RIS317931 Bijlage GRO 5.2 Loevesteinlaan incl. - deel 3
Tekst van het document
omschrijving
29-04-2022
Voorgevel Loevesteinlaan
Schaal
opdrachtgever
1:100
Stebru
formaat
project
1176 / 827
Loevesteinhof
tekeningnummer
DO GVL 01
K
J
I
H
G
F
E
D
C
B
A
R
73800+P
23 72940+P
hardglazen balustrade 23 69980+P
22 67020+P
21 64060+P
20 61100+P
prefab betonnen balkon, hardglazen balustrade 19 58140+P
18 55180+P
17 52220+P
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Eems, waalformaat, handvorm, IW klasse 3, doorgestreken voeg met donkere metselmortel 6 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Eems, waalformaat, handvorm, IW klasse 3 doorgestreken voeg met lichte metselmortel 3 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Pistache, waalformaat, handvorm, IW klasse 3 doorgestreken voeg met lichte metselmortel, kleur n.t.b. 3 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
kunststof kozijnen Gealan Base profiel, 'hout' verbindingen cremewit RAL 9001
=
aluminium kozijnen gemoffeld grijsbeige RAL 1019
16 49260+P
kunststof kozijn
15 46300+P
14 43340+P
13 40380+P
12 37420+P
balustrade NB: hoogte afhankelijk van geluidseisen; privacy scherm 1800 mm
1815
1500
1200
balustrade 1200 mm, privacy scherm 1800 mm
1815
11 34460+P
10 31500+P
9
28540+P
8
25580+P
7
22620+P
6
19660+P
5
16700+P
wit metselwerk
4
13700+P kunststof kozijnen van binnen te bewassen
geluidluw (Lden < 53 dB inclusief aftrek)
3
10700+P
2
7700+P
1
4700+P
metselwerk penanten, daartussen hekwerk, waartegen begroeiing
aluminium puien 0
P=0
entree fietsenstalling
5100
5100
5100
linkergevel (ZO)
5100
5100
5100
57300
toetspunt t013, t014 en t019 t/m t021
8100
ALLE MATEN IN HET WERK TE CONTROLEREN
1000
8300
9300
datum
Bureau Kroner architecten tel 070-3020735 www.bureaukroner.nl
omschrijving
29-04-2022
Zijgevel Dalerveenstraat
Schaal
opdrachtgever
1:100
Stebru
formaat
project
1176 / 827
Loevesteinhof
tekeningnummer
DO GVL 03
19
R
18
17
16
15
14
1312
11
10
9
8 7
6
5
4
3
2
1
73800+P
aluminium muurafdekker
23 72940+P
hardglazen balustrade 23 69980+P
22 67020+P
21 64060+P
20 61100+P
metselwerk met licht voegwerk
19 58140+P
metselwerk met donker voegwerk 18 55180+P
17 52220+P
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Eems, waalformaat, handvorm, IW klasse 3, doorgestreken voeg met donkere metselmortel 6 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Eems, waalformaat, handvorm, IW klasse 3 doorgestreken voeg met lichte metselmortel 3 mm diep t.o.v. voorkant steen
16 49260+P
15 46300+P
prefab betonnen balkon, hardglazen balustrade, NB: hoogte afhankelijk van geluidseisen
14 43340+P
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Pistache, waalformaat, handvorm, IW klasse 3 doorgestreken voeg met lichte metselmortel, kleur n.t.b. 3 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
kunststof kozijnen Gealan Base profiel, 'hout' verbindingen cremewit RAL 9001
=
aluminium kozijnen gemoffeld grijsbeige RAL 1019
13 40380+P
12 37420+P
11 34460+P
10 31500+P
9
28540+P
8
25580+P
hekwerk stalen raster 7
22620+P
6
19660+P
5
16670+P
4
13700+P
aluminium muurafdekker
staaldraden voor begroeiing klimplanten
1800
kunststof kozijnen cremewit Ral 9001
3
10700+P
2
7700+P
1
4700+P
3700
geluidluw (Lden < 53 dB inclusief aftrek)
0
aluminium puien gemoffeld grijsbeige RAL 1019
P=0 hellingbaan parkeerdek 5100
entree garage 5100
6600
6600
5100
rasterwerk in stalen pui 5100
320
8100
8100
nooduitgang
rasterwerk in stalen pui 4800
entreee logistiek 8100
containerruimte
entree tech. ruimte 320
5100
entree zorgtoren 5100
6600
containerruimte 6600
commercie
commercie
5100
5100 ALLE MATEN IN HET WERK TE CONTROLEREN
toetspunt t015 t/m t018, t022 en t026 t/m t029
achtergevel (ZW)
Bureau Kroner architecten tel 070-3020735 www.bureaukroner.nl
datum
omschrijving
29-04-2022
Achtergevel binnengebied
Schaal
opdrachtgever
1:100
Stebru
formaat
project
1176 / 827
Loevesteinhof
tekeningnummer
DO GVL 02
A
R
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
73800+P
23 72940+P
hardglazen balustrade 23 69980+P
22 67020+P
21 64060+P
20 61100+P
prefab betonnen balkon, hardglazen balustrade 19 58140+P
18 55180+P
17 52220+P
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Eems, waalformaat, handvorm, IW klasse 3, doorgestreken voeg met donkere metselmortel 6 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Eems, waalformaat, handvorm, IW klasse 3 doorgestreken voeg met lichte metselmortel 3 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Pistache, waalformaat, handvorm, IW klasse 3 doorgestreken voeg met lichte metselmortel, kleur n.t.b. 3 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
kunststof kozijnen Gealan Base profiel, 'hout' verbindingen cremewit RAL 9001
=
aluminium kozijnen gemoffeld grijsbeige RAL 1019
16 49260+P
kunststof kozijn
15 46300+P
14 43340+P
13 40380+P
12 37420+P
10 31500+P
9
28540+P
8
25580+P
1815
1200
1500
balustrade 1500 mm, privacy scherm 1800 mm
1815
11 34460+P balustrade 1200 mm, privacy scherm 1800 mm
staaldraden voor begroeiing klimplanten
7
22620+P
6
19660+P
5
16700+P
4
13700+P
3
10700+P
stalen rasterwerk
wit metselwerk
kunststof kozijnen van binnen te bewassen
2
7700+P
1
4700+P
geluidluw (Lden < 53 dB inclusief aftrek)
aluminium puien
hellingbaan naar parkeerdek 0
P=0 voetgangersentree garage 1570
1400
1500
1400
1500
1400
1500
1400
9300
1400 8300
19040
toetspunt t001, t02 en t023 t/m t025
1500
1500
1400
1570
7380
1000
8100
stalen geveldelen, begroeid 950
1600
950 5100
1600
950
1600
950
1600
950
1600
5100
rechtergevel (NW)
950 5050
1600
950
1600
950 5150
1600
950
1600
950 5100
1600
950
1600
950
1600
920 ALLE MATEN IN HET WERK TE CONTROLEREN
5100
datum
38900 Bureau Kroner architecten tel 070-3020735 www.bureaukroner.nl
omschrijving
29-04-2022
Zijgevel Fluitenbergstraat
Schaal
opdrachtgever
1:200
Stebru
formaat
project
1176 / 827
Loevesteinhof
tekeningnummer
DO GVL 04
A
R
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
