RIS317419 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Strand Den Haag
Tekst van het document
De strandpaviljoens ter hoogte van deze zones krijgen de mogelijkheid om waterscholen aan te laten sluiten en te faciliteren. Bij de Zandmotor ontstaat een waar surfersparadijs. Aangezien de kitesurfscholen daar geen goede opslagfaciliteit hebben, wordt onderzocht of op dit deel van het strand een faciliteit kan worden gerealiseerd voor opslag van materiaal en omkleedruimte. Hierbij houden we er rekening mee dat deze sport ook in de wintermaanden wordt beoefend. Jaarrond een aantrek kelijk strand We lijken soms te vergeten hoe fijn het in de herfst en de winter aan het strand kan zijn. Eerst wandelen en uitwaaien op het strand of in de duinen, vervolgens in een strandpaviljoen een kop warme chocomel drinken bij een knapperig haardvuurtje. Ook voor watersporters zoals kitesurfers zijn juist de herfst en delen van de winter zeer aantrekkelijk omdat er dan een ideale combinatie is van golven en wind. Daarom hebben we ruimte geboden voor zeven jaarrond strandpaviljoens. In 2015 zijn een aantal paviljoens gestart met jaarrondexploitatie. Een toegankelijk strand De toegankelijkheid van het strand blijft een belangrijk aandachtspunt. Daar horen ook goede bewegwijzering en parkeervoorzieningen bij. Waar nodig en mogelijk vinden permanente verbeteringen plaats. Zo worden bij de Morales boulevard op enkele plaatsen extra trappen en een hellingbaan
30
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
gerealiseerd zodat de verschillende niveaus van de boulevard in goede verbinding staan met het strand. Om de toegankelijkheid op het strand zelf te vergroten, komen er betonpaden voor voetgangers richting zee. Zo kunnen minder-validen en families met jonge kinderen de vloedlijn makkelijker bereiken. Een leefbaar strand door te handhaven Er wordt een breed programma opgezet om te komen tot vermindering en vereenvoudiging van de regels op het strand. Vermindering is aan de orde door allerlei bovenwettelijke eisen te schrappen, die ook niet nodig bleken. Versimpeling wordt gerealiseerd door meer gebruik te maken van algemene regels die in de rest van de stad ook gelden, zoals de opruimplicht, het hondenbeleid of de regels voor horecaondernemers. Ook stelt de raad enkele specifieke regels vast, zoals het verbod op gemotoriseerde watersport en sporten die niet goed passen op de drukke stranden (blokarten). Om het strand en de omgeving leefbaar te houden en de veiligheid te waarborgen is toezicht houden en handhaving van de regels heel belangrijk. In samenspraak met handhavingspartners zoals politie, brandweer en de betrokken stadsdelen worden werkafspraken gemaakt over de inzet van de gemeentelijke handhavingsorganisatie. Daarnaast zal ook beoordeeld worden of inzet en capaciteit voor het strand nog passend is bij het verhoogde ambitieniveau.
Conclusie: Het bestemmingsplan Strand Den Haag is in overeenstemming met het gemeentelijke strandbeleid. Zo wordt met dit bestemmingsplan de huidige zonering van rust en reuring aangehouden, laten we geen nieuwe bebouwing toe op de stranddelen grenzend aan natuurgebieden,krijgen horeca- en watersportpaviljoens de mogelijkheid om ondergeschikte detailhandel en/of recreatieve en culturele diensten uit te voeren en hebben watersportpaviljoens de gelegenheid om een drank- en horecavergunning aan te vragen. Tevens zijn de vergunde jaarrond strandpaviljoens in dit bestemmingsplan opgenomen. 3.2.3.6 De Kust Gezond In 2015 heeft de gemeente Den Haag de agenda en het bijbehorende programma De Kust Gezond (RIS 281160) gepresenteerd. Doel ervan is het kwaliteitsniveau van de buitenruimte aan de kust te verhogen. De Kust Gezond rust op 4 pijlers: Kwaliteit van de buitenruimte Ruimte voor de voetganger en de fiets Een gefaseerd, structureel programma Samenwerking met anderen Een deel van het plangebied waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft valt binnen de invloedsfeer van de Kust Gezond. Voor dit deel sluit het bestemmingsplan aan op de agenda, onder andere via de vernieuwde Morales Boulevard die het ambitieniveau van "De Kust Gezond" vertegenwoordigd en is opgenomen in het bestemmingsplan.
3.2.3.7 Reclamenota In het Haagse reclamebeleid wordt de stad verdeeld in zeven reclamezones (2009, RIS168688). Voor elk van deze zones wordt aangegeven wat er aan reclame mogelijk is. In sommige delen van Den Haag is ruimte voor meer en meer grootschalige reclame, andere delen van de stad vragen juist om terughoudendheid. Voor reclame aan en bij de strandpaviljoens betekent dit dat zij dient te voldoen aan het reclamebeleid behorende bij de reclamezone "strand", zoals beschreven in het schema Gevelreclame dat onderdeel is van de reclamenota.
31
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
3.3
Cultureel erfgoed
Cultureel erfgoed is al datgeen wat aan cultuur uit vroeger tijden is doorgegeven en overgeleverd. Het omvat sporen, objecten, artefacten of patronen die al of niet zichtbaar deel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van de ontwikkelingsgeschiedenis en de historisch gevormde omgeving. Gedoeld wordt onder meer op het archeologische erfgoed, het historisch- stedenbouwkundige en het historisch-landschappelijke erfgoed. In die zin behoort het gehele strand tot het culturele en archeologische erfgoed al was het alleen al omdat ze voor de vorming en wordingsgeschiedenis van Nederland de eerste belangrijke voorwaarde was en nog steeds is. 3.3.1
Cultuurhistorische waarde
Rijksbeschermd stadsgezicht Het plangebied dat met dit bestemmingsplan wordt geactualiseerd maakt geen deel uit van een Rijksbeschermd stadsgezicht. Ook zijn er in het plangebied geen objecten en gebieden die op rijksniveau zijn aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Provinciaal beleid Het cultureel erfgoed van Zuid-Holland is een belangrijke drager van ruimtelijke kwaliteit. Zeker in combinatie met groen en water verhoogt het erfgoed de variëteit en daarmee de aantrekkelijkheid van stad en landschap. Deze toegevoegde waarde van erfgoed bevordert de provincie op diverse manieren. De cultuurhistorische, aardkundige en archeologische waarden zijn gebundeld in de cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS), die de basis vormt voor het provinciaal erfgoedbeleid. Het beschermende ruimtelijk beleid richt zich met name op een selectie van de CHS: Cultuurhistorische kroonjuwelen Molen- en landgoed biotopen Werelderfgoed (bestaand en potentieel) Erfgoed lijnen Archeologie Voor dit bestemmingsplan is de Atlantikwall als erfgoedlijn van belang. Een erfgoedlijn met een kenmerkend ensemble van erfgoed, landschap en water dat beschikt over een groot recreatief-toeristisch potentieel.
