RIS317355 Opvolgingsbrief rekenkameronderzoek Zorgen voor de jeugd
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 16079, 2500 BB Den Haag
Aan
Uw kenmerk
De commissie Samenleving ter attentie van de heer Noorlander, voorzitter
Ons kenmerk
CC:
Doorkiesnummer
College van burgemeester en wethouders
E-mailadres
mevrouw Merx, gemeentesecretaris
RK/2023.37 / RIS 317355 070-3532048 rekenkamer@denhaag.nl Aantal bijlagen
4 Datum
14 december 2023 Onderwerp:
Opvolging raadsbesluit ‘Zorgen voor de jeugd’
Geachte heer Noorlander, De Rekenkamer Den Haag heeft in 2021 een onderzoek gepubliceerd over kostenstijgingen in de jeugdzorg en de informatievoorziening hierover aan de gemeenteraad. Naar aanleiding van het rekenkamerrapport heeft de raad op 25 november 2021 het raadsbesluit ‘Zorgen voor de jeugd’ (RIS 309389) genomen. De rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre dit raadsbesluit is opgevolgd en tevens op basis van het raadsbesluit aandachtspunten geformuleerd voor de komende stelselwijziging ‘doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp’. In deze brief informeren wij u over de uitkomsten, zodat u deze kunt betrekken bij de werkbespreking ‘Rapportagecyclus jeugd’ van 10 januari 2024. Opvolging raadsbesluit ‘Zorgen voor de jeugd’ Samenvattend concluderen wij dat het raadsbesluit ten dele is opgevolgd. De rapportages op gemeentelijk niveau1, over het aantal Haagse jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdzorg en de hiermee gemoeide kosten, zijn vrijwel ongewijzigd ten opzichte van de rapportages die zijn onderzocht in het rekenkameronderzoek uit 2021. Hiermee is het eerste onderdeel van het raadsbesluit (verhoog de informatiewaarde van de voortgangsrapportages aan de raad) niet opgevolgd en wordt er met de voortgangsrapportages aan de gemeenteraad niet méér zicht geboden op mogelijke aangrijpingspunten om de kosten voor jeugdzorg te beheersen.
1
De rekenkamer heeft gekeken naar rapportages die tot en met medio 2023 zijn gepubliceerd. Met gemeentelijk niveau doelen wij op rapportages over omvang en kosten van jeugdzorg specifiek voor de gemeente Den Haag. Dit kan ook regionaal ingekochte jeugdzorg zijn, waarbij in de rapportage een uitsplitsing op gemeenteniveau is gemaakt.
1
In de rapportages op regionaal niveau2 wordt sinds de publicatie van het rekenkamerrapport wel uitgebreider gerapporteerd over jeugdzorg in de regio. Dit heeft geleid tot meer zicht op hoe de kosten zich ontwikkelen. Via de H103 heeft de gemeente in rapportages op regionaal niveau dus opvolging gegeven aan het raadsbesluit. Het is echter onduidelijk of de regionale ontwikkelingen die in de rapportages geschetst worden ook gelden voor de gemeente Den Haag, doordat er geen gemeentelijke uitsplitsing van de informatie is opgenomen.4 Voor de andere twee onderdelen van het raadsbesluit (het soort verwijzer koppelen aan de declaraties en het registreren van het resultaat van trajecten) hebben het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en de gemeente stappen gezet om hier opvolging aan te geven. De resultaten hiervan zijn echter nog niet zichtbaar in de voortgangrapportages aan de raad. Wij adviseren u om het college te verzoeken om voor de jeugdzorg die via de H10 wordt ingekocht alsnog in de gemeentelijke rapportages uitvoering te geven aan het raadsbesluit. Hierbij kan desgewenst ook gebruik worden gemaakt van de onder onderdeel 1 van het raadsbesluit geformuleerde verbetersuggesties, en de gegevens die worden gebruikt voor de regiovisiemonitor die het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden ook op gemeentelijk niveau kan leveren.
Aandachtspunten doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp Zoals bij u bekend voert de gemeente Den Haag vanaf 2024 een stelselwijziging ‘doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp’ door. Hiermee haalt de gemeente een groot deel van de tweedelijns ambulante jeugdzorg uit het H10 samenwerkingsverband. Ook een groot deel van de nuldelijns en de eerstelijns jeugdzorg (sociale basis en preventie voor jeugdigen), die ook nu al bij de gemeente belegd is, is onderdeel van de doorontwikkeling.5 Deze stelselwijziging leidt, gekoppeld aan uw besluit en de achterliggende conclusies van het rekenkamerrapport ‘Zorgen voor de jeugd’, tot het advies om het college te vragen om rekening te houden met de volgende aandachtspunten: A. De raad te informeren over het gebruik van jeugdzorgvoorzieningen en de hiermee gemoeide werkbelasting van zorgaanbieders; B. Bij informatie in de voortgangsrapportages aan de raad over het gebruik van jeugdzorg (waar mogelijk) te kiezen voor dezelfde indicatoren waardoor een vergelijking is te maken met andere gemeenten in de regio Haaglanden en met historische data;
2
De rekenkamer heeft gekeken rapportages die tot en met medio 2023 zijn gepubliceerd. Met regionaal niveau refereren wij aan regionale rapportages over jeugdzorg op H10-niveau. Deze informatie betreft de hele Haagse regio, waarbij er geen gemeentelijke uitsplitsing is gemaakt. 3
Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden die de regionale rapportages opstelt, is een gemeenschappelijke regeling die in opdracht werkt van de tien gemeenten in de regio Haaglanden. De gemeente Den Haag participeert voor circa 50% in het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden. 4
In het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ constateerde de rekenkamer dat de regionale ontwikkelingen niet altijd gelden voor de gemeente Den Haag. 5
Ook de preventie hulp, eerstelijns zorg en toegang die nu bij de gemeente belegd zijn gaan mee in de stelselwijziging, zie bijlage II voor meer informatie over de stelselwijziging.
2
C. (Waar mogelijk) te zorgen dat voor nieuwe indicatoren in de voortgangsrapportages aan de raad met terugwerkende kracht historische data wordt gegenereerd; D. De raad te informeren over de relatie tussen verwijzer en het soort jeugdzorg; E. De raad te informeren over de resultaten van jeugdzorgtrajecten. Wij vragen met deze brief aandacht voor de opvolging van het raadsbesluit ten aanzien van de jeugdzorg die na 2024 nog wel via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden blijft lopen. Aanvullend vragen wij aandacht voor de informatievoorziening over het nieuwe Haagse jeugdzorgstelsel na de genoemde stelselwijziging. Zeker omdat het hier gaat om een nieuwe systematiek van inkopen, waarvoor het van groot belang is om te monitoren of de hieraan veronderstelde verwachtingen in de praktijk ook worden waargemaakt. In bijlage I bij deze brief geven wij een opsomming van de door u genomen besluiten uit het raadsvoorstel en ons oordeel over de opvolging die hieraan tot op heden is gegeven. In bijlage II geven wij een toelichting op de aanstaande stelselwijziging en een onderbouwing van de hierboven genoemde aandachtspunten die wij daarbij hebben geformuleerd. In bijlage III geven wij een overzicht van de rapportages over de jeugdzorg die aan de raad worden verstrekt en die wij in ons onderzoek hebben betrokken.
In bijlage IV geven wij een korte beschrijving van ons onderzoek uit 2021 en de feitelijke onderbouwing van de in bijlage I geformuleerde oordelen over de opvolging van het door u aangenomen raadsbesluit. Desgewenst zijn wij graag bereid deze brief in uw werkbespreking van 10 januari nader toe te lichten.