73800+P
23 72940+P
hardglazen balustrade 23 69980+P
22 67020+P
21 64060+P
20 61100+P
prefab betonnen balkon, hardglazen balustrade 19 58140+P
18 55180+P
17 52220+P
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Eems, waalformaat, handvorm, IW klasse 3, doorgestreken voeg met donkere metselmortel 6 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Eems, waalformaat, handvorm, IW klasse 3 doorgestreken voeg met lichte metselmortel 3 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Pistache, waalformaat, handvorm, IW klasse 3 doorgestreken voeg met lichte metselmortel, kleur n.t.b. 3 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
kunststof kozijnen Gealan Base profiel, 'hout' verbindingen cremewit RAL 9001
=
aluminium kozijnen gemoffeld grijsbeige RAL 1019
16 49260+P
kunststof kozijn
15 46300+P
14 43340+P
13 40380+P
12 37420+P
10 31500+P
9
28540+P
8
25580+P
1815
1200
1500
balustrade 1500 mm, privacy scherm 1800 mm
1815
11 34460+P balustrade 1200 mm, privacy scherm 1800 mm
staaldraden voor begroeiing klimplanten
7
22620+P
6
19660+P
5
16700+P
4
13700+P
3
10700+P
stalen rasterwerk
wit metselwerk
kunststof kozijnen van binnen te bewassen
2
7700+P
1
4700+P
geluidluw (Lden < 53 dB inclusief aftrek)
aluminium puien
hellingbaan naar parkeerdek 0
P=0 voetgangersentree garage 1570
1400
1500
1400
1500
1400
1500
1400
1500
1400
1500
1400
1570
7380
1000
8100
noordwest (binnengevel) 9300
8300
19040
stalen geveldelen, begroeid 950
1600
950 5100
1600
950
1600
950 5100
1600
950
1600
950 5050
1600
950
1600
950 5150
1600
950
1600
950 5100
1600
950
1600
950
1600
920 ALLE MATEN IN HET WERK TE CONTROLEREN
5100
datum
38900 Bureau Kroner architecten
toetspunt t032 en t033
tel 070-3020735 www.bureaukroner.nl
omschrijving
29-04-2022
Zijgevel Fluitenbergstraat
Schaal
opdrachtgever
1:200
Stebru
formaat
project
1176 / 827
Loevesteinhof
tekeningnummer
DO GVL 04
K
J
I
H
G
F
E
D
C
B
A
R
73800+P
23 72940+P
hardglazen balustrade 23 69980+P
22 67020+P
21 64060+P
20 61100+P
prefab betonnen balkon, hardglazen balustrade 19 58140+P
18 55180+P
17 52220+P
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Eems, waalformaat, handvorm, IW klasse 3, doorgestreken voeg met donkere metselmortel 6 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Eems, waalformaat, handvorm, IW klasse 3 doorgestreken voeg met lichte metselmortel 3 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
metselwerk halfsteensverband Rodruza Pistache, waalformaat, handvorm, IW klasse 3 doorgestreken voeg met lichte metselmortel, kleur n.t.b. 3 mm diep t.o.v. voorkant steen
=
kunststof kozijnen Gealan Base profiel, 'hout' verbindingen cremewit RAL 9001
=
aluminium kozijnen gemoffeld grijsbeige RAL 1019
16 49260+P
kunststof kozijn
15 46300+P
14 43340+P
13 40380+P
12 37420+P
balustrade NB: hoogte afhankelijk van geluidseisen; privacy scherm 1800 mm
1815
1500
1200
balustrade 1200 mm, privacy scherm 1800 mm
1815
11 34460+P
10 31500+P
9
28540+P
8
25580+P
7
22620+P
6
19660+P
5
16700+P
wit metselwerk
4
13700+P kunststof kozijnen van binnen te bewassen
geluidluw (Lden < 53 dB inclusief aftrek)
3
10700+P
2
7700+P
1
4700+P
metselwerk penanten, daartussen hekwerk, waartegen begroeiing
aluminium puien 0
P=0
entree fietsenstalling
5100
5100
5100
5100
5100
5100
57300
toetspunt t030 en t031
8100
zuidoost (binnengevel) 1000
8300
ALLE MATEN IN HET WERK TE CONTROLEREN
9300
datum
Bureau Kroner architecten tel 070-3020735 www.bureaukroner.nl
omschrijving
29-04-2022
Zijgevel Dalerveenstraat
Schaal
opdrachtgever
1:100
Stebru
formaat
project
1176 / 827
Loevesteinhof
tekeningnummer
DO GVL 03
bijlage 8.
4795.038.ur.mek
overzicht aantal woningen aanvraag hogere waarde
20
Totaal aantal woningen waarvoor een hogere waarde wordt aangevraagd plus de hoogte van de hogere waarde: Geluidsgevoelig object: Gesitueerd aan: Loevesteinlaan Loevesteinlaan Loevesteinlaan Loevesteinlaan Loevesteinlaan Loevesteinlaan Loevesteinlaan Loevesteinlaan Loevesteinlaan Totaal
Toren A Toren A Toren A Toren A Toren B Toren B Toren B Toren B Toren B
Voorgevel (NO) verd 1 tm 4 (zorg) Voorgevel (NO) verd 5+6 Voorgevel (NO) verd 7 tm 20 Voorgevel (NO) verd 21+22 Voorgevel (NO) verd 1 tm 4 (zorg) Voorgevel (NO) verd 5 + 6 Voorgevel (NO) verd 7 tm 17 Voorgevel (NO) verd 18+19 Voorgevel (NO) verd 20 tm 22
Aant. 24 6 56 4 24 6 44 6 6 176
Geluidsbron
Vastgestelde hogere waarde in dB t/m maximaal *
Wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai
66,9 65,9 65,2 61,3 67,0 65,9 65,2 62,0 61,2
* De hogere grenswaarde is inclusief de aftrek op grond van artikel 110g van de wet geluidhinder
www.nelissenbv.nl | Postbus 1289 | 5602 BG Eindhoven | Larixplein 7 | +31 (0)40 248 46 56 | nelissen@nelissenbv.nl | KvK 17137297
bijlage 9.
4795.038.ur.mek
berekening percentage geluidluwe eenzijdig georienteerde 1- en 2 kamerwoningen
21
Aantal eenzijdig georienteerde 1- en 2-kamerwoningen met en zonder geluidluwe gevel: Zorgfunctie (verdieping 1 tm 4): Gesitueerd aan: Toren A Voorgevel (NO) verd 1 tm 4 Toren A Achtergevel (ZW) verd 1 tm 4 Loevesteinlaan Toren B Voorgevel (NO) verd 1 tm 4 Toren B Achtergevel (ZW) verd 1 tm 4 Dalerveenstraat Toren D Linkerzijgevel (ZO) verd 1 tm 4 Fluitenbergstraat Toren D Rechterzijgevel (NW) verd 1 tm 4 Totaal aantal eenzijdig georienteerde 1- en 2-kamerwoningen met geluidluwe gevel Totaal aantal eenzijdig georienteerde 1- en 2-kamerwoningen Loevesteinlaan
Geluidluwe gevel aanwezig (ja/nee) Aant. 24 24 24 24 24 24 144
ja (aantal)
nee (aantal) 24
24 24 24 24 24 96 67%
www.nelissenbv.nl | Postbus 1289 | 5602 BG Eindhoven | Larixplein 7 | +31 (0)40 248 46 56 | nelissen@nelissenbv.nl | KvK 17137297
BIJLAGE 6 – QUICKSCAN FLORA EN FAUNA
Mees Ruimte & Milieu | 21070.RO
Bijlage bij GRO
de Bouwecoloog
Quickscan flora en fauna Loevesteinlaan 355 te Den Haag Opdrachtgever:
Mees Ruimte & Milieu Postbus 854 2700 AW Zoetermeer
Contactpersoon:
de heer T.J. de Baare BSc LL.B.