Het ruimtelijke beleid van de provincie is erop gericht het erfgoed te kunnen beleven en te benutten, door behoud en versterking van de structuur in combinatie met het stimuleren van eigentijdse bestemmingen voor dit erfgoed. De Atlantikwall was tijdens de tweede wereldoorlog een onderdeel van de Duitse kust verdedigingslinie. De bunkers en andere overblijfselen vormen nu een herinneringslandschap dat verwijst naar het ingrijpende gebeurtenissen van de tweede wereldoorlog. Een deel van de Atlantikwall valt binnen het plangebied van het bestemmingsplan Strand Den Haag. In dit plangebied zijn nog enkele restanten van de Atlantikwall zichtbaar. Als onderdeel van de “Atlantikwall” zijn op de Boulevard een drietal (waarvan één verplaatst is) mitrailleurkazematten aanwezig, die als gemeentelijk monument zijn opgenomen in het register van beschermde monumenten. Voor werkzaamheden in de nabijheid van de op- en afritten (trappen) van en naar de mitrailleurkazematten, is op basis van de monumentenverordening een vergunning nodig. Gemeentelijk beleid De Structuurvisie Den Haag 2020 vermeldt vier grote troeven van Den Haag, één daarvan is de monumentale residentie. Den Haag is een stad met belangrijk cultuurhistorisch erfgoed. Er zijn talrijke monumenten en 30% van de stad heeft de status van beschermd stadsgezicht.
In het plangebied van bestemmingsplan Strand Den Haag zijn geen beschermde stadsgezichten aanwezig. Grenzend aan het plangebied ligt het beschermde stadsgezicht Scheveningen-Dorp, met daarin: de cultuurhistorisch waardevolle Keizerstraat; oudste straat van Scheveningen; het Dr. De Visserplein als centrale openbare ruimte in een 'arbeiderswijk voor de vissersbevolking', die in zekere zin exemplarisch is en een grote sociaalhistorische betekenis heeft;
32
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
de kuststrook tussen de Keizerstraat en Scheveningse Slag die kenmerkend is voor de sfeer van de oude badplaats; het Renbaankwartier, als een typerende uitbreiding van het dorp; de Badhuiskade/Havenkade als vroegere binnenhaven; de Badhuisstraat die vele belangwekkende cultuurhistorische structuren heeft; de kwalitatief hoogwaardige bebouwing in de Cornelis Jolsstraat die de overgang tussen Scheveningen-Dorp en het Van Stolkpark markeert. Conclusie: Binnen het plangebied van het Strand Den Haag ligt de Atlantikwall als erfgoedlijn. Planologisch wordt een dergelijk erfgoed niet beschermd via een bestemmingsplan, maar wel via de monumentenverordening. 3.3.2
Archeologie
Gemeenten hebben de taak om bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met aanwezige en te verwachten archeologische waarden (overgangsrecht Erfgoedwet). Voor het gehele grondgebied van Den Haag heeft de gemeente een Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK) opgesteld. In de Beleidsnota Archeologie 'In het verleden ligt het heden' (RIS 180680) geeft de gemeente aan hoe ze zorg wil dragen voor de archeologische sporen en resten in de Haagse ondergrond. Op de gemeente dekkende AWVK komen drie eenheden voor gekoppeld aan gemeentelijk beleid: Terreinen met een archeologische waarde, dat wil zeggen: waarvan is vastgesteld dat belangrijke archeologische sporen en resten aanwezig zijn. In het kader van de archeologische monumentenzorg stelt de gemeente hier voorwaarden aan bodem verstorende activiteiten dieper dan 50 cm onder maaiveld; Gebieden waar archeologische resten en sporen kunnen worden verwacht, op basis van de bodemopbouw en/of historische kaarten. Bij activiteiten met een bodemverstoring groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm onder maaiveld stelt de gemeente hier voorwaarden voor onderzoek en bescherming van mogelijk aanwezige sporen en resten. Gebieden waar geen archeologische sporen/resten (meer) worden verwacht. Hier verbindt de gemeente op het gebied van de archeologie geen voorwaarden aan bodem verstorende activiteiten.
Initiatiefnemers van activiteiten die bodemverstoringen in zones met een archeologische waarde of verwachting teweeg kunnen brengen, wordt in het kader van vergunningverlening gevraagd de archeologische waarde van het terrein dat door de bodemingreep verstoord wordt in voldoende mate vast te stellen. In gebieden waarvan de archeologische waarde al is vastgesteld wordt ook gekeken naar de mate van bedreiging van de archeologische waarden door het bouwplan. Als blijkt dat er sprake is van een bedreiging van archeologische resten die het behouden waard zijn, kunnen aan de uitvoering van de geplande bodemingreep voorwaarden worden verbonden, zoals: technische aanpassingen zodat archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; het laten verrichten van een opgraving teneinde de resten die verstoord zullen worden, te documenteren en veilig te stellen; of de activiteit die tot bodemverstoring leidt, archeologisch te laten begeleiden. In alle gevallen blijft de archeologische meldingsplicht van kracht (art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet). Dit houdt in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan de vinder redelijkerwijs moet kunnen weten dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag. De meldingsplicht leidt niet tot een bepaling in het bestemmingsplan.
De afdeling Archeologie van de Dienst Stadsbeheer verricht namens het bevoegd gezag de taken en besluitvorming inzake de archeologische monumentenzorg. De kosten van vooronderzoek en indien noodzakelijk opgraving of begeleiding zijn voor de initiatiefnemer. Alle archeologische werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een erkende archeologische partij. Meer informatie over het archeologiebeleid van de gemeente Den Haag is te vinden op: https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/vrije-tijd-en-recreatie/kunst-en-cultuur/archeologie/beleidsnota-arch
33
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
eologie-2011-2020.htm Conclusie: Op basis van de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart van Den Haag (AWVK) heeft slechts een smalle strook van het plangebied van het bestemmingsplan Strand Den Haag langs de Strandweg, tussen de Vissershavenweg en de Scheveningse Slag, een archeologische verwachting. Archeologisch onderzoek heeft echter uitgewezen dat de kans klein is op het aantreffen van archeologische resten in deze strook. Uitzondering hierop vormt een zone die ligt ter hoogte van de oude kern van Scheveningen. Bij archeologisch booronderzoek is hier rond 2 m +NAP bouwmateriaal aangetroffen dat vermoedelijk dateert uit de periode 16de-17de eeuw. Deze zone heeft een dubbelbestemming waarde-archeologie gekregen op de planverbeelding van het bestemmingsplan Strand Den Haag.