Met vriendelijke groet, H.A. (Manus) Twisk voorzitter
3
BIJLAGE I OPVOLGING DOOR DE RAAD GENOMEN BESLUITEN In deze bijlage lichten wij voor elk van de drie door u genomen besluiten uit het raadsbesluit ‘Zorgen voor de jeugd’ (RIS 309389) de stand van zaken met betrekking tot de opvolging toe. Hiertoe hebben wij in 2023 een documentenanalyse uitgevoerd en gesprekken gevoerd met de ambtelijke organisatie, het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en het Programmabureau Jeugdhulp Haaglanden. Een nadere onderbouwing van de oordelen die hieronder zijn opgenomen over de opvolging het raadsbesluit vindt u in bijlage IV We onderscheiden opvolging van het raadsbesluit in rapportages op gemeentelijk niveau en opvolging in rapportages op regionaal niveau. De rekenkamer heeft voor dit navolgingsonderzoek de rapportages onderzocht die tussen de publicatie in 2021 van het rekenkamerrapport en juli 2023 zijn gedeeld met de raad. Dit zijn de jeugdzorgrapportages over de jaren 2021 en 2022. Met rapportages op gemeentelijk niveau doelen wij op rapportages over omvang en kosten van jeugdzorg specifiek voor de gemeente Den Haag. Dit kan ook regionaal ingekochte jeugdzorg zijn, waarbij in de rapportage een uitsplitsing op gemeenteniveau is gemaakt. Met rapportages op regionaal niveau refereren wij aan regionale rapportages over jeugdzorg op H10-niveau. Deze informatie betreft de hele Haagse regio, waarbij er geen gemeentelijke uitsplitsing is gemaakt.
Voor een overzicht van alle voor dit onderzoek gebruikte rapportages over jeugdzorg, zie bijlage III.
Onderdeel 1 van het raadsbesluit: Verhoog de informatiewaarde van rapportages In rapportages op gemeentelijk niveau zien we dat dit onderdeel van het besluit6 nauwelijks is opgevolgd. In rapportages op regionaal niveau zijn goede stappen gezet om invulling te geven aan dit onderdeel, hoewel de verbetersuggesties niet altijd zijn opgevolgd. Hieronder geven wij per verbetersuggestie aan hoe het college hier invulling aan heeft gegeven.
1a. Geef meer inzicht in de (meerjarige) kostenontwikkeling van jeugdzorg, gespecificeerd naar het soort zorg Sinds het raadsbesluit van de rekenkamer is aangenomen in 2021 heeft het college de raad niet méér inzicht gegeven in de (meerjarige) kostenontwikkeling dan voorheen. In rapportages op regionaal niveau wordt er wel meer inzicht geboden, maar in de kostenontwikkeling wordt geen uitsplitsing gemaakt naar het soort zorg. Voor een uitgebreide toelichting zie bijlage IV beslispunt 1a.
6
Zie bijlage IV beslispunt 1 voor de volledige formulering van het besluit.
4
1b. Informeer de raad naast relatieve ontwikkelingen ook over absolute aantallen jeugdigen in jeugdzorg In rapportages op gemeentelijk niveau wordt nog steeds grotendeels op dezelfde wijze gerapporteerd. Op regionaal niveau wordt in de nieuwe rapportage (regiovisiemonitor) veelal in absolute aantallen gerapporteerd. Voor een uitgebreide toelichting zie bijlage IV beslispunt 1b.
1c. Rapporteer over de jaren heen consistent op dezelfde wijze over kosten en het aantal jeugdigen Het college rapporteert sinds de publicatie van het rekenkamerrapport in 2021 op consistente wijze. Daar staat tegenover dat er nauwelijks wijzigingen en inhoudelijke verbeterpunten zijn doorgevoerd in de gemeentelijke rapportages. Hiermee zien we dat de informatiewaarde, zoals wij bedoelden in raadsbesluit onderdeel 1, niet is toegenomen. Op regionaal niveau is door het invoeren van de regionale rapportage opvolging gegeven aan dit verbeterpunt. De regiovisiemonitor is de afgelopen twee jaar consistent in haar indicatoren, opbouw en vormgeving. Het programmabureau geeft verder in de rapportage aan, dat zij de indicatoren meerdere jaren gaat volgen, zodat trends inzichtelijk kunnen worden gemaakt.7 Deze indicatoren zijn door de gemeenteraden uit de regio Haaglanden in 2021 vastgesteld.8 Voor een uitgebreide toelichting zie bijlage IV beslispunt 1c. Een andere verandering die impact heeft op de consistentie van gerapporteerde jeugdzorgcijfers, is de wijziging in het data-beheersysteem van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en de gemeente Den Haag. Het doel van deze wijziging is om nauwkeuriger en betrouwbaarder te kunnen rapporteren. 9 Sinds 2022 komen de cijfers over de regionaal ingekochte jeugdzorg uit een nieuw data-beheersysteem.
Dit heeft als gevolg dat cijfers van 2022 niet meer geheel vergelijkbaar zijn met cijfers die gerapporteerd zijn in voorgaande jaren.10 Zowel in de gemeentelijke als in de regionale rapportages van 2022 worden naast cijfers over 2022 ook cijfers van 2021 (op basis van het nieuwe data-beheersysteem) gerapporteerd. Hierdoor kan er één jaar worden teruggekeken.
7
RIS315960 Commissiebrief Bijlage, Regiovisiemonitor 2022, College van Burgemeester en Wethouders, 27 juni 2023, p.5.
8
RIS315960 Commissiebrief, Regiovisiemonitor 2022, College van Burgemeester en Wethouders, 27 juni 2023, p.1.
9
Een andere ontwikkeling om de informatiewaarde van de rapportages te verhogen, is het nieuwe datafundament van de gemeente dat gekoppeld is aan ZorgNed, waarmee op den duur stop- startberichten, declaraties en eventuele verlengingen meegenomen kunnen worden. 10
Het vorige databeheersysteem werd op hoofdlijnen gevuld met gegevens van declaraties. Hierdoor waren de cijfers niet altijd correct. Het nieuwe data beheersysteem bevat een completere en bredere informatie-set. De data zijn gebaseerd op het hele berichtenverkeer rondom de declaraties, zoals het Verzoek om Toewijzing (VOT), de toewijzingen zelf en de start- en stopsituaties. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor de gebruikte indicatoren in de regionale en gemeentelijke rapportages. Bronnen: Interview Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, Jaarrapportage jeugd 2022
5
1d. Rapporteer jaarlijks over de grootste/opvallendste ontwikkelingen in de omvang en kosten van jeugdzorg Er is in de gemeentelijke rapportages zeer beperkt extra informatie over ontwikkelingen in kosten en omvang toegevoegd ten opzichte van 2019. 11 Daarbij rapporteert de gemeente nog steeds separaat over de kosten12 en de omvang13 van jeugdzorg. Dit bemoeilijkt de duiding van ontwikkelingen voor de raad. In de regiovisiemonitor wordt een aantal ontwikkelingen beschreven, waarin omvang en/of kosten van jeugdzorg zijn toegenomen. Er worden ook mogelijke oorzaken van de toenames genoemd. Voor een uitgebreide toelichting zie bijlage IV beslispunt 1d.
1e. Rapporteer over de ‘top 10’ stijgende zorgproducten 14 Er wordt in de gemeentelijke rapportages geen ‘top tien’ gerapporteerd, noch op een andere manier inzicht geboden in kostenstijgingen op zorgproductniveau. Uit interviews met de gemeente en het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden blijkt dat het college via het Servicebureau wel toegang heeft tot deze data.15 De gemeente Pijnacker-Nootdorp geeft bijvoorbeeld in haar voortgangsrapportage wel opvolging aan dit beslispunt.16 Deze vorm van rapporteren is dus wel mogelijk. Met de regiovisiemonitor ontvangt de raad sinds 2022 informatie over de ontwikkeling van het aantal unieke jeugdigen per type jeugdhulp op regionaal niveau. Dit is een verbetering ten opzichte van 2019, maar geeft geen volledige opvolging aan de verbetersuggestie van de rekenkamer. Voor een uitgebreide toelichting zie bijlage IV beslispunt 1e.
Beslispunt 2: Maak mogelijk dat het soort verwijzer gekoppeld kan worden aan de declaraties Dit onderdeel van het raadsbesluit is opgevolgd, maar nog niet zichtbaar in rapportages aan de raad. Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden en de gemeente hebben de koppeling tussen verwijzer en declaratie in 2022 gerealiseerd.17 Om die reden kan voor heel het jaar 2022 nog geen betrouwbare
11 Het laatste jaar wat is meegenomen in het rekenkamer rapport 'Zorgen voor de jeugd'. 12 In de begrotingscyclus en via de voortgangsrapportages kostenbeheersing.
13
In de half- en jaarrapportages jeugd.
