CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317394 Bijlage Ontwerpbestemmingsplan Dreven 1

Commissie Ruimte 10 januari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken38.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan Dreven 1 Ontwerp

Dreven 1

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

Inhoudsopgave

Samenvatting

5

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan 1.2 Doel van het bestemmingsplan 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Geldende planologische regelingen 1.5 Leeswijzer

9 9 9 9 10 11

Hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie 2.1 Inleiding 2.2 Ontstaansgeschiedenis 2.3 Cultureel Erfgoed 2.4 Ruimtelijke structuur 2.5 Functionele structuur

13 13 13 14 15 17

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Ruimtelijk beleid 3.3 Cultureel erfgoed 3.4 Groen 3.5 Water 3.6 Verkeer en infrastructuur 3.7 Wonen 3.8 Economie 3.9 Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg 3.10 Sport en recreatie 3.11 Duurzaamheidsbeleid

19 19 19 22 27 32 37 44 46 50 51 53

Hoofdstuk 4 Wet en regelgeving 4.1 Inleiding 4.2 Milieuetoets 4.3 Externe veiligheid 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Natuurbescherming 4.7 Bodem 4.8 Wind en bezonning 4.9 Waterparagraaf

57 57 57 59 62 64 65 72 73 74

Hoofdstuk 5 Planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Beschrijving van het plan 5.3 Duurzaamheid 5.4 Keuze en verantwoording van bestemmingen 5.5 Toelichting op de regels

79 79 79 87 88 91

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

95

Hoofdstuk 7

Overleg en inspraak

97

2

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

7.1 7.2

Artikel 3.1.1 Bro-overleg Inspraak- en participatieverordening

97 106

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Stikstofonderzoek Dreven fase 1 Bijlage 2 Natuurtoets Dreven fase 1 Den Haag Bijlage 3 Watertoets ontwikkellocatie Dreven fase 1 Bijlage 4 Zienswijze Stichting bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust Bijlage 5 Reactie AVN op bestemmingsplan Dreven 1 Bijlage 6 Toets Dreven fase 1 aan MER Den Haag Zuidwest Bijlage 7 Projectdocument Dreven-Gaarden-Zichten Bijlage 8 Nota van Uitgangspunten Bijlage 9 Puntensysteem Natuurinclusief bouwen Bijlage 10 Monumentale bomen (lijst) Bijlage 11 Monumentale bomen (kaart) Bijlage 12 Woonvisie 2017-2030 Bijlage 13 Archeologisch rapport Dreven & Gaarden

107 108 148 186 217 241 246 296 337 351 416 425 427 482

Regels

549

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

551 551 560

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Bestemmingsregels Gemengd-1 Gemengd-2 Groen Verkeer - Verblijfsstraat Wonen -1 Wonen - 2 Water Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorie - Karakteristiek

561 561 563 565 566 567 569 571 572 574

Hoofdstuk 3 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

577 577 578 579 580 581

Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

583 583 584

Vaststellingsbesluit

585

Bijlagen bij regels

587

Bijlage 1

Staat van horeca-categorieën

588

Bijlage 2

Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging

593

Bijlage 3

Nota Parkeernormen Den Haag 2021

599

Bijlage 4

Inlegvel met parkeernormen

617

Bijlage 5

Fietsparkeernormen

623

3

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

Bijlage 6

Verordening doelgroepen woningbouw Den Haag 2021

625

Bijlage 7

Woonagenda 2020-2023

630

4

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

Samenvatting Dreven 1 ligt binnen de wijk Bouwlust-Vrederust. Het bestemmingsplan Dreven 1 betreft een bestemmingsplan voor grootschalige herontwikkeling van een deel van de buurt . Bij het opstellen van dit plan wordt rekening gehouden met het ambitiedocument Dreven, Gaarden, Zichten en de Nota van Uitgangspunten Dreven. Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het geldende bestemmingsplan Vrederust. Het geldende bestemmingsplan is niet toereikend om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. De Dreven is gelegen aan de rand van Zuidwest, in de hoek van de kruising tussen de Erasmusweg en de Lozerlaan en is daarmee de uiterste zuidwestpunt van Den Haag. Door de ligging aan de rand van Den Haag, bij het kruispunt van de belangrijke wegen Lozerlaan en Erasmusweg is het tevens een beeldbepalende buurt voor Bouwlust-Vrederust als geheel. Het stedenbouwkundig plan voor bestemmingsplan Dreven 1 bestaat uit vier onderdelen, namelijk Plot 1A, 1B, 1C, en 1D. Voor de plot dreven 1B en 1C zijn de plannen ontwikkeld en is een opzet van het programma bekend. Voor de overige plotten is de invulling (lees programma) nog nader te bepalen.

Wat deelplan 1B betreft, is de ambitie om in te zetten op een positieve bijdrage aan de identiteit en het imago van de wijk, betaalbare woningen realiseren in het sociale segment en in te zetten op stedelijke verdichting. In deelplan 1C worden er geen sociale huurwoningen gerealiseerd; dit deelplan is gericht op het toevoegen van betaalbare koop- en middeldure huurwoningen. De woningvoorraad wordt in Dreven fase 1 bijna verdubbeld (van 139 naar circa 266 woningen). Hiervoor worden circa 64 woningen gesloopt, 75 woningen gerenoveerd en circa 191 nieuwe woningen gebouwd.

5

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

6

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

Toelichting

7

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

8

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het bestemmingsplan

De herontwikkeling van buurt De Dreven wordt in vier fasen voltooid. Het bestemmingsplan Dreven 1 betreft een bestemmingsplan dat de eerste fase mogelijk maakt. De Dreven is gelegen aan de rand van het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in de hoek van de kruising tussen de Erasmusweg en de Lozerlaan. Het vormt daarmee de uiterste zuidwestpunt van Den Haag. Door de ligging aan de rand van Den Haag, bij het kruispunt van de belangrijke wegen Lozerlaan en Erasmusweg is het een beeldbepalende buurt voor Bouwlust-Vrederust als geheel. Het stedenbouwkundig plan voor bestemmingsplan Dreven 1 bestaat uit vier onderdelen, namelijk plot 1A, 1B, 1C, en 1D. Al deze projecten zijn erop gericht om een positieve bijdrage te leveren aan de identiteit en het imago van de wijk, en in te zetten op stedelijke verdichting. Voor Dreven 1B en 1C zijn de plannen ontwikkeld en is het programma bekend. In deelplan 1B worden betaalbare woningen gerealiseerd in het sociale segment. In deelplan 1C worden betaalbare koop- en middeldure huurwoningen toegevoegd. Voor Dreven 1A en 1D is de invulling in grote lijnen bekend, respectievelijk de bestaande woningen bovenop een plint met maatschappelijke- en bedrijfsfuncties en parkeervoorzieningen bovenop een plint van bedrijfsruimten. Hier dient nog een verdere uitwerkingsslag gedaan te worden.

