CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317568 Bijlage Effecten van padel op natuur

Commissie Samenleving 26 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Afdoening motie: Kom beloftes na bij padelbanen en gemeentelijk terrein13.541 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

25

2017; Scholten et al. 2018; Soultan et al. 2021). Er bestaan vanzelfsprekend verschillen tussen de leefwijzen van diersoorten die hun verstoringsgevoeligheid bepalen, maar allemaal laten ze eenzelfde vermijdingsgedrag zien. Daarentegen laat een grote hoeveelheid anekdotisch bewijs zien dat zoogdieren gewennen aan beweging van o.a. verkeer en recreanten in parken. Dieren met een hoog aanpassingsvermogen, zoals vos, kunnen profiteren van de aanwezigheid van mensen door o.a. een groot voedselaanbod. Zij vertonen tevens minder vermijdingsgedrag (Lenth et al. 2008; Soultan et al. 2021). Beweging van padel is zeer voorspelbaar en geconcentreerd in een (omheind) gebied. De beweging vormt geen dreiging waardoor gewenning snel zal optreden. Uit onderzoek blijkt dat zoogdieren 50 tot 100 meter afstand bewaren tot recreanten. Wegens de aard van padel (lokaal, constant, etc.) is de optische verstoringsafstand van padel minder dan 50 m. • •

Grondgebonden zoogdieren mijden beweging van menselijke activiteit, maar gewenning kan optreden. De verstoringsafstand van padelbanen voor zoogdiersoorten (zoals voorkomend in de gemeente Den Haag) betreft minder dan 50m.

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

26

6 Negatieve effecten van glazen wanden 6.1

Glazen wanden bij padel De richtlijnen van de KNTB voor padel wedstrijdbanen geeft aan dat het speelveld volledig omsloten wordt door een (padel)kooi (zie Figuur 1) welke moet voldoen aan de volgende eisen: • De achterwand bestaat uit glas; • Beide zijden zijn verdeeld in drie delen waarbij; • De twee buitenste delen bestaan uit glazen wanden (één laag en één hoog); • Het derde, middelste deel bestaat uit metalen afsluiting (afrastering); • Boven alle glazen wanden komt nog 1 meter metalen wand (afrastering). De glazen wanden aan de achterzijde reiken tot 3 meter hoog, het achterste deel van de zijkant tevens tot 3 meter hoog en het naastgelegen deel van de zijkanten tot 2 meter hoog.

6.2

Aanvaringsslachtoffers Hoewel vogels visueel goed zijn aangepast aan hun omgeving, zijn zij niet in staat om glazen ruiten als een obstakel te herkennen. Vogels kunnen door het glas heen kijken naar de omgeving, waardoor ze, wanneer ze proberen door te steken, tegen het glas botsen. Afhankelijk van het type glas, de verlichting en de omgeving geven glazen oppervlaktes bovendien een reflectie van het omringende landschap. Vogels beschouwend het glas daarom als vrije vliegroute en zullen de wand niet vermijden. Dit is vooral problematisch in 1) omgeving waar natuurlijke structuren (bomen, lucht, etc.) in het glas reflecteren, 2) wanneer de vluchtlijn onderbroken wordt, bijvoorbeeld bij twee glazen wanden tegenover elkaar of in een hoek, en 3) bij glazen wanden in de buurt van een voederplek of foerageergebied van vogels. Veel vogels verzamelen zich op dergelijke plekken en lopen meer risico op aanvaring als ze wegvliegen of opschrikken. Daarnaast verhoogt kunstmatige verlichting het aanvaringsrisico in de trekperiode. Veel vogelsoorten migreren ’s nachts en worden aangetrokken tot verlichting in donkere gebieden. Padelbanen in het buitengebied kunnen op deze wijze een aantrekkende werking hebben op trekvogels. Glazen wanden en grote ramen zorgen op grote schaal voor aanvaringsslachtoffers bij onder andere kantoorgebouwen, huizen en geluidswanden.

Ook outdoor padelbanen vormen door de grote oppervlaktes en tegenoverliggende glazen wanden een aanvaringsrisico voor vogels. Dergelijke aanvaringen zijn in 50% van de gevallen fataal voor de vogel.

