RIS317247 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Plesmanweg 1-6
Tekst van het document
Bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 Ontwerp
Plesmanweg 1-6
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Inhoudsopgave
Samenvatting
3
2
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Samenvatting Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een actueel juridisch planologisch kader. De omgevingsvergunning voor het monumentale deel, waarin 154 woningen, logies, kantoren en horeca gevestigd worden, is in dit bestemmingsplan opgenomen. Daarnaast maakt het bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 het mogelijk om ter plaatse van het te slopen gebouwencomplex 'Saxofoon' de ontwikkeling van maximaal 157 appartementen te realiseren. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan Duttendel de bestemming Kantoor. De bouw van de 157 appartementen past niet binnen de kantoorbestemming. Om de ontwikkeling van de 157 appartementen mogelijk te maken is een planologische procedure noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 voorziet hierin.
3
Bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 Ontwerp
Plesmanweg 1-6
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Inhoudsopgave T oelichting
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan 1.2 Doel van het bestemmingsplan 1.3 Begrenzing van het plangebied 1.4 Geldende planologische regelingen 1.5 Leeswijzer
7 7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie en ontwikkeling 2.1 Inleiding 2.2 Ontstaansgeschiedenis 2.3 Ruimtelijke structuur 2.4 Ontwikkeling
11 11 11 11 14
Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Ruimtelijk beleid 3.3 Cultureel erfgoed 3.4 Groen 3.5 Water 3.6 Verkeer en infrastructuur 3.7 Wonen 3.8 Economie 3.9 Sport en recreatie 3.10 Duurzaamheids- en milieubeleid
23 23 23 31 34 40 44 50 52 58 60
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Externe veiligheid 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Bodem 4.7 Natuurbescherming 4.8 Cultureel erfgoed 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Windhinder en bezonning 4.11 Waterparagraaf
65 65 66 68 74 77 78 81 86 90 92 98
Hoofdstuk 5 Duurzaamheid 5.1 Inleiding 5.2 Duurzaamheid
115 115 115
Hoofdstuk 6 Keuze en verantwoording van bestemmingen 6.1 Het digitale bestemmingsplan 6.2 Verantwoording van bestemmingen 6.3 Toelichting op de regels
117 117 117 120
Hoofdstuk 7
125
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Participatie 8.2 Artikel 3.1.1 Bro-overleg
127 127 127
2
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
8.3
Zienswijzen
133
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Nota van Uitgangspunten Plesmanweg 1-6
Bijlage 2
Aanwijzingsbesluit beschermd stadsgezicht
Bijlage 3
Toelichting aanwijzingsbesluit beschermd stadsgezicht
Bijlage 4
Begrenzingskaart beschermd Stadsgezicht
Bijlage 5
Aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling 070122
Bijlage 6
mer-beoordelingsbesluit
Bijlage 7
Memo EV monument + saxofoon mei 2021
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek Plesmanweg 1 (kruimel)
Bijlage 9
Hogere waarden Plesmanweg 1 (kruimel)
Bijlage 10
Akoestisch onderzoek nieuwbouw 250522
Bijlage 11
Quickscan ecologie 2016
Bijlage 12
briefrapportage actualisatie ecologie 160420
Bijlage 13
Mitigatie en compensatieplan dwergvleermuis
Bijlage 14
Stikstofonderzoek monument Ecogroen
Bijlage 15
Ontheffing F&F ODH 2020
Bijlage 16
Stikstofonderzoek monument Mees 190220
Bijlage 17
Stikstofonderzoek nieuwbouw 180923
Bijlage 18
Bomenbalans 210622
Bijlage 19
Monumentale bomen (lijst)
Bijlage 20
Monumentale bomen (kaart)
Bijlage 21
Bodemonderzoek Tauw 2016
Bijlage 22
Bodemonderzoek Tauw 2017
Bijlage 23
Bodembeschikking 2017
Bijlage 24
Bodembeschikking 2019 - saneringsplan
Bijlage 25
Verkeer en parkeren 020222
Bijlage 26
Windhinder 120521
Bijlage 27
Bezonning 250521
Bijlage 28
Waterberging Deltavormgroep 100522
Bijlage 29
Memo Mos grondmechanica 260118
Bijlage 30
Bro-reacties gebundeld
3
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
4
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Toelichting
5
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
6
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
Plesmanweg B.V. is eigenaar van de gronden behorende bij de Plesmanweg 1 - 6 te Den Haag. In 2018 is aan Plesmanweg B.V. vergunning verleend om het monumentale pand op het terrein te transformeren naar de functies wonen (waaronder starterswoningen), kantoor en een sportschool c.q. fitness. Naast de transformatie van het monument (reeds in uitvoering) is Plesmanweg B.V. voornemens het achtergelegen kantoorpand, De Saxofoon, te slopen en daarvoor in de plaats drie woongebouwen te realiseren. Het vigerende bestemmingsplan "Duttendel" voorziet niet in de bouw van de drie woongebouwen. Om de beoogde ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt hierin voorzien.
