RIS317709 Beantwoording SV Energietransitie zonder kapitein
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
14 februari 2024
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heer Martini en de heer Martinez van Andel, luidend: ‘Energietransitie zonder kapitein’
DSO/10690049 RIS317709
De raadsleden de heer Martini en de heer Martinez van Andel hebben op 4 januari 2024 een brief met daarin vijftien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Het heeft toch sterke trekken van een mislukt transitiebeleid van het college onder leiding van de wethouders Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen (GroenLinks) en Financiën, Cultuur en Economische ontwikkeling (D66). Na de netcongestie en het mislukken van de aanbesteding van de warmteconcessies blijft er weinig van over. De aankoppeling van de WarmtelinQ c.q. smeerpijp, op een stedelijk warmtenetwerk zal op dezelfde bezwaren stuiten als de mislukte warmteconsessie aan de DCR (De Constant Rebecqueplein). 1.
Nu er geen nieuwe leveranciers zijn, die de warmtenetten gaan aanleggen ontstaat er in 2026 een mogelijkheid dat de geothermiebron en later de aquathermiebron duurzame warmte kunnen leveren aan het bestaande Haagse stadsverwarmingsnet van Eneco NV. Is dit ook hetgeen het college wil nastreven? Zo niet, waarom niet, en past dit dan in het collegebeleid en eerdere raadsuitspraken dat lokale duurzame bronnen altijd voorrang zullen krijgen?
Ja, het college vindt het wenselijk dat het warmtenet van Eneco wordt gevoed met geothermie en aquathermie. Voor iedere warmtebron is warmtevraag nodig. Anders dan in de vraagstelling wordt verondersteld, is het niet doorgaan van de aanbesteding van warmteconcessies in Den Haag een belemmering voor de ontwikkeling van de geothermiebron en de aquathermiebron. Als de warmtevraag niet groeit (door middel van warmtenetten), is het onwaarschijnlijk dat geothermie succesvol ontwikkeld kan worden. 2.
Hoe groot is of blijft de behoefte/volume om 120 graden-warmte uit de WarmtelinQ af te nemen bij het wegvallen van 50.000 woningen? En is er überhaupt nog enig volume nodig indien de aftakking van de smeerpijp naar Zuidwest niet tot stand komt in verband met betaalbaarheid, niet de duurzaamst mogelijke optie en gebrek aan voldoende afnemers, waarbij ten slotte ook nog speelt de data waarop a. die behoefte dan ontstaat en b. wanneer de WarmtelinQ die dan zou kunnen leveren?
Warmtenetten worden voor grote delen van Den Haag nog steeds gezien als de meest aantrekkelijke optie in de warmtetransitie. Zodra deze worden gerealiseerd, zijn alle duurzame warmtebronnen nodig. Het college beraadt zich over een haalbare aanpak waarmee het aantal aangesloten woningen wel degelijk kan groeien en waarmee het college, indien mogelijk, meer regie krijgt op de in te zetten bronnen. Dat doet het college om de geothermiebron en de aquathermiebron mogelijk te maken.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10690049
Als het warmtenet niet uitbreidt, blijft nog steeds warmte nodig voor de bestaande aansluitingen. Dat is een substantiële warmtevraag. Eneco, als leverancier en eigenaar van het bestaande stadsverwarmingsnet, bepaalt van welke bronnen warmte wordt afgenomen. Als voor een maximale benutting van WarmtelinQ wordt gekozen, blijft alleen tijdens piekmomenten vraag naar andere bronnen. Dat kan aardgas, geothermie of een andere bron zijn. Eneco kan ook besluiten de andere bronnen meer te benutten en WarmtelinQ minder te gebruiken. 3.
Weet het college welke gevolgen de ontwikkelingen van de afgelopen 6 maanden voor het WOS (warmte overdrachtsstation) in de leegstaande hal van de Energiecentrale aan De Constant Rebecquestraat zal hebben?
