RIS317882 Afdoening motie Deel meer met de Stadsdelen
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DPZ/10819765 RIS317882 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Aroen Ramgolam Dienst
Publiekszaken Afdeling
DPZ Directie en DOA Datum
Telefoonnummer
26 november 2024
14070 E-mailadres
aroen.ramgolam@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Deel meer met de Stadsdelen’
Uw raad heeft, tijdens de bespreking van de ‘Beantwoording schriftelijke vragen inzake Convenant bewonersorganisaties’ (RIS314977) op 25 januari 2024, de door het raadslid mevrouw Van Doorn ingediende motie ‘Deel meer met de Stadsdelen’ (RIS317882) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt: Constaterende dat: − in de contacten tussen stadsdelen en bewonersorganisaties over de convenanten te veel zaken misgelopen zijn in de afgelopen jaren. Overwegende dat: − sommige diensten wel naar het stadsdeelniveau zijn gedelegeerd en andere niet, wat niet heeft bijgedragen aan de beoogde gelijkwaardigere samenwerking tussen gemeente en bewonersorganisaties; − in het ‘Het Haags Akkoord’ coalitieakkoord 2023 – 2026 staat dat we ‘bekijken of ‘centrale’ capaciteit naar de stadsdelen kan worden gebracht’. Verzoekt het college: − stadsdelen te betrekken bij ontwikkelingen in hun wijken, ook op terreinen die momenteel niet aan stadsdelen zijn gedelegeerd (zoals bv. DSO), zodat stadsdelen beschikken over de benodigde informatie voor het goed uitvoeren van de participatietaken en de contacten met bewonersorganisaties; − de raad hierover voor het zomerreces te rapporteren; − de raad voor het zomerreces een procesvoorstel te doen over de in het coalitieakkoord genoemde centrale capaciteit die al dan niet naar stadsdelen kan worden gebracht.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10819765
Het college geeft op de volgende manier antwoord op deze motie: De directe leefomgeving is voor onze inwoners van primair belang, of ze er nu wonen, werken of recreëren. Als gemeente werken we voortdurend samen met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om de sociale en fysieke omgeving in elke wijk te verbeteren. Wij zijn er als gemeente voor en in al die wijken, daar waar het gebeurt. Deze inzet komt van alle gemeentelijke medewerkers, ongeacht hun werklocatie of functie. Alle gemeentelijke diensten geven vanuit hun specifieke verantwoordelijkheden vorm aan hun aanwezigheid in de wijk. Dit varieert van individuele dienstverlening en inspraaktrajecten tot het versterken van de sociale infrastructuur, het verbeteren van winkelstraten, het aanpakken van ondermijnende activiteiten en het adviseren over verduurzaming. Al deze werkzaamheden dragen bij aan de kwaliteit van leven in onze wijken. Onze stadsdeelorganisatie heeft mede de taak om de ontmoeting en samenwerking tussen bewoners en gemeente te faciliteren. Het college stimuleert dit door te bevorderen dat medewerkers van de centrale diensten meer in de stadsdelen werken om de uitvoeringskracht in wijken en buurten te vergroten.
En met de afspraak om het werken met wijkagenda's en wijkbudgetten voort te zetten, waarmee inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de gemeente in nauwe samenwerking met elkaar de belangrijkste wijkopgaves in kaart brengen en realiseren. Hiermee beogen we een integrale, meer wijkgerichte aanpak in nauwe verbinding met bewoners(organisaties). Hierbij zet het college gericht in op: 1. Verbeteren van de samenwerking met bewonersorganisaties We erkennen bewonersorganisaties als waardevolle gesprekspartners met diepgaande kennis over hun wijk. Stadsdelen spelen een faciliterende rol in het onderhouden en versterken van deze relaties, terwijl we ook de bestaande netwerken van de gemeente benutten. Ons doel is deze netwerken en bewonersorganisaties nog beter met elkaar te verbinden en zo te versterken. Hierbij benutten we nadrukkelijk ook de aanbevelingen uit de ‘Evaluatie beleidsnota bewonersorganisaties’ (RIS320063). 2. Verbeteren van de participatiewerkwijze We streven ernaar participatie te integreren in al onze werkzaamheden en onze organisatiecultuur. Het college investeert in het ondersteunen van participatie-initiatieven en het opleiden van medewerkers. We richten ons op het verbeteren van participatie binnen de beleids- en uitvoeringscyclus en het versterken van participatie-expertise in relatie tot communities en bewonersorganisaties.
Begin september is in dit kader het raadsvoorstel inzake de Participatieverordening en het Handboek participatie voorgelegd aan de raad (RIS319848). 3. Verder ontwikkelen van de Wijkagenda We benutten de werkwijze en opbrengsten van de wijkagenda's als belangrijke input voor gemeentelijk beleid en zetten in op het vergroten van de uitvoeringskracht hiervan. Dit doen we via het programma Wijkagenda's en Investeringsgebieden. Een wijkagenda kent een vierjarige uitvoeringstermijn en fungeert als verbindend element tussen het beleid van de gemeente, stadsdelen en bewoners. Hiermee kan de gemeente beter inspelen op de actuele behoeften van wijken en haar bewoners, en kan zij deze behoeften gerichter verbinden aan het beleid. Over de voortgang en resultaten van de wijkagenda's en de investeringsgebieden wordt de raad periodiek geïnformeerd.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10819765
Parallel aan de gezamenlijke ambitie van het college en de raad om met bovenstaande inzet nog meer met bewoners, ondernemers en maatschappelijke partners samen te werken in de wijken, is er binnen de gemeentelijke organisatie veel aandacht voor opgave- en gebiedsgericht werken Gemeentebreed wordt nader uitgewerkt op welke wijze de stadsdelen (v.w.b. taken / capaciteit) kunnen worden versterkt. Gezien de omvang, samenhang en impact van de diverse trajecten op dit terrein, streven we ernaar de raad voor de zomer van 2025 een voorstel te kunnen presenteren ten aanzien van de gezamenlijke ambities hierin. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3