CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317876 Bijlage Eindrapport meertaligheid in burgerberaden

Commissie Bestuur 7 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken7.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meertaligheid in burgerberaden Onderbouwde keuzes voor inclusieve participatie

Lectoraat Public Governance 2025

Meertaligheid in burgerberaden Onderbouwde keuzes voor inclusieve participatie

Auteurs Juliet van Viersen, Marianne van Bochove, Maria Martoccia & Christine Bleijenberg Afdeling Lectoraat Public Governance Samenwerkingspartner Gemeente Den Haag Datum September 2025 Fotografie Roderik Rotting (Bureau EMMA)

De Haagse Hogeschool, 2025

Inhoudsopgave 1

Inleiding ............................................................................................................................................ 4

2

Methode ............................................................................................................................................ 6

3

Resultaten ........................................................................................................................................ 8 3.1 Inclusie- en taalbeleid in gemeenten ................................................................................. 8 3.2 Inclusie in de praktijk .......................................................................................................... 9

4

Discussie en aanbevelingen ......................................................................................................... 15

Literatuurlijst ......................................................................................................................................... 18

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

3

1 Inleiding Onze superdiverse hedendaagse samenleving werpt nieuwe vragen op over de wijze waarop burgerparticipatie wordt georganiseerd. Een van deze vragen is: hoe voer je een inclusief gesprek met deelnemers die verschillende talen spreken? Een participatieprofessional heeft dit vraagstuk als volgt verwoord: “Om een representatief burgerberaad te organiseren willen we ook anderstalige deelnemers kunnen faciliteren. Zeker in superdiverse steden speelt dit een belangrijke rol. Schakelen naar een gedeelde taal zoals Engels is niet altijd een oplossing, omdat dat juist ook Nederlandssprekende deelnemers kan uitsluiten. En als je alle deelnemers per taalgroep apart zet om met elkaar in gesprek te gaan, maak je ze ook minder onderdeel van de grotere groep. Hoe kun je een goed gesprek faciliteren met deelnemers die verschillende talen spreken?” Het is een herkenbare uitdaging voor participatieprofessionals die werken aan burgerberaden en andere vormen van burgerparticipatie.

Hoe zorg je ervoor dat iedereen écht mee kan doen, ongeacht de taal die iemand spreekt? Wat is een burgerberaad? Het burgerberaad is een instrument van de participatieve democratie, waarbij een groep ingelote burgers op basis van een goedgeïnformeerde dialoog de politiek adviseert over een maatschappelijke kwestie, met als doel aanbevelingen te doen aan de overheid om zo invloed uit te oefenen op beleid en besluitvorming (SCP, 2023). Dit onderzoek richt zich op lokale burgerberaden en op dezelfde uitgangspunten gebaseerde vormen van burgerparticipatie. Van diversiteit naar inclusie Representatie en inclusie zijn belangrijke aspecten van burgerberaden en sleutelbegrippen als het gaat om legitimiteit van de uitkomsten van het burgerberaad (Brenninkmeijer, 2021; OECD, 2020). Professionals zetten zich in om een diverse groep deelnemers en een zo goed mogelijke afspiegeling van de samenleving te bewerkstelligen. Zij doen dit bijvoorbeeld door gestratificeerde vormen van loting met als doel ondervertegenwoordigde bewoners te betrekken (o.a. Van Bochove, 2025).

Maar wanneer je deze diverse groep bij elkaar hebt, hoe zorg je er dan voor dat iedereen gelijkwaardig kan deelnemen, en iedereen zich gehoord voelt? Hoe zorg je voor inclusie? Bij inclusiviteit in participatie gaat het om de mate waarin alle relevante sociale groepen een gelijke kans krijgen om mee te doen en gehoord te worden tijdens de gesprekken (SCP, 2023). Meertaligheid als uitdaging en aanwinst Een veelgenoemd vraagstuk door professionals bij het streven naar een inclusief burgerberaad is omgaan met meertaligheid. In de superdiverse context van veel Nederlandse steden is een inclusief burgerberaad per definitie ook een meertalig burgerberaad. Meertaligheid is een extra uitdaging voor het organiseren van een inclusief burgerberaad. Tegelijkertijd wordt meertaligheid in wetenschappelijke literatuur niet alleen gezien als een ‘probleem’ dat moet worden opgelost, maar ook een belangrijk aspect van inclusie in het democratische proces: “The incorporation of multilingualism is likely to increase participation, strengthen representation and inclusivity, which benefits the overall democratic process” (Verhasselt, 2022). Dat is een uitdaging: om het gezamenlijke doel (aanbevelingen) te bereiken, moet talige diversiteit overbrugd worden.

Volgens het conceptueel model ‘Inclusive Multilingualism’ (Backus et al., 2013) kun je verschillende middelen gebruiken om effectief te communiceren in een meertalige context waaronder tolken, buddy’s, vertalingen, een gemeenschappelijke taal zoals Engels, codeswitchen (wisselen tussen talen) en luistertaal (elkaars taal begrijpen, maar niet spreken). Participatieprofessionals die burgerberaden en andere vormen van burgerparticipatie organiseren zetten deze middelen al deels in, bijvoorbeeld door te experimenteren met bemiddelaars zoals tolken of buddy’s, en het aanbieden van vertalingen.

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

4

Maar hoe doe je dit op een manier die inclusie bevordert? Elke context waarin een gesprek plaatsvindt is anders en contextfactoren bepalen welk middel of welke combinatie van middelen het meest effectief is. Tegelijkertijd is taal geen neutraal middel. Taal kan o.a. de mate van participatie van deelnemers beïnvloeden, is gebonden aan cultuur en identiteit en kan beslissingen beïnvloeden (o.a. Ringe, 2022; Keysar et al., 2012). Onderbouwde keuzes bij het inzetten van deze middelen zijn daarom belangrijk voor een inclusief proces. Spanningsveld voor participatieprofessionals Bij het ontwerp en de uitvoering van inclusieve burgerberaden bevinden professionals zich daarnaast in een spanningsveld tussen beleidsmatige idealen van inclusie enerzijds en institutionele kaders en beperkte financiële middelen anderzijds. Dit geldt ook voor het aspect meertaligheid: hoewel professionals erkennen dat (het ondersteunen bij) taal een sleutelrol speelt in toegankelijke participatie, is er vaak geen beleid of budget voor. Veel gemeenten hebben het beleid dat Nederlands de voertaal is behalve in noodsituaties. Tegelijkertijd tonen professionals een grote mate van handelingsbereidheid om inclusief te zijn en verschillende doelgroepen de mogelijkheid te geven om te participeren.