Uitgevoerd door:
de Bouwecoloog drs. M.J. Perk (Martijn) 06-49148005
Projectnummer: Datum veldwerk: Datum rapportage:
21018 3 mei 2021 4 augustus 2021
Bijlage(n):
-
de Bouwecoloog is lid van het Netwerk Groene Bureaus
bron ondergrond: http://pdok.nl/viewer © CC-BY Kadaster, OSM-elementen: bijdragers OpenStreetMap
de Bouwecoloog – Tentweg 65 – 2821 AB Stolwijk – info@deBouwecoloog.nl
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag
Samenvatting In opdracht van Mees Ruimte & Milieu heeft de Bouwecoloog een quickscan flora en fauna uitgevoerd van het plangebied Loevesteinlaan 355 te Den Haag. De aanleiding voor de quickscan flora en fauna betreft de voorgenomen herontwikkeling (sloop en nieuwbouw) van het zorgcomplex in het plangebied. Het plangebied ligt aan de Loevesteinlaan, tussen de Fluitenbergstraat en de Dalerveenstraat. Dit plangebied staat kadastraal bekend als gemeente 's-Gravenhage, sectie AW, percelen 2060, 3082 en 3083, met een totaaloppervlak van 9.897 m2. Voor de bepaling van mogelijke effecten op beschermde soorten zijn het plangebied en de directe omgeving onderzocht met een bronnenonderzoek en een oriënterend locatiebezoek. Op basis hiervan kan niet worden uitgesloten dat verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. Behalve eventuele broedvogels worden in het plangebied verder geen (effecten op) beschermde soorten zonder een vrijstelling verwacht. Met deze quickscan wordt daarom geconcludeerd dat een nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is, daarna kan worden bepaald of een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig is. Bij het uitvoeren van werkzaamheden moet verder altijd voldoende rekening gehouden worden met het broedseizoen en de zorgplicht.
Afbeeldingen 1 t/m 4 – Een impressie van het plangebied, met linksboven het noorden van het plangebied (met de Fluitenbergstraat, gezien vanaf de Loevesteinlaan) en rechtsboven het zuidelijke gebouw (gezien vanuit de inrit aan de Dalerveenstraat). Onder is de binnentuin zichtbaar, links vanaf de Dalerveenstraat en rechts vanuit de noordelijke hoek. de Bouwecoloog project 21018
samenvatting 4 augustus 2021
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag
Inhoud 1.
Inleiding ...................................................................................................... 4
1.1.
Aanleiding .............................................................................................. 4
1.2.
Doel ....................................................................................................... 4
1.3.
Methode ................................................................................................. 4
2.
Wet natuurbescherming ................................................................................. 5
3.
Bronnenonderzoek ........................................................................................ 6
3.1.
Gebieden ................................................................................................ 6
3.2.
Soorten .................................................................................................. 6
3.3.
Soortenmanagementplan Den Haag ........................................................... 7
3.4.
Interpretatie ........................................................................................... 8
4.
Locatiebezoek ............................................................................................... 9
5.
Resultaten ...................................................................................................10
6.
Conclusie en aanbevelingen ...........................................................................12
6.1.
Conclusie ...............................................................................................12
6.2.
Vervolg .................................................................................................12
6.3.
Aanbevelingen........................................................................................12
7.
Geldigheidstermijn en verantwoording ............................................................13
de Bouwecoloog project 21018
inhoud 4 augustus 2021
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag
1.
Inleiding
In opdracht van Mees Ruimte & Milieu heeft de Bouwecoloog een quickscan flora en fauna uitgevoerd van het plangebied Loevesteinlaan 355 te Den Haag. 1.1. Aanleiding De aanleiding voor de quickscan flora en fauna betreft de voorgenomen herontwikkeling (sloop en nieuwbouw) van het zorgcomplex in het plangebied. Het plangebied ligt aan de Loevesteinlaan, tussen de Fluitenbergstraat en de Dalerveenstraat. Dit plangebied staat kadastraal bekend als gemeente 's-Gravenhage, sectie AW, percelen 2060, 3082 en 3083, met een totaaloppervlak van 9.897 m2. De grens van de onderzoekslocatie is in de kaart op het voorblad aangegeven met een blauwe lijn. 1.2. Doel Het doel van een quickscan flora en fauna is het toetsen van werkzaamheden aan de soortenbescherming van de Wet natuurbescherming. Met een quickscan wordt de onderzoeksvraag beantwoord of de voorgenomen werkzaamheden een effect zullen hebben op beschermde ecologische waarden. 1.3. Methode Met bronnenonderzoek en een oriënterend locatiebezoek wordt onderzocht of beschermde ecologische waarden voor het plangebied kunnen worden uitgesloten. Tevens wordt onderzocht of negatieve effecten op eventuele beschermde waarden uitgesloten kunnen worden.
Indien beschermde natuurwaarden en negatieve effecten niet uitgesloten kunnen worden, zal worden geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren en indien noodzakelijk een ontheffing op de Wet natuurbescherming aan te vragen. Als uit een quickscan blijkt dat geen noodzaak bestaat tot nader onderzoek of een ontheffing op de Wet natuurbescherming, wordt de quickscan wel geaccepteerd als een voldoende dragend onderdeel van een goede ruimtelijke onderbouwing.
de Bouwecoloog project 21018
4 van 13 4 augustus 2021
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag
2.
Wet natuurbescherming
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) van kracht. Deze wet vervangt onder andere de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wnb beschermt hiermee soorten, gebieden en de instandhouding van bossen. Het bevoegd gezag in het kader van de Wnb betreft over het algemeen de provincie, het Rijk is bevoegd gezag als het bijvoorbeeld een project of gebied betreft dat niet op provinciaal niveau is ingedeeld. De provincie is tevens het bevoegd gezag voor het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN, voorheen heette dit EHS). Bij de Wnb is de bescherming van soorten1 verdeeld in vier niveaus: 1. Europees beschermde soorten, deze bescherming is overgenomen uit de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern & Bonn. 2. Nationaal beschermde soorten, de zogenaamde ‘andere soorten’ in bijlagen A en B bij de Wnb. Bijlage A betreft in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Bijlage B betreft wilde vaatplanten. 3. Vogels, deze bescherming is gebaseerd op de Vogelrichtlijn. Voor broedende vogels kan geen ontheffing worden aangevraagd. Werkzaamheden waarbij broedende vogels worden verstoord, mogen daarom niet worden uitgevoerd. Het broedseizoen kent geen vaste grensdata, van belang is of de werkzaamheden een broedgeval verstoren of vernietigen.
Van een aantal vogelsoorten is de functionaliteit van het nest jaarrond beschermd. Het vernietigen van het nest en/of de directe omgeving is daardoor het hele jaar verboden. Na een specifiek onderzoek en met het treffen van voldoende maatregelen kan echter wel een ontheffing voor het vernietigen van de jaarrond beschermde nestlocatie worden aangevraagd. De jaarrond beschermde soorten zijn in vijf verschillende categorieën 2 ingedeeld: 1. soorten die het nest ook buiten het broedseizoen gebruiken, 2. koloniebroeders, 3. honkvaste soorten, 4. soorten die jaarlijks hetzelfde nest gebruiken, 5. soorten die beschermd zijn indien dit ecologisch gezien noodzakelijk is. 4. Bescherming via de zorgplicht, voor alle in het wild levende inheemse planten en dieren. In principe moet een ontheffing worden aangevraagd voor werkzaamheden met negatieve effecten op soorten met Europese of nationale bescherming of vogels met een jaarrond beschermd nest. Voor enkele soorten is het tevens mogelijk om met een door het Rijk (ministerie van LNV) goedgekeurde gedragscode te werken. Tevens gelden voor bepaalde soorten provinciale regelingen, zoals vrijstellingsregelingen.
1 Zie ook de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, zie: https://www.synbiosys.alterra.nl/ 2
http://www.vogelsendewet.nl/download/Bijlage_Aangepaste_lijst_jaarrond_beschermde_vogelnesten.pdf de Bouwecoloog 5 van 13 project 21018 4 augustus 2021
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag
3.
Bronnenonderzoek
3.1. Gebieden De ligging bepaalt grotendeels welke soorten ergens verwacht kunnen worden. Als een plangebied geen ecologische verbindingen met de omgeving heeft, zullen er weinig soorten aanwezig zijn. Ook de aanwezigheid van beschermde en bijzondere soorten wordt dus voornamelijk bepaald door de locatie. Via de website3 van de provincie Zuid-Holland zijn webkaarten beschikbaar met de locaties van beschermde natuurgebieden. Uit deze webkaarten blijkt dat het plangebied niet in een beschermd natuurgebied ligt. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt op circa 2,5 km. Het plangebied bevindt zich op circa 2,9 km van Natura 2000-gebied ‘Westduinpark & Wapendal’ en circa 3,5 km van Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’.