14
Volledige tekst beslispunt 1e: Rapporteer jaarlijks over de ‘top 10’ van stijgende zorgproducten, waarbij ook inzicht wordt gegeven in de ontwikkeling van het aantal unieke jongeren, de gemiddelde zorgduur, de gemiddelde kosten per uur die hiermee gemoeid zijn, en het soort verwijzers die naar deze producten verwijst. 15
Interview ambtelijke organisatie en interview Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden.
16
Voortgangsrapportage jeugdhulp 2018-2021, Pijnacker-Nootdorp 220216 Voortgangsrapportage jeugdzorg.docx (raadsinformatie.nl)
17
Interview en e-mail Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden.
6
data gerapporteerd worden en heeft de raad geen rapportages ontvangen die hierop ingaan.18 In de rapportages over 2023 zal voor het eerst gerapporteerd kunnen worden over de link tussen verwijzers en kosten van jeugdzorg. Voor een uitgebreide toelichting zie bijlage IV beslispunt 2.
Beslispunt 3: Registreer het resultaat van trajecten Dit onderdeel van het raadsbesluit is ten dele opgevolgd. Er vinden ontwikkelingen plaats om het resultaat van trajecten in een nieuw systeem te ontsluiten, maar de resultaten hiervan zijn op dit moment nog niet beschikbaar en dus wordt de raad hier nog niet over geïnformeerd. Daarnaast is informatie hierover in de toekomst voor de gemeente enkel op hoofdlijnen beschikbaar, waardoor de mogelijkheden voor verdiepende analyses beperkt zijn. Voor een uitgebreide toelichting zie bijlage IV beslispunt 3.
18
Memo ambtelijke organisatie, e-mail Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden.
7
BIJLAGE II TOELICHTING OP EN AANDACHTSPUNTEN BIJ STELSELWIJZIGING: DOORONTWIKKELING JEUGD- EN GEZINSHULP 2024 In deze bijlage gaan wij dieper in op de stelselwijziging ‘doorontwikkeling van jeugd- en gezinshulp’ vanaf 2024. Juist binnen een nieuw stelsel is het van groot belang dat de raad zijn controlerende rol kan vervullen en voldoende zicht heeft op kostenstijgingen en effectiviteit van jeugdzorg. Het overstappen op een ander stelsel leidt namelijk voor de informatievoorziening zeer waarschijnlijk tot een breuk met het verleden. Daardoor wordt het voor het gemeentebestuur een uitdaging om te kunnen oordelen of het nieuwe stelsel goed werkt. Ook zijn er bepaalde verwachtingen bij het gemeentebestuur over de kwaliteit, toegankelijkheid en effectiviteit van het stelsel.19 Hiervoor is het belangrijk dat de gemeenteraad kan nagaan of het nieuwe stelsel aan deze verwachtingen voldoet. De bijlage begint met een toelichting op de stelselwijziging. Daarna volgt een toelichting op de aandachtspunten.
Toelichting stelwijziging 2024 ‘doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp’ In de periode waarin de rekenkamer dit opvolgingsonderzoek heeft uitgevoerd, werkte het college aan een stelselwijziging ‘doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp’ binnen de jeugdzorg per 2024. In het huidige stelsel kopen de H10 gemeenten gezamenlijk de tweedelijns jeugdhulp in.20 Voor de nuldelijns en eerstelijns jeugdhulp (sociale basis en preventie voor jeugdigen) subsidieert de gemeente Den Haag welzijnsaanbieders. De toegang (jeugdteams) organiseert de gemeente Den Haag zelf.21 De stelselwijziging houdt in dat de gemeente Den Haag per 2024 een deel van de jeugdzorg uit het H10 samenwerkingsverband haalt. Alleen de residentiele jeugdzorg en hoog-specialistische onderdelen van de specialistische GGZ voor jeugdigen worden dan nog op H10 niveau ingekocht. Ook een aantal onderdelen van de jeugdzorg die door de gemeente Den Haag zelf werden gesubsidieerd of georganiseerd, gaan mee in de stelselwijziging. De gemeente koopt vanaf 2024 de volgende jeugdzorg zelf in bij twee samenwerkingsverbanden: 1. Groot deel van de nuldelijns en eerstelijns jeugdhulp: preventie, basiszorg en toegang 2. Groot deel van de tweedelijns ambulante jeugdzorg22;
19
RIS315245 Collegebesluit Gunningsleidraad Doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp, College van Burgemeester en Wethouders, 26 april 2023. 20
RIS309389 Feitenrapport gezamenlijk rekenkameronderzoek Jeugdzorg H10, 8 juli 2021 (paragraaf 2.1, 1e alinea)
21
Presentatie Werkbespreking: Doorontwikkeling Jeugd vervolgstappen, 12 oktober 2023.
22
De aanbesteding hiervoor is inmiddels afgerond, zie RIS316068 Commissiebrief Definitieve gunning aanbesteding doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp, 4 juli 2023. RIS312349 Collegevoorstel inzake Doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp 1 juni 2022.
8
De gemeente beoogt met de stelselwijziging meer grip te krijgen op de jeugdzorg en de kosten die hiermee gemoeid zijn.23 De zorgproducten waar ten tijde van het rekenkamerrapport (2015-2019) de grootste kostenstijgingen (ongeveer 80% van totale kostenstijgingen) in hebben plaatsvonden in de afgelopen jaren zijn onderdeel van de stelselwijziging.24 Volgens de gemeente is een belangrijk onderdeel van de doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp dat het aantal aanbieders wordt teruggebracht. De gemeente hoopt dat hiermee de regeldruk wordt verminderd.25 De stelselwijziging is gebaseerd op meerdere uitgangspunten zoals het meer gezinsgericht en gebiedsgericht maken van de jeugdzorg. Er gaat gewerkt worden met gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden van een beperkt aantal gecontracteerde aanbieders. Deze samenwerkingsverbanden dragen straks samen zorg voor de toegang, preventie, basiszorg en een groot deel van de tweedelijns ambulante zorg voor jeugdigen in Den Haag. Ambulante tweedelijnsjeugdzorg beslaat 80% van de totale jeugdhulp.26 Daarbij verandert de financiering van productiebekostiging in populatiebekostiging (een vaststaand budget per gebied).27
Aandachtspunten bij implementatie besluit rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ binnen stelselwijziging doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp De stelselwijziging biedt kansen om de informatievoorziening aan de raad te verbeteren en de mogelijkheden voor de raad om te sturen te vergroten. In bijlage I en IV onderbouwen wij dat de opvolging van het eerdere door u genomen raadsbesluit tot nu toe op een aantal punten nog onvoldoende heeft plaatsgevonden. Daar waar er wel opvolging is gegeven, is dit met name zichtbaar in de regionale rapportages (de regiovisiemonitor). Een deel van de opvolging moet nog zichtbaar worden in rapportages (beslispunt 2 en 3). Met de beoogde stelselwijziging haalt de gemeente Den Haag zorg uit het regionale samenwerkingsverband, waardoor de informatie hierover mogelijk niet meer beschikbaar is voor de gemeente Den Haag. Wij kunnen op dit moment niet beoordelen in hoeverre het college de opvolging van het raadsbesluit borgt in het nieuwe stelsel. Hoewel het besluit van de raad naar aanleiding van het rekenkamerrapport ‘Zorgen voor de jeugd’ mogelijk niet op alle punten letterlijk is toe te passen voor de jeugdzorg die valt onder de stelselwijziging, is dat besluit wel degelijk relevant voor het nieuwe stelsel. In lijn met het besluit en de achterliggende conclusies van de rekenkamer hebben wij daarom de onderstaande
23
Interview ambtelijke organisatie.
24
Optelling van jeugdhulp ambulant (43,3%), Jeugd GGZ (20,1%) en Dagbehandeling (19,6%), RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Bestuurlijk rapport Zorgen voor de jeugd, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021, p.14. 25
RIS309877 Raadsvoorstel Voorstel van het college inzake Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp, Gemeenteraad, 7 september 2021.
26
RIS312349 Collegevoorstel Doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp, 1 juni 2022 p.6.
27
RIS309877 Raadsvoorstel Voorstel van het college inzake Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp, Gemeenteraad, 7 september 2021.
9
aandachtspunten geformuleerd. Hiermee wordt de verantwoording over jeugdzorg aan de raad in het nieuwe stelsel ons inziens beter geborgd.