Onderzoeksvraag Het doel van dit onderzoek is om participatieprofessionals inzicht en handelingsperspectief te bieden, zodat zij passende keuzes kunnen maken ten aanzien van meertaligheid in het ontwerp en de uitvoering van toekomstige burgerberaden binnen de praktische en financiële kaders. De onderzoeksvraag luidt: Wat zijn de ervaringen van participatieprofessionals en deelnemers met meertaligheid in burgerberaden en welke inzichten levert dit op voor het maken van onderbouwde keuzes bij het organiseren van een inclusief burgerberaad? Focus en opzet van het rapport We willen inzicht verkrijgen in hoe de omgang met inclusie en meertaligheid in de praktijk vorm krijgt. Dit doen we door verschillende perspectieven te combineren. We zijn in gesprek gegaan met professionals over het gemeentelijke beleid en hun ambities, én met deelnemers en ondersteuners (tolken en buddy’s) die een burgerberaad hebben meegemaakt. We hebben ook gesprekken geobserveerd binnen burgerberaden om een vollediger beeld te krijgen. Deze combinatie van perspectieven draagt bij aan het vinden van een antwoord op de onderzoeksvraag. We kijken naar de perspectieven op inclusie en gehoord worden in het algemeen, de verschillende middelen die worden ingezet (Inclusive Multilingualism), en andere thema’s die naar boven komen.

Inclusie begint bij de doelgroep zelf: mensen willen doorgaans zelf graag geïncludeerd worden, ondernemen hier zelf actie toe en weten goed waar hun eigen behoeften liggen. Daarom is het van belang om hen hierin centraal te stellen, met het oog op het bottom-up verbeteren van het ontwerpen van participatieprocessen (Musgrave en Bradshaw, 2014). Na de beschrijving van de onderzoeksmethode in hoofdstuk 2, gaan we in hoofdstuk 3 in op de opvattingen en ervaringen vanuit verschillende perspectieven: die van participatieprofessionals, deelnemers en ondersteuners. In hoofdstuk 4 vertalen we de bevindingen naar handelingsperspectieven: enkele praktische aanbevelingen voor het ontwerp van toekomstige burgerberaden.

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

5

2 Methode Om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvraag is gekozen voor een kwalitatieve onderzoeksaanpak. Binnen dit onderzoek is in meerdere burgerberaden gekeken naar hoe communicatie en deliberatie verlopen in een meertalige context. 1 Om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van hoe meertaligheid wordt ervaren en vormgegeven binnen het burgerberaad, is gebruik gemaakt van triangulatie in de dataverzameling. Hierbij zijn verschillende vormen van dataverzameling gecombineerd, waaronder observaties, interviews met deelnemers, ondersteuners en organisatoren, en analyse van documenten. Door deze bronnen te combineren kunnen patronen rondom meertaligheid vanuit meerdere invalshoeken worden belicht. Casuïstiek Binnen dit onderzoek zijn vijf participatieprocessen onderzocht waarbij meertaligheid een rol speelde. Er waren bij deze participatietrajecten deelnemers aanwezig voor wie Nederlands niet de eerste taal is en die ondersteund werden door een buddy of tolk. Dit waren bij elk traject vijf of minder deelnemers in totaal. Het ging om drie burgerberaden en twee stadsdeelpanels2 binnen drie verschillende gemeenten in de randstad en in Noord-Brabant. De mate van verdieping en het type dataverzameling in elk traject varieerde: in sommige gevallen zijn zowel interviews als observaties uitgevoerd, terwijl in andere gevallen alleen interviews met betrokkenen zijn afgenomen.

Deze variatie hing samen met praktische haalbaarheid van het onderzoek en de duur van het participatieproces. Dataverzameling Deskresearch gemeentelijk beleid Om inzicht te krijgen in gemeentelijk beleid en visie op het gebied van inclusie, participatie en meertaligheid is deskresearch uitgevoerd. Hiervoor zijn documenten en websites van zestien gemeenten en provincies geanalyseerd. Dit ging bijvoorbeeld om visiedocumenten, participatie- of inclusiebeleid, inclusie-agenda's en -programma’s en informatie op gemeentelijke websites over diversiteit, inclusie en taalbeleid. Observaties Om inzicht te krijgen in het verloop van de participatieprocessen met betrekking tot inclusie zijn tien bijeenkomsten bijgewoond en geobserveerd. Hierbij is, gebruikmakend van een observatieschema, specifiek gelet op communicatie met en tussen deelnemers. Ook is specifiek gelet op de inzet van verschillende middelen die zijn ingezet om meertaligheid te overbruggen. Tijdens de bijeenkomsten zijn deelnemers benaderd om deel te nemen aan interviews over hun ervaringen. Interviews In totaal zijn 25 semi-gestructureerde interviews uitgevoerd, waarvan twee groepsinterviews. Alle interviews - met uitzondering van de twee groepsinterviews - hebben online plaatsgevonden.

Hierbij is het vraagstuk bekeken vanuit verschillende perspectieven: • Er zijn zes online interviews uitgevoerd met participatieprofessionals over inclusie en taalbeleid, ambities en uitdagingen. Participatieprofessionals werken op strategisch niveau binnen gemeenten. Zij hebben een adviserende rol en zijn ook vaak betrokken bij de uitvoering van burgerberaden. • Omdat tolken en buddy’s een belangrijke schakel zijn en ook intensief zijn betrokken in het proces, zijn hun ervaringen en perspectieven op meertaligheid en inclusie ook uitgevraagd in interviews. Er zijn twee interviews uitgevoerd met buddy’s, twee groepsinterviews met in totaal vier tolken en één individueel 1

De data is verzameld binnen burgerberaden en stadsdeelpanels die, omwille van de privacy van deelnemers, zijn geanonimiseerd. De Gemeente Den Haag organiseerde in de onderzoeksperiode geen burgerberaad of vergelijkbare participatievorm binnen de scope van dit onderzoek, maar was wel betrokken bij het beleidsonderzoek en bij de organisatie van een kennissessie voor praktijkprofessionals. 2 De stadsdeelpanels bestonden uit een groep van ongeveer 250 ingelote bewoners die een dag bij elkaar komt om mee te denken over een onderwerp dat belangrijk is voor het stadsdeel. Net als bij burgerberaden, staat de dialoog - het gesprek - centraal.

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

6

interview met een tolk. • Tot slot zijn de ervaringen van deelnemers met betrekking tot inclusie in kaart gebracht. In online (semigestructureerde) interviews met veertien deelnemers zijn naast vragen over algemene ervaringen met het burgerberaad specifieke vragen gesteld gevraagd over ervaringen met betrekking tot inclusie. Hierbij is aan de hand van een topiclijst gevraagd naar in hoeverre zij zich gehoord voelden tijdens het burgerberaad, hun ervaringen met de verschillende ‘middelen’ die zijn ingezet en of zij het gevoel hadden dat zij gelijkwaardig konden deelnemen, gebaseerd op de elementen van inclusie (Movisie, 2021). De twee buddy’s die zijn geïnterviewd, waren zelf ook deelnemers en hun zijn deels dezelfde vragen gesteld als de andere deelnemers. De geïnterviewde deelnemers waren grotendeels deelnemers van wie Nederlands niet de eerste taal is en ook enkele Nederlandstalige deelnemers die in groepjes werkten waarbij meertaligheid een rol speelde. De interviews met deelnemers van wie Nederlands niet de eerste taal is vonden in het Engels plaats en de andere interviews in het Nederlands. De interviews duurden gemiddeld een half uur. Analyse De verzamelde interview- en observatiedata zijn geanalyseerd met behulp van kwalitatieve thematische analyse in het programma ATLAS.ti. Bij de codering is gestart vanuit de thema’s uit de topiclijst (gesloten codering).