1.2
Doel van het bestemmingsplan
Het doel van bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 is: a. het vastleggen van de bestaande en toekomstige ruimtelijke structuur in een juridisch-planologisch kader; b. het mogelijk maken van de ontwikkelingen ter plaatse van 'de Saxofoon': het voormalige kantoorgebouw op het achterterrein.
1.3
Begrenzing van het plangebied
Het plangebied ligt in het Stadsdeel Scheveningen, in de wijk Westbroekpark en Duttendel (buurt Duttendel) van de gemeente Den Haag.
Afbeelding 1.1: ligging in de stad Schuin tegenover het plangebied ligt Madurodam. Aan de noord- en oostkant van het plangebied ligt een woonwijk behorende bij Duttendel. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Plesmanweg,
7
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Badhuisweg en het Hubertuspark en ligt ingeklemd tussen diverse groenzones, sportparken en een villawijk. Zie ook afbeelding 1.2.
Afbeelding 1.2: ligging plangebied in directe omgeving
1.4
Geldende planologische regelingen
1.4.1
Vigerend bestemmingsplan
Het bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 vervangt (gedeeltelijk) het volgende bestemmingsplan: bestemmingsplan Duttendel
vastgesteld 11 juni 2009
goedgekeurd n.v.t.
8
onherroepelijk 5 januari 2011
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Kaart 2: uitsnede bestemmingsplan Duttendel ter plaatse van het plangebied Plesmanweg 1-6 Nagenoeg het hele plangebied heeft in bestemmingsplan Duttendel de bestemming Kantoor. Daarnaast komt de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied, Water en Natuur voor.
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 Inleiding is de aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan voor het plangebied Plesmanweg 1-6 aangegeven. Ook is het doel dat met het bestemmingsplan wordt beoogd, omschreven. Om het doel gestalte te geven wordt enerzijds in hoofdstuk 2 Bestaande situatie en ontwikkeling de bestaande situatie beschreven en anderzijds een omschrijving van de voorgenomen ontwikkeling gegeven. In de hoofdstukken 3 Beleidskaders en 4 Omgevingsaspecten is een selectie gemaakt uit de relevante beleidsnota's, regelingen en omgevingsaspecten die op dit plangebied van toepassing zijn. Hoofdstuk 3 Beleidskaders bevat de beleidsuitspraken ten aanzien van ruimtelijk en sectoraal beleid. Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten bevat uitspraken ten aanzien van de milieukwaliteitseisen. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de duurzaamheidsaspecten. Bij de keuze van bestemmingen in hoofdstuk 6 Keuze en verantwoording van bestemmingen is aangeven welke bestemmingen en bestemmingsregelingen zijn afgeleid voor de bestaande en de te ontwikkelen situatie. In dit hoofdstuk worden de gekozen bestemmingen en bestemmingsregelingen globaal beschreven. Op de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid ingegaan. In hoofdstuk 8 Overleg en inspraak wordt verslag gedaan van het overleg en de inspraak.
9
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
10
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie en ontwikkeling
Inleiding
Om te beschrijven op welke wijze rekening wordt gehouden met de verschillende waarden in het gebied en de verhoudingen van het plangebied tot het aangrenzende gebied, worden achtereenvolgens de ontstaansgeschiedenis, het cultureel erfgoed, de ruimtelijke structuren die in de loop van de tijd zijn ontstaan en de functionele opbouw van het plangebied beschreven.
