CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317300 Beantwoording SV Aanvullende vragen Voedselbanken

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Versterk de rol van voedselbanken in Den Haag (RIS316634)2.783 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

13 februari 2024

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Faïd, luidend: ‘Aanvullende vragen Voedselbanken’

SZW/10677391 RIS317300

Het raadslid mevrouw Faïd heeft op 5 december 2023 een brief met daarin eenentwintig vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.

Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat mensen die in armoede leven een gelijkwaardige positie innemen in de Haagse samenleving, waarbij zij zelf over hun leven en keuzes gaan? Zo nee, waarom niet?

Ja, het college is het daarmee eens. 2.

Kan het college een uitgebreide reflectie geven op de positie van arme mensen in onze stad en op welke manier we kunnen zorgen dat arme mensen zich gelijkwaardig voelen aan hen die meer geld hebben? Zo nee, waarom niet?

Deze reflectie staat beschreven in de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen 2022-2023 (RIS315197): “Het college zet zich in om de bestaanszekerheid en de kansengelijkheid te bevorderen. Iedereen heeft recht op een voorspelbaar en voldoende inkomen. En als daarvoor korte of langere tijd ondersteuning bij nodig is, dan kunnen mensen bij de gemeente terecht. Met voorzieningen die bijdragen aan perspectief. Waar nodig op maat, maar altijd bereikbaar en begrijpelijk. Dat doen we in verbinding en samenwerking met professionals en vrijwilligers. Binnen én buiten het stadhuis. Samen met de stad maken we het verschil.” Dit doen wij door onze aanpak te bouwen op de vijf pijlers: 1. 2. 3. 4. 5. 3.

Bestaanszekerheid bieden Oog voor individuele behoeften en mogelijkheden (maatwerk) Bijdragen aan perspectief van Haagse inwoners Geldzorgen en geldproblemen pak je samen aan Communicatie en dienstverlening is simpel en toegankelijk

Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat, wanneer men arm is, men niet afhankelijk moet zijn van 'liefdadigheid' van buurt- en religieuze initiatieven, maar dat de gemeente primair verantwoordelijk is voor het waarborgen dat mensen en kinderen in de stad voldoende voedsel kunnen verkrijgen? Zo nee, waarom niet?

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10677391

Alle inwoners hebben recht op een toereikend bestaansminimum. De gemeente draagt een verantwoordelijkheid in de bestrijding van armoede en schuldenproblematiek en er voor inwoners te zijn als het niet op eigen kracht lukt. De gemeente is op het gebied van inkomensbeleid en bestaanszekerheid echter niet alleen afhankelijk van rijksmiddelen en -beleid, maar ook van samenwerking in de stad. Dit is daarom ook de vierde pijler van de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen (RIS315197), waarin wordt beschreven dat de bestrijding van armoede niet alleen een taak is van gemeente, maar dat heel de stad daarvoor nodig is. Het college vindt het mooi dat alle inwoners betrokken zijn en een deel van de initiatieven vanuit de stad middels subsidies gefaciliteerd kunnen worden, waaronder Voedselbank Haaglanden. 4.

Kan het college een uitgebreide toelichting geven over haar visie op het voorstel van de landelijke voedselbank om over te stappen naar een supermarktconcept? Op welke manieren draagt het college bij aan de totstandkoming en doorontwikkeling van een dergelijk concept?

In hoofdstuk 5.1 van de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen (RIS315197) staat deze toelichting beschreven. Het college ondersteunt de ambitie om over te stappen op supermarktwinkels, omdat deze minder stigmatiserend is, meer keuzemogelijkheden biedt en de ruimere openingstijden voedselverspilling tegengaan, doordat verse producten sneller gedistribueerd kunnen worden. Het college faciliteert om deze reden de transitie middels een subsidie. Het college blijft de transitie van uitgiftepunten naar het supermarktconcept nauwlettend volgen, zowel in het kader van de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen als de subsidierelatie. Indien er nieuwe ontwikkelingen zijn, zullen deze worden opgenomen in de nieuwe Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen. 5.