3.4
Groen
Het plangebied van bestemmingsplan Strand Den Haag bestaat uit strand en duinen. De duinen worden als groene natuurlijke buffers gezien, tussen het strand en het achterland. Het strand grenst aan drie beschermde duinnatuur- en recreatiegebieden, te weten, Oostduinen, het Westduinpark en Solleveld. Ze zijn met het strand verbonden, mede door de verschillende strandopgangen. 3.4.1
Agenda Groen voor de stad
In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk is komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatieven en bij ontwikkelingen het groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met een ecologische, maatschappelijke en economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur.
Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. Het streven is dat iedere (vastgoed)ontwikkeling moet bijdragen aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook door het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden. Stedelijk e Groene Hoofdstructuur De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506). Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones.
34
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Afbeelding 9: Stedelijke Groene Hoofdstructuur Conclusie: Het bestemmingsplan Strand Den Haag is in lijn met de Agenda Groen voor de stad. 3.4.2
Nota Stadsnatuur
In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van de stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (16-12-2020 RIS305824) zijn de uitgangsprincipes geformuleerd waarmee een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit tot stand kan worden gebracht. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden voor allerlei planten- en diersoorten. De ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden.
In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in
35
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
brede zin. We werken aan een natuur inclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlast gevende planten en dieren en zetten in op de monitoring van onze stadsnatuur. Conclusie: Het plangebied van het bestemmingsplan Strand Den Haag maakt geen deel uit van het netwerk aan ecologische verbindingszones. 3.4.3
Nota Stadsbomen
In Den Haag vinden we onze bomen van oudsher belangrijk. Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk, wat parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar verbindt. Dit netwerk is uiteraard voor planten en dieren belangrijk. Maar het Haagse stadsbomennetwerk vervult in totaliteit verschillende functies en ecosysteemdiensten, en draagt bij aan de gezondheid en leefkwaliteit van een ieder in Den Haag, mens en dier. In de Nota Stadsbomen (RIS307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Als je aan toekomstbestendigheid denkt dan is het allereerst van belang om de basis goed te behouden en deze basis daarnaast te versterken. Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. De bijdrage van bomen aan de leefkwaliteit hangt af van de maat van de kroon. Dit is te meten met het kroonoppervlak. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. De boom groeit anders niet goed, kan niet goed presteren, sterker nog, hij kan overlast veroorzaken. Meer kroonoppervlak is ook te realiseren door extra bomen te planten en bestaande bomen goed te beheren.
Ook op particulier terrein liggen hiervoor kansen. Stadsbomen zorgen met hun ecosysteemdiensten voor leefkwaliteit in de stad. Stadsbomen spelen ook een belangrijke rol bij en zijn een oplossing voor grootstedelijke uitdagingen zoals klimaatadaptatie en verdichting. Het verhogen van de ecosysteemdiensten van bomen door in te zetten op meer kroonoppervlak en het werken aan een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk zijn dan ook twee hoofddoelen. Dit is opgenomen in de Nota Stadsbomen (15 april 2021 RIS 307827). Voor het verbeteren van ecologische verbinding, het activeren van recreatie en de verbetering van gezondheid in de stad is het oplossen van onderbrekingen in het netwerk gewenst. De eerste focus ligt hierbij op de Hoofdboomstructuur, het verbeteren en uitbreiden van de Haagse groene middenbermen en het planten van bomen op boomloze plekken in de stad. Wanneer we ontwerpen met bomen, dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. Voor de Hoofdboomstructuur zijn ambities verwoord voor toekomstige projecten en gebieden. De bijdrage van bomen aan de leefkwaliteit hangt af van de maat van de kroon. Dit is te meten met het kroonoppervlak. In 2030 willen we 5% meer kroonoppervlak. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel.
De boom groeit anders niet goed, kan niet goed presteren en kan overlast veroorzaken. Investeren in goede bestaande en nieuwe groeiplaatsen is een methode om meer kroonoppervlak te krijgen. Specifiek geldt extra aandacht voor het realiseren van goede groeiplaatsen bij daktuinen op straat- en gebouwniveau. Meer kroonoppervlak is ook te realiseren door extra bomen te planten en bestaande bomen goed te beheren. Ook op particulier terrein liggen hiervoor kansen. In alle (herinrichting)projecten wordt gewerkt aan het behalen van de doelen. Het gaat dan om projecten van ontwikkeling, herinrichting en groot onderhoud in de stad. Hoe omgaan met bestaande en nieuwe stadsbomen is een vast onderwerp van gesprek in deze projecten. Extra aandacht gaat uit naar het realiseren van goede groeiplaats voor bomen voor daktuinen op straatniveau. Hiervoor moet een zo natuurlijk mogelijke situatie kunstmatig worden gesimuleerd. Tijdens
36
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
de initiatieffase zal hierover al goed moeten worden nagedacht. Nieuwe daktuinen op straatniveau moeten standaard voldoen aan de eisen voor een goede doorwortelbare ruimte (zie figuur). Afhankelijk van de gewenste inrichting en de gewenste grootte van een boom is maatwerk nodig en bestaan hiervoor minimale maten. Het is daarbij belangrijk vooraf rekening te houden met de benodigde draagkracht.
De inzet van groen vraagt om maatwerk en het bepalen van de gewenste functies. Het vooraf bepalen van de ambitie voor de ecosysteemdiensten is een basisopgave voor elke herinrichting in het gebied. Stadsbomen zien we als dragers van het groen. Voor het realiseren van de twee hoofddoelen, een toekomstbestendig Haags bomennetwerk en 5% meer kroonoppervlak in 2030, hebben we concrete maatregelen benoemd. Voor het realiseren van een toekomstbestendig Haags Stadsbomennetwerk bestaan verschillende opgaven: Uitbreiden en versterken van de Hoofdboomstructuur. Een Hoofdboomstructuur verbindt direct of indirect belangrijke groengebieden met elkaar, begeleidt over het algemeen hoofd- en ontsluitingswegen en bestaat vooral uit lanen (met of zonder middenberm) en voldoet aan gestelde voorwaarden Versterken en uitbreiden van Haagse groene middenbermen Grootschalige uitval voorkomen door te kiezen voor diversiteit in geslacht, soort en cultivar i.p.v. monoculturen Kiezen voor biodiversiteit en te ontwerpen met het ecologisch passend principe. Het stedelijke doel is dat in 2030 75% van de bomen ecologisch passend is. Werken aan goede microklimaten in de stad met behulp van bomen. Houdt hierbij wel rekening dat bomen een slecht windklimaat niet kunnen oplossen.
