RIS317441 Bijlage Advies Hilde Blank - Naar een nieuw kwaliteitssysteem voor de gemeente Den Haag
Tekst van het document
Naar een nieuw kwaliteitssysteem voor de gemeente Den Haag Advies kwartiermaker Hilde Blank
1
Inhoud Samenvatting: Hoofdpunten van het advies
3
1. Inleiding
4
2. Veranderende positie kwaliteitssysteem
6
Van welstand naar ruimtelijke kwaliteit Van ruimtelijke kwaliteit naar omgevingskwaliteit Omgevingskwaliteit bij de grote transities De situatie nu in de gemeente De Haag
6 7 7 7
3. De voorwaarden voor een integraal kwaliteitssysteem
9
Een nieuwe taak- en rolopvatting van de organisatie Omgevingskwaliteit is een recht Omgevingsvisie Den Haag legt de basis voor omgevingskwaliteit
9 10 10
4. Het kwaliteitssysteem in verschillende planprocessen
11
Drie fases binnen het planproces De overheid als initiator Initiatieven van derden Inrichtingsplannen openbare ruimte Landschapsontwikkeling
11 11 13 14 14
5. Omgevingskwaliteit in de praktijk; een stappenplan
15
De juiste opgave Goed opdrachtgeverschap Bewustwording van de verschillende rollen Heldere randvoorwaarden Rol van inspirerend ontwerp en verbeeldingskracht Herijken na elke planfase
15 15 15 16 18 18
6. Interne en externe kwaliteitsadvisering
19
De kwaliteitsadvisering in Den Haag De juiste adviseurs op de juiste plek
19 20
7. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van huidige kwaliteitssysteem
21
Bijlage: Evaluatie bijeenkomst kwaliteitsborging
22
2
Samenvatting: Hoofdpunten van het advies Deze notitie start met een overzicht van de aanbevelingen in korte zinnen die in de rest van de rapportage meer duiding krijgen. J Benut de nieuwe kerninstrumenten uit de Omgevingswet zodat omgevingskwaliteit expliciet meegenomen wordt in zowel beleids- en planvorming als in planontwikkeling, realisatie en beheer; J Zorg voor voldoende concrete aanknopingspunten in de Omgevingsvisie om omgevingskwaliteit te kunnen borgen; J Organiseer een klimaat in de stad en binnen de brede ambtelijke organisatie waar meningsvorming en dialoog kan plaatsvinden over omgevingskwaliteit. Het verdient aanbeveling om regelmatig te evalueren en met elkaar het gesprek te blijven voeren; J Borg in een vroeg stadium de voorwaarden en de condities om tot goede omgevingskwaliteit te komen omgevingskwaliteit expliciet mee in de werkprocessen zodat iedereen zich verantwoordelijk ervoor voelt;
J Maak de kwaliteitsadvisering over de buitenruimte onderdeel van de integrale gebiedsvisies en richt de rol van de ACOR specifiek in voor de gebieden waarvoor (nog) geen gebiedsvisies gelden of waarvoor geen omgevingstafel geldt; J Stel alleen in uitzonderlijke situaties een Kwaliteitsteam of supervisor aan, bijvoorbeeld wanneer de overheid en marktpartij samen grondposities hebben en daardoor belanghebbend zijn; J Wees transparant naar elkaar en de omgeving zodat mensen kunnen volgen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en zet daarbij het algemeen belang voorop en leg dat vast in documenten en afspraken; J Zorg voor goede overdracht tussen de verschillende planfases; J Vertrouw elkaar, vier de successen en communiceer positief over wat er goed gaat.
J Zet ontwerpkracht in om omgevingskwaliteit zichtbaar mee te nemen in de verschillende planfases: visie/beleid, planvorming/-ontwikkeling en uitvoering/realisatie/ en neem context, eigenheid van de plek, programmering en doelgroep mee; J Benut de kennis en inspiratie van de twee externe adviesorganen: Team Stadsadviseurs (samenhang hoger schaalniveau en inzicht consequenties transitieopgaven) op beleids- en stadsniveau en de nieuwe Adviescommissie Omgevingskwaliteit (voorheen de welstands- en monumentencommissie) voor de implementatie in planontwikkeling en uitvoering;
3
1. Inleiding De gemeente Den Haag staat voor een aantal ingrijpende transities en een toename van ruimtevragers die allemaal een plek zoeken binnen de gemeentegrenzen. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, klimaatverandering en de woningbouwopgave met bijbehorende voorzieningen. Om omgevingskwaliteit goed mee te kunnen nemen in al deze ontwikkelingen heeft de gemeente advies gevraagd aan Hilde Blank, directeur van BVR-adviseurs, bureau voor ruimtelijke ontwikkeling in Rotterdam. Het afgelopen jaar heeft zij als kwartiermaker stadsstedenbouwer Den Haag verschillende werkzaamheden voor de Dienst Stedelijke Ontwikkeling verricht. Zo heeft zij een voorstel gedaan voor de invulling van de functie stadsstedenbouwer. Haar advies is om een onafhankelijk Team van Stadsadviseurs aan te stellen, bestaande uit experts op het gebied van sociaalmaatschappelijke vraagstukken, brede ruimtelijke ordening vraagstukken en landschappelijke kijk op stedelijke ontwikkeling. Voor de invulling van de functie stadsstedenbouwer is een aparte notitie verschenen.
4
Voorliggende notitie is het advies over het kwaliteitssysteem van Den Haag. Na een evaluatie van het huidige systeem heeft zij haar advies opgebouwd en de mogelijkheden die de nieuwe Omgevingswet biedt als uitgangspunt genomen. Het advies over het aanstellen van een Team van Stadsadviseurs en het advies over het kwaliteitssysteem hebben een duidelijke relatie. Voor beide adviezen heeft Hilde verschillende gesprekken gevoerd met partijen binnen en buiten de ambtelijke organisatie. Een ambtelijke werkgroep met vertegenwoordigers van de Diensten Stadsbeheer, Stedelijke Ontwikkeling en Onderwijs, Cultuur en Welzijn functioneerde als haar klankbord, omdat deze diensten het meest direct betrokken zijn bij de kwaliteitsborging. Gezien het onderwerp is regelmatig afstemming en collegiaal overleg geweest met de afdeling Stedenbouw en Planologie en in het bijzonder met de expert stedenbouw. Voor het advies over het kwaliteitssysteem is daarnaast regelmatig overleg gevoerd met de DSO ambtenaren verantwoordelijk voor de implementatie van de Omgevingswet en de Welstands- en Monumentencommissie.
Over Hilde Blank Hilde Blank (TU Delft) heeft vanuit haar bureau BVR-adviseurs door de jaren veel ervaring opgebouwd als het gaat om ruimtelijke kwaliteit. Zo is zij kwartiermaker Provinciaal Bouwmeester Noord Holland geweest, AtelierleiderOverijssel en adviseur Brabants Expertisecentrum Ruimtelijke Kwaliteit. Zij was stadsbouwmeester Leiden en bouwmeester bij AM-gebiedsontwikkelaar. Ook was zij lid van het O Team (ministerie IenM) en commissie Mooi Nederland (ministerie VROM). Op dit moment is Blank supervisor Schieoevers Noord en voorzitter Kwaliteitsteam Nieuw Mathenesse – Glasfabriek Schiedam. Zij is voorzitter van de EFL Stichting, lid van het begeleidingscollege Planbureau voor de Leefomgeving en lid van de onafhankelijke denktank programmaberaad Nationaal Netwerk Brede Welvaart. Om de cultuur binnen de gemeente Den Haag en de stad beter te leren kennen heeft Blank verschillende werkzaamheden verricht. Zo heeft zij de externe gesprekken gemodereerd voor de evaluatie van de nota Eyeline Skyline en de werkplaatsen voor de Omgevingsvisie Den Haag. Daarnaast functioneerde zij voor diverse afdelingen als klankbord voor Haagse kwesties binnen het ruimtelijk domein en heeft zij externe bijeenkomsten gemodereerd of er inhoudelijk aan bijgedragen (Platform Stad, Provada, CROW-congres).
