CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317834 Bijlage 1 Haags Klimbos 2336753 Rapportage

Commissie Leefomgeving 5 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Stadsnatuur3.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORTAGE Stabiliteit- en breukvastheidsonderzoek bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes in gemeente Den Haag

COLOFON Opdrachtgever: Groenbedrijf Den Haag De heer D. D’Engelbronner

Controle: De heer J.W. de Groot

Opdrachtnemer: Terra Nostra

Projectnummer: 233.6753

Boomtechnisch adviseur: De heer L. Boender BSc

Datum: 9 oktober 2023

© Niets uit dit rapport mag worden verspreid en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, social media en/of website of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Terra Nostra.

INHOUDSOPGAVE

INLEIDING ........................................................................................................................................ 3 1.

ALGEMENE GEGEVENS ....................................................................................................... 4

2.

RESULTATEN ONDERZOEK ................................................................................................. 6 2.1. UITVOERING TREKPROEF ........................................................................................................... 6 2.2. RESULTATEN TREKPROEF .......................................................................................................... 6

3.

ANALYSE ............................................................................................................................... 8

4.

CONCLUSIE EN ADVIES ....................................................................................................... 9 4.1 4.2

CONCLUSIE ............................................................................................................................ 9 ADVIES .................................................................................................................................. 9

GERAADPLEEGDE LITERATUUR ................................................................................................ 10 BIJLAGE 1: METHODE VAN ONDEZOEK .................................................................................... 11

2 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

INLEIDING In opdracht van het groenbedrijf Den Haag is op 29 september 2023 bij 11 bomen een stabiliteit- en breukvastheidsonderzoek met trekproeven uitgevoerd. De 11 bomen staan in de Scheveningse bosjes in Den Haag en worden gebruikt als klimboom.

Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is het gebruik van de 11 bomen als klimboom. Hierdoor wil de opdrachtgever inzicht in de breukvastheid en stabiliteit van de bomen. Dit kan vastgesteld worden door het inzetten van de trekproef. Aan de hand van de resultaten uit de trekproef kan beoordeeld worden in hoeverre er sprake is van breuk- en stabiliteitsrisico’s. Naast de trekproef is ook een algemene visuele inspectie uitgevoerd naar gebreken, dit dient om een compleet beeld van de bomen te hebben. Op basis van de resultaten van het onderzoek zijn eventueel te nemen beheermaatregelen geadviseerd.

Leeswijzer In hoofdstuk 1 zijn de algemene project- en boomgegevens opgenomen. De resultaten van het onderzoek zijn in hoofdstuk 2 verwerkt. In hoofdstuk 3 vindt u de analyse en conclusie, het advies in hoofdstuk 4. Als bijlage zijn een literatuurlijst, de methode van onderzoek en de rapportbladen van de trekproef toegevoegd.

Heeft u naar aanleiding van dit rapport nog vragen of opmerkingen? U kunt contact opnemen met boomtechnisch adviseur Luuk Boender, via het telefoonnummer 0184 – 698993 of per mail info@terranostra.nu. Terra Nostra BV Bleskensgraaf

3 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

1

1. ALGEMENE GEGEVENS

Situering bomen Op figuur 1 is een schematisch overzicht weergegeven met daarin de locaties van de 11 onderzochte bomen. Voor de boomnummering is gebruik gemaakt van de door de opdrachtgever aangeleverde nummering. Naar deze nummering is in de gehele rapportage verwezen.

18

Figuur 1: Een overzichtskaart van de bomen bij het klimbos (rode stippen). De beproefde bomen zijn met een zwarte cirkel aangegeven (bron: groenbedrijf Den Haag).