De huidige bebouwing en functies van het plangebied Dreven 1 vallen in het vigerende bestemmingsplan Bouwlust-Vrederust. Het vigerende bestemmingsplan is niet toereikend om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. In het voorliggende bestemmingsplan wordt het kader voor de ontwikkeling vastgelegd. Bij het opstellen van dit plan wordt rekening gehouden met het ambitiedocument Dreven, Gaarden, Zichten en de Nota van Uitgangspunten Dreven.

1.2

Doel van het bestemmingsplan

Het doel van bestemmingsplan "Dreven 1" is het mogelijk maken van de beoogde ontwikkelingen op de kavels die vallen binnen het plangebied, conform de kaders van het ambitiedocument Dreven, Gaarden, Zichten en de vastgestelde Nota van Uitgangspunten Dreven zoals omschreven in hoofdstuk 3 van de toelichting. Het doel is om in te zetten op een gedifferentieerde woningvoorraad met aandacht voor de beoogde doelgroepen. De woningvoorraad wordt in Dreven fase 1 vergroot (van 139 naar circa 266 woningen). Om deze verdichting mogelijk te maken worden 64 woningen gesloopt in 1B, 1C en 1D, 75 woningen gerenoveerd in 1A en circa 191 nieuwe woningen gebouwd in 1B en 1C. Voor een totaaloverzicht zie de tabellen met nadere uitleg in hoofdstuk 5.

1.3

Ligging van het plangebied

Het project is gelegen in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), in het vigerende bestemmingsplan Bouwlust-Vrederust. Het projectgebied ligt binnen het ruimtelijke raamwerk van Bouwlust-Vrederust, namelijk de Lozerlaan en de Erasmusweg. Het gehele plangebied wordt aan de noordwestzijde begrensd door de Melis Stokelaan en aan de noordoostzijde door de Dorpersdreef. De Pachtersdreef vormt samen met een openbaar wateroppervlak de grens aan de zuid(oost)zijde van het plangebied. De gehele westzijde van het plangebied Dreven fase 1 wordt begrensd door de Dreef.

9

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

1.4

Geldende planologische regelingen

1.4.1

Geldend bestemmingsplan

Het voorliggende plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan Vrederust. De intentie om grootschalig sociaal woningbezit te renoveren of vernieuwen zorgt ervoor dat de vigerende bouwvlakken, bouwregels, bestemmingen en aanduidingen niet meer passend zijn. Daarom is het noodzakelijk om nieuwe planologische en juridische kaders voor deze gebieden op te stellen in de vorm van een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan "Dreven 1" vervangt (gedeeltelijk) het volgende bestemmingsplan: bestemmingsplan Vrederust

vastgesteld 05-07-2012

goedgekeurd nvt

onherroepelijk nvt

Kaart van huidig bestemmingsplan ‘Vrederust’ met daarin de plangrenzen (zwarte lijnen) voor het bestemmingsplan Dreven 1.

10

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

1.4.2

Parapluherzieningen

Naast het bestemmingsplan dat op het specifiek plangebied van toepassing is, kent de gemeente Den Haag een aantal parapluherzieningen die op het gehele gemeentelijk grondgebied van toepassing zijn en die door dit bestemmingsplan voor wat betreft het plangebied worden vervangen: a. Parapluherziening Detailhandel Vuurwerk. In het bestemmingsplan Parapluherziening Detailhandel Vuurwerk (2004) is het beleid van de gemeente Den Haag neergelegd ten aanzien van de vestiging van detailhandelsbedrijven die zich bezighouden met de verkoop en opslag van consumentenvuurwerk. b. Parapluherziening Seksinrichtingen. De regeling in de gemeentelijke leefmilieuverordeningen die seksinrichtingen verbiedt, is geïntegreerd in en vervangen door het bestemmingsplan Parapluherziening Seksinrichtingen (2003) waarmee aan alle geldende bestemmingsplannen in de gemeente Den Haag een regeling werd toegevoegd ten aanzien van seksinrichtingen. c. Parapluherziening (fiets) parkeren, vastgesteld 20 september 2018, geheel onherroepelijk 16 december 2018, waardoor actuele (fiets)parkeernormen in vigerende plannen worden gehanteerd. d. Parapluherziening Flitsbezorging, vastgesteld op 1 decemeber 2022. De wijze waarop het nieuwe bestemmingsplan het beleid in de parapluherzieningen vervangt, is beschreven in hoofdstuk 5.4 Keuze en verantwoording van bestemmingen.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 1 Inleiding is de aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan voor het plangebied "Dreven 1" aangegeven. Ook zijn de doelen die met het bestemmingsplan worden beoogd, omschreven. Om deze doelen in een bestemmingsplan gestalte te geven wordt enerzijds in hoofdstuk Beschrijving van de bestaande situatie de bestaande situatie beschreven, anderzijds is voor de verduidelijking van een deel van de doelen in de hoofdstukken 3 Beleidskaders en 4 Wet en regelgeving een selectie gemaakt uit de relevante beleidsnota's en regelingen die op dit plangebied van toepassing zijn. Daaruit zijn vervolgens beleidsuitspraken voor het plangebied afgeleid. Hoofdstuk 3 Beleidskaders bevat de beleidsuitspraken ten aanzien van ruimtelijk en sectoraal beleid, hoofdstuk 4 Wet en regelgeving ten aanzien van de milieukwaliteitseisen. Bij de keuze van bestemmingen in hoofdstuk 5 Planbeschrijving, is aangeven welke bestemmingen en bestemmingsregelingen uit deze beleidsuitspraken zijn afgeleid. In dit hoofdstuk worden buiten de planbeschrijving, ook de gekozen bestemmingen en bestemmingsregelingen globaal beschreven. Op de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ingegaan. In hoofdstuk 7 Overleg en inspraak wordt verslag gedaan van het overleg en de inspraak.

11

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

12

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van de bestaande situatie

Inleiding

Om te beschrijven op welke wijze rekening wordt gehouden met de verschillende waarden in het gebied en de verhoudingen van het plangebied tot het aangrenzende gebied, worden achtereenvolgens de ontstaansgeschiedenis, het cultureel erfgoed, de ruimtelijke structuren die in de loop van de tijd zijn ontstaan en de functionele opbouw van het plangebied beschreven.