Kan het college aangeven of het klopt dat er naast de huidige voedselbank tal van particuliere en maatschappelijke voedselinitiatieven actief zijn? Zo ja, kan de gemeente een overzicht geven van deze initiatieven, uitgesplitst per wijk, op welke gronden zij subsidie krijgen en hoeveel subsidie elk initiatief ontvangt? Kan het college daarbij aangeven op welke manier het uitdelen van voedselpakketten een rol speelt bij de toekenning van subsidie? Zo nee, waarom niet.

In de nieuwe subsidieregeling minimabeleid zijn drie categorieën opgenomen, waarvan voor Voedselen Noodhulp. In deze categorie hebben de volgende initiatieven subsidie ontvangen in 2023: Subsidiepartner

Subsidiebedrag

Bereik

Werkgebied

Voedselbank Haaglanden

€ 178.000

Vers & Vrij

€ 59.203

Den Haag (Rijswijk, Zoetermeer) Heel Den Haag

Stichting Harlin

€ 50.150

Rode Kruis

€ 8.925

Broodexpres

€ 13.588

1.400-1.600 unieke huishoudens per jaar 38.000 unieke personen per jaar 100-150 unieke huishoudens per jaar 5.000 unieke personen per jaar 300 unieke huishoudens per jaar

Heel Den Haag Heel Den Haag Heel Den Haag (standplaats Escamp)

Er zijn tal van voedselinitiatieven in de stad waar de gemeente geen rol in heeft. Denk aan mensen die voor elkaar koken, of initiatieven die door donaties of fondsen worden gefinancierd. Een totaaloverzicht is daardoor niet beschikbaar. Wel verstrekt het college via de subsidieregeling minimabeleid subsidies op het gebied van voedsel- en noodhulp. In deze categorie hebben in 2023 de volgende initiatieven subsidie ontvangen met betrekking tot voedsel:

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10677391

De subsidies worden niet altijd volledig verstrekt op grond van het specifiek verstrekken van voedsel(pakketten), maar ook voor de bijdrage die wordt geleverd aan het tegengaan van voedselarmoede en wordt op basis van eigen merites beoordeeld. Alle subsidies zijn te raadplegen in het openbare subsidieregister. 6.

Kan het college per initiatief aangeven hoeveel mensen gebruikmaken van deze initiatieven? Zo nee, waarom niet?

Zie vraag 5. 7.

Kan het college aangeven of de mensen die gebruik maken van 1 van deze of meerdere initiatieven unieke ontvangers zijn of is er sprake van overlap, waarbij mensen bij meerdere organisaties een voedselpakket kunnen krijgen? Zo nee, waarom niet.

De gemeente heeft geen zicht op de persoonlijke gegevens van afnemers van voedselpakketten en er is ook geen zicht op eventuele overlap tussen verschillende initiatieven. Het bijhouden van persoonlijke gegevens is ook geen vereiste voor de verstrekking van subsidies en is vanuit het oogpunt van privacy en stigmatisering ook niet wenselijk. In de gesprekken die met de subsidiepartners worden gevoerd is dit wel onderwerp van gesprek. In het verleden is vanuit de gemeente een gezamenlijk overleg geïnitieerd om dit vraagstuk te bespreken. Tussen subsidiepartners zijn toen onderling, buiten de gemeente om, afspraken gemaakt. 8.

Kan het college aangeven op welke manier mensen zich kunnen aanmelden bij deze initiatieven? Zijn er criteria voor toelating tot een voedselpakket anders dan inkomen? Zo ja, welke criteria zijn er en wie bepaalt deze? Zo nee, waarom niet?

