RIS317432 Bijlage 1
Tekst van het document
Bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 Ontwerp
Zichten 2, 3 en 7
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
Inhoudsopgave
Samenvatting
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan 1.2 Doel van het bestemmingsplan 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Geldende planologische regelingen 1.5 Leeswijzer
9 9 9 9 10 12
Hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie 2.1 Inleiding 2.2 Ontstaansgeschiedenis 2.3 Ruimtelijke structuur 2.4 Functionele structuur
13 13 13 14 15
Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Ruimtelijk beleid 3.3 Cultureel erfgoed 3.4 Groen 3.5 Water 3.6 Verkeer en infrastructuur 3.7 Wonen 3.8 Economie 3.9 Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg 3.10 Sport en recreatie 3.11 Duurzaamheidsbeleid
17 17 17 23 25 31 37 42 45 48 50 52
Hoofdstuk 4 Wet en regelgeving 4.1 Inleiding 4.2 Milieutoets 4.3 Externe veiligheid 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Waterparagraaf 4.7 Bodem 4.8 Wind en bezonning 4.9 Natuurbescherming
57 57 57 60 63 64 65 71 72 73
Hoofdstuk 5 Planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Beschrijving van het plan 5.3 Duurzaamheid 5.4 Keuze en verantwoording van bestemmingen 5.5 Toelichting op de regels
79 79 79 84 85 88
Hoofdstuk 6
93
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Overleg en inspraak 7.1 Artikel 3.1.1 Bro-overleg
95 95
2
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
7.2
Inspraak- en participatieverordening
108
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Projectdocument Dreven-Gaarden-Zichten Bijlage 2 Nota van Uitgangspunten Bijlage 3 Puntensysteem Natuurinclusief bouwen Bijlage 4 Monumentale bomen (lijst) Bijlage 5 Monumentale bomen (kaart) Bijlage 6 Woonvisie 2017-2030 Bijlage 7 Reactie Stichting Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust Bijlage 8 Toets aan PlanMer Den Haag Zuidwest Bijlage 9 Notitie resultaten quickscan geluid Bijlage 10 Natuurtoets 27102023 Bijlage 11 Stikstofonderzoek 31102023 Bijlage 12 Watertoets 30102023
109 110 151 165 230 239 241 296 322 372 383 422 461
Regels
491
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
493 493 502
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Gemengd Groen Verkeer - Verblijfsstraat Wonen Leiding - Water
503 503 505 506 507 509
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
511 511 512 513 514 515
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
517 517 518
Vaststellingsbesluit
519
Bijlagen bij regels
521
Bijlage 1
Staat van horeca-categorieën
522
Bijlage 2
Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging
527
Bijlage 3
Nota Parkeernormen Den Haag 2021
533
Bijlage 4
Inlegvel met parkeernormen
551
Bijlage 5
Fietsparkeernormen
557
Bijlage 6
Verordening doelgroepen woningbouw Den Haag 2021
559
Bijlage 7
Woonagenda 2020-2023
564
3
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
4
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
Samenvatting Zichten 2,3 en 7 ligt binnen de wijk Bouwlust-Vrederust. Het bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 betreft een bestemmingsplan voor kleinschalige herontwikkeling met het doel om de sociale en economische positie van de bewoners uit Zuidwest te versterken en de leefbaarheid en het draagvlak voor voorzieningen te vergroten. Door het opstellen van bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 wordt een verdere uitvoering gegeven aan de wens om het draagvlak voor voorzieningen en het aantal beschikbare woningen in het gebied te vergroten. Onder andere door: de uitbreiding van de woningvoorraad naar 600 woningen in verschillende woonsegmenten, waaronder nieuwbouwwoningen en appartementen die zowel bedoeld zijn voor sociale-, middeldure- en dure huurdoeleinden als betaalbare - en dure koop doeleinden. Daarnaast wordt met dit bestemmingsplan beoogd om de openbare ruimte op een gezonde manier in te richten en een mobiliteitstransitie op gang te brengen. Het project is voorts gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het geldende bestemmingsplan Bouwlust. Bij het opstellen van dit plan is derhalve rekening gehouden met het van toepassing zijnde ambitiedocument Dreven, Gaarden, Zichten en de Nota van Uitgangspunten Zichten.
Door de locatie van het plangebied tussen twee belangrijke verbindingswegen: de Hengelolaan en de Vrederustlaan, direct aan de naastgelegen sportvelden, is het plangebied gesitueerd op een belangrijke verbindingsplek binnen Zuidwest. Omdat het vigerende bestemmingsplan niet toereikend is om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, wordt met het voorliggende bestemmingsplan het kader voor de ontwikkeling vastgelegd
5
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
6
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
Toelichting
7
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
8
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
Zichten 2, 3 en 7 ligt binnen de wijk Bouwlust-Vrederust, een gebied in Den Haag Zuidwest waar al jaren grote, meervoudige sociaaleconomische problematiek heerst. Om een positieve verandering te brengen aan deze problematiek heeft de Gemeente Den Haag de ambitie om via een integrale aanpak in Den Haag Zuidwest een 'kanteling' op gang te brengen: van de verslechtering van de afgelopen decennia naar een opwaartse spiraal van verbeteringen. Deze kanteling wordt op gang gebracht door de sociale en economische positie van de bewoners uit Zuidwest te versterken en de leefbaarheid en het draagvlak voor voorzieningen te vergroten. Dit wordt onder andere mogelijk gemaakt door het aantal beschikbare woningen in het gebied te vergroten, de openbare ruimte op een gezonde manier in te richten en een mobiliteitstransitie op gang te brengen. Met de vaststelling van bestemmingsplan 'Steenzicht en Ruimzicht' in 2022, dat een deelplan is binnen het overkoepelende plangebied 'De Zichten', is een van de eerste stappen gezet richting de verwezenlijking van bovengenoemde ambitie. Door het opstellen van bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 wordt een verdere uitvoering gegeven aan deze wens. Het bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 betreft een bestemmingsplan voor kleinschalige herontwikkeling op de betreffende locatie.
De toevoeging in het plangebied van zowel koop- als huurnieuwbouwwoningen in sociale-, middeldure- en dure- segmenten, het bieden van commerciële en maatschappelijke voorzieningen, alsmede voldoende parkeergelegenheid, begunstigt de buurteconomie, de levendigheid op straat en de mobiliteitstransitie. Mensen krijgen immers de kans in de eigen buurt werk te vinden zonder dat ze daar met de auto heen hoeven. Op deze wijze wordt met dit bestemmingsplan ingezet op een positieve bijdrage aan de identiteit en het imago van de wijk. Omdat het vigerende bestemmingsplan niet toereikend is om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, wordt met het voorliggende bestemmingsplan het kader voor de ontwikkeling vastgelegd. Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het geldende bestemmingsplan Bouwlust. Tot slot is bij het opstellen van dit plan rekening gehouden met het Ambitiedocument Dreven, Gaarden, Zichten en de Nota van Uitgangspunten Zichten.