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

27

Het is lastig vast te stellen wat het totaal jaarlijks aantal aanvaringsslachtoffers is omdat de, vaak versufte, dieren worden opgegeten door roofdieren, worden opgeruimd, of terechtkomen op locaties waar ze niet gevonden worden. Naar verwachting betreft het honderdduizenden vogels per jaar en vormt aanvaring de op een na meest voorkomende antropogene oorzaak van vogelsterfte (na habitatvernietiging). De sterke toename in het aantal padelbanen zal naar verwachting bijdragen aan de jaarlijkse aanvaringsslachtoffers, echter is het precieze aandeel onzeker. Uit onderzoek in de provincie Zaragoza in Spanje bleek een gemiddelde jaarlijkse sterfte van 100 vogels per padelbaan (Aragonea 2021). Het aantal slachtoffers bij een padelbaan is afhankelijk van de locatie en omgeving (en dus vogelrijkdom) en kan verminderd worden door maatregelen (zie §9.4).

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

28

7 Conclusie In dit rapport hebben we op basis van een literatuurstudie de mogelijke negatieve effecten van padel op verschillende diersoorten in kaart gebracht. We zijn uitgegaan van een worstcase scenario waarbij het gebruik en de aanwezigheid van een padelbaan verstoring veroorzaakt in een voorheen onverstoorde omgeving en geen maatregelen worden genomen om verstoring te beperken. Het gebruik van padelbanen kan geluidsverstoring veroorzaken bij amfibieën, zoogdieren en verstoringsgevoelige vogelsoorten. Padelgeluid verstoort dieren door o.a. maskering van geluiden zoals onderlinge communicatie of geluiden die duiden op de aanwezigheid van een predator. De afstand waarop geluid negatieve effecten kan hebben reikt tot maximaal 125 meter in een situatie waarbij een padelbaan maximaal 91 dB(A) continu geluid produceert, in een gebied ligt met omgevingsvolume van 50 dB(A) en er geen structuren aanwezig zijn die geluid blokkeren of dempen. De negatieve effecten van de veldverlichting van padelbanen zijn sterk voor veel soorten, waarbij vooral vleermuizen gevoelig zijn en amfibieën in specifieke perioden tijdens trek. Veldverlichting van padelbanen kan zeer verstorend zijn voor vleermuizen, amfibieën tijdens de trekperiode, grondgebonden zoogdieren, waarbij met name prooidieren gevoelig zijn, en sommige vogelsoorten.

Negatieve effecten treden op tot maximaal 50 meter van de padelbanen als lampen van 500 lux worden gebruikt (tot 30 meter als lampen van 300 lux worden gebruikt). Optische verstoring van het beoefenen van padel blijkt voor bijna alle dieren weinig verstorend. Enkel vogels en grondgebonden zoogdieren kunnen negatieve effecten van optische verstoring ervaren. In veel gevallen zullen de dieren gewend raken aan de beweging omdat het binnen een voorspelbaar gebied is en geen daadwerkelijke dreiging vormt. Naast deze verschillende type verstoringen kunnen vogels ook negatieve effecten ervaren als ze tegen de glazen wanden van een padelbaan botsen. Slachtoffers door aanvaringen met glazen wanden zijn lastig te tellen, maar hebben ontegenzeggelijk een effect op populatieniveau.

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

29

8 Synthese Sommige van de genoemde effecten zullen minder of niet aanwezig zijn wanneer een padelbaan wordt gerealiseerd in een reeds bestaand sportcomplex, zoals vaak het geval zal zijn. Het omgevingsvolume en verstrooid licht op een sportcomplex is vele malen hoger dan in een stil natuurgebied, waardoor er rondom een reeds bestaand sportcomplex minder (gevoelige) diersoorten aanwezig zijn, en de aanwezige dieren reeds gewend zijn aan een zekere mate van verstoring. Wat voegt een padelbaan toe aan de verslechtering van het leefgebied1 als het op een sportcomplex is waar al tennisbanen, voetbal- of hockeyvelden zijn? De effecten waarbij nog steeds rekening gehouden moet worden zijn situatieafhankelijk. A. Wordt de padelbaan gerealiseerd in plaats van een al aanwezig sportveld met verlichtingspalen, dan is de toegenomen invloed van licht, geluid en beweging ten opzichte van de oude situatie klein. De situatie kan zelfs verbeteren ten opzichte van de oude situatie wanneer hoge verlichtingsmasten (met conventionele verlichting) vervangen worden door lagere masten met armaturen. Let hierbij op dat nieuwe verlichting zo min mogelijk habitat van dieren belicht. Er dient in de nieuwe situatie vooral rekening gehouden te worden met de toevoeging van glazen wanden en bijkomend aanvaringsrisico. Maatregelen zoals genoemd in hoofdstuk 9 kunnen het aanvaringsrisico verminderen. B.