5
2. Veranderende positie kwaliteitssysteem Dit stuk beschrijft de veranderende rol van ruimtelijke kwaliteit, zowel de verbreding van het begrip als de positie binnen beleidsen planvormingsprocessen. Hoofdboodschap is dat het vroeger vooral over architectuur ging, daarna verbreed is naar stedenbouw, landschap, openbare ruimte en nu nog breder gaat over de kwaliteit leefomgeving. Daarmee is kwaliteit van de fysieke leefomgeving niet meer alleen het domein van de ontwerpende disciplines maar raakt het iedereen en moet/kan iedereen, vanuit de eigen expertise, er een bijdrage aan leveren.
De vernieuwingen in het welstandstoezicht hebben eraan bijgedragen dat de bouwplanadvisering in een breder verband werd bezien. Architectuur werd uitgebreid met landschap en stedenbouw, ruimtelijke ordening, cultuurhistorie en openbare ruimte. Den Haag was in die tijd een voorbeeldstad vanwege de aandacht voor de openbare ruimte. Het instellen van de Adviescommissie openbare ruimte (ACOR) is daaruit voortgekomen.
Het stuk hieronder is gebaseerd op de Handreiking voor het instellen van de gemeentelijke adviescommissie en andere adviseurs voor omgevingskwaliteit. Geschreven door combinatie VNG, federatie ruimtelijke kwaliteit en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (ministerie OCW) uit 2020. En gebaseerd op de persoonlijke ervaringen van Blank. Van welstand naar ruimtelijke kwaliteit Tot eind jaren 90 richtte het kwaliteitssysteem zich vooral op de architectuur en de gebouwde omgeving. Welstands- en Monumentcommissies hadden een toetsende rol aan ‘redelijke eisen van welstand’. Eind jaren 90 kwam de behoefte aan hogere kwaliteitseisen en meer efficiëntie en transparantie in procedures. In de Woningwet 2003 is geregeld dat de welstandscommissies voortaan openbaar moesten vergaderen. Gemeenteraden moesten welstandsnota’s vaststellen waarin werd aangegeven op basis van welke ‘criteria’ ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden beoordeeld.
6
Figuur 1: Van ‘redelijke eisen van welstand’ naar toetsen op brede omgevingskwaliteit
Van ruimtelijke kwaliteit naar omgevingskwaliteit Op lokaal niveau groeide het besef dat een geïsoleerde aanpak en sectorale advisering onvoldoende recht doen aan de kwaliteit van, en samenhang in, de gebouwde en openbare ruimte. Daardoor is er steeds meer afstemming gekomen tussen ruimtelijke ordening, stedenbouw en openbare ruimte, landschap en cultureel erfgoed. Met deze integrale kwaliteitszorg is de betekenis van ‘ruimtelijke kwaliteit’ verbreed. Niet alleen de aantrekkelijkheid van de uiterlijke verschijningsvorm (de schoonheid) speelt een rol, maar ook de ruimtelijke diversiteit, economische en maatschappelijke functionaliteit, culturele diversiteit, sociale rechtvaardigheid, duurzaamheid en menselijke maat. Vandaar dat in de nieuwe Omgevingswet gesproken wordt over omgevingskwaliteit. Met name bij grootschalige plannen maakt het beleidsmatig en vroegtijdig adviseren over de effecten van de ontwikkelingen voor de omgeving, voor de omwonenden en voor de toekomst, steeds vaker deel uit van het takenpakket van een kwaliteitsadviseur of adviesorgaan. Niet geïsoleerd maar juist vanuit een integrale visie op al die aspecten. Omgevingskwaliteit bij de grote transities In aanloop naar de invoering van de nieuwe Omgevingswet per 1 januari 2024 ziet Blank nog een extra verbreding van het begrip Omgevingskwaliteit.
Dat is mede ingegeven door de transities die in versneld tempo op steden afkomen en door het rijksbeleid van het Ministerie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Door de klimaat-, energie-, mobiliteitstransitie en de behoefte aan woon- en werkgebieden wordt de druk op het bestaande stedelijk gebied opgevoerd. Het Ministerie voor VRO roept op om de regie over de ruimtelijke ordening te hernemen en heeft ruimtelijke kwaliteit weer teruggebracht op rijksniveau. Ook lokaal zie je dat er zorgen zijn dat generieke oplossingen voor de grote transitieopgaven
ertoe leiden dat de eigenheid van steden verdwijnen. Omgevingsvisies hebben daarom als vertrekpunt de eigen kernwaarden. Dat betekent dat in het hele proces van beleid tot en met uitvoering omgevingskwaliteit centraal dient te staan. De situatie in de gemeente De Haag Binnen de gemeente Den Haag staat het integraal en gebiedsgericht werken centraal, zij het dat de organisatie daarin nog wel lerende is. Het huidige kwaliteitssysteem kent verschillende gremia (adviescommissies, tafels, teams) en planinstrumenten (gebiedsvisies, ontwikkelvisies, nota van uitgangspunten, kwaliteitsvisies, beeldkwaliteitsplannen). Door de tijd heen zijn er verschillende hulpconstructies gekomen om de kwaliteit goed te kunnen borgen. Zo zijn er supervisors aangesteld en kwaliteitsteams, vaak met externe en onafhankelijke deskundigen (o.a. Scheveningen en de Binckhorst). Hoewel er op het moment van instellen goede redenen voor zijn geweest, is het gegroeide kwaliteitssysteem voor veel mensen van binnen en buiten de organisatie niet meer helder. Er is behoefte aan vereenvoudiging. Daar komt bij dat kwaliteitsteams en supervisors nu vaak worden aangesteld voor de integrale kwaliteitsborging in een ambtelijke organisatie die sterk sectoraal is georganiseerd. Wanneer in de toekomst het integraal en gebiedsgericht werken binnen het concern goed functioneert zijn externe hulpconstructies niet meer nodig.
De meer sectoraal ingerichte vakafdelingen worden dan vooral ingezet voor hun deskundige adviezen en feitenkennis. Daarin heeft bijvoorbeeld ook het VOV, Vooroverleg verkeerszaken, een rol.
7
De Welstands- en Monumentencommissie heeft, naast haar wettelijke taak voor het toetsen van bouwplannen, op dit moment ook een adviserende rol in het Welstand- Stedenbouw Overleg (WSO). Dit is een collegiaal overleg waarin zowel beleidsvorming als planvorming in een vroeg stadium door de afdeling stedenbouw worden collegiaal besproken met de Welstands- en monumentencommissie. Het WSO wordt als zeer positief ervaren. In het kader van de nieuwe Omgevingswet wordt de Welstands- en monumentencommissie vervangen door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en kan zij ook meer aan de voorkant van de planvorming worden ingezet. Ook kan de samenstelling van de adviescommissie veranderen of uitgebreid worden met deskundigheid op het gebied van landschap, openbare ruimte en duurzaamheid. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit behoudt haar toetsende taak bij de vergunningverlening van bouwplannen. Specifiek voor de inrichting van de openbare ruimte is er de ACOR, Adviescommissie Openbare Ruimte. De kwaliteit van de openbare ruimte wordt geborgd in het Handboek OR (openbare ruimte) en fungeert als kader voor de ACOR. De ACOR is een ambtelijk adviesorgaan waarin de Dienst Stadsbeheer, de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en de Dienst Publieke Zaken zitting heeft en een lid van de welstandscommissie, met de expertise landschap en openbare ruimte.
