RIS317919 Afdoening motie Haagse rook- en vapevrije zones
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
OCW/10948318 RIS317919 Contactpersoon
Lieke de Jong Dienst
Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
8 oktober 2025
lieke.dejong@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Haagse rook en vapevrije zones’
Uw raad heeft tijdens de bespreking van de commissiebrief Haagse preventieaanpak (RIS316587) op 25 januari 2024 heeft de door het raadslid mevrouw Verduin ingediende motie ‘Haagse rook- en vapevrije zones’ (RIS317919) aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: Den Haag net als de rest van Nederland streeft naar een rookvrije generatie in 2040; meerdere gebieden in Den Haag waar kinderen en kwetsbaren komen, al rookvrij zijn gemaakt. Zoals sportverenigingen, kinderboerderijen, speeltuinen, etc. gebieden rondom schoolpleinen nog niet rookvrij zijn; er onlangs een Regioplan Haaglanden is overeengekomen, waarin Preventie/gezond leven één van de actielijnen is; een van de vastgestelde thema’s binnen de actielijn preventie het stimuleren van een groepsgerichte aanpak van gezonde leefstijl en mentale gezondheid is. Hieronder valt ook preventie van middelengebruik. Overwegende dat: in andere gemeentes, zoals Rotterdam en Leidschendam-Voorburg, al rookvrije zones zijn ingericht; een wijziging van de APV nodig is om een rookvrije zone aan te wijzen; rookvrije zones ook vapevrij zijn.
Verzoekt het college: om te onderzoeken waar en hoe in Den Haag rook- en vapevrije zones gerealiseerd kunnen worden, rondom scholen, door middel van wijziging van de APV en belijning, bebording en communicatie; de samenwerking hiertoe te zoeken met relevante partners zoals scholen, GGD Haaglanden, etc. de raad over de voortgang van de uitwerking uiterlijk in Q3 2024 te informeren.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10948318
Met deze raadsmededeling informeert het college uw raad over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de motie ‘Haagse rook- en vapevrije zones’ (RIS317919), aangenomen op 25 januari 2024. Voor een zorgvuldige afdoening van deze motie is het van belang onderscheid te maken tussen de begrippen ‘rookvrije zone’ en ‘rookverbod’. Beide bieden mogelijkheden om delen van de openbare (buiten)ruimte rook- en vapevrij te maken. Een rookvrije zone wordt (feitelijk) op informele wijze ingesteld. Hierbij kan gedacht worden aan duidelijke communicatie en het plaatsen van bijvoorbeeld borden en straattegels waarop is aangegeven dat een buitenruimte rookvrij dient te zijn. Dit geeft aanleiding en ondersteuning om een roker aan te spreken op zijn of haar gedrag en te vragen of hij of zij elders kan roken. Hierdoor ontstaat een rookvrije zone, die mogelijk leidt tot een nieuwe sociale norm. Het beheer van de plek vindt dus geheel op informele wijze plaats. Met een rookverbod wordt een wetmatige maatregel bedoeld, waarvan de handhaving op formele wijze kan plaatsvinden. Op basis van de Tabaks- en rookwarenwet geldt een rookverbod in vrijwel alle binnenruimtes die niet privé zijn. Ook in sommige buitenruimtes geldt op basis van de Tabaks- en rookwarenwet een rookverbod. Bijvoorbeeld op het schoolplein of op perrons van stations.
De NVWA controleert of organisaties deze rookverboden naleven en daarop handhaven. Omdat de Tabaks- en rookwarenwet slechts beperkt regels stelt voor de openbare ruimte en de bestaande rookverboden niet uitputtend geformuleerd zijn, biedt dit gemeenten in principe ruimte om aanvullende maatregelen te treffen. Via de APV kunnen gemeenten extra beperkingen voor roken en vapen in de buitenruimte opnemen, mits deze beperkingen niet conflicteren met hogere regelgeving en proportioneel zijn. Hoewel de APV ruimte biedt voor het instellen van formele rookverboden, wordt daar in de praktijk nog nauwelijks gebruik van gemaakt. Doorgaans kiezen gemeenten ervoor om informele rook- en vapevrije zones in te richten. Wanneer deze zones goed worden geïmplementeerd – met duidelijke aanwijzingen, voorlichting en actief beheer door betrokkenen - blijkt dit namelijk een effectieve methode om een locatie rook- en vapevrije te maken. Hoewel er omstandigheden bestaan die de invoer en het beheer van een informele rook- en vapevrije zone buitengewoon ingewikkeld kunnen maken, is het college van mening dat dit voor scholen in het algemeen niet opgaat. Scholen worden gekenmerkt door een relatief vaste groep van bezoekers die een duurzame relatie hebben met de school en elkaar en waarmee dus afspraken te maken valt.
Het geven van heldere aanwijzingen en voorlichting in combinatie met actief beheer van het gebied rondom het schoolterrein of de ingangen is daarom in principe goed mogelijk en bovendien hoogst waarschijnlijk effectiever dan wanneer alleen wordt uitgegaan van een juridisch en uitvoeringstechnisch ingewikkeld rookverbod in de APV. Het college streeft naar informele rook- en vapevrije zones rondom alle scholen, met de start van schooljaar ’26-’27. De gemeente kan scholen hierbij ondersteunen door het beschikbaar stellen van kennis en materialen. Daarvoor is het ook van belang dat scholen zelf actief met de implementatie en het beheer van een rook- en vapevrije zones rondom hun terrein aan de slag willen gaan. We gaan hier met scholen over in gesprek. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2