Wordt de padelbaan gerealiseerd in een voorheen ongebruikt deel van het sportcomplex, onderzoek dan het te gebruiken gebied en de omgeving binnen de effectzone zoals aangegeven in hoofdstuk 3 t/m 6 naar de aanwezige natuurwaarden en wat het belang van het gebied is voor aanwezige soorten. De mate van het effect is namelijk afhankelijk van diverse factoren, zoals: • Wat is het belang van het beïnvloede leefgebied voor het dier? Betreft de effectzone alleen een voedselplek (een van vele in het leefgebied) of juist een essentiële voedselplek of voortplantingsplek? • Welk aandeel van het leefgebied wordt beïnvloed? Het verstoorde gebied kan ook het hele leefgebied van een individu omvatten, zeker bij kleine diersoorten, waarbij de bouw van een padelbaan sterk verstorend zal zijn. • Hoe kwetsbaar is de populatie? De omvang van het effect is afhankelijk van de status van de soort in het gebied (soms zelfs landelijk). Voor een (lokaal) zeldzame soort kan verstoring de druppel zijn die tot het verdwijnen van de soort op die plek leidt, terwijl het effect op de (lokale) populatie van een zeer algemene soort verwaarloosbaar is. • Wat is de leefwijze van het dier? Het aantal individuen dat wordt verstoord speelt hierbij een belangrijke rol.

Het effect op de populatie van de verstoring van één individu is in het algemeen minder groot dan het verstoren van een hele groep (bijvoorbeeld een kolonie roeken).

1

Leefgebied = gebied dat aan alle levensvoorwaarden van een soort voldoet. Hier kan de soort overleven, groeien en zich voortplanten.

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

30

De soorten die te verwachten zijn binnen de effectzone van een nieuw aan te leggen padelbaan kunnen sterk verschillen tussen locaties. Een padelbaan die wordt aangelegd in een sportcomplex midden in stedelijk gebied, met weinig verbinding tot groengebieden, zal vooral algemene soorten treffen die zijn aangepast en gewend aan de hoge mate van licht, geluid en beweging zoals te vinden in de stad. Denk hierbij aan algemene soorten vogels (koolmezen, merels, kauw, blauwe reiger, etc.), gewone dwergvleermuis, gewone pad, egel en andere algemeen voorkomende soorten. Daarentegen zal de aanleg van een padelbaan aan de rand van de stad, grenzend aan open gebied, meer kans hebben om verstoringsgevoelige en zeldzame soorten te treffen. Locaties zoals bijvoorbeeld Klein Zwitserland, aan de noordzijde van Den Haag, en langs de Laan van Poot, aan de westzijde van Den Haag, beide gelegen langs natuurparken, hebben meer kans om leefgebied van soorten zoals sperwer, eekhoorn, rugstreeppad, of watervleermuis te treffen. Het effect van een padelbaan is dus sterk afhankelijk van de locatie ten opzichte van parken en natuurgebieden welke als leefgebied voor diersoorten kunnen dienen. Ook de aanwezigheid van specifieke landschapselementen speelt een rol.

Bij aanwezigheid van open water zoals poelen, plassen, meren of vennen kan er sprake zijn van leefgebied van amfibieën, maar ook van foerageergebied van meer- en watervleermuizen. Indien de veldverlichting dergelijke landschapselementen verlicht, kan de verstoring voor specifieke soorten sterk zijn. Om een goede inschatting te maken van de effecten van de aanleg van een padelbaan op diersoorten in de omgeving is een situatie specifiek onderzoek gewenst.