4 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

Algemene boomgegevens In de onderstaande tabel zijn de algemene boomgegevens, conditiebeoordeling en de boomtechnische bijzonderheden opgenomen. #

Boomsoort

Stamdiameter (cm) 66

Conditie (conform Roloff)

Bijzonderheden

Gewone beuk

Boomhoogte (m) 22,4

4

Verminderd

9

Gewone beuk

22,1

43

Sterk verminderd

10 11

Gewone beuk Gewone beuk

19,8 22

43 50

Sterk verminderd Verminderd

• • • • • • •

12

Zomereik

20

43

Verminderd

13

Gewone beuk

24,5

60

Sterk verminderd

14 15

Gewone beuk Gewone beuk

26,2 23,1

61 74

Verminderd Verminderd

16 17 18

Gewone beuk Gewone beuk Zomereik

23,8 24,4 24,8

48 60 76

Verminderd Verminderd Verminderd

• • • • • • • • • • • • •

Afnemende conditie Oppervlakkige bastschades stam Twijgsterfte Oppervlakkige bastschades stam Afnemende conditie Afnemende conditie Oppervlakkige bastschades stam en takken Afnemende conditie Afgestorven takken Sterfte in de kroon Bloedingen stamvoet Bastschade stam Afnemende conditie Oppervlakkige wortelaanlopen Afnemende conditie Afnemende conditie Afnemende conditie Afgestorven takken Bastafsterving tussen de wortelaanlopen Primaire bastworp

Tabel 1: Overzicht van de boomgegevens.

5 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

2

2. RESULTATEN ONDERZOEK

2.1. Uitvoering trekproef De trekproeven zijn, omdat het een bos betreft, zoveel mogelijk in de meest praktische richting uitgevoerd. Op de stamvoet zijn steeds 3 inclinometers (kantelingsmeters) geplaatst om de neiging en draaiing van de wortelkluit vast te leggen. Op de stam zijn steeds 2 elastometers (verbuigingsmeters) geplaatst om de verbuiging van de stam te meten. De plaatsing van de sensoren is op foto 1 en 2 exemplarisch weergegeven.

14

17

Foto 1 en 2: Links en rechts een foto van de plaatsing van de sensoren op de stam en stamvoet. De inclinometers zijn met cirkels aangeduid. De elastometers zijn met gekleurde pijlen aangegeven. De kleur van de sensoren correspondeert met de kleurcodering in tabel 2.

2.2. Resultaten trekproef In tabel 2 is een overzicht gegeven van de resultaten van de trekproef. Per boom is de basisveiligheidsfactor weergegeven die is berekend op basis van boomsoortspecifieke eigenschappen, stamdiameter, boomhoogte en windbelastingsprofiel. Deze waarde geldt als referentie voor de veiligheidsfactor stabiliteit en breuksterkte. Als losse bijlage zijn de rapportbladen van de bomen meegestuurd. De veiligheidsfactoren voor stabiliteit en breuksterkte zijn doorgerekend aan de hand van het windbelastingsprofiel en de geregistreerde data tijdens de trekproef. Als waarden lager zijn dan 1,0 (in rood weergegeven) is de berekende stabiliteit of breuksterkte lager dan benodigd om het doorgerekende scenario te doorstaan. Als de waarde in het bereik tussen 1,0 – 1,5 (of hoger) ligt, is een hoeveelheid reserve aanwezig. De Eurocode hanteert een veiligheidsfactor van 1,5. Afgezien van de interpretatie van rekenkundige veiligheidsfactoren geeft tabel 2 een beeld van het aantal bomen met een (te) lage stabiliteit en/of breuksterkte.