1.2
Doel van het bestemmingsplan
Het doel van bestemmingsplan “Zichten 2, 3 en 7" is het mogelijk maken van de beoogde ontwikkelingen op de drie kavels die vallen binnen het plangebied, conform de kaders van het Ambitiedocument Dreven, Gaarden, Zichten en de vastgestelde Nota van Uitgangspunten Zichten zoals omschreven in hoofdstuk 3 van de toelichting. Zichten 2, 3 en 7 beoogd daarmee de realisatie van een verdichtingsopgave van extra woninge, bedrijfsruimte, maatschappelijke voorzieningen en parkeervoorzieningen. Dit wordt mogelijk gemaakt door de uitbreiding van de woningvoorraad naar 600 woningen in verschillende woonsegmenten, waaronder nieuwbouwwoningen en appartementen die zowel bedoeld zijn voor sociale-, middendure- en dure huurdoeleinden als betaalbare - en dure koop doeleinden. Daarnaast zullen de parkeervoorzieningen bestaan uit de toevoeging van één parkeergarage, parkeerplaatsen onder de woonblokken en parkeerplaatsen op straat.
1.3
Ligging van het plangebied
Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het geldende bestemmingsplan Bouwlust. Het plangebied ligt tussen de Hengelolaan en de Vrederustlaan, direct aan de naastgelegen sportvelden. De Hengelolaan is een belangrijke infrastructurele ontsluitingsweg, maar kent naast een hoge verkeersintensiteit ook een groene uitstraling. Het verbindt het gebied zowel richting een andere belangrijke ontsluitingsweg, de Lozerlaan, als richting het centrum van Den Haag. De Vrederustlaan verbindt de Hengelolaan met de Melis Stokelaan en is daarmee een belangrijke verbinding binnen Zuidwest.
9
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
Randvoorwaardenkaart NvU Zichten (met plangebied opgelicht).
1.4
Geldende planologische regelingen
1.4.1
Geldend bestemmingsplan
Het bestemmingsplan "Zichten 2, 3 en 7" vervangt (gedeeltelijk) de volgende bestemmingsplannen: bestemmingsplan Bouwlust
vastgesteld 01-10-2015
goedgekeurd nvt
Uitsnede bestemmingsplan Bouwlust.
10
onherroepelijk 04-12-2015
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
1.4.2
Parapluherzieningen
Naast bestemmingsplannen die op een specifiek plangebied van toepassing zijn, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op het gehele gemeentelijke grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: a. Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. b. Parapluherziening Flitsbezorging, vastgesteld op 1 december 2022. De wijze waarop het nieuwe bestemmingsplan het beleid in de parapluherzieningen vervangt, is beschreven in hoofdstuk 5.4 Keuze en verantwoording van bestemmingen.
11
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 Inleiding is de aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan voor het plangebied "De Zichten 2, 3 en 7" aangegeven. Ook zijn de doelen die met het bestemmingsplan worden beoogd omschreven. Om deze doelen in een bestemmingsplan gestalte te geven wordt enerzijds in hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie de bestaande situatie beschreven. Anderzijds is voor de verduidelijking van een deel van de doelen in de hoofdstukken 3 Beleidskaders en 4 Wet en regelgeving een selectie gemaakt uit de relevante beleidsnota's en regelingen die op dit plangebied van toepassing zijn. Daaruit zijn vervolgens beleidsuitspraken voor het plangebied afgeleid. Hoofdstuk 3 Beleidskaders bevat de beleidsuitspraken ten aanzien van ruimtelijk en sectoraal beleid, hoofdstuk 4 Wet en regelgeving ten aanzien van de milieukwaliteitseisen. Bij de keuze van bestemmingen in hoofdstuk 5 Planbeschrijving, is aangegeven welke bestemmingen en bestemmingsregelingen uit deze beleidsuitspraken zijn afgeleid. In dit hoofdstuk worden buiten de planbeschrijving, ook de gekozen bestemmingen en bestemmingsregelingen globaal beschreven. Op de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ingegaan. In hoofdstuk 7 Overleg en inspraak wordt verslag gedaan van het overleg en de inspraak.
12
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de bestaande situatie
Inleiding
Om te beschrijven op welke wijze rekening wordt gehouden met de verschillende waarden in het gebied en de verhoudingen van het plangebied tot het aangrenzende gebied, worden achtereenvolgens de ontstaansgeschiedenis, het cultureel erfgoed, de ruimtelijke structuren die in de loop van de tijd zijn ontstaan en de functionele opbouw van het plangebied beschreven.
2.2
Ontstaansgeschiedenis
Den Haag Zuidwest De structuur van Den Haag Zuidwest is geënt op de geomorfologische ondergrond van Den Haag met lange ontginningslijnen parallel aan de kust en dwars daarop gelegen verbindingen loodrecht op de kust. Tezamen vormen die de voor Zuidwest kenmerkende gridstructuur. Binnen deze herkenbare structuur werd het stedenbouwkundige gedachtengoed van de 'wijkgedachte' in de praktijk gebracht. Herkenbare woonwijken met een heldere hiërarchie in buurt-, wijk- en stadsdeelvoorzieningen. Naast de wijkgedachte is Den Haag Zuidwest na de Tweede Wereldoorlog opgezet als een stadswijk met 'licht, lucht en ruimte' voor de middenklasse. De nieuwe wijken moesten voldoen aan nieuwe inzichten op het gebied van stedenbouw en volkshuisvesting. De opzet van de woonwijken werd ruimer, opener en groener in vergelijking met vooroorlogse stadsuitbreidingen. Ook de kwaliteit van de woningen ging met grote sprongen vooruit. Bouwlust-Vrederust Stadsplanner Willem Dudok ging in zijn structuurplan voor Groot 's-Gravenhage uit 1949/1959 uit van vier woonwijken: Morgenstond, Bouwlust, Berestein en Vrederust. Deze wijken kwamen ten westen van Moerwijk te liggen. Om voldoende ruimte tussen het Westland en Den Haag te houden is de wijk Berestein gehalveerd en later toegevoegd aan Bouwlust. De Beresteinlaan werd niet volgens Dudoks plan doorgetrokken tot Loosduinen maar tot de Meppelweg.
