RIS317743 Stand van zaken project Steenzicht
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Martijn Balster Wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
DSO/10679973 RIS317743 Contactpersoon
Roland de Groot Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Zuidwest Telefoonnummer Datum
14070
16 januari 2024
E-mailadres
roland.degroot@denhaag.nl
Onderwerp
Stand van zaken project Steenzicht
Geachte voorzitter, Op 20 december 2023 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in het kader van de beroepsprocedure van het bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht. Met deze brief informeert het college u over de uitspraak, de omgevingsvergunning en het vervolgproces. Het opstellen van een bestemmingsplan is een complex proces, de diverse bouwprojecten in de Zichten, een complexe binnenstedelijke ontwikkeling. Verschillende beleidsterreinen en belangen, veranderende wetgeving en tijdsdruk (vanwege rijkssubsidie) dragen bij aan die complexiteit. De gemeente Den Haag heeft echter een belangrijke verantwoordelijkheid de procedures te allen tijde zorgvuldig te doorlopen. De Raad van State heeft dit bestemmingsplan vernietigd en op vier beroepsgronden geconstateerd dat verbeteringen noodzakelijk zijn. Het college trekt zich dit aan en neemt de aanbevelingen van de Raad van State zeer ter harte. Vernietiging bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht en gevolgen voor de verleende vergunning De Raad van State heeft op 20 december 2023 uitspraak gedaan over het bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht. Op een viertal beroepsgronden is het bestemmingsplan vernietigd. Hier wordt verderop in deze brief inhoudelijk op ingegaan.
De raad heeft op 10 november 2022 het bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht vastgesteld (RIS313261), na een zorgvuldig debat, maar ook met de nodige tijdsdruk gegeven de rijkssubsidies die met het project zijn gemoeid. Zodra het vastgestelde bestemmingsplan is gepubliceerd, treedt het in werking en kunnen vergunningen worden verleend. Een vergunningaanvraag moet aan het dan geldende bestemmingsplan worden getoetst. Op 8 juni 2023 is de omgevingsvergunning voor Steenzicht verleend. Tegen de verleende vergunning zijn bezwaren ingediend. Er is ook een voorlopige voorziening aangevraagd. Dit verzoek is op 22 augustus 2023 afgewezen door de rechtbank Den Haag. Op 18 december 2023 heeft het college, conform het advies van de Adviescommissie Bezwaarschriften, de bezwaren tegen de omgevingsvergunning ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing op bezwaar is inmiddels ook beroep ingediend en wederom een voorlopige voorziening aangevraagd.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10679973
De vernietiging van het bestemmingsplan leidt er niet toe dat de omgevingsvergunning direct van tafel is, maar betekent wel dat de omgevingsvergunning die op grond van dat bestemmingsplan is verleend, blootstaat aan vernietiging zolang de vergunning niet onherroepelijk is. Ten tijde van de beslissing op bezwaar was het bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht echter nog van kracht en is daarmee ook het toetsingskader voor de bestuursrechter (ondanks dat dit bestemmingsplan na het nemen van de beslissing op bezwaar is vernietigd). De vernietiging van het bestemmingsplan heeft niet tot gevolg dat de gemeente de omgevingsvergunning kan herroepen en heeft geen gevolgen voor de bruikbaarheid van deze omgevingsvergunning zolang de rechter geen voorlopige voorziening treft. Het is aan de corporatie en bouwer of wordt doorgebouwd. De corporatie en bouwer kiezen ervoor dit te doen zolang dit op grond van de afgegeven vergunning mag omdat stopzetten grote financiële en uitvoeringsgevolgen heeft (zoals geen beschikbaarheid meer van materieel). Vervolgproces Helaas heeft de Raad van State bij haar uitspraak op 20 december geen mogelijkheid geboden om de motivering aan te vullen. Het bestemmingsplan is vernietigd en bestaat daarmee niet meer.
Reparatie van het bestemmingsplan is dus niet aan de orde en een nieuw bestemmingsplan is binnen de huidige wetgeving niet (meer) mogelijk vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op basis van de verleende omgevingsvergunning vinden bouwwerkzaamheden plaats. In onderstaande toelichting op de uitspraak is te zien dat een deel van de beroepsgronden van het bestemmingsplan al is ondervangen in de omgevingsvergunning. Indien de omgevingsvergunning in beroep bij de rechtbank of Raad van State geen standhoudt, zal eventueel onder vigeur van de Omgevingswet, een nieuwe zelfstandige procedure voor de aanpassing van het planologisch kader moeten worden gevoerd (omgevingsplan). Dit kan een vertraging van enkele maanden kosten. Om de risico’s op deze vertraging te verminderen heeft Heijmans op 27 december 2023, namens Staedion, een extra aanvraag voor een nieuwe omgevingsvergunning gedaan voor afwijking en op grond van het oude bestemmingsplan, die de planologische grondslag van het vernietigde bestemmingsplan kan vervangen. Binnen deze aanvraag worden de aspecten waar de Raad van State omissies zag, aangevuld. Het college is het bevoegd gezag om te beslissen op de aanvraag, maar zal pas een beslissing nemen nadat uw raad een besluit heeft genomen over het geven van een verklaring van geen bedenkingen.