6 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

Boomnum mer

Boomsoort

BVF

Veiligheidsfactor Stabiliteit Breuksterkte 40 cm 100 cm

Opmerking De stamvoet keert na de meting niet terug in de 4 Gewone beuk 1,3 1,72 1,43 1,63 1,32 1,22 beginpositie. Opmerking Kleurcode sensor 35 cm 100 cm De stamvoet keert na de meting niet terug in de 9 Gewone beuk 1,4 2,08 1,78 1,48 1,24 1,13 beginpositie. Opmerking Kleurcode sensor 45 cm 100 cm Slingering van de stamvoet tijdens de meting. De stamvoet keert na de 10 Gewone beuk 1,9 2,74 2,92 2,56 2,86 2,2 meting niet terug in de beginpositie. Opmerking Kleurcode sensor 35 cm 100 cm De stamvoet keert na de meting niet terug in de 11 Gewone beuk 1,1 1,5 1,17 1,27 1,2 1,08 beginpositie. Opmerking Kleurcode sensor 20 cm 100 cm 12 Zomereik 1,0 1,69 1,53 1,53 2,08 1,14 Opmerking Kleurcode sensor 30 cm 100 cm De stamvoet keert na de meting niet terug in de 13 Gewone beuk 1,6 1,7 1,62 1,64 2,74 1,54 beginpositie. Opmerking Kleurcode sensor 25 cm 100 cm De stamvoet keert na de meting niet terug in de 14 Gewone beuk 1,4 1,5 1,82 1,61 1,6 1,28 beginpositie. Opmerking Kleurcode sensor 45 cm 100 cm Geen afwijking tijdens de 15 Gewone beuk 1,6 1,32 1,63 1,49 2,28 1,59 meting. Opmerking Kleurcode sensor 50 cm 100 cm De stamvoet keert na de meting niet terug in de 16 Gewone beuk 0,9 1,15 0,99 1,17 1,3 1,03 beginpositie. Opmerking Kleurcode sensor 40 cm 100 cm De stamvoet keert na de meting niet terug in de 17 Gewone beuk 1,3 1,71 1,22 1,35 1,68 1,37 beginpositie.

Opmerking Kleurcode sensor 40 cm 100 cm De stamvoet keert na de meting niet terug in de 18 Zomereik 1,4 3,24 1,11 1,26 1,86 1,33 beginpositie. Tabel 2: Resultaten van de trekproef. De basisveiligheidsfactor (BVF) is de theoretische referentiewaarde. De veiligheidsfactoren stabiliteit en breuksterkte zijn gebaseerd op de resultaten uit de trekproef. Kleurcode sensor

7 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

3

3. ANALYSE

Aan de hand van de visuele inspectie en de resultaten uit de trekproef is hieronder de analyse gegeven van de resultaten. Gewone beuken De gemeten stabiliteit en breuksterkte van de 9 beproefde beuken ligt in lijn met de referentie basisveiligheidsfactor. Bij een deel van de bomen ligt deze waarde er net onder en bij een deel er ook duidelijk boven. Daarmee voldoen de bomen aan de eigenschappen zoals die ook verwacht worden vanuit de materiaaleigenschappen en de windbelasting voor deze locatie. Dat de basisveiligheidsfactor bij boomnummer 16 al kleiner is dan 1, kan verklaard worden door de relatief dunne stam ten opzichte het kroonvolume en windbelasting. Hierbij wordt gekeken naar de verhouding tussen de basisveiligheidsfactor en de gemeten veiligheidsfactoren voor stabiliteit en breuksterkte. Dit is leidend om te beoordelen in hoeverre sprake is van een verhoogd risico. Opvallend is wel dat het kantelingsgedrag van de bomen afwijkend is. Dit laat zich zien in het behouden van restscheefstand na de meting. Dit is een typische afwijking die zichtbaar wordt bij verzwakking door houtrot of wanneer er sprake is van een oppervlakkig bewortelingspatroon. Van het laatste is hier in deze situatie sprake. Met behulp van een grondboring is bekeken hoe het bodemprofiel is opgebouwd. Daaruit blijkt dat de bovenste 30-40 cm uit matige humeuze zandgrond bestaat.

