CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317717 Beantwoording SV Aanbesteding energiebesparingsmaatregelen

Commissie Leefomgeving 24 oktober 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 3: Duurzaamheid, milieu en energietransitie1.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

12 maart 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Thepass, luidend aanbesteding energiebesparingsmaatregelen

DSO/10715978 RIS317717

Het raadslid de heer Thepass heeft een brief op 5 januari 2024 met daarin 7 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. GroenLinks heeft op Tenderned gezien dat de gemeente een nieuwe aanbesteding heeft uitgeschreven voor het doen van energiescans, het aanbrengen van energiebesparende materialen, energiebrigades en het leveren van energiebesparende materialen. Het doel hierachter is om de huidige activiteiten rondom energiebesparing de komende vier jaar door te laten gaan. GroenLinks is blij dat deze activiteiten worden doorgezet, maar zet vraagtekens bij de keuze voor een aanbesteding die commerciële marktpartijen bevoordeelt. Er zijn immers ook mogelijkheden om onder het mom van Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) buiten aanbestedingen om de samenwerking aan te gaan met maatschappelijke partijen zoals energiecoöperaties. 1)

Kan het college toelichten waarom het voor deze diensten voor de route van aanbesteden heeft gekozen?

De opdracht tot het uitvoeren van energiescans en het toepassen van energiebesparende maatregelen wordt aangemerkt als aanbestedingsplichtige overheidsopdracht. In overeenstemming met de Europese Richtlijn 2024/EU, Aanbestedingswet 2012 is deze opdracht daarom elke 4 jaar Europees aanbesteed. Het inkoopbeleid is gericht op rechtmatig, doelmatig en maatschappelijk verantwoord inkopen (MVOI). Er bestaan twee, in de aanbestedingsregelgeving voorziene, instrumenten om meer arbeidskansen te realiseren voor inwoners. Ten eerste, door aan te besteden ‘onder voorbehoud aan erkende sociale ondernemers’1 (sociale inkoop). Ten tweede, door het toepassen van ‘social return’2. Op basis van onze ervaring met aanbestedingen en de inzet van maatschappelijke partners bij energiebesparende maatregelen, beoordelen we per keer of, en zo ja hoe, maatschappelijke partners mee kunnen doen aan een aanbesteding. De huidige aanbesteding bestaat uit vier percelen. Bij perceel 2 (Direct Bespaaractie) is gekozen voor sociaal inkopen, hierbij maken dus alleen erkende sociale ondernemers kans. Bij de percelen 1, 3 en 43 is gekozen voor social return omdat hier meer specialistische kennis voor nodig is. Voor perceel 3 is er aanvullend bepaald dat de opdrachtnemers

1

“Erkende sociaal ondernemers voldoen aan de eisen zoals gesteld in artikel 2.82 in de aanbestedingswet. Dit betekent onder andere dat

tenminste 30% van de werknemers in het bedrijf een afstand tot de arbeidsmarkt heeft.” (Bron: RIS305067) 2

Opdrachtnemers zetten minimaal percentage van de gegunde opdrachtsom in op werkgelegenheid of arbeidsontwikkeling voor mensen

met een afstand tot de arbeidsmarkt (Bron: RIS305067) 3

1. Technisch advies en energiescans, 3. Energiebrigade, 4. Energiebesparende materialen.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10715978

een aantal personen aannemen die bijstand ontvangen. Onder de partijen die deze opdrachten gegund hebben gekregen zijn alsnog meerdere erkende sociale ondernemers. 2)

Deelt het college de analyse van GroenLinks dat aanbesteden slechts één van de manieren is om zaken in te kopen en dat activiteiten in de energietransitie in het kader van DAEB ook via andere procedures kunnen worden ingekocht?

Het college is zich bewust dat er andere procedures mogelijk zijn. Zo kunnen we in specifieke daarvoor geschikte situaties soms ook subsidies inzetten of een dienst als DAEB aanmerken. De nu en eerder aanbestede energiebesparende maatregelen zijn reguliere ‘overheidsopdrachten’ die op de markt door diverse ondernemers worden aangeboden of die dat kunnen aanbieden. De activiteiten voldoen ook om die reden niet aan de criteria voor aanwijzing als DAEB. In het bijzonder omdat geen sprake is van ‘marktfalen’ die het noodzakelijk maakt om uit oogpunt van publieke belangen in te grijpen op de markt door aanwijzing van die (vaak niet rendabele) dienst als DAEB. Energiecoöperaties zijn van onschatbare waarde voor een effectieve en rechtvaardige energietransitie. Ze bevorderen draagvlak, lokaal zeggenschap en zorgen ervoor dat baten van activiteiten binnen de energietransitie ook direct bij bewoners terechtkomen. Coöperaties zijn een uitgangspunt in de transitievisie warmte. Daarnaast is het college onder andere via de motie “Stimuleringsaanpak lokale energiecoöperaties’’ 1 opgeroepen energiecoöperaties te stimuleren. Ook in het coalitieakkoord is de volgende afspraak gemaakt: “We stimuleren energiecoöperaties met een gerichte aanpak en dragen daarbij zorg voor de toegankelijkheid van die coöperaties voor mensen met lagere inkomens”.

