse onderwijs. In deze brief wordt tevens toegelicht welke stedelijke maatregelen er momenteel worden getroffen om de toename en impact van het lerarentekort te beperken. Onderzoek – ook landelijk, zoals het rapport ‘Vertrekredenen leraren en docenten in het po, vo en mbo’ – draagt bij aan het vinden van die oplossingsrichtingen. Dat werkdruk een belangrijke reden is voor mensen om het onderwijs te verlaten is bekend.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10687150

Daarbij wordt die werkdruk als gevolg van het lerarentekort alleen maar hoger en lopen de tekorten daardoor nog verder op. We zetten in Den Haag dan ook structureel in op interventies gericht op werkdrukverlaging voor leraren, bijvoorbeeld door scholen te ondersteunen bij de inzet van andere professionals/ondersteuners in de klas (onderwijsassistenten, leraarondersteuners, vakkrachten, studenten en ambtenaren).1 Om de werkdruk bij startende leraren te beperken en hen geleidelijk te begeleiden van startbekwame naar vakbekwame onderwijsprofessionals, bieden Haagse schoolbesturen onder andere verschillende inductieprogramma’s aan, waaronder het Haags Inductie Programma in het voortgezet onderwijs. Op basis van het rapport van het ministerie van OCW kan tevens worden geconcludeerd dat een deel van de leraren vertrekt vanwege ontevredenheid over de eigen professionele rol en het gebrek aan mogelijkheden voor verdere ontwikkeling. De uitkomst van het onderzoek ‘Een aantrekkelijke werkomgeving voor onderwijspersoneel in Den Haag’2 (2021), uitgezet onder Haagse leraren/onderwijspersoneel in het primair onderwijs, is aanzienlijk minder negatief over geboden ruimte voor professionele inbreng en ontwikkeling (RIS310883). In dit onderzoek (n=1091) geeft ruim 65% van de respondenten aan voldoende loopbaan- en ontwikkelingsmogelijkheden aangeboden te krijgen.

In sommige gevallen worden deze trajecten gefaciliteerd vanuit de eigen huisacademie of het intern opleidingscentrum van het betreffende bestuur. Daarnaast zijn er in Den Haag meerdere bovenschoolse en bovenbestuurlijke leernetwerken actief (primair onderwijs en voortgezet onderwijs) voor gezamenlijke verdieping in actuele onderwijsvraagstukken. Ondanks de mogelijke bias in het onderzoek, biedt dit landelijke onderzoek naar vertrekmotieven van leraren waardevolle handvatten. De recente tekortcijfers zullen de komende weken worden besproken met het onderwijsveld, waarbij tevens zal worden gekeken naar aanvullende kansrijke interventies: stedelijk of op bestuursniveau. Ook het rapport ‘Vertrekredenen leraren en docenten in het po, vo en mbo’ zal bij die exercitie worden betrokken. 2. Terugkoppeling maatregel gratis kinderopvang leraren In de vergadering van 2 november 2023 heeft het raadslid Verduin tevens gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot de verkenning van de mogelijkheid om gratis kinderopvang voor leraren in te voeren. Dit omdat het idee bestaat dat het organiseren van gratis kinderopvang leraren zou stimuleren hun aanstelling uit te breiden, met als beoogd effect een rem op het lerarentekort.

Op basis van onderzoek en overleg met het werkveld is gezamenlijk geconcludeerd dat het aanbieden van gratis kinderopvang niet leidt tot het gewenste effect en stuit op aanverwante (uitvoerings)bezwaren. Hieronder ligt ik dit nader toe: •

•

Gelijkheid met andere beroepsgroepen: naast het onderwijs zijn er andere essentiële sectoren die kampen met grote personeelstekorten. Ongelijke behandeling van sectoren – door in dit geval gratis kinderopvang alleen voor leraren in te voeren – is onwenselijk en schept een precedent voor andere essentiële sectoren. Doelmatigheid: uit onderzoeken, zoals het bovengenoemde onderzoek naar de vertrekredenen van leraren, blijkt dat de kosten voor kinderopvang niet op grote schaal als belemmering worden genoemd door leraren om meer uren in het onderwijs te gaan werken. Het invoeren

1 Traject Ontwikkeldoor, platform Andersom Den Haag, project Studenten voor Educatie en Haagse Ambtenaren in de

Klas. 2 Een aantrekkelijke werkomgeving voor onderwijspersoneel in Den Haag (CAOP, 2021)

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10687150

•

van deze maatregel levert dan ook naar verwachting niet dermate meer leraren op, dat het de kosten kan verantwoorden. Financieel: onderdeel van de kinderopvangkosten zijn de eigen bijdrage van ouders en de zogenoemde KOT (kinderopvangtoeslag). Omdat het wettelijk niet is toegestaan om alleen de ouderbijdrage over te nemen, zou de gemeente de totale kosten voor een extra dag kinderopvang op zich moeten nemen, inclusief het werkgeversdeel. Daarbij is de groep die aanspraak maakt op een dergelijke regeling breed: ook leraren die nu al ‘voldoende’ dagen werken, zouden op basis van gelijke behandeling aanspraak moeten kunnen maken op een dergelijk financiële bijdrage. Dit maakt dat de kosten van gratis kinderopvang voor leraren buitenproportioneel zijn ten opzichte van de verwachte opbrengst (ook rekening houdend met het risico op precedentwerking).

Tot slot hecht ik eraan te benoemen dat het treffen van een dergelijke maatregel – in dit geval het verschaffen van een tegemoetkoming in kosten kinderopvang – primair bij de werkgever ligt. De schoolbesturen hebben in genoemd overleg echter de onwenselijkheid van deze interventie benadrukt. Naast de hoge kosten ten opzichte van de verwachte opbrengst, wijzen de schoolbesturen op de onwenselijke situatie van ongelijke behandeling van onderwijspersoneel. Ik verwacht u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd over de conclusies van het eindrapport ‘Vertrekredenen leraren en docenten in het po, vo en mbo’ en de verkenning van de mogelijkheden naar gratis kinderopvang voor leraren. Ik beschouw beide toezeggingen (nr. 122/nr. 124) daarmee als afgedaan. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening Hilbert Bredemeijer

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13791452/2