Vertraging heeft vervelende gevolgen: financiële consequenties voor bouwende partijen, maar vooral voor de bewoners van Zuidwest en voor het publiek belang van volkshuisvesting. Steenzicht is het eerste project binnen Dreven-Gaarden-Zichten dat niet alleen een groot aantal sociale huur- en middenhuur-woningen zal opleveren waar in Den Haag grote behoefte aan is, maar dat, ook nodig is voor de herhuisvesting van huurders uit andere complexen die worden aangepakt. De fasering van de oplevering beoogt zoveel mogelijk huurders die moeten uithuizen direct van een nieuwe woningen te voorzien. Vertraging heeft tot gevolg dat een aantal huurders die in de wijk willen blijven, genoodzaakt is om twee keer te verhuizen. De oude woningen zijn reeds gesloopt en de bouw is in volle gang. Ook is niet in het belang van de leefbaarheid in de buurt dat de bouwplaats lang in zijn huidige toestand blijft liggen. Het college wil zich dan ook inspannen deze periode zo kort als mogelijk te laten duren. Uitspraak Raad van State De Raad van State heeft in haar uitspraak gesteld dat de gegeven motivering van vier beroepsgronden onvoldoende is.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10679973
Stikstof Voor het bestemmingsplan is een stikstofonderzoek uitgevoerd (januari 2022) waarbij stikstofemissie in de bouwfase niet is meegenomen omdat beroep gedaan werd op een bouwvrijstelling. Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan waarin is aangegeven dat de bouwvrijstelling niet langer mag worden toegepast en stikstofemissie in de bouwfase moet worden meegenomen. Het college heeft de gevolgen van deze uitspraak moeten bestuderen. Het bestemmingsplan was toen al geagendeerd voor vaststelling in de gemeenteraad. Er was nog geen nieuwe landelijke rekentool voor de stikstofberekeningen ontwikkeld die rekening hield met deze uitspraak, dus berekeningen konden niet worden aangepast. Vanwege het bovengenoemde publiek belang in het kader van herhuisvesting en het behouden van de WBI-subsidie (€ 26,8 mln.) werd geen aanleiding gezien voor uitstel van de vaststelling van het bestemmingsplan omdat er mogelijkheden waren om bij de omgevingsvergunning de berekeningen te actualiseren. Op 10 november 2022 is het bestemmingsplan vastgesteld in de gemeenteraad. In januari 2023 is de rekentool aangepast om nieuwe stikstofberekeningen uit te kunnen voeren. Een nader stikstofonderzoek, inclusief stikstofemissie in de bouwfase, is opgesteld ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning en akkoord bevonden bij de toetsing.
Ter voorbereiding op de zitting bij de Raad van State over het bestemmingsplan zijn de berekeningen ook toegezonden maar helaas heeft de Raad van State deze niet meegewogen. De uitkomsten van deze berekeningen tonen aan dat voor zowel de bouwfase als gebruiksfase, geen toename is in stikstofdepositie. Borging binnentuinen Bij amendement RIS313688 is aan de planregels in artikel 1.17 een definitie toegevoegd van het begrip binnentuin en artikel 6.2.1 lid e, dat een parkeergarage wordt voorzien van een binnentuin. Ook voor het college was een optimale verankering van de binnentuin wenselijk en heeft hier positief pre-advies op gegeven. Het amendement is unaniem aangenomen. De Raad van State constateert echter dat artikel 6.2.1., ondanks het amendement, theoretisch ruimte bevat om binnen het woonblok maaiveldparkeren te realiseren, dat niet valt onder het begrip “garage”, en zo de verplichting van de aanleg van een binnentuin te omzeilen. De aanleg van de binnentuinen is hiermee onvoldoende in de planregels geborgd. Ter voorbereiding op de zitting is de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van Steenzicht toegezonden. Hierin is opgenomen dat een dek met binnentuin gerealiseerd wordt. Bij de nieuwe bestemmingsplannen die ter inzage liggen, zal een correctie voor de borging van de binnentuinen worden doorgevoerd in de planregels.