A. De raad te informeren over het gebruik van jeugdzorgvoorzieningen en de hiermee gemoeide werkbelasting van zorgaanbieders Ook bij het vaste budget voor acht jaar 28 zoals dat nu in de plannen van de gemeente is voorzien, is het van belang dat de gemeenteraad zicht heeft op mogelijke kostenstijgingen binnen de jeugdzorg. Naar aanleiding van het rekenkamerrapport ‘Zorgen voor de jeugd’ heeft de raad het college opgedragen om in het kader van de kostenbeheersing van de jeugdzorg de informatiewaarde van de voortgangsrapportages te verhogen. Wij achten het verstandig dat het college jaarlijks rapporteert over het gebruik van jeugdzorgvoorzieningen en de hiermee gemoeide werkbelasting van zorgaanbieders, zoals duur en gebruik van verschillende soorten zorg. Acht jaar is een lange periode waarin veel kan veranderen. In de periode 2015-2019 zijn de kosten van jeugdzorg immers met 53% gestegen.29 Ook in het nieuwe stelsel blijft jeugdzorg een openeinderegeling. Daarom is het onzeker of de zorgaanbieders alle afspraken met de gemeente kunnen nakomen. Bij een te grote toename van de werkbelasting zullen zij waarschijnlijk alsnog bij de gemeenteraad aandringen op een hogere financiële vergoeding.
In de Gunningsleidraad Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag is ook opgenomen dat, in het geval van bijzondere omstandigheden, het budget kan worden aangepast.30 Dit aandachtspunt is gebaseerd op onderdeel 1. van het besluit van de raad om de informatiewaarde van de voortgangsrapportages te vergroten.
B. Bij informatie in de voortgangsrapportages aan de raad over het gebruik van jeugdzorg (waar mogelijk) te kiezen voor dezelfde indicatoren waardoor een vergelijking is te maken met andere gemeenten in de regio Haaglanden en met historische data Vergelijkbare indicatoren zijn een belangrijke voorwaarde voor de raad om zicht te blijven houden op het succes van de stelselwijziging en tijdig bij te kunnen sturen waar dit tegenvalt.31 Hiervoor
28
De gemeente stapt in het nieuwe stelsel af van de P x Q bekostigingssystematiek. Zij sluit voor een periode van acht jaar met een beperkte hoeveelheid jeugdzorgaanbieders contracten voor een vast budget, RIS312349 Collegevoorstel Doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp, 1 juni 2022. 29
RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Feitenrapport jeugdzorgonderzoek deel I en II, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021.
30
: RIS315245 Collegebesluit Gunningsleidraad doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp, College van Burgemeester en Wethouders, 26 april 2023. 31
Deze conclusie leidde tot verbetersuggestie 1c: Rapporteer over de jaren heen consistent op dezelfde wijze over kosten en het aantal jeugdigen.
10
geldt dat zowel vergelijkbaarheid met de regio Haaglanden als historische vergelijkbaarheid wenselijk is. Zo kunnen bepaalde ontwikkelingen beter geduid worden. Een vraag kan bijvoorbeeld zijn of een eventuele toename van jeugdigen die basis jeugdzorg ontvangen een Haagse ontwikkeling is die voortkomt uit de stelselwijziging of een regionale trend betreft. Ook historische vergelijkbaarheid kan de raad helpen om te zien of er bij bepaalde ontwikkelingen sprake is van een trendbreuk of een continuering van een eerder ingezette ontwikkeling. De rekenkamer ziet dat de gemeente een voorstel voor een basis set kernindicatoren in de Gunningsleidraad Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag heeft opgenomen voor de samenwerkingsverbanden. Hiermee is een basis gelegd om over deze indicatoren te rapporteren aan de raad. 32 Om de vergelijkbaarheid met de historische en regionale data te vergroten is het daarnaast raadzaam om vanaf 2024 de raad met absolute aantallen te informeren. 33 De gemeente geeft aan dat de kernindicatoren vanaf 2024 grotendeels in absolute aantallen zullen worden weergegeven.34 Dit aandachtspunt is gebaseerd op onderdeel 1. van het besluit van de raad om de informatiewaarde van de voortgangsrapportages te vergroten.
C. (Waar mogelijk) te zorgen dat voor nieuwe indicatoren in de voortgangsrapportages aan de raad met terugwerkende kracht historische data wordt gegenereerd Indien het technisch niet mogelijk is om alle huidige indicatoren te continueren of indien de stelselwijziging (met een andere aansturing) vraagt om andere indicatoren, is het voor de controlerende taak van de raad nuttig om voor deze nieuwe indicatoren met terugwerkende kracht ook historische data te genereren die verder teruggaat in de tijd. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door voor de producten die onderdeel uitmaken van de stelselwijziging ook te laten zien hoe deze zich in het verleden hebben ontwikkeld. De gemeente geeft aan dat zij een startfoto gaat maken van de basis set kernindicatoren. Hierin neemt ze, voor de historische vergelijkbaarheid, data op uit 2022 en 2023. De historische
32
De basisset kerindicatoren betreft: bereik en samenstelling ondersteuningsvormen (instroom, uitstroom, gemiddelde duur), tijdige beschikbaarheid van de ondersteuning, ervaringen van jeugdigen en ouders, ervaringen van professionals en andere partners, effectiviteit van de geboden ondersteuning (landelijke outcome-criteria). Bron: RIS315245 Collegebesluit Gunningsleidraad doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp, College van Burgemeester en Wethouders, 26 april 2023, presentatie Werkbespreking: Doorontwikkeling Jeugd vervolgstappen, 12 oktober 2023. 33
Deze conclusie leidde tot verbetersuggestie 1b: informeer de raad naast relatieve ontwikkelingen ook over absolute aantallen
34
Feitelijk wederhoorreactie.
11
vergelijkbaarheid is van toepassing op onder andere instroom, uitstroom, totaal aantal jeugdigen en leeftijdsspreiding.35 Dit aandachtspunt is gebaseerd op onderdeel 1. van het besluit van de raad om de informatiewaarde van de voortgangsrapportages te vergroten.
D. De raad te informeren over de relatie tussen verwijzer en het soort jeugdzorg Een grotere instroom van jeugdigen die jeugdzorg ontvangen is een belangrijke indicator voor kostenstijgingen. Uit het rekenkamerrapport ‘Zorgen voor de jeugd’ bleek dat tussen 2015-2019 een stijging van het aantal unieke jeugdigen voor een kostenstijging van 24% zorgde (van de 59% totale kostenstijgingen).36 Onderdeel 2 van het raadsbesluit betrof daarom een koppeling tussen verwijzer en declaratie. Mogelijk wordt er in het nieuwe stelsel niet meer gewerkt met declaraties vanwege de populatiebekostiging. Hiervoor in de plaats zou een koppeling tussen verwijzer en het soort jeugdzorg gemaakt kunnen worden. Zonder zicht op de relatie tussen verwijzer en soort jeugdzorg ontbreken er handvatten voor de gemeenteraad om grip te krijgen op kosten die voortkomen uit een grotere instroom. 37 Jeugdzorg is immers een openeinderegeling, waarbij de gemeente inwoners hulp moet blijven bieden zodra en zo lang dat nodig is. Verschillende verwijzers, zoals huisartsen, medisch specialisten, rechters en de jeugdbescherming kunnen rechtstreeks doorverwijzen naar jeugdhulp.38 Zij hebben een wettelijk verwijsrecht dat zij op basis van hun professionele oordeel en onafhankelijke deskundigheid kunnen inzetten. Daarnaast kunnen de jeugdteams (onderdeel van de stelselwijziging) ook zelf verwijzen naar jeugdzorg.
Het servicebureau en de gemeente hebben een koppeling gemaakt tussen verwijzer en declaratie. Vanaf 2023 betreft dit betrouwbare informatie waarover in de komende jaarrapportages gerapporteerd kan worden.39 Het is voor de rekenkamer onduidelijk in hoeverre deze koppeling ook zichtbaar wordt in de rapportages over het nieuwe jeugdzorg stelsel. Dit aandachtspunt is in de geest van onderdeel 2. van het besluit van de raad.
35
Feitelijk wederhoorreactie.