Voor het warmteoverdrachtstation (WOS) t.b.v. het overdragen van de warmte afkomstig uit de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag naar het stadsverwarmingsnetwerk van Eneco heeft dit geen gevolgen. De bouw zal gewoon doorgaan. Voor het WOS die de warmte van de geothermiebron overdraagt en voor de WOS die de warmte van de aquathermiebron overdraagt is dit afhankelijk of een warmteleverancier deze warmte wil inzetten. Hiervoor moeten contracten worden afgesloten. 4.
Een nadere vraag is, heeft het college een bouwvergunning afgegeven voor het WOS en zijn er nog andere vergunningen nodig?
Nee, het college heeft geen omgevingsvergunning (of bouwvergunning) voor een WOS afgegeven. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag die vergunningen afgeeft en heeft op 12 mei 2022 een omgevingsvergunning afgegeven die het bouwen van een WOS t.b.v. de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag mogelijk maakt. Er zijn geen andere vergunningen of instemmingen nodig. 5.
Hebben de bouwwerkzaamheden op het terrein van de energiecentrale aan de kant bij lijn 11 iets te maken met de komst van het WOS? Zo ja, zijn daar dan ook alle vereiste vergunningen voor afgegeven en zo ja, wanneer?
Er zijn, als voorbereiding op de aanleg van de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag en de bouw van een WOS, werkzaamheden uitgevoerd, bijvoorbeeld het graven van proefsleuven. De benodigde (omgevings)vergunning voor diverse vergunningplichtige activiteiten en een instemmingsbesluit op het artikel 2:10a APV en artikel 2:11 APV zijn afgegeven door het college en de besluiten hiertoe hebben in de beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State standgehouden (zie RIS315499). Zie ook het antwoord op vraag 4. Daarnaast zijn er werkzaamheden zichtbaar die Stedin uitvoert aan het schakelstation op het terrein en net om de hoek zijn kabels aangelegd voor het oude KPN-gebouw. Dit zijn geen werkzaamheden aan het WOS. 6.
Lijkt het niet voor de hand te liggen om de bouw van het WOS niet door te laten gaan en kan het college mededelen of er enige steun, geldelijk of anderszins naar Eneco is gegaan m.b.t het WOS?
Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland is bevoegd gezag m.b.t. vergunningverlening. Omdat Eneco restwarmte gaat invoeden in het bestaande stadsverwarmingsnetwerk van Den Haag is een WOS nodig.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10690049
Vanuit de gemeente is geen geldelijke steun m.b.t. het WOS naar Eneco gegaan. Het is het college niet bekend of dat vanuit de rijksoverheid of provincie wel steun aan Eneco is verstrekt voor de bouw van een WOS. 7.
Kan het college aangeven of er nog steeds geen sprake is van enigerlei vorm van staatssteun, geoorloofde of ongeoorloofde?
De rijksoverheid en provincie Zuid-Holland hebben bijgedragen aan de kosten van WarmtelinQ. De gemeente heeft een bijdrage verstrekt aan Eneco, Uniper, Haagse Aardwarmte en WTS B.V. om de leidingen in goed overleg zo (om) te leggen dat ruimte beschikbaar blijft voor een geothermiebron. Hier heeft een staatssteuntoets op plaatsgevonden, met de conclusie dat dit is geoorloofd binnen de staatsteunregels. 8.
Ligt de energietransitie voor wat betreft de andere onderdelen van decentrale energieopwekking nog steeds op schema en daarbij de vervolgvraag welke aanpassingen van beleid en uitvoering zijn daar op kortere termijn te verwachten?
Het college rapporteert op basis van de werkagenda Energietransitie (RIS317123) over de voortgang van de energietransitie. De werkagenda beschrijft alle concrete en meetbare acties (projecten, instrumenten, beleid) waar we als gemeente mee bezig zijn (of mee aan de slag gaan) die raken aan de energietransitie. Het versnellen van het aantal warmtenetaansluitingen is één van de icoonprojecten uit de werkagenda Energietransitie. Logischerwijs heeft het resultaat van de verdiepende businesscase invloed op dit project. Dit geldt ook voor een aantal gebiedsgerichte aanpakken. Het college streeft nog steeds naar uitbreiding van de warmtevraag via warmtenetten, conform de Transitievisie warmte (RIS313867). Daar moet een andere aanpak voor worden gevonden dan een aanbesteding waarmee de markt wordt gevraagd om de warmtenetten aan te leggen en te exploiteren. Voor de andere projecten, instrumenten en acties ziet het college op dit moment niet direct vertraging ontstaan. 9.
