CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317389 Kerninstrumenten planproces en kwaliteitsstelsel onder de Omgevingswet

Commissie Ruimte 15 mei 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief: Advies kwaliteitssysteem leefomgeving, RIS317441 en Commissiebrief: Kerninstrumenten, planproces en kwaliteitsstelsel onder de Omgevingswet, RIS3173894.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Robert van Asten Wethouder van Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/10662591 RIS317389 Contactpersoon

Eveline Vos Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Juridische Planvorming en Omgevingsrecht Telefoonnummer Datum

14070

19 december 2023

E-mailadres

eveline.vos@denhaag.nl Onderwerp

Kerninstrumenten, planproces en kwaliteitsstelsel onder de Omgevingswet

Geachte voorzitter, Met deze brief wordt u geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet, welke veranderingen er per 1 januari 2024 optreden, hoe de kwaliteitsborging wordt georganiseerd en hoe gemeente Den Haag de communicatie en participatie onder de nieuwe wet wordt ingericht. Deze brief gaat in op de volgende onderdelen: 1. De Omgevingswet 2. Voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet 3. 1 januari is geen deadline maar een ingangsdatum 4. Veranderingen door de Omgevingswet 5. De kerninstrumenten van de Omgevingswet 6. Overige instrumenten binnen de Omgevingswet 7. Kwaliteitsborging 8. Communicatie 9. Participatie 10. Transitieperiode 1. De Omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet vervangt bestaande wetten en daarmee samenhangende regelgeving over bouwen, ruimte, natuur, milieu, infrastructuur en water. De Omgevingswet is een zeer grote systeemverandering. De Omgevingswet is opgesteld om de wetgeving van de fysieke leefomgeving inzichtelijker te maken en om de samenhang in de fysieke leefomgeving te vergroten. Daarnaast moet de wet kortere proceduretijden opleveren, maatwerk mogelijk maken en een integrale aanpak van de leefomgeving ondersteunen. De Omgevingswet legt verder ook de nadruk op uitvoering, monitoring, participatie en evaluatie.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10662591

Naast de bundeling van bestaande en deels nieuwe of gewijzigde regels in één wet met bijbehorende regelgeving, komt er door de Omgevingswet een geheel nieuw Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). In dit stelsel komt één loket voor het indienen van aanvragen voor vergunningen en het doen van meldingen voor activiteiten die de fysieke leefomgeving raken. Met behulp van één digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. Het stelsel biedt ook een geheel nieuwe manier om de regels over de fysieke leefomgeving toegankelijk en inzichtelijk te maken. Ook de wijze van, en de software voor, behandeling van aanvragen en melding en het uitvoeren van toezicht en handhaven veranderen als gevolg van de Omgevingswet. Nog meer dan voorheen is de gemeente het eerste aanspreekpunt voor activiteiten in de fysieke leefomgeving (de één-loketgedachte), ook voor de andere bestuurslagen zoals Provincie en Waterschap. De bundeling van wetten op landelijk niveau heeft op lokaal niveau zijn evenknie. Bestaande lokale regels over de fysieke leefomgeving (opgenomen in bestemmingsplannen en verordeningen) en regels die vanuit het Rijk worden overgedragen aan de gemeenten moeten in de komende jaren worden verwerkt in het omgevingsplan Den Haag. De regels die door het Rijk worden overgedragen aan de gemeenten worden gezamenlijk ‘de bruidsschat’ genoemd.