2.2
Ontstaansgeschiedenis
De locatie ligt in het Stadsdeel Scheveningen, in de wijk Westbroekpark en Duttendel (buurt Duttendel) en is omgeven door veel water, groen en infrastructuur. Madurodam en de Stadskwekerij bevinden zich in de directe omgeving van de locatie. Het pand bestaat uit twee delen: het monumentale deel dat in de jaren '40 van de vorige eeuw tot stand is gekomen en een deel dat gebouwd is in de jaren '80 van de vorige eeuw. Het monumentale deel betreft het oude kantoorgebouw van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij (KLM) en bestaat uit vier vleugels. In 2010 is dit gebouw door het Rijk aangewezen als beschermd monument en opgenomen in het register (monumentnummer 530887). Bijzonderheden in het interieur zijn de trappenhuizen, het directievertrek (de Plesmankamer), de eetzaal op de vijfde verdieping met wandschildering en de multifunctionele recreatiezaal. Het gebouw, dat uit vier vleugels bestaat, is in twee fases tot stand is gekomen. Het eerste bouwdeel is tussen 1938 en 1940 gebouwd naar ontwerp van architect Dirk Roosenburg (1887-1962). Dit eerste bouwdeel bestaat uit een hoog opgetrokken vleugel en een halfronde recreatiezaal. Daarna lag de bouw vanwege de oorlog enkele jaren stil. De voltooiing van het ontwerp met drie vleugels volgde tussen 1946-1949 naar ontwerp van architecten Dirk Roosenburg, P. Verhave en J.G.E. Luyt.
Van de terra-cotta versiering van de entreepartij, bestaande uit een serie vogelfiguren die verwijzen naar de vliegmaatschappij, de oorspronkelijke gebruiker, is Teun Roosenburg (zoon van de architect) de ontwerper. Het gebouw had voornamelijk de functie van kantoor, maar daarnaast waren er ook andere voorzieningen in het gebouw ondergebracht zoals een winkel, kapper, bibliotheek, gymnastiekzaal en een geneeskundige dienst. Een van de vleugels overkluist de Kwekerijvaart van de gemeentekwekerij, die in de tweede helft van de negentiende eeuw is aangelegd. Tussen het gebouw en de Kwekerijvaart bestaat door de rood bakstenen keermuren, lage tuinmuren en gemetselde plantenbakken een duidelijke wisselwerking. De hoofdopzet van de groenaanleg rond het gebouw, met rode bakstenen elementen conform het kantoorgebouw, waaronder de halfronde toegangsweg naar de entree van het kantoorgebouw, de lage roodbakstenen tuinmuur op de perceelsgrens ter afscheiding van de openbare weg, de keermuren en brug van de Kwekerijvaart en het terras bij de recreatiezaal, is zeer waarschijnlijk door de architect Roosenburg ontworpen. De verdere uitwerking en invulling is van de hand van zijn schoonzus Sophia Rosse-Luyt in de traditie van de Nieuw Architectonische tuinstijl.
In de gevel zaten van oorsprong stalen ramen met fijn gedetailleerde roedenverdeling, zoals nu nog aanwezig ter plaatse van de vensterstroken van de trappenhuizen. Het kantoorgebouw is in 1987 uitgebreid. Deze uitbreiding wordt door zijn vorm ook wel 'de Saxofoon' genoemd en bevindt zich, vanaf de Plesmanweg gezien, achter het monumentale gedeelte. Deze uitbreiding heeft geen monumentale status. De extra vleugel is gebouwd naar ontwerp van C.A. van der Hoeven en K. Rosdorff.
2.3
Ruimtelijke structuur
2.3.1
Stedenbouwkundige structuur
De locatie Plesmanweg 1-6 is gesitueerd op een kruispunt van enkele belangrijke infrastructurele lijnen en (groen)structuren in de stad. De locatie ligt langs een belangrijke verbinding van het Haagse centrum met Scheveningen Bad. Dit betreft de lijn van station Den Haag Centraal naar het Kurhaus en de
11
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
boulevard, via de Koningskade, Raamweg, Plesmanweg en Nieuwe Parklaan/Badhuisweg. Via deze route loopt ook een van de belangrijke tramlijnen van de stad naar de kust, met dichtbij een halte bij Madurodam. Deze lijn in de stad wordt bij de locatie gekruist door een belangrijke verbinding die parallel aan de kust loopt in de vorm van het Telderstracé, dat een belangrijke schakel is in de verbinding van de wijken langs de kust met de omgeving van Wassenaar. Ook op landschappelijk vlak ligt de locatie op een interessant punt. Het groene karakter van de directe omgeving wordt namelijk bepaald door de aaneenschakeling van grote stedelijke groengebieden die restanten zijn van het oorspronkelijke landschap van strandwallen, duinen en elementen als geulen, kwelders, oeverwallen en kreekruggen. Zo liggen ten westen van de locatie de Scheveningse Bosjes en het Westbroekpark, die ten oosten van de locatie doorlopen in de Nieuwe Scheveningse Bosjes, het Sint Hubertuspark, de Stadskweker, Klein Zwitserland en uiteindelijk in het duingebied ten noorden van Den Haag. De lokale omgeving wordt naast het genoemde groen verder gekarakteriseerd door de aanwezigheid van recreatieve voorzieningen als Madurodam en Tennispark De Bataaf en de woonbuurten van de wijk Duttendel.