Hiermee verviel Dudoks opzet van vier gelijkwaardige buurten met de Hengelolaan-Beresteinlaan als hart van dit deel van Den Haag Zuidwest. Het uitgewerkte ontwerp voor Bouwlust is van Frits van der Sluys uit 1952, dat is gebaseerd op een rechthoek waarbij verkeerswegen de wijk in negen buurten verdeelt. In 1953 startte de aanleg van de straten binnen Bouwlust-Vrederust. Vanwege de kritiek op het monotone Morgenstond besloot de gemeente de uitwerking van de buurten in handen te geven van een werkgroep van architecten. De wijk is door de verschillende individuele ontwerpen opgebouwd uit vele kleine ruimtelijke eenheden, die zich in opbouw en architectuur van elkaar onderscheiden. Bouwlust-Vrederust is daardoor gevarieerder dan Morgenstond. De eerste woningen in de wijk zijn omstreeks 1956 opgeleverd. Ruim 10 jaar later was de wijk voltooid. Bouwlust heeft door de samenvoeging van Berestein en Bouwlust een onduidelijk en langgerekt centrum gekregen, dat zich uitstrekt van het winkelcentrum De Stede tot aan het winkelcentrum aan de Beresteinlaan. De buurtwinkels liggen op pleintjes midden in de buurten. Tussen Morgenstond en Bouwlust-Vrederust is een brede strook met sportvelden en moestuinen te herkennen. Deze strook was gereserveerd voor een toekomstige spoorweg en autosnelweg, die er nooit zijn gekomen.
Plangebied - De Zichten 2,3 en 7 De buurt De Zichten is gebouwd tussen 1956 – 1959 en is als een stedenbouwkundige eenheid opgezet. De buurt bestaat uit hoofdzakelijk vierlaagse portiekwoningen langs de randen met daarbinnen laagbouw in korte strokenverkaveling. Centraal in de buurt ligt een cluster van wijkvoorzieningen, drie vierlaagse portiekflats met winkels, bedrijfsruimten en enkele garageboxen op de begane grond, een kerk en een verzorgingstehuis. Het verzorgingstehuis Vijverzicht heeft 10 jaar leeg gestaan voordat het in 2009 een tweede leven kreeg als hotel. Op dit moment wordt het voornamelijk bewoond door Oost-Europese arbeidsmigranten. Langs de Vrederustlaan staat de Shalomkerk: een gemeentelijk monument. De kerk is iets achter de rooilijn geplaatst en opgetild boven het maaiveld waardoor de monumentaliteit van het gebouw wordt benadrukt en voor voetgangers een entree van de buurt vormt. Deze kerk markeert de hoek die de singel
13
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
hier maakt.
2.3
Ruimtelijke structuur
In de Zichten vormt het bestaande stratenpatroon met volwassen bomen het uitgangspunt voor de ontwikkeling. Het streven is zoveel mogelijk bomen te behouden en dit openbare ruimte patroon te versterken tot een 'groen grid' als samenbindend element voor de daartussen gelegen bouwblokken. 2.3.1
Stedenbouwkundige structuur
Zichten 2, 3 en 7 ligt op loopafstand van het winkelcentrum de Stede en de tramhaltes van lijn 9. Het aandeel grondgebonden woningen in Zichten 2, 3 en 7 is relatief hoog, waardoor de woningdichtheid momenteel laag is. De potentie om te verdichten is hier groot. De openbare groenstructuur in de Zichten 2, 3 en 7 ligt met name aan de randen, waar ook het meeste collectieve groen op uitkomt. Deze randen hebben, mede door aangrenzende achterkanten van de woningen, weinig verblijfskwaliteit. Aan één zijde ligt Zichten 2, 3 en 7 aan een strook met sportvelden, het 'groene assenkruis'. Deze grote groenstructuur van Zuidwest is vanuit Zichten 2, 3 en 7 nu niet direct bereikbaar door de ligging van een sloot en een hek. Winkelcentrum De Stede is nabij, maar er zijn geen goede aantrekkelijke routes richting het winkelcentrum. De achterzijde van het winkelcentrum ligt richting de Zichten en de Vrederustlaan. Het interne netwerk van bomenlanen binnen Zichten 2, 3 en 7 is duidelijk aanwezig. Veel bomen zijn nog in goede staat. In het midden van het buurtje ligt een karakteristiek bouwblok met winkels, voorzieningen en werkruimtes in de plinten. Dit bouwblok is de locatie Ruimzicht. Een aantal van deze functies heeft meerwaarde voor de buurt en brengen levendigheid door onder andere placemaking.
Zichten 2, 3 en 7 zijn vier appartementenblokjes, twee lange aan Ruimzicht en twee korte loodrecht daarop. 2.3.2
Verkeer en infrastructuur
2.3.2.1 Gemotoriseerd verkeer De wijk De Zichten is globaal gelegen tussen de Melis Stokelaan, Vrederustlaan, Hengelolaan en het Sportpark Escamp. Binnen de wijk zijn alleen erftoegangswegen (woonstraten) aanwezig met gemengd verkeer. Via Het Zicht is de wijk ontsloten op de Hengelolaan, daarnaast sluiten het Steenzicht, Vijverzicht en Veldzicht aan op de Vrederustlaan. De Hengelolaan en Vrederustlaan zijn gebiedsontsluitingswegen, via deze wegen is de wijk goed verbonden met de andere wijken en voorzieningen in Escamp en daarbuiten. 2.3.2.2 Openbaar vervoer Langs de Melis Stokelaan rijdt tramlijn 9, deze verbindt De Dreven (via het Zuiderpark en het centrum) en Scheveningen. Op de Hengelolaan rijden buslijnen 21 en 25. Buslijn 21 rijdt ook over de Vrederustlaan en rijdt tussen De Dreven (via Loosduinen en Segbroek) en Scheveningen. Lijn 25 rijdt tussen De Dreven (via Haagse Markt) naar het centrum van Den Haag. 2.3.2.3 Langzaam verkeer De wijk is ingericht conform Duurzaam Veilig als een 30 km/uur zone. Langs de straten zijn veelal aan beide zijden stoepen aanwezig, plaatselijk zijn deze soms smal vanwege bijvoorbeeld bomen in het trottoir. Vanaf het Ruimzicht zijn ook enkele voetgangersdoorsteken naar het Sportzicht aanwezig. Hier ligt ook een speelvoorziening voor kinderen. Parallel aan het Veldzicht ligt ook een looproute langs het water, deze sluit aan op het Sportzicht.
Binnen de woonwijk zijn geen vrijliggende fietspaden aanwezig, de fietser maakt gebruik van de rijbanen voor het autoverkeer. Bij de hoofdwegen langs het plangebied zijn deze fietspaden wel aanwezig.