De Omgevingswet is naast een juridische systeemverandering daarmee ook een grote digitale ontwikkeling. Met name vanwege de digitale uitdagingen is de invoering van de wet meermaals uitgesteld. 2. Voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet In Den Haag werken wij al sinds 2012 aan de voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Omdat de Omgevingswet vraagt om een intensievere samenwerking en afspraken met andere bevoegd gezagen rondom vergunningverlening, toezicht, handhaving en planvorming werkt de gemeente Den Haag nauw samen met de partners in de regio zoals de Omgevingsdienst Haaglanden, de Provincie, de veiligheidsregio, de Vervoersregio en het Waterschap. De afgelopen periode stond daarbij nadrukkelijk in het teken van het voorbereiden op en klaar zijn voor het kunnen uitvoeren van de wettelijke taken op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving (VTH). De processen en systemen zijn aangepast aan de Omgevingswet en medewerkers hebben verschillende trainingen doorlopen. Sinds de nieuwe systematiek voor handen is (deze wordt immers aangeleverd door het Rijk) wordt door de betreffende afdelingen hiermee getraind.

Daarnaast is gewerkt aan de voorbereiding van noodzakelijke besluiten zoals de Verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed (RIS 316665), de Erfgoedverordening 2024 (RIS 316733) het Besluit betreffende bindend adviesrecht en Verplichte participatie (RIS 313814), het Delegatie besluit Omgevingsplan (RIS 316028) en de Legesverordening 2024 (RIS 316887) en bent u geïnformeerd over de strategie rondom het opstellen van het permanent Omgevingsplan (RIS 315961). Het nieuw wettelijk stelsel zal, ondanks de inzet op opleiden en oefenen, onvermijdelijk een periode van gewenning vergen voordat alle betrokkenen (binnen en buiten de gemeente) vertrouwd zijn met de nieuwe systematiek. De overheid heeft voorzien in een implementatie periode van 8 jaar tot 2032. Hierover meer onder 3.1 Vanuit het perspectief van initiatiefnemers en belanghebbenden verwachten wij dat de bundeling van alle regels in één Omgevingsloket (onderdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet) in eerste instantie leidt tot minder overzichtelijkheid. Niet omdat er meer regels zijn, maar omdat met het samenvoegen van de wetten en verordeningen deze vanaf 1 januari 2024 geleidelijk aan op één plek zichtbaar worden.

2/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10662591

Zowel landelijk als in Den Haag werken wij er daarom aan om initiatiefnemers en belanghebbenden zoveel mogelijk te ondersteunen, digitaal en persoonlijk. Dit zal zowel met algemene communicatie als in persoonlijk contact gebeuren. De inzichtelijkheid en gebruiksvriendelijkheid zal tijdens de transitieperiode verbeteren, maar met name in de beginperiode is er kans op een verminderd niveau van dienstverlening. 3. 1 januari is geen deadline maar een ingangsdatum Als 1 januari 2024 de Omgevingswet inwerking treedt blijven de bestaande planprocessen en kaders bestaan. De Omgevingswet is zo vormgegeven dat over een tijdspanne van enkele jaren gemeenten over kunnen stappen op het werken met de Omgevingswet. Zo worden aanvragen voor een vergunning voor 1 januari nog onder de oude wetgeving afgedaan en worden alle huidige bestemmingsplannen en verordeningen samen een omgevingsplan van rechtswege. Hiermee wordt voorkomen dat er een juridisch vacuüm ontstaat. De afgelopen jaren is bij de voorbereiding van de Omgevingswet vooral veel aandacht uitgegaan naar de digitale ondersteuning van de wet, het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de ondersteunende processen. De inzet hierbij is continuïteit in dienstverlening van bewoners en bedrijven. De komende periode gaan wij door met de doorontwikkeling om te werken volgens de Omgevingswet.