Afbeelding 5 – Kaart met de globale locatie van het plangebied (in de rode cirkel) en de beschermde natuurgebieden in de omgeving (groen: het NNN; paars: ecologische verbindingszone van het NNN; verticale arcering: Natura 2000). (bron: https://arcg.is/zP15H)
3.2. Soorten De Nationale Databank Flora en Fauna4 (NDFF) bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat er bekend is over de verspreiding van planten- en diersoorten. De NDFF bevat onder andere gegevens van Waarneming.nl, Telmee.nl en gegevensbeherende organisaties zoals Sovon, RAVON en Floron. Hiermee wordt een eerste indruk verkregen van soorten die in het plangebied of de omgeving aanwezig zijn. In onderstaand overzicht staan de beschermde soorten per soortgroep weergegeven, voor zover deze de afgelopen 5 jaar binnen een straal van 2 kilometer om het plangebied in de NDFF staan vermeld5. Het overzicht betreft de soorten met Europese, nationale of provinciale6 bescherming en de vogels met een jaarrond beschermd nest. 3
https://arcg.is/zP15H https://www.ndff.nl/ 5 © NDFF – geraadpleegd op 3 mei 2021 - Deze informatie is afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. 6 Soorten met een provinciale vrijstelling zijn aangeduid met een asterisk. de Bouwecoloog 6 van 13 project 21018 4 augustus 2021 4
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag Vaatplanten HR/B&B: Nationaal:
naaldenkervel
Vleermuizen HR/B&B: gewone/kleine/ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, tweekleurige vleermuis, watervleermuis Nationaal: Overige zoogdieren HR/B&B: Nationaal: bosmuis*, eekhoorn, egel*, haas*, huisspitsmuis*, konijn*, veldmuis*, vos*, gewone zeehond Reptielen HR/B&B: Nationaal: Amfibieën HR/B&B: Nationaal: Vissen HR/B&B: Nationaal: Vogels Categorie 1: Categorie 2: Categorie 3: Categorie 4: Categorie 5:
boomkikker alpenwatersalamander, bastaardkikker*, bruine kikker*, gewone pad*, kleine watersalamander* gierzwaluw, huismus, roek grote gele kwikstaart, kerkuil, ooievaar, slechtvalk boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief blauwe reiger, boerenzwaluw, boomklever, boomkruiper, bosuil, ekster, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, huiszwaluw, ijsvogel, koolmees, pimpelmees, spreeuw, tapuit, torenvalk, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart
Overige dieren (zoals insecten en weekdieren) HR/B&B: Nationaal: grote vos 3.3. Soortenmanagementplan Den Haag Om werkzaamheden aan woningen uit te kunnen voeren met het behoud van gebouwbewonende soorten hebben de gemeente Den Haag en de Haagse woningcorporaties een soortenmanagementplan7 (SMP) opgesteld. Ten behoeve van het SMP is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van de huismus, de gierzwaluw en vleermuizen. Voor de huismus en de gierzwaluw waren reeds gebiedsdekkende inventarisaties uitgevoerd, deze zijn opgenomen in het SMP. Op basis van historische gemeentedekkende inventarisatiegegevens van vleermuizen zijn gerichte aanvullende onderzoeken uitgevoerd naar vleermuizen. De gegevens in het SMP betreffen hierdoor geen volledige inventarisaties van alle gebouwbewonende soorten, wel geeft het een goede indicatie van mogelijke functies voor de onderzochte soorten.
7
SMP Gebouwbewonende Soorten Den Haag, Gebiedsbescherming van gebouwbewonende fauna bij onderhoud, renovatie en sloop van woningen en gebouwen; Arcadis Nederland B.V., 2018; referentie Arcadis: 083707628 A; referentie Den Haag: RIS301384_Bijlage_2 de Bouwecoloog 7 van 13 project 21018 4 augustus 2021
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag De gegevens van het SMP zijn via een webportaal in te zien8. Hieruit blijkt dat een deel van het huidige plangebied, namelijk het gebouw met gebogen gevel, bij dit onderzoek is aangemerkt als ongeschikt voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. De andere delen van het plangebied hebben geen vermelding op de kaarten als geschikt of ongeschikt voor de gebouwbewonende soorten van het SMP. In de omgeving van het plangebied zijn wel een foerageergebied voor vleermuizen (het Zuiderpark), een vliegroute van de gewone dwergvleermuis (de Hengelolaan) en paarverblijven van gewone en ruige dwergvleermuizen bekend. 3.4. Interpretatie Indien een soort niet wordt verwacht op basis van het bronnenonderzoek geldt het volgende: deze soort kan afwezig zijn, maar tevens kan nog geen onderzoek zijn gedaan of kan onderzoek niet beschikbaar zijn. Gegevens van het bronnenonderzoek kunnen ook verouderd zijn, omdat waarnemingen van beschermde soorten slechts drie jaar geldig zijn. Het bronnenonderzoek kan hierdoor slechts worden gebruikt om voorafgaand aan het locatiebezoek een indruk van het plangebied en de omgeving te verkrijgen.
8
https://soortenmanagementplandenhaag-ddh.opendata.arcgis.com/ de Bouwecoloog project 21018
8 van 13 4 augustus 2021
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag
4.
Locatiebezoek
Tijdens het oriënterend locatiebezoek is een inventarisatie van het plangebied uitgevoerd om een goed beeld te kunnen vormen van de (mogelijk) aanwezige soorten. Dit veldwerk is uitgevoerd door een deskundige ecoloog9. Het weer en de omstandigheden ter plaatse van het plangebied bepalen welke soorten waar te nemen zijn. Tijdens het locatiebezoek op 3 mei 2021 was het circa 12 °C, droog en bewolkt, met zo nu en dan zon en weinig wind, waardoor de omstandigheden gunstig genoeg waren om bijvoorbeeld vogels waar te kunnen nemen. Bij het dichtstbijzijnde weerstation van het KNMI10 waren de daggemiddelden als volgt: 5,3 tot 13,5 °C, geheel bewolkt, 1,1 mm neerslag, met windkracht 4 (ZW). Het locatiebezoek is in de middag uitgevoerd. Het plangebied bestaat uit drie gebouwen van een zorgcomplex. Het grootste gebouw, met bouwjaar 1965, heeft een lange zijde met de voormalige hoofdentree aan de Loevesteinlaan. Dit gebouw heeft een vleugel parallel aan de Fluitenbergstraat, waar het een verbinding maakt met nieuwere bouwdelen. Het oude deel wordt tijdelijk bewoond. De nieuwere gebouwen, een langwerpig deel uit 2005 en een gebogen deel uit 1993, hebben nog een zorgfunctie. Aan de zijde van de Fluitenbergstraat ligt een enigszins verwaarloosde parkeerplaats tussen de vleugels ven het gebouw.
Ook de voormalige fietsenstalling en overige delen van het buitenterrein aan de kant van de Loevesteinlaan hebben achterstallig onderhoud. Via de Dalerveenstraat is een binnentuin bereikbaar, deze is gedeeltelijk in gebruik als moestuin en gedeeltelijk als siertuin. Langs de gebogen gevel van het gebouw uit 1993 wordt een plantsoen regelmatiger onderhouden.
9
Deskundig conform de eisen van BIJ12 en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland/het Ministerie van LNV (https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige) 10 https://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/daggegevens de Bouwecoloog 9 van 13 project 21018 4 augustus 2021
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag
5.