Tegelijkertijd is er open gecodeerd om ruimte te laten voor nieuwe thema’s en inzichten die uit de data zelf naar voren kwamen. Deze combinatie van deductieve en inductieve analyse maakte het mogelijk om zowel vooraf gedefinieerde als onverwachte patronen in kaart te brengen. Daarnaast is er een datasessie georganiseerd met leden van het onderzoeksteam, waarin gezamenlijk de gecodeerde data is besproken en geïnterpreteerd. Citaten uit interviews die oorspronkelijk in het Engels zijn gevoerd, zijn in dit rapport vertaald naar het Nederlands. Daarbij is gestreefd naar een vertaling die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke betekenis en formulering blijft. Bijeenkomst met participatieprofessionals Op 4 maart 2025 zijn voorlopige resultaten uit het onderzoek in een bijeenkomst gedeeld met twaalf participatieprofessionals van verschillende gemeenten die betrokken zijn bij het ontwerpen en organiseren van burgerberaden en andere participatieprocessen. Tijdens deze bijeenkomst is gezamenlijk gereflecteerd op de bevindingen, met specifieke aandacht voor de rol van meertaligheid in burgerberaden. De deelnemers brachten hun eigen praktijkervaringen in en brainstormden samen over mogelijke oplossingen en verbeterpunten voor het omgaan met meertaligheid in participatietrajecten. De inzichten uit deze bijeenkomst zijn meegenomen in het formuleren van handelingsperspectieven.

Kennissessie praktijkprofessionals Op 19 juni 2025 zijn resultaten uit het onderzoek in een kennissessie gedeeld met 30 praktijkprofessionals vanuit verschillende diensten binnen de Gemeente Den Haag. Tijdens deze bijeenkomst is gezamenlijk gereflecteerd op de bevindingen in het kader van de vraag ‘Wanneer is participatie goed genoeg?’

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

7

3 Resultaten In dit hoofdstuk zullen we ingaan op de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek. We gaan daarbij in op verschillende perspectieven op inclusie, in het bijzonder meertaligheid in burgerparticipatie en burgerberaden. We beginnen met het perspectief van participatieprofessionals, betrokken bij gemeentelijk beleid rond inclusie. Hoe gaan hun gemeenten om met meertaligheid in participatieprocessen? Vervolgens focussen we op de ervaringen met meertaligheid van verschillende betrokkenen in de praktijk van burgerberaden. Welke verwachtingen hadden zij vooraf, wat vonden zij van de verschillende werkvormen en ondersteuningsmogelijkheden, en konden anderstalige deelnemers volgens hen gelijkwaardig deelnemen? Ook het perspectief van de ondersteuning (tolken en buddy’s) komt hierin aan bod.

3.1 Inclusie- en taalbeleid in gemeenten Institutionele kaders: huidig taal- en inclusiebeleid Veel Nederlandse gemeenten zetten in op inclusie en diversiteit middels beleid en actieplannen. Gemeenten spreken zich in hun inclusiebeleid uit over het belang van meedoen, gelijke kansen en dat iedereen meetelt. Op de gemeentelijke websites staan quotes die dit uitstralen: “Wij werken aan een stad waar iedereen meetelt. Iedere inwoner verdient een gelijke behandeling en gelijke kansen.” (Website gemeente, z.d.) Hoewel veel gemeenten inzetten op inclusie en diversiteit, is er nauwelijks aandacht voor meertaligheid in beleidsdocumenten. Volgens literatuur over sociale inclusie is meertaligheid echter een belangrijk onderdeel van inclusiebeleid, omdat het o.a. gelijke toegang tot participatie bevordert en culturele erkenning mogelijk maakt (e.g. Piller, 2012; Musgrave & Bradshaw, 2014). Taalbeleid in gemeenten gaat doorgaans uit van Nederlands als voertaal. Hierbij wordt vaak verwezen naar artikel 2:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin staat dat het gebruik van andere talen alleen in uitzonderlijke gevallen is toegestaan, zoals in noodgevallen.

Dit formele kader staat in de praktijk echter steeds meer onder druk, omdat gemeenten vaker inspelen op de taaldynamiek en behoeften binnen hun gemeente, zo geeft een participatieprofessional in een interview aan: “De communicatieafdeling vond het, vanwege het taalbeleid, in eerste instantie niet goed dat wij op de website een tekst in een andere taal zouden zetten. Wij hebben toen argumenten aangedragen dat het bij het burgerberaad heel belangrijk is, vanwege de inclusiviteit en de representativiteit. Maar dit is niet iets dat bij elk participatieproces kan worden aangevochten, want dat is wel een gedoe.” Professionals benadrukken dat meertaligheid noodzakelijk is om gemeentelijke doelstellingen in superdiverse Nederlandse steden te realiseren, zoals het bevorderen van participatie, inclusie, en burgerschap. Financiële kaders Gemeenten willen zo inclusief mogelijk zijn, maar ondervinden ook financiële beperkingen in hun mogelijkheden, geven professionals aan: “Op het moment dat geld, financiële middelen, totaal geen invloed zouden hebben en dat die in overvloed aanwezig zouden zijn, dan zou er bijvoorbeeld op het gebied van inclusieveel meer mee gedaan kunnen worden.” Daarom is het van belang dat gemeenten inzicht krijgen in hoe zij hun bestaande middelen effectief kunnen inzetten om inclusie daadwerkelijk te bevorderen. Om dat goed te kunnen doen, is het belangrijk

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

8

om te kijken vanuit het perspectief van de deelnemers. Hun ervaringen laten zien wat in de praktijk werkt en wat juist niet.

3.2 Inclusie in de praktijk: deelnemers en ondersteuners over hun ervaringen met meertaligheid Van het beleid rond inclusie en meertaligheid in participatie gaan we nu naar de praktijk. We richten ons hierbij op de ervaringen van anderstalige deelnemers die tijdens een burgerberaad of stadsdeelpanel ondersteuning hebben gehad van een tolk of buddy. Naast de ervaringen met vertalingen kijken we breder naar hun ervaringen, zoals hun verwachtingen vooraf en de interactie met andere deelnemers. Ook tolken, buddy’s en andere (Nederlandstalige) deelnemers komen aan het woord. Verwachtingen over deelname Verwachtingen spelen een grote rol in hoe deelnemers een proces ervaren. Uit de gesprekken met anderstalige deelnemers blijkt dat zij wat betreft het faciliteren van meertaligheid verschillende verwachtingen hebben. Meerdere deelnemers spreken hun waardering uit over de moeite die de organisatoren deden om iedereen - en dus ook anderstalige deelnemers - welkom te heten en, zoals een van de deelnemers het noemde, zich ‘belangrijk te laten voelen’. Sommige anderstalige deelnemers waren verbaasd dat ze waren uitgenodigd om deel te nemen aan het burgerberaad.