2.2

Ontstaansgeschiedenis

Den Haag Zuidwest Den Haag-Zuidwest kwam tot stand in de zogenaamde 'wederopbouwperiode'. In deze periode na de tweede wereldoorlog werden 30.000 woningen voor zo'n 100.000 inwoners gebouwd. De oorspronkelijke structuurvisie voor Zuidwest is gemaakt door Dudok, die in 1943 Berlage opvolgde als stedenbouwkundig adviseur van de gemeente Den Haag. De structuur van Den Haag Zuidwest is geïnspireerd op de geomorfologische ondergrond van Den Haag met lange ontginningslijnen parallel aan de kust en dwars daarop gelegen verbindingen loodrecht op de kust. Tezamen vormen die de voor Zuidwest kenmerkende gridstructuur. Binnen deze herkenbare structuur werd het stedenbouwkundige gedachtengoed van de 'wijkgedachte' in de praktijk gebracht: Herkenbare woonwijken met een heldere hiërarchie in buurt-, wijk- en stadsdeelvoorzieningen. Naast de wijkgedachte is Den Haag Zuidwest na de Tweede Wereldoorlog opgezet als een stadswijk met 'licht, lucht en ruimte' voor de middenklasse. De nieuwe wijken moesten voldoen aan nieuwe inzichten op het gebied van stedenbouw en volkshuisvesting. De opzet van de woonwijken werd ruimer, opener en groener in vergelijking met vooroorlogse stadsuitbreidingen. Bouwblokken werden geopend en kregen gemeenschappelijke tuinen waarin voor individuele tuinen, schuurtjes en schuttingen geen plaats meer was. Ook de kwaliteit van de woningen ging met grote sprongen vooruit.

In de wijken van Zuidwest is een ontwikkeling in de verhoudingen tussen architectuur en stedenbouw te zien. In Vrederust is de straat met gesloten wand niet meer het ordenend principe maar de wooneenheid. De woongebouwen worden niet meer ingezet om straatwanden te vormen maar oriëntatie op de zon en ruimtelijke geleding krijgen voorrang. Door gestapelde bouw en eengezinswoningen in een repetitieve eenheid in afwisselende stroken samen te voegen ontstaat een ruimtelijk onbegrensde stempel. Bijna alle gebouwen zijn 3 of 4 lagen hoog. De gemeente wilde geen eengezinswoningen bouwen in verband met schaarse grond. Hoger bouwen was financieel niet rendabel, omdat er dan weer liften nodig waren. Na de bouw van Den Haag-Zuidwest voltrekt zich een geleidelijke verandering in de wijken. De kinderen van de gezinnen verlaten het ouderlijke huis en daarmee komen de collectieve ruimten er verlaten bij te liggen. Door de komst van de auto en telefoon worden afstanden minder belangrijk en treedt schaalvergroting op. De buurt is niet langer de maat der dingen. In de laatste fase trekken ook de bewoners van het eerste uur langzaam weg. In de goedkope huizen komen Hagenaars met lage inkomens en opnieuw kinderen. De huizen zijn hiervoor eigenlijk te klein en dit conflicteert met de rust die de ouderen juist wensen. Sinds de jaren '80 wordt deze verandering onderkend en worden maatregelen genomen.

Een belangrijke insteek was woningverbetering. Woningen werden beter geïsoleerd door toepassing van nieuwe kunststof kozijnen en het inpakken van de gevel. Naast woningverbetering is er op verschillende plaatsen in Vrederust veel vernieuwd. Op een aantal locaties zijn sportvelden en scholen vervangen door woningbouw. Ook met de vernieuwingen van de laatste 10 tot 20 jaar kent Vrederust een sociaaleconomische achterstand en veiligheidsproblemen. Dit vergt van de gemeente, corporaties, maatschappelijke organisaties een blijvende aandacht voor deze wijk. De noodzaak tot renovatie, groot onderhoud en sloop- nieuwbouwplannen blijft daarmee actueel.

13

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

Afbeelding x: Structuurplan Dudok - 1949

2.3

Cultureel Erfgoed

De Drevenbuurt, gebouwd tussen 1956 en 1965, is sinds 2004 aangewezen als een gemeentelijk beschermd stadsgezicht uit de wederopbouwperiode (RIS 120560). Het aanwijzen van beschermde stadsgezichten is erop gericht om de meest waardevolle buurten en wijken als cultureel erfgoed te behouden. In de Dreven is de oorspronkelijke opzet en architectuur nagenoeg ongeschonden bewaard gebleven. Het buurtwinkelcentrum heeft weliswaar een groot deel van haar functie verloren, maar is met behoud van de architectonische karakteristiek deels verbouwd tot woningen. Onderstaande beschrijving uit de waardenstelling geeft de typering en bijzondere kwaliteiten weer van de Dreven: “De Dreven is de eerste woonbuurt in Den Haag dat in zijn geheel in systeembouw werd uitgevoerd (Rottinghuis) en is typerend door de innovaties in de volkshuisvesting van de naoorlogse wederopbouw. De plaatsing van entrees, trappenhuizen, woonkamers en balkons zijn afgestemd op de ligging in het bouwblok en de oriëntatie op de zon. Variaties in het bouwsysteem zijn op een subtiele manier in het gevelontwerp opgenomen. Details van de oorspronkelijke architectuur zijn goed bewaard gebleven. De buurt heeft een bijzondere samenhang tussen verkaveling, bebouwing en openbaar groen. De buurt heeft een gevarieerde, maar altijd open, verkaveling met bijzondere diagonale zichtlijnen tot diep in de buurt.

De buurt is begrensd door een fraaie stadsrand, door de waterpartijen en randbebouwing langs de Lozerlaan.” De slechte technische en bouwfysische staat van de woningen maakt het noodzakelijk om in te grijpen. Daarbij is een verdichting nodig om het aantal sociale woningen te vergroten en de woningvoorraad te differentiëren, waarmee ook ruimte geboden kan worden voor terugkeer en doorstroming. Karakteristieke elementen worden daarbij behouden, zodat dat wat van waarde is behouden blijft voor de wijk. In een cultuurhistorische analyse van de buurt zijn deze kernwaarden geïdentificeerd.

14

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

2.4

Ruimtelijke structuur

In De Dreven vormt het bestaande stratenpatroon met volwassen bomen het uitgangspunt voor de ontwikkeling. Het streven is zoveel mogelijk bomen te behouden en dit openbare ruimte patroon te versterken tot een 'groen grid' als samenbindend element voor de daartussen gelegen bouwblokken. Met name in het hart van Dreven worden een aantal kenmerkende elementen van de huidige buurt gehandhaafd. Langs de Dreef, in het hart van de buurt, blijven de karakteristieke panden met winkelplinten en bedrijfsruimtes gehandhaafd. Samen met enkele portiekflats aan de noordzijde en de herkenbare hoektorens van de buurt, zal hiermee de oorspronkelijke architectuur ook in het hart van de nieuwe buurt een prominente plek innemen. Ook de singel in het hart van het park met aangrenzend groen met speelvoorzieningen blijven, net als vandaag het geval is, de ruimtelijke ruggengraat van de buurt vormen. 2.4.1