Resultaten
Tijdens het locatiebezoek is een inventarisatie uitgevoerd van soorten die aanwezig waren op de locatie, hierbij zijn behalve potentiële broedvogels geen beschermde soorten waargenomen die binding met het onderzoeksgebied vertoonden. Hieronder worden per soortgroep de waarnemingen en verwachtingen op basis van habitatkenmerken en het bronnenonderzoek behandeld. Vaatplanten Het plangebied is grotendeels verhard. In de enigszins vervallen terreindelen staan tussen de aangeplante bomen en struiken echter wel soorten als brandnetels, paardenbloemen, klein hoefblad, fioringras, veldkers, harig wilgenroosje en akkerdistel. In de beter onderhouden tuindelen worden planten die niet gepoot of gezaaid zijn met enige regelmaat verwijderd, waardoor wilde planten geen kans krijgen. Op basis van het bronnenonderzoek en het locatiebezoek worden in de huidige situatie geen beschermde of bijzondere planten verwacht. Vleermuizen Tijdens het locatiebezoek is het plangebied en de omgeving beoordeeld op geschiktheid en toegankelijkheid voor vleermuizen. Met de beoordeling van de gebouwen is vastgesteld dat deze op diverse plekken toegankelijk zijn voor vleermuizen.
Het gebouw met gebogen gevel (uit 1993) is, in tegenstelling tot de beoordeling voor het SMP (zie bronnenonderzoek), door de aanwezigheid van ondermeer open stootvoegen, luwtes bij regenpijpen en openingen bij dilataties wel geschikt voor vleermuizen. Het gebouw uit 2005 is op vergelijkbare wijze geschikt voor vleermuizen. Het oudere gebouw (uit 1965) is voornamelijk geschikt door gaten in metselwerk en openingen bij de aansluitingen van betonplaten op metselwerk. Bij dit oudste gebouw zijn echter ook enkele gevelpanelen verzakt, waar vleermuizen eventueel ook achter kunnen kruipen: de op het oog ongeschikte geveldelen met glas en metalen kozijnen zijn hierdoor niet ontoegankelijk voor vleermuizen. Op basis van het locatiebezoek kan hierdoor niet worden uitgesloten dat vleermuizen gebruik maken van het plangebied. Aangezien de bomenrijen langs de straten buiten het plangebied vallen en de hoeveelheid groen in het plangebied beperkt is, wordt niet waarschijnlijk geacht dat andere essentiële onderdelen van leefgebied in het plangebied aanwezig zijn. Overige zoogdieren Tijdens het locatiebezoek is gezocht naar aanwijzingen voor gebruik van het terrein door zoogdieren, hierbij zijn geen sporen (zoals uitwerpselen, latrines of holen) van beschermde soorten aangetroffen.
Op basis van het locatiebezoek kan niet volledig worden uitgesloten dat bijvoorbeeld de bruine rat, huismuis en/of huisspitsmuis gebruik maken van het plangebied. Dit betreffen soorten die niet beschermd zijn of een provinciale vrijstelling hebben. Op basis van het locatiebezoek worden grotere zoogdieren en de soorten met specifiekere habitateisen uit het bronnenonderzoek niet verwacht. Op basis van het locatiebezoek worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren zonder een vrijstelling verwacht. Amfibieën en reptielen Het plangebied is beoordeeld op aanwezigheid van mogelijkheden voor amfibieën en reptielen. Enkele minder goed onderhouden delen van het plangebied bevatten schuilmogelijkheden voor algemene amfibieën, maar voor beschermde amfibieën zonder een provinciale vrijstelling en voor reptielen ontbreekt geschikt leefgebied. Voor de rugstreeppad ontbreekt bijvoorbeeld geschikt voortplantingswater en zijn geschikte de Bouwecoloog project 21018
10 van 13 4 augustus 2021
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag locaties om weg te kruipen in de grond afwezig. Van de boomkikker uit het bronnenonderzoek is bovendien bekend waar de populaties zich bevinden, dit betreft het duingebied en niet de directe omgeving van het plangebied. Op basis van het bronnenonderzoek en het locatiebezoek worden in de huidige situatie geen beschermde waarden van reptielen en amfibieën zonder vrijstelling voor ruimtelijke ingrepen verwacht. Vissen In de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater aanwezig, waardoor de aanwezigheid van vissen kan worden uitgesloten. Vogels Tijdens het locatiebezoek zijn in en om de locatie enkele potentiële broedvogels waargenomen, zoals pimpelmees en diverse soorten meeuw. Ook bijvoorbeeld scholekster, merel, vink, roodborst en winterkoning worden in het plangebied verwacht. Deze vogels zijn als inheemse broedvogels beschermd tijdens het broedseizoen, maar hebben geen jaarrond beschermd nest (de soorten uit categorie 5 hebben in de omgeving voldoende andere mogelijkheden). In en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen huismussen waargenomen, waardoor het plangebied in de huidige situatie ook geen onderdeel van het leefgebied van deze soort zal vormen. Indien deze soort wel in het plangebied zou broeden, zou deze tijdens het locatiebezoek zeker zijn waargenomen.
Op basis van de gegevens van het SMP van Den Haag in het bronnenonderzoek worden tevens geen huismussen in het plangebied verwacht. Op basis van die gegevens worden tevens geen gierzwaluwen verwacht, dit wordt bevestigd doordat er geen invliegopeningen van voldoende omvang voor gierzwaluwen zijn waargenomen. In het plangebied zijn geen geschikte holen of nesten voor andere jaarrond beschermde vogels waargenomen. In het plangebied worden hierdoor tevens geen andere jaarrond beschermde vogels verwacht. Overige soorten Tijdens het locatiebezoek zijn geen bijzondere of beschermde insecten of andere overige soorten (zoals weekdieren) waargenomen. Op basis van het bronnenonderzoek, de situatie in het plangebied en het ontbreken van soortspecifieke waardplanten worden in het plangebied geen beschermde soorten uit deze categorie verwacht. Enkele algemene insectensoorten, met name bijen, zweefvliegen en vlinders, kunnen wel gebruik maken van de planten op het terrein. Op basis van het locatiebezoek wordt verwacht dat de voorgenomen werkzaamheden geen effect op beschermde overige soorten zullen hebben.
de Bouwecoloog project 21018
11 van 13 4 augustus 2021
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag
6.
Conclusie en aanbevelingen
6.1. Conclusie Voor de bepaling van mogelijke effecten op beschermde soorten zijn het plangebied en de directe omgeving onderzocht met een bronnenonderzoek en een oriënterend locatiebezoek. Op basis hiervan kan niet worden uitgesloten dat verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. Behalve eventuele broedvogels worden in het plangebied verder geen (effecten op) beschermde soorten zonder een vrijstelling verwacht. Met deze quickscan wordt daarom geconcludeerd dat een nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is, daarna kan worden bepaald of een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig is. Bij het uitvoeren van werkzaamheden moet verder altijd voldoende rekening gehouden worden met het broedseizoen en de zorgplicht. 6.2. Vervolg Voor het plangebied is niet uit te sluiten dat verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn, daarom wordt geadviseerd om nader onderzoek naar deze soorten uit te laten voeren. Onderzoek naar vleermuizen zal conform het vleermuisprotocol uitgevoerd moeten worden, met onderzoeksrondes in zowel de kraamperiode (15 mei t/m 15 juli) als in de paarperiode (augustus t/m september). Na afronding van het vervolgonderzoek kan worden bepaald of een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig is voor de voorgenomen werkzaamheden. 6.3.
Aanbevelingen Algemeen Schade aan beschermde waarden moet altijd zo veel mogelijk vermeden en beperkt worden (mitigatie). Hiernaast is in de Wet natuurbescherming echter ook een algehele zorgplicht opgenomen, waarmee alle soorten worden beschermd. Deze zorgplicht houdt in dat zorgvuldig omgegaan moet worden met de omgeving, nadelige gevolgen voor planten en dieren moeten zo veel mogelijk worden voorkomen. Deze zorgplicht geldt altijd en voor iedereen. De volgende algemene maatregelen worden in het kader van de zorgplicht en mitigatie aanbevolen bij het uitvoeren van werkzaamheden: - Werkzaamheden vanaf één kant beginnen, zodat dieren veilig weg kunnen komen. - Bij de start van de werkzaamheden rekening houden met het broedseizoen (indicatie: half maart t/m juli), zodat eventuele broedende vogels niet verstoord worden. - Werkzaamheden bij daglicht laten plaatsvinden en het gebruik van kunstlicht zo veel mogelijk beperken, eventueel aangepaste armaturen gebruiken zodat lichtbronnen alleen het strikt noodzakelijke verlichten. - Het ontstaan van plassen zoveel mogelijk tegengaan, als preventieve maatregel zodat amfibieën het plangebied niet koloniseren. - Tijdens de werkzaamheden alert zijn op (beschermde) dieren en deze de ruimte en tijd geven om te vluchten. - Indien nodig het advies van een deskundige inwinnen.
