RIS317511 Afdoening motie Zet alles op alles voor het leerlingenvervoer
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
OCW/10686841 RIS317511 Contactpersoon
Stéphania van Velzen Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
9 april 2024
stephania.vanvelzen@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Zet alles op alles voor het leerlingenvervoer’
Uw raad heeft tijdens behandeling van het voorstel inzake Stand van zaken leerlingenvervoer (RIS316905) op 14 december 2023 de door het raadslid de heer Smit ingediende motie ‘Zet alles op alles voor het leerlingenvervoer’ (RIS317511) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: − de problemen in het leerlingenvervoer maar niet verbeteren waardoor nog altijd kinderen te laat of zelfs niet op school aankomen; − kinderen recht hebben op onderwijs en door de knelpunten in het leerlingenvervoer een onderwijsachterstand oplopen; − er in oktober 2022 een motie in de Tweede Kamer is aangenomen die stelt dat gemeente de kosten van ouders voor plaatsvervangend vervoer zoals taxi's moeten vergoeden. 1 Overwegende dat: − er nog altijd een tekort is aan chauffeurs bij de gegunde partij, ondanks wervingscampagnes en andere maatregelen; − de gemeente Den Haag totdat er structurele oplossing zijn gevonden alles op alles moet zetten om de knelpunten aan te pakken; − de gemeente Rotterdam plaatsvervangend vervoer vergoed en dus gehoor geeft aan de motie die is aangenomen in de Tweede Kamer.
Verzoekt het college: − met de gegunde partij afspraken te maken over het inzetten van plaatsvervangend vervoer zoals taxi's, wanneer de gegunde partij niet aan de vervoersvraag kan voldoen; − ouders niet laten opdraaien voor deze kosten, maar in de afspraken mee te nemen wie er opdraait voor de kosten; − de gemaakte afspraken te rapporteren in de december evaluatie.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10686841
Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van deze motie. Ook uit de decemberevaluatie is gebleken dat de resultaten voor leerlingenvervoer, en overigens ook voor het doelgroepenvervoer, op het gebied van stiptheid en klachten nog niet zijn verbeterd. Vervoerder Noot gaat vanzelfsprekend door met het werven van chauffeurs, maar geeft ook aan dat het tekort aan chauffeurs een landelijk probleem is, niet alleen in Den Haag en bij Noot. De gemeente Den Haag zet alles op alles om de knelpunten aan te pakken totdat er structurele oplossingen zijn gevonden. Zo is in oktober 2023 een tijdelijke instroomstop afgesproken om de planning opnieuw te kunnen doen, zijn de zero emissie eisen tijdelijk opgeschort zodat het makkelijker is om onderaannemers in te zetten en worden individuele ritten (waar mogelijk) gecombineerde ritten. Er is een deadline gesteld aan Noot om de kwaliteit van het vervoer per 1 juli 2024 op orde te krijgen. Hiermee moet Noot voldoen aan de voorwaarden van het contract. Als op de gestelde deadline blijkt dat de overeengekomen vervoersprestatie verder uitblijft, en Noot na een eventuele ingebrekestelling in verzuim zou raken met die overeengekomen vervoersprestatie, dan is Noot schadeplichtig en kunnen (eventuele) kosten voor vervangend vervoer op deze vervoerder worden verhaald.
De motie die de heer Smit benoemt, die in oktober 2022 in de Tweede Kamer is aangenomen, betreft de motie Van Meenen, waarin staat dat de kosten voor een taxirit onder voorwaarden door de gemeente moeten worden vergoed. De motie is aangenomen maar niet opgevolgd met een brief van de minister met daarin de richtlijnen voor uitvoering, of een algemene maatregel van bestuur. De aangenomen motie Van Meenen is wel opgevolgd met een brief van minister Wiersma met voorstellen voor eventueel mogelijke noodoplossingen. Er is dus geen sprake van een verplichting voor de gemeente om de kosten van vervangend vervoer te dragen. Deze kosten zijn ook significant hoger dan het leerlingenvervoer. Deze kosten komen dan bovenop de huidige kosten voor het leerlingenvervoer. De motie beschrijft dat de gemeente Rotterdam dergelijk vervoer wel vergoed. Navraag bij de gemeente Rotterdam leert dat in Rotterdam plaatsvervangend vervoer ook niet wordt vergoed. Met het verzoek van de heer Smit om in Den Haag afspraken te maken met de vervoerder over het inzetten van plaatsvervangend vervoer zoals (straat)taxi’s, wanneer de gegunde partij niet aan de vervoersvraag kan voldoen, wordt de inzet van vervangend vervoer bedoeld buiten de aanbesteding van de harmonisatie van het doelgroepenvervoer.
De kosten zijn daardoor niet gedekt onder de condities van de contractuele afspraken met de gegunde partij, waardoor vervolgens ook afspraken moeten worden gemaakt over wie de kosten op zich neemt. In opvolging van de aangenomen motie van de heer Smit heeft vervoerder Noot in gesprek met de gemeentelijke contractmanagers aangegeven niet open te staan voor afspraken over vervangend vervoer. Hoofdargument is dat de middelen om de vervoersprestatie op peil te krijgen nog niet zijn uitgeput. Dit argument noemt Noot ook bij hun stelling dat zij de kosten voor vervangend vervoer niet voor hun rekening willen nemen. Daarnaast geeft Noot aan dat de kans reëel is dat het inzetten van taxi’s door ouders het probleem voor de vervoerder groter maakt omdat men in dezelfde vijver vist. De gemeente biedt een fiets-, openbaar vervoer- of autovergoeding voor ouders die (tijdelijk) zelf hun kind kunnen en willen brengen. Vertrouwende erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2