De ACOR geeft zwaarwegende adviezen en kent daardoor een stevige status binnen de planvormingsprocessen. Voor de grote gebiedsontwikkelingen, de Binckhorst, het CID en Den Haag Zuidwest zijn of worden integraal opgestelde gebiedsvisies (inclusief beeldkwaliteitsplannen voor deelgebieden) opgesteld. Plannen die binnen deze gebieden worden ingediend worden aan de Omgevingstafel integraal besproken en getoetst, onder meer aan het Handboek Openbare Ruimte. Voor de toets van de openbare ruimte is dan geen extra 8
commissie nodig. Het is wel aan te bevelen dat in de beeldkwaliteitsplannen expliciet aandacht is voor de openbare ruimte. Ook zal het Handboek Openbare Ruimte regelmatig moeten worden geactualiseerd naar de nieuwste inzichten op gebied van bodem, water, klimaat, natuur, biodiversiteit et cetera. Voor plannen buiten de grote gebiedsontwikkelingen blijft de ACOR als commissie voor de openbare ruimte van toegevoegde waarde. De gemeente is vaak eigenaar van de openbare ruimte en heeft daarmee een belangrijke sleutel in handen heeft om de Omgevingskwaliteit te vergroten. De gemeente Den Haag grijpt de instrumenten van de Omgevingswet aan om steviger regie te voeren op de ontwikkeling van de stad en om het kwaliteitssysteem te herijken. De gemeentelijke organisatie wil daarin een meer activerende rol aannemen. Daarbij is het belangrijk dat iedereen beseft en onderschrijft dat kwaliteit een rol heeft in de breedte van de stadsontwikkeling, van beleidsvorming tot en met uitvoering en het beheer.
Uit de evaluatie, zie de bijlage, van het huidige systeem (Blank, voorjaar 2022) komt naar voren dat er op verschillende fronten spanning wordt ervaren, bijvoorbeeld tussen de verschillende gremia, zoals sectorale afdelingen, projectteam, Kwaliteitsteam, supervisors, ACOR, Welstands- en monumentencommissie, maar ook het college van B&W en de gemeenteraad, waar plannen langs moeten om een goedkeuring te krijgen. Ook zit er spanning tussen de behoefte van sommigen om kwaliteit meetbaar te maken met strenge kaders versus het flexibel en situatief om willen gaan met kwaliteitskaders. Dat hangt samen met een spanningsveld tussen tijd nemen voor een goed afwegingsproces versus snelheid willen maken en het lopende planproces zo min mogelijk te vertragen. De bevindingen uit de evaluatie zijn meegenomen in het voorstel voor een nieuw kwaliteitssysteem volgens de nieuwe Omgevingswet.
3. De voorwaarden voor een integraal kwaliteitssysteem Om tot een integraal kwaliteitssysteem te komen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Om te beginnen moet de hele gemeentelijke organisatie gezamenlijk streven naar omgevingskwaliteit. Een heldere visie is daarbij cruciaal, waarvoor de Omgevingsvisie de basis moet leggen. Ruimtelijk ontwerp speelt in elke fase een belangrijke rol. Naast inhoud is een helder proces voorwaarde en de wijze van samenwerking in projecten en gebieden. Een nieuwe taak- en rolopvatting van de organisatie Omgevingskwaliteit dreigt snel aan het kortste eind te trekken wanneer hardere belangen zoals geld of verkeerskundige eisen aan bod komen. Tegelijkertijd wil iedereen graag een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leefomgeving. De welwillendheid binnen de organisatie is groot en er is behoefte aan meer inzicht en handvatten hoe omgevingskwaliteit beter meegewogen kan worden in de bredere belangenafweging. In het advies van Blank over de invulling van de functie stadsstedenbouwer komt scherp naar voren dat de taak- en rolopvatting van de gemeentelijke overheid aan vernieuwing toe is. Zowel voor de planprocessen zelf als het kwaliteitssysteem. Haar stellingname is dat de overheid de regie naar zichzelf toe moet trekken en zich actiever op moet stellen als hoeder van het publiek, of algemeen, belang.
Dit wordt versterkt door de transitieopgaven die op de stad afkomen op het gebied van klimaat, energie en mobiliteit en thema’s zoals circulariteit, gezondheid, ruimtelijke rechtvaardigheid etc. Dat vraagt
om een overheid met systeemkennis en een overheid die zich richt op de samenhang tussen de verschillende transities en tussen de verschillende gebiedsontwikkelingen. De afgelopen decennia heeft de overheid zich steeds meer teruggetrokken van een sturende naar een faciliterende rol bij gebiedsprocessen. Dat heeft ertoe geleid dat zij de grip op omgevingskwaliteit voor een te groot deel heeft verloren. Om de regie terug te nemen is een tegenreactie nodig op de faciliterende overheid; een activerende overheid met een eigen visie en verantwoordelijkheid voor de systemen en buitenruimte als volwaardige gesprekspartner voor ontwikkelende partijen en initiatiefnemers. Dat vraagt om een verandering in de werkcultuur die nu sectoraal is georganiseerd. Vaak worden er nu integrale gebiedsvisies of -plannen gemaakt vanuit sectorale belangen. In haar advies houdt Blank een pleidooi voor stevige sectorale kennis en een belangenafweging die plaats vindt in project- of planteams. Dat betekent dat de vakafdelingen niet vanuit een belang acteren maar vanuit deskundigheid en feitenkennis en dat de integrale belangenafweging plaatsvindt in de projectgroep of het planteam. Daarbij dient de ruimtelijke context, de lokale mentaliteit en cultuur van de plek en het algemeen belang meegenomen te worden.
Om als organisatie de focus te verleggen naar de tussenruimte (tussen beleid en uitvoering en tussen stad/regio en deelgebieden/ locaties) stelt Blank voor een Team van Stadsadviseurs (TSa) aan te stellen, dat met een neutrale blik en grote externe kennis, de organisatie kan helpen bij de veranderende werkcultuur en het versnellen van integraal werken.
9
Omgevingskwaliteit is een recht De Verklaring van Davos (2018) stelt dat ‘’iedereen het recht heeft de culturele omgeving te beleven, te delen en ertoe te behoren. De manier waarop we samenleven, en ons ontwikkelen is een uiting van onze cultuur. Het vormen van onze leefomgeving is daarom een culturele daad. Bouwcultuur gaat over de sociaaleconomische context, het planningsstelsel, de schaal van de bouwkundige detaillering tot de schaal van stedenbouw en landschap. Uitgangspunt is dat de gebouwde omgeving als één geheel wordt beschouwd. Elk ontworpen en gebouwd object houdt verband met de natuurlijk omgeving en maakt deel uit van het grotere geheel.’
Omgevingsvisie Den Haag legt de basis voor omgevingskwaliteit Wat voor een stad wil je zijn, voor wie en hoe blijf je de stad waar iedereen van houdt en zich thuis voelt? Of je nu bewoner, ondernemer of bezoeker bent. Hoe leiden al die opgaven samen tot een leefbare en inclusieve stad met kansen voor iedereen? De Omgevingsvisie Den Haag moet hiervoor de basis leggen. Een visie die concreet uitspraken doet en activeert en handvatten biedt voor de afweging tussen die vele ruimtevragers. Dit als basis voor de doorwerking in beleid, planvorming en realisatie. Op het moment dat dit advies is uitgebracht is de Omgevingsvisie Den Haag nog in ontwikkeling. Hoe concreter de Omgevingsvisie is en een toekomstperspectief biedt aan de verschillende deelgebieden, hoe meer houvast het geeft voor het borgen van omgevingskwaliteit.
10
Zo moet de Omgevingsvisie scherp maken aan welke zaken niet te tornen valt, zoals de vitale infrastructuur in de boven- en ondergrond, de hoofdgroenstructuur, de cultuurhistorische objecten en structuren etc. Tegelijk moet er ruimte zijn voor initiatieven en nieuwe inzichten. De Omgevingsvisie moet vertaald worden naar het Omgevingsplan en andere beleidsinstrumenten. Dit vormt het kader voor de toetsing van de omgevingskwaliteit.