Daaronder is sprake van humusloos duinzand. Dit maakt dat de beuken een relatief ondiepe beworteling hebben gevormd en daardoor meer elasticiteit vanuit hun wortelgestel hebben. Bij het terugkeren naar de beginpositie hebben deze bomen meer tijd nodig om zichzelf weer volledig op te richten. Een belangrijke observatie is de afname van conditie bij de beuken. Dit is het meest duidelijk bij boomnummer 13 waarin bovenin al een behoorlijk schrale (transparante) kroon zichtbaar is. Dit heeft niet alleen met de aantasting van de stam te maken door bloedingen, ook door structuurbederf van de bodem. Het steeds betreden van de bewortelde zone onder de bomen, zowel in frequentie als met grotere groepen mensen tegelijk, maakt dat er verdichting van de bodem is ontstaan. De bovenste 30-40 cm bodem bevat de voedingstoffen die de bomen nodig hebben. Dit is ook precies de zone waarin de verdichting optreedt. De verdichting gebeurt geleidelijk maar begint zich te uiten in de bovenste kroondelen. Dat de onderste kroondelen nog voldoende bladmassa hebben is een vertekend beeld van de algehele conditie van de bomen. Zomereiken De 2 zomereiken laten beide een ander beeld zien uit de resultaten van de trekproef. Bij boomnummer 12 is geen sprake van een verzwakking, deze boom voldoet ruim aan de gewenste normen voor stabiliteit en breuksterkte.

Deze boom laat ook als enige geen afwijkend kantelingspatroon zien. Dit is volledig in lijn met het soort wortelgestel dat een zomereik maakt met een penwortel. Voor deze boom is enkel een afname van conditie en een aantal door lichtgebrek afgestorven takken zichtbaar. Bij boomnummer 18 laat de trekproef wel een verzwakking zien van de boom ten aanzien van de stabiliteit. De stamvoet van deze zomereik laat bastafsterving en primaire bastworp zien. Dit is het gevolg van een aantasting door honingzwam (Armillaria spec.). De huidige stabiliteit is echter nog wel voldoende om het doorgerekende scenario (situatie zomerstorm, gelijk aan factor 1) te doorstaan. De overcapaciteit is echter beperkt. Verdere aantasting zal tot gevolg hebben dat op termijn (5-10 jaar) windworp bij deze boom kan optreden. In de kroon zijn takken afgestorven door lichtgebrek.

8 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

4

4. CONCLUSIE EN ADVIES

4.1

Conclusie

Aan de hand van de trekproeven kan op dit moment geconcludeerd worden dat de stabiliteit en breuksterkte van de beuken en zomereiken voldoende is om geen verhoogd risico te geven. Voor boomnummer 18 is wel te verwachten dat verdere aantasting plaatsvindt en dat dit tot afname van de stabiliteit leidt. In het kader van de veiligheid zijn bij de boomnummers 12 en 18 nog afgestorven takken in de kroon aanwezig. De grootste bedreiging voor deze bomen is structuurbederf van de bodem waardoor de bomen conditioneel achteruitgaan. Het beperken en eventueel omkeren van dit proces zal bijdragen aan het langdurig behoud van de beuken. Omdat de meeste beuken nu nog over een redelijke vitaliteit beschikken, Kunnen ze nog relatief snel reageren op verbeteringen. In het advies is ingegaan op de benodigde maatregelen om structuurbederf te verminderen, dan wel te verbeteren.

4.2

Advies

Onderstaand zijn puntsgewijs een aantal adviezen gegeven ten aanzien van het verdere beheer van de bomen bij het klimbos. •

• •

Structuurbederf bodem o Structuurbederf van de bodem kan in eerste instantie opgeheven worden door het pneumatisch injecteren (ploffen) van de bodem om zo de verdichting op te heffen. Ter stimulatie van de hergroei kunnen vaste voedingstoffen en perliet (ter voorkoming van verdichting) toegevoegd worden. o Verder is het, na het pneumatisch beluchten, van belang om nieuwe verdichting te voorkomen. Dit kan door het toepassen van boomschors op de zones waar gelopen wordt binnen het klimbos. Dit zijn de zones waar nu al duidelijk betreding plaatsvindt. Het toepassen van boomschors, ten opzichte van snippers, heeft als voordeel dat dit een groter dempend effect heeft. Het is daarmee een ideale bodembedekker voor deze locatie. Dit schors kan in een laagdikte van 8-10 cm dik aangebracht worden. o Zowel het injecteren als het toepassen van boomschors dient bij voorkeur binnen 6 maanden plaats te vinden. Onderhoudsnoei o Voor de boomnummers 12 en 18 is het uitvoeren van onderhoudsnoei binnen 3 maanden nodig om de afgestorven takken uit de kroon te verwijderen. Boomnummer 18 o Gezien de aantasting bij boomnummer 18 is het te overwegen om deze boom niet langer als klimboom te gebruiken. Mede omdat de verdichting bij deze boom ook tot versnelde aantasting door honingzwam leidt. Gezien het formaat van de boom heeft het prioriteit om de verdichting hier op te heffen.