Flora en fauna In het bestemmingsplan is gemotiveerd dat geen belangrijke negatieve gevolgen worden verwacht ten aanzien van beschermde soorten. De egel wordt hier echter niet genoemd, maar wordt wel verwacht aanwezig te zijn in het plangebied. De egel is niet overgenomen in de aanmeldnotitie omdat in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt voor de algemene soorten (zoals egel, vos en knaagdiersoorten) bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten is de zorgplicht van toepassing, wat inhoudt dat negatieve effecten zoveel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. De Raad van State ziet in het niet opnemen van deze constatering in de aanmeldnotitie een aanknopingspunt om te twijfelen aan de conclusie van de uitgevoerde onderzoeken. Bij de nieuwe bestemmingsplannen die nu ter inzage liggen worden de betreffende rapportages in het geheel bijgevoegd en niet alleen de conclusies overgenomen. Hiermee kan de zorg van de Raad van State worden weggenomen. Parkeren Voor het project is een parkeerbalans opgesteld. Het bewonersaandeel van de parkeervraag voor de nieuwbouw wordt op eigen terrein opgelost. Voor het bezoekersaandeel wordt gebruik gemaakt van beschikbare parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10679973
In de openbare ruimte komt extra ruimte vrij doordat de vraag vanuit de bewoners van de gesloopte woningen is verdwenen. In de berekening bij het bestemmingsplan wordt aangegeven dat 82 plekken in de openbare ruimte nodig zijn en een vraag van 85 plekken komt te vervallen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat bij de definitieve herinrichting van de openbare ruimte de hoeveelheid parkeerplaatsen in de openbare ruimte afneemt en dat de bezoekers van de nieuwbouw gaan parkeren in een centraal parkeergebouw. Het parkeergebouw, onderdeel van deelplan Zichten 7, wordt planologisch mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7. Zolang dit centraal parkeergebouw niet is gerealiseerd, moet zorggedragen worden voor het behouden van voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Om dit mogelijk te maken is in het bestemmingsplan opgenomen dat salderen is toegestaan tot het centrale parkeergebouw is opgeleverd. Naar het oordeel van de Raad van State is onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat het aantal parkeerplaatsen in het openbaar gebied gedurende de ontwikkeling van de buurt voor bewoners en bezoekers ook beschikbaar zal zijn. Voor de periode dat de bouw van Steenzicht is opgeleverd maar het centrale parkeergebouw nog niet is gerealiseerd, vindt de Raad van State dat het parkeren in de openbare ruimte onvoldoende gewaarborgd is.
Er is onvoldoende onderbouwd of de bedoelde parkeerplaatsen ook daadwerkelijk in de openbare ruimte beschikbaar zijn, ook omdat in het bestemmingsplan betoogd is dat er bij de definitieve herinrichting parkeerplaatsen in de openbare ruimte gaan verdwijnen. De Raad van State vraagt ook meer onderbouwing over het in te voeren parkeerregime en de effecten daarvan op de beschikbaarheid van parkeerplekken in het plangebied. Waar nodig zullen er bij een nieuwe planologische procedure of omgevingsvergunningverlening extra planregels en/of vergunningsvoorschriften worden opgenomen om de door de Raad van State verlangde zekerheid van voldoende parkeerplekken in de openbare ruimte tot aan de realisatie van het centrale parkeergebouw te garanderen. Bij de verlening van de omgevingsvergunning Steenzicht heeft de toets aan de Nota Parkeernormen (RIS309940) plaatsgevonden. Bij de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, naar aanleiding van het verzoek om een voorlopige voorziening op de omgevingsvergunning Steenzicht, verklaart de voorzieningenrechter dat hij geen aanleiding ziet voor het oordeel dat deze berekening niet juist is uitgevoerd. Door sloop en oplevering van woningen en gefaseerde inrichting van de openbare ruimte wijzigen vraag en aanbod in verschillende fases.
Voor de verschillende fases in de Zichten is de beschikbaarheid van openbare parkeerplaatsen en de bijbehorende parkeerbalans in beeld. Voor alle fases zal worden voorzien in de parkeervraag conform de Nota Parkeernormen. Dit wordt in de nieuwe planologische procedure uitgebreider en beter in beeld gebracht. Met het ter inzage leggen van ontwerpbestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 wordt een volgende stap gezet in de gebiedsontwikkeling waarmee de centrale parkeervoorziening wordt vastgelegd. Hiermee wordt voor het vervolg de verantwoording eenvoudiger. Daarnaast zal elke omgevingsvergunning altijd een sluitende parkeerbalans conform de Nota Parkeernormen moeten kunnen aantonen. Volledigheidshalve merken wij op dat deze uitspraak (op het onderdeel parkeren) geen overeenkomst heeft met de casus van bestemmingsplan Assumburgweg. Hier was de Raad van State van mening dat de gemeente onvoldoende had onderbouwd waarom t.a.v. Assumburgweg werd afgeweken van het toen geldende parkeerbeleid. Een afwijking van het parkeerbeleid is in dit plan niet aan de orde.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10679973
Consequenties voor vervolgplannen De ontwerpbestemmingsplannen voor Zichten 2, 3 en 7 en Dreven 1 liggen vanaf 29 december 2023 ter inzage en worden na deze periode gefinaliseerd vastgesteld door het college en ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd. De gevolgen voor de ter inzage liggende bestemmingsplannen lijken beperkt en oplosbaar. In het geval dat de gronden waarop het bestemmingsplan Steenzicht en Ruimzicht is vernietigd, en deze niet goed zijn opgenomen in de ontwerpbestemmingsplannen Zichten 2, 3 en 7 en Dreven 1, worden voor vaststelling de benodigde wijzigingen doorgevoerd. Dit speelt met name voor de borging van de binnentuinen in de regels en de toelichting op de parkeerbalans. Met vriendelijke groet, de wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest Martijn Balster
5/5