4. Het kwaliteitssysteem in verschillende planprocessen Dit hoofdstuk adviseert hoe het nieuwe kwaliteitssysteem georganiseerd kan worden binnen ruimtelijke planprocessen. Ruimtelijke planprocessen nemen verschillende gedaantes aan. Soms is de overheid de initiator en soms een derde partij. De inrichting van de openbare ruimte volgt in Den Haag weer een ander proces. Het kwaliteitssysteem voegt zich naar deze gedaantes. Ook binnen een planproces zijn verschillende fases te onderscheiden, waarin het kwaliteitssysteem een andere functie heeft. Drie fases binnen het planproces De nieuwe wet RO maakt onderscheid tussen advisering en toetsing van omgevingskwaliteit. Bij het inrichten van het kwaliteitssysteem kan dat onderscheid behulpzaam zijn. Advisering maakt onderdeel uit van beleids- en planvorming. Het gaat over het vaststellen van de ambitie en kaders waarbinnen ontwikkeling en uitvoering plaats moeten vinden. Toetsing vindt plaats tijdens plan uitontwikkeling en uitvoering. Er wordt getoetst of de ambities en kaders ook worden nageleefd en waargemaakt. Of het nu gaat om nieuw beleid, planvorming of het realiseren van een ontwerp, per domein: beleid, planvorming en realisatie zijn grofweg drie fasen te onderscheiden: de start- of initiatieffase, de ontwerp- of onderzoeksfase en de uitvoerings- en beheerfase. In elke fase speelt de kwaliteitsadvisering een eigenstandige rol.
In de start- en initiatieffase wordt
de ambitie geformuleerd (Waarom), in de ontwerp- en onderzoeksfase worden de kaders gesteld (Wat) en in de uitvoeringsfase wordt geborgd dat waargemaakt wordt wat is beloofd (Hoe). De overheid als initiator Veel grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen komen tot stand op initiatief van de overheid. Het kwaliteitssysteem is hier gekoppeld aan een projectteam (beleid- en planvorming) of planteam (planontwikkeling en uitvoering). In beide gevallen staat het gemeentelijk team centraal, daar vindt de integrale afweging plaats. Het team bestaat uit deskundigen, strategen, ontwerpers, beheerders, communicators en een projectleider of een procesmanager, afhankelijk van de opgave.
Figuur 3: Project- en planteams kunnen rekenen op de adviezen van het Team van Stadsadviseurs (TSa) en de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK)
11
Het team wordt inhoudelijk gevoed door sectorspecialisten die vooral inhoudelijke kennis brengen. Sectorspecialisten worden op afroep betrokken bij de project- en planteams om hun kennis toe te lichten. Gebieds- en projectteams kunnen gebruik maken van twee onafhankelijke adviesorganen voor de omgevingskwaliteit: Het Team van Stadsadviseurs, met focus op beleids- en planvorming en de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, met focus op planontwikkeling en uitvoering. Beide adviesorganen staan ten dienste van de gehele gebieds- en projectteams. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit houdt daarnaast haar wettelijke taak voor de bouwplantoets. Voor de openbare ruimte blijft in sommige situaties de ACOR van kracht, zie verder in deze notitie.
12
In de nieuwe Omgevingswet wordt de welstands- en monumentencommissie vervangen door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. De monumententoets blijft een wettelijke plicht. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid de Adviescommissie Omgevingskwaliteit breder in te zetten en ook eerder in het planproces in de rol van adviseur. Dit is een goede en waardevolle aanvulling op het instellen van het Team van Stadsadviseurs.
Figuur 5: Bij initiatieven wordt het proces in de afbeelding hiernaast tweemaal doorlopen. Eenmaal om het inititatief van derden te toetsen, eenmaal om het advies te toetsen
Initiatieven van derden Bij sommige ruimtelijke ontwikkelingen komt het initiatief van derden, zoals een projectontwikkelaar, of een maatschappelijke instelling. In dergelijke gevallen wordt er een andere procesgang gevolgd. Een initiatief komt allereerst binnen bij het Intaketeam. Dat is één loket waar de afweging wordt gemaakt of het initiatief past bij de Omgevingsvisie. Wanneer dat het geval is komt het initiatief terecht bij de Omgevingstafel. Dit is de tafel waarin het initiatief integraal wordt besproken. Het kan zijn dat het initiatief direct een relatie heeft met een ontwikkeling waar de gemeente actief mee bezig is. Dan wordt het initiatief onderdeel van het planteam. Wanneer dat niet het geval is wordt het initiatief voorzien van advies en wordt het doorgeleid naar de bouwplanprocedure. Gezien de wettelijke vereiste dat een initiatief binnen 8 weken van een advies moet zijn voorzien, raadt Blank
aan initiatieven twee keer te behandelen aan de omgevingstafel. In de eerste ronde wordt het initiatief voorzien van een advies; in de tweede ronde wordt het advies getoetst. Vanuit haar ervaring in kwaliteitsteams geeft Blank de tip om initiatieven te bekijken volgens de volgende volgorde: J Waardering, de onderdelen van het plan waar de omgevingstafel positief over is, die overtuigend en geloofwaardig gevonden worden. J Twijfel, de onderdelen in het plan die nog niet overtuigen, en waar suggesties mee worden gegeven bij de heroverwegingen. J Nader onderzoek, de onderdelen die onvoldoende zijn uitgewerkt om een definitief oordeel te kunnen geven. J Niet akkoord, de onderdelen waar de omgevingstafel streng op is en die niet akkoord worden bevonden. J Nabeschouwing, een alles overziende beschouwing.
13
Inrichtingsplannen openbare ruimte De Inrichting en kwaliteit van de openbare ruimte behoeft apart aandacht. De gemeente stelt niet alleen de kaders en bepaalt de ambitie, maar is soms zelf ook ontwerper en uitvoerder. Bij ontwerpen voor de openbare ruimte is het handboek openbare ruimte hiervoor het kader. Om de kwaliteit van de plannen voor de openbare ruimte integraal te toetsen is er de ACOR. In de verdichtende stad waar klimaatadaptatie, duurzame energieopwekking en een gezonde leefomgeving centraal staat zijn architectuur, stedenbouw en de buitenruimte niet meer los van elkaar te beoordelen. Vooral niet wanneer daken, gevels en semipublieke binnenterreinen meewegen in het halen van de gewenste groennormen en wateropvang. Bij de grote gebiedsontwikkelingen dient de openbare ruimte integraal onderdeel te zijn van de planontwikkeling. Dit wordt aan de Omgevingstafel integraal besproken en getoetst waardoor een aparte toets door de ACOR niet meer nodig is. Voor plannen en initiatieven die daarbuiten vallen blijft een toets door de ACOR van waarde. Blank adviseert naar de samenstelling en werkwijze te kijken of deze voldoende aansluit bij de doelstelling. Bij deze analyse wil Blank een punt van aandacht meegeven betreffende het beheer en onderhoud van de buitenruimte in de verdichtende stad. Steeds meer mensen maken gebruik van een steeds kleiner wordende buitenruimte.
Dat vraagt om een intensief beheer en onderhoud en het mee laten groeien van budgetten. Vooral in een tijd waarin de kosten stijgen en er steeds meer behoefte is aan technisch innovatieve
14
oplossingen en herbruikbare circulaire materialen. De verwachting is dat daar een hoger prijskaartje aan hangt, vooral in de experimenteerfase waarin nog geen sprake is van schaalvoordelen. Landschapsontwikkeling Deze plek in het advies wordt aangegrepen om aandacht te vragen voor de buitenruimte van Den Haag als het gaat om de grote systemen en de lange lijnen. In de verkenning van Blank ziet zij op dit vlak dat de gemeente Den Haag te weinig aandacht heeft voor de landschappelijke benadering van de ruimte. De transitieopgaven die op de stad afkomen zullen een grote impact hebben op de buitenruimte. Daarom ziet Blank in het Team van Stadsadviseurs expliciet een rol voor de landschappelijke kennis van de stedenbouw. Daarmee wordt bedoeld dat niet alleen naar gebouwen of vastgoed wordt gekeken maar ook naar water en bodem en het versterken van de landschapsstructuren. Het Tsa kan de gemeente inspireren en helpen om landschap een centralere rol te geven beleids- en planvorming. Het is aan te bevelen om het aantal landschappers binnen de organisatie te verhogen.