Hierbij nemen wij, stap voor stap, in overleg met de raad en de stad de noodzakelijke stappen om de Omgevingswet handen en voeten te geven. In deze brief schetsen wij de contouren van de nieuwe wet, de verschillende instrumenten die deels in plaats komen van bestaande en bekende instrumenten en op welke termijn dit allemaal gaat gebeuren. 4. Veranderingen door de Omgevingswet a. Een belangrijke eigenschap van de Omgevingswet is de focus op integraliteit. De Omgevingswet voegt wetten samen, wil tegenstrijdigheden oplossen, wil samenhang realiseren en gaat over sectoren heen. Daarmee sluit de Omgevingswet goed aan op de beweging die de gemeente Den Haag de afgelopen jaren heeft ingezet bij de wijze van organiseren rondom de gebiedsontwikkeling, prioritaire gebieden en huisvesting van doelgroepen. b. De Omgevingswet kent vier kerninstrumenten, de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Deze zijn (deels) anders dan onze bestaande instrumenten. Met de introductie van deze instrumenten kan de verdere stap gezet worden van sectoraal naar integraal werken, en ook werkwijze en gremia aan laten sluiten op de nieuwe wetgeving (zie verder onder 5). c. De Omgevingswet geeft meer ruimte voor nieuwe ideeën en bijdragen van inwoners. Participatie is onder de Omgevingswet geen keuze maar een uitgangspunt.

Dat betekent dat de gemeente vroegtijdig in gesprek gaat met bewoners, ondernemers, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Dit wordt onder punt 9) nader toegelicht. 5. De kerninstrumenten van de Omgevingswet Van de 4 kerninstrumenten in de Omgevingswetzijn de omgevingsvisie en het omgevingsplan de kader stellende instrumenten welke worden vastgesteld door de gemeenteraad. Het omgevingsprogramma en de omgevingsvergunningen zijn de uitvoerende instrumenten welke worden vastgesteld door het college. Daarnaast blijven wij in Den Haag werken met een deel van het instrumentarium dat reeds is ontwikkeld.

3/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10662591

• Omgevingsvisie en gebiedsvisie Een omgevingsvisie is een verplicht onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. Alle Nederlandse gemeenten moeten uiterlijk in 2027 een omgevingsvisie hebben vastgesteld. De omgevingsvisie is het richtinggevende strategische beleidsdocument van de Omgevingswet. De gemeenteraad legt hierin samen met het college, – inwoners, ondernemers, organisaties en stakeholders de ambities en beleidsdoelen voor de ontwikkeling en het beheer van de fysieke leefomgeving vast. De visie laat zien wat de ambitie voor de stad en haar inwoners is en vormt daarmee de basis voor andere beleidswensen en heeft een agenderende functie voor thema’s, programma’s, gebiedstypen en ontwikkelingen. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving waarin niet alleen de ruimtelijke aspecten een plek krijgen, maar ook bijvoorbeeld sociaal maatschappelijke thema´s zoals gezondheid en veiligheid. De omgevingsvisie is daarmee ook het instrument waarin alle sectorale belangen worden afgewogen en staat daarmee hiërarchisch boven sectoraal beleid. De omgevingsvisie vormt na vaststelling het afwegingskader. In de omgevingsvisie zal worden aangegeven hoe deze in de praktijk gebruikt gaat worden als afwegingskader en doorwerkt in andere instrumenten. De gebiedsgerichte uitwerkingen van de omgevingsvisie worden opgesteld in zogenaamde gebiedsvisies.

Deze gebiedsvisies vormen een meer gedetailleerde uitwerking van de omgevingsvisie van een betreffend gebied in wisselwerking met lokale kansen en opgaven in dat gebied. De gebiedsvisie dient niet in strijd te zijn met het overall beeld van de stad. Over de mate van detailniveau in de gebiedsvisies wordt nagedacht. Duidelijk is dat beeldkwaliteitsplannen onderdeel zijn van deze visies. Jaarlijks moet bepaald worden voor welke gebieden een gebiedsvisie wordt opgesteld. Met deze werkwijze vervallen de gebiedsagenda’s. De omgevingsvisie is een dynamisch product en na vaststelling naar verwachting in Q1 2025 zal deze periodiek herijkt en geëvalueerd worden. Monitoring of maatschappelijke ontwikkelingen kunnen aanleiding zijn om tussentijds de omgevingsvisie te actualiseren. Vaste evaluatie termijnen worden met u samen vastgesteld. Tot slot zullen de nieuwe, Omgevingswet-brede gebiedsvisies voldoende kader bieden om te besluiten of er al dan niet meegewerkt kan worden aan initiatieven die niet in het omgevingsplan passen. Naar verwachting zullen gebiedsvisies daarmee op (lange) termijn de PUK’s en NvU’s in deze vorm kunnen vervangen.