Voor het realiseren van meer kroonoppervlak in de stad bestaan de volgende opgaven: Actief verbeteren van bestaande groeiplaatsen door te ontstenen , zoveel mogelijk 'open groeiplaatsen' te realiseren en groeiplaatsverbeteringen toe te passen Aanplant van extra bomen (let op! In beperkte mate in ecologische verbindingszones) Nieuwe aanplant met toekomstbestendige groeiplaatsen (zoveel mogelijk in 'open' groeiplaatsen)
37
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Bij kabels en leidingen maatwerk toepassen, vooraf ondergronds ontwerp maken Zorgvuldig omgaan met bestaande bomen Stadsbreed denken over meer kroonoppervlak: stimuleren meer bomen en struiken op privaat terrein
Bomenbalans Bij besluit van 18 juni 2019 (RIS 298921) heeft de gemeenteraad een motie aangenomen omtrent de inhoud van de toelichting bij het ontwerp van een bestemmingsplan. De motie bepaalt dat dan een paragraaftitel 'bomenbalans' moet worden opgenomen. In de paragraaf moet bij grote herinrichtingen en bouwplannen worden toegelicht hoeveel bomen verdwijnen dan wel er bijkomen. Dit in het licht van de uitvoering van het klimaatakkoord van Parijs. Verder wordt daarmee inzicht geboden in de groenambities van Burgemeester en Wethouders.
3.4.4
Nota Westduinpark en Wapendal
Voor het plangebied grenzend aan het Westduinpark is de nota een agendabepalend document van de gemeente Den Haag en geeft richting aan het nieuwe Natura 2000-beheerplan dat door de Provincie Zuid-Holland wordt opgesteld. Daarbij is de nota, gezien de ligging van het gebied als onderdeel van het Nationaal park Hollandse Duinen, een vooruitstrevende bijdrage aan de ontwikkeling van dit nationale park. De nota richt zich op een evenwicht tussen natuurlijke en menselijke dynamiek. Er wordt hoge prioriteit gesteld aan het in stand houden, herstellen en ontwikkelen van natuurwaarden in het gebied. Recreatievormen die schade aan de natuur of overlast voor het duingebied veroorzaken worden niet gestimuleerd en gefaciliteerd. Conclusie: Het bestemmingsplan Strand Den Haag grenst deels aan het Westduinpark en Wapendal en laat geen ontwikkelingen toe die de bescherming van deze groengebieden verminderen.
3.5
Water
Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van Rijkswaterstaat en het hoogheemraadschap nader wordt behandeld. Europees: "
Kaderrichtlijn Water (KRW)
Nationaal: "
Nationaal Waterplan (NW)
"
Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)
"
Waterwet
Provinciaal: "
Provinciaal Waterplan
"
Provinciale Omgevingsvisie
"
Omgevingsverordening
38
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
3.5.1
Europa en Rijk
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is december 2000 in werking getreden. De richtlijn heeft tot doel de chemische en ecologische kwaliteit van al het oppervlakte- en grondwater in Europa te verbeteren. De richtlijn stelt daartoe eisen aan het waterbeheer in alle lidstaten. Het nationaal waterbeleid is vastgelegd in het Nationaal Waterprogramma (NWP). Het plan geeft het integrale kader voor het waterbeleid van het Rijk voor de komende zes jaar en geeft uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en de overstromingsrisico's. Dit NWP is opgesteld 'in de geest van' de Omgevingswet. Programma Noordzee 2022-2027 Het Programma Noordzee maakt onderdeel uit van het NWP. Diverse ontwikkelingen op en rond de Noordzee vertonen een vaste trend naar toenemende intensivering van het gebruik. Tegelijkertijd zijn nationaal en internationaal duidelijke randvoorwaarden gesteld om het ecosysteem van de Noordzee te kunnen herstellen en beschermen. De integraliteit in het waterbeheer, die het NWP voorstaat, is voor het Noordzeebeleid in de komende decennia dan ook niet een keuze uit verschillende opties, maar een harde noodzaak.
De opgave voor de komende jaren is het vinden van de juiste maatschappelijke balans om te kunnen komen tot een efficiënte en veilige ruimtelijke ontwikkeling van de Noordzee die past binnen de randvoorwaarden van een gezond ecosysteem. Met het Programma Noordzee 2022-2027 stelt het Rijk de kaders voor ruimtelijk gebruik van de Noordzee in relatie tot de toestand van het mariene ecosysteem en voor het beleid gericht op het verbeteren van de milieutoestand. 3e Kustnota, Traditie, Trends en Toekomst, ministerie van Verkeer en Waterstaat (2000) De 3e Kustnota borduurt verder op de 2e Kustnota, maar legt een veel sterkere relatie tussen kustveiligheid en ruimtegebruik. De hoofddoelstellingen van het beleid in deze nota zijn gericht op: een duurzame bescherming van laag Nederland tegen overstroming; ruimtegebruik van de kust in harmonie met de duurzame bescherming van laag Nederland. Met het oog op de verwachte klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande zeespiegelstijging, zijn in de toekomst bredere en sterkere waterkeringen benodigd. Voorkomen moet worden dat als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen (zoals stedelijke ontwikkeling) landinwaartse verbreding van de waterkeringen geen optie meer zal zijn. Reservering van ruimte biedt hiervoor de oplossing. In de nota is aangegeven, dat in de duinzoom goede mogelijkheden aanwezig zijn voor ontwikkeling van hoge natuurwaarden.
Dit komt door de aanwezigheid van de schone kwel vanuit de duinen. Daarom wordt voor de duinzoom, uitgezonderd de stedelijke zones, gestreefd naar een combinatie van landbouw en ontwikkeling of behoud van natuurwaarden. Verder is in de nota aangegeven, dat het natuurlijke watersysteem in de duinzoom goede mogelijkheden biedt voor het stedelijk water. Beleidslijn Kust 2015 Beleidslijn Kust 2015 vervangt de 'Beleidslijn kust' die het rijk in 2007 uitbracht. De beleidslijn formuleert op hoofdlijnen randvoorwaarden voor initiatieven met een ruimtebeslag in het kustfundament, beredeneerd vanuit de beleidsdoelen voor waterveiligheid. Het gaat zowel om het waarborgen van de veiligheid van de primaire keringen als om het op orde houden van het zandig systeem.
39
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
3.5.2
Provincie
Het beleid van de provincie Zuid-Holland met betrekking tot water is vastgelegd in het Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2022-2027. De Omgevingswet bepaalt dat de provincie een regionaal waterprogramma vaststelt. Daarin moet in ieder geval staan wat de provincie doet om uitvoering te geven aan de Europese richtlijnen die betrekking hebben op water (verplichte onderdelen) zoals: Kaderrichtlijn Water, Grondwaterrichtlijn, Drinkwaterrichtlijn, Richtlijn Overstromingsrisico's en Zwemwaterrichtlijn. Daarnaast bevat het regionaal waterprogramma ook een aantal niet-verplichte onderdelen, zoals zoetwatervoorziening, wateroverlast, vaarwegbeheer en waterrecreatie. Hiernaast komt het onderwerp water terug in de omgevingsvisie en omgevingsverordening. De omgevingsverordening is de juridische vertaling van de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zijn dit met name de onderwerpen 'waterveiligheid en wateroverlast' en 'mooi en schoon water'. Omdat deze onderwerpen een ruimtelijke impact kunnen hebben worden deze direct meegenomen op het niveau van beleid, zodat (eventuele) maatregelen passen binnen het bredere ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de provincie. Ook zorgt dit ervoor dat er omgekeerd rekening met het belang van een goede waterhuishouding rekening wordt gehouden.
