CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317613 Afdoening motie Breid toegang Haagse lerarenbeurs uit naar PO MBO en SO

Commissie Samenleving 4 juli 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 6: Onderwijs1.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

060

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan: de Gemeenteraad

OCW/10755258 RIS317613 Contactpersoon

Katja Verschoor Dienst

Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

4 juni 2024

katja.verschoor@denhaag.nl

Onderwerp

Afdoening motie ‘Breid toegang Haagse lerarenbeurs uit naar PO/MBO en SO’

Uw raad heeft tijdens de behandeling van voorstel van het college inzake Programmabegroting 20242027 (RIS316918) op 20 december 2023 de door het raadslid mevrouw Van Doorn ingediende motie ‘Breid toegang Haagse lerarenbeurs uit naar PO/MBO en SO’ (RIS317613) aangenomen. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: • de Haagse lerarenbeurs alleen beschikbaar is voor docenten, werkzaam in het VO, ter uitbreiding naar een tweede bevoegdheid; • binnen de HEA 2024 een van de speerpunten is om een breed aanbod van opleidingen en bijscholingsmogelijkheden voor het PO te realiseren; • doelstelling binnen dit speerpunt voor 2024 o.a. is om in het PO 6 netwerken op te zetten. Van mening dat: • uitbreiding van de Haagse lerarenbeurs naar het PO, MBO en SO een positieve impuls kan geven aan het helpen oplossen van het lerarentekort. Overwegende dat: • de lerarenbeurs van de Rijksoverheid en bijvoorbeeld Amsterdam ook toegankelijk is voor docenten, werkzaam in het PO/MBO en SO. Verzoekt het college: • na te gaan wat de ervaringen zijn in Amsterdam t.a.v.

deelname van PO/MBO en SO-docenten aan de Amsterdamse lerarenbeurs; • in gesprek te gaan met het PO/MBO en SO (schooldirecteuren, leraren en onderwijsassistenten) en te inventariseren of er behoefte is aan een gemeentelijke beurs voor aanvullende opleidingsmogelijkheden voor leraren in het PO/MBO/SO; • de raad over de voortgang uiterlijk in Q2 2024 te informeren.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10755258

Het college geeft uitvoering aan deze motie, door u te informeren over: De ervaringen ten aanzien van de Amsterdamse lerarenbeurs; De inventarisatie van behoefte aan een gemeentelijke beurs voor leraren in het primair onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs; De conclusie van deze verkenning. Ervaringen ten aanzien van de Amsterdamse lerarenbeurs Ten eerste hecht het college eraan te vermelden dat de Amsterdamse en Haagse lerarenbeurs een andere insteek hebben. Waar de Amsterdamse beurs zich richt op de professionele ontwikkeling van leerkrachten, heeft de Haagse beurs als doel om onbevoegdheid tegen te gaan. Zoals verzocht heeft het college geïnformeerd bij de gemeente Amsterdam, welke ervaringen daar zijn opgedaan met betrekking tot de Amsterdamse lerarenbeurs. Aanvullend is de ‘eindevaluatie van de Amsterdamse leraren- en scholenbeurzen’ (Kohnstamm Instituut, 2019) en het door de Rekenkamer Metropool Amsterdam (RMA, 2019) uitgevoerde onderzoek ‘effectiviteit investeringen onderwijs’ naar o.a. de Amsterdamse lerarenbeurs bestudeerd. In de onderzoeken is het middelbaar beroepsonderwijs buiten beschouwing gelaten. Ook is er geen bruikbaar onderscheid gemaakt tussen primair onderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs.

In de afhandeling van deze motie kan de raad hierdoor alleen van een algemeen beeld rondom de ervaringen in Amsterdam worden voorzien. In Amsterdam is tot 2019 gebruik gemaakt van de Amsterdamse lerarenbeurs. Dit was een beurs – aanvullend op de landelijke regeling – voor zittende leraren in het primair onderwijs, voortgezet (speciaal)onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. De beurs had als doel de professionele ontwikkeling van Amsterdamse leraren een impuls te geven en daarmee bij te dragen aan kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Zoals vermeld is dit een ander doel dan de Haagse lerarenbeurs nastreeft, namelijk het terugdringen van het aantal onbevoegd gegeven lessen in het VO. Bij de Amsterdamse lerarenbeurs kon € 2.000,- subsidie per leerkracht worden aangevraagd voor een persoonlijk ontwikkel- of professionaliseringstraject, waarbij vrijheid voor leraren om zelf de inhoud te bepalen het uitgangspunt is geweest. In de periode van 2015-2018 zijn bijna 400 lerarenbeurzen in het primair onderwijs verstrekt en ongeveer 270 beurzen in het voortgezet onderwijs. In het rapport ‘effectiviteit investeringen onderwijs’ (RMA, 2019) is geconcludeerd dat er geen duidelijke signalen zijn voor de effectiviteit van de Amsterdamse lerarenbeurs. Die werden niet significant gevonden; niet in positieve, noch in negatieve zin.