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

31

9 Voorkomen en beperken van negatieve effecten 9.1

Negatieve effecten door geluid Negatieve effecten van geluidsverstoring door padel kunnen worden verminderd of voorkomen door de volgende maatregelen: •

•

•

9.2

Plaats de padelbanen op een strategische locatie. Vermijdt padelbanen in stille groenof natuurgebieden om overlast op diersoorten en natuurbeleving van recreanten te beperken. Plaats padelbanen bij voorkeur op sportcomplexen waar al enige mate van geluidsoverlast is en waar mogelijk al maatregelen tegen geluidsoverlast zijn getroffen. Zorg voor isolatie rondom de padelbanen om verspreiding van geluid te beperken en de omgeving te beschermen tegen geluidsoverlast. Let op dat geluidsbeperkende wanden ook een barrièrewerking kunnen hebben voor verplaatsende dieren. Natuurlijke isolatie door middel van struiken en heggen heeft de voorkeur. Gebruik geluidsabsorberende materialen zoals zachte tennisballen en matten onder de padelbanen om het volume van balslagen en -stuiteren te verminderen.

Negatieve effecten door licht Negatieve effecten van de verlichting van padelbanen kunnen worden verminderd of voorkomen door de volgende maatregelen: •

• •

• • •

•

Gebruik armaturen om de lichtbundel te richten op datgene wat verlicht dient te worden, zoals de padelbanen en eventueel omliggende paden. Vermijd lichtverstrooiing richting de lucht en de omgeving. Voorkom directe verlichting van vleermuisverblijfplaatsen (holle bomen, gebouwen, bunkers). Scherm licht af met opgaande vegetatie (haag, bomenrij) of andere materialen. Let hierbij op dat het dieren niet afsnijdt van geschikt habitat. Beperk de verlichtingstijd tot redelijke uren en vermijd het verlichten 's avonds laat of vroeg in de ochtend. Conform de landelijke wetgeving (Activiteitenbesluit); geen verlichting tussen 23.00 en 07.00 uur. Gebruik milieuvriendelijke verlichting zoals LED-verlichting om energie te besparen en de lichtoverlast te verminderen. Beperk het aantal verlichtingseenheden tot het minimum van 300 lux dat nodig is om de padelbanen goed te verlichten. Beperk het aantal lichtpunten en verstrooiing. Zorg voor advies over de juiste balans. Afhankelijk van de stralingskarakteristiek van de lampen kan het gebruik van een groter aantal, lagere en zwakkere lichtpunten beter zicht en minder verstoring opleveren. Gebruik waar mogelijk (bijv. buiten rondom speelvelden) voor verlichting een kleurenspectrum dat functioneert voor mensen, maar vleermuizen niet verstoort.

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

32

Vermijd wit licht en groen licht. Rood en amberkleurig licht (585 tot 780 nm) is niet verstorend voor vleermuizen (Limpens & Lelieveld 2017; Spoelstra et al. 2017).

9.3

Negatieve effecten van beweging Eventuele effecten van beweging op vogels en grondgebonden zoogdieren kunnen worden beperkt door het zicht op de padelbaan af te schermen door middel van opgaande vegetatie zoals hagen en struiken.

9.4

Negatieve effecten van glazen wanden De volgende maatregelen kunnen bijdragen om aanvaringen met de glazen wanden van padelbanen te verminderen of te voorkomen: • Breng strepen, raster of stippen aan op de glazen wanden om ze beter zichtbaar te maken voor vogels. Zie Rössler and Doppler (2022) voor een brochure over de geschikte afmetingen van strepen, rasters en stippen om zichtbaarheid te optimaliseren. Let erop dat de veiligheidseisen voor het breken van glas in stand blijven wanneer de markeringen worden aangebracht met bijvoorbeeld plakstrippen. • Plaats gaas voor de glazen wanden om vogels tegen te houden voordat ze het glas raken. Zie Valenciana (2021) voor aandachtspunten wat betreft montage om te voldoen aan eisen voor padelbanen. Deze maatregel kan esthetische en praktische problemen veroorzaken. Het kan bijvoorbeeld het uitzicht belemmeren of de reiniging van de ramen bemoeilijken. Ook kunnen dieren vast komen te zitten in het gaas. Aanvullende informatie over maatregelen die bewezen niet werken of niet geschikt zijn voor gebruik bij padelbanen: • Reflecterende stickers: Hoewel reflecterende stickers en folie kunnen helpen om vogels te waarschuwen dat er een raam is, werken ze niet altijd. Vogels kunnen het verschil niet zien tussen reflecties en echte bomen of lucht, waardoor ze alsnog tegen het raam kunnen vliegen.