3.5.3
Hoogheemraadschap Delfland
Het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) van het Hoogheemraadschap van Delfland is op 10 maart 2022 vastgesteld en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen Delfland neemt om met uitdagingen als klimaatverandering, verstedelijking, energietransitie, arbeidsmarkt en digitalisering om te gaan en zo het gebied veilig en leefbaar te houden. Deze uitdagingen zorgen ervoor dat ze flexibel moeten blijven, moeten innoveren, samenwerken en anticiperen op de veranderende omgeving. Delfland wil bijvoorbeeld wateroverlast als gevolg van extreem weer zoveel mogelijk voorkomen en de invloed van droogte op de hoeveelheid zoetwater verminderen. In het waterbeheerprogramma staat de missie van het Hoogheemraadschap van Delfland centraal, deze is: 'droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater'. Hierbij zijn de aspecten duurzaam circulair, waterkwaliteit, samenwerken en financiën leidend. In het waterbeheerprogramma zijn 32 thema's opgesteld met de doelen, ambities en maatregelen. Watertoets Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dient een watertoets te worden toegepast.
Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor de waterkwantiteit (ruimte voor water, berging, infiltratie, aanen afvoer), aandacht voor effecten op de waterkwaliteit en aandacht voor de veiligheid (overstroming). Hoogheemraadschap van Delfland heeft de Handreiking Watertoets voor gemeenten opgesteld. In de Handreiking Watertoets (www.hhdelfland.nl/watertoets) worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht. Beleidsregel medegebruik zeewering (2014) Hoogheemraadschap van Delfland geeft met de Beleidsregel Medegebruik Zeewering invulling aan zijn bevoegdheid om voorwaarden te stellen voor het medegebruik van de ruimte in, op, boven, over en onder de zeewering. De beleidsregel vormt het toetsingskader voor vergunningverlening op basis van de Waterwet en de Keur Delfland. Vanuit de maatschappij bestaat soms de wens om objecten die geen waterkerende functie hebben in, op, boven, over en onder de zeewering te plaatsen. In het verleden zijn al veel niet-waterkerende
40
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
objecten op de zeewering aangebracht. Dat kan gaan om een woning of een bedrijfsgebouw, maar ook om wegen, strandbebouwing of kabels en leidingen. Daarnaast wordt de zeewering gebruikt voor de uitvoering van werkzaamheden, beweiding of recreatieve activiteiten. Dit medegebruik moet goed worden gereguleerd opdat de veiligheid van de zeewering nu en in de toekomst niet in gevaar komt. Ook het beheer en onderhoud mag niet worden belemmerd en niet tot onevenredig hoge kosten voor het Hoogheemraadschap van Delfland leiden. Hoogheemraadschap van Delfland hanteert een afwegingskader om medegebruik te kunnen beoordelen. Tussennotitie Kust De Tussennotitie Kust beschrijft het beleid van het hoogheemraadschap van Delfland voor het beheer van de primaire keringen (de zeewering) langs de kust van het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Dynamisch kustbeheer: daar waar mogelijk zal de waterkering door middel van een bepaalde vorm van dynamisch kustbeheer worden beheerd. De breedte van het duingebied en de aanwezigheid van bebouwing (Scheveningen, Kijkduin en Ter Heijde) zijn bepalend bij de keuze of wind en water meer of minder vrij spel krijgen. Het beleid ten aanzien van medegebruik van de waterkering wordt uitgewerkt in: Bouwbeleid: de mogelijkheid tot bouwen in de waterkering (leggerzoneringen) blijft vanuit het oogpunt van waterveiligheid restrictief.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de door de provincie aangegeven bebouwingscontouren, namelijk binnen de contour minder restrictief (met bouwvoorschriften mogelijk) en buiten de contour restrictief. Strandbeleid: vanuit het oogpunt van de waterveiligheid is onder voorwaarden jaarrondbebouwing mogelijk. Wel is er sprake van een vergunningsplicht door de provincie als bevoegd gezag, wanneer er een kans is op negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Recreatief medegebruik van de duinen: vanuit het oogpunt van de waterveiligheid is onder voorwaarden recreatief medegebruik mogelijk. Ook hier is sprake van een vergunningsplicht door de provincie als bevoegd gezag, wanneer er een kans is op negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Delflands waterkeringenbeleid De waterkering heeft ruimte nodig. Binnen en buiten de bebouwde gebieden reserveert Delfland ruimte met het oog op bijvoorbeeld een toekomstige versterking van de waterkering. Het Delflands Algemeen Waterkeringenbeleid maakt het beleid van Delfland inzichtelijk voor alle participanten en geeft aan op welke wijze het mogelijk is om te blijven wonen, werken en recreëren achter veilige waterkeringen. Met deze invulling vervult het Delflands Algemeen Waterkeringenbeleid een centrale rol in de veiligheid van het beheergebied, nu en de toekomst, samen met de omgeving.
Keur Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder ontheffing. De wateren en waterkeringen waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren Veiligheid en waterkeringen Conform de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland maakt de kust onderdeel uit van een primaire waterkering (zeewering), zie afbeelding . Het strand ligt in de beschermingszone van de waterkering. Deze zones zijn middels de verbeelding en regels geborgd. Voor het gehele plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterkering', voor de zeewering de aanduiding 'Vrijwaringszone – duin' en voor het strand 'Vrijwaringszone – waterstaatswerk'. Via de
41
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
dubbelbestemming en deze aanduidingen is voor het bouwen binnen het plangebied een watervergunning vereist. Hiermee wordt geborgd dat er geen belemmeringen voor de instandhouding of versterking van het kustfundament of voor het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering mogen ontstaan.