Zo zegt een van de deelnemers dat in het land waar hij vandaan komt dit waarschijnlijk niet gefaciliteerd zou worden: “Ik voelde me erg geïncludeerd, dit was een soort ervaring die we meestal niet hebben in het land waar ik vandaan kom. Ze zullen daar voor deelnemers gaan die de taal spreken. Ze waren hier oprecht geïnteresseerd in mijn inbreng. Dat was erg fijn, om eerlijk te zijn.” De aanwezigheid van tolken was voor verschillende deelnemers ook een welkome verrassing: “Ik voelde mij zeker geïncludeerd met de tolken, ik waardeer het heel erg dat er live vertaling aanwezig was. Dit was niet iets dat ik verwacht had.” Sommige deelnemers hadden hogere verwachtingen van hoe zij als anderstalige deelnemer geïncludeerd zouden worden. Voor een van de deelnemers begon het al met de uitnodigingsbrief. Volgens haar hebben de organisatoren onvoldoende nagedacht over het feit dat anderstalige deelnemers een brief met een tekst in het Nederlands op de envelop niet snel zullen openen: “Als het geen rekening is en het ziet er niet superdringend uit met cijfers - dat betekent altijd geld - dan negeren we het. We gooien het weg. (...) Dus ja, als je het niet in het Engels stuurt...” Tijdens het burgerberaad was deze deelnemer, net als veel anderen, dankbaar voor de moeite die was gedaan met de inzet van tolken, maar bekroop haar ook soms de gedachte: als je het doet, doe het dan goed.

Zo was een deel van de informatiebronnen naar het Engels vertaald, maar niet alles: "Ja, ze hadden hun best gedaan. Ze hadden documenten in het Engels de avond van tevoren gestuurd, maar niet het belangrijkste document. Maar goed, dat belangrijkste document was natuurlijk zo’n 90 pagina’s. (...) Ik was een van de mensen die niet alle informatie had. Waar hebben we het dan over? Waarom zijn we hier dan eigenlijk?" De verwachtingen van veel anderstalige deelnemers waren niet zo hooggespannen. Zij waren verbaasd over hoeveel moeite er voor hen was gedaan en waren daar vooral dankbaar voor. Sommige

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

9

anderstalige deelnemers hadden meer hooggespannen verwachtingen en zagen vooral wat er beter had gekund, omdat zij zich niet in het gehele proces gelijkwaardig behandeld voelden. Ervaringen met manieren om meertaligheid te overbruggen Gebruikmakend van de theorie over ‘Inclusive Multilingualism’ hebben we gekeken naar de verschillende ervaringen met de inzet van middelen om meertaligheid te overbruggen. In dit onderzoek zijn dit 1) Vertalingen; 2) Vertalen door middel van tolken en buddy’s; 3) Engels als gedeelde taal; 4) Codeswitchen en luistertaal. We bespreken ze hieronder per ‘middel’. Vertalingen In de verschillende casussen zagen we dat informatie gedeeltelijk werd vertaald. Dit betrof bijvoorbeeld uitnodigingen, presentatieslides en adviesteksten. Tijdens het burgerberaad zelf werd de informatie vooral in het Engels vertaald, terwijl aan de voorkant soms ook andere talen werden gebruikt. Toch werd, zoals ook door deelnemers werd opgemerkt, niet alle informatie vertaald. Zo was de uitnodiging niet altijd beschikbaar in meerdere talen, en ook tijdens het beraad zelf ontbraken soms vertalingen. Dit maakte het voor sommige deelnemers lastig om het proces goed te volgen. Bij een van de burgerberaden waar we observeerden moesten deelnemers op een bepaald moment rondlopen om adviezen op flip-overs aan de muur te bekijken.

De tolken konden hierbij niet iedereen tegelijk ondersteunen, waardoor sommige deelnemers delen van de informatie misten. Dit had gevolgen voor hun mogelijkheid om volwaardig deel te nemen. Wanneer deelnemers werd gevraagd of zij zich geïncludeerd voelden in het burgerberaad, werden vertalingen ook een aantal keer genoemd. Zo gaf deze deelnemer aan dat zij niet aan een bepaalde sessie had kunnen deelnemen, omdat de vertaling niet goed genoeg was: “De enige sessie waarbij ik het gevoel had dat ik echt niet kon meedoen, was die waarin ze al het advies hadden uitgeprint en mensen er dan sticky notes op gingen plakken. Want dat was de lastigste sessie, denk ik. Ze hadden ons wel een vertaalde versie gegeven, maar die vertaling was niet zo goed. En ik wist eigenlijk niet zo goed wat we aan het doen waren." Gebrek aan vertaling of een gebrekkige vertaling beperkte dus in meerdere gevallen de toegankelijkheid voor - en gelijkwaardige deelname van - anderstalige deelnemers aan het participatieproces. Tolken en buddy’s In elke casus werd gebruik gemaakt van tolken of buddy’s om anderstalige deelnemers te ondersteunen. De tolken die worden ingehuurd, zijn professionele tolken die gesproken taal simultaan (tegelijkertijd) vertalen. Dit doen zij zowel tijdens plenaire onderdelen als groepsgesprekken. Deelnemers dragen een koptelefoon en tolken fluisteren in een microfoon.

Buddy’s zijn deelnemers die zich vrijwillig hebben aangemeld, om anderstalige deelnemers te ondersteunen. Zij vertalen niet simultaan en niet alles, maar geven vaak een samengevatte vertaling gedurende het gesprek of achteraf. Het inzetten van buddy’s en tolken is geen one size fits all. Beide ‘middelen’ hebben voor- en nadelen afhankelijk van context, situatie en voorkeur van deelnemers. Ten eerste verschilt de rol van een buddy van die van een of tolk. Een tolk zal puur vertalen, waar een buddy tevens kan helpen bij het begrijpen en uitvoeren van opdrachten. Zo gaf een van de tolken aan dat verwarring ontstond over haar rol en wat zij voor de betreffende deelnemer kon betekenen: “Wat wel jammer is, wat door de gemeente niet goed is benadrukt richting de doelgroep voor wie ik heb getolkt, is dat de rol van een tolk niet goed is uitgelegd. De deelnemer zag mij als een soort assistent die ook dingen mocht doen en beslissen.” Tolken kunnen wel ondersteunen bij laaggeletterde deelnemers, door de informatie in begrijpelijke taal over te brengen. Zij kunnen echter geen inhoudelijke betrokkenheid hebben in het proces of de opdrachten. Een buddy is zelf ook deelnemer en kan dit wel. Een deelnemer gaf aan dat hij het fijn vond

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

10

dat de buddy niet alleen vertaalde voor hem, maar dat hij ook met hem verbinding vond in het vraagstuk en als sparringpartner: “Ik had een klik met de buddy. Ook op het vlak dat we in dezelfde gemeenschap leven en we hebben ook een connectie op inhoudelijke thema’s. Hij is niet alleen een vertaler voor mij. Hij is ook een inwoner met zijn eigen stem, en vertalen was zijn tweede rol in de bijeenkomst, voor mij dan.” Het inzetten van buddy’s heeft ook nadelen. Het kan voor buddy’s zelf belastend zijn omdat zij tijd nodig hebben om te vertalen, maar zelf ook deelnemen in het gesprek, zo gaf een buddy aan. Tevens komt het voor dat de deelnemer voor wie wordt vertaald toch niet helemaal meekomt in het gesprek omdat het meeste pas achteraf wordt vertaald. Een buddy is immers geen professionele tolk en kan meestal niet simultaan vertalen. Daardoor kwam het perspectief van de deelnemer niet altijd goed naar voren, gaf de buddy van deze deelnemer aan: “Er is ook een deel van de deelnemers die liever niet in het Engels spreekt (...). Maar dan kan de deelnemer van wie ik buddy ben dus niet meedoen in de discussies, dan ben je eigenlijk constant aan het vertalen. Op een gegeven moment voelt het voor zo'n groepsdynamiek veel logischer dat je achteraf even vertaalt en dat hij dan kan zeggen wat hij ervan vindt. Maar hij is dan niet direct met één iemand aan het sparren.