Natuurinclusief bouwen Uit het bronnenonderzoek blijkt dat in de omgeving beschermde soorten zijn waargenomen, die in de huidige situatie geen (optimaal) gebruik maken van het plangebied. Ten behoeve van de beschermde of bijzondere soorten in de omgeving kan bij bouwwerkzaamheden gekozen worden voor natuurinclusief bouwen. Natuurinclusief bouwen is geen verplichting vanuit de Wet natuurbescherming, maar dit sluit goed aan op de zorgplicht en wordt tevens vanuit het beleid van de gemeente Den Haag gevraagd. De Bouwecoloog kan u adviseren over geschikte maatregelen voor bijvoorbeeld insecten, vogels en vleermuizen. de Bouwecoloog project 21018
12 van 13 4 augustus 2021
Quickscan flora en fauna – Loevesteinlaan 355 te Den Haag
7.
Geldigheidstermijn en verantwoording
Onderzoeksgegevens van beschermde soorten mogen in het kader van de Wet natuurbescherming maximaal 3 jaar oud zijn. Hierbij is een voorwaarde dat in de afgelopen drie jaar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden. In gebieden waar dergelijke veranderingen wel plaats hebben gevonden, moeten deze gegevens recenter zijn. De Bouwecoloog is een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau dat hierbij verklaart geen financiële of juridische belangen te hebben bij de resultaten en conclusies van het uitgevoerde onderzoek. De Bouwecoloog is, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, niet verantwoordelijk voor eventuele afwijkingen en voor de eventuele gevolgen daarvan. Het is niet toegestaan dit document zonder schriftelijke toestemming van de Bouwecoloog anders dan in zijn geheel te reproduceren.
de Bouwecoloog project 21018
13 van 13 4 augustus 2021
BIJLAGE 7 – VERVOLGONDERZOEK VLEERMUIZEN
Mees Ruimte & Milieu | 21070.RO
Bijlage bij GRO
Vervolgonderzoek vleermuizen Loevesteijnlaan 355 te Den Haag
november 2021
Eco -Ni ch e wrvanesch@eco-niche.nl www.eco-niche.nl
Inhoudsopgave 1: Inleiding ........................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding .................................................................................................... 3 1.2 Doelstelling .................................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer .................................................................................................... 3 2: Planlocatie ........................................................................................................ 4 2.1 Project ......................................................................................................... 4 2.2 Planlocatie.................................................................................................... 4 3: Methode ........................................................................................................... 5 3.1 Vleermuizen ................................................................................................. 5 4: Resultaten ........................................................................................................ 5 4.1 Vleermuizen .................................................................................................
6 5: Conclusie.......................................................................................................... 9 5.1 Effecten op beschermde soorten ..................................................................... 9 5.2 Vervolgstappen ............................................................................................. 9 Bronnen .............................................................................................................. 11 Bijlage 1:
Functies voor beschermde soorten ...................................................... 12
Bijlage 2:
Uitleg Wet natuurbescherming ............................................................ 13
Eco-Niche
Pagina 2
1: Inleiding 1.1 Aanleiding In verband met beoogde ontwikkelingen op de planlocatie blijkt dat de aanwezigheid van vleermuizen en negatieve effecten op deze soortgroep op voorhand niet kon worden uitgesloten. Deze soortgroep is wettelijk beschermd in de Wet natuurbescherming en de functionaliteit van de planlocatie mag daarom niet afnemen. De volgende soorten en functies worden op de planlocatie verwacht of kunnen er niet worden uitgesloten: - Van gebouwbewonende vleermuizen zijn kraam-, zomer-, paar- en kleine winterverblijfplaatsen in het gebouw niet uit te sluiten. - Omdat laatvliegers niet op voorhand uitgesloten konden worden, is ook hiervoor een bezoekmoment ingelast. - Het gebouw is tevens robuust genoeg voor een massawinterverblijf, maar niet hoog genoeg om als paarverblijf voor de tweekleurige vleermuis te dienen. Daarom is Eco-Niche, in opdracht van Mees Ruimte & Milieu gevraagd een vervolgonderzoek naar vleermuizen uit te voeren. Voorliggende rapportage vormt het resultaat van dit vervolgonderzoek.
1.2 Doelstelling De doelstellingen van het vervolgonderzoek zijn: - Het vaststellen van de aan- of afwezigheid van vleermuizen; - Bij aanwezigheid: het vaststellen van de functionaliteit van de planlocatie voor de aangetroffen soorten; - Het bepalen van de vervolgstappen.
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving van het project en de planlocatie en hoofdstuk 3 gaat in op de toegepaste onderzoeksmethode(s). De resultaten van de onderzoeken komen aan bod in hoofdstuk 4, waarna in het laatste hoofdstuk de effecten van het project worden beoordeeld. Op basis van de conclusie van de onderzoeken, in hoofdstuk 5, worden in hetzelfde hoofdstuk de te nemen vervolgstappen gepresenteerd.
Eco-Niche
Pagina 3
2: Planlocatie Dit hoofdstuk definieert alleen de ecologisch relevante uitgangspunten van het project.
2.1 Project In de beoordeling van de effecten gaan we uit van een worst case-scenario: namelijk dat de planlocatie kaal wordt opgeleverd; de bebouwing wordt gesloopt en begroeiing wordt gerooid.
2.2 Planlocatie De planlocatie ligt aan de Loevesteijnlaan 355 te Den Haag en bestaat uit een gebouw, parkeerplaats en een tuin. De nieuwe vleugel (zwart omkaderd in de onderstaande afbeelding) in het zuidwesten van de planlocatie zal niet worden herontwikkeld. Deze vleugel is in het onderzoek wel meegenomen.
Planlocatie binnen het rood gestippelde kader met tevens de nieuwe vleugel die niet wordt herontwikkeld binnen het zwarte kader (bron: Mees Ruimte & Milieu)
Eco-Niche
Pagina 4
3: Methode Eco-Niche houdt, als lid van Netwerk Groene Bureaus, de inventarisatiemethodes en protocollen aan, die algemeen aanvaard danwel vereist worden door het bevoegd gezag. Deze methodes leiden doorgaans tot een goed beeld van de te onderzoeken soort(groep)en op de planlocatie en zijn onderdeel van de kwaliteitsborging van onze fauna-onderzoeken. Indien we hier van afwijken is het om ecologische redenen en zullen we dit nader onderbouwen.