36
In totaal namen de kosten 57% toe in de periode 2015-2019. De belangrijkste oorzaak van de kostenstijgingen was een toename van de gemiddelde kosten per uur (41%). Hierna kwam het aantal unieke jeugdigen (24%). Het gemiddelde aantal uur zorg per jeugdige had een remmende werking op de kostenstijging (-9%), RIS309389 Raadsvoorstel Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ van 8 juli 2021, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021. 37
Deze conclusie leidde tot beslispunt 2: Draag het college op om mogelijk te maken dat het soort verwijzer eenvoudig en eendui dig gekoppeld kan worden aan de declaraties, zodat per zorgproduct uitsplitsingen naar het soort verwijzer gemaakt kunnen worden en de raad hier jaarlijks over geïnformeerd kan worden. 38
RIS303663 Commissiebrief Voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugdhulp Q2 2019, College van Burgemeester en Wethouders, 14 oktober 2019, p.1. 39
Feitelijk wederhoorreactie.
12
E. De raad te informeren over de resultaten van jeugdzorgtrajecten In het onderzoek concludeerde de rekenkamer dat, om als raad grip te krijgen op de kostenstijgingen, de raad ook zicht moet hebben op de resultaten van jeugdzorg. 40 Dit leidde tot onderdeel 3. van het raadsbesluit om het resultaat van trajecten te registreren. Tot nu toe wordt de raad hier niet voldoende over geïnformeerd. Er vinden op H10-niveau ontwikkelingen plaats om te rapporteren over resultaten, en na de stelselwijziging in Den Haag zullen de samenwerkingsverbanden tevens volgens de basis set kernindicatoren rapporteren over effectiviteit.41 De rekenkamer constateert dat de gecontracteerde zorgaanbieders binnen de H10 enkel op hoofdlijnen over de resultaten zullen rapporteren. Het nieuwe systeem dat hieraan ten grondslag ligt, moet namelijk leiden tot geaggregeerde informatie per gemeente, per aanbieder en per product, maar is niet herleidbaar is tot individuen. De gegevens over de resultaten worden niet op persoonsniveau gecombineerd met de gegevens in de databestanden van het servicebureau. Hierdoor kunnen het servicebureau en de gemeente zelf alleen op hoofdlijnen analyses naar de resultaten doen.
Het diepgaander in beeld brengen van de cliëntreis van verschillende jeugdigen om de effectiviteit en duurzaamheid van jeugdzorginterventies te onderzoeken, is niet mogelijk omdat data alleen op geaggregeerd niveau beschikbaar is. Zie bijlage VI, beslispunt 3. Dit aandachtspunt is gebaseerd op onderdeel 3. van het besluit van de raad.
40
Deze conclusie leidde tot beslispunt 3: Draag het college op om het resultaat van de trajecten te registreren, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of de problematiek waar het traject betrekking op had is opgelost en duidelijk wordt gemaakt of aanvullende jeugdzorgtrajecten nodig zijn of dat de jeugdzorg met succes kan worden beëindigd. 41
Kernindicatoren met betrekking tot effectiviteit zijn: klanttevredenheid, clientervaring, partnertevredenheid, partnerervaring en de landelijke outcome-criteria.
13
BIJLAGE III OVERZICHT RAPPORTAGES JEUGDZORG In deze bijlage beschrijven we (de ontwikkeling van) de typen rapportages die de raad ontvangt. We zien dat de Haagse raad in 2023 vrijwel dezelfde rapportages over jeugdzorg ontvangt als in 2019 (het laatste jaar dat is meegenomen in het rekenkamerrapport ‘Zorgen voor de jeugd’) op één nieuwe regionale rapportage na: de regiovisiemonitor. Hieronder geven we een korte beschrijving van de gemeentelijke en regionale rapportages.
Geen nieuwe gemeentelijke rapportages over jeugdzorg Het college heeft haar manier van rapporteren over de Haagse jeugdhulp sinds 2019 niet wezenlijk veranderd. De gemeenteraad ontving in 2023 dezelfde drie type rapportages over jeugdzorg als in 2019. Het college rapporteert: (1) Inhoudelijk over het aantal jeugdigen en aantal jeugdzorgtrajecten in de halfjaar- en jaar rapportages jeugd;42 (2) Over de financiën via de planning en control cyclus van de gemeente (programmarekening);43 (3) Over de voortgang van bezuinigingen in Wmo en jeugdzorg die in 2020 zijn ingezet in de voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugd44 Wij hebben bovengenoemde rapportages die zijn gepubliceerd tot juli 2023 betrokken in deze opvolgingsbrief.
Wel een nieuwe regionale rapportage over jeugdzorg Voor de regionaal ingekochte jeugdzorg ontvangt de raad sinds 2022 een nieuwe jaarlijkse rapportage: de regiovisiemonitor. De eerste regiovisiemonitor heeft betrekking op het jaar 2021 en is op 5 juli 2022 gedeeld met de raad (RIS312704). De regiovisiemonitor over het jaar 2022 is op 27 juni 2023 met de raad gedeeld (RIS315960). De regiovisiemonitor bevat informatie over het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdzorg en de kosten voor jeugdzorg op regionaal niveau. Daarnaast geeft de rapportage inzicht in de regionaal behaalde resultaten per ambitie zoals geformuleerd in de regiovisie.45 De raden van de H10 gemeenten zijn via bijeenkomsten geïnformeerd en geconsulteerd over de opzet en inhoud van de regiovisiemonitor.46
42
Halfjaarrapportages en jaarrapportages. Sinds 2022 wordt een aparte rapportage voor jeugd gemaakt in plaats van een gecombineerde Wmo en jeugd rapportage die hiervoor gebruikelijk was. De inhoud van deze rapportage is voor jeugd niet gewijzigd. 43 Programmarekening 44
In 2023 is besloot de rekeningencommissie om deze separate vorm van rapporteren stop te zetten. De Rekeningencommissie vraagt het college om een voorstel voor een nieuwe rapportagevorm voor te leggen. 45 Memo/intern document Opvolging aanbevelingen Rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’, 24 maart 2023. 46
RIS312704 Raadsinformatiebrief Regiovisiemonitor, evaluatie van de gemeenschappelijke regeling Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, landelijke ontwikkelingen en situatie rond JeugdzorgPlus, 5 juli 2022.
14
De regiovisiemonitor bevat geen uitsplitsing van data op gemeenteniveau. Op verzoek kan er in samenwerking met het servicebureau Haaglanden een gemeente-specifieke rapportage gemaakt worden. In het voorjaar van 2023 had nog geen van de H10 gemeenten hier een verzoek voor gedaan.47 Wij hebben de regiovisiemonitor betrokken in deze opvolgingsbrief.
47
Interview Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden.
15
BIJLAGE IV ONDERBOUWING OPVOLGING BESLISPUNTEN ‘ZORGEN VOOR DE JEUGD’ In deze bijlage beschrijven wij per beslispunt de onderbouwing waar het oordeel uit bijlage I op is gebaseerd. Wij geven eerst een toelichting over de achtergrond van het rekenkameronderzoek en raadsbesluit ‘Zorgen voor de jeugd’ uit 2021. Daarna geven we per beslispunt eerst een korte toelichting waar wij het beslispunt in 2021 op hebben gebaseerd, vervolgens geven wij de onderbouwing over de opvolging in rapportages op gemeentelijk niveau en daarna de opvolging in rapportages op regionaal niveau. 48
Achtergrond raadsbesluit ‘Zorgen voor de jeugd’ Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdzorg. Sinds 2015 koopt Den Haag samen met de overige H10-gemeenten de gespecialiseerde jeugdzorg gezamenlijk in. De nuldelijns en eerstelijns jeugdzorg worden door de gemeente zelf gesubsidieerd en georganiseerd. De H10-gemeenten kampten (net als elders in het land) sinds 2015 met grote stijgende kosten van de jeugdzorg. Hierdoor moest de gemeente Den Haag steeds meer geld beschikbaar stellen. Naar aanleiding van deze grote kostenstijgingen heeft de rekenkamer in 2021 het onderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ gepubliceerd.49 De rekenkamer onderzocht de kostenstijgingen in de jeugdzorg en de wijze waarop de raad hierover geïnformeerd werd. Wij concludeerden dat de raad beperkt in staat was om zijn controlerende rol adequaat te vervullen. De raad had onder andere te weinig zicht op hoe de kosten zich ontwikkelden en wat het resultaat van bekostigde jeugdzorgtrajecten was. Naar aanleiding van het rekenkamerrapport heeft de raad het raadsbesluit ‘Zorgen voor de jeugd’ aangenomen. In het raadsbesluit waren drie beslispunten opgenomen.