Afbeelding : uitsnede legger HHD Dynamisch kustbeheer Duinen maken deel uit van het kustfundament en moeten daarom kunnen meegroeien met de stijging van de zeespiegel. Om mee te kunnen groeien met de zeespiegel is het van belang dat zand vanaf het strand de duinen in kan stuiven om zo de duinen te verhogen. Binnen het plangebied is sprake van dynamisch kustbeheer. Een belangrijk aandachtspunt is, dat de ruimte tussen de funderingspalen gedurende het winterseizoen van obstakels moet worden vrijgehouden. Dit betreft de jaarrond strandpaviljoens, waaronder de permanente hulpposten. Bestemmingsplan Strand Den Haag is een overwegend conserverend bestemmingsplan. In het bestemmingsplan worden enkele bebouwingsmogelijkheden toegevoegd in de vorm van hulpposten en strandpaviljoens. Op de verbeelding zijn de locaties van waar bebouwing mogelijk is gedetailleerd vastgelegd. De vrijwel aanééngesloten strandpaviljoens waarvan de bebouwing nabij de boulevard is gelegen, zijn ter plaatse van belangrijke zichtpunten of strandtoegangen onderbroken. Nieuwe bebouwing moet aan het beleid van Hoogheemraadschap van Delfland voldoen en wordt bij de vergunningaanvraag getoetst aan de effecten op het dynamisch kustbeheer. Hiermee is geborgd dat de mogelijkheden voor het dynamische kustbeheer niet worden aangetast.
42
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Waterkwantiteit Het plangebied ligt buitendijks. Dit betekent dat hoog water niet wordt tegengehouden door een waterkering. Buitendijks zijn initiatiefnemers, bewoners en gebruikers zelf verantwoordelijk voor het treffen van gevolg beperkende maatregelen en zij dragen zelf het risico van waterschade. Conform het standstill-beginsel mag de kans op wateroverlast als gevolg van een ruimtelijk plan niet toenemen. De initiatiefnemer moet ervoor zorgen, dat de negatieve gevolgen van het ruimtelijk plan gecompenseerd worden. Ontwikkelingen, waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet daarom (indien nodig) door extra waterberging aan te leggen worden gecompenseerd. Daarnaast vindt het Hoogheemraadschap van Delfland het belangrijk, dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevige neerslag door klimaatverandering. Bij nieuwe ruimtelijke initiatieven dient aangetoond te worden dat het watersysteem niet verslechtert. Het hemelwater en de afstroming van verhard oppervlak dienen in de zandige bodem en richting zee af te wateren. Voorkomen moet worden dat hemelwater en afstroming van verhard oppervlak afwateren richting het lager gelegen boezem en polder.
Watersysteemkwaliteit en ecologie Het plangebied van het bestemmingsplan Strand Den Haag ligt in een ecologische verbindingszone (NNN) van rijk, provincie of gemeente. Bij de inrichting van het gebied dient extra rekening gehouden te worden met ecologische factoren. Voor eventuele bouwwerkzaamheden binnen het plangebied is het ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen, zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: 1. 2. 3. 4.
hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI.
De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel ter plaatse. Afvalwater wordt afgevoerd naar de dichtstbijzijnde afvalwaterzuivering. Voor zover bekend zijn er geen problemen bekend omtrent de capaciteit van riolering of zuivering. Het hemelwater afkomstige van de bebouwing wordt in de zandige bodem geïnfiltreerd. Grondwater Het onttrekken dan wel infiltreren van (grond)water heeft effect op de grondwaterstand. Deze verandering van grondwaterstand kan negatieve gevolgen voor de omgeving veroorzaken. Dit is voor Hoogheemraadschap van Delfland aanleiding om regels te verbinden aan het onttrekken en infiltreren van grondwater. Het doel van het grondwaterbeleid is om zo effectief en efficiënt mogelijk met grondwater om te gaan en het voorkomen van negatieve effecten door grondwateronttrekkingen en infiltraties. Bij plannen van derden dient zorg gedragen te worden voor;, structurele negatieve effecten op het grondwatersysteem te voorkomen, beperken of indien nodig te compenseren, en om te streven naar doelmatige oplossingen. Het bestemmingsplan is grotendeels conserverend van aard. Er worden enkele bouwmogelijkheden
43
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
toegevoegd. Bij de uitwerking van een vergunningaanvraag wordt ingegaan op de effecten op het grondwater. Grondwater wordt niet onttrokken.
Klimaatadaptatie Extreme neerslag, droogte en zeespiegelstijging zijn gevolgen van klimaatverandering waar we mee te maken krijgen. Langdurige hitte en droogte hebben daarnaast niet alleen effect op het watersysteem, maar ook op de (volks)gezondheid en de snelheid waarmee bodemdaling plaatsvindt. Gezien de verwachte klimaatverandering waardoor steeds vaker langdurige hevige regen optreedt en hitte vaker voorkomt is het raadzaam om verharding zo mogelijk te beperken, regenwater vast te houden waar het valt en vertraagd af te voeren. Hierdoor worden hoge waterstanden verkleind en daarmee de kans op wateroverlast. Op hitte heeft het aanleggen van groen (en daarmee verharding verminderen) een verminderend effect: het versterkt verdamping wat een verkoelend effect heeft. De gemeente is ondertekenaar van het Convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland, waarin is opgenomen dat deze netwerkpartijen het overeengekomene willen borgen in het beleid van de betrokken overheden en het meenemen in hun bouwprojecten. Als gevolg van klimaatverandering neemt namelijk de kans op weersextremen toe. Om knelpunten te beperken en te zorgen dat Den Haag in 2050 bestand is tegen neerslag, droogte en hitte is de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig vastgesteld (RIS 308745). Het geeft de ambities en eisen aan ten behoeve van de verschillende thema's en stelt een integrale aanpak voor.
Op deze ambities en eisen wordt hieronder volledigheidshalve ingegaan. Extreme neerslag De ambitie is dat in 2050 in Den Haag bij een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur (eens in 100 jaar in 2050 volgens huidig klimaatscenario KNMI/STOWA): er geen schade ontstaat vanuit de openbare ruimte aan gebouwen; de vitale infrastructuur en nutsvoorzieningen blijven functioneren; routes en locaties beschikbaar blijven voor hulpdiensten. Hitte Het aantal tropische zomers neemt naar verwachting tot 2050 verder toe. Het KNMI heeft in het "warmste" klimaatscenario berekend dat de zomertemperatuur zo'n 2,5 graad toeneemt vergeleken met het huidige klimaat. In 2085 zou het zelfs bijna 4 graden warmer worden in de zomer. Hitte heeft effect op de gezondheid van mens en dier. Door hitte lopen kwetsbare groepen zoals ouderen meer risico op uitdroging, en opwarmend oppervlaktewater is schadelijk voor flora en fauna. Als ambitie wordt ernaar gestreefd dat Den Haag in 2050 beter bestand is tegen hitte en dat: de gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind via voorlichting en meer koele plekken; de openbare ruimte en gebouwen hittebestendiger worden, in samenhang, groener en met een mix van schaduw en zon ontworpen, zodat een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving ontstaat; vitale infrastructuur en hulpvoorzieningen blijven functioneren.