5. Omgevingskwaliteit in de praktijk; een stappenplan Hoe breng je omgevingskwaliteit in de praktijk? De juiste opgave, goed opdrachtgeverschap, heldere rolverdeling en randvoorwaarden, inspirerend ontwerp en regelmatige herijking zijn de ingrediënten voor elke fase in het beleids-, planvormings- en uitvoeringsproces. De juiste opgave Omgevingskwaliteit wordt behaald door het gebied en de verschillende opgaven optimaal met elkaar in verband te brengen met als doel het ‘beste te halen uit wat de ruimte kan bieden’. Waar omgevingskwaliteit zich voor de één focust op een fraai uiterlijk, gaat het voor een ander eerder om gebruiksgemak of beleving. Enerzijds gaat het er dus om de juiste ruimtelijke opgaven in de breedste zin van het begrip te identificeren (fysiek, maatschappelijk, economisch, etc). Anderzijds is het belangrijk de spelers en hun belangen te identificeren. Om een gepaste ontwikkelkoers uit te zetten, is het tevens belangrijk de beoogde doelgroepen te benoemen. Zonder beeld van degenen waarvoor de ontwikkeling bedoeld is, is het niet mogelijk om de gewenste gebruiks- en belevingswaarden in kaart te brengen. Bij de start van nieuw beleid of planvorming moet voldoende ruimte geboden worden voor inventarisatie en analyse. In latere fasen gaat het om het combineren van opgaven en het doordenken en uitwerken van een integrale oplossing.
De opgaven en ambities mogen gedurende het proces niet onduidelijk verwateren, omdat dit teleurstelling en wantrouwen veroorzaakt. Dit geldt ook voor
de overgang van planontwerp naar realisatie. Leg goed vast wat de essentie is, wat harde randvoorwaarden zijn en waar ruimte is voor (her)interpretatie of nieuwe inzichten. Goed opdrachtgeverschap Organiseer goed opdrachtgeverschap met integrale opdrachten. Dit kan zodra de partijen en opgaven geïdentificeerd zijn. Wanneer het gaat om een enkelvoudige of sectorale opgave, kan één ‘probleemeigenaar’, met de juiste kennis van de sociaal-maatschappelijke en ruimtelijke context, het proces trekken. In geval van meervoudige opgaven, kan het zeer bevorderend werken om gecombineerd opdrachtgeverschap te voeren. Om de gestelde doelstellingen en ambities gedurende het hele proces te waarborgen, is het belangrijk dat alle partijen zich committeren door heldere kaders overeen te komen. Wanneer de partijen het eens zijn over de te realiseren opgaven, kunnen de taken en rollen worden verdeeld en kan ieder zijn eigen projecten doorontwikkelen en tot uitvoering brengen. Zorg wel voor regelmatige terugkoppeling om de samenhang te blijven bewaken. Bewustwording van de verschillende rollen Iedereen draagt op zijn of haar manier bij aan het bereiken van omgevingskwaliteit. Of je nu bewoner, ontwerper of beleidsmaker bent. Onafhankelijke adviseurs en professionals leveren een meerwaarde vanuit hun kennis en ervaring van buitenaf.
Interne professionals kennen de eigen omgeving goed en hebben inzicht in relevante opgaven en partijen. Investeerders, beheerders, bewoners, initiatiefnemers dragen allemaal bij aan het behalen van kwaliteit.
15
Vertrouwen in elkaar en begrip voor elkaars rol in het gehele planproces is fundamenteel. Het verankeren van afspraken in overeenkomsten en het monitoren van de processen is een belangrijk middel om de kwaliteit te borgen. De gemeente De gemeente is de hoeder van het algemeen belang en de publieke zaak. Zij is verantwoordelijk voor de buitenruimte en de ondergrond, zorgt voor de integrale afstemming tussen sectoraal beleid en bewaakt de samenhang op verschillende schaalniveaus. Zij is een betrouwbare samenwerkingspartner voor gebiedspartijen en andere belanghebbenden die een rol hebben in de ontwikkeling. Richting de burgers en ondernemers zorgt de gemeente voor continuïteit in de advisering en betrekt zij actief ‘de stad’ bij de visievorming en planontwikkeling. (Semi)publieke partijen Partijen die aan de gemeente zijn gelieerd, zoals Rijk, provincie, regio, waterschap, Rijkswaterstaat, NS, ProRail, energiebedrijf, etc. bepalen mede de kwaliteit van de leefomgeving. Zij brengen eigen kennis in en zijn inhoudelijk onderdeel van de integrale afweging. Voor een optimaal resultaat is een goede dialoog met en tussen deze partijen noodzakelijk. Zij staan ook aan de lat voor een deel van de realisatie.
16
Commerciële partijen In principe bouwt of ontwikkelt een gemeente niet zelf maar wordt dit gedaan door marktpartijen, met of zonder winstoogmerk. Deze partijen brengen kennis in over de haalbaarheid en realiseerbaarheid van een ontwikkeling. Het is aan te bevelen deze kennis in een vroeg stadium van de planvormingsfase in te zetten. Goede afspraken en dialoog tussen publieke en private partijen over kwaliteitsadvisering, ook in de uitvoering is essentieel voor een goed resultaat.
Rollen SECTORSPECIALIST Vertegenwoordig sectorale kennis door het doen van onderzoek en legt feiten op tafel die neutraal zijn. De specialist is op de hoogte van de nieuwste kennis en inzichten en onderhoudt daarvoor contacten met een diversiteit aan partners; DESKUNDIGE Gebruikt de eigen expertise als inspiratiebron voor het zoeken naar oplossingen en benut de marktkennis om de haalbaarheid van verschillende oplossingen niet uit het oog te verliezen. Denkt niet alleen vanuit de geijkte kaders, maar durft buiten te lijnen te kleuren om tot verrassende nieuwe inzichten te komen. STRATEGISCH ADVISEUR Brengt ervaring en kennis in vanuit andere projecten, gebruikt helicopterview om opgaven en kansen te verknopen en innovatieve oplossingen aan te dragen. ONTWERPER Gebruikt het ontwerp ook als middel om opgaven en kansen te verkennen, te integreren en partijen te binden. Inspireert door consequenties van keuzes inzichtelijk te maken en daagt uit tot vernieuwende en verrassende oplossingen. BEHEERDER Houdt de beheeropgaven in de gaten en laat deze al vroeg in de planontwikkeling een rol spelen. Beheer is essentieel voor het in standhouden van omgevingskwaliteit. COMMUNICATOR Zorgt voor een constante, open en eerlijke communicatie naar alle betrokkenen en belanghebbenden. Daarmee creëer je begrip en draagvlak en enthousiasmeer je mensen.