Het college werd opgedragen om (1) de informatiewaarde van de voortgangsrapportages aan de raad te verhogen, (2) het mogelijk te maken dat het soort verwijzer eenvoudig en eenduidig gekoppeld kon worden aan declaraties en (3) het resultaat van de trajecten te registreren.50 Wij geven hieronder de beslispunten weer en geven een toelichting waar wij deze beslispunten op hebben gebaseerd.
Beslispunt 1: Verhoog de informatiewaarde van rapportages Draag het college op om de informatiewaarde van de voortgangsrapportages aan de raad te verhogen, zodat meer inzicht ontstaat waar mogelijke aangrijpingspunten zitten om de kosten
48
Zie bijlage III voor een toelichting op de beoordeelde rapportages.
49
RIS309389 Raadsvoorstel Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ van 8 juli 2021, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021. 50 RIS309389 Raadsvoorstel Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ van 8 juli 2021, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021.
16
voor de jeugdzorg te beheersen. De rekenkamer doet hierbij de volgende verbetersuggesties voor de inhoud van de rapportages: a) Geef meer inzicht in de (meerjarige) kostenontwikkeling van jeugdzorg, gespecificeerd naar het soort zorg b) Informeer de raad naast relatieve ontwikkelingen ook over de absolute aantallen jeugdigen in jeugdzorg c) Rapporteer over de jaren heen consistent op dezelfde wijze over kosten en het aantal jeugdigen d) Rapporteer jaarlijks over de grootste/opvallendste ontwikkelingen in de omvang en kosten van de jeugdzorg e) Rapporteer jaarlijks over de ‘top 10’ van stijgende zorgproducten, waarbij ook inzicht wordt gegeven in de ontwikkeling van het aantal unieke jongeren, de gemiddelde zorgduur, de gemiddelde kosten per uur die hiermee gemoeid zijn, en het soort verwijzers die naar deze producten verwijst. De rekenkamer heeft bij dit beslispunt verschillende verbetersuggesties gedaan. Verbetersuggestie a t/m c zijn afgeleid uit de bevindingen uit het onderzoek.51 Verbetersuggestie d en e zijn aanvullende/optionele suggesties afgeleid uit de data-analyses van de rekenkamer om meer grip te krijgen op de kostenstijgingen in de jeugdzorg. Hieronder lichten wij de verbetersuggesties toe.
1a. Geef meer inzicht in de (meerjarige) kostenontwikkeling, gespecificeerd naar het soort zorg Achtergrond beslispunt In het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ constateerde de rekenkamer dat over de ontwikkeling van de kosten enkel op hoofdlijnen werd gerapporteerd. Er werden geen specificaties van de soorten zorg gegeven.52 Hierdoor ontbraken handvatten om grip te krijgen op de kosten.53
51
RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Bestuurlijk rapport Zorgen voor de jeugd, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021.
52
In het rekenkameronderzoek (RIS309389) onderscheidde het normenkader de volgende soorten zorg en hulpvormen: soort specialistische zorg (crisisinterventieteam (CIT), Gecertificeerde instellingen (GI), Ambulant, Residentieel, Topspecialistisch), en soort hulpvorm (jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ, Jeugd-LVB, Jeugd Gedwongen kader, Wijkteam). 53
RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Bestuurlijk rapport Zorgen voor de jeugd, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021, p.21-22.
17
Onderbouwing opvolging beslispunt Wij hebben in rapportages op gemeentelijk niveau gekeken naar de programmarekening en de voortgangsrapportages kostenbeheersing uit 2022. De programmarekening geeft inzicht in de kosten van jeugdzorg in het afgelopen jaar, waarbij voor 2022 net als in 2019 onderscheid wordt gemaakt in drie onderdelen van jeugdzorg.54 Dit sluit niet aan bij het punt uit het raadsbesluit om te specificeren naar het soort zorg. In de voortgangsrapportage kostenbeheersing rapporteert het college grotendeels over de kostenontwikkelingen van jeugdzorg op specifieke verbeterlijnen. Hierdoor is het moeilijk beeld te vormen over de jeugdzorg in het geheel. In sommige van de voortgangsrapportages staat wel algemene informatie over het aantal jongeren dat gebruik maakt van voorzieningen, het aantal voorzieningen en gemiddelde kosten per jeugdige.55 Maar ook hier ontbreekt een specificatie naar de soorten zorg. Zie figuur 1 als voorbeeld.
Figuur 1
Figuur uit Tweede voortgangsrapportage Wmo en Jeugd 2022
In rapportages op regionaal niveau wordt de gemeenteraad in de regiovisiemonitor geïnformeerd over de meerjarige (2019 tot en met 2022) kostenontwikkeling per cliënt, maar dit is niet gespecificeerd naar het soort zorg.56 Daarbij zijn deze ontwikkelingen op regionaal niveau beschreven, waardoor niet duidelijk is of genoemde kostenontwikkelingen ook voor Den Haag van toepassing zijn.
54
De programmarekening 2019 en 2022 geven de lasten en baten weer op de volgende drie groepen jeugdzorg: jeugdgezondheidszorg e n jeugdteams, maatwerkdienstverlening en geëscaleerde zorg 18- en kinderbescherming en huiselijk geweld. 55
RIS314510 Commissiebrief Tweede voortgangsrapportage kostenbeheersing Wmo en Jeugd 2022, College van Burgemeester en Wethouders, 7 februari 2023. 56
RIS315960 Commissiebrief Bijlage, Regiovisiemonitor 2022, College van Burgemeester en Wethouders, 27 juni 2023, p.8.
18
1b. Informeer de raad naast relatieve ontwikkelingen ook over absolute aantallen jeugdigen in jeugdzorg Achtergrond beslispunt In het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ constateerde de rekenkamer dat de gemeenteraad in veel gevallen wordt geïnformeerd over het aantal jeugdigen in jeugdzorg in percentages, en niet over absolute aantallen. Hierdoor is het moeilijk om cijfers over de jaren heen te vergelijken en zicht te krijgen op de ontwikkeling door de tijd. 57 Deze bevinding lag ten grondslag aan de hoofdconclusie: de raad is beperkt in staat om zijn controlerende rol adequaat te vervullen. De rekenkamer gaf als verbetersuggestie om naast relatieve ontwikkelingen ook over absolute aantallen te rapporteren. Onderbouwing opvolging beslispunt In 2022 wordt in rapportages op gemeentelijk niveau niet méér of minder in absolute aantallen gerapporteerd dan in 2019. Dit blijkt uit een vergelijking van de jaarrapportages jeugd 2019 en 202258. Wij hebben gekeken naar figuren die betrekking hebben op jeugdigen en kosten van jeugdzorg.59 In 2019 zijn dit 13 figuren en in 2022 zijn dit 15 figuren. De figuren die in beide jaren zijn gepubliceerd hebben vrijwel allemaal dezelfde relatieve en/of absolute waarden.
Eén figuur wordt juist in 2022 met percentages aangegeven, terwijl dit in 2019 nog met absolute getallen was (zie figuur 2)60 Van de twee nieuwe figuren in 2022 is één figuur met absolute aantallen.
57
RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Bestuurlijk rapport Zorgen voor de jeugd, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021, p.21.
58
De rekenkamer heef de jaarrapportages 2019 en 2022 vergeleken, omdat deze rapportages de meest uitgebreide informatie over de aantallen jeugdigen bevatten. 59
Onder andere het aantal jeugdigen, soorten jeugdzorgtrajecten, doorlooptijden, verwijzers, pgb .
60
Jaarrapportage jeugd 2019 en 2022.