14
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
2.3.2.4 Parkeren Het parkeren in en in de omgeving van het plangebied vindt grotendeels plaats op de openbare weg. 2.3.3
Groen
Groen en water bepalen in belangrijke mate het beeld van Zuidwest. Er zijn royaal gedimensioneerde straatprofielen met veel ruimte voor bomenrijen en singels met groene oevers. Het plangebied ligt aan één van de kenmerkende straatprofielen voor Zuidwest, namelijk de Hengelolaan. De openbare groenstructuur in Zichten 2, 3 en 7 ligt met name aan de randen, waar ook het meeste collectieve groen op uitkomt. Deze randen hebben, mede door aangrenzende achterkanten van de woningen weinig verblijfskwaliteit. Aan één zijde ligt Zichten 2, 3 en 7 aan het eerdergenoemde groene assenkruis met de ecologische verbindingszone. Deze grote groenstructuur van Zuidwest is vanuit Zichten 2, 3 en 7 nu niet direct bereikbaar door het ontbreken van verbindingen en aanwezigheid van een hek. Het interne netwerk van bomenlanen binnen Zichten 2, 3 en 7 is duidelijk aanwezig. Veel bomen zijn nog in goede staat. 2.3.4
Water
Het projectgebied ligt in de Eshofpolder. De Eshofpolder is één van de lagergelegen gebieden van Den Haag en is qua hoogteligging grofweg te verdelen in vier gebieden, waarvan één het bebouwde gebied van Bouwlust is. Bouwlust heeft op diverse plaatsen waterpartijen. Het meeste open water ligt langs de Lozerlaan en het winkelcentrum De Stede. Rond Zichten 2, 3 en 7 loopt verder een watergang die aansluit op de grotere waterpartij bij het winkelcentrum. 2.3.5
Bodem
PM 2.3.6
Kabels en leidingen
In het plangebied bevinden zich de reguliere kabels en leidingen.
2.4
Functionele structuur
2.4.1
Gemengd
In Zichten 7 bestaan er in de huidige situatie 21 woningen en is 750 m2 BOG/MOG aan voorzieningen. Deze voorzieningen worden gesloopt. 2.4.2
Wonen
Het plangebied is voornamelijk in gebruik voor woningen. De woningen zijn in eigendom van Staedion. Voor Zichten 2 zijn momenteel 44 woningen en Zichten 3 zijn ook 44 woningen. 2.4.3
Sport
Aan de rand van het plangebied, richting de sportvelden hebben de gronden de bestemming 'Sport', ten behoeve van sportvelden, sportzaal/-hal/-centrum en een zwembad.
15
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
16
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Inleiding
Het bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 vindt zijn basis in ruimtelijk beleid zoals dat in nota's en plannen van het rijk, provincie, stadsgewest en gemeente is vastgelegd. Dit hoofdstuk beschrijft het beleidskader dat op dit bestemmingsplan van toepassing is. De eerste paragraaf gaat in op allesomvattende ruimtelijke beleid van het Rijk, de provincie, regio en de gemeente. Daarna wordt het specifieke beleid voor een aantal relevante thema's uiteengezet. De 'ruimtelijke vertaling' van het beleid in de Regels en op de Verbeelding wordt beschreven in hoofdstuk 5.4 Keuze en verantwoording van bestemmingen
3.2
Ruimtelijk beleid
3.2.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Hierbij hoort een rijksbrede visie op de leefomgeving; de Nationale Omgevingvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de NOVI vastgesteld. In de NOVI zijn 21 nationale belangen en opgaven benoemd, waarbij de volgende 4 prioriteiten worden onderscheiden: 1. Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bij het kiezen tussen strijdige ruimtelijke belangen worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Samen met de regio's wil het rijk samenwerkingsafspraken opnemen in Gebiedsagenda's. De NOVI raakt geen van de belangen die in het bestemmingsplan "Zichten 2, 3 en 7" worden afgewogen. Ladder voor de duurzame verstedelijking De 'ladder voor de duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (verder Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
In de toelichting bij bestemmingsplannen dient verantwoord te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt in Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan "Zichten 2, 3 en 7". De verantwoording inzake de ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in paragraaf 5.3.1 Ladder voor duurzame verstedelijking. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen
17
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) moeten gemeenten rekening houden met het Barro. Op basis van het Barro zijn er in het bestemmingsplan "Zichten 2, 3 en 7" geen projecten van Rijksbelang aanwezig waarmee bij de vaststelling van dit plan rekening moet worden gehouden. 3.2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zuid-Holland Met het oog op de invoering van de Omgevingswet heeft de provincie Zuid-Holland al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving gebundeld in een Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en bijbehorende programma's. De Omgevingsvisie is op 1 april 2019 in werking getreden en geldt als structuurvisie. Naast de beleidskeuzes bevat de visie een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland en de omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie wil met haar omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving.
Deze zijn: Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Verzamelherziening Omgevingsbeleid 2020 De Verzamelherziening Omgevingsbeleid 2020 is een bundeling van een aantal kleine aanpassingen van de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Omgevingsverordening Zuid-Holland en het Programma ruimte. Deze is vastgesteld op 1 juli 2020. De aanpassing betreft het beleid, de regels en de aanduiding van onder meer het Natuurnetwerk Nederland, de weidevogelgebieden, het Buitenland van Rhoon, detailhandel, luchtkwaliteit, bodem en ondergrond, recreatiewoningen. Ook zijn er enkele wijzigingen op de 3 hectare kaart (grote stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied) van het Programma ruimte. Omgevingsverordening Zuid-Holland De provinciale Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening is per 1 april 2019 in werking getreden en vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in regels. Op 1 augustus 2020 is er een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Zuid- Holland vastgesteld door de Provinciale Staten. Dit is een herziening met een aantal tussentijdse besluiten (waaronder de Verzamelherziening Omgevingsbeleid 2020) die worden meegenomen.
Deze regels zijn bindend voor gemeentelijke bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. De verordening bevat onder andere regels omtrent de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking voor
18
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
stedelijke ontwikkelingen, de aanwijzing van kantorenlocaties, het opnemen van bedrijfsbestemmingen en de bescherming van natuurgebieden. Ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsbeleid De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat de provinciale regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het betreft grotendeels de regels die nu nog zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland, die in werking is getreden op 1 april 2019. Van 11 mei tot en met 22 juni 2020 heeft het ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsverordening ter inzage gelegen. Momenteel worden de ingediende zienswijzen verwerkt. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Nu de Provinciale Staten een besluit heeft genomen over de nieuwe ZHOV, zal de huidige omgevingsverordening worden ingetrokken. Met de ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn geen grote inhoudelijke veranderingen beoogd ten opzichte van de huidige situatie. Wel is zo veel mogelijk aangesloten bij de terminologie en structuur van de Omgevingswet. 3.2.3
Regionaal beleid
De metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) heeft de taken overgenomen van het in 2015 opgeheven Stadsgewest Haaglanden. De MRDH is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH werkt vanuit twee agenda's: de Strategische Agenda MRDH 2022- Samen aan het werk (verder Agenda) en de Strategische Bereikbaarheidsagenda Vervoersautoriteit. Voorts is het Investeringsprogramma voor een Economisch sterke regio richtinggevend. MRDH heeft het Investeringsprogramma samen met de Provincie Zuid-Holland, de Economische Programmaraad Zuidvleugel en de regio's Holland-Rijnland en Drechtsteden opgesteld. Vanuit de focus op het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid werkt MRDH aan de ruimtelijk-economische versterking van de regio en het verhogen van het welzijn en de welvaart van haar inwoners. In 2016 is de Roadmap next economy samengesteld. Dit is een langetermijnvisie op een duurzame en concurrerende economie in de metropoolregio. Hierin zijn ambities geformuleerd, zoals het stoppen van CO2-uitstoot, hergebruiken van afval, permanent leren en een maatschappij waar iedereen aan deel kan nemen. Deze ambities zijn inmiddels in de Agenda verwerkt.