• Omgevingsplan Het omgevingsplan vormt de regel-set bij de omgevingsvisie. Onder de Omgevingswet stelt elke gemeente een omgevingsplan op dat dekkend is voor het hele grondgebied, met daarin alle regels voor de ontwikkeling, het beheer en het behoud van de leefomgeving, horend bij de doelen en ambities die verwoord zijn in de omgevingsvisie. Het omgevingsplan is een samenvoeging van alle bestemmingsplannen en beheers verordeningen die op dat moment gelden voor het gemeentelijke grondgebied (dus ook bijvoorbeeld de regels uit provinciale verordeningen). Daarnaast gelden er op 1 januari nog talloze verordeningen en de circa 600 regels uit de Bruidsschat die zijn gedecentraliseerd vanuit het Rijk. Binnen het omgevingsplan moet, te zijner tijd op basis van de omgevingsvisie, een integrale afweging en afstemming komen van al deze regelingen en verordeningen binnen de leefomgeving, zodat er meer inzicht komt in de regelgeving en een grotere consistentie en eenduidigheid bereikt kan worden.

4/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10662591

Het omgevingsplan kent ook een andere systematiek dan de huidige bestemmingsplannen en verordeningen en gaat uit van het benoemen van activiteiten om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, en niet van het vastleggen van bestemmingen, zoals in het “oude” bestemmingsplan. Het omgevingsplan voor de gehele stad mag geleidelijk met deelbesluiten tot stand komen. De Raad zal deze vaststellen.

• Omgevingsprogramma Het omgevingsprogramma is een uitvoeringsinstrument van de omgevingsvisie. Het programma heeft als opdracht om ervoor te zorgen dat de doelen van de omgevingsvisie ook echt worden behaald en gehandhaafd kunnen worden. Omgevingsprogramma’s kunnen thematisch zijn ingestoken: het behalen van de omgevingswaarden op het gebied van bijvoorbeeld geluid of bodem. Maar dit kan ook gelden voor gebieden. Een programma is in tegenstelling tot de omgevingsvisie en omgevingsplan niet verplicht, behoudens de verplicht programma’s die door het Rijk worden aangewezen. Een programma gaat over de middellange en/of korte termijn, omschrijft de inzet van financiële instrumenten en biedt ruimte voor een uitwerking van een concrete ontwikkelstrategie voor een gebied. Het vaststellen van een omgevingsprogramma behoort tot de bevoegdheden van het college. In het kader van de actieve informatieplicht wordt de raad hierover geïnformeerd. • Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning is het instrument waarmee een initiatiefnemer via één aanvraag bij één loket toestemming kan verkrijgen voor het geheel van de door hem/haar gewenste activiteiten. Wanneer de aangevraagde werkzaamheden vallen binnen het omgevingsplan beslist hierover het college. Voor plannen die niet passen in het omgevingsplan werken wij met het bindend advies van de gemeenteraad (zie RIS 313814). 6.

Overige relevante instrumenten • Ontwikkelstrategie Een omgevingsprogramma bepaalt op welke wijze de doelen van het programma gehaald gaan worden. Hiervoor wordt binnen het programma een ontwikkelstrategie gemaakt. Deze strategie kan uit diverse documenten bestaan die nodig zijn om het programma uit te voeren, zoals beleidsregels en (financiële) afspraken met stakeholders (participatie activiteiten). De ontwikkelstrategie gaat over de wijze waarop uitvoering zal plaatsvinden en wordt daarom door het college vastgesteld.