Benoemt de meerwaarde van de integrale aanpak van meervoudige opgaven en laat zien waarom bepaalde keuze worden gemaakt. PROCESMANAGER Richt een inspirerend proces in, met een constructieve rol voor de verschillende participanten ten aanzien van het realiseren van een mooi en goed resultaat. Spreekt deelnemers niet enkel aan op een kader stellende of toetsende rol, maar creëert de ruimte om ieder vanuit zijn kennis en achtergrond mee te laten denken over het gewenste resultaat. PROJECTLEIDER Onderzoekt of sectorale opgaven raken aan kansen of opgaven voor andere werkterreinen en gebruikt ze in dat geval om een meervoudige opgave te benoemen en aan te pakken met andere partijen. PROJECTGROEP/PLANTEAM Heeft een centrale rol. Zorgt dat de inhoudelijke inbreng van experts goed worden meegenomen, zorgt ervoor dat mensen goed samenwerken, producten op elkaar afstemmen en afspraken nakomen. En zorgt voor een goede afstemming en terugkoppeling met andere projecten die in de invloedssfeer liggen. 17
Heldere randvoorwaarden Op het vroegst mogelijke moment moet commitment van participerende partijen aan omgevingskwaliteit op heldere manier worden vastgelegd en de ambities verankerd. Op basis van een kwaliteitsplan kunnen privaatrechtelijk afspraken gemaakt worden met opdrachtgevers en stakeholders. Dit kwaliteitsplan komt tot stand met behulp van ontwerpend onderzoek. Het is ook belangrijk om de realiteitsgrenzen goed te bepalen. Is het programma niet alleen financieel haalbaar, maar ook qua afzetbaarheid realistisch? Wanneer een project overgaat in de realisatiefase, dienen de kaders voor een duidelijke taak-, rol- en verantwoordelijkheidsverdeling. Hiermee kan worden gewaarborgd dat mogelijke projectonderdelen deel blijven uitmaken van de integrale ontwikkeling, terwijl partijen elk hun eigen projecten kunnen uitwikkelen en realiseren. Het formuleren en hanteren van heldere kaders biedt handvatten voor dialoog en draagvlakcreatie gedurende het hele proces. Rol van inspirerend ontwerp en verbeeldingskracht Een goede ontwikkeling heeft baat bij een geïnspireerd en inspirerend integraal en gebiedsgericht proces, waarbij ontwerpen meer kan zijn dan het bieden van een oplossing. Ontwerp als verbeelding is een beproefd middel om inzichtelijk te maken waar opgaven liggen en hoe deze zich verhouden tot elkaar en tot de ruimtelijke context.
Beeld is een sterk communicatiemiddel waardoor verwachtingen minder uiteen gaan lopen gedurende het proces, het voorkomt spraakverwarring. Hoe verder in het planproces, hoe meer het gaat om ontwerp als oplossing. Het
18
begrip ‘ontwerp’ heeft dus verschillende betekenissen, die op verschillende momenten gedurende het proces aan bod komen, zoals strategisch ontwerp, conceptueel ontwerp, verbeelding/ visualisatie, uitvoeringsgericht ontwerp, etc. Werken aan omgevingskwaliteit gaat iedereen aan en niet alleen de afdeling Stedenbouw en Planologie. Ontwerpers kunnen wel helpen om omgevingskwaliteit zichtbaar en daarmee bespreekbaar te maken. Zij kunnen de kernwaarden van gebieden, zoals de ondergrond, kenmerkende structuren en beeldbepalende gebouwen en objecten in kaart brengen. Ook kunnen zij inzicht geven in de ruimtelijke consequenties van verschillende ruimtevragers en andere wensen of eisen die op een gebied afkomen. Daarmee wordt inzichtelijk wat ruimtelijk te combineren is en wat niet en waarin keuzes gemaakt moeten worden. Door de ruimtelijke consequenties neutraal in beeld te brengen voedt het de dialoog met de verschillende betrokken partijen en ontstaat er een transparant afwegingsproces. Omgevingskwaliteit is uiteindelijk het resultaat van het ontwerpgericht handelen waarin gebiedskenmerken, commitment van partijen en gevoel voor verhoudingen tussen de grote lijnen en details centraal staan. Herijken na elke planfase Tussen start en realisatie zitten vaak meerdere jaren waarin de maatschappelijke en politieke context kunnen veranderen.
Het advies is om na iedere stap goed te herijken of de condities waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt nog steeds gelden. Afwijken kan alleen op basis van zwaarwegende argumenten en wanneer het blijft voldoen aan de kernwaarden zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie.
6. Interne en externe kwaliteitsadvisering Verschillende ruimtelijke planprocessen vragen ook om verschillende kwaliteitsadviseurs. Dit hoofdstuk beschrijft welke instrumenten ingezet kunnen worden. Hoe borg je kwaliteit in complexe ruimtelijke projecten met een lange doorloop? Wanneer zet je interne of externe kwaliteitsadviseurs, teams of commissies in? De kwaliteitsadvisering in Den Haag Bij kortlopende, enkelvoudige projecten waarbij aan de voorkant harde en heldere afspraken zijn gemaakt tussen partijen is het systeem helder. De kaders, veelal geborgd in het Omgevingsplan en het Beeldkwaliteitsplan, zijn gegeven. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit heeft bij de vergunningverlening de rol om het ontwerp te toetsen aan redelijke eisen van welstand. Er blijft altijd wel enige interpretatieruimte bestaan maar dat is met redelijke argumenten goed te verantwoorden. Ingewikkelder wordt het bij complexere projecten en projecten die een lange doorlooptijd kennen. Er zit dan soms jaren tussen de geaccordeerde kaderstellende beleidsdocumenten en het moment van de uiteindelijke realisatie. In de tussentijd zijn inzichten, wensen, of financiële condities veranderd of is er wijziging van beleid door andere politieke inzichten en wensen. Dat vraagt wat meer begeleiding Nog ingewikkelder wordt het wanneer het gaat om projecten waarvoor nog geen kaders aanwezig zijn.
Dit zijn vaak initiatieven van derden die nog niet konden worden voorzien, maar die wel gewenst zijn bijvoorbeeld doordat ze een bijdrage leveren aan urgente opgaven waar de stad mee te maken heeft.
Tussen de start van een ontwikkeling en de uiteindelijke uitvoering zit vaak een lange periode. In deze periode kunnen inzichten veranderen, beleid wijzigen en publieke opinie veranderen. Het vraagt om continue aandacht om tijdens het gehele ontwikkel- en bouwproces de ontwikkeling in goede banen te leiden. Dit zodat de afspraken worden nagekomen maar ook om planprocessen bij te sturen wanneer daar gegronde redenen voor zijn. Soms moet je accepteren dat een planproces zo ver is dat afspraken niet meer zijn te wijzigen, terwijl je met de kennis van dat moment wellicht een ander plan zou wensen. Soms blijken alle betrokken partijen er baat te hebben dat een planproces wordt opengebroken en kan een nieuwe weg worden ingeslagen. Het is maatwerk, vraagt veel van de betrokken partijen en het goed bij elkaar brengen van argumenten om de juiste afweging te maken. De wijze waarop het nieuwe kwaliteitssysteem het beste voor de stad kan worden ingericht sluit hierop aan. J Terug naar de basis, hoeder van de publieke zaak, vanuit algemeen belang en kwaliteit van de stad opereren, met de omgevingsvisie en het omgevingsplan als basis. Belangrijk afwegingskader voor beoordelen van initiatieven en activeren van projecten.
J Gemeente brengt meer focus aan de voorkant van planvormingsprocessen, biedt stevige kaders en een duidelijk systeem van planvormingsprocedures met loops/evaluatiemomenten wanneer er moverende redenen zijn om te willen afwijken.