Droogte De ambitie is in Den Haag dat droogte in 2050 wordt beperkt door maximale sponswerking in de stad via oplossingen in groen en bodembuffers en door wateraanvoer via het (stedelijke/regionale) oppervlaktewatersysteem. Ook mag droogte niet leiden tot onomkeerbare schade aan kwetsbare gebouwen, infrastructuur, groen en ecologische waarden. Ambities: Bij nieuwbouw stellen we de eis dat 50% van de jaarneerslag (her)gebruikt wordt voor watervoorziening van groen of andere voorzieningen. Infiltratie in de bodem is de tweede optie als groene maatregelen niet mogelijk zijn, mits de lokale grondwatersituatie dit toelaat. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten waterneutraal worden aangelegd, zodat negatieve
44
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
effecten op de waterhuishouding worden voorkomen of gecompenseerd. Dit is het zogeheten standstill beginsel. Kansen om het watersysteem te verbeteren worden zo mogelijk benut. Beleidsdocument Toekomstbestendig Haags water formuleert de belangrijkste doelen, uitgangspunten en principes met betrekking tot klimaatadaptatie. Hoogheemraadschap van Delfland wil samen met de gemeente Den Haag zich vooral richten op het benutten van kansen die een bijdrage leveren aan zowel de versterking van het watersysteem als de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad. Klimaatscenario's laten zien dat we naar verwachting in de toekomst te maken krijgen met een toegenomen kans op extreme weersomstandigheden. Daardoor wordt de belasting van het watersysteem groter en neemt de kans op wateroverlast toe als er niets wordt gedaan. Bovendien zijn door de beschikbaarheid van nieuwe technieken en rekenmodellen de afgelopen jaren nieuwe inzichten ontstaan in de werking van het Haagse watersysteem. Het bestemmingsplan is grotendeels conserverend van aard. Er worden geen nieuwe bouwmogelijkheden toegevoegd. Bij nieuwbouw binnen het plangebied wordt rekening gehouden met de Haagse ambities en eisen zoals bedoeld in de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig. Conclusie Nieuwe ruimtelijke initiatieven, waarbij sprake van medegebruik van de zeewering is, dienen aan het beleid van Delfland te voldoen.
Er mogen geen belemmeringen voor de instandhouding of versterking van het kustfundament of voor het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering ontstaan. Dit wordt getoetst bij de watervergunningaanvraag. Het bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het hoogheemraadschap een watervergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, werken in een waterkering, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.
Het Hoogheemraadschap van Delfland kan bij het verlenen van een watervergunning altijd aanvullende voorwaarden stellen. Conclusie Nieuwe ruimtelijke initiatieven, waarbij sprake van medegebruik van de zeewering is, dienen aan het beleid van Delfland te voldoen. Er mogen geen belemmeringen voor de instandhouding of versterking van het kustfundament of voor het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering ontstaan. Dit wordt getoetst bij de watervergunningaanvraag. Het bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
45
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
3.6
Verkeer en infrastructuur
3.6.1
Regionaal beleid
De gemeente Den Haag maakt onderdeel uit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De MRDH is sinds 2015 de samenwerking aangegaan met 23 gemeenten die hun krachten hebben gebundeld om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. Om de bereikbaarheid te verbeteren heeft de MRDH een uitvoeringsagenda opgesteld waarin diverse projecten en maatregelen genoemd zijn voor de periode 2016-2025. Op het gebied van het openbaar vervoer wordt in de Uitvoeringsagenda ingezet op het opwaarderen van tramlijn 1. Het tracé Den Haag Centrum-Scheveningen bevindt zich in de Planstudiefase. De realisatie van de rotonde Duinstraat-Scheveningseweg heeft een directe samenhang met het opwaarderen van tramlijn 1. Daarnaast wordt in de Uitvoeringsagenda ingezet op het realiseren van een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding richting het Norfolkterrein. Ook deze verbinding bevindt zich in de planstudiefase. Conclusie: Deze verbindingen liggen buiten het plangebied Strand Den Haag, maar hebben tot doel om de bereikbaarheid van het plangebied te verbeteren. 3.6.2
Gemeentelijk beleid
In de Haagse Nota Mobiliteit (2011, RIS180762) staat het verkeers- en vervoersbeleid van Den Haag beschreven. Voor Scheveningen is dit beleid verder geconcretiseerd in de Verkeersvisie Scheveningen (2016, RIS295689): Verkeer algemeen De ambitie van de gemeente is om het aantal bezoekers aan Scheveningen in de komende jaren geleidelijk te laten toenemen van 14,5 miljoen naar 22 miljoen bezoeken per jaar. Het is nadrukkelijk de bedoeling van de gemeente om de groei dusdanig te verdelen over het jaar dat de bezoekersaantallen tijdens piekdrukte niet verder toenemen, maar dat vooral tijdens reguliere dagen meer bezoekers naar Scheveningen worden getrokken. Met de groei van Scheveningen heeft ook het verkeers- en vervoerssysteem zich stapsgewijs ontwikkeld tot de huidige situatie. De capaciteit van het wegennet kan echter -gegeven de beperkte fysieke ruimte- niet veel meer toenemen. Om de gewenste verkeerssituatie voor Scheveningen te realiseren, met aandacht voor de leefbaarheid en verblijfskwaliteit van het gebied zijn in de Verkeersvisie Scheveningen per modaliteit, ambities, maatregelen en onderzoeksopgaven geformuleerd. In 2019 is door het college van burgemeester en wethouders de Mobiliteitstransitiebrief gepresenteerd als een vervolg op de Haagse Nota Mobiliteit. Den Haag groeit sneller dan ten tijde van de Haagse Nota Mobiliteit werd verwacht.
Het verkeer wordt drukker en er is minder ruimte in de stad. Om Den Haag ook in de toekomst leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden moet anders worden gekeken naar mobiliteit. De mobiliteitstransitie is de noodzakelijke doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem zodat de stad de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. Bovendien moet het mobiliteitssysteem duurzaam zijn en een natuurlijk onderdeel vormen van een aantrekkelijke stad waar het fijn wonen, werken, winkelen, leren en recreëren is. Fietsen De boulevard en het strand trekken veel bezoekers. De gemeente wil bezoekers stimuleren met de fiets te komen, door: 1. het realiseren en opwaarderen van fietsroutes, zowel voor recreatief als voor dagelijks gebruik; 2. het uitbreiden van het aantal fietsenstallingen langs de kust, met name bedoeld voor de drukke dagen; 3. een strikt fietsparkeerbeleid om foutparkeren te voorkomen. Fietsparkeernormen De gemeente Den Haag heeft in de "Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016" normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen.