Stedenbouwkundige structuur

De aanleg van Vrederust-West (ook wel De Dreven) betekende de voltooiing van de stadsuitbreidingen in Den Haag-Zuidwest en vormde tevens één van de architectonische- en stedenbouwkundig hoogtepunten ervan. Dit mede dankzij het contract met de NV Gembouw, licentiehouder van het systeem Rottinghuis. De open verkaveling en de hoge kwaliteit van de bebouwing van een groot deel van de Drevenbuurt wordt bepaald door de bouwtechnische eisen van het bouwsysteem én door architect Frans Klein, die het ontwerp van de woningen voor zijn rekening nam. Met de bouw van Vrederust-West werden de stadsuitbreidingen van Den Haag-Zuidwest op succesvolle wijze voltooid. Hoewel de Erasmusweg in de oorspronkelijke plannen van Dudok niet zo zeer ontworpen was als de grens van de stad, geldt dat wel voor de Lozerlaan. Het sterk asymmetrische profiel van de laan met ritmische herhalende ensembles van gebouwen en een landschappelijke singelstructuur enerzijds en het park met een enkele woontoren daarin anderzijds vormt een krachtige, herkenbare beëindiging van de stad. De buurt De Dreven is door deze ligging aan de rand van Den Haag, bij het kruispunt van de belangrijke wegen Lozerlaan en Erasmusweg meteen ook een beeldbepalende buurt voor Bouwlust-Vrederust en Den Haag als geheel. Ze vormt als het ware de hoek van Den Haag. Ook kenmerkend is de ligging nabij het Uithof-park.

Aan de binnenzijde van de buurt zijn het vooral de ruime, groene opzet in combinatie met de ritmische herhaling van gebouwen die de buurt tot een krachtig, eenduidig geheel maken. De buurt is als een stedenbouwkundige eenheid opgezet en bestaat uit hoofdzakelijk vierlaagse portiekwoningen in zogenoemde stempel-eenheden. De buurt kent relatief weinig laagbouw. De typering en bijzondere kwaliteiten van De Dreven zijn: waardevol als eerste woonbuurt in Den Haag die in zijn geheel in systeembouw werd uitgevoerd en typerend voor de innovaties in de volkshuisvesting van de na-oorlogse wederopbouw; de samenhang tussen verkaveling, bebouwing en openbaar groen; de bijzondere beëindiging van de stadsrand bepaald door de waterpartijen en randbebouwing langs de Lozerlaan; de ook in detail nog goed bewaard gebleven oorspronkelijke architectuur. 2.4.2

Verkeer en infrastructuur

2.4.2.1 Gemotoriseerd verkeer De wijk De Dreven wordt omsloten door vier belangrijke doorgaande wegen: de Lozerlaan, de Melis Stokelaan, de Beresteinlaan en de Erasmusweg. De Steenhouwersgaarde aan de noord-oostzijde van de wijk vervult slechts een verkeersfunctie voor de buurt. De wijk wordt doorsneden door de van noord-west naar zuid-oost lopende Beresteinlaan en Vrederustlaan.

15

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

2.4.2.2 Openbaar vervoer De wijk is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. De tramlijnen 9 naar Scheveningen Zwarte Pad en de lokale buslijnen 21 (Lozerlaan-Zwarte Pad), 25 (Lozerlaan-Grote Markt) en 27 (Wateringen-Leyenburg) verbinden de wijk met de rest van de stad. Langs de Melis Stokelaan rijdt tramlijn 9, deze verbindt De Dreven (via het Zuiderpark en het centrum) en Scheveningen. Op de Hengelolaan rijden buslijnen 21 en 25. Buslijn 21 rijdt ook over de Vrederustlaan en rijdt tussen De Dreven (via Loosduinen en Segbroek) en Scheveningen. Lijn 25 rijdt tussen De Dreven (via Haagse Markt) naar het centrum van Den Haag. 2.4.2.3 Langzaam verkeer De wijk is ingericht conform Duurzaam Veilig als een 30 km/uur zone. Langs de straten zijn veelal aan beide zijden stoepen aanwezig. Binnen de woonwijk zijn geen vrijliggende fietspaden aanwezig, de fietser maakt gebruik van de rijbanen voor het autoverkeer. Bij de hoofdwegen langs het plangebied zijn deze fietspaden wel aanwezig. Een exclusief netwerk van wandelpaden doorkruist het groene singelpark in het hart van de wijk en verbind zo de verschillende woonblokken met elkaar. 2.4.2.4 Parkeren Het parkeren in en in de omgeving van het plangebied vindt momenteel grotendeels plaats op de openbare weg.

2.4.3

Groen

Groen en water bepalen in belangrijke mate het beeld van Zuidwest. Er zijn royaal gedimensioneerde straatprofielen met veel ruimte voor bomenrijen en singels met groene oevers. Het plangebied ligt aan één van de kenmerkende straatprofielen voor Zuidwest, namelijk de Hengelolaan. De openbare groenstructuur van De Dreven ligt voornamelijk in het midden van de wijk, in de vorm van het langgerekte singelpark, met zijn speelvoorzieningen en bajonet-vormige waterstructuur. Ook de randen, waar ook het meeste collectieve groen op uitkomt, hebben een openbaar en groen karakter. Het interne netwerk van bomenlanen binnen De Dreven duidelijk aanwezig. De wijk is bovendien gelegen in de nabijheid van grotere groengebieden: de Uithof en de Erasmuszone. 2.4.4

Water

Het projectgebied ligt in de Eshofpolder. De Eshofpolder is één van de lagergelegen gebieden van Den Haag en is qua hoogteligging grofweg te verdelen in vier gebieden, waarvan één het bebouwde gebied van Vrederust is. Het meeste open water ligt langs de Lozerlaan en de centraal in de wijk gelegen singel (bajonet). 2.4.5

Bodem

PM

16

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

2.4.6

Archeologie

Het plangebied is volgens de Nieuwe Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk gelegen in een gebied dat wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van onder natte omstandigheden afgezette bodemlagen. Klei en veen domineren de ondergrond. Deze ondergrond wordt afgewisseld met zand, afkomstig van zandkopjes. De zandkopjes zijn restanten van strandwallen die in de prehistorie onder invloed van overstromingen voor een deel zijn opgeruimd. De zandkopjes lopen parallel aan de kust. Een van die zones loopt langs het plangebied. Er ligt een grote zandkop tussen de Beresteinlaan en Vrederustlaan. De zandkop loopt vanaf De Gaarde naar de Melis Stokelaan en door buiten het plangebied richting de Lozerlaan en Hengelolaan. Daarnaast liggen net ten zuiden van het plangebied resten van een geul, die heeft behoord tot het Gantelsysteem. Deze geul loopt bij de westelijke grens van het plangebied bij de Lozerlaan. Het gaat om een verlande waterloop, die vroeger het gebied ontwaterde. Dit soort waterlopen bleef na verlanding vaak als lichte verhoging in het landschap zichtbaar. In de periode dat zij watervoerend waren, waren met name de oeverwallen van de geulen aantrekkelijke woonplekken. Na de verlanding was de verhoogde geulbedding zelf een te prefereren locatie. Samenhangend met deze geul zijn een vijftal vindplaatsen bekend in en direct naast het plangebied.