• Ultrasone apparaten: Er zijn apparaten op de markt die ultrasone geluiden uitzenden om vogels weg te houden van ramen, maar deze zijn niet altijd effectief en kunnen ook andere dieren storen. • Roofvogelafbeeldingen: Een bekende methode is het plaatsen van afbeeldingen van roofvogels op ramen om vogels af te schrikken. Dit is geen effectieve methode omdat vogels binnen korte tijd de silhouetten niet meer ervaren als bron van gevaar. Het is belangrijk om te onthouden dat geen enkele maatregel 100% effectief is en dat het combineren van verschillende maatregelen de beste manier is om aanvaringslachtoffers onder vogels te beperken.

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

33

Literatuur Ancillotto, L., G. Venturi & D. Russo, 2019. Presence of humans and domestic cats affects bat behaviour in an urban nursery of greater horseshoe bats (Rhinolophus ferrumequinum). Behavioural Processes 164: 4-9. Aragonea, 2021. Medidas correctoras para evitar las colisiones de aves en pistas de pádel. Baker, J., 1990. Toad aggregations under street lamps. British Herpetological Society Bulletin 31: 26-27. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus. BIJ12 Versie 1.0. Boldogh, S., D. Dobrosi & P. Samu, 2007. The effects of the illumination of buildings on housedwelling bats and its conservation consequences. Acta Chiropterologica 9(2): 527-534. Brillhart, D.B. & D.W. Kaufman, 1991. Influence of illumination and surface structure on space use by prairie deer mice (Peromyscus maniculatus bairdii). Journal of Mammalogy 72(4): 764768. Buchanan, B.W., 2006. Observed and potential effects of artificial night lighting on anuran amphibians. Ecological consequences of artificial night lighting. 192-220. Bunkley, J.P., C.J.W. McClure, N.J. Kleist, C.D. Francis & J.R. Barber, 2015. Anthropogenic noise alters bat activity levels and echolocation calls. Global Ecology and Conservation 3: 62-71. Clarke, J.A., 1983. Moonlight's influence on predator/prey interactions between short-eared owls (Asio flammeus) and deermice (Peromyscus maniculatus).

Behavioral Ecology and Sociobiology. 205-209. Coppes, J., F. Burghardt, R. Hagen, R. Suchant & V. Braunisch, 2017. Human recreation affects spatio-temporal habitat use patterns in red deer (Cervus elaphus). PLOS ONE 12(5): e0175134. Creemers, R.C.M., 1991. De invloed van straatverlichting op de verdeling van amfibieën op een dijktraject. Waarnemingen van amfibieën en reptielen in Nederland. 43-51. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft, 2009. Amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Natuur van Nederland Da Silva, A., M. Valcu & B. Kempenaers, 2015. Light pollution alters the phenology of dawn and dusk singing in common European songbirds. Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences 370(1667): 20140126. Da Silva, A., J.M. Samplonius, E. Schlicht, M. Valcu & B. Kempenaers, 2014. Artificial night lighting rather than traffic noise affects the daily timing of dawn and dusk singing in common European songbirds. Behavioral Ecology 25(5): 1037-1047. De Jong, M., J.Q. Ouyang, A. Da Silva, R.H.A. van Grunsven, B. Kempenaers, M.E. Visser & K. Spoelstra, 2015. Effects of nocturnal illumination on life-history decisions and fitness in two wild songbird species. Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences 370(1667): 20140128. de Molenaar, J.G., R. Henkens, C.J.F. ter Braak, C. van Duyne, G. Hoefsloot & D.A.