Ambities en werkelijkheid dienen bij elkaar te liggen om niet losgezongen beleidsdoelstellingen na te jagen. Zo is bij de volkshuisvesting in Den Haag een onrealistische kloof tussen de beleidswens 4.000 woningen per jaar erbij terwijl de werkelijke bouwproductie van 2.000 woningen per jaar ternauwernood gehaald wordt. Vreest het college niet dat zijn doelstelling 90% van het gas af nu net zo onwerkelijk zal worden als de reële bouwproductie? Zo niet, welke maatregelen worden er nu getroffen om het doel haalbaar te krijgen? Zo niet, kan het zo zijn dat hier een collegiale tunnelvisie speelt?
Het college is er van overtuigd dat de 90% van de woningen die nu nog met aardgas worden verwarmd, uiteindelijk van het gas af gaan. De snelheid waarmee dat gebeurt hangt af van een succesvolle aanpak van de energietransitie door alle betrokken spelers. Het college beraadt zich over een nieuwe aanpak om de aansluiting van woningen op warmtenetten te realiseren. Van tunnelvisie is geen sprake. Den Haag heeft sinds 1906 een eigen centrale, de Elektriciteitsfabriek de oudste nog in bedrijf zijnde centrale van ons land en het is inmiddels een moderne STEG (Stoom En Gas) installatie. Voor 2030 wil Eneco N.V voor hun bedrijfsvoering en winstmarge -zo lijkt ons -, de warmteproductie van deze STEG-centrale met 30% verminderen. En vervolgens vervangen door industrieel (d.m.v. gebruik van fossiele brandstof opgewekte kokend) afval -of restwater uit het Rotterdamse havencomplex, dat met circa 20% de grootste vervuiler van Nederland is).
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10690049
10. Nu er al dreigende netcongestie (zie raadsinterpellatie van 21 december 2023) m.b.t. elektriciteit in Den Haag speelt, is de vraag of het college wel beseft wat het betekent als er door de Haagse STEG maar liefst 30% minder warmte/stoom zal worden afgenomen? Minder aftapwarmte betekent ook een lagere elektriciteitsproductie In Den Haag, wat vindt het college van dit voornemen? Het college heeft navraag gedaan bij Stedin. De elektriciteit die de STEG levert, gaat via een hoogspanningsstation de stad in. De elektriciteit die van buiten Den Haag aan de stad wordt geleverd, loopt via datzelfde hoogspanningsstation. Netcongestie treedt op op het net in Den Haag, dus nadat de elektriciteit door het hoogspanningsstation aan de stad is geleverd. Het maakt voor de netcongestie niet uit welke bron de elektriciteit aan het hoogspanningsstation heeft geleverd. Daarmee is het meer of minder produceren van elektriciteit door de STEG niet van invloed op de congestie. Het college is er van overtuigd dat gasaansluitingen zullen worden vervangen door een duurzame warmtevoorziening. Individuele of kleinschalig collectieve warmtepompen gaan samen met een veel zwaardere belasting van het elektriciteitsnet dan collectieve warmtenetten. De piek van de vraag naar elektriciteit, is net als de piekvraag naar warmte in de winterperiode.
De restwarmte van elektriciteitsproductie kan dan goed worden benut. Het is belangrijk om de warmte kortstondig op te kunnen slaan. Het is aan Uniper, de eigenaar van de STEG, om hier de juiste maatregelen voor te nemen, in overleg met de gemeente en andere stakeholders. 11.