Deze buurten zijn veelal opgebouwd uit vrijstaande en geschakelde woningen, afgewisseld met kleinschalige appartementencomplexen, die op een ruime en ontspannen manier zijn ingepast in het door het volop aanwezige groen en hoogteverschillen gekarakteriseerde landschap. 2.3.1.1 bebouwing en verharding De kavel met een oppervlakte van 22.600m2 kent in de huidige situatie een bebouwingspercentage van 35%. Het totale bebouwde oppervlakte bedraagt 8.080m2, waarvan 4.070m2 bebouwd oppervlakte ter plaatse van het monument en 4.010m2 ter plaatse van de saxofoon.
Figuur 2.1: verhard vs onverhard oppervlak bestaande situatie (bron: Deltavormgroep BV)
12
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
2.3.2
Verkeer en infrastructuur
De locatie Plesmanweg 1-6 bevindt zich op een infrastructurele knoop. Het is een belangrijke plek aan één van de vijf belangrijke infrastructurele inprikkers van het stadsdeel Scheveningen. De locatie is bereikbaar met de auto via de Raamweg en de Noordwestelijke Hoofdroute, per openbaar vervoer via tramlijn 9 en buslijn 22 en per fiets via de sterfietsroute tussen het Centrum en Scheveningen Bad via de Dr. Aletta Jacobsweg-Nieuwe Parklaan. Zowel in het kader van Agenda Ruimte voor de Stad als de Verkeersvisie Scheveningen wordt de locatie Plesmanweg als zeer waardevol gezien. Het plangebied wordt omsloten door het Kwekerijpad en de Kwekerijweg (aan de noord- en noord oost zijde) en aan de zuid- en west zijde door de Plesmanweg die overgaat in de Raamweg. Het plangebied zelf kent op enkele langzaamverkeersroutes en ontsluitingswegen van de parkeerdekken geen eigen infrastructuur. 2.3.3
Groen en terreininrichting
Historische ontwikkeling terreininrichting Het plangebied is gelegen in het oude duinlandschap tussen Den Haag en Scheveningen. De ontwikkeling van dit gebied begint halverwege de negentiende eeuw met het afgraven van duinzand ten behoeve van de stadsuitbreidingen van Den Haag en Rotterdam. Door middel van een sprank (Kwekerijvaart) wordt het afgegraven gebied goed ontsloten voor de stad. De vruchtbare gronden zijn dan ook langere tijd in gebruik als warmoezeniersgronden en later als gemeentekwekerij. De ontwikkeling van het gebied krijgt rond 1940 een andere wending met de bouw van het hoofdkantoor van de KLM. Er kunnen binnen de ontwikkeling en het ontwerp van de terreininrichting globaal een drietal verschillende fases worden onderscheiden. Terreininrichting rond de eerste bouwfase (1940) Het eerste deel van het kantoor van KLM wordt al voor de oorlog afgerond. Hoewel er relatief weinig bekend is over het ontwerp van het terrein rond dit deel kan worden geconcludeerd dat de inrichting vooral een utilitair karakter had. Elementen uit deze periode betreffen het verhoogde terras rond het paviljoen en de indeling met parkeren en hagen tussen het gebouw en de Raamweg.
Terreininrichting rond de tweede bouwfase (1949/50) Ten tijde van de realisatie van de tweede bouwfase wordt rond het nieuwe bouwdeel en de Raamweg/Plesmanweg een tuin aangelegd die een duidelijke wisselwerking heeft met het gebouw. Het is zeer waarschijnlijk dat de hoofdopzet van de groenaanleg met rode bakstenen elementen conform het kantoorgebouw, waaronder de halfronde toegangsweg naar de entree van het kantoorgebouw, de lage roodbakstenen tuinmuur op de perceelsgrens ter afscheiding van de openbare weg, de keermuren en brug van de Kwekerijvaart, door de architect Roosenburg zijn ontworpen. De verdere uitwerking en invulling is in de traditie van de Nieuw Architectonische tuinstijl. De hier en daar sterk geometrische vormgeving wordt gecombineerd met een vrij losse (heester)beplanting. Het gebied ten noorden van het kantoorgebouw heeft voornamelijk een utilitair karakter. De beperkte ruimte tussen de trambaan en het gebouw wordt voor een groot deel in beslag genomen door een parkeervoorziening (deels onder de bebouwing) met alle daarbij behorende toegangsroutes. Terreininrichting rond de bouw van de saxofoon (1982) Rond 1982 wordt het gebouw, dan al niet meer in gebruik bij de KLM, opnieuw uitgebreid met een nieuw bouwdeel dat bekend staat als de Saxofoon. De bouw van de Saxofoon grijpt vooral in op de inrichting aan de noordzijde van het historische kantoorgebouw.