• Projectdocument Zodra de uitvoering niet meer binnen de kaders zoals vastgelegd in de omgevingsvisie en omgevingsplan kan plaatsvinden zal hiervoor de gemeenteraad goedkeuring worden gevraagd door middel van een projectdocument. De functie van het projectdocument blijft gelijk in de nieuwe en oude systematiek, namelijk het voorleggen aan de raad van afwijkingen van eerdere kaders, zoals de omgevingsvisie of het omgevingsplan. Ook het voorleggen van besluiten in het kader van het budgetrecht van de raad bij gemeentelijke investeringen (o.a. grondexploitatie en beheerkosten) • Monitoren en evaluatie Binnen de beleidscyclus volgen de verschillende stadia en instrumenten elkaar op in een continu proces. Monitoring en evaluatie vormen daarbij een verbindend instrument tussen de verschillende stadia. In onderstaand schema is aangegeven welke (deel)producten bij een instrument horen en in welke volgorde. De omgevingsvisie en de gebiedsvisie zijn de input voor het maken van een omgevingsprogramma en voor het omgevingsplan. Het omgevingsplan is vervolgens het toetsingsinstrument voor de omgevingsvergunning.

5/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10662591

7. Kwaliteitsstelsel De afgelopen jaren is verder gewerkt aan de uitwerking en borging van het ruimtelijke kwaliteitsstelsel in lijn met de commissiebrief Stadsstedenbouwer en ruimtelijk kwaliteitssysteem (RIS307136). Ook de diverse raadsvoorstellen inzake de Adviescommissie omgevingskwaliteit (RIS313252, RIS313263, RIS313253) maken onderdeel uit van dit stelsel. De gemeente Den Haag staat voor een aantal ingrijpende transities en voor een toename van ruimtevragers die allemaal een plek zoeken binnen de gemeentegrenzen. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, de klimaatverandering en de bouwopgave (wonen en werken) met bijbehorende voorzieningen in infrastructuur. Dit leidt steeds vaker tot een sterke intensivering van bebouwing en gebruik van de publieke ruimte. Hoe kunnen al deze opgaven worden gerealiseerd met behoud of versterking van kwaliteit? Hoe stimuleren we per gebied specifieke oplossingen die passen bij de plek en ook bij Den Haag? Dit alles vraagt om een andere manier van werken en om andere planinstrumenten waarin de Omgevingswet voorziet. Omgevingskwaliteit is meer dan ruimtelijke kwaliteit. Bij die term hebben we het over gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde, geredeneerd vanuit het ruimtelijke domein. Omgevingskwaliteit houdt ook rekening met aspecten en actoren in de omgeving, en verrijkt de leefbaarheid van die omgeving.

Met ingrepen in de fysieke leefomgeving moet de kwaliteit van wonen en werken in de buurten en wijken verbeteren. • Advies Kwartiermaker stadsstedenbouwer en kwaliteitssysteem In het advies van de kwartiermaker Stadsstedenbouwer over het kwaliteitssysteem Den Haag wordt inzicht gegeven hoe door de jaren heen het begrip ruimtelijke kwaliteit is verbreed naar het begrip omgevingskwaliteit. U ontvangt de brief inzake het kwaliteitsstelsel tegelijkertijd met deze brief (RIS307136). Het advies geeft aan dat het huidige kwaliteitssysteem in Den Haag verschillende gremia (adviescommissies, tafels, teams) en planinstrumenten (gebiedsvisies, ontwikkelvisies, nota van uitgangspunten, kwaliteitsvisies, beeldkwaliteitsplannen) kent. Daarnaast zijn in de loop van de tijd verschillende hulpconstructies tot stand gekomen om de kwaliteit te borgen. Zo zijn er supervisors aangesteld en kwaliteitsteams, vaak met externe en onafhankelijke deskundigen (o.a. Scheveningen en de Binckhorst).