Jonkers, 2003. Wegverlichting en natuur; IV effecten van wegverlichting op het ruimtelijk gedrag van zoogdieren. Rijkswaterstaat DWW [etc.] Downs, N.C., V. Beaton, J. Guest, J. Polanski, S.L. Robinson & P.A. Racey, 2003. The effects of illuminating the roost entrance on the emergence behaviour of Pipistrellus pygmaeus. Biological Conservation 111(2): 247-252.

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

34

Falkenberg, J.C. & J.A. Clarke, 1998. Microhabitat use of deer mice: effects of interspecific interaction risks. Journal of Mammalogy 79(2): 558-565. French, S.S., A.C. Webb, S.B. Hudson & E.E. Virgin, 2018. Town and Country Reptiles: A Review of Reptilian Responses to Urbanization. Integrative and Comparative Biology 58(5): 948966. Garniel, A., W. Daunicht & U. Ojowski, 2009. Quantifizierung und Bewaeltigung entscheidungserheblicher Auswirkungen von Verkehrslaerm auf die Avifauna-Voegel und Verkehrslaerm. Forschung Straßenbau und Straßenverkehrstechnik.(1019). Grubisic, M., A. Haim, P. Bhusal, D.M. Dominoni, K.M.A. Gabriel, A. Jechow, F. Kupprat, A. Lerner, P. Marchant, W. Riley, K. Stebelova, R.H.A. van Grunsven, M. Zeman, A.E. Zubidat & F. Hölker, 2019. Light Pollution, Circadian Photoreception, and Melatonin in Vertebrates. Sustainability 11(22): 6400. Hale, J.D., A.J. Fairbrass, T.J. Matthews, G. Davies & J.P. Sadler, 2015. The ecological impact of city lighting scenarios: exploring gap crossing thresholds for urban bats. Global change biology 21(7): 2467-2478. Halfwerk, W., L.J.M. Holleman, C.M. Lessells & H. Slabbekoorn, 2011. Negative impact of traffic noise on avian reproductive success. Journal of applied Ecology 48(1): 210-219. Harms, C.A., W.J. Fleming & M.K. Stoskopf, 1997.

A technique for dorsal subcutaneous implantation of heart rate biotelemetry transmitters in black ducks: application in an aircraft noise response study. The Condor 99(1): 231-237. Henkens, R., M. Liefting, C. Hallmann & A. van Kleunen, 2012. Storen broedvogels zich aan het geluid van race-elementen?: effect van de in 2010/2011 op het TT-Circuit gehouden Superbike-en Superleage-evenementen op broedvogels in het Natura 2000-gebied Witterveld. Alterra Hille Ris Lambers, I., F. Brekelmans, R. Lensink & G.F.J. Smit, 2008. Bestaand gebruik van rijksinfrastructuur en Natura 2000-gebieden. Jochimsen, D.M., C.R. Peterson, K.M. Andrews, J.W. Gibbons & E. Drawer, 2004. A literature review of the effects of roads on amphibians and reptiles and the measures used to minimize those effects. Idaho Fish and Game Department, USDA Forest Service. Jonkvorst, R.-J. & K.L. Krijgsveld, 2013. Nacontrole broedvogels Amsterdam Open Air 2013. notitie, Rapport. Bureau Waardenburg, Culemborg. Kempenaers, B., P. Borgström, P. Loës, E. Schlicht & M. Valcu, 2010. Artificial night lighting affects dawn song, extra-pair siring success, and lay date in songbirds. Current Biology 20(19): 1735-1739. Kleijn, D., 2008. Effecten van geluid op wilde soorten - implicaties voor soorten betrokken bij de aanwijzing van Natura 2000 gebieden. . Kramer, K.M. & E.C. Birney, 2001.

Effect of light intensity on activity patterns of Patagonian leafeared mice, Phyllotis xanthopygus. Journal of Mammalogy 82(2): 535-544. Krijgsveld, K.L., R.J. Jonkvorst & F. van der Vliet, 2012. Effecten van dancefestival Amsterdam Open Air op broedvogels. Krijgsveld, K.L., B. Klaassen & J. van der Winden, 2022a. Verstoring van vogels door recreatie. Literatuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel 1 Hoofdrapport. Krijgsveld, K.L., B. Klaassen & J. van der Winden, 2022b. Verstoring van vogels door recreatie. Literatuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel 2 Soortbeperkingen.