Volgens de Agenda zet de metropoolregio zich in voor: verbetering van de (internationale) bereikbaarheid van de metropoolregio; economische vernieuwing; transitie naar toonaangevende duurzaamheid; attractiviteit van de regio. Binnen de pijler economie zijn diverse doelen bepaald die het vestigingsklimaat verbeteren voor high tech bedrijvigheid en innovatie (campussen netwerk), maar ook voldoende ruimte biedt voor maakindustrie (terugdringen van werkloosheid). Door investeren in recreatie en groen wordt de regio niet alleen gezonder, maar ook aantrekkelijker voor talent. Het mobiliteitsbeleid richt zich niet alleen op het hoge schaalniveau, zoals het versterken en verduurzamen van (macro) regionale en intraregionale verbindingen. Er wordt geïnvesteerd in veiligheid, in een betere bereikbaarheid van woon- en werklocaties en in snel, efficiënt en flexibele deur tot deur oplossingen. Het bestemmingsplan "Zichten 2, 3 en 7" is in overeenstemming met het regionaal beleid zoals verwoord in de Agenda.
19
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
3.2.4
Gemeentelijk beleid
3.2.4.1 Structuurvisie Den Haag Zuidwest De ontwerp structuurvisie Den Haag Zuidwest is op 17 mei 2022 vrijgegeven voor inspraak door het college van burgemeester en wethouders. Het bestemmingsplan Dreven 1 is opgesteld met de kennis en de inhoud van deze visie die op onderdelen gereed is. Basis voor de visie is de gebiedsverkenning Bestemming Zuidwest (RIS 302569). Momenteel wordt gewerkt aan integrale bouwstenen voor de structuurvisie Zuidwest in de vorm van brede (ruimtelijk fysieke, maar ook sociaaleconomische) ambities en opgaven. Deze worden uitgewerkt in een verdichtingsstrategie, een ruimtelijk raamwerk, een voorzieningenprogramma, een inspiratiedocument en een ontwikkelstrategie. De Structuurvisie Zuidwest 2040 is voor de zomer van 2022 (tot 8 juli) ter inzage gelegd. De visie geeft een beeld hoe Den Haag Zuidwest er in 2040 uit ziet: vitale, gezonde wijken met diverse woonmilieus, goede voorzieningen en een bloeiende wijkeconomie. De wijken zijn levendig, veilig, duurzaam, groen, goed bereikbaar en verbonden met de stad en directe omgeving. Dit vraagt om een aanpak die veel breder is dan ruimtelijke herinrichting.
Werkgelegenheid, huisvesting, veiligheid, streven naar gezondheid, burgerparticipatie en sociale cohesie zijn thema's die onderdeel zijn van deze wijkaanpak nieuwe stijl: een brede programmatische benadering die leidt tot een krachtige aanpak voor Den Haag, waaraan de gemeente wil werken in allianties en samen met de bewoners. Met dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan de eerdergenoemde ambities. 3.2.4.2 Agenda Ruimte voor de stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Ook moet de stad verdichten, vergroenen en verduurzamen om aan toekomstige verwachtingen te voldoen (Agenda Ruimte voor de stad RIS295016). Het verdichten is nodig om de huidige en toekomstige woningnood op te vangen.
Om dat nu en in de toekomst leefbaar te houden is vergroenen en verduurzamen nodig. Zo heeft de gemeente het streven om in 2030 een klimaatneutrale en klimaatadaptieve stad te zijn. Om dit te kunnen realiseren zijn structurele aanpassingen nodig in de manier waarop er wordt gebouwd. Voor nieuwbouw gelden daarom hoge duurzaamheidsambities. Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt: Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat. Kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid. Met dit bestemmingsplan wordt vooral invulling gegeven aan de eerste twee genoemde punten.
3.2.4.3 Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline De nota 'Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline' is in de raadsvergadering van 25 januari 2018 vastgesteld (RIS 298448) en vervangt de Agenda voor de Haagse Verdichting uit 2009 (RIS159469), voor
20
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
zover het hoogbouw betreft. Aanleiding voor de nota 'Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline' zijn de ruimtelijke opgaven uit de Agenda Ruimte voor de Stad. In de Agenda heeft Den Haag gekozen om die groei binnenstedelijk op te vangen en de verdichting te concentreren bij OV-knooppunten en concentraties van voorzieningen. Daarnaast vragen actuele ontwikkelingen en initiatieven om nieuwe regels en kaders voor hoogbouwontwikkelingen in Den Haag. De inzet is om de 'skyline' van Den Haag te verbinden met de belevingskwaliteit van de stad op ooghoogte en de buitenruimte ter plekke: de 'eyeline'. Hoogbouw is geen doel op zich, maar een middel om strategisch om te gaan met de beperkte ruimte die de stad nog heeft. Doel is de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid van de stad op de lange termijn te waarborgen en het vestigingsklimaat te versterken. Door te intensiveren en door hogere bebouwing mogelijk te maken kan de stad de groei van het aantal inwoners faciliteren en voldoende en geschikte woon- en werkruimte bieden, met bijbehorende voorzieningen, nu en in de toekomst. Er is sprake van hoogbouw bij 50 meter of hoger. De nota geeft stadsbrede ambities en regels aan voor hoogbouwontwikkelingen; o.a. t.a.v. wonen, microklimaat en mobiliteit. In de nota worden tevens intensiveringsgebieden aangegeven waar mogelijk hoogbouw kan worden gerealiseerd.
Binnen deze gebieden zijn specifieke regels voor typologie, architectuur en buitenruimte opgenomen waaraan hoogbouwinitiatieven worden getoetst. De Haagse hoogbouw kent een typologie waarvan de samenstelling de volgende opbouw kent: Een stedelijke laag van 9-25 meter; Een plint als onderdeel van de stedelijke laag; De toren; De kroon als beëindiging van de toren.