6/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10662591

Mede op basis van een evaluatie van het huidige kwaliteitssysteem in Den Haag zijn in het advies de mogelijkheden die de nieuwe Omgevingswet biedt als uitgangspunt genomen om tot een vereenvoudiging van het huidige systeem met verschillende toetsings- en adviesorganen te komen. Het aanstellen van een Team van Stadsadviseurs en het instellen van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (voorheen de welstands- en monumentencommissie) maken daar onderdeel van uit. Bij grote gebiedsontwikkelingen zal de openbare ruimte integraal onderdeel zijn van de planontwikkeling. Om tot een goede integrale afweging te komen worden sectorale vakspecialisten binnen de gemeentelijke organisatie om hun deskundigheid gevraagd. Het advies kwaliteitssysteem benoemt daarbij zowel de situatie dat de gemeente zelf het initiatief neemt tot een ontwikkeling en daar waar een derde partij initiatiefnemer is. Indien de overheid zelf het initiatief neemt wordt gewerkt met een projectteam/ planteam. Bij nieuwe stedelijke opgaven, twijfel of impasses kan het Team van Stadsadviseurs (Tsa) om hulp worden gevraagd. Zie ook het advies over TSa (RIS 316707). Een korte toelichting op de verschillende hierboven genoemde onderdelen: • Planteam/ Projectteam Bij complexe ontwikkelingen en bij de gebiedsontwikkelingen is er per plan een planteam.

Het planteam stelt de ontwikkelstrategie op en begeleidt initiatiefnemers bij de vertaling van de kaders tot een haalbaar plan. In het planteam zijn de verschillende expertises van de gemeente vertegenwoordigd. Daar waar nodig begeleidt het planteam de initiatiefnemer ook bij participatie.

• Haags Initiatieven Team Initiatieven kunnen op heel veel manieren bekend worden bij de gemeente, en daarmee ook op veel verschillende ‘tafels’ belanden. Om hier meer eenduidigheid in te krijgen en om initiatiefnemers al in een zo vroeg mogelijk stadium een klankbord te bieden op hun initiatief is in 2012 het HIT gestart. Een ambtelijk overleg waarbij alle expertise binnen het ruimtelijk domein is vertegenwoordigd, en waar zonder aanwezigheid van de initiatiefnemer gekeken wordt of het initiatief enige kans van slagen heeft. Het doel is een allereerste schifting op haalbaarheid en wenselijkheid van initiatieven. Het HIT bepaalt niet of een initiatief er moet komen maar kijkt of een initiatief dat nu niet past in het omgevingsplan wel zou kunnen passen binnen de ambities die zijn vastgelegd in de omgevingsvisie. Indien dat het geval is, kan ambtelijke medewerking toegezegd worden om het initiatief verder te ontwikkelen, en voor te leggen aan college/ gemeenteraad. Het HIT is geen formeel orgaan, de adviezen die worden gegeven zijn niet bindend (voor zowel de gemeente als de initiatiefnemer). Het HIT heeft zijn doel en nut de afgelopen jaren bewezen, en wordt nu ook door veel andere gemeenten overgenomen als intaketafel. • Team Stadsadviseurs (Tsa) Het college heeft ingestemd met het instellen van het Team Stadsadviseurs (RIS 316707).

Dit is een onafhankelijk team dat zich richt op de samenhang tussen projecten en gebieden en de gehele stad (en de regio) vanuit verschillende disciplines (fysiek, sociaal, openbare ruimte, duurzaamheid etc.). Opgaven die op de stad afkomen en vragen om inzicht op de gevolgen voor de ontwikkeling van de stad kunnen door dit team worden geagendeerd. Het TSa kan ook helpen met de argumentatie voor de integrale afweging en het formuleren van de vraagstelling van nieuwe integrale opgaven. Daarnaast richt zij zich op de wisselwerking tussen beleid en uitvoering. Begin 2024 zal worden gestart met de werving voor het Team. Het college zal, wanneer het zover is, de benoeming van de kandidaten aan u voorleggen.