46
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest. De fietsparkeer behoefte van een ontwikkeling met een niet-woonfunctie wordt berekend aan de hand van het bouwplan en de daarbij behorende parkeernorm. Voor het vaststellen van de fiets parkeereis wordt vervolgens de berekende parkeerbehoefte afgezet tegen de specifieke kenmerken en grootte van het bouwplan en tegen de omgeving van het bouwplan. Indien concrete aanleiding bestaat om de berekende fiets parkeerbehoefte bij te stellen, is het aan de ontwikkelaar om aan te tonen op grond waarvan dat nodig is. Dubbelgebruik kan bijvoorbeeld een aanleiding zijn. Aan de parkeereis kan op eigen terrein worden voldaan door middel van een storting in het fiets parkeerfonds. Fietsparkeerplaatsen die op eigen terrein worden gerealiseerd dienen goed bereikbaar en comfortabel te zijn. Bij afkoop van de fiets parkeereis door middel van een storting in het parkeerfonds, dient de gemeente te voorzien in de behoefte van fietsparkeerplaatsen door realisatie en exploitatie van (openbaar toegankelijke) fietsparkeervoorzieningen.
Tenslotte worden de afspraken tussen ontwikkelaar en gemeente vastgelegd voor de nieuw- en verbouwplannen waarmee het beoogde gebruik van de fiets parkeeroplossingen kan worden bewaakt. Conclusie: De actuele fietsparkeernormen zijn in het bestemmigsplan Strand Den Haag opgenomen in de planregels, artikel 12 en artikel 13 van dit bestemmingsplan. Voetgangers Traditioneel gezien staat bij het ontwerpen van de verkeersruimte de voetganger niet centraal, ondanks het gegeven dat iedere bezoeker tijdens het eerste of laatste deel van zijn reis voetganger is. De verblijfskwaliteit van de openbare ruimte is niet overal optimaal. Binnen Scheveningen Bad geeft de gemeente met het programma "De Kust Gezond" een kwaliteitsimpuls aan de openbare ruimte. De gemeente investeert in het verhogen van de verblijfskwaliteit van straten, pleinen en looproutes voor voetgangers tussen belangrijke openbaar vervoerhaltes, parkeergarages en de boulevard. Uitgangspunt hierbij is, dat de voetganger meer ruimte krijgt. Openbaar vervoer Scheveningen is goed ontsloten met het openbaar vervoer. Er zijn vijf tramlijnen die Scheveningen verbinden met de binnenstad en de beide hoofdstations. Naast tramlijnen wordt Scheveningen doorkruist door verschillende buslijnen. Het openbaar vervoer is qua inzet van materieel en dienstregeling niet gedimensioneerd op piekmomenten.
Het openbaar vervoer rijdt tijdens drukke dagen net zo vaak als tijdens rustige dagen. Dat is niet logisch. Er wordt samen met de MRDH en de HTM onderzoek gedaan naar: 1. 2. 3. 4.
extra openbaar vervoer bij mooi weer en bij evenementen; verbeteren van de doorstroming van bus en tram; verbetering van de openbaar vervoer-verbindingen van de stad naar de kust; (verbeteren van) de openbaar vervoer-verbindingen tussen P+R terreinen en de kust.
Auto's Voor wat betreft de auto wil de gemeente het (zoek)verkeer verminderen en de verkeersstructuur en parkeersituatie verbeteren door onder andere: 1. zoekverkeer van bezoekers op zoek naar een parkeerplek in te perken; 2. maximaal in te zetten op alternatieven voor de auto; 3. het langdurig parkeren op straat alleen mogelijk te maken voor bewoners, (incl. visiterende bezoekers) en werknemers binnen Scheveningen; 4. bezoekers zoveel mogelijk in parkeergarages en -terreinen te laten parkeren; 5. in delen van Scheveningen waar overlast van zoekverkeer is, betaald parkeren in te voeren; 6. éénrichtingverkeer in zuidelijke richting op de Boulevard te houden. Binnen het plangebied van dit bestemmingsplan is summier autoverkeer toegestaan. Alleen op de
47
bestemmingsplan Strand Den Haag (ontwerp)
Strandweg in Scheveningen is dit mogelijk. De strandweg is bestemd als een verkeersstraat (Vs). Op dit wegvak geldt een gebod voor één rijrichting van het autoverkeer vanaf Scheveningseslag richting Vissershavenweg. Autoparkeernormen Het parkeren en stallen van auto's neemt een belangrijke plaats in binnen het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Den Haag. Het algemene parkeerbeleid is vastgelegd in de nota Parkeerkader Den Haag 2010-2020 (RIS168473). De parkeernormen en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de "Nota Parkeernormen Den Haag" (Rv 139 - 2011; RIS 181571) en is in 2016 op een beperkt aantal onderdelen gewijzigd en aangevuld (Rv21: RIS 291425_160223). Voor werken, winkels en andere voorzieningen is de functie van het gebouw en de mate van bereikbaarheid met het openbaar vervoer, bepalend voor de parkeernorm. Conclusie: De actuele parkeernormen zijn in het bestemmingsplan Strand Den Haag opgenomen in de planregels, artikel 12 en artikel 13 van dit bestemmingsplan.
3.7
Economie
Algemeen: Economische Visie Den Haag+ 2030; brede economische groei in een stad zonder grenzen De economische visie dient als Kadernota economisch beleid (RIS303550) en vervangt de beleidsnota "de Kracht van Kwaliteit" (RIS180414). De brede economische groei als algemene doel wordt via vier strategische doelen verwezenlijkt: 1. 2. 3. 4.
een attractieve stad voor bewoners, bezoekers en bedrijven; een veerkrachtige economische structuur; een excellent ondernemingsklimaat, waarin ondernemers kunnen groeien; voldoende ruimte voor bedrijvigheid in aantrekkelijke werkmilieus.
Brede economische groei is een integrale opgave. Ruimte voor werk moet mee groeien met het inwoneraantal zodat elke inwoner van Den Haag mee kan doen: ondernemer en werknemer, onafhankelijk van opleidingsniveau. Er is dringend behoefte aan meer en kwalitatief diverse betaalbare, duurzame en bereikbare bedrijfsruimte. De Haagse agglomeratie moet meer ruimte bieden aan verschillende soorten bedrijvigheid: van internationale topmilieus tot bedrijventerreinen en kleinschalige bedrijfsruimte in de wijken met voldoende leer-werkmogelijkheden voor vakmensen. Hoofdkantoren, innovatieve bedrijven en instellingen willen in gemengde locaties, dicht bij elkaar en bij het openbaar vervoer zijn gevestigd. Sfeer, imago en uitstraling zijn belangrijke vestigingsvoorwaarden voor ondernemers, onder andere om talent aan te trekken. De ambitie van Den Haag is in 2030 de beste score op het woon- en leefklimaat van de vier grote Nederlandse steden te laten zien en dé stad te zijn voor kwaliteitstoerisme in Nederland. Ontwikkelingen als digitalisering, technologische vernieuwing en verduurzaming en de inzet op schonere lucht en minder geluidhinder zullen daaraan bijdragen. Conclusie: Het bestemmingsplan Strand Den Haag is in lijn met de economische visie. 3.7.1