Alle subsidiepartners zijn onafhankelijke organisaties die hun eigen criteria en aanmeldprocedure formuleren en hanteren. Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen worden er gesprekken gevoerd en wordt in de beoordeling ook meegewogen of er voldoende is nagedacht over de toelatingscriteria, maar het verschilt per organisatie. We vragen er dus naar en laten meewegen of er voldoende is nagedacht over de wijze van aanmelding en toelating, maar mengen ons inhoudelijk niet in de criteria die zij vaststellen. 9.

Op welke manier heeft het college zicht op deze criteria en hoe zorgt het college ervoor dat arme mensen die op zoek zijn naar voedsel voor henzelf en hun kinderen niet verder in een afhankelijkheidsrelatie met organisaties worden geduwd?

Zie antwoord bij vraag 8. De criteria komen aan bod bij de subsidieaanvragen en worden meegewogen in de beoordeling op grond van haalbaarheid, redelijkheid in inclusiviteit. Uit de gesprekken die in dat kader worden gevoerd, zijn er geen signalen dat mensen primair afhankelijk zijn van voedselhulp. Het komt ook weinig voor dat mensen er langdurig gebruik van maken. Uit gesprekken met de organisaties blijkt steeds weer dat in veruit de meeste gevallen het gaat om een tijdelijk beroep op voedselhulp en de afhankelijkheid relatief is. 10. Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat armoede in Nederland primair gaat over bestaanszekerheid, oftewel het niet voldoende geld hebben, in plaats van het niet goed kunnen omgaan met geld? Zo nee, waarom niet? Ja het college is het daarmee eens. Het college is het daarmee eens. Dit is tevens de eerste pijler van de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen(RIS315197) en wordt beschreven in hoofdstuk 2.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10677391

11.

Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat als je arm bent, bijvoorbeeld als werkende arme, je niet verplicht moet zijn of je verplicht moet voelen om deel te nemen aan verschillende 'ontmoetingen' en koffieochtenden wanneer je een voedselpakket ophaalt? Zo nee, waarom niet? Graag een uitgebreid antwoord.

Sommige subsidiepartners bieden koffie of een ontmoetingsplek aan voor mensen die zich geïsoleerd voelen. Er zijn geen signalen bekend dat er een verplichting bestaat om deel te nemen aan sociale activiteiten om voedsel te krijgen. Als uw raad deze signalen wel heeft dan ontvangt het college deze graag. 12. Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat het zorgen voor voldoende eten losgekoppeld moet zijn van andere gesubsidieerde ‘welzijns- en ontmoetingsprojecten’ in de stad? Vind het college dat er heldere scheidslijnen zouden moeten zijn, zodat mensen zelf kunnen aangeven of ze wel of niet gebruik willen maken van het bestaande aanbod van welzijns- en andere caritasprojecten? Zo nee, waarom niet? Het college vindt het belangrijk dat mensen hun autonomie behouden en voedselaanbod met een verplichting tot sociale ontmoetingen is onwenselijk. Het college is echter niet van mening dat er per definitie scheidslijnen moeten zijn tussen voedselaanbod en ontmoetingsprojecten. Voedsel verbindt immers en kan ook een middel zijn om vereenzaming en isolement te voorkomen. De maaltijdregeling voor ouderen die via de Ooievaarspas wordt aangeboden is daar een mooi voorbeeld van. Deze regeling heeft als doel om ouderen buitenshuis sociale contacten op te laten doen, waar een voordelige maaltijd het ondersteunende middel is om ouderen bij elkaar te krijgen. 13.