Ter plaatse van de Lozerlaan en de Dreven, is een samenhangend complex van vindplaatsen uit de ijzertijd en Romeinse tijd aangetroffen. Ook aan de zuidoostkant van het bestemmingsplangebied, in het verlengde van de Stoeldraaiersgaarde is een vindplaats uit de Romeinse tijd aangetroffen die wordt geassocieerd met de geul. Het zou goed kunnen dat de geul nog zijgeulen heeft gehad, waar ook bewoningssporen kunnen worden aangetroffen, maar deze zijn vooralsnog niet gekarteerd. De rest van het plangebied was in de late prehistorie en vroeghistorische perioden naar alle waarschijnlijkheid te drassig voor bewoning. Alleen die plaatsen waar zandkopjes en geulen voorkomen hebben een hoge archeologische verwachting voor bewoningssporen uit die perioden. In de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd maakte het plangebied ten westen van de Beresteinlaan onderdeel uit van de Uithofspolder. Hier bevond zich de hoeve Vrederust, ongeveer op de kruising Dorpersdreef, Schependreef. Deze boerderij is afgebroken en gedeeltelijk archeologisch onderzocht toen de wijk werd aangelegd. Hierbij is vastgesteld dat de boerderij een middeleeuwse voorganger moet hebben gehad, daterend uit de 11e tot 13e eeuw. Waarschijnlijk zijn resten van deze hoeve nog in de ondergrond aanwezig. 2.4.7

Kabels en leidingen

In het plangebied bevinden zich de reguliere kabels en leidingen.

2.5

Functionele structuur

2.5.1

Gemengd-1

In de bebouwing aan De Dreef, welke volgens plan gerenoveerd zal gaan worden, geldt in de plint een gemengde bestemming, die de volgende activiteiten toestaat: a.

bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van bedrijven in de categorieën A en B van de bij dit bestemmingsplan behorende 'Staat van bedrijven bij functiemenging' als opgenomen in bijlage 2 van de regels met uitzondering van garagebedrijven tenzij in dit artikel anders is bepaald; b.

dienstverlening;

c.

maatschappelijk, waaronder wordt begrepen:

d.

bibliotheek;

e.

medische en paramedische voorzieningen, met dien verstande dat uitsluitend zijn toegestaan functies die niet kunnen worden aangemerkt als 'andere geluidgevoelige gebouwen' als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;

f.

openbare dienstverlening;

17

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

g.

religie;

h.

verenigingsleven;

i.

Horeca (categorie licht)

j.

Ondergeschikte retail

k.

welzijnsvoorzieningen, gericht op sport, cultuur en maatschappelijk welzijn.

2.5.2

Wonen

De Dreven is voornamelijk een woongebied met voorzieningen voor de buurt. Een groot deel van de woningen bestaat uit appartementgebouwen van vierhoog zonder lift gebouwd in de jaren '50. Ook het plangebied is voornamelijk in gebruik voor woningen. In totaal gaat het om 139 sociale huurwoningen in eigendom van Staedion.

18

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Inleiding

Het bestemmingsplan "Dreven 1" vindt zijn basis in ruimtelijk beleid zoals dat in nota's en plannen van het rijk, provincie, stadsgewest en gemeente is vastgelegd. Dit hoofdstuk beschrijft het beleidskader dat op dit bestemmingsplan van toepassing is. De eerste paragraaf gaat in op allesomvattende ruimtelijke beleid van het Rijk, de provincie, regio en de gemeente. Daarna wordt het specifieke beleid voor een aantal relevante thema's uiteen gezet. De 'ruimtelijke vertaling' van het beleid in de Regels en op de Verbeelding wordt beschreven in 5.4 Keuze en verantwoording van bestemmingen.

3.2

Ruimtelijk beleid

3.2.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Hierbij hoort een rijksbrede visie op de leefomgeving; de Nationale Omgevingvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de NOVI vastgesteld. In de NOVI zijn 21 nationale belangen en opgaven benoemd, waarbij de volgende 4 prioriteiten worden onderscheiden: 1.

Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie;

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel;

3.

Sterke en gezonde steden en regio's;

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Bij het kiezen tussen strijdige ruimtelijke belangen worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Samen met de regio's wil het rijk samenwerkingsafspraken opnemen in Gebiedsagenda's. De NOVI raakt geen van de belangen die in het bestemmingsplan "Dreven 1" worden afgewogen. Ladder voor duurzame verstedelijk ing De 'ladder voor de duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (verder Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. In de toelichting bij bestemmingsplannen dient verantwoord te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt in Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan "Dreven 1". De verantwoording inzake de ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in paragraaf 5.3.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen

19

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) moeten gemeenten rekening houden met het Barro. Op basis van het Barro zijn er in het bestemmingsplan "Dreven 1" geen projecten van Rijksbelang aanwezig waarmee bij de vaststelling van dit plan rekening moet worden gehouden. 3.2.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Zuid-Holland Met het oog op de invoering van de Omgevingswet heeft de provincie Zuid-Holland al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving gebundeld in een Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en bijbehorende programma's. De Omgevingsvisie is op 1 april 2019 in werking getreden en geldt als structuurvisie. Naast de beleidskeuzes bevat de visie een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland en de omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie wil met haar omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving.

Deze zijn: Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Verzamelherziening Omgevingsbeleid 2020 De Verzamelherziening Omgevingsbeleid 2020 is een bundeling van een aantal kleine aanpassingen van de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Omgevingsverordening Zuid-Holland en het Programma ruimte. Deze is vastgesteld op 1 juli 2020. De aanpassing betreft het beleid, de regels en de aanduiding van onder meer het Natuurnetwerk Nederland, de weidevogelgebieden, het Buitenland van Rhoon, detailhandel, luchtkwaliteit, bodem en ondergrond, recreatiewoningen. Ook zijn er enkele wijzigingen op de 3 hectare kaart (grote stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied) van het Programma ruimte. Omgevingsverordening Zuid-Holland De provinciale Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening is per 1 april 2019 in werking getreden en vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in regels. Op 1 augustus 2020 is er een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Zuid- Holland vastgesteld door de Provinciale Staten. Dit is een herziening met een aantal tussentijdse besluiten (waaronder de Verzamelherziening Omgevingsbeleid 2020) die worden meegenomen.

