RIS317658 Afdoening motie Inclusief uniform voor Haagse handhavers
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DSB/10808229 RIS317658 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Maayke Slim Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB Handhavingsorganisatie Datum
Telefoonnummer
13 november 2024
14070 E-mailadres
maayke.slim@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Inclusief uniform voor Haagse handhavers’
Uw raad heeft, tijdens de bespreking van de Programmabegroting 2024-2027 (RIS316918) op 20 december 2023, de door de raadsleden de heer De Vuyst en mevrouw Butt ingediende motie ‘Inclusief uniform voor Haagse handhavers’ aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Overwegende, dat: buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) belangrijk werk verrichten voor Den Haag; gemeente Den Haag streeft naar een inclusieve en diverse ambtenarij; Den Haag als internationale stad van vrede en recht een voorbeeldfunctie heeft om mensen niet uit te sluiten; mensen met een religieuze en/of andere diverse achtergrond, bijvoorbeeld op basis van geslacht, gerichtheid en cultuur, hun functie niet minder neutraal uitoefenen dan mensen zonder religieuze achtergrond en/of diverse achtergrond. Constaterende, dat: boa’s in Arnhem, Tilburg en Almere zichtbaar religieuze uitingen mogen dragen bij het uniform.
En in Den Haag niet; religieuze uitingen in verschillende landen wel zijn toegestaan bij het uniform, zoals in de Verenigde Staten, Engeland, Schotland, Ierland, Nieuw-Zeeland, Australië, Canada en Zweden; het College voor de Rechten van de Mens op 6 april 2022 heeft gesteld: “Hoofddoekverbod voor BOA’s is stigmatiserend en niet effectief.”; de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, Rabin Baldewsingh, ervoor pleit dat het dragen van religieuze uitingen wordt toegestaan bij boa’s en politie; de landelijk coördinator tegen racisme en discriminatie van de Nationale Politie (commissaris Johan van Renswoude) ook vindt dat het uniform van agenten met zichtbare religieuze uitingen moet kunnen; de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting een groot goed zijn en ook toekomen aan ambtenaren; er geen dringende noodzaak bestaat om deze rechten te beperken; er vanuit de functieuitoefening geen noodzaak bestaat om een religieuze uiting te verbieden. het leidende criterium voor de functie is professionaliteit;
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10808229
-
-
mensen van verschillende religieuze achtergronden als gevolg van een verbod op zichtbare religieuze uitingen bij boa’s minder toegang hebben tot het beroep en daardoor onevenredig worden geraakt. Bovendien werkt een verbod contraproductief bij het oplossen van personeelstekorten, en bij het bevorderen van diversiteit en inclusiviteit; in het Haags Coalitieakkoord 2023-2026 (RIS316672) het volgende is opgenomen “Daarnaast stimuleren we en geven we aandacht aan het goed borgen van diversiteit en inclusie binnen de gemeentelijke organisatieonderdelen. Een personeelsbestand met medewerkers met verschillende achtergronden, op basis van bijvoorbeeld etniciteit, geslacht, seksuele geaardheid, levensbeschouwing en cultuur, vergroot de herkenbaarheid voor en acceptatie door inwoners”.
Van mening, dat: boa’s ook een verbindende rol hebben in de samenleving. Het kunnen dragen van een religieuze uiting kan bijdragen aan de toegankelijkheid, herkenbaarheid en het vertrouwen in de overheid; het de vrije keuze van een boa moet zijn om een religieuze uiting wel of niet te dragen bij het uniform. Verzoekt het college: toe te staan dat Haagse boa’s zichtbaar religieuze uitingen, die niet onzichtbaar gedragen kunnen worden (zoals een hoofddoek, keppel of tulband), kunnen dragen bij het uniform.