Hoe kijkt het college aan tegen het standpunt van de Haagse Stadspartij dat initiatieven gericht op ouderen, het doorbreken van eenzaamheid en het leiden van mensen naar passende hulp, belangrijk zijn, maar dat dit ook georganiseerd kan worden zonder de 'voedselpakketten als kapstok te gebruiken'? Het college is het ermee eens dat voedselhulp op een manier dient te gebeuren waarbij de waardigheid van onze inwoners is gewaarborgd. Dat is een van de redenen waarom de transitie naar een supermarktconcept van de Voedselbank wordt gesubsidieerd, omdat winkels de keuzemogelijkheid vergroten voor inwoners en minder stigmatiserend zijn dan de uitgiftepunten. De winkels worden als klantvriendelijker ervaren en ook vrijwilligers voelen zich er beter bij, omdat ze meer kunnen bieden dan alleen het overhandigen van kratten. Tevens bieden winkels vanwege de openingstijden de mogelijkheid om sneller te distribueren, waardoor er minder verspilling is met producten die beperkt houdbaar zijn. Bij de Haagse Stadspartij komen regelmatig meldingen binnen van mensen die in armoede leven en graag gebruik zouden willen maken van een voedselpakket. Zij geven aan dat zij het moeten wachten in een lange rij, vaak buiten, zonder te weten wat zij krijgen en of het überhaupt bruikbaar is als dusdanig vernederend ervaren dat zij deze pakketten niet meer zullen ophalen. 14.

Heeft het college kennisgenomen van de reacties die de Haagse Stadspartij heeft ontvangen over de vernederende ervaring van wachten voor voedselpakketten? Zie vraag 13 Nee, die reacties zijn niet bekend. Als er meldingen zijn over specifieke subsidiepartners waarbij mensen zich vernederd voelen tijdens het afnemen van het voedselaanbod, dan kan dat worden doorgegeven zodat de contactpersonen binnen de gemeente daar het gesprek over kunnen voeren.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10677391

15. Is het college bekend met het aantal mensen dat wellicht in aanmerking komt voor de voedselbank of andere particuliere initiatieven, maar daar geen gebruik van maakt, bijvoorbeeld om een reden als hierboven vermeld? Zo nee, waarom niet? De Haagse Stadspartij ziet dat veel huidige organisaties zich zorgen maken over de nieuwe variant van het supermarktensysteem van de voedselbank. Zij bepleiten dat veelal oudere mensen niet bij die supermarkten kunnen komen doordat zij geen vervoer hebben. Het college heeft in eerder gestelde vragen aangegeven dat voedsel door vrijwilligers van de voedselbank thuisbezorgd kan worden. Toch heeft de Haagse Stadspartij enkele zorgen wat betreft het aantasten van autonomie in dergelijke gevallen. Het college heeft geen zicht op het aantal mensen dat om bovengenoemde reden geen gebruik maakt van het voedselaanbod, omdat dit onmogelijk te controleren of te verifiëren is. Uit recente gesprekken met de Voedselbank is naar voren gekomen dat inwoners heel blij en enthousiast zijn over de winkels, juist omdat het meer vrijheid biedt qua keuze in producten en de verruimde openingstijden, waardoor ze zelf kunnen bepalen wanneer ze langs willen komen. Vooralsnog zijn er geen signalen dat mensen niet of minder naar de Voedselbank gaan vanwege de transitie naar een supermarktconcept.

We zien en erkennen echter dat er los hiervan nog veel taboe en schaamte rust rondom armoede, dat we er ook met de bestaande maatschappelijke initiatieven en gemeentelijke regelingen nog lang niet zijn en we er als gemeente een belangrijke rol in hebben om dat te doorbreken. 16. Ziet het college een kans om bijvoorbeeld een Ooievaarspas te gebruiken voor passend vervoer, zodat deze mensen alsnog bij de supermarkten kunnen komen en zodoende drempels te verlagen en autonomie te vergroten? Zo niet, heeft het college andere oplossingen in gedachten om ervoor te zorgen dat mensen in armoede toch hun autonomie behouden door zelf in de supermarkt te kunnen beslissen wat zij nodig hebben? Zo nee, waarom niet? De Voedselbank kijkt bij het zoeken naar nieuwe panden zorgvuldig naar een evenwichtige spreiding en een zo kort mogelijk loopafstand tot het oude uitgiftepunt. Ook met betrekking tot de toegankelijkheid en bereikbaarheid is het de ervaring van de Voedselbank dat er vanzelf ter plekke netwerken en oplossingen ontstaan. Inwoners nemen producten mee voor anderen die zelf niet kunnen komen en waar mogelijk bezorgen vrijwilligers producten aan de deur. Daarnaast worden zorgen geuit door de sociale en particuliere initiatieven dat door deze nieuwe supermarktvariant de extra hulp die deze initiatieven bieden, zoals het doorbreken van isolement, zullen komen te vervallen. 17.