19
De juiste adviseurs op de juiste plek Intern projectteam voor de planbegeleiding Voor eenduidige opgaven en projecten die snel kunnen worden uitgevoerd is vaak niet zo veel aan de hand en kunnen de processtappen prima worden gevolgd. Voor bijzondere opgaven of kwetsbare plekken in de stad kan een zwaardere kwaliteitsadvisering helpen, bijvoorbeeld door een intern planbegeleidingsteam. Dit team bestaat niet zozeer uit sectoraal deskundigen maar meer uit ambtenaren die in staat zijn integrale afwegingen te maken. De taak richt zich op het begeleiden van de planuitwerking door ontwikkelaars/ corporaties/bouwers en hun ontwerpers. De kaders, vaak ook een beeldkwaliteitsplan, zijn bestuurlijk vastgesteld en bieden houvast. Kwaliteitsteam of supervisor Wanneer de gemeente zelf een grondpositie heeft en daardoor belanghebbende is bij de ontwikkeling kan het verstandig zijn een onafhankelijk Kwaliteitsteam of Supervisor aan te stellen. Een Kwaliteitsteam of Supervisor kan de publieke en private partijen scherp houden zodat beloftes, die aan de voorkant zijn bepaald, worden waargemaakt. Een goede ‘linking pin’ naar de organisatie, de ambtelijke projectgroep, is voorwaarde. Twee externe kwaliteitsorganen Niet alles is van tevoren in kaders vast te leggen.
Wat je vaak ziet is dat de ambtelijke begeleiding (projectgroep) zich moet verhouden tot beleid en afspraken die vastliggen (vaak uit het verleden), terwijl de gebiedsontwikkeling inspeelt op de toekomst die soms om andere beleidsuitgangspunten vraagt. Voor de aanpak van deze opgaven moet vaak nog veel uitgevonden worden en dat vraagt veel dialoog tussen alle
20
betrokkenen. Ook moet het vertrouwen gewonnen worden van de gemeenteraad en de samenleving dat de voorgestane gebiedsontwikkeling de juiste is voor de stad. Hierbij kunnen de onafhankelijke kwaliteitsorganen een helpende hand bieden. Het Team Stadsadviseurs helpt het ambtelijk team met het formuleren van de juiste opgave en het maken van afwegingen, met inbreng vanuit de expertise van de 3 stadsadviseurs. Het accent ligt op de samenhang met stad en regio en de vertaling naar gebieden en strategische locaties. Integraliteit en de bredere afweging staan centraal. Denk aan het bij elkaar brengen van ontwikkeling en beheer, het verbinden van fysieke ingrepen en maatschappelijke opgaven, of het levend houden van de ambities uit de omgevingsvisie. Vanuit de projecten kunnen er dillema’s worden geagendeerd die breder spelen. Het Team Stadsadviseurs kan deze bespreekbaar maken richting directie en bestuur en vertalen in vervolgacties. Zoals bijvoorbeeld aanvullend onderzoek (verkenningen), heroverwegen van verouderde uitgangspunten, opstellen van nieuw beleid etc. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit helpt het ambtelijk team op gebiedsniveau en de vertaling naar gebouwen en plekken. Zij houdt de projectgroep scherp bij vakmatige afwegingen.
Zij maakt de ontwerptechnische zaken bespreekbaar, zoals openbare ruimtetypologieën, over maat- en schaalverhoudingen, over de interpretatie van aanwezige cultuurhistorische waarden, over profielopbouw etc. Kennis over ecologie, duurzaamheid, klimaat is binnen deze commissie nodig om goed te kunnen adviseren over de buitenruimte.
7. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het huidige kwaliteitssysteem In dit laatste hoofdstuk staat een beknopte samenvatting van de belangrijkste verschillen van het nieuwe kwaliteitssysteem met de huidige situatie. J Omgevingskwaliteit wordt integraal meegenomen in beleids- en planvorming, de plan uitontwikkeling, uitvoering en beheer. Zowel bij de startfase als gedurende het planproces. J In werkprocessen is expliciet aandacht voor de juiste opgave, goed integraal opdrachtgeverschap, heldere randvoorwaarden en inzet van inspirerend ontwerp en verbeeldingskracht. J Bij de overheid als initiator worden twee onafhankelijke kwaliteitsorganen ingezet om de omgevingskwaliteit te borgen; Team Stadsadviseurs en Adviescommissie Omgevingskwaliteit. J Het team Stadsadviseurs jaagt aan, inspireert en geeft zwaarwegende adviezen en is niet vrijblijvend. Een positie gekoppeld aan het GMT is daarom belangrijk.
J Wat betreft de plannen voor de buitenruimte vindt de integrale afweging plaats binnen de drie grote gebiedsontwikkelingen. Daarbuiten blijft de rol van de ACOR van toegevoegde waarde. Wel dient gekeken te worden naar de samenstelling van de commissie en de aard van de werkzaamheden. J In situaties waarin bij de planrealisatie de gemeente grondpositie heeft en daardoor belanghebbend is, kan een supervisor of Kwaliteitsteam worden ingezet om de partijen scherp te houden om de ambities te realiseren. Dit is maatwerk. J Potentiële conflicten of verschil van inzicht worden sneller op tafel gelegd en in open dialoog besproken zodat de voortgang van de processen hier geen hinder van ondervinden.
J Bij derde partijen als initiator zorgt het intaketeam en de omgevingstafel (nieuwe samenstelling) voor de integrale afweging.
21
Bijlage: Evaluatie kwaliteitsborging In een bijeenkomst op 20 maart 2023 is in de Haagse lobby gesproken over kwaliteitsborging. Op voorhand is input verzameld en gecategoriseerd. Deelnemers konden de uitspraken bestickeren om aan te geven waar het belang zit. Vervolgens zijn de deelnemers van de bijeenkomst in vijf tafels uiteen gegaan om het gesprek over kwaliteitsborging te voeren. De resultaten van de dag worden in deze bijlage weergeven.
De vele dimensies van ruimtelijke kwaliteit
Ruimtelijke kwaliteit is: J Belangenafweging J Commitment (aan verandering) J Consistentie in advies J Langdurig gebruik waar je blij van wordt J Goede mix van functies en programmering J Een integrale blik en voortbouwen op wat er al is J Zoeken naar een optimum, c.q. een goed compromis tussen bestaand en nieuw J Passend in de omgeving, respect voor Genius Loci en gebruikers
Optimum, een goed en helder proces
Functioneel, betrouwbaar
22
Samenhang tussen verleden, heden en toekomst
Hoogwaardige uitwerking en aanleg
Wat gaat goed
J Multidisciplinaire teams zorgen voor
integrale blik op kwaliteit
J Samenhang en integraliteit in
kwaliteitsborging worden belangrijker en steeds beter waarneembaar J Cultuuromslag van projectgedreven en faciliterend naar gebiedsgericht en marktsturend is veelbelovend J De informele overleggen zijn waardevol J Verantwoordelijken voor kwaliteitsborging weten elkaar steeds beter te vinden via formele en informele sporen J Meerdere toetsmomenten in het planproces waardoor bijgestuurd kan
Kennis over de stad en historische ontwikkeling is ruim aanwezig; men weet wat er speelt
J Het belang behartigen van stedelijke
samenhang en lange lijnen, over projectgrenzen heenkijken J Een podium zijn voor reflectie en gesprek over betekenis van de plek en ruimtelijke waarde. Verder gaan dan oplossen van functionele eisen J Kennis en kunde brengen beleid en initiatieven zichtbaar naar een hoger niveau
worden en terugverwezen kan worden naar eerdere adviezen J Sterk kader aan de voorkant, licht kader op het eind om op te toetsen J Open gesprek met Q-teams heeft tot betere plannen en processen geleid J Kennis over de stad en ontwikkelingen is ruim aanwezig, men weet wat er speelt J Kwaliteitsborging van onder andere beheer en materialisatie via handboek openbare ruimte J Lange traditie van VoV en ACOR is opzichzelf al kwaliteit