Het college informeert de raad als volgt over de afdoening van deze motie. Op 4 maart 2024 informeerde het college de raad over de uitvoering van de motie middels een tussenbericht (RIS317658). De strekking van het tussenbericht was dat er meer tijd nodig was en verwacht werd de motie 30 september 2024 af te kunnen doen. Op 27 augustus 2024 werd de raad middels de Verzamelbrief m.b.t. inzet van de handhavers van de Handhavingsorganisatie (RIS319433) verder geïnformeerd over de voortgang. Hierin is aangegeven dat over het uitvoeringsplan meerdere gesprekken zijn gevoerd met de medewerkers en dat voor het einde van dit jaar uitsluitsel gegeven zou worden over de afronding van het uitvoeringsplan en de ingangsdatum. Het uitsluitsel kan nu gegeven worden. Vanaf 1 januari 2025 wordt het mogelijk om een uniform met religieuze uitingen te dragen. Uitvoeringsplan en gesprekken medewerkers Over het uitvoeringsplan zijn meerdere gesprekken gevoerd met de medewerkers (de handhavers en de toezichthouders in domein I en II). In die gesprekken met medewerkers, kwamen zorgen naar voren over mogelijke negatieve reacties uit de samenleving die het dragen van religieuze uitingen teweeg zouden kunnen brengen (discriminatie en agressie). Samen met de medewerkers is gekeken naar hoe de motie in de praktijk kan worden uitgevoerd rekening houdend met de zorgen en wensen.
Het college vindt het belangrijk om daarover op te merken dat antisemitisme, moslimdiscriminatie en andere vormen van (religieuze) discriminatie verwerpelijk en onacceptabel zijn. Ze ondermijnen onze fundamentele waarden van gelijkheid, respect en menselijke waardigheid. Op dit moment zijn er nog geen medewerkers die hebben aangegeven gebruik te willen maken van de mogelijkheid tot het dragen van een religieuze uiting bij het uniform.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10808229
Veiligheid medewerkers en aanpassing kledingvoorschriften Het college hecht veel waarde aan de stem van onze medewerkers. Om religieuze uitingen bij het uniform toe te kunnen staan, worden de kledingvoorschriften van de Handhavingsorganisatie aangepast en besproken met de Ondernemingsraad. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om ervoor te zorgen dat haar medewerkers veilig en gezond kunnen werken. Op verzoek van de medewerkers wordt (in eerste instantie) het gebruik van privé kleding voor religieuze uitingen toegestaan en worden geen bedrijfskleding varianten van religieuze uitingen ontworpen. Gezien de verantwoordelijkheid van de gemeente als werkgever dient de privé kleding daarom wel te voldoen aan veiligheidsvereisten. Ook scherpen we het protocol Agressie en Geweld aan. Dit protocol omvat onder andere normstelling, preventieve maatregelen en procedures voor het omgaan met incidenten in algemene zin. Op verzoek van de medewerkers worden eventuele incidenten rondom religieuze uitingen apart geregistreerd. Geweld tegen hulpverleners en handhavers is onacceptabel en moet ten strengste worden veroordeeld. Zij zetten zich in om levens te redden en gemeenschappen te ondersteunen, vaak onder zeer moeilijke en gevaarlijke omstandigheden.
Door geweld tegen hen te gebruiken, ondermijnen we niet alleen hun veiligheid en welzijn, maar ook de essentiële diensten die zij verlenen. Het is van cruciaal belang dat hulpverleners hun werk kunnen doen zonder angst voor geweld, zodat zij de hulp kunnen bieden die zo hard nodig is. Met deze aanpassingen wordt het vanaf 1 januari 2025 mogelijk om een uniform met religieuze uitingen te dragen Landelijke ontwikkelingen In de Verzamelbrief m.b.t. inzet van de handhavers van de Handhavingsorganisatie (RIS319433) gaf het college aan ook de landelijke ontwikkelingen te volgen. Sinds het verzenden van deze brief is het Regeerprogramma van kabinet Schoof gepubliceerd. In het regeerprogramma wordt aangegeven dat er gewerkt wordt aan een plan van aanpak voor het juridisch borgen van de neutraliteit van de handhavers. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft laten weten nog dit jaar met een uitwerking te komen. Dit kan te zijner tijd gevolgen hebben voor het hier voorgaande. Het college beschouwt hiermee de motie als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
3/3