Kan het college aangeven hoeveel mensen door de huidige particuliere/sociale initiatieven zijn doorgezet naar passende hulp (bijvoorbeeld schuldhulpverlening) en op welke wijze dit plaatsvindt? Bij hoeveel mensen was er nog geen contact met verschillende gemeentelijke en welzijnsinstanties? Hoeveel mensen hadden al langdurig contact met hulpverlening? Wat zijn de resultaten van deze 'bemiddeling'? De gemeente heeft daar geen zicht op. De voedselinitiatieven bieden waar mogelijk ruimte en plek aan vrijwilligers die inwoners kunnen helpen bij het doorverwijzen naar (financiële) hulpverlening, zoals de Servicepunten, Heldpesk Geldzaken en Sociale Raadslieden, maar dit wordt niet geregistreerd of bijgehouden.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/10677391

18. Kan het college aangeven of er naast particuliere voedselbankinitiatieven ook welzijnsbijeenkomsten zijn vanuit andere gesubsidieerde gemeenteprojecten die juist gericht zijn op ontmoeting? Bijvoorbeeld koffieochtenden, activiteiten rondom het doorbreken van eenzaamheid, enzovoort. Zo nee, waarom niet? Er zijn een groot aantal koffie- en ontmoetingsmomenten in de stad. Vanwege de hoeveelheid is het lastig vast te stellen hoeveel dat er exact zijn, maar zowel vanuit SZW als OCW zijn er zowel gesubsidieerde initiatieven als gemeentelijke regelingen om die gericht zijn om ontmoetingen te bevorderen en isolement tegen te gaan. 19. Kan het college aangeven waarom de sociale en particuliere voedselorganisaties ook met deze taak belast worden? Is het college van mening dat de welzijns- en ontmoetingsbijeenkomsten van andere gesubsidieerde projecten niet effectief zijn en/of niet iedereen bereiken? Zo ja, kan het college aangeven waarom deze welzijns- en ontmoetingsprojecten dan gesubsidieerd worden? Zo nee, waarom lijkt het erop dat het college de voedselbanken met deze taak heeft belast? Zie het antwoord bij vraag 12. 20. Begrijpt het college de zorgen van de Haagse Stadspartij over de afhankelijke positie van arme mensen van goedwillende organisaties? Zo nee, waarom niet? Zie het antwoord bij vraag 3 en 13. 21.

Kan het college aangeven op welke manier de nieuwe vormen van de voedselbank, zoals de supermarkt, concreet invulling geven aan autonomie over voedsel, een praatje, koffie, en doorverwijzing naar de juiste hulpverlening? Op welke manier verschilt dit van particuliere initiatieven? Zo nee, waarom niet? De winkels van de Voedselbank verschillen erin dat ze vrijwel identiek zijn aan reguliere supermarkten en er geen wachtrijen zijn. Uitgiftepunten zijn op bepaalde dagen en tijdstippen open, waardoor er rijen ontstaan. Dit is stigmatiserend. De ruime openingstijden bieden de vrijheid om zelf te bepalen wanneer het voedsel gehaald wordt. Daarnaast kunnen mensen in de winkel zelf voor een groot deel hun pakketten samenstellen. Ook dit vergroot de autonomie. Rondom de winkels ontstaan netwerken van organisaties die hulp bieden bij financiële zorgen en door kunnen verwijzen naar de juiste hulpverlening. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13811662/1