3.1 Vleermuizen Het onderzoek naar vleermuizen voeren we uit conform het ‘Vleermuisprotocol 2021’ (Netwerk Groene Bureaus, 2021). Het protocol stelt onder meer eisen aan het weer, materiaal, het tijdstip, de geschikte onderzoeksperiode, het aantal bezoeken en de benodigde inspanning (aantal onderzoekers). Deze eisen zijn gekoppeld aan de functies die een planlocatie voor vleermuizen kan hebben (zie bijlage 1). Vooraf is vastgesteld welke functies onderzocht dienen te worden en op basis daarvan en het formaat van de planlocatie wordt de inspanning bepaald. Bij grotere planlocatie dienen al snel meerdere onderzoekers te worden ingezet, omdat minimaal 75% van het gebied moet worden overzien. De inspanning wordt bij Eco-Niche bepaald door de meest ervaren personen op dit onderwerp. Tussen twee avondbezoeken en tussen één avond- en één ochtendbezoek zit minimaal 20 dagen. Het onderzoek naar vleermuizen vindt plaats met behulp van een batdetector van het type Petterson D240x en opnameapparatuur. De bezoeken duren minimaal 2 uur. Tijdens de veldbezoeken wordt op de planlocatie gekeken naar in- en uitvliegende vleermuizen, territorium- en zwermgedrag, sporen (uitwerpselen) en de aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en vleermuizen op route. Tabel 1: benodigde bezoeken en inspanning volgens offerte Bezoek:
Onderzoeksperiode:
Gericht op:
Zomeravond
15 mei - 15 juli
Zomer-/kraamverblijf alle soorten
Aantal onderzoekers 3
Zomeravond LV
15 mei - 15 juli
Zomer-/kraamverblijf laatvlieger
3
Zomerochtend
15 mei - 15 juli
Zomer-/kraamverblijf alle soorten
2
Massawinterverblijf 1
1 aug - 10 sept
gewone dwergvleermuis
2
Massawinterverblijf 2
1 aug - 10 sept
gewone dwergvleermuis
1
Najaar 1
15 aug - 1 okt
Paarverblijf alle soorten
1
Najaar 2
15 aug-1 okt
Paarverblijf alle soorten
1
Najaar 3 TV
1 okt - 1 dec
Paarverblijf tweekleurige vleermuis
n.v.t.
Najaar 4 TV
1 okt - 1 dec
Paarverblijf tweekleurige vleermuis
n.v.t.
Interpretatie paarverblijfplaatsen en kleine winterverblijfplaatsen Gewone dwergvleermuizen baltsen al vliegend in hun territorium. Ergens binnen dit territorium ligt de paarverblijfplaats, maar deze is echter niet altijd te lokaliseren. Indien binnen dit territorium tijdens de zomer al een zomerverblijfplaats is vastgesteld dan wordt de paarverblijfplaats aan deze verblijfplaats toegekend. Een paarverblijfplaats wordt ook als winterverblijfplaats voor een kleine groep of solitair overwinterende vleermuizen beschouwd op basis van het voorzorgsbeginsel. Kleine winterverblijfplaatsen in gebouwen zijn namelijk niet tot nauwelijks te onderzoeken en tijdens milde winters voldoen hiervoor ook de kleinere, weinig beschutte verblijfplaatsen, zoals achter dakranden.
Eco-Niche
Pagina 5
4: Resultaten In dit rapport worden alleen waarnemingen genoemd die bepalend zijn voor de te onderzoeken functies, zoals beschreven in hoofdstuk 3. Functies van beschermde soorten die tijdens het onderzoek ‘toevallig’ buiten de planlocatie zijn waargenomen worden ook vermeld. Dit geldt ook voor toevallige waarnemingen van andere dan de onderzochte beschermde soorten, zoals nestlocaties van algemene broedvogelsoorten, mits deze relevant zijn voor de effectbeoordeling. Van de resultaten worden eerst de bezoekdata weergegeven, waarna de totalen per bezoek en de aangetroffen functies gepresenteerd worden.
4.1 Vleermuizen Bezoeken Tabel 2 geeft de bezoekdata, start- en eindtijden en de weeromstandigheden op deze data weer. De bezoeken zijn onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd conform het vleermuisprotocol. Tabel 2: bezoekdata en weersomstandigheden vleermuizen Bezoeknaam Datum Tijd (uur) Temperatuur Zomeravond LV 03-06-2021 21:45 – 23:55 17°C Zomerochtend 10-06-2021 03-10 – 05:20 13°C Zomeravond 13-07-2021 21:45 – 23:55 19°C Massawinterverblijf 1 10-08-2021 00:00 - 02:00 17°C Massawinterverblijf 2 06-09-2021 00:00 - 02:00 18°C en najaar 1 Najaar 2 29-09-2021 22:00 - 00:00 13°C
Wind 1 Bft 1 Bft 3-4 Bft 3 Bft 1 Bft
Bewolking 80% 0% 100% 0% 0%
3 Bft
50%
Totaal aanwezige vleermuizen per bezoek, ongeacht de functie Tabel 3 geeft per bezoek en per soort het aantal aanwezige vleermuizen op de planlocatie en in de directe omgeving. Dit betreft een schatting op basis van de activiteit gedurende het gehele bezoek, ongeacht het gedrag. Tabel 3: aantal aanwezige vleermuizen per bezoek op de planlocatie en in directe omgeving Bezoek Gewone Ruige Laatvlieger Overige dwergvleermuis dwergvleermuis soorten Zomeravond 20-25 1 5-6 0 Zomerochtend 29-35 2 0 0 Zomeravond LV 25-35 1 2 0 Massawinterverblijf 1 4-5 2 0 0 Massawinterverblijf 2 en najaar 1 5 2 0 0 Najaar 2 5 1 0 0
Verblijfplaatsen De planlocatie heeft geen verblijfplaatsen van vleermuizen. Er zijn wel verblijfplaatsen aangetroffen net buiten het plangebied, in de vleugel van het gebouw die niet wordt herontwikkeld. In de onderstaande figuur worden deze aangetroffen verblijfplaatsen weergegeven met symbolen en nummers en deze worden met dezelfde nummers in tabellen nader toegelicht.
Eco-Niche
Pagina 6
7.
Verblijfplaatsen van vleermuizen. Bron kaartondergrond: OpenStreetMaps.
Verblijfplaats nr 1.
Eco-Niche
Pagina 7
Tabel 6: omschrijving verblijfplaatsen buiten de planlocatie Nr. soort Aantal Locatie (adres en positie) exemplaren Zomer-/paar-/winterverblijfplaatsen 1. Gewone dwergvleermuis 1 2.
Gewone dwergvleermuis
1
3.
Gewone dwergvleermuis
1
Loevesteinlaan 335, zuidwestgevel, boven deur met nr 47.4, 4e ramen, linkerbovenhoek kozijn, naast balkon 1e verdieping (foto) Loevesteinlaan 335, zuidwestgevel, boven deur met nr 47.6, 3e/4e ramen, onder vensterbank Loevesteinlaan 335, zuidwestgevel tussen 4.72 en 4.77
Paar-/winterverblijfplaatsen 4. Ruige dwergvleermuis 1
Loevesteinlaan 355, zuidwestgevel, nabij 4.77.
5. 6.
Loevesteinlaan 355, zuidgevel. Fluitenbergstraat 97, voorgevel.
Ruige dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis
1 1
Tabel 6: omschrijving functionele leefomgeving buiten de planlocatie Nr. soort Aantal Locatie (adres en positie) exemplaren vliegroute 7. Gewone dwergvleermuis
14-22
8.
4
laatvlieger
Foerageergebied 9. Gewone dwergvleermuis 10. Gewone dwergvleermuis
3-10 3-5
Dalerveenstraat, richting Zuiderpark, via bomenrij, tijdens avondschemer en terug tijdens ochtendschemer. Dalerveenstraat, richting Zuiderpark, via bomenrij, tijdens avondschemer. Dalerveenstraat, bomenrij en langs gevels. Maartensdijklaan, watergang met bomen.
Functionele leefomgeving: vliegroutes De planlocatie grenst aan een essentiële vliegroute (nummer 7 op de kaart). Over de Dalerveenstraat vlogen de 14-22 gewone dwergvleermuizen tijdens de avondschemer richting het Zuiderpark en tijdens de ochtendschemer in omgekeerde richting. Ze volgen hierbij langs de bomenrij in de straat en foerageren ook rond deze bomen. Alternatieve routes zijn weliswaar mogelijk, zoals de boomenrij in de Fluitenbergstraat, maar tijdens het onderzoek zijn hier geen passerende vleermuizen waargenomen. Hieruit blijkt tevens dat de gewone dwergvleermuizen buiten de planlocatie een verblijfplaats (kraamkolonie) hebben. Tijdens een van de avondbezoeken is ook en viertal passerende laatvliegers waargenomen, die dwars over het schoolplein kwamen aanvliegen en vervolgens via de bomenrijrichtng het Zuiderpark vlogen (nummer 8 op de kaart). Hieruit blijkt tevens dat de laatvliegers buiten de planlocatie een verblijfplaats hebben. Functionele leefomgeving: foerageergebieden De planlocatie heeft geen functie als essentieel foerageergebied, omdat er diverse alternatieven zijn. De waargenomen vleermuizen foerageren verspreid over de planlocatie en in de directe omgeving daarvan, zowel in de tuinen als langs de bomen en langs het gebouw.