Verantwoordelijken kwaliteitsborging kunnen elkaar steeds beter vinden via formele en informele sporen
J Stadsbrede blik door advisering over
stadsbrede projecten geeft samenhang J Multidisciplinair werken leidt tot integraal samenhangend advies J Samenhangende ruimtelijke raamwerken J Helpen in de beheerbaarheid van de stad J Een bron van kennis zijn zodat het wiel niet opnieuw uitgevonden hoeft te worden
het bestaan van al die kwaliteitscommissies is eigenlijk een vorm van onkunde. Als wij ons werk goed doen zijn ze niet nodig. De planteams moeten heel duidelijk gaan maken hoe ze hebben afgewogen. Om te voorkomen dat het afwegen opnieuw met andere uitgangspunten wordt gedaan. 23
Wat kan beter Algemeen J Eenduidige visie ontbreekt binnen de
gemeente. Beleid wordt binnen gremia geïnterpreteerd vanuit eigen belangen J Er wordt te makkelijk geaccepteerd dat oplossingen die kwaliteit toevoegen onhaalbaar zijn J Integrale en samenhangende kwaliteitsafweging is niet geborgd. Advies van Q-team heeft bijvoorbeeld geen formele status J Verouderd beleid is aan vernieuwing toe. Deze is soms achterhaald in verband met recente ontwikkelingen J Tussentijds eisen toevoegen kan projecten vertragen tot in oneindigheid Integraal werken wordt vermoeilijkt door het niet herkennen van verbanden tussen losse projecten
J Kwaliteitsborging lijkt voor sommigen
meer op een keuring in plaats van gemeenschappelijk streven naar een goed resultaat J Er wordt te makkelijk afgeweken van beleid J Gemeente is in de projectgerichte, faciliterende cultuur onbetrouwbaar met betrekking tot eisen, afspraken en beloften J Scope van te beoordelen initiatieven is soms zo groot dat dit leidt tot een impasse of grote vertraging J Verwarring in advisering kan ontstaan doordat gremia elkaars beleidsterrein overlappen
Tussentijds eisen toevoegen vertraagt projecten soms tot in oneindigheid
Kwaliteitsoverleggen J Kwantitatieve doelen overstijgen de
kwalitatiever sturingsmiddelen J Er wordt een gebrek aan sturing ervaren vanuit een stadsbrede blik op een totaalprogramma J Adviezen kunnen onderlinge verschillen vertonen J Het ontbreekt aan vooraf vastgestelde kaders J Zonder vastlegging en rapportage is advies boterzacht
Afbakening tussen kwaliteitsgremia is soms onduidelijk 24
J Woonkwaliteit en een gezonde
leefomgeving vereisen betere kaders dan het bouwbesluit op dit moment biedt J Duurzaamheid wordt bij vergunningsaanvraag niet meer getoetst J Te weinig mogelijkheden om over projectgrenzen heen te kijken J Soms wordt in de verkeerde volgorde een proces doorlopen waardoor belangrijke zaken niet op voorhand worden geregeld J Beoordeling verloopt niet transparant
Kwaliteitsborging wordt vaak als barrière gezien in plaats van als hulp
Tafelgesprekken Toetsinstrumenten
Er is een sterke behoefte aan integrale kaders op gebiedsniveau. Niet elk beleidsveld zijn eigen document met eigen eisen, maar geïntegreerd in één gebiedskader. Op een manier die de mogelijkheid biedt om afwegingen te maken. Er dient speelruimte te zijn. Niet alle ambitities hoeven overal in dezelfde mate te worden gerealiseerd. Maak ‘doelgerichte kaders’, met een helder onderscheid tussen doelen en oplossingen. Dus: in kaders beschrijven welke doelen we willen bereiken bij de ontwikkeling van een gebied, zonder de oplossing te fixeren. Dit geldt voor de BKP’s, maar ook andere beleidsvelden.
J Zo spoedig mogelijk een omgevingsvisie J Opgave: gebiedskaders op orde brengen,
ook buiten grote ontwikkelingen J Plannen (bkp’s) zijn soms te concreet • Abstractiegraad en flexibiliteit nodig i.v.m. houdbaarheid J Wijkniveau • Definieer omgevingsprogramma/ gebiedsprogramma • Of een thematisch programma
J Omgevingsplan: hoe open of precies? De
gemeente moet nog bepalen wat voor soort omgevingsplan ze wil maken, volgens welke sturingsfilosofie. • Een plan komt niet meer langs als het past • Wat erin stoppen? J Stoppen met • PUK’s • Te concreet vastleggen van eisen • Elk beleidsveld zijn eigen eisen
25
De rol van sectorale- en kwaliteitscommissies J Duidelijkheid gewenst in
omgevingsprogramma • Initiatiefnemers voorbereiden J Verschil maken in must-haves en nice-to-haves J Helderheid in mandaat J Van straat naar stad keuzes maken • Resultaat van afweging is input voor handboek openbare ruimte J Open kaders is een ramp, dus: duidelijkheid geven • Meetbaar maken
26
J (Sectorale) commissies leveren een
bijdrage aan het scherp maken van beleid via: • Terugkoppelen • stimuleren • feedback J Omgevingsplan moet beeldkwaliteitskader bevatten J Cultuurhistorie moet beter geborgd worden J Goede belofte doen over integraal proces en thema’s
De rol van initiatiefnemers J + HIT kijkt gezamenlijk en denkt mee bij
plannen J +/- Integraal beschouwen van gebouw en omgeving J ++ ZuidWest NvU is samen met marktpartijen gemaakt J - Laat in het planproces zijn grote veranderingen doorgevoerd (nieuwe inzichten) J + Gezamenlijkheid en belangenafweging extern gaat goed J - Intern lukt hetzelfde niet zo goed
Advies: J Een goede voorbereiding bieden • Gelijkwaardigheid -> alle belangen in beeld • Zelfde taal en kennis van zaken • Met één mond spreken J Eenduidig beeld • Ruimte voor onderhandeling • Consequent zijn J Helderheid over mandaat (incl. raad/ college) • Vanuit perspectief initiatiefnemer
27
De rol van raad, media en burgers J Raad, media en burgers reageren op
Vertel een beter verhaal over kwaliteit
incidenten. Terwijl kwaliteit over het totaal gaat. J Kwaliteits verhaal/ afweging van belangen is niet duidelijk -> idee over kwaliteit verschilt J Schaal van kwaliteit wordt anders beleefd • Van tegel tot wijkstructuur J Functionele beleving van kwaliteit heerst onder bewoners (NIMBY) J Integraliteit is lastig te communiceren J Balanceren van individueel/collectief belang -> is rol van de raad J College: ziet de integraliteit en het hele verhaal
28
J Raad: zou een brede visie op kwaliteit
kunnen bieden J Wij kunnen helpen door: • Goed organiseren van participatie • Tentoonstellen van plannen
De rol van kwaliteit in sectoraleen belangenafwegingen Wat gaat goed: J De stad wordt steeds groener J Er is continuïteit van beleid J Helder kader met handboek openbare ruimte J We werken aan een omgevingsvisie J Wat gaat niet goed • Er is gebrek aan continuïteit qua
personele bezetting • We zijn slecht in het opstellen van PvE’s bij aanvang van een openbare ruimte opgave. Alle sectorale ambities zijn onmogelijk te combineren in de openbare ruimte
Wat kan beter: J Ambities en doelen voor bv de openbare ruimte wel specifiek maken, maar ook voldoende open om creatieve, locatiespecifieke oplossingen mogelijk te maken J Omgevingsvisie • Moet samenhang aangeven tussen sectorale ambities en laten zien hoe je omgaat met spanningen tussen sectorale ambities • Moet keuzes maken: • wat voor stad willen we zijn? Welke opgaven hebben prioriteit? En hoe gaan we om met de consequenties van deze prioriteitstelling? • Maak onderscheid tussen verschillende delen van de stad. Voor verschillende gebieden kunnen verschillende regels en een verschillende rol van de gemeente
29
30
31
32
33
Verantwoording en Colofon Hilde Blank, kwartiermaker Stadsstedenbouwer Den Haag. In opdracht van Algemeen directeur DSO. BVR Adviseurs Rotterdam Oktober, 2023 Alles uit deze rapportage mag worden overgenomen mits de bron wordt vermeld. Aan de inhoud van deze rapportage kunnen geen rechten worden ontleend.