RIS317498 Afdoening motie Maak van de binnenstad geen openluchtmuseum
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
DSO/10743756 RIS317498 Contactpersoon
Jeffrey Jansen-Verburg Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Mobiliteit Telefoonnummer
Datum
14070
18 juni 2024
E-mailadres
jeffrey.jansen@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie ‘Maak van de binnenstad geen openluchtmuseum’
Uw raad heeft tijdens de behandeling van het voorstel inzake ‘Binnenstadsplan Den Haag 2033 'Een levendige, groene en verbonden Haagse binnenstad’ (RIS316359) op 14 december 2023 de door het raadslid mevrouw Van Basten Batenburg ingediende motie ‘Maak van de binnenstad geen openluchtmuseum’ (RIS317498) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: • op pagina 72 van het Binnenstadsplan staat dat het noodzakelijk is om in te zetten op uitbreiding van het autoluwe en autovrije gebied in de binnenstad; • in de passage over het Oude Centrum op pagina 115 staat dat het voor bewoners en hun bezoekers mogelijk blijft “om met de auto dicht bij hun woning te komen.” Overwegende dat: • de ambitie van het Binnenstadsplan is dat de binnenstad een fijne plek is om te (blijven) wonen, werken en recreëren; • veel mensen en bedrijven om allerlei redenen afhankelijk zijn van de (deel)auto voor zichzelf of voor bezoekers of klanten; • de noodzakelijke en zeer wenselijke vergroening van de buitenruimte samen kan gaan met bereikbaarheid per auto. Van mening dat: • de binnenstad juist onleefbaar wordt voor veel bewoners en bedrijven als ze helemaal niet meer bereikbaar zijn per auto.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10743756
Verzoekt het college: • in het integrale plan voor de openbare ruimte in de binnenstad te borgen dat bewoners bij hun huis kunnen komen met de auto; • alleen over te gaan tot autoluw of autovrij maken van nieuwe gebieden tenzij er aantoonbaar groot draagvlak voor is onder de bewoners en ondernemers van betreffende gebieden. Het college geeft op de volgende manier antwoord op deze motie: Ruimte maken voor groen en voetgangers hangt samen met eerder vastgesteld beleid Een van de hoofdthema’s uit het Binnenstadsplan Den Haag 2033 wordt onder andere ingezet op meer ruimte maken voor groen en voetgangers. Dat is een breed gedragen keuze voor de inrichting van de openbare ruimte van de binnenstad en sluit aan bij eerder door uw raad vastgestelde beleidsdocumenten, zoals de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744), de Nota Stadsbomen (RIS307827) en de Strategie Mobiliteitstransitie Den Haag 2022-2040 (RIS310664). In de schaarse openbare ruimte van de binnenstad, kan meer ruimte voor groen en voetgangers worden gevonden als ook wordt ingezet op uitbreiding van autovrije en autoluwe gebieden. Wanneer is er sprake van autoluwe of autovrije straten/gebieden? Het college spreekt over autoluw wanneer er sprake is van straten of een gebied waar de auto alleen als bestemmingsverkeer wordt gebruikt en er sprake is van lage hoeveelheden autoverkeer.
Binnen deze gebieden kunnen fietsers en autoverkeer veilig worden gemengd op dezelfde rijbaan. Bestemmingen aan deze straten zijn in beginsel altijd bereikbaar per auto. Voorbeelden van autoluwe gebieden zijn de vele woonbuurten die hoofdzakelijk bestaan uit straten met een 30 km per uur regime. Het college spreekt over autovrij wanneer er sprake is van straten of gebieden waar autoverkeer niet is toegestaan. Vaak is het door het instellen van venstertijden voor bijvoorbeeld logistiek verkeer wel mogelijk om in een autovrij gebied te komen. In specifieke gevallen kan ook met ontheffingen worden gewerkt. Een voorbeeld hiervan is het voetgangersgebied in de binnenstad. Borging autobereikbaarheid woning Bij het vergroten van autoluwe gebieden kan de verkeerscirculatie in een gebied wijzigen en daarmee dus ook de route van en naar een bestemming in dit gebied. Het bestemmingsverkeer voor bewoners en logistiek blijft daarbij wel gefaciliteerd en de bereikbaarheid blijft geborgd. Het vergroten van een autovrij gebied gaat vaak gepaard met beperkingen voor wie, wanneer met de auto in een gebied kan komen. Dit heeft ermee te maken dat een autovrij gebied een inrichting heeft die meer gericht is op verblijven, lopen en fietsen.
In het geval van de uitbreiding van een autovrij gebied is het mogelijk dat de bereikbaarheid per auto van een bestemming in dat gebied, zoals een woning in dat gebied, kan wijzigen. Ook hierbij geldt dat er in specifieke gevallen met ontheffingen kan worden gewerkt om bij de woning in dat betreffende autovrije gebied te kunnen komen. Hoe om te gaan met de bereikbaarheid in voetgangersgebieden per auto vergt maatwerk. Vooraf borgen dat iedereen altijd op elk moment met de auto bij zijn woning kan komen, geeft beperkingen aan de inrichting en kwaliteit van de bestaande en nieuwe autovrije gebieden. Het college zegt toe dat er vooraf wordt onderzocht wie als bewoner toegang moet hebben tot een autovrij gebied in het geval van vergroting van het autovrije gebied. Daarbij zal mede worden bezien of er maatwerk nodig en mogelijk is. Dit bijvoorbeeld middels een (tijdelijke) ontheffing, om bepaalde personen of doelgroepen die gebruik moeten maken van de auto toch toegang te geven tot dit gebied. Voorbeelden waar dit nodig kan zijn, zijn de Hofweg, het Buitenhof en/of de Vijverdam.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10743756
Gemeentelijk parkeerbeleid Met betrekking tot nieuw- en verbouwontwikkelingen worden in het vigerende mobiliteitsbeleid reeds nadere eisen gesteld met betrekking tot de bereikbaarheid van functies per auto binnen het voetgangersgebied van de Binnenstad, te weten in de beleidsnota “Parkeren in een leefbare en bereikbare stad. Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030” (RIS308711). In deze nota is voor nieuwbouwen verbouwontwikkelingen vastgelegd dat voor die ontwikkelingen die binnen de voetgangersgebieden van de Binnenstad zijn gelegen, geen parkeereis wordt gesteld. In de binnenstad is het niet wenselijk dat het aantal parkeerplaatsen toeneemt, ook niet op eigen terrein. Het voetgangersgebied is voornamelijk ingericht voor voetgangers en fietsers. Meer autobewegingen zijn er ongewenst. Bewoners die toch een auto willen, zullen een plaats moeten kopen of huren in een (particuliere) parkeervoorziening in de omgeving. Draagvlak Bij het aanbrengen van wijzigingen in de verkeerscirculatie of uitbreiding van autoluwe en autovrije gebieden zullen de daarvoor gebruikelijke procedures worden aangehouden, waarbij betrokken partijen, zoals bewoners en ondernemers zullen worden geraadpleegd en waarbij ze de mogelijkheid hebben om hun zienswijze kenbaar te maken. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
3/3