7/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10662591

• Adviescommissie Omgevingskwaliteit Op basis van de Omgevingswet heeft de raad een Adviescommissie Omgevingskwaliteit ingesteld (RIS316665). De nieuwe Adviescommissie Omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag zal net als de huidige Welstands- en Monumentencommissie het college adviseren over omgevingskwaliteit ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken (welstand), monumentale en cultuurhistorische waarden en beschermde stadsgezichten. Deze commissie van externe deskundigen heeft een belangrijke rol bij het adviseren over de aangevraagde omgevingsvergunningen, maar kan onder de Omgevingswet een bredere opdracht krijgen, meer gericht op het integrale beleid in het omgevingsplan. De uitwerking hiervan zal uiteindelijk landen in de nota omgevingskwaliteit, de opvolger van de welstandsnota, welke de adviescommissie gebruikt voor het opstellen van het advies. Bij complexe opgaven kan de adviescommissie in een vroegtijdig stadium informeel worden betrokken.

• Omgevingstafel voor integrale toetsing van omgevingsvergunningen De huidige opgaven en de beperkte fysieke ruimte vragen om een integrale afweging van initiatieven. Daarom is er voor de fase voor dat een vergunning wordt aangevraagd een omgevingstafel. Aan de omgevingstafel zitten alle relevante experts en beoordelen het initiatief aan de hand van het omgevingsplan en de omgevingsvisie. Centraal staat de vraag: kan dit initiatief. En hoe is het mogelijk te maken. Initiatieven die worden besproken passen of binnen het omgevingsplan of zijn middels een projectdocument door de raad akkoord bevonden voor afwijking naar het omgevingsplan. Bij afwijking hiervan wordt een voorstel aan de raad gedaan volgens de procedure “bindend advies”. Op dit moment wordt er op de Binckhorst reeds gewerkt met een omgevingstafel). Aan deze integrale tafel worden ook aspecten rondom verkeersafwikkeling, milieu, duurzaamheid en veiligheid en inrichting van de openbare ruimte meegenomen. De omgevingstafel willen wij op vergelijkbare manier gaan inzetten voor alle complexere initiatieven in de hele stad. 8.

Communicatie In de lange aanloop van de Omgevingswet is op allerhande manieren aandacht voor de gevolgen van deze wet gevraagd, zo is er afgelopen jaren een brede voorlichting over participatie gegeven aan verschillende wijkverenigingen waarin de wet is toegelicht maar ook vragen over participatie en ontwikkelingen in de wijk zijn besproken en beantwoord. Nu de wet eindelijk ingaat op 1 januari 2024 wordt de communicatie intensiteit verhoogd. Recent is het Rijk gestart met een landelijke communicatiecampagne over de Omgevingswet. Wij sluiten daar als Den Haag bij aan. Aangezien de meeste vergunningen worden aangevraagd door bedrijven (van projectontwikkelaars tot hoveniers en architectenbureaus) zal ook veel aandacht zijn voor het informeren van de koepelorganisaties zoals Bouwend Nederland en MKB. Uiteraard doen wij dit ook in de gemeentelijke uitingen richting ondernemers. Waarbij zowel de Omgevingswet wordt toegelicht alsook de verplichting tot participatie. Ook op denhaag.nl is informatie beschikbaar over het gehele proces van vergunningverlening. En is er altijd een mogelijkheid om contact op te nemen met het klantcontactcentrum (KCC) via het telefoonnummer 14 070, of het ondernemersportaal. 9. Participatie Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet.

Dat betekent dat de gemeente vaker en soms eerder in gesprek moet gaan met bewoners, ondernemers, bedrijven en maatschappelijke instellingen, waarbij de gemeente openstaat voor initiatieven en alternatieven van inwoners en ondernemers. Daarnaast betekent het ook dat de gemeente bewoners en ondernemer beter betrekt bij besluitvorming. De uitgangspunten hiervoor liggen in de Omgevingswet en in de nieuwe Haagse participatieverordening die naar verwachting in Q2 2024 door u wordt vastgesteld.