Juist het inkopen van dergelijke dienstverlening richting bewoners kan energiecoöperaties stimuleren, omdat zij meer structureel gefinancierde activiteiten kunnen uitvoeren en dankzij het extra contact met bewoners verder kunnen groeien. 3)

Kan het college haar keuze voor aanbesteding van de energiebesparende maatregelen plaatsen in de context van de hierboven beschreven politieke opdracht om lokale energiecoöperaties te stimuleren?

In de motie ‘Stimuleringsaanpak lokale energiecoöperaties’4 gaat het vooral over het faciliteren van de coöperaties om energie op te wekken en dat te delen met kwetsbare inwoners. Het college ondersteunt dit van harte maar vindt de koppeling, overstap en opschaling van eigen op de coöperatie gerichte activiteiten naar dienstverlening aan derden met energiebesparende maatregelen niet de meest voor de hand liggende en logische stap. Gezien de omvang vraagt dit van de ondernemingen specifieke kennis, ervaring en (technische) geschiktheid. 4)

Is het college bereid om voortaan haar politieke opdracht om lokale energiecoöperaties te stimuleren ook in het inkoopbeleid te verwerken? Denk bijvoorbeeld om Haagse coöperaties net als het Haagse midden- en kleinbedrijf -toe te voegen aan het uitnodigingsbeleid van de gemeente of gebruik van de mogelijkheden onder DAEB. Graag een toelichting.

Het stimuleren van de lokale energiecoöperaties ziet in eerste instantie op het zo goed mogelijk faciliteren van de eigen activiteiten van de coöperaties met het oog op het opwekken van energie. Het college ziet geen aanleiding om het inkoopbeleid aan te passen met het oog op eventuele toekomstige externe activiteiten van de coöperaties buiten de huidige doelstelling, maar staat vanzelfsprekend open voor deelname van de energiecoöperaties aan toekomstige aanbestedingen voor energiebesparende

4

Stimuleringsaanpak lokale energiecoöperaties (RIS314234)

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10715978

maatregelen. Er komt een volgende aanbesteding aan en daar zullen de coöperaties op worden geattendeerd. 5)

Deelt het college de mening van GroenLinks dat energiebesparende maatregelen bij uitstek maatregelen zijn die coöperaties in staat zijn om uit te voeren en dat het een grote gemiste kans is om deze activiteiten voor de komende vier jaar bij marktpartijen aan te besteden?

Het college is van mening dat het (fysiek) uitvoeren van energiebesparende maatregelen een (technische) geschiktheid vereist met een daarbij behorende kwalificatie. Er zijn meerdere partijen uit verschillende hoeken die daarover beschikken. Bij voldoende (technische) geschiktheid zijn de energiecoöperaties vanzelfsprekend van harte welkom om deel te nemen aan de aanbestedingen van de gemeente. Met het uitvoeren van energiebesparende maatregelen willen we als gemeente meerdere doelen bereiken. Een daarvan is dat de werkgelegenheid in de stad komt en dat we sociale ondernemingen indien mogelijk ondersteunen. 6)

Kan het college aangeven in hoeverre het heeft geïnventariseerd of de opdracht rondom de energiebesparingsmaatregelen ook door Haagse coöperaties kon worden gedaan, eventueel met steun van landelijke koepels? Heeft het bijvoorbeeld verkennende gesprekken gevoerd met coöperaties om hun mogelijke interesse in beeld te brengen? Zo nee, waarom niet?

Het college heeft geen inventariseerde gesprekken gevoerd rondom deze opdracht. Het college is in gesprek met de coöperaties om hen te helpen met de doelstelling en kernopdracht en dat is energie opwekken en de opbrengst delen met de stad. Het college ziet nog geen directe koppeling met de nu aanbestede opdracht maar is bereid te verkennen of en hoe coöperatie in de toekomst mee kunnen doen. Zie ook het antwoord op vraag 5. 7)

Is het college bereid om de aanbesteding in ieder geval tijdelijk in te trekken en bij coöperaties te informeren of, hoe en waar zij de gemeentelijke opdracht voor energiebesparende maatregelen kunnen uitvoeren? Kan het de gemeenteraad schriftelijk over de voortgang- en uitkomsten van deze gesprekken informeren?

Nee, want dit houdt de voortgang op en levert daarmee te veel stagnatieschade op. We moeten dan de uitvoering van energiebesparende maatregelen opschorten en kunnen dan niet voldoen aan de ambitie om te versnellen tot zo mogelijk 10.000 woningen per jaar. Daarnaast dienen de energiecoöperaties te voldoen aan de eisen die ook aan marktpartijen worden gesteld voor de uitvoering van de energiebesparende werkzaamheden. Zie ook het antwoord op vraag 6. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13912807/1