Deze regels zijn bindend voor gemeentelijke bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. De verordening bevat onder andere regels omtrent de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking voor

20

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

stedelijke ontwikkelingen, de aanwijzing van kantorenlocaties, het opnemen van bedrijfsbestemmingen en de bescherming van natuurgebieden. Ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsbeleid De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat de provinciale regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het betreft grotendeels de regels die nu nog zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland, die in werking is getreden op 1 april 2019. Van 11 mei tot en met 22 juni 2020 heeft het ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsverordening ter inzage gelegen. Momenteel worden de ingediende zienswijzen verwerkt. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Nu de Provinciale Staten een besluit heeft genomen over de nieuwe ZHOV, zal de huidige omgevingsverordening worden ingetrokken. Met de ontwerp Zuid-Hollandse Omgevingsverordening zijn geen grote inhoudelijke veranderingen beoogd ten opzichte van de huidige situatie. Wel is zo veel mogelijk aangesloten bij de terminologie en structuur van de Omgevingswet. 3.2.3

Regionaal beleid

De metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) heeft de taken overgenomen van het in 2015 opgeheven Stadsgewest Haaglanden De MRDH is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH werkt vanuit twee agenda's: de Strategische Agenda MRDH 2022- Samen aan het werk (verder Agenda) en de Strategische Bereikbaarheidsagenda Vervoersautoriteit. Voorts is het Investeringsprogramma voor een Economisch sterke regio richtinggevend. MRDH heeft het Investeringsprogramma samen met de Provincie Zuid-Holland, de Economische Programmaraad Zuidvleugel en de regio's Holland-Rijnland en Drechtsteden opgesteld. Vanuit de focus op het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid werkt MRDH aan de ruimtelijk-economische versterking van de regio en het verhogen van het welzijn en de welvaart van haar inwoners. In 2016 is de Roadmap next economy samengesteld. Dit is een langetermijnvisie op een duurzame en concurrerende economie in de metropoolregio. Hierin zijn ambities geformuleerd, zoals het stoppen van CO2-uitstoot, hergebruiken van afval, permanent leren en een maatschappij waar iedereen aan deel kan nemen. Deze ambities zijn inmiddels in de Agenda verwerkt. Volgens de Agenda zet de metropoolregio zich in voor: 1. 2. 3. 4.

verbetering van de (internationale) bereikbaarheid van de metropoolregio; economische vernieuwing; transitie naar toonaangevende duurzaamheid; attractiviteit van de regio.

Binnen de pijler economie zijn diverse doelen bepaald die het vestigingsklimaat verbeteren voor high tech bedrijvigheid en innovatie (campussen netwerk), maar ook voldoende ruimte biedt voor maakindustrie (terugdringen van werkloosheid). Door investeren in recreatie en groen wordt de regio niet alleen gezonder, maar ook aantrekkelijker voor talent. Het mobiliteitsbeleid richt zich niet alleen op het hoge schaalniveau, zoals het versterken en verduurzamen van (macro)regionale en intraregionale verbindingen. Er wordt geïnvesteerd in veiligheid, in een betere bereikbaarheid van woon- en werklocaties en in snel, efficiënt en flexibele deur tot deur oplossingen. Het bestemmingsplan "Dreven 1" is in overeenstemming met het regionaal beleid zoals verwoord in de Agenda.

21

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

3.2.4

Gemeentelijk beleid

3.2.4.1 Structuurvisie Zuidwest Het ontwerp structuurvisie Den Haag Zuidwest is op 17 mei 2022 vrijgegeven voor inspraak door het college van burgemeester en wethouders. Het bestemmingsplan Dreven 1 is opgesteld met de kennis en de inhoud van deze visie die op onderdelen gereed is. Basis voor de visie is de gebiedsverkenning Bestemming Zuidwest (RIS 302569). Momenteel wordt gewerkt aan integrale bouwstenen voor de structuurvisie Zuidwest in de vorm van brede (ruimtelijk fysieke, maar ook sociaaleconomische) ambities en opgaven. Deze worden uitgewerkt in een verdichtingsstrategie, een ruimtelijk raamwerk, een voorzieningenprogramma, een inspiratiedocument en een ontwikkelstrategie. De Structuurvisie Zuidwest 2040 is voor de zomer van 2022 (tot 8 juli) ter inzage gelegd. De visie geeft een beeld hoe Den Haag Zuidwest er in 2040 uit ziet: vitale, gezonde wijken met diverse woonmilieus, goede voorzieningen en een bloeiende wijkeconomie. De wijken zijn levendig, veilig, duurzaam, groen, goed bereikbaar en verbonden met de stad en directe omgeving. Dit vraagt om een aanpak die veel breder is dan ruimtelijke herinrichting.

Werkgelegenheid, huisvesting, veiligheid, streven naar gezondheid, burgerparticipatie en sociale cohesie zijn thema's die onderdeel zijn van deze wijkaanpak nieuwe stijl: een brede programmatische benadering die leidt tot een krachtige aanpak voor Den Haag, waaraan de gemeente wil werken in allianties en samen met de bewoners. Met dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan de eerdergenoemde ambities.

3.2.4.2 Agenda Ruimte voor de stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt:. Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat.

Kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid. Met dit bestemmingsplan wordt vooral invulling gegeven aan de Agenda Ruimte voor de stad.

3.3

Cultureel erfgoed

De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze op 1 januari 2024 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is.

22

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

Het betreft: bescherming van stads- en dorpsgezichten vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. 3.3.1

Cultuurhistorische waarde

In het plangebied zijn geen van Rijks- of provincie wege beschermde cultuurhistorische elementen aanwezig. 3.3.1.1 Gemeentelijk beleid De Drevenbuurt, gebouwd tussen 1956 en 1965, is in 2004 aangewezen als een gemeentelijk beschermd stadsgezicht uit de wederopbouwperiode (RIS 120560). Het aanwijzen van beschermde stadsgezichten is erop gericht om de meest waardevolle buurten en wijken als cultureel erfgoed te behouden. Op 10 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Den Haag besloten het besluit tot aanwijzing van De Dreven tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht in te trekken en de aanwijzing te laten vervallen in het gemeentelijk monumentenregister (RIS311095). Op 9 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Den Haag besloten het intrekkingsbesluit aan te passen en de aanwijzing van De Dreven tot beschermd stadsgezicht pas in te trekken mits er een nieuw planologisch kader voor De Dreven, te weten een nieuw bestemmingsplan dan wel een omgevingsplan na inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet, in werking is getreden en de aanwijzing mitsdien te laten vervallen in het gemeentelijk monumentenregister (RIS313806).Omdat voor De Dreven gefaseerd nieuwe bestemmingsplannen en omgevingsplannen worden gemaakt, wordt ook deze beschermde status gefaseerd ingetrokken, 3.3.1.2 Bebouwingsstructuur Vrederust-West (de Drevenbuurt) Het plangebied is onderdeel van de Drevenbuurt.

