RIS317902 Beantwoording Geen padelcomplex in Bosjes van Pex
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
4 juli 2024
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid van het raadslid de heer Smit luidend: ‘Geen padelcomplex in Bosjes van Pex’
DSO/10722932 RIS317902
Het raadslid de heer Smit heeft op 30 januari 2024 een brief met daarin negen vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college op de hoogte van de recent gepubliceerde aanvraag voor de aanleg van padelbanen in de bosjes van Pex?
Ja, wij hebben een aanvraag ontvangen voor de activiteit ‘het uitvoeren van werk of werkzaamheden’ op de locatie van drie bestaande tennisbanen op het adres Daal en Bergselaan 11. Deze aanvraag is inmiddels weer ingetrokken. 2.
Kan het college bevestigen dat het om gemeentegrond gaat die in erfpacht is uitgegeven?
Ja. 3.
Kan het college aangeven of, en zo ja, op welke wijze de gemeente Den Haag privaatrechtelijke eisen kan stellen aan de realisatie van dit project?
Het is ons nog niet bekend of het initiatief een vervolg krijgt, maar in het algemeen kan worden gezegd dat voor padelbanen die zich op grond bevinden die eigendom is van de gemeente privaatrechtelijke toestemming nodig is van de gemeente bij huur of erfpacht. Aan die toestemming kan de gemeente voorwaarden stellen. Daaraan zitten beperkingen vanwege het gelijkheidsbeginsel (initiatieven op gemeentegronden mogen niet anders worden behandeld dan initiatieven op niet-gemeentegronden) en de vaste jurisprudentie dat de gemeente niet onbeperkt meer privaatrechtelijke voorwaarden en eisen mag stellen dan volgens de geldende publiekrechtelijke regels. 4.
Kan het college bevestigen dat het, ook op basis van mogelijke privaatrechtelijke instrumenten, niet zal meewerken aan de realisatie van dit plan? Zo niet, waarom niet?
Wij kunnen niet zeggen of wij publiekrechtelijk medewerking zouden verlenen. De aanvraag bevatte onvoldoende gegevens om deze inhoudelijk te kunnen beoordelen en een nieuw plan is (nog) niet ingediend. Privaatrechtelijk zouden wij handelen op de gebruikelijke wijze door voorwaarden te stellen aan de toestemming om de grond te gebruiken. Zie hiervoor het antwoord op vraag 3.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10722932
5.
Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de aanleg van outdoor padelbanen in een gemeentelijk groengebied, waarin vleermuizen en vogels leven, onwenselijk is vanwege het gevaar voor deze dieren? Zo niet, waarom niet?
Een initiatiefnemer heeft een zorgplicht dat zijn plan geen nadelige gevolgen heeft voor beschermde planten- en diersoorten. Voor de activiteit ‘bouwen’ (die hij niet had aangevraagd) zou hij een toets hebben moeten doen met de Beschermde SoortenIndicator (BeSI). De BeSI bepaalt welke beschermde planten- en diersoorten mogelijk aanwezig zijn, wat de verwachte effecten van de (voorgenomen) werkzaamheid op deze soorten zijn en hoe daarmee rekening kan worden gehouden. In dit geval had de initiatiefnemer nog geen BeSI toets gedaan zodat ons niet bekend is wat de voor dit plan op deze locatie te verwachten effecten zijn. Overigens ligt, als ook nog een natuurtoestemming nodig zou zijn, de beoordeling van de aanvaardbaarheid van effecten op beschermde gebieden of soorten, sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet, volledig bij de provincie omdat de wettelijke koppeling tussen omgevingsvergunning en natuurtoestemming is vervallen. 6.
Kan het college de afstand aangeven tussen de geplande locatie voor de padelbanen en het nabijgelegen Natura 2000-gebied Wapendal?
De kortste afstand tussen de locatie waarvoor een aanvraag was gedaan en het Natura 2000 gebied is ongeveer 150 meter. De VNG heeft als richtlijn dat nieuwe padelbanen in rustige woonwijken op minimaal 160 meter van woningen moeten liggen; bij vier padelbanen of meer gaat het om minimaal 210 meter. 7.
Deelt het college de visie dat de voorgestelde afstand tussen de geplande padelbanen en de omliggende woonhuizen te klein is (zie bijlage voor een indicatie van de afstand)?
De aanvraag was niet compleet en daarom onvoldoende concreet om te kunnen beoordelen of de afstand ertoe zou leiden dat maatregelen zouden moeten worden genomen om padel mogelijk te maken. 8.
Is het college van plan om de aanvraag af te wijzen op basis van het gebrek aan afstand tot de woonhuizen in de omgeving? Zo niet, waarom niet?
Nee, zie het antwoord op vraag 1. Recent is er een literatuurstudie gepubliceerd op haagsegroen.nl, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Den Haag, die de effecten van padel op de natuurlijke omgeving onderzoekt. De conclusies uit dit onderzoek wijzen op significante overlast voor dieren, met name het risico op vogelbotsingen tegen de doorzichtige wanden van padelbanen, wat onmiskenbaar negatieve effecten heeft op de populatie.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10722932
9.
Wanneer kan het college een duiding geven van dit rapport en een visie presenteren op het beschermen van vogels tegen de aanleg van padelbanen, in lijn met de aangenomen motie 'Laat de padelbanen geen kerkhof worden' (RIS312321)?
Gelijktijdig met voorliggende beantwoording zullen wij een duiding van dit rapport geven via de afdoening van de motie ‘Kom beloftes na bij padelbanen op gemeentelijk terrein’ (RIS317568) en de aanbieding van het rapport ‘Effecten van padel op natuur’ aan de commissie Ruimte. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3