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

35

Lacoeuilhe, A., N. Machon, J.-F. Julien, A. Le Bocq & C. Kerbiriou, 2014. The influence of low intensities of light pollution on bat communities in a semi-natural context. PloS one 9(10): e103042. Lensink, R., 2015. Oriëntatiefase Natuurbeschermingswet uitbreiding Vliegveld Lelystad; toetsing in het kader van de Natuurbeschermingswet, Rapport 15-191. Bureau Waardenburg, Culemborg. Lenth, B.E., R.L. Knight & M.E. Brennan, 2008. The Effects of Dogs on Wildlife Communities. Natural Areas Journal 28(3): 218-227, 10. Li, H., C. Crihfield, Y. Feng, G. Gaje, E. Guzman, T. Heckman, A. Mellis, L. Moore, N. Romo Bechara, S. Sanchez, S. Whittington, J.G. Wolf, R. Garshong, K. Morales, R. Petric, L.A. Zarecky & M.D. Schug, 2020. The Weekend Effect on Urban Bat Activity Suggests Fine Scale Human-Induced Bat Movements. Animals 10(9). Limpens, H.J.G.A. & G. Lelieveld, 2017. Aanvullend advies-Second opinion verlichting trainingsvelden HC Bloemendaal in relatie tot vleermuizen. Lubbers, G. & J. Marchal, 2017. Monitoring vleermuizen. Airforce Festival 2017. Lukanov, S. & B. Naumov, 2019. Effect of anthropogenic noise on call parameters of Hyla arborea (Anura: Hylidae). Ecological Questions 30(1): 55-60. Lukanov, S., D. Simeonovska-Nikolova & N. Tzankov, 2014. Effects of traffic noise on the locomotion activity and vocalization of the Marsh Frog, Pelophylax ridibundus.

NorthWestern Journal of Zoology 10(2). Luo, J., B.M. Clarin, I.M. Borissov & B.M. Siemers, 2014. Are torpid bats immune to anthropogenic noise? Journal of Experimental Biology 217(7): 1072-1078. Meijer, R.G., J.P. Dwarshuis & K.R. Piening, 2018. Wat horen vleermuizen van door mensen geproduceerde geluiden? Lutra 61(2). Møller, A.P., 2008. Flight distance and population trends in European breeding birds. Behavioral Ecology 19(6): 1095-1102. NSG, 2023. Handreiking Padel en Geluid. Oda, F.H., P.G. Gambale, V. Guerra & R.P. Bastos, 2020. Nocturnal foraging activity by the lizard Ameiva ameiva (Squamata: Teiidae) under artificial light. Ecotropica 22: 202001-202001. Ouyang, J.Q., M. de Jong, R.H.A. van Grunsven, K.D. Matson, M.F. Haussmann, P. Meerlo, M.E. Visser & K. Spoelstra, 2017. Restless roosts: Light pollution affects behavior, sleep, and physiology in a free‐living songbird. Global change biology 23(11): 4987-4994. Perry, G., B.W. Buchanan, R.N. Fisher, M. Salmon & S.E. Wise, 2008. Effects of artificial night lighting on amphibians and reptiles in urban environments. Urban herpetology 3: 239-256. Prugh, L.R. & C.D. Golden, 2014. Does moonlight increase predation risk? Meta‐analysis reveals divergent responses of nocturnal mammals to lunar cycles. Journal of animal ecology 83(2): 504-514. Rheindt, F.E., 2003.

The impact of roads on birds: does song frequency play a role in determining susceptibility to noise pollution? Journal für Ornithologie 144(3): 295-306. Rössler, M. & W. Doppler, 2022. Vogelanprall an Glasflächen, geprüfte muster. Rydell, J., J. Eklöf & S. Sánchez-Navarro, 2017. Age of enlightenment: long-term effects of outdoor aesthetic lights on bats in churches. Royal Society open science 4(8): 161077. Schaub, A., J. Ostwald & B.r.M. Siemers, 2008. Foraging bats avoid noise. Journal of Experimental Biology 211(19): 3174-3180. Scholten, J., S.R. Moe & S.J. Hegland, 2018. Red deer (Cervus elaphus) avoid mountain biking trails. European journal of wildlife research 64(1): 1-9.