9 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

GERAADPLEEGDE LITERATUUR Boeken Butin, H. (2011, 4. Auflage). Krankheiten der Wald- und Parkbäume. Stuttgart, Deutschland: Eugen Ulmer KG. Janssen, i. J. (2013, 5e geheel herzien druk). Stadsbomen Vademecum 4: Boomsoorten en gebruikswaarde. Arnhem, Nederland: IPC Groene Ruimte. Mattheck, K., & e.a. (2014, 1. Auflage). Die Körpersprache der Bäume: enzyklopädie des Visual Tree Assessment. Karlsruhe, Deutschland: Karlsruher Institut für Technologie - Campus Nord. Roloff, A. (2001). Baumkronen: Verständnis und praktische Bedeutung eines komplexen Naturphänomens. Stuttgart: Ulmer. Sinn, G. (2003). Baumstatik: Stand- und Bruchsicherheit von Bäumen an Strassen, in Parks und der freien Landschaft. Braunschweig, Deutschland: Thalacker Medien. Wessolly, L., & Erb, M. (2014). Handbuch der Baumstatik und Baumkontrolle. Berlin-Hannover, Deutschland: Patzer Verlag.

Digitale publicaties Kolařík, J., Oikawa-Radscheit, J., Dujesiefken, D., Joye, T., Witkoś-Gnach, K., Pachnowska, B., Huljenić, G. (2021). Tree Pruning - European Tree Pruning Standard. In (pp. 43): European Arboricultural Standards.

10 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

Bijlagen

BIJLAGE 1: METHODE VAN ONDEZOEK Inventarisatie boomgegevens De onderstaande boomgegevens worden tijdens het onderzoek opgenomen.

Boomsoort Bepaald aan de hand van de soortkenmerken.

Stamdoorsnede De diameter van de boom wordt gemeten op 1,30 meter hoogte in centimeters.

Boomhoogte Bepaald in meters met behulp van een digitale hoogtemeter.

Conditie De conditie van de boom wordt bepaald aan de hand van de scheutlengte, knop- of bladbezetting en de knop- of bladgrootte en de kroonontwikkeling zie figuur A.

Vitaliteit De vitaliteit wordt bepaald door genetische eigenschappen en is soort specifiek. Wel is het zo dat een boom met een goede conditie, een hoger Figuur A: Classificaties conditie naar A. Roloff. herstelvermogen heeft dan een boom met een slechte conditie. De vitaliteit van een boom is het vermogen om te reageren op de verandering in de omgeving, bijvoorbeeld herstel na een verbetering van de groeiplaats. Een vitale boom heeft een goede weerstand tegen ziekten en aantastingen, bijvoorbeeld door het afgrendelen van wonden of het snel herstellen van aantastingen door insecten.

11 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

Bijlagen

Visuele boomcontrole In tabel I is de werkwijze van de visuele boomcontrole weergegeven. Bomen worden zowel biologisch als mechanisch beoordeeld met inbegrip van randfactoren als standplaats en bodemtype. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de VTA-methode (Mattheck & Breloer, 1995), SIAmethode (Wessolly, 1995, 1996, Wessolly & Erb, 2014), en IBA-methode (Reinartz & Schlag, 1996). Werkwijze visuele diagnose van bomen Biologisch