De hoogste foerageeractiviteit is langs de bomen aan de Dalerveenstraat (nummer 9 op de kaart) en boven het water aan de Maartensdijklaan (nummer 10 op de kaart). De Loevesteijnlaan grenst in het noorden aan het Zuiderpark, dat ook een geschikt foerageergebied is.
Eco-Niche
Pagina 8
5: Conclusie Van mei t/m september 2021 heeft Eco-Niche, in opdracht van Mees Ruimte & Milieu, voor het project Loevesteijnlaan 355 te Den Haag het vervolgonderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. De aan- of afwezigheid van de onderzochte beschermde soorten en de functies van de planlocatie dienden te worden vastgesteld. Hieronder de conclusie inclusief de te nemen vervolgstappen.
5.1 Effecten op beschermde soorten De planlocatie heeft geen functie voor beschermde soorten. In tabel 7 is samengevat van welke beschermde soorten buiten de planlocatie beschermde functies zijn aangetroffen heeft en of het project hier negatieve effecten op heeft. Tabel 7: totaal beschermde soorten, functies en effecten Soort(groep) Beschermde functie buiten de planlocatie Gewone dwergvleermuis Vliegroute Gewone dwergvleermuis Zomer-/paar-/winterverblijfplaats Ruige dwergvleermuis Zomer-/paar-/winterverblijfplaats
Aantal
Negatieve effecten
14-22 3x1 3x1
Nee Nee Nee
Negatieve effecten op vleermuizen zijn uit te sluiten (Art 3.5). Met de sloop- of renovatie van het gebouw gaan geen vaste verblijfplaatsen verloren. Verblijfplaatsen zijn alleen buiten de planlocatie aangetroffen, namelijk in het nieuwere gebouwdeel waar geen ontwikkelingen plaatsvinden. Deze verblijfplaatsen zijn tijdens de werkzaamheden ook niet aan verstoring onderhevig. De invliegopeningen zitten aan de buitenzijde van het gebouw en grenzen niet aan het gebouwdeel waar ontwikkelingen plaatsvinden. Verstoring van verblijfplaatsen door trillingen en/of bouwverlichting is uitgesloten. Het project heeft geen negatief effect op de vliegroute. Het te slopen of renoveren gebouwdeel ligt aan de Loevesteijnlaan en grenst alleen met een kopgevel aan de vliegroute. In de Loevesteijnlaan is in de huidige situatie reeds straatverlichting aanwezig. De gewone dwergvleermuizen steken de straat hier dwars over, ondanks de straatverlichting. Een eventueel negatief effect van lichtuitstraling op de bomerij vanuit het gebouw in de nieuwe situatie is verwaarloosbaar ten opzichte van de bestaande mate van verlichting. Ook tijdens de werkzaamheden is er geen sprake van verstoring van de vliegroute. Gewone dwergvleermuizen zijn niet de meest gevoelige soorten voor lichtverstoring, maar kunnen dat op essentiële vliegroutes wel zijn.
De bomenrij in de Dalerveenstraat valt echter buiten de planlocatie. De gewone dwergvleermuizen vliegen in de beschutting en het donker van de boomkronen. Het is onwaarschijnlijk dat een eventueel toe te passen bouwverlichting rechtstreeks op de bomenrij gericht wordt.
5.2 Vervolgstappen Vervolgstappen zijn niet nodig om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen, maar de Zorgplicht (Art 1.11) blijft wel altijd van toepassing. Zorgplicht De zorgplicht geldt voor alle soortgroepen, dus ook als ze niet beschermd zijn (zie bijlage 2). Dit houdt in dat bij het uitvoeren van werkzaamheden altijd rekening moet worden Eco-Niche Pagina 9
gehouden met aanwezige planten en dieren. Dit kan door dieren de gelegenheid te geven om uit te wijken en ze niet opzettelijk te doden: - overleg bij het aantreffen van gewervelde dieren met de ecoloog hoe er omheen gewerkt kan worden of hoe ze verplaatst kunnen worden tot op een veilige afstand van de werkzaamheden. --------------------------------------------------------------------------------------------------Rapportage: Carolien van der Graaf (MSc.) Borging: Kristel Brennand (MSc.) Eco-Niche heeft het onderzoek zo secuur en compleet als mogelijk uitgevoerd. Er kunnen echter geen rechten aan dit onderzoek worden ontleend. Natuur is dynamisch en daarmee niet altijd even voorspelbaar. We adviseren dan ook om indien er tijdens de werkzaamheden – ondanks alles – toch nog andere beschermde soorten op de planlocaties worden aangetroffen, hiervoor contact met ons op te nemen om adequate maatregelen te treffen.
© Eco-Niche 2021 Eco-Niche is lid van het Netwerk Groene Bureaus en houdt zich daarmee aan de bijbehorende kwaliteitseisen, richtlijnen en protocollen van dit netwerk
Eco-Niche
Pagina 10
Bronnen
Onderzoeksmethodes 1. 2. 3.
Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021) Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0, juli 2017. Wetgeving
4. 5. 6.
7.
Wet natuurbescherming: www.rijksoverheid.nl Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2016, nr34. Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 16 oktober 2016, nr. WJZ / 16153443, houdende regels ter uitvoering van de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming (Regeling natuurbescherming), Staatscourant nr 55791, 28 oktober 2016. Ministerie van Economische Zaken (december 2016). Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, versie 1.3.
Eco-Niche
Pagina 11
Bijlage 1: Functies voor beschermde soorten Functies voor vleermuizen De onderstaande definities zijn overgenomen uit het vleermuisprotocol (NGB, 2017). Alle typen verblijfplaatsen zijn beschermd: Zomerverblijfplaats: een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn, waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats: een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paarverblijfplaats: een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Winterverblijfplaats: een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massawinterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden.
Het functioneel leefgebied is wettelijk beschermd indien aantasting van de onderstaande elementen het functioneren van een verblijfplaats aantast: Vliegroute: een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute: een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied: een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.
Eco-Niche
Pagina 12
Bijlage 2: Uitleg Wet natuurbescherming De effecten van het project zijn getoetst aan de natuurwetgeving en daarmee aan hoofdstuk 2 en 3 uit de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de Wet natuurbescherming uitgelegd. De uitleg is gebaseerd op de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie Economische Zaken. Doel van de wet De Wet natuurbescherming is gericht op het beschermen, ontwikkelen en gebruiken van de natuur en waardevolle landschappen vanwege de intrinsieke waarde, de biologische diversiteit en de cultuurhistorische en maatschappelijke functies. De wet regelt in hoofdstuk 2 en 3 de bescherming en het behoud van de gunstige staat van instandhouding van natuurgebieden en de in het wild levende planten- en diersoorten. Verboden De Wet natuurbescherming bevat een aantal verbodsbepalingen om ervoor te zorgen dat in het wild levende soorten en natuurgebieden zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'.
Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten en gebieden in principe verboden zijn: Verbodsbepalingen binnen de gebiedsbescherming: Het is verboden een plan / project te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van het natuurlijk habitat of het habitat van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Verbodsbepalingen binnen de soortenbescherming per beschermingsregime: De wet kent voor beschermde soorten drie verschillende beschermingsregimes: paragraaf 3.1 voor soorten uit de Vogelrichtlijn, paragraaf 3.2 voor soorten uit de Habitatrichtlijn en paragraaf 3.3 voor de overige nationaal beschermde soorten. Daarnaast geldt voor alle inheemse planten en dieren een zorgplicht. Vogelrichtlijn §3.1
Habitatrichtlijn §3.2
Nationaal beschermd §3.3
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen