RIS317775 Beantwoording SV Haagse jihadist
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
14 januari 2024
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op schriftelijke vragen van het raadslid de heer Guernaoui, luidend: ‘Haagse jihadist’
BSD/10686483 RIS317775
Het raadslid de heer Guernaoui heeft op 17 januari 2024 vier vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. ‘De vrije zielen’, een tijdschrift speciaal gemaakt voor gevangenen die vastzitten voor terrorisme, wordt volgens een artikel vandaag in de Telegraaf, uitgegeven vanuit Den Haag. Onder andere Ridouan T., Mohamed B. en een groep Nederlandse jihadisten zijn lezers van het blad vanuit de gevangenis. Tot voor kort was de uitgever van De Vrije Zielen onbekend, maar volgens de Telegraaf blijkt dit tijdschrift te worden gemaakt in een flatje in Den Haag-Zuid. Het tijdschrift is inmiddels, door de Dienst Justitiële Inrichtingen, verboden voor gevangenen. Op het adres woont een voormalig jongerenwerker. Hij kwam in 2018 in aanraking met de politie. Die schreven een speciaal rapport over hem omdat hij ’actief radicaal gedachtegoed uitdroeg’. De gemeenteraad eiste toentertijd dat hij niet nogmaals zou opduiken om te voorkomen dat hij verder ging met ideeën te verspreiden onder kwetsbare jongeren. Hij verdween uit het zicht en verwijderde al zijn foto's en sociale media.
Maar in augustus begon hij een speciaal zorgbedrijf alleen voor jongeren tot 18 jaar met ontwikkelings- en gedragsproblemen, om hen te ‘begeleiden en ondersteunen’. 1.
Is de burgemeester bekend met het artikel (1) en is de burgemeester op de hoogte dat het tijdschrift voor jihadisten in de gevangenis wordt gemaakt in Den Haag? Zo ja, wat vindt u van deze situatie en wat heeft u gedaan om dit tegen te gaan?
Ja. In algemene zin keuren we alle opruiende, haat zaaiende en/ of jihadistische teksten af. Tegelijk is het aan de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) om te bepalen wat gedeeld mag worden binnen de eigen instellingen. Die kijkt o.a. met een pool van deskundigen naar de inhoud van boeken en dergelijke tijdschriften om te bepalen of het de orde en veiligheid binnen de inrichting verstoort en of wordt opgeroepen tot haat of onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden en andersgelovigen. Indien op basis van de publicaties zorgen (zijn) ontstaan over veiligheidsrisico’s als gevolg van dit gedachtegoed, dan kan daarvan melding worden gemaakt bij de lokale persoonsgerichte aanpak (PGA) CTER. Naar aanleiding van de publicatie in de Telegraaf is bij politie en OM navraag gedaan of dit tot (nieuwe) signalen van radicalisering heeft geleid. Wij doen geen verdere uitspraken over individuele casuïstiek.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10686483
2.
Volgens de Telegraaf is de maker van het tijdschrift een voormalig jeugdwerker en is hij gestart met een ‘zorgbedrijf’. Kan de burgemeester garanderen dat dit bedrijf niet aan de slag kan in Den Haag of samenwerkt met de gemeente Den Haag?
De gemeente Den Haag heeft geen samenwerkingsrelatie met het genoemde bedrijf. Het is niet mogelijk het bedrijf zelf te verbieden in onze stad werkzaam te zijn tenzij sprake is van onwettige praktijken. Daarvan hebben we geen signalen ontvangen. Het tegengaan van radicalisering is noodzakelijk om de Haagse samenleving te beschermen. Daarvoor is samenwerking met de landelijke overheid essentieel. 3.
Kan de burgemeester aangeven of deze personen in beeld zijn bij de instanties?
Zoals in het antwoord op vraag 1 aangegeven is naar aanleiding van artikel bij de veiligheidspartners nagevraagd of dit heeft geleid tot (nieuwe) signalen van radicalisering. Wij doen geen uitspraken over individuele casuïstiek. 4.
Kan de burgemeester aangeven of deze personen samenwerken met andere (Haagse) jihadisten en/of organisaties en wat er gebeurt om deze personen en organisaties aan te pakken?
Voor de aanpak van personen met het jihadistisch gedachtegoed geldt dat zij kunnen worden besproken in de PGA CTER als melding wordt gedaan van (zorgen rondom) radicalisering. Middels deze aanpak worden door alle partners (politie, OM, reclassering, Jeugdbescherming West, gemeente, etc.) interventies ingezet om radicalisering tegen te gaan. De jihadistische beweging in Nederland – en in onze stad – wordt tegengegaan op allerlei vlakken, bijvoorbeeld door het strafrechtelijk vervolgen van ronselaars of haatpredikers, door het weerbaar maken van kwetsbare groepen tegen extremistische ideologieën, door het verspreiden van (online) radicaliserende en haatzaaiende content tegen te gaan, en door het signaleren van individuele gevallen van radicalisering en daarmee netwerken te verstoren. In deze aanpak werken we samen met het rijk (zoals NCTV, AIVD), met de regio (buurgemeenten) en met lokale partners (politie, OM, signaleringsnetwerk in de stad). Voor meer informatie over de Haagse aanpak van radicalisering en extremisme verwijzen wij u naar de jaarlijkse voortgangsrapportages (zie RIS315406). Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2