En uiteindelijk is ook de uitkomst is niet per se iets wat heel dicht bij zijn ideeën lag denk ik.” Bij plenaire onderdelen is het voor buddy’s lastig te vertalen vanwege de geluidsoverlast die dit met zich meebrengt voor andere deelnemers. Dit is een voordeel van tolken ten opzichte van buddy’s, deelnemers horen dan de vertaling via een koptelefoon. Een deelnemer gaf aan dat hij het vertalen tijdens een plenaire presentatie niet als behulpzaam ervaarde: “Eigenlijk was het niet zo efficiënt. Ze is geen professionele tolk. Soms begon ze iets uit te leggen terwijl ik dat niet nodig had. En dat kan ook storend zijn voor andere mensen die willen luisteren. Dus het was een beetje ongemakkelijk." Tolken kunnen direct vertalen en bieden in plenaire onderdelen een goede werkwijze om deelnemers alle informatie mee te kunnen geven. In groepsgesprekken biedt de inzet van tolken echter geen garantie dat deelnemers ervaren dat ze gelijkwaardig mee kunnen doen: “Het was wel lastig, omdat de tolken zachtjes spraken om de anderen niet te storen tijdens het simultaan vertalen.

Maar dat is altijd een probleem, want je hoort de mensen met een microfoon in het Nederlands, en je probeert je echt te concentreren en te begrijpen wat de tolk zegt.” Hoewel zowel tolken als buddy’s waardevolle ondersteuning kunnen bieden voor anderstalige deelnemers, blijkt uit de ervaringen van deelnemers dat geen van beide ondersteuningsvormen vanzelfsprekend leidt tot volwaardige en gelijkwaardige participatie. Engels als gemeenschappelijke taal Het Engels fungeert vaak als ‘lingua franca’: een gemeenschappelijke taal als communicatiemiddel voor mensen met verschillende moedertalen. In plenaire gedeelten waren de tolken volledig ondersteunend. In de groepsgesprekken werd in veel gevallen zonder tolk gewerkt of was de tolk bij delen van het gesprek ondersteunend. In de groepjes werd soms overgeschakeld op het Engels omdat dit vaak efficiënter was dan via de tolk. Nederlandstalige deelnemers deden ook hun best om inclusief te zijn tegenover de deelnemers die ondersteund werden door een tolk. Anderstalige deelnemers gaven ook aan dat zij eerder geneigd waren iets in te brengen en te participeren als het gesprek in het Engels zou plaatsvinden:

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

11

"Mijn eerlijke antwoord is: als er meer mensen Engels zouden spreken, zou het voor mij veel makkelijker zijn om bepaalde dingen in het Engels uit te drukken." In het groepsinterview met tolken gaven meerdere tolken echter aan dat zij observeerden dat sommige deelnemers niet goed mee konden komen wanneer werd overgeschakeld op Engels. Deelnemers waren terughoudender in hun inbreng of soms ontstond spraakverwarring: “Wat ik lastig vond, is wanneer een groep overschakelde naar Engels zonder dat te overleggen met elkaar, dat je dan merkt dat er één of twee zijn die niet meekomen omdat ze toch net niet goed genoeg Engels kunnen spreken. Deze deelnemers durven dat dan niet aan te geven en dat is gewoon heel jammer om te zien. Het lastige daar als tolk in, vind ik dat het niet mijn taak is om op dat moment het gesprek te onderbreken en te zeggen ‘ik ben er nog als jullie me nodig hebben’, ondanks dat je eigenlijk wel ziet dat er iets fout gaat.” Dit beeld werd ook beschreven in interviews met deelnemers: “Er waren situaties waarin ze gewoon overschakelden naar het Engels in mijn groepje, en dit was moeilijk voor sommige deelnemers.” Dit ging niet alleen over Nederlandstalige deelnemers, maar ook over deelnemers die gebruik maakten van tolken in een andere taal dan Engels en waarvan Engels niet de moedertaal is.

Het overschakelen naar het Engels in groepsgesprekken werkte voor sommige deelnemers stimulerend om actief aan het gesprek deel te nemen. Tegelijkertijd kon het ook zorgen voor nieuwe uitsluitingsmechanismen omdat andere deelnemers zich niet altijd comfortabel voelden in het Engels. Code-switchen en luistertaal Naast het gebruik van Engels als gemeenschappelijke taal, zagen we dat deelnemers ook regelmatig switchen tussen talen, voornamelijk tussen Engels en Nederlands. Dit noemen we codeswitchen: het afwisselen tussen twee of meer talen of taalvariëteiten binnen één gesprek, zin of zelfs uiting. Het gebeurt vaak spontaan, vooral bij meertalige sprekers. Wat ook voorkomt, is dat iedereen zich uitdrukt in de taal waarin zij zich het meest comfortabel voelen, dit wordt luistertaal genoemd. We zagen dit regelmatig gebeuren tijdens de deliberatie in verschillende casussen. Soms werd dit door tolken of gespreksbegeleiders gestopt, omdat zij de voorkeur hadden dat het gesprek in één taal verliep en via de tolk. Sommige deelnemers gaven aan dat zij het wisselen tussen talen konden waarderen: “Ik merkte dat het merendeel echt hun best deed om ons op ons gemak te stellen.

Dus het was heel fijn om te zien dat ze gewoon konden schakelen van Nederlands naar Engels, gewoon omdat ze met ons wilden communiceren.” De hieronder geciteerde respondent geeft aan dat ze een fantastische ervaring had met een oudere Nederlandse vrouw die niet veel Engels sprak, maar dat toch probeerde. Het ging dan veel meer om de ervaring dat iemand moeite voor je doet, dan om het niveau van de discussie: “Er zaten dames of andere mensen aan andere tafels voor wie Engels niet makkelijk was. En zij zeiden dan: ‘nee, ik spreek liever Nederlands’. En als ik dan iets zei, antwoordden ze in hun basisEngels. En ik had een fantastische ervaring! Ik denk dat het tijdens de tweede bijeenkomst was, met een oudere dame. We hadden het over het plan voor zo’n soort carrouselwagentje dat oudere mensen van deur tot deur kan brengen en hun leven makkelijker maakt. (..). Ze sprak

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

12

Nederlands, en elke keer als ik iets zei, hadden we een soort dialoog, zij sprak half Engels, half Nederlands, en probeerde met mij te communiceren.” Deelnemers overlegden dan ook met elkaar of het voor iedereen nog te volgen is, aldus deze deelnemer: "Ja, dat was best aardig van hen, dat sommige bewoners af en toe overschakelden naar Engels wanneer ze hun ervaringen bespraken. En ze vroegen ook expliciet: ‘is het oké als ik overschakel naar Engels, zodat iedereen het kan begrijpen?’ Ik denk dat twee van de bewoners dat deden, maar de anderen spraken gewoon Nederlands, omdat dat de taal was waarin ze zich het meest op hun gemak voelden. Ik denk dat dat goed was." Deze voorbeelden laten zien dat het spontaan wisselen van talen en het gebruik van een luistertaal niet alleen functioneel kan zijn, maar ook verbindend werkt en kan bijdragen aan inclusieve communicatie. Taalgroepen Zoals eerder aangegeven zijn tolken kostbaar om in te huren, zeker wanneer er sprake is van tolken in meerdere talen. Tolken is een intensief beroep; tolken wisselen elkaar af en er zijn dus meerdere tolken nodig om één taal te tolken. In de praktijk observeerden we tijdens bijeenkomsten dat meerdere deelnemers worden ondersteund door één tolk. Bij groepsgesprekken moeten deze deelnemers dan bij elkaar blijven.

Soms kunnen deelnemers kiezen voor verschillende onderwerpen, maar deelnemers die gebruik maken van een tolk worden dan gevraagd gezamenlijk een onderwerp te kiezen om bij elkaar te kunnen blijven. Bovendien kan het makkelijker zijn dat zij bij elkaar zitten in groepen, omdat er dan onderling Engels gepraat kan worden. Dit verdelen in ‘taalgroepen’ wordt in de literatuur ook nog wel eens als mogelijke ‘oplossing’ gezien voor het overbruggen van meertaligheid. Een tegengeluid, naast dat het de keuzevrijheid van deelnemers in de weg kan staan, is dat het ook voor minder diversiteit kan zorgen, wat een belangrijk element is voor de kwaliteit van de deliberatie (Caluwaerts & Deschouwer, 2013). Diversiteit aan perspectieven zit niet alleen in talige of culturele achtergrond, maar dit kan wel een belangrijke aanvulling zijn. Een voorbeeld dat werd genoemd door een deelnemer is dat werd gevraagd naar ervaringen in zijn land van herkomst met een bepaald vraagstuk: "Ik kom uit een ander land, maar toch wilden ze mijn mening horen. ‘Hoe zie jij het? Hoe doen ze dat in jouw land? En vertel ons meer.’ Dat was eigenlijk best goed." Een deelnemer gaf ook aan dat een diversiteit aan perspectieven wat haar betreft beter is voor diversiteit in het gesprek: “Natuurlijk hebben we een beperkt aantal tolken. Dus je kunt er niet gewoon één per Engelssprekende hebben.

Maar toch heb ik het gevoel dat, als je kijkt naar diversiteit, het beter is als groepen volledig gemengd zijn, zonder dit soort criteria.” Deze bevindingen illustreren dat het werken met taalgroepen vanuit praktische overwegingen begrijpelijk is, maar tegelijkertijd belemmeringen met zich meebrengt voor de keuzevrijheid van deelnemers en de diversiteit aan perspectieven die juist belangrijk is voor de kwaliteit van deliberatie. Rol van de gespreksbegeleider in inclusieve gesprekken Naast verschillende middelen die worden ingezet om meertaligheid te overbruggen, is een goede gespreksbegeleider ook van belang in inclusieve gesprekken. De gespreksbegeleider zorgt er bijvoorbeeld voor dat iedereen aan het woord komt, ook de stille of minder talige deelnemers. Deelnemers spraken hier ook hun waardering voor uit:

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

13

"Ze moedigden ons aan om te praten en om de ideeën die we hadden naar voren te brengen. Dus ja, dat concept vond ik echt goed." Maar in meertalige gesprekken komt daar nog een extra rol bij, bijvoorbeeld bij het switchen tussen verschillende talen in een gesprek. Een tolk gaf aan dat zij een belangrijke rol ziet voor gespreksbegeleiders wanneer in een gesprek over wordt gegaan op een andere taal zoals het Engels, om na te gaan of iedereen nog meekomt: “Zorg dat gespreksbegeleiders weten, als er in een gesprek anderstaligen met tolken aanwezig zijn, dat ze niet alleen letten op of zij meekomen, maar als het gesprek van taal verwisselt dat ze er ook op letten dat ook Nederlandstalige deelnemers meekomen.” Bovenstaande geldt natuurlijk ook voor anderstalige deelnemers waarvan Engels niet de moedertaal is. Daarnaast werd aangegeven dat gespreksbegeleiders een belangrijke rol kunnen hebben in het zich welkom voelen van deelnemers. Zo gaf een anderstalige deelnemer aan dat het voor haar fijn was geweest als de gespreksbegeleider had aangegeven dat het oké is om zich te uiten in het Engels: “Maar als het gewoon even genoemd wordt door de gespreksbegeleiders ‘voel je vrij om ook vragen in het Engels te stellen’, dan werkt dat bemoedigend.

Vooral voor mensen die geen Nederlands spreken, om dat dan ook echt te doen.” Gespreksbegeleiders hebben ook een belangrijke rol in het herkennen van en omgaan met minder zichtbare verschillen in inclusie. Dit kunnen bijvoorbeeld culturele verschillen zijn, maar het kan ook gaan om introverte of minder talige deelnemers. Culturele achtergrond of persoonlijke verschillen kunnen invloed hebben op hoe deelnemers zich uiten, hoe snel zij reageren, of hoe comfortabel zij zich voelen bij het nemen van spreektijd etc. Dit vraagt van gespreksbegeleiders dat zij alert zijn op verschillende communicatie- en interactiestijlen, en dat zij het tempo van het gesprek waar nodig aanpassen. Zo kunnen zij vertragen door ruimte te geven aan deelnemers die wat langer de tijd nodig hebben om zich voor te bereiden op een antwoord, of juist versnellen wanneer het gesprek stagneert.

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

14

4 Discussie en aanbevelingen Gebaseerd op onze bevindingen doen wij vier aanbevelingen die kunnen bijdragen aan inclusievere ontwerpen van burgerberaden. Dit biedt professionals handvatten om te reflecteren en te beslissen hoe zij inclusieve burgerberaden (en soortgelijke participatievormen) op een goede manier kunnen vormgeven. 1. Als je het doet, doe het dan goed Veel gemeenten hebben ideeën en ambities over inclusie waar meedoen en het betrekken van verschillende groepen in de samenleving een onderdeel van is. Meertaligheid is echter geen expliciet onderdeel hiervan. Veel gemeenten hebben zelfs een ‘alleen Nederlands’ taalbeleid, terwijl de realiteit is dat een aanzienlijk deel van de bewoners geen Nederlands spreekt of het Nederlands wel enigszins beheerst maar onvoldoende om complexe informatie, zoals in de context van burgerberaden, goed te begrijpen of zelf te verwoorden. Dit staat haaks op het streven naar inclusie omdat uitsluiting op basis van taal ertoe kan leiden dat juist groepen die men wil betrekken worden buitengesloten van participatie en niet worden gehoord. Daarnaast spelen financiële en organisatorische kaders een rol: idealen van inclusie botsen regelmatig met beperkte middelen, waardoor niet alles wat wenselijk is, ook haalbaar blijkt.