Het gebied wordt op een relatief sobere wijze
13
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
ingericht. Er is sprake van relatief veel verharding in de vorm van parkeerplaatsen en brede voetgangersgebieden. De ‘groene’ inrichting beperkt zich tot een aantal zones met gras waarin een boombeplanting van verschillende Prunussen wordt aangeplant. Ook aan de zijde van de Raamweg/Plesmanweg is sprake van een aanzienlijke versobering van het oorspronkelijke ontwerp (waarbij overigens niet duidelijk is of dit pas is de jaren ’80 is uitgevoerd of al eerder). Hierbij is de hagenstructuur die rond delen van het gebouw was aangeplant verdwenen en langs de Kwekerijvaart is een fietsenstalling en trafo geplaatst. De parkeervoorziening rond het eerste bouwdeel is aanzienlijk uitgebreid. Ook in het beplantingsbeeld is er, waarschijnlijk mede ten gevolge van een beperkt onderhoudsniveau, sprake van een aanzienlijke versobering van het beeld. Slecht ontwikkelde beplantingen worden niet meer vervangen en diverse zaailingen hebben de kans gekregen om zich te ontwikkelen tot volledige bomen.
Figuur 2.2. terreininrichting huidige situatie (bron: deltavormgroep) 2.3.4
Water
Het plangebied wordt doorkruist door de Kwekerijvaart. Zie voor de ligging figuur 2.2.
2.4
Ontwikkeling
2.4.1
Algemeen
De voorgenomen ontwikkeling is uitgewerkt binnen de kaders van de op 6 december 2016 vastgestelde Nota van Uitgangspunten.
14
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
2.4.1.1 Omgevingsvergunning wijziging monument Vooruitlopend op het in procedure brengen van het bestemmingsplan is de herontwikkeling van het monumentale hoofdgebouw op 11 december 2018 via een kruimelafwijking vergund, waarbij van de volgende invulling is uitgegaan: Er worden 164 woningen gerealiseerd, 480 m2 kantoor en 108 kamers ten behoeve van een logiesfunctie. Daarnaast wordt er 776 m2 horeca, categorie licht gerealiseerd (waarvan 305 m2 in de kelder ten behoeve van keuken, opslag, koeling, afwas, bergruimte en ruimte voor personeel en techniek) en 373 m2 sport. De sportfunctie is gerelateerd aan de woon- en logiesfunctie. De horecafunctie is gerelateerd aan de sfunctie en de woonfunctie. Aan de vergunning zijn de volgende voorwaarden verbonden: 1. Het totaal aan kantoorfuncties dient maximaal 1.000 m2 te bedragen. In deze aanvraag wordt 480 m2 gerealiseerd. In de nieuwbouw dient nog 520 m2 kantoorfunctie te worden gerealiseerd; 2. De functiewijziging is akkoord op voorwaarde dat bij de uitwerking van het plan (de aanvraag omgevingsvergunning m.b.t. de activiteiten 'Bouwen' en 'Handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten') wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de monumentale waarden van het rijksmonument; 3.
Het exploitatieconcept voor de logiesfunctie mag niet zonder instemming van de gemeente Den Haag worden gewijzigd naar een hotelconcept; 4. De bouwkundige maatregel die nodig is om te voldoen aan het Haags ontheffingenbeleid Wet geluidhinder, zoals vastgelegd in het geluidsrapport B.2017.0448.16R001 d.d. 19 november 2018 (zie de nader ingediende plattegrond en geveltekening d.d. 04-12-2018) dient te worden uitgevoerd. Bedoelde bouwkundige maatregel betreft de volgende randvoorwaarde: ter plaatse van kopgevel kern B dient een dove gevel te worden gerealiseerd. 2.4.1.2 Omgevingsvergunning verbouw van het monument Om de herontwikkeling van het monumentale hoofdgebouw mogelijk te maken zijn bouwwerkzaamheden nodig. Deze werkzaamheden zijn via