19
Figuur 2
Figuren uit jaarrapportage 2019 en 2022
In rapportages op regionaal niveau wordt in de regiovisiemonitor 2022 voor het merendeel in absolute aantallen gerapporteerd. In de meeste gevallen worden de aantallen/ontwikkelingen over vier jaren weergegeven. Dit maakt de ontwikkeling in de aantallen wél in een oogopslag inzichtelijk. Deze cijfers zijn echter op regionaal niveau, waardoor niet duidelijk is of deze ook voor de gemeente Den Haag van toepassing zijn. Onderstaand figuur 3 uit de regiovisiemonitor 2022 laat bijvoorbeeld het aantal jeugdigen in de regio dat jeugdzorg ontvangt per jaar zien plus de gemiddelde uitgaven per jeugdige.
Figuur 3
Figuur uit de regiovisiemonitor 2022
1c. Rapporteer over de jaren heen consistent op dezelfde wijze over kosten en het aantal jeugdigen Achtergrond beslispunt In het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ constateerde de rekenkamer dat een aantal van de jeugdzorgrapportages aan de raad niet consistent was. Het ging om de inhoudelijke rapportages (halfjaar- en jaarrapportages Jeugd & Wmo). Door de jaren heen werden verschillende definities gebruikt zonder toelichting. Ook wisselde de opbouw en vormgeving sterk.
20
De rekenkamer concludeerde dat het door de inconsistente wijze van rapporteren in de (half)jaar rapportages Jeugd en Wmo lastig is voor de raad om inzicht te krijgen en controle te houden op de ontwikkelingen in de kosten en het aantal jeugdigen.61 Onderbouwing opvolging beslispunt Wij hebben in rapportages op gemeentelijk niveau de jaarrapportages Jeugd en de programmarekeningen van 2019 en 2022 vergeleken. Over de financiële informatie wordt nog steeds volgens het format van de P&C-cyclus consistent op dezelfde wijze gerapporteerd. In de inhoudelijke jaarrapportage zien wij dat in 2022 op grote lijnen met dezelfde indicatoren wordt gerapporteerd over het aantal jeugdigen. Ook is de opbouw en de vormgeving van de jaarrapportage in 2022 hetzelfde als in 2019. Tot 2022 werd in de (half)jaarrapportages over zowel Jeugd als Wmo gerapporteerd, met ingang van 2022 is dit gescheiden. Dit heeft geen inhoudelijke gevolgen gehad voor de indicatoren van het onderdeel Jeugd. In rapportages op regionaal niveau zien wij dat de regiovisiemonitor over 2021 en 2022 dezelfde indicatoren, opbouw en vormgeving kent daar waar het gaat om informatie over het aantal jeugdigen en de kosten van jeugdzorg.
1d. Rapporteer jaarlijks over de grootste/opvallendste ontwikkelingen in de omvang en kosten van jeugdzorg Achtergrond beslispunt In het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ constateerde de rekenkamer dat de raad geen aangrijpingspunten had om verder te onderzoeken of kostenstijgingen beter te beheersen zijn. De rekenkamer baseerde dit op verschillende bevindingen die hieronder zijn opgesomd: 1. Er werden in de voortgangsrapportages nauwelijks analyses gegeven waar de grootste kostenstijgingen plaatsvinden; 2. De informatie van het college had voornamelijk betrekking op het betreffende boekjaar, waardoor het nauwelijks mogelijk is om zicht te krijgen op de meerjarige ontwikkelingen; 3. De raad ontving cijfers die moeilijk vergelijkbaar zijn; De rekenkamer deed de verbetersuggestie dat het college in het vervolg jaarlijks rapporteert over de grootste/opvallendste ontwikkelingen in zowel omvang als kosten. Onderbouwing opvolging beslispunt Wij hebben in rapportages op gemeentelijk niveau de jaarrapportages Jeugd en de programmarekeningen van 2019 en 2022 vergeleken en bekeken of het college op enige manier meer inzicht geeft in waar de grootste kostenstijgingen vandaan komen. De voortgangsrapportages
61
RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Bestuurlijk rapport Zorgen voor de jeugd, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021, p.23.
21
kostenbeheersing bieden geen inzicht in de grootste/opvallendste ontwikkelingen. Dit komt omdat deze rapportages alleen rapporteren over kostenbesparingen binnen bepaalde verbeterlijnen. Hierdoor is er geen beeld te vormen over de jeugdzorg in het geheel. Ook ontbreekt in deze rapportages een specificatie naar de soorten zorg. Daarbij rapporteert de gemeente nog steeds separaat over de kosten62 en omvang63 van jeugdzorg. Dit bemoeilijkt de duiding van ontwikkelingen voor de raad. Niet alle veranderingen in omvang leiden namelijk tot grote veranderingen in de kosten. Andersom kan een grote kostenverandering ook voortkomen uit een verandering van een klein aantal jongeren. Binnen de H10-gemeenten is namelijk circa 20% van de jongeren goed voor ongeveer 75% van de uitgaven. 64 Net als ten tijde van het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ geeft de programmarekening geeft nog steeds het beste overzicht van ontwikkelingen in kosten voor de jeugdzorg op het gemeentelijk niveau . Deze bevat echter geen meerjarige ontwikkelingen. Daarnaast is het door het algemene karakter van de programmarekening alleen mogelijk om op hoofdlijnen te achterhalen wat de belangrijkste oorzaken van de kostenstijgingen zijn. Het college geeft zeer beperkt inzicht in de grootste en/of opvallendste ontwikkelingen in omvang van jeugdzorg.
In de jaarrapportage jeugd 2022 staat een figuur met gebruik van trajecten per hulpvorm (zie figuur 4). In vergelijking met 2019 (zie figuur 4) wordt in 2022 onderscheid gemaakt tussen meer verschillende hulpvormen (11 versus 7). Daar staat tegenover dat er nu percentages in plaats van absolute aantallen zijn gebruikt. Het enkel werken met percentages is volgens ons onwenselijk. Omdat het de vergelijkbaarheid over jaren heen bemoeilijkt. Voor beide tabellen geldt dat het college zeer beperkt toelichting en verklaringen voor veranderingen geeft.
62 In de begrotingscyclus en via de voortgangsrapportages kostenbeheersing.
63
In de half- en jaarrapportages jeugd.
64 RIS315960 Commissiebrief Bijlage, Regiovisiemonitor 2022, College van Burgemeester en Wethouders, 27 juni 2023, p.11.
22
Figuur 4
Figuren uit jaarrapportages jeugd uit 2019 (links) en 2022 (rechts)
In rapportages op regionaal niveau geeft de regiovisiemonitor een vergelijkbaar overzicht van aantal unieke klanten per type jeugdhulp (zie figuur 5) zoals opgenomen in de gemeentelijke rapportages (zie figuur 4). Opvallend is dat hier wel gebruik wordt gemaakt van absolute aantallen. Daarbij wordt er in de begeleidende tekst65 dieper ingegaan op de twee grootste stijgers van type jeugdhulp. Er worden mogelijke verklaringen gegeven en aangrijpingspunten voor verder onderzoek/ingrijpen benoemd. Echter, het betreft hier alleen regionale ontwikkelingen waardoor het onduidelijk is of deze ontwikkelingen ook gelden voor de Haagse situatie.
Figuur 5
Figuur uit de regiovisiemonitor 2022
1e. Rapporteer over de ‘top 10’ stijgende zorgproducten 66 Achtergrond beslispunt In het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ constateerde de rekenkamer dat in Den Haag de via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden ingekochte jeugdzorg het meest bijdraagt aan de stijging van de kosten voor de jeugdzorg. Tien zorgproducten waren hierbij voor 66% verantwoordelijk voor de totale kostenstijging van de ingekochte jeugdzorg.67 De rekenkamer gaf voor verschillende producten een verklaring van de kostenstijging, waaronder de toename van het aantal unieke jongeren, toename van de gemiddelde zorgduur en toename van de kosten per uur.
65
RIS315960 Commissiebrief Bijlage, Regiovisiemonitor 2022, College van Burgemeester en Wethouders, 27 juni 2023, p.9.
66
Volledige tekst beslispunt 1e: Rapporteer jaarlijks over de ‘top 10’ van stijgende zorgproducten, waarbij ook inzicht wordt gegeven in de ontwikkeling van het aantal unieke jongeren, de gemiddelde zorgduur, de gemiddelde kosten per uur die hiermee gemoeid zijn, en het soort verwijzers die naar deze producten verwijst. 67
RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Bestuurlijk rapport Zorgen voor de jeugd, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021, p.11.