8/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10662591

De Omgevingswet beoogt meer ruimte voor ideeën en bijdragen van inwoners bij visies, plannen, programma’s, projecten en activiteiten in de fysieke leefomgeving. Zo bevat de Omgevingswet regels om vroegtijdige participatie te stimuleren, geldt bij besluiten een motiveringsplicht en is een aanvraagvereiste voor participatie opgenomen bij de omgevingsvergunning. De gemeente zal het participatiebeleid voor de kerninstrumenten van de Omgevingswet vormgeven. De wet schrijft niet voor hoe participatieprocessen vorm krijgen. Hier stelt de gemeente, voor eigen ontwikkelingen, haar eigen participatiebeleid op. Daarnaast wordt gekeken welke beleidsregels opgesteld moeten worden bij de verschillende Omgevingswet instrumenten. O.a. over de wijze waarop de gemeenteraad zal adviseren bij bindend advies. Daarnaast werkt Den Haag aan een nieuwe participatieverordening. In de participatieverordening komen de spelregels voor participatie in Den Haag. Het traject om te komen tot een nieuwe participatieverordening loopt via de duale werkgroep participatie en democratie. Daarnaast wordt gestart met het participatietraject met de stad rondom de verordening en het nieuwe beleidskader participatie. De uitkomsten van beide trajecten worden verwerkt in de nieuwe verordening, die in het voorjaar van 2024 naar de raad wordt gestuurd.

Daarnaast wordt gewerkt aan een nieuw beleidskader participatie, dit is de paraplu voor het Haags Participatiebeleid en geeft de visie op participatie in Den Haag weer. Voor alle participatie in Den Haag geldt dat de Haagse werkwijze (Stappenplan Haagse werkwijze voor participatie) en het kompas (Haags Participatiekompas) de uitgangspunten zijn (RIS310732). Op basis van de Haagse werkwijze en het kompas worden/zijn alle instrumenten in de participatie toolbox ontwikkeld. In de toolbox zit specifieke participatiegereedschap die helpt bij het uitvoeren van goede participatie. Zoals de pilots van de participatie gids (RIS 315612) In de toolbox zal ook een werkwijze worden toegevoegd voor participatie in het kader van de Omgevingswet, zoals de “Handleiding participatie Omgevingsplan”. In het voorjaar 2024 komt er een beleidslijn over de wijze waarop bij het toetsen van vergunningen omgegaan zal worden met de eis tot participatie. Op basis van de ervaringen het komend jaar, wordt beoordeeld of voor de uitvoering van de Omgevingswet nog aanvullende hulpmiddelen nodig zijn. 10. Transitie periode Al deze aanpassingen gaan echt werken als ook alle instrumenten zelf inhoudelijk vastgesteld zijn. Dat betekent dat de transitie een aantal jaren in beslag zal nemen. Waarbij de praktijk en de theorie samen zullen komen in een gezamenlijk groeiproces.

Aan de hand van monitoren en evalueren zal de werkwijze en instrumenten stap voor stap geïmplementeerd worden. Gezamenlijk zullen we, als college, raad en stad, moeten toegroeien naar een manier van sturen van de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving waarbij we sturen op de hoofdlijnen en flexibel kunnen zijn op de details.

9/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10662591

Met de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet sluiten wij een lange periode van ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding af en start een volgende fase. Op 14 februari 2024 staat een werkbespreking in de commissie Ruimte geagendeerd. Dit biedt ruimte voor een uitgebreidere toelichting op de Omgevingswet en de kwaliteitsborging worden gegeven, waarbij uw vragen over zowel de inhoud, werking als planning worden beantwoord. Met vriendelijke groet, de wethouder van Stedelijke ontwikkeling, Bibliotheken en Europa Robert van Asten

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13625768/2