Deze tegenstrijdigheid tussen het streven naar inclusie en de beperkingen van taalbeleid leidt tot een dilemma bij de inrichting van een burgerberaad. Wanneer inclusie zoveel mogelijk wordt nagestreefd, zullen toch fundamentele en consistente keuzes moeten worden gemaakt over hoe het participatieproces wordt vormgegeven. Het faciliteren van deelname voor anderstalige deelnemers door middel van tolken en buddy’s is een belangrijke stap, maar het is niet voldoende. Vaak blijft (schriftelijke) informatie, zoals uitnodigingen, instructies of achtergrondstukken, uitsluitend in het Nederlands beschikbaar. Hierdoor kunnen deelnemers die een andere taal spreken met een informatieachterstand beginnen, wat hun (gevoel van) volwaardige deelname ondermijnt. Het streven naar inclusie is kenmerkend voor een burgerberaad, daarom is het van belang om al in de uitnodiging uit te stralen dat bewoners ongeacht de taal die zij spreken welkom zijn en volwaardig kunnen meedoen. Dat begint met taalkeuze: wil je daadwerkelijk een bredere en meer diverse groep bereiken, dan is het versturen van alleen Nederlandstalige uitnodigingen niet voldoende. Tegelijkertijd creëert een meertalige uitnodiging verwachtingen, namelijk dat ook het verdere proces toegankelijk en inclusief zal zijn.

Dat vraagt om doordachte keuzes en een realistische afstemming tussen wat je belooft en wat je daadwerkelijk kunt waarmaken. Aanbevelingen voor participatieprofessionals: •

•

Verstuur uitnodigingen en aankondigingen in meerdere talen, afgestemd op de bevolkingssamenstelling van de gemeente, zodat ook anderstaligen zich direct aangesproken en welkom voelen. Als je mensen meertalig uitnodigt, zorg dan dat ook het vervolgproces toegankelijk is: vertaal essentiële informatie, zoals achtergrondstukken, instructies en agenda’s, in relevante talen.

2. Van faciliteren naar welkom voelen De ervaringen van deelnemers laten zien dat zij over het algemeen goed worden gefaciliteerd om actief mee te doen en dit ook waarderen, bijvoorbeeld door de inzet van tolken en buddy’s. Deze vorm van ondersteuning is belangrijk en stelt deelnemers in staat om te participeren. Waar door de inzet van tolken en buddy’s veel aandacht uitgaat naar het mogelijk maken van participatie, blijft het aspect van je welkom voelen als anderstalige deelnemer vaak nog onderbelicht. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het gegeven dat Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

15

sommige anderstalige deelnemers minder actief deelnamen aan het gesprek. Het gevoel welkom te zijn is een belangrijk onderdeel van inclusie en draagt eraan bij dat mensen zich werkelijk onderdeel voelen van het burgerberaad. Inclusie is meer dan het beschikbaar stellen van tolken of het vertalen van documenten; het draait ook om verbondenheid en het creëren van een gedeeld gevoel van belonging (o.a. Musgrave & Bradshaw, 2014). Dat vraagt om meer dan technische oplossingen: het vraagt om een ontwerp dat bewust rekening houdt met talige diversiteit als wezenlijk onderdeel van het participatietraject. Met relatief kleine aanpassingen in het ontwerp van het beraad kan al verschil worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan begroetingen in meerdere talen bij binnenkomst, of het expliciet benoemen en waarderen van talige en culturele verschillen in de groep. Gespreksbegeleiders kunnen hierin ook een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld door te erkennen dat er meerdere talen in de groep zijn, ruimte te geven om je uit te drukken in de taal waarin je je het meest comfortabel voelt, en actief aandacht te hebben voor verschillende communicatiestijlen. Dergelijke aanpassingen vragen weinig tot geen extra middelen, maar kunnen een groot verschil maken in het ervaren gevoel van inclusie.

Ze dragen bij aan het doorbreken van een impliciete ‘wij-zij’-dynamiek, en helpen om deelnemers als één collectief te benaderen, waarbij meertaligheid wordt erkend als een kracht, in plaats van een obstakel. Aanbevelingen voor participatieprofessionals: •

•

Laat meertaligheid terugkomen in het ontwerp en de uitvoering van het proces. Dit kan bijvoorbeeld door begroetingen in meerdere talen, door het benoemen en waarderen van diversiteit binnen de groep. Als het ontwerp en beleid het toestaat is het te overwegen om sommige onderdelen meertalig aan te bieden. Gespreksbegeleiders vervullen een sleutelrol in het creëren van een inclusieve gespreksomgeving waarin deelnemers zich veilig voelen om mee te praten. Zorg ervoor dat in de training of briefing aandacht wordt besteed aan hoe zij in gesprekken met meertalige deelnemers kunnen bijdragen aan veiligheid voor deelnemers en verbondenheid in de groep. Dit kan bijvoorbeeld door de talige diversiteit aan tafel te benoemen en te benadrukken dat iedereen zich mag uitdrukken in de taal waarin hij of zij zich het meest comfortabel voelt.

3. Geen one size fits all, maar steeds aanpassen aan context De keuze voor een bepaald communicatiemiddel, zoals een tolk, een buddy of het gebruik van Engels is geen one size fits all die in elke situatie werkt. Iedere context heeft eigen kenmerken, behoeften en uitdagingen die meewegen in wat op dat moment de meest passende vorm van ondersteuning is. In de praktijk zijn er wel enkele aspecten die voor elk burgerberaad het overwegen waard zijn. Zo is het van belang dat gespreksbegeleiders training krijgen over hoe zij om kunnen gaan met meertaligheid in groepen. Zij spelen een cruciale rol in het signaleren van momenten waarop bijvoorbeeld taalwisselingen kunnen leiden tot in- of uitsluiting. Aanvullend hieraan kunnen zij worden getraind in culturele sensitiviteit, zodat zij verschillende communicatiestijlen beter herkennen en ruimte kunnen bieden aan uiteenlopende manieren van participatie. Wat betreft ondersteuningsvormen blijkt uit de praktijk dat buddy’s een waardevol (en kostenbesparend) alternatief kunnen zijn voor tolken, vooral in kleinschalige groepsgesprekken. Door hun betrokkenheid bij deelnemers kunnen zij bijdragen aan een gevoel van inclusie. Tegelijkertijd vertalen buddy’s niet simultaan en vertalen zij daardoor minder accuraat dan professionele tolken. Daarmee zijn zij, zeker in een plenaire setting, beperkt inzetbaar.

Ook kan hun eigen deelname in het gedrang komen. Om het laatste te voorkomen kan worden gedacht aan buddy’s die zelf niet deelnemen aan het participatieproces zoals dat in andersoortige participatieprocessen al gebeurt. Variatie en afwisseling in ondersteuning, afgestemd op het type bijeenkomst, is belangrijk.