23
Hierbij week het beeld over Den Haag af van het algemene beeld voor de gehele H10.68 Daarnaast constateerde de rekenkamer dat in de gemeente Den Haag het aantal jeugdzorgtrajecten zonder verwijzer of met onbekende verwijzer opvallend groot is.69 Om de raad meer inzicht te geven in mogelijke aangrijpingspunten om de kosten voor jeugdzorg te beheersen, staat in het door u genomen raadsbesluit de verbetersuggestie om jaarlijks aan de raad te rapporteren over de ‘top 10’ van stijgende zorgproducten. Onderbouwing opvolging beslispunt In de gemeentelijke rapportages wordt niet gerapporteerd over een ‘top 10’ van stijgende zorgproducten. Daarnaast wordt er verspreid over verschillende figuren en over verschillende rapportages inzicht gegeven in de ontwikkeling van de verschillende indicatoren. De regiovisiemonitor geeft wel inzicht in de ontwikkeling van het aantal unieke jeugdigen per type jeugdhulp. In een figuur wordt bijvoorbeeld de unieke klanten over de elf soorten jeugdzorg weergegeven over meerdere jaren (zie figuur 5). Tekstueel worden de twee soorten jeugdhulp met de grootste toename van cliënten toegelicht waarbij ook wordt ingegaan op de kosten. Hierbij wordt geen directe koppeling gemaakt met de gemiddelde zorgduur en gemiddelde kosten per uur. Deze toelichting is op regionaal niveau.70
Beslispunt 2: Maak mogelijk dat het soort verwijzer gekoppeld kan worden aan de declaratie Het mogelijk te maken dat het soort verwijzer eenvoudig en eenduidig gekoppeld kan worden aan de declaraties, zodat per zorgproduct uitsplitsingen naar het soort verwijzer gemaakt kunnen worden en de raad hier jaarlijks over geïnformeerd kan worden. Achtergrond beslispunt In het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ constateerde de rekenkamer, dat de raad niet geïnformeerd werd over de relatie tussen de feitelijke kosten en het soort verwijzer naar jeugdzorg. Daardoor kon de gemeenteraad zich geen beeld vormen van de relatie tussen de kosten van jeugdzorg en het soort verwijzer. Hierdoor was onbekend welk effect het toenemende aantal verwijzingen vanuit de gemeentelijke toegang had op de jeugdzorgkosten en ontbrak het aan handvatten om meer grip te krijgen op de kosten.71
68
RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Bestuurlijk rapport Zorgen voor de jeugd, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021, p. 15-16.
69
RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Bestuurlijk rapport Zorgen voor de jeugd, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021, p.20.
70
RIS315960 Commissiebrief Bijlage, Regiovisiemonitor 2022, College van Burgemeester en Wethouders, 27 juni 2023.
71
RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Bestuurlijk rapport Zorgen voor de jeugd, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021, p.22.
24
Onderbouwing opvolging beslispunt Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden heeft de koppeling tussen verwijzer en declaratie op 1 april 2022 gerealiseerd.72 Ook de gemeente heeft de koppeling gerealiseerd, waardoor de data rondom verwijzers beter ontsloten kan worden en hierover gerapporteerd kan worden.73 In de rapportages van 2023 zal voor het eerst gerapporteerd kunnen worden over de link tussen verwijzers en kosten van jeugdzorg.
Beslispunt 3: Registreer het resultaat van trajecten Het resultaat van de trajecten te registreren, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt of de problematiek waar het traject betrekking op had is opgelost en duidelijk wordt gemaakt of aanvullende jeugdzorgtrajecten nodig zijn of dat de jeugdzorg met succes kan worden beëindigd. Achtergrond beslispunt In het rekenkameronderzoek ‘Zorgen voor de jeugd’ constateerde de rekenkamer dat de informatie over de resultaten van jeugdzorg tekort schoot. Zo werd er in enkele inhoudelijke rapportages gerapporteerd over de effectiviteit van trajecten in termen van ‘positief’ of ‘met succes’ afgesloten trajecten. De rekenkamer concludeerde echter dat de registratie van een ‘positief resultaat’ betekende dat het traject conform afspraak was doorlopen, en dit niet hoefde te betekenen dat na het afronden van het traject de jeugdzorg kon worden beëindigd.74 Daarom staat in het beslispunt van het raadsbesluit om in de registratie óók duidelijk te maken of aanvullende jeugdzorgtrajecten nodig zijn of dat de jeugdzorg met succes kan worden beëindigd. In reactie op dit beslispunt is de motie ‘Geen extra bureaucratie jeugdzorgverleners’ aangenomen.
Hierin wordt het college onder andere verzocht om in gesprek te gaan met jeugdzorgaanbieders over de haalbaarheid en invulling van dit beslispunt, met als uitgangspunt zo min mogelijk extra administratief werk te creëren. En daarnaast de raad te informeren over de uitkomsten.75 Onderbouwing opvolging beslispunt Wij hebben de jaarrapportages jeugd van 2019 en 2022 vergeleken en geconstateerd dat in beide rapportages dezelfde figuren met betrekking tot effectiviteit van trajecten zijn opgenomen. In 2022 worden ook de cijfers over voorgaande jaar gerapporteerd. In 2023 heeft er op H10-niveau een aanbesteding gelopen om de outcome (resultaat) van jeugdzorgtrajecten te meten (zie kader hieronder voor een toelichting). Het nieuwe systeem dat hieraan ten grondslag ligt, moet leiden tot geaggregeerde informatie per gemeente, per aanbieder
72
Interview en e-mail Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden.
73
Feitelijk wederhoorreactie.
74
RIS309389 Raadsvoorstel Bijlage, Bestuurlijk rapport Zorgen voor de jeugd, Rekenkamer Den Haag, 8 juli 2021, p.22.
75
RIS310753 Motie Geen extra bureaucratie jeugdzorgverleners, Gemeenteraad, 25 november 2021.
25
en per product voor zover het niet herleidbaar is tot individuen. Met deze data bestaat de mogelijkheid om gemeenten en aanbieders met elkaar te vergelijken. Deze cijfers kunnen ook naar lokaal niveau worden vertaald en hebben daarmee toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige rapportages.76 De gegevens over de outcome worden niet op persoonsniveau gecombineerd met de gegevens in de databestanden van het servicebureau. Hierdoor kunnen het servicebureau en de gemeente zelf alleen op hoofdlijnen analyses naar de outcome doen. Als de gegevens wel op persoonsniveau gecombineerd zouden worden hadden het servicebureau of de gemeente bijvoorbeeld analyses naar de betrouwbaarheid en duurzaamheid van de behaalde outcomeresultaten kunnen doen. Ook zou bijvoorbeeld dieper onderzoek gedaan kunnen worden naar de effectiviteit van jeugdzorg interventies, door de hele clientreis van verschillende jeugdigen in kaart te brengen.77 Het college heeft de raad in de afdoening van de motie geïnformeerd over de stand van zaken van de haalbaarheid en invulling van dit beslispunt van het raadsbesluit. Dit is overwegend op regionaal niveau opgevolgd. Onderstaand kader geeft hierover een korte toelichting. In 2021 is er een regionale ontwikkeltafel met gemeenten en zorgaanbieders in H10-verband gestart. Er is gesproken over het thema ‘Leren meten’. Resultaatmeten was hier een centraal onderdeel van.
Vanuit deze ontwikkeltafel is de pilot ‘outcome meten’ ontwikkeld om in eerste instantie bij vijf zorgaanbieders de outcome-criteria van jeugdzorg te verzamelen.78 Dit omvat het meten van (landelijk geharmoniseerde) outcome-criteria en tevredenheidsonderzoeken onder cliënten. Deze pilot heeft in 2022 met succes plaatsgevonden en laat zien dat het meten van outcome mogelijk is. Dit heeft geleid tot een aanbesteding om via een derde partij de data te kunnen ontsluiten. Er komt een systeem waar de outcome ingeladen kan worden, dat vervolgens wordt samengesteld tot geaggregeerde informatie per gemeente, per aanbieder en per product voor zover het niet herleidbaar is tot een individu. De ambtelijke organisatie geeft aan dat dit traject tijd vraagt voordat er voldoende kwalitatieve data beschikbaar is om over aan de raad te rapporteren. 79