Mechanisch

Boomsoort Plantwijze Conditie Levensfase Vitaliteit Schimmels Insecten

Randfactoren

Breukgevoeligheid

Stabiliteit

Aantasting/ schade Scheefstand Scheuren Soorteigenschappen

Wortelaanzetten Verdeling kroonoppervlak Habitus Lichaamstaal Grondscheuren Soorteigenschappen

Standplaats Bodemtype Locatie grondwater Doorwortelbaar volume Functie van de boom Uitgevoerd werk

Interpretatie van levenskracht van de betreffende boom ten behoeve van: Regulier beheer

Uitvoeren onderhoud

Nader onderzoek

Overig

Frequentie inspectie boomveiligheid

Toepassen snoei Kroonverankering Opwaarderen groeiplaats Rooien/ vervangen

Beoordelen wortelgestel Geluidsmeting

Chlorofyl fluorescentie Analyse grond/blad

Meting elektr. weerstand

Overige analyse

Frequentie snoei

Trekproef Resistograaf

Vertaling van resultaten naar concreet en onderbouwd advies Tabel I: werkwijze visuele boomcontrole.

12 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

Bijlagen

Trekproef De trekproef wordt ingezet om de stabiliteit en/of de breukvastheid van bomen te bepalen. De methodiek heeft een wetenschappelijke basis: als een boom bij een belasting van 40% van een kracht niet verder uit het lood komt dan 0,25°, dan is de boom sterk genoeg om 100% van die kracht te doorstaan (Wessolly & Erb, 1998: Baumstatik). De methode is uitgebreid met de klassieke sterkteberekening voor houtstructuren, met het verschil dat er parameters voor levend houtweefsel worden toegepast.

Werkwijze De stabiliteit en/of breukvastheid van een boom wordt op gecontroleerde wijze getest: • Met behulp van een lierkabel wordt een kracht op de boom uitgeoefend. De kracht op de lierkabel wordt geregistreerd met een elektronische krachtopnemer. • Tijdens het uitoefenen van de kracht wordt met behulp van elektronische hoekmeters het kantelen van de stamvoet vastgelegd. De hellingshoeken registreren zowel de kanteling in de trekrichting als de zijwaartse uitslag. • Gelijktijdig wordt de buiging van het stamhout gemeten met behulp van elastometers. De grootste strekking en samendrukking van houtvezels treedt op in de lijn van de trekrichting. • De proef wordt volbracht door de stamvoet van de boom tot maximaal 0,25° uit het lood te brengen. De veiligheid wordt gewaarborgd door nooit verder te trekken dan 0,5° uitslag, omdat bekend is dat er dan onvermijdelijk wortelschade optreedt. De tweede grenswaarde is een maximale samendrukking uit uitrekking van houtvezels van 0,2 millimeter.

Analyse meetgegevens Voor de analyse wordt gebruik gemaakt van het programma Arbostat, versie 2.2.0.13 • De eerste stap in de analyse is benaderen van de daadwerkelijke windbelasting op de betreffende boom/bomen bij de kritische windsnelheid. Hiervoor wordt gerefereerd aan de Nederlandse Eurocode voor windbelasting; NEN_EN_1991-1-4/NB. Op basis van wetenschappelijk onderzoek worden correctiefactoren toegepast voor de standplaats, omgevingsfactoren en boomsoort specifieke eigenschappen. Het uitgangspunt voor de berekening is die van een ‘worst case’ scenario tijdens de bladperiode. • De tweede stap is het inlezen van de data die tijdens de trekproef zijn geregistreerd. Het resultaat van het kiepgedrag van de kluit, buiging van de stam worden in grafieken gevisualiseerd. Meetwaarden worden weergegeven als reeks percentages van de kritische kiepkracht (stabiliteit) en breuksterkte (breukvastheid) van de stam. • Het is in de normering (o.a. die van het bouwwezen) gebruikelijk om een veiligheidsmarge in te bouwen. Onder normale omstandigheden wordt een veiligheidsfactor van 1,5 toegepast (groene zone ≥ 150%).

13 Stabiliteit en breuksterkte metingen bij 11 bomen in de Scheveningse bosjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13769504/1