Figuur 3.1: typologie en samenstelling Haagse hoogbouw De bouwhoogte van de stedelijke laag kan variëren van 9 tot 25 meter. Deze laag vormt de belangrijkste wanden van de straat en sluit aan bij de verhoudingen van de historische stad of de directe omgeving. Het is dat deel van het gebouw dat door de voorbijganger wordt ervaren op ooghoogte (de 'eyeline'). Tot ongeveer 25 meter is er direct contact mogelijk tussen binnen en buiten. De vormgeving van de stedelijke laag is cruciaal voor de beleving van de passant en ondersteunt een prettig of veilig gevoel. De 'plint' wordt gevormd door de onderste of de eerste twee lagen van de stedelijke laag. Het deel dat vanaf de straat direct zichtbaar is en waar vrijwel alle interactie tussen straat en gebouw plaatsvindt. Daar presenteren zich diverse vormen van bedrijvigheid, voorzieningen of woningen en komt de meeste dynamiek en levendigheid tot uiting. De plint is wellicht maar 10% van een gebouw maar bepaalt voor 90% de beleving ervan. Enkele regels zijn:
21
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
een minimale bouwhoogte van de plint van 4,5 tot 9 meter; een rijke en zorgvuldige detaillering; een materiaalgebruik dat past bij de omgeving; minimaal 30% van de gevel is glas (transparant) waardoor het interieur zichtbaar is; voldoende ruimte om overgangen tussen openbaar en privé te kunnen maken; utilitaire ruimtes en toegangen van garages dienen zoveel mogelijk binnen het bouwblok te worden opgenomen en mogen de publieke ruimte niet hinderen of domineren; de torens boven de stedelijke laag zijn elegant en slank van vorm; maximaal 50% van de footprint van de stedelijke laag mag worden bebouwd. minimaal 100% van de footprint komt terug als horizontale buitenruimte, waarvan minimaal 40% ingericht als groen dat bijdraagt aan biodiversiteit 3.2.4.3 Nota van uitgangspunten De Zichten In mei 2021 is de Nota van Uitgangspunten voor de Zichten (RIS308508) vastgesteld. In dit document zijn de ambities verder uitgewerkt en vertaald. Deze nota biedt een ruimtelijk en functioneel kader waarbinnen de plannen verder ontwikkeld worden. Hierin is op hoofdlijnen beschreven wat het beoogde programma is en wat de beleidsmatige randvoorwaarden zijn waarbinnen dit gerealiseerd kan worden.
Uitsnede randvoorwaarden kaart (RIS311093).
22
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
3.2.4.4 Beeldkwaliteitsplan Zichten In februari 2022 is het beeldkwaliteitsplan De Zichten vastgesteld (RIS311093). In februari 2022 is het beeldkwaliteitsplan (BKP) De Zichten vastgesteld (RIS311093). Dit beeldkwaliteitsplan heeft als doel enerzijds uit te dagen tot diversiteit en anderzijds kaders te stellen om te kunnen sturen op samenhang. Het beeldkwaliteitsplan benoemd vooral wat de individuele bouwblokken samenbindt. Onderscheiden daarin worden de schaal van de buurt, de schaal openbare ruimtes in de buurt, het bouwblok & binnentuin, principes van gevelordening en uit te werken architectonische elementen. En ten slotte zijn er richtlijnen met betrekking tot materialen, kleuren en details opgesteld. Vanuit dit BKP worden wat betreft de plint een aantal nuances genoemd op de Nota Eyeline Skyline. Zoals een maat van 4 meter hoog, in plaats van 4,5 meter.
3.3
Cultureel erfgoed
3.3.1
Cultuurhistorische waarde
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze op 1 januari 2024 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Het betreft: bescherming van stads- en dorpsgezichten; vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. 3.3.1.1 Cultuurhistorische waarde In het plangebied zijn geen beschermde cultuurhistorische elementen aanwezig. 3.3.1.2 Bebouwingsstructuur Het plangebied ligt in het gebied Zuidwest, onderdeel van de grote stadsuitbreidingen in Den Haag-Zuidwest die tijdens de wederopbouw werd aangelegd in het gebied van de Escamppolder en de Uithofspolder. De bestaande wegenstructuur en onderliggende polderverkaveling zijn als onderlegger voor de nieuwe wijken van Zuidwest gebruikt. De buurt vormt een duidelijke stedenbouwkundige eenheid. De randen bestaan uit vierlaagse portiekwoningen, met daarbinnen laagbouw in korte strokenverkaveling.
Centraal in de buurt is een geplande cluster van wijkvoorzieningen, oorspronkelijk een kerk, verzorgingstehuis, een winkelcentrum en bedrijfsruimten. Dit is helemaal in overeenstemming met naoorlogse stedenbouwkundige opvattingen in een samenleving die sterk verzuild was. Langs de Vrederustlaan staat de Shalomkerk, deze kerk markeert de hoek die de singel hier maakt en vormt tevens de entree van de buurt. Typering en bijzondere kwaliteiten: de samenhang tussen verkaveling, bebouwing en openbaar groen; de wijk is op te vatten als groene velden met daarin op harmonieuze wijze gerangschikte objecten. Het groen heeft een dominante rol. Het doorgeschakelde groen is gelijkwaardig geworden aan de bebouwing in stedenbouwkundig/ ruimtelijk opzicht; ontworpen vanuit de schaal van de wijk in plaats van op de schaal van de stad; variatie in bouwhoogtes van de volumes en zichtlijnen binnen een stempel; combinatie van woningtypologieën voor verschillende doelgroepen verenigd binnen één stempel; geen sprake van langgerekte continue gevelwanden. 3.3.1.3 Monumentale gebouwen In het plangebied bevinden zich (nog) geen monumentale gebouwen.
23
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
3.3.2
Archeologie
Gemeenten hebben de taak om bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met aanwezige en te verwachten archeologische waarden (overgangsrecht Erfgoedwet). Voor het gehele grondgebied van Den Haag heeft de gemeente een Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart 2021 (AWVK2021, Archeologische Waarden- en Verwachtingen Den Haag 2021) opgesteld. In de Beleidsnota Archeologie 2021-2030 (RIS 311200, NotaArcheologie_2021-2030) geeft de gemeente aan hoe ze zorg wil dragen voor de archeologische sporen en resten in de Haagse ondergrond. Op de gemeente dekkende AWVK2021 komen drie eenheden voor waaraan het gemeentebeleid heeft gekoppeld: 1. Zone met een archeologische waarde, dat wil zeggen: waarvan is vastgesteld dat er zich belangrijke archeologische sporen en resten bevinden. In het kader van de archeologische monumentenzorg stelt de gemeente hier voorwaarden aan bodemverstorende activiteiten dieper dan 50 cm onder maaiveld; 2. Zone waar archeologische resten en sporen kunnen worden verwacht (op basis van de bodemopbouw en/of historische kaarten). Bij activiteiten met een bodemverstoring groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm onder maaiveld stelt de gemeente hier voorwaarden voor onderzoek en bescherming van mogelijk aanwezige sporen en resten. 3. Zone waar geen archeologische sporen/resten (meer) worden verwacht.