De tussen 1956 en 1965 gerealiseerde Drevenbuurt is de laatste wijk die als onderdeel van de grote stadsuitbreidingen in Den Haag-Zuidwest tijdens de wederopbouw werd aangelegd in het gebied van de Escamppolder en de Uithofspolder. Voor de uitleg van Vrederust-West werd voor een totaal andere opzet gekozen dan tot dan toe gebruikelijk was. De woningbouw zou hier voor het eerst in Den Haag in zijn geheel in systeembouw worden uitgevoerd. Bij het bouwsysteem Rottinghuis wordt gebruik gemaakt van grote gestandaardiseerde en geprefabriceerde elementen, die met behulp van loopkranen op de bouwplaats worden gemonteerd en op deze manier continubouw op grote schaal mogelijk maken. De afmetingen, situering en groepering van de bouwblokken zijn in verband met de loop van de kraanroutes zo geplaatst dat het plan op een technisch en economische aanvaardbare manier kon worden gerealiseerd. Maar ook verlevendiging van de verkaveling is een motief geweest voor het huidige plattegrond van Vrederust -West. Door in de Dreven kortere bouwstroken en bouwblokken te gebruiken en deze te laten verspringen is een open en dynamische verkaveling tot stand gebracht die veel doorzichten en diagonale zichtlijnen creëert in de wijk. Het openbare groen van de voortuinen en plantsoenen lopen in de open verkaveling naadloos over in ruimte tussen de stroken.

Bebouwingsbeeld en architectuur Het bebouwingsbeeld wordt niet alleen stedenbouwkundig maar ook architectonisch en bouwtechnisch bepaald door het toegepaste systeem Rottinghuis. Rottinghuis wilde het bouwproces terugbrengen tot de montage van de essentiële elementen. Een bewijs voor de vele variatiemogelijkheden van het bouwsysteem wordt met Vrederust-West geleverd. De plaatsing van entrees, trappenhuizen, woonkamers en balkons zijn afgestemd op de ligging in het bouwblok en de oriëntatie op de zon. De verschillen in opbouw zijn door architect Frans Klein op subtiele manier in het gevelontwerp opgenomen. Klein verzorgde de verschijningsvorm van het systeem en de plattegronden van de woningen. Het systeem laat hoewel de bebouwing er misschien op het

23

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

eerste gezicht uniform uitziet veel variatie in de gevelopbouw en plattegronden toe. Klein koos voor een baksteeninvulling van de betonnen ruwbouw. De gevels werden afgemaakt met betonnen sierelementen in de vorm van onder meer borstweringspanelen en balkonschermen. Door in de Dreven kortere bouwstroken en bouwblokken te gebruiken en deze te laten verspringen is een open en dynamische verkaveling tot stand gebracht die veel doorzichten en diagonale zichtlijnen creëert in de wijk. Het openbare groen van de voortuinen en plantsoenen lopen in de open verkaveling naadloos over in ruimte tussen de stroken. De woningen worden ontsloten door portieken en zijn in vier lagen op een onderbouw met bergingen geplaatst. De bouwblokken hebben een plat dak en variëren in lengte van 2 tot 4 portieken. Langs de Dreef is winkelbebouwing opgenomen aan een vierkant pleintje en aan een lange straat. Bij de winkels zijn de woningen in plaats van op een halve verdieping van bergingen op een laag winkels geplaatst. De winkels zijn van betonnen luifels voorzien, plaatselijk uitgebouwd tot speels vormgegeven eilandetalages. Structurele en/of functionele veranderingen In Vrederust-West is de oorspronkelijke opzet en architectuur nagenoeg ongeschonden bewaard gebleven.

Het buurtwinkelcentrum heeft weliswaar een groot deel van haar functie verloren maar is met behoud van de architectonische karakteristiek deels verbouwd tot woningen. De 3 woontorens van elf etages hoog op de hoeken van de wijk maken formeel geen deel uit van de buurt, maar gaan door hun vrijstaande positie en hoogte naadloos op in de ruimtelijke structuur. Ook in architectuur zijn de flats verwant aan de architectuur van de Drevenbuurt door de betonconstructie die in het zicht gelaten is in combinatie met metselwerk. Van de woontoren aan de rand van het plangebied is, in tegenstelling tot de twee andere woontorens in de wijk, de architectuur niet aangepast. 3.3.1.3 Overige Cultuurhistorische waarden De aanleg van Vrederust-West betekende de voltooiing van de stadsuitbreidingen in Den Haag-Zuidwest en vormde tevens één van de architectonische- en stedenbouwkundig hoogtepunten ervan. Dit mede dankzij het contract met de NV Gembouw, licentiehouder van het systeem Rottinghuis. De open verkaveling en de hoge kwaliteit van de bebouwing van een groot deel van de Drevenbuurt wordt bepaald door de bouwtechnische eisen van het bouwsysteem én door architect Frans Klein, die het ontwerp van de woningen voor zijn rekening nam. Met de bouw van Vrederust-West werden de stadsuitbreidingen van Den Haag-Zuidwest op succesvolle wijze voltooid.

De typering en bijzondere kwaliteiten van Vrederust-West zijn: waardevol als eerste woonbuurt in Den Haag dat in zijn geheel in systeembouw werd uitgevoerd en typerend voor de innovaties in de volkshuisvesting van de na-oorlogse wederopbouw; de samenhang tussen verkaveling, bebouwing en openbaar groen; de ook in detail nog goed bewaard gebleven oorspronkelijke architectuur. de wijk is op te vatten als groene velden met daarin op harmonieuze wijze gerangschikte objecten. Het groen heeft een dominante rol. Het doorgeschakelde groen is gelijkwaardig geworden aan de bebouwing in stedenbouwkundig/ ruimtelijk opzicht. ontworpen vanuit de schaal van de wijk in plaats van op de schaal van de stad. variatie in bouwhoogtes van de volumes en zichtlijnen binnen een stempel. combinatie van woningtypologieën voor verschillende doelgroepen verenigd binnen één stempel. geen sprake van langgerekte continue gevelwanden. De blokken hebben wel een horizontale ordening. Zorgvuldig geordende puien, balkons en trappenhuizen zorgen voor dynamiek en variatie. De drie woontorens zijn met zorg als hoogteaccent gepositioneerd op de hoeken van de Drevenbuurt. 3.3.1.4 Gebouwde monumenten Binnen het plangebied zijn monumentale gebouwen aanwezig. Gemeentelijk monument: De Dreef 4 t/m 56 Karakteristiek waardevolle panden, te behouden alsonderdeel van cultuurhistorisch bebouwingsensemble:

24

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

De Dreef 4 tm 58 De Dreef 60 tm 112 Gravendreef 17 tm 63 Baljuwdreef 2 tm 36 Karakteristiek waardevolle panden, voornemens om te slopen ten behoeve van onderhavige planontwikkeling: Schependreef 1 tm 17 Schependreef 2 tm 14 Baljuwdreef 1 tm 13 Dorpersdreef 3 tm 17 Dorpersdreef 19 tm 35 Gravendreef 2 tm 14 Gravendreef 18 tm 52 Karakteristiek waardevolle panden, te behouden alsonderdeel van cultuurhistorisch bebouwingsensemble, maar gelegen buiten Dreven fase 1. De Dreef 183 tm 215 De Dreef 249 tm 307

Afbeelding x: duiding van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing van Dreven fase 1 op de kaart.

