RIS317300 Aanvullende vragen voedselbanken
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 317300
Schriftelijke vragen: Aanvullende vragen voedselbanken Indiener: Fatima Faïd, Haagse Stadspartij Datum: 5 december 2023 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Naar aanleiding van de vervolgvragen die gesteld zijn door raadsleden Judith Klokkenburg (CU/SGP), Robin Smit (PvdD), Lesley Arp (SP) en Lenne Baboeram (GL) over het versterken van de rol van voedselbanken in Den Haag heeft de Haagse Stadspartij aanvullende vragen met betrekking tot de Haagse voedselbanken en het nieuwe ’supermarktinitiatief’. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Fatima Faïd de volgende vragen:
1.
Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat mensen die in armoede leven een gelijkwaardige positie innemen in de Haagse samenleving, waarbij zij zelf over hun leven en keuzes gaan? Zo nee, waarom niet?
2. Kan het college een uitgebreide reflectie geven op de positie van arme mensen in onze stad en op welke manier we kunnen zorgen dat arme mensen zich gelijkwaardig voelen aan hen die meer geld hebben? Zo nee, waarom niet? 3. Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat, wanneer men arm is, men niet afhankelijk moet zijn van 'liefdadigheid' van buurt- en religieuze initiatieven, maar dat de gemeente primair verantwoordelijk is voor het waarborgen dat mensen en kinderen in de stad voldoende voedsel kunnen verkrijgen? Zo nee, waarom niet? 4. Kan het college een uitgebreide toelichting geven over haar visie op het voorstel van de landelijke voedselbank om over te stappen naar een supermarktconcept? Op welke manieren draagt het college bij aan de totstandkoming en doorontwikkeling van een dergelijk concept? 5.
Kan het college aangeven of het klopt dat er naast de huidige voedselbank tal van particuliere en maatschappelijke voedselinitiatieven actief zijn? Zo ja, kan de gemeente een overzicht geven van deze initiatieven, uitgesplitst per wijk, op welke gronden zij subsidie krijgen en hoeveel subsidie elk initiatief ontvangt? Kan het college daarbij aangeven op welke manier het uitdelen van voedselpakketten een rol speelt bij de toekenning van subsidie? Zo nee, waarom niet?
6. Kan het college per initiatief aangeven hoeveel mensen gebruikmaken van deze initiatieven? Zo nee, waarom niet? 7.
Kan het college aangeven of de mensen die gebruik maken van 1 van deze of meerdere initiatieven unieke ontvangers zijn of is er sprake van overlap, waarbij mensen bij meerdere organisaties een voedselpakket kunnen krijgen? Zo nee, waarom niet?
Pagina 1 van 3
8. Kan het college aangeven op welke manier mensen zich kunnen aanmelden bij deze initiatieven? Zijn er criteria voor toelating tot een voedselpakket anders dan inkomen? Zo ja, welke criteria zijn er en wie bepaalt deze? Zo nee, waarom niet? 9. Op welke manier heeft het college zicht op deze criteria en hoe zorgt het college ervoor dat arme mensen die op zoek zijn naar voedsel voor henzelf en hun kinderen niet verder in een afhankelijkheidsrelatie met organisaties worden geduwd? 10. Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat armoede in Nederland primair gaat over bestaanszekerheid, oftewel het niet voldoende geld hebben, in plaats van het niet goed kunnen omgaan met geld? Zo nee, waarom niet? 11. Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat als je arm bent, bijvoorbeeld als werkende arme, je niet verplicht moet zijn of je verplicht moet voelen om deel te nemen aan verschillende 'ontmoetingen' en koffieochtenden wanneer je een voedselpakket ophaalt? Zo nee, waarom niet? Graag een uitgebreid antwoord. 12.
Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat het zorgen voor voldoende eten losgekoppeld moet zijn van andere gesubsidieerde ‘welzijns- en ontmoetingsprojecten’ in de stad? Vind het college dat er heldere scheidslijnen zouden moeten zijn, zodat mensen zelf kunnen aangeven of ze wel of niet gebruik willen maken van het bestaande aanbod van welzijns- en andere caritasprojecten? Zo nee, waarom niet? 13. Hoe kijkt het college aan tegen het standpunt van de Haagse Stadspartij dat initiatieven gericht op ouderen, het doorbreken van eenzaamheid en het leiden van mensen naar passende hulp, belangrijk zijn, maar dat dit ook georganiseerd kan worden zonder de 'voedselpakketten als kapstok te gebruiken'? Bij de Haagse Stadspartij komen regelmatig meldingen binnen van mensen die in armoede leven en graag gebruik zouden willen maken van een voedselpakket. Zij geven aan dat zij het moeten wachten in een lange rij, vaak buiten, zonder te weten wat zij krijgen en of het überhaupt bruikbaar is als dusdanig vernederend ervaren dat zij deze pakketten niet meer zullen ophalen. 14. Heeft het college kennisgenomen van de reacties die de Haagse Stadspartij heeft ontvangen over de vernederende ervaring van wachten voor voedselpakketten? 15.
Is het college bekend met het aantal mensen dat wellicht in aanmerking komt voor de voedselbank of andere particuliere initiatieven, maar daar geen gebruik van maakt, bijvoorbeeld om een reden als hierboven vermeld? Zo nee, waarom niet? De Haagse Stadspartij ziet dat veel huidige organisaties zich zorgen maken over de nieuwe variant van het supermarktensysteem van de voedselbank. Zij bepleiten dat veelal oudere mensen niet bij die supermarkten kunnen komen doordat zij geen vervoer hebben. Het college heeft in eerder gestelde vragen aangegeven dat voedsel door vrijwilligers van de voedselbank thuisbezorgd kan worden. Toch heeft de Haagse Stadspartij enkele zorgen wat betreft het aantasten van autonomie in dergelijke gevallen.
Pagina 2 van 3
16. Ziet het college een kans om bijvoorbeeld een Ooievaarspas te gebruiken voor passend vervoer, zodat deze mensen alsnog bij de supermarkten kunnen komen en zodoende drempels te verlagen en autonomie te vergroten? Zo niet, heeft het college andere oplossingen in gedachten om ervoor te zorgen dat mensen in armoede toch hun autonomie behouden door zelf in de supermarkt te kunnen beslissen wat zij nodig hebben? Zo nee, waarom niet? Daarnaast worden zorgen geuit door de sociale en particuliere initiatieven dat door deze nieuwe supermarktvariant de extra hulp die deze initiatieven bieden, zoals het doorbreken van isolement, zullen komen te vervallen. 17. Kan het college aangeven hoeveel mensen door de huidige particuliere/sociale initiatieven zijn doorgezet naar passende hulp (bijvoorbeeld schuldhulpverlening) en op welke wijze dit plaatsvindt? Bij hoeveel mensen was er nog geen contact met verschillende gemeentelijke en welzijnsinstanties? Hoeveel mensen hadden al langdurig contact met hulpverlening? Wat zijn de resultaten van deze 'bemiddeling'? 18. Kan het college aangeven of er naast particuliere voedselbankinitiatieven ook welzijnsbijeenkomsten zijn vanuit andere gesubsidieerde gemeenteprojecten die juist gericht zijn op ontmoeting? Bijvoorbeeld koffieochtenden, activiteiten rondom het doorbreken van eenzaamheid, enzovoort. Zo nee, waarom niet? 19.
Kan het college aangeven waarom de sociale en particuliere voedselorganisaties ook met deze taak belast worden? Is het college van mening dat de welzijns- en ontmoetingsbijeenkomsten van andere gesubsidieerde projecten niet effectief zijn en/of niet iedereen bereiken? Zo ja, kan het college aangeven waarom deze welzijns- en ontmoetingsprojecten dan gesubsidieerd worden? Zo nee, waarom lijkt het erop dat het college de voedselbanken met deze taak heeft belast? 20. Begrijpt het college de zorgen van de Haagse Stadspartij over de afhankelijke positie van arme mensen van goedwillende organisaties? Zo nee, waarom niet? 21. Kan het college aangeven op welke manier de nieuwe vormen van de voedselbank, zoals de supermarkt, concreet invulling geven aan autonomie over voedsel, een praatje, koffie, en doorverwijzing naar de juiste hulpverlening? Op welke manier verschilt dit van particuliere initiatieven? Zo nee, waarom niet?
Fatima Faïd Haagse Stadspartij
Pagina 3 van 3