Hier verbindt de gemeente op het gebied van de archeologie geen voorwaarden aan bodemverstorende activiteiten. Van initiatiefnemers van activiteiten met bodemverstoringen in zones met een archeologische waarde of verwachting wordt in het kader van vergunningverlening gevraagd om de archeologische waarde van het terrein dat door de bodemingreep verstoord wordt in voldoende mate (nader) vast te stellen. In gebieden waarvan de archeologische waarde al is vastgesteld wordt ook gekeken naar de mate van bedreiging van de archeologische waarden door het bouwplan. Als blijkt dat er sprake is van een bedreiging van behoudenswaardige archeologische resten, kunnen aan de uitvoering van de geplande bodemingreep voorwaarden worden verbonden, zoals: i. ii.
technische aanpassingen zodat archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; het laten verrichten van een opgraving teneinde behoudenswaardige resten die verstoord zullen worden, te documenteren en veilig te stellen; of iii. de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, archeologisch te laten begeleiden. In alle gevallen blijft de archeologische meldingsplicht van kracht (art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet). Dit houdt in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan de vinder redelijkerwijs moet kunnen weten dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag. De meldingsplicht leidt niet tot een bepaling in het bestemmingsplan. De afdeling Archeologie van de Dienst Stadsbeheer verricht namens het bevoegd gezag de taken en besluitvorming inzake de archeologische monumentenzorg. De kosten van vooronderzoek en indien noodzakelijk opgraving of begeleiding zijn voor de initiatiefnemer. Alle archeologische werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een erkende, gecertificeerde archeologische partij. Meer informatie over het archeologiebeleid van de gemeente Den Haag is te vinden op: www.denhaag.nl/archeologie.
3.3.2.1 Archeologie van het plangebied Het plangebied Zichten 2, 3 en 7 kent in het bestemmingsplan Bouwlust geen dubbelbestemming voor archeologie en heeft op de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart 2021 geen archeologische waarde of verwachting. Hiermee is het thema archeologie in dit plangebied niet van toepassing.
24
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
3.4
Groen
3.4.1
Agenda Groen voor de stad
In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken. Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. We streven er naar dat elke (vastgoed)ontwikkeling bijdraagt aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden.
Stedelijk e Groene Hoofdstructuur De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506).
25
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
Kaart Stedelijke Groene Hoof dstructuur (RIS300506).
Op dit moment ligt aan de rand van de Zichten met de sportvelden een ecologische verbindingszone die aansluit op de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en daarmee op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS 300506). In de Nota van Uitgangspunten voor de Zichten is het volgende opgenomen ten aanzien van verdichten en vergroenen. Uitgangspunt is dat elke (vastgoed)ontwikkeling bijdraagt aan de groene kwaliteit van Den Haag; door de ontwikkeling van parken en straatgroen, alsook het versterken van de ecologie in het gebied door het realiseren van ecologische verbindingen. In de Nota van Uitgangspunten is opgenomen dat een 30 meter brede functionele ecologische zone terug gebracht wordt in de stedelijke omgeving, dit is conform Nota Stadsnatuur. Een oplossing is noodzakelijk om recht te doen aan besluit VI Projectdocument Zichten (RIS 311093, DSO10228037): vast te stellen dat de ecologische zone niet mag worden aangetast totdat de nieuwe ecologische zone er is waarbij de nieuwe zone minimaal hetzelfde oppervlakte terugkrijgt evenwijdig aan de bestaande zone met een verbeterde ecologische kwaliteit. De opgave is helder ten aanzien van de ecologische verbindingszone langs de Zichten om deze conform afspraak in te passen en te versterken.
Het gemeentebestuur heeft zichzelf verplicht om de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) op eenduidige en herkenbare wijze duurzaam in stand te houden en waar mogelijk te versterken (RIS300506). Aanvullend hierop geldt dat conform uitgangspunten van de Nota Stadsnatuur (RIS305825)
26
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
aantasting van het netwerk aan ecologische verbindingszones compensatieplichtig is. Huidige situatie In de huidige situatie heeft de ecologische zone ter hoogte van de Zichten een breedtemaat variërend van 30 - 50 meter en daarmee een potentieel ontwikkelingsperspectief voor dit deel van ecologische verbindingszone Groene Assen Zuidwestzone. De ecologische verbindingszones zijn onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en de begrenzing hiervan is bestuurlijk vastgelegd. Met de huidige planvorming zal binnen de bestaande contouren van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) worden gebouwd en dit is dus alleen mogelijk, conform beleid, als daadwerkelijk een 30 meter brede zone wordt vrijgespeeld en ingericht als ecologische zone. 3.4.2
Nota Stadsnatuur
In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn Ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden.
De nota Stadsnatuur is een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. De norm voor een goed functionerende ecologische verbindingszone 30 meter breed is, met optimale inrichtingsvereisten waarbij ruimte is voor inheemse planten, struiken, geleidelijke overgangen met voldoende zonnige plekjes, rust en biotoopgrootte (vuistregels voor biotopen).
27
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
Uitsnede kaart Nota Stadsnatuur met rode pijl naar rood omcirkeld plangebied. Het plangebied van het bestemmingsplan 'Zichten 2, 3 en 7' maakt voor een deel onderdeel uit van het netwerk aan ecologische verbindingszones. Het grenst namelijk aan de ecologische verbindingszone die langs het sportveld Escamp 1 ligt. In hoofdstuk 5 zal nader ingegaan worden op de wijze waarop met deze verbindingszone rekening is gehouden. 3.4.3
Nota stadsbomen
In Den Haag vinden we onze bomen van oudsher belangrijk. Het Haagse stadsbomennetwerk vervult in totaliteit verschillende functies en ecosysteemdiensten, en draagt bij aan de gezondheid en leefkwaliteit van eenieder in Den Haag, mens en dier. In de Nota Stadsbomen (RIS307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. De bijdrage van bomen aan de leef kwaliteit hangt af van de maat van de kroon. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. Meer kroonoppervlak is ook te realiseren door extra bomen te planten en bestaande bomen goed te beheren. Extra aandacht moet uitgaan naar het realiseren van goede groeiplaats voor bomen voor daktuinen op
28
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
straatniveau. Hiervoor moet een zo natuurlijk mogelijke situatie kunstmatig worden gesimuleerd. Tijdens de initiatieffase zal hierover al goed moeten worden nagedacht. Nieuwe daktuinen op straatniveau moeten standaard voldoen aan de eisen voor een goede doorwortelbare ruimte (zie figuur. Ook is het belangrijk om vooraf rekening te houden met de benodigde draagkracht.