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

36

Schroeder, J., S. Nakagawa, I.R. Cleasby & T. Burke, 2012. Passerine birds breeding under chronic noise experience reduced fitness. PLoS one 7(7): e39200. Sharma, V.K., M.K. Chandrashekaran & P. Nongkynrih, 1997. Daylight and Artificial Light Phase Response Curves for the Circadian Rhythm in Locomotor Activity of the Field Mouse Mus booduga. Biological Rhythm Research 28(sup1): 39-49. Shirley, M.D.F., V.L. Armitage, T.L. Barden, M. Gough, P.W.W. Lurz, D.E. Oatway, A.B. South & S.P. Rushton, 2001. Assessing the impact of a music festival on the emergence behaviour of a breeding colony of Daubenton's bats (Myotis daubentonii). Journal of Zoology 254(3): 367-373. Siemers, B.M. & A. Schaub, 2011. Hunting at the highway: traffic noise reduces foraging efficiency in acoustic predators. Proceedings of the Royal Society B: Biological Sciences 278(1712): 1646-1652. Sierdsema, H. & E. Jansen, 2016. Beoordeling geluidseffecten alternatieve inrichting van Vliegveld Twente op broedvogels en vleermuizen. Sierdsema, H., R. Foppen & A. van Kleunen, 2014. Inschatting verstorende invloed werkparken ADT op vogels. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Slabbekoorn, H. & M. Peet, 2003. Birds sing at a higher pitch in urban noise. Nature 424(6946): 267-267. Soultan, A., O. Attum & W. Lahue, 2021.

The relationship between landscape features and domestic species on the occupancy of native mammals in urban forests. 24(6): 1117-1128. Spoelstra, K., R. van Grunsven, J. Ramakers, K. Ferguson, T. Raap, M. Donners, E. Veenendaal & M. Visser, 2017. Response of bats to light with different spectra: light-shy and agile bat presence is affected by white and green, but not red light. Proceedings of the Royal Society B: Biological Sciences 284(1855): 20170075. Stone, E.L., S. Harris & G. Jones, 2015. Impacts of artificial lighting on bats: a review of challenges and solutions. Mammalian Biology 80(3): 213-219. Sun, J.W.C. & P.M. Narins, 2005. Anthropogenic sounds differentially affect amphibian call rate. Biological conservation 121(3): 419-427. Taylor, C., 2013. A highway, a wetland and 250,000 bats. BayNature (July 25). Tennessen, J.B., S.E. Parks & T. Langkilde, 2014. Traffic noise causes physiological stress and impairs breeding migration behaviour in frogs. Conservation Physiology 2(1). Titulaer, M., K. Spoelstra, C.Y. Lange & M.E. Visser, 2012. Activity patterns during food provisioning are affected by artificial light in free living great tits (Parus major). PLoS One 7(5): e37377. Valenciana, G., 2021. El pádel y los accidentes de aves. Del conflicto a la búsqueda de soluciones. van Grunsven, R., K. Joosten & R. Creemers, 2015. Effect straatverlichting op paddentrek.

RAVON 17(3): 56-58. Vasquez, R.A., 1994. Assessment of predation risk via illumination level: facultative central place foraging in the cricetid rodent Phyllotis darwini. Behavioral Ecology and Sociobiology 34(5): 375-381. VROM, 1999. Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Wansink, D.E.H., 2016. Procedures for the Design of Roads in Harmony with Wildlife Preliminary Maintenance Report Part A: Ecological functions of roads. Wells, K.D., 2010. The ecology and behavior of amphibians. In, The Ecology and Behavior of Amphibians. University of Chicago press

EFFECTEN VAN PADEL OP NATUUR POTENTIELE EFFECTEN EN MOGELIJKHEDEN OM DEZE TE BEPERKEN

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14394971/1