Weet het college of er al afspraken zijn tussen Uniper en Eneco dat werkelijk ook bepaalt dat er 30% minder gaat worden afgenomen en wat betekent dat vervolgens voor de overlevingskansen van de STEG-centrale bij het wegvallen van deze omzet? Blijft het een levensvatbare optie?
Het college kent de precieze afspraken tussen Uniper en Eneco niet. Er zijn geen signalen dat de STEG-centrale gaat verdwijnen. 12. De Haagse STEG centrale is een strategisch belangrijk instrument in de voorziening van de energiebehoefte van de stad. Teloorgang of het laten toevallen aan het Japanse monopolyde bedrijf Eneco N.V. zou een nog verdere en onacceptabele uitkomst zijn van het dreigende fiasco op het gebied van de Haagse energietransitie, is het college dat met ons van mening? Zo ja, hoe zien de maatregelen ter voorkoming daarvan eruit? Er zijn geen signalen dat de centrale teloorgaat of dat Eneco de Uniper centrale wil overnemen. Als dit actueel wordt zal het college zich daar een mening over vormen en eventuele maatregelen voorbereiden. 13. Wil het college ervoor zorgen, dat de Haagse STEG centrale zolang de energietransitie in Den Haag niet is voleindigd, deze cruciale voorziening voor de inwoners en het Haags bedrijfsleven bij een Haags lokaal energiebedrijf (deze nutsvoorziening zou volgens het ministerie van EZ voor 51 % in handen moeten zijn van de lokale overheid) moet worden ondergebracht? Met de concept-Wet collectieve Warmtevoorzieningen moeten warmtenetten voor meer dan de helft in publieke handen komen. Het college gaat onderzoeken bij welke partij Haagse netten kunnen worden ondergebracht.
Eén van de mogelijkheden die wordt onderzocht is een Haags lokaal energiebedrijf zoals in de motie “Gemeentelijk Warmtebedrijf” (RIS317592) is verzocht.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10690049
14. Vindt het college het verstandig dat straks zo goed al geheel Den Haag afhankelijk is van 1 grote warmte-energie leverancier, deels monopolist ook nog, zonder een back-up mogelijkheid? Lijkt het college dit in het belang van de leveringszekerheid van energie aan onze stadsgenoten en vooral van het Haags bedrijfsleven? Het college deelt het beeld niet dat straks zo goed al geheel Den Haag afhankelijk is van 1 grote warmte-energieleverancier, deels monopolist ook nog, zonder een back-up mogelijkheid. Uit de aanbesteding en Laakhavens en andere gebieden zijn al verschillende energieleveranciers gekozen. De theoretische situatie van 1 grote warmte-energieleverancier zonder back-up mogelijkheid zou niet in het belang van de leveringszekerheid zijn, maar kan binnen de huidige en voorgestelde wetgeving ook niet ontstaan. Het garanderen van voorzieningszekerheid is een plicht die wordt opgelegd aan warmteleveranciers via hun vergunning. Daar hoort backup-capaciteit bij. In het geval een warmteleverancier dat niet waar kan maken, wijst de minister uiteindelijk een andere partij aan die de warmtelevering overneemt. 15.
Nu de warmteconcessies DCR tot een mislukking zijn verworden, stellen wij het college voor om de optie te onderzoeken of de leegstaande hal van de elektriciteitsfabriek niet benut kan worden voor grootschalige opslag van elektriciteit in batterijen? Zo niet, waarom niet? Zo ja zou dit dan niet logischer wijs een activiteit moeten zijn die bij een Haags gemeentelijk of gemeenschappelijk lokaal energiebedrijf zou moeten worden ondergebracht?
De vraagstelling impliceert dat al duidelijk is dat de geothermiebron en de aquathermiebron er niet komen. Het college zoekt juist naar een aanpak om dat wel voor elkaar te krijgen. Ook het onderzoek naar een gemeentelijk energiebedrijf waar de gemeenteraad het college toe heeft opgeroepen is nog in de beginfase, waardoor een uitspraak over het onderbrengen van elektriciteitsopslag in een dergelijke organisatie voorbarig zou zijn. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
5/5