Voor het realiseren van een toekomstbestendig Haags Stadsbomennetwerk bestaan verschillende opgaven: Uitbreiden en versterken van de Hoofdboomstructuur. Een Hoofdboomstructuur verbindt direct of indirect belangrijke groengebieden met elkaar, begeleidt over het algemeen hoofd- en ontsluitingswegen en bestaat vooral uit lanen (met of zonder middenberm) en voldoet aan gestelde voorwaarden; Versterken en uitbreiden van Haagse groene middenbermen; Grootschalige uitval voorkomen door te kiezen voor diversiteit in geslacht, soort en cultivar i.p.v. monoculturen; Kiezen voor biodiversiteit en te ontwerpen met het ecologisch passend principe. Het stedelijke doel is dat in 2030 75% van de bomen ecologisch passend is; Werken aan goede microklimaten in de stad met behulp van bomen. Houdt hierbij wel rekening dat bomen een slecht windklimaat niet kunnen oplossen.
Voor het realiseren van meer kroonoppervlak in de stad bestaan de volgende opgaven: Actief verbeteren van bestaande groeiplaatsen door te ontstenen, zoveel mogelijk 'open'; 'Groeiplaatsen' te realiseren en groeiplaatsverbeteringen toe te passen; Aanplant van extra bomen (let op! In beperkte mate in ecologische verbindingszones); Nieuwe aanplant met toekomstbestendige groeiplaatsen (zoveel mogelijk in 'open' groeiplaatsen); Bij kabels en leidingen maatwerk toepassen, vooraf ondergronds ontwerp maken; Zorgvuldig omgaan met bestaande bomen; Stadsbreed denken over meer kroonoppervlak: stimuleren meer bomen en struiken op privaat terrein.
3.4.4
Bomen
In de Algemene Plaatselijke Verordening is de bescherming van bomen vastgelegd. Volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag, artikel 2.80 e.v., is voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig (RIS 174540). Door deze bescherming kunnen belangen zorgvuldig worden afgewogen voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven dan wel geweigerd. Daarnaast is een mogelijkheid opgenomen om monumentale bomen aan te wijzen. Monumentale bomen hebben een hogere beschermingsstatus. Voor een volledig overzicht van de monumentale bomen in Den Haag is op de website van de gemeente Den Haag de meest actuele lijst en kaart terug te vinden.
29
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
Bij besluit van 18 juni 2019 (RIS 298921) heeft de gemeenteraad een motie aangenomen omtrent de inhoud van de toelichting bij het ontwerp van een bestemmingsplan. De motie bepaalt dat dan een paragraaftitel 'bomenbalans' moet worden opgenomen. De bomenbalans is in paragraaf 4.6.8 Bomenbalans in het plangebied opgenomen. In de paragraaf moet bij grote herinrichtingen en bouwplannen worden toegelicht hoeveel bomen verdwijnen dan wel er bijkomen. In het coalitieakkoord 2023 (RIS 313189) is opgenomen dat het doel is in heel Den haag om 5% meer kroonoppervlak in 2030 te realiseren. In het plangebied van het bestemmingsplan 'Zichten 2, 3 en 7' zijn geen monumentale bomen aanwezig. Na een initiatiefvoorstel van de Partij voor de Dieren (RIS313042) heeft de raad zich in 2023 uitgesproken dat bij elk ruimtelijk plan wordt gespecificeerd wordt hoeveel bomen zullen worden gekapt conform de Nota stadsbomen en dit nadrukkelijker en goed vindbaar op te nemen in besluiten. Daarnaast voor deze plannen ook op te nemen hoeveel onverharde ruimte verdwijnt en groen wordt toegevoegd (groenbalans). Naast het specificeren van deze verwachte groene gevolgen, dit te motiveren en hierbij aan te geven welke alternatieven hiervoor zijn bekeken (binnen de randvoorwaarden die al zijn vastgelegd) die resulteren in minder groenverlies. 3.4.5
Groen en tuinen
Grote delen van Den Haag hebben een verkaveling van gesloten bouwblokken. Dit is voor een groot gedeelte niet van toepassing voor Den Haag Zuidwest. De binnenterreinen hebben van oorsprong een rustig en groen karakter, dat waar enigszins mogelijk en geïndiceerd, behouden dient te blijven. Het beleid is gericht op behoud van deze belangrijke elementen (Rv 84.2011/2; RIS 181878) over behoud groen(beleving) wijken. In dat streven moet echter óók worden betrokken de wens van bewoners om collectieve moestuinen op de binnenterreinen mogelijk te maken. De rijksoverheid is aan deze wens tegemoetgekomen door in een algemene maatregel van bestuur behorende bij de Wet omgevingsrecht een vergunningsvrije staffelregeling te geven voor het bouwen van aanbouwen en bijgebouwen in relatie tot de grootte van het achtererf. Deze regeling is opgenomen in artikel 2 sub f, bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht (BOR). 3.4.6
Natuurinclusief bouwen
De gemeente Den Haag bevordert groen- en natuurinclusief bouwen in de stad met het besluit Natuurinclusief bouwen (RIS 313059). Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Met bestemmingsplan 'Zichten 2, 3 en 7' wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt waarbij het Puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen van toepassing is. Er moeten maatregelen toegepast worden uit drie categorieën: groene daken/groene gevels, verblijfplaatsen en omgevingsmatregelen. Het volgende puntenaantal dient te worden behaald: 6 punten voor groene gevels en daken, 4 punten voor verblijfsplaatsen 6 punten voor omgevingsmaatregelen. Verder is het verplicht om een ecoloog te betrekken bij de planontwikkeling en om een beheer-en onderhoudsplan te maken. In september 2022 is de verbeterde compacte versie van het 'Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen' vastgesteld, zie hiervoor de volgende link Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS313059)
30
bestemmingsplan Zichten 2, 3 en 7 (ontwerp)
3.4.7
Visie op licht
De Visie op Licht (12 december 2017, RIS298657) legt een gewenst lichtbeeld voor Den Haag vast om zo de kwaliteit van de openbare verlichting te vergroten en beter beheer mogelijk te maken. Stadsverlichting draagt bij aan (een gevoel van) veiligheid, maar voor sommige nachtdieren zoals vleermuizen is kunstlicht ongewenst. Vleermuizen leven en jagen 's nachts en kunstlicht kan hun gedrag flink verstoren. In de Lichtvisie is een richtlijn 'Licht op de Natuur' (12 December 2017, RIS 298657) opgenomen. Hier staat dat in de Haagse natuur alleen openbare verlichting wordt gebruikt waar dat echt nodig is. Als er licht moet zijn voor bijvoorbeeld de veiligheid, dan wordt het zo toegepast dat dieren er zo min mogelijk last van hebben, door gebruik te maken van gericht/afgeschermd wit licht met een maximum van 3000K (geen UV). Voor het gepland ecozone langs de bouwkavel van de zichten 2 en 3 is beperkte gerichte verlichting toegestaan (lage palen).