25

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

3.3.2

Archeologie

Gemeenten hebben de taak om bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met aanwezige en te verwachten archeologische waarden (overgangsrecht Erfgoedwet). Voor het gehele grondgebied van Den Haag heeft de gemeente een Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart 2021 (AWVK2021, Archeologische Waarden- en Verwachtingen Den Haag 2021) opgesteld. In de Beleidsnota Archeologie 2021-2030 (RIS 311200, NotaArcheologie_2021-2030) geeft de gemeente aan hoe ze zorg wil dragen voor de archeologische sporen en resten in de Haagse ondergrond. Op de gemeente dekkende AWVK2021 komen drie eenheden voor waaraan de gemeente beleid heeft gekoppeld: 1. Zone met archeologische waarde, dat wil zeggen: waarvan is vastgesteld dat er zich belangrijke archeologische sporen en resten bevinden. In het kader van de archeologische monumentenzorg stelt de gemeente hier voorwaarden aan bodemverstorende activiteiten dieper dan 50 cm onder maaiveld; 2. Zone met archeologische verwachting, dat wil zeggen: gebieden waar archeologische resten en sporen kunnen worden verwacht (op basis van de bodemopbouw en/of historische kaarten). Bij activiteiten met een bodemverstoring groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm onder maaiveld stelt de gemeente hier voorwaarden voor onderzoek en bescherming van mogelijk aanwezige sporen en resten. 3.

Gebieden waar geen archeologische sporen/resten (meer) worden verwacht. Hier verbindt de gemeente op het gebied van de archeologie geen voorwaarden aan bodemverstorende activiteiten. Van initiatiefnemers van activiteiten met bodemverstoringen in zones met een archeologische waarde of verwachting wordt in het kader van vergunningverlening gevraagd om de archeologische waarde van het terrein dat door de bodemingreep verstoord wordt in voldoende mate (nader) vast te stellen. In gebieden waarvan de archeologische waarde al is vastgesteld wordt ook gekeken naar de mate van bedreiging van de archeologische waarden door het bouwplan. Als blijkt dat er sprake is van een bedreiging van behoudenswaardige archeologische resten, kunnen aan de uitvoering van de geplande bodemingreep voorwaarden worden verbonden, zoals: 1. technische aanpassingen zodat archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. het laten verrichten van een opgraving teneinde behoudenswaardige resten die verstoord zullen worden, te documenteren en veilig te stellen; of 3. de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, archeologisch te laten begeleiden. In alle gevallen blijft de archeologische meldingsplicht van kracht (art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet).

Dit houdt in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan de vinder redelijkerwijs moet kunnen weten dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag. De meldingsplicht leidt niet tot een bepaling in het bestemmingsplan. De afdeling Archeologie van de Dienst Stadsbeheer verricht namens het bevoegd gezag de taken en besluitvorming inzake de archeologische monumentenzorg. De kosten van vooronderzoek en indien noodzakelijk opgraving of begeleiding zijn voor de initiatiefnemer. Alle archeologische werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een erkende, gecertificeerde archeologische partij. Meer informatie over het archeologiebeleid van de gemeente Den Haag is te vinden op: Archeologiebeleid en Advies - Den Haag Archeologie.

26

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

3.3.2.1 Archeologie van het plangebied In het bestemmingsplan Vrederust heeft het plangebied Dreven fase 1 volledig een dubbelbestemming Waarde-Archeologie die gebaseerd is op de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart van Den Haag. In het kader van de transformatie en de stedelijke verdichting is een gecombineerd bureau- en booronderzoek uitgevoerd als eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied (Bijlage 13). Met dit onderzoek is de archeologische verwachting bevestigd. Tijdens de uitvoering van het booronderzoek is vastgesteld dat in het gehele plangebied archeologisch relevante verwachtingsniveaus aanwezig zijn uit de periode neolithicum tot en met nieuwe tijd (met uitzondering van de vroege middeleeuwen). Deze niveaus liggen op sommige plaatsen dicht onder het maaiveld. Daarnaast is vastgesteld dat de opbouw van de ondergrond in zodanige mate intact is dat vervolgonderzoek noodzakelijk is wanneer deze archeologische verwachtingsniveaus door de voorgenomen ontwikkelingen bedreigd worden. De adviezen en conclusies uit het archeologische rapport zijn door het bevoegd gezag overgenomen. Het archeologische vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek met als doel het karteren en waarderen van archeologische vindplaatsen in hun landschappelijke context.

De gemeente stelt hiervoor als bevoegd gezag een Programma van Eisen op. Via het Programma van Eisen geeft de gemeente aan hoe het proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd en welke onderzoeksvragen moeten worden beantwoord. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek zal het bevoegd gezag besluiten over de omgang met eventueel aanwezige behoudenswaardige archeologische vindplaatsen in het plangebied Dreven fase 1. Bovenstaande houdt in dat voor het hele bestemmingsplangebied Dreven fase 1 een archeologische verwachting geldt. Op de plankaart is dit vertaald in een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'.

3.4

Groen

3.4.1

Agenda Groen voor de stad

In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven. Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. We streven er naar dat elke (vastgoed)ontwikkeling bijdraagt aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden. Stedelijke Groene Hoofdstructuur De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad.

De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506).

27

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

Kaart Stedelijke Groene Hoof dstructuur (RIS300506)

Op dit moment ligt aan de rand van de Dreven langs de Lozerlaan een ecologische verbindingszone die aansluit op de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en daarmee op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze dient in principe duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS 300506). 3.4.2

Nota Stadsnatuur

In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. Ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden.

In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. De norm voor een goed functionerende ecologische verbindingszone 30 meter breed is, met optimale inrichtingsvereisten waarbij ruimte is voor inheemse planten, struiken, geleidelijke overgangen met voldoende zonnige plekjes, rust en biotoopgrootte (vuistregels voor biotopen). Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in brede zin. We werken aan een natuurinclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlastgevende planten en dieren en zetten we in op monitoring van onze

28

bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)

stadsnatuur.

Het plangebied van het bestemmingsplan 'Dreven' maakt zelf geen onderdeel uit van het netwerk aan ecologische verbindingszone. Wel grenst het aan de ecologische verbindingszone langs de Lozerlaan. Het vooorliggend plan heeft geen invloed op de ecologische verbindingszone. 3.4.3

Nota Stadsbomen

In Den Haag vinden we onze bomen van oudsher belangrijk. Het Haagse stadsbomennetwerk vervult in totaliteit verschillende functies en ecosysteemdiensten, en draagt bij aan de gezondheid en leefkwaliteit van eenieder in Den Haag, mens en dier. In de Nota Stadsbomen (RIS307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. De bijdrage van bomen aan de leefkwaliteit hangt af van de maat van de kroon.. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. Meer kroonoppervlak is ook te realiseren door extra bomen te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13650447/1