Als mogelijke oorzaak voor het uitblijven van aantoonbare kwaliteitsverbetering van het onderwijs, is het niet benoemen van prestatieverwachtingen bij de inzet van de lerarenbeurs genoemd. Hoewel de Amsterdamse lerarenbeurs destijds niet specifiek is ingezet om het lerarentekort tegen te gaan, zijn in het onderzoek uitgevoerd door de RMA wel effecten genoemd, die hier al dan niet op van invloed zijn. Zo blijkt de beurs geen significant verschil te maken in het besluit van leraren om op een Amsterdamse school te gaan werken of dat te blijven doen. Inventarisatie behoefte aan gemeentelijke beurs voor leraren in het primair onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs Het college heeft het gesprek gevoerd met het Haagse onderwijsveld, om na te gaan of er behoefte is aan een gemeentelijke beurs voor aanvullende opleidingsmogelijkheden voor leraren primair onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10755258

Ter voorbereiding op het gesprek met het Haagse onderwijsveld heeft het college het onderzoek ‘Vraag en aanbod nascholing voor leerkrachten in het PO’ bestudeerd (uitgevoerd in opdracht van de PORaad en het ministerie van OCW door ResearchNed). Dit onderzoek laat zien dat: Leerkrachten in het algemeen een positieve houding hebben ten aanzien van opleiding en nascholing; Het belang van (na)scholing door leerkrachten in grote meerderheid wordt onderschreven; Leerkrachten openstaan voor meer academici binnen de onderwijsteams; Een meerderheid van de leerkrachten ambities heeft om één of meer opleidingen te volgen; Schoolleiders en bestuurders de opleidingszin bij leerkrachten (soms veel) lager inschatten. Mogelijk doordat leerkrachten drempels ervaren bij het volgen van een opleiding, waardoor de feitelijke opleidingsdeelname achterblijft bij de ambities. Belangrijke drempels die worden gezien door leerkrachten, zijn: De verwachting van een gebrek aan opleidingsmiddelen in de school; Een gebrek aan beschikbare tijd om opleiding te volgen, bij de wens voor een goede vervanging; Beperkte ruimte, tijd en mogelijkheden om de in een opleiding opgedane kennis en inzichten ook daadwerkelijk binnen de school toe te kunnen passen. Dit blijft uit, omdat onvoldoende wordt doordacht wat de rol van de geschoolde wordt na voltooiing van de opleiding.

Zonder deze followup, wordt de kans groter dat leerkrachten hun kansen buiten het onderwijs waar gaan maken. De uitkomsten van het onderzoek worden in grote lijnen herkend of begrepen door de deelnemers uit het Haagse onderwijsveld waarmee het gesprek is gevoerd. Ter inventarisatie van de behoefte aan een gemeentelijke beurs heeft het college van hen het volgende meegekregen: Het Haagse onderwijsveld geeft aan bij de bekostiging van opleidingsmogelijkheden voor leraren dankbaar gebruik te maken van: Scholingsbudgetten uit de lumpsum, opgenomen in de schoolbegroting; Het rijksproject ‘Nationale Aanpak Professionalisering Leraren’, met een looptijd van 10 jaar, om structuur te brengen in het geheel van voorzieningen; De landelijke lerarenbeurs, ingezet - met tussentijdse verhoging van het subsidieplafond – door het rijk om leraren te stimuleren zich verder te ontwikkelen en te specialiseren, zodat zij hun vaardigheden kunnen verbeteren en bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs; Subsidies mogelijk gemaakt vanuit het Noodplan lerarentekort, waarbinnen extra budget vrij is gemaakt om ruimte te bieden aan opleiding en bijscholing (onder andere zij-instroomregeling); Aanbod dat geboden gaat worden vanuit de Onderwijsregio, waarbinnen opleiden speerpunt is; Huisacademies van de schoolbesturen, die inspelen op de lokale behoeften en het enthousiasmeren van eigen medewerkers.

Ook financiert de gemeente aanvullende opleidings- en bijscholingsmogelijkheden, als: De Haagse lerarenbeurs, waarmee het aantal onbevoegd gegeven lessen in het voortgezet onderwijs wordt teruggedrongen. De beurs richt zich op onbevoegde leraren, leraren met een pabo-diploma die een tweedegraads bevoegdheid willen halen, leraren met een tweedegraads bevoegdheid die een eerstegraads bevoegdheid willen halen en leraren met een tweedegraads bevoegdheid die een tweede bevoegdheid willen halen; De regeling ‘Ontwikkeldoor’, welke onderwijsondersteunend personeel faciliteert om zich verder te professionaliseren; De leernetwerken primair onderwijs en voortgezet onderwijs, waarmee wordt gestimuleerd om bovenbestuurlijk kennis te verwerven en te delen; Het ‘Noodplan lerarentekort’ waarin verschillende interventies zijn opgenomen die zich richten op opleidingsmogelijkheden en coachingstrajecten.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10755258

Het Haagse onderwijsveld spreekt geen directe behoefte uit voor aanvullende opleidingsmiddelen. Wel hoort het college dat door de veelheid aan, en onoverzichtelijkheid in, regelingen mogelijkheden worden gemist om leraren hun opleidings- en bijscholingskansen optimaal te kunnen bieden. Dit signaal is al onderdeel van gesprek tussen de gemeente en de schoolbesturen. Bij de nieuwe Haagse Educatieve Agenda (HEA) zal hier een verbeterslag op worden gemaakt. Tot die tijd faciliteert de gemeente informatie aan de schoolbesturen en stimuleert gebruik te maken van beschikbare regelingen. Conclusie De Amsterdamse lerarenbeurs is niet - zoals de Haagse lerarenbeurs - ingezet met het doel het lerarentekort te bestrijden. Onderzoek wijst uit dat de Amsterdamse lerarenbeurs daarin ook geen significant effect heeft. Uitbreiding van de toegang tot de Haagse lerarenbeurs, in navolging van de aanpak van Amsterdam, zal dan ook niet bijdragen aan dat waarvoor de Haagse lerarenbeurs is ingezet. Het Haagse onderwijsveld heeft de beschikking over tal van lokale, regionale en landelijke regelingen die bijdragen aan opleidings- en bijscholingsmogelijkheden voor leerkrachten, maar ook andere onderwijsprofessionals. Hiermee bestaan er voldoende mogelijkheden die kunnen leiden tot onderwijsbevoegdheid, waarmee er geen directe noodzaak gevonden is om de toegang tot de Haagse lerarenbeurs uit te breiden.

Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14235085/1