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

16

Tolken worden door deelnemers gewaardeerd vanwege hun nauwkeurigheid en professionaliteit. Toch kan het inzetten van tolken ook onbedoeld beperkingen opleggen, bijvoorbeeld doordat deelnemers minder vrij zijn om te bewegen tussen groepen of gesprekken. Wanneer er voldoende budget is, moet zeker gedacht worden aan het inhuren van meerdere tolken per taal. Het bij elkaar zetten van anderstalige deelnemers vanwege praktische overwegingen komt de kwaliteit van de deliberatie en het uitwisselen van perspectieven niet ten goede. In de toekomst zal de inzet van AI-vertalingstools hierin mogelijk een aanvullende rol kunnen spelen, zeker bij bijeenkomsten met een beperkter budget. Aanbevelingen voor participatieprofessionals: •

•

•

Er bestaat geen universele oplossing voor taalondersteuning. Kies per bijeenkomst en doelgroep de meest passende vorm, zoals tolken, buddy’s of het gebruik van een gemeenschappelijke taal zoals Engels. De mogelijkheden van AI-vertalingen kunnen worden verkend bij kleinschalige bijeenkomsten met minder budget. Zorg dat gespreksbegeleiders worden getraind in het herkennen van situaties waarin taal(gebruik) kan leiden tot in- of uitsluiting. Train hen ook in culturele sensitiviteit en het omgaan met diverse communicatiestijlen, zodat zij bewust ruimte kunnen bieden aan uiteenlopende manieren van deelnemen. Probeer ruimte te laten voor deelnemers om op een natuurlijke manier om te gaan met inclusie in gesprekken: deelnemers wisselen vaak op natuurlijke wijze van taal, gebruiken zogenaamde luistertaal en checken onderling of iedereen het nog volgt. Dit kan bijdragen aan een open en inclusieve sfeer.

4. In gesprek met de doelgroep en blinde vlekken Naast de aanbevelingen hierboven, is het belangrijk dat de behoefte aan ondersteuning van anderstaligen niet vooraf door professionals wordt vastgesteld, maar dat deze in gesprek met de betrokkenen wordt verkend. Mensen willen van nature betrokken zijn en nemen daar ook zelf initiatief in, mits ze daartoe de ruimte krijgen (Musgrave & Bradshaw, 2014). Dit vraagt om een open manier van vragen stellen over wat deelnemers nodig hebben om mee te kunnen doen in plaats van gericht vragen of zij bijvoorbeeld gebruik willen maken van een tolk of buddy. Dit voorkomt dat aannames worden gedaan en biedt ruimte voor een persoonlijke benadering. We hebben in dit onderzoek gezien dat deelnemers op natuurlijke wijze manieren vinden om effectief te communiceren, ook in het geval van meertaligheid. Dit onderstreept het belang van ruimte geven aan de inbreng van deelnemers en spontane interactie, en hiervan te leren. Professionals redeneren onvermijdelijk vanuit hun eigen perspectief, met bijbehorende blinde vlekken. Dat geldt ook voor professionals die burgerberaden en andere vormen van burgerparticipatie organiseren. Juist daarom is het cruciaal om voortdurend te vragen en toetsen wat voor deelnemers werkt, door in gesprek te gaan met degenen om wie het gaat.

Aanvullend kan het helpen om in het organiserende team voldoende diversiteit te hebben zodat er meer sensitiviteit is voor verschillen in ervaringen en behoeften van uiteenlopende deelnemers. Aanbevelingen voor participatieprofessionals: •

Betrek deelnemers actief bij het bepalen van hun ondersteuningsbehoefte. Vraag hen op een open manier wat zij nodig hebben om volwaardig mee te doen. Zo ontstaat een persoonlijke en effectieve aanpak die beter aansluit bij de uiteenlopende behoeften van deelnemers.

Met deze aanbevelingen willen we professionals handvatten bieden om te reflecteren en onderbouwde keuzes te maken bij het organiseren van inclusieve burgerberaden. Inclusie is geen afvinklijstje, maar een proces dat vraagt om reflectie, meebewegen en bereidheid om anders te kijken. Als professionals die houding aannemen, draagt dit bij aan betekenisvolle en inclusieve participatieprocessen.

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

17

Literatuurlijst Backus, A., Gorter, D., Knapp, K., Schjerve-Rindler, R., Swanenberg, J., ten Thije, J. D., & Vetter, E. (2013). Inclusive multilingualism: Concept, modes and implications. European Journal of Applied Linguistics, 1(2), 179-215. Brenninkmeijer, A. (2021). Eindrapportage adviescommissie Burgerbetrokkenheid bij klimaatbeleid. Geraadpleegd op 5 December 2023 van Adviesrapport - Betrokken bij klimaat (overheid.nl)

Caluwaerts, D., & Deschouwer, K. (2014). Building bridges across political divides: Experiments on deliberative democracy in deeply divided Belgium. European Political Science Review, 6(3), 427-450. Jacobs, K. (2021). Hoe waarborg je representativiteit en inclusiviteit bij het inrichten van een burgerforum? In: F. Hendriks, K. Jacobs en A. Michels, Nationale Burgerfora. Verkenning van nationale burgerfora als democratisch gereedschap. Essays van Frank Hendriks, Kristof Jacobs en Ank Michels (p. 24-31). Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Keysar, B., Hayakawa, S. L., & An, S. G. (2012). The foreign-language effect: Thinking in a foreign tongue reduces decision biases. Psychological science, 23(6), 661-668. Movisie (2021). Inclusie en diversiteit: wat, waarom en hoe? Geraadpleegd op 5 november 2024, van Essay Inclusie en diversiteit. Wat, waarom en hoe? | Movisie Musgrave, S., & Bradshaw, J. (2014). Language and social inclusion: Unexplored aspects of intercultural communication. Australian Review of Applied Linguistics, 37(3), 198-212. OECD (2023). Innovative Citizen Participation and New Democratic Institutions: Catching the Deliberative Wave. Retrieved March 10, 2023 from Innovative Citizen Participation and New Democratic Institutions : Catching the Deliberative Wave | OECD iLibrary (oecd-ilibrary.org) Piller, I. (2012).

Intercultural communication: An overview. The handbook of intercultural discourse and communication, 3-18. Ringe, N. (2022). The language(s) of politics: Multilingual policy-making in the European Union. University of Michigan Press. Sociaal en Cultureel Planbureau (2023). SCP-reflectie op het organiseren van burgerfora: Vier aandachtspunten vanuit het burgerperspectief. Geraadpleegd op 3 juni 2025 van Kennisnotitie+Organiseren+van+burgerfora (4).pdf Van Bochove (2025). Burgerberaden zijn diverser dan je denkt, maar vermijd oneliners over representativiteit. Geraadpleegd op 5 juni 2025 van https://www.kennisknooppuntparticipatie.nl/onderzoek/leernetwerk-burgerberaden/longreads/default.aspx Verhasselt, L. L. M. (2022). Multilingual Deliberative Democracy: A Theoretical Reflection on the Promise of Multilingualism for Deliberative Democracy. In Forum (Vol. 425).

Meertaligheid in burgerberaden De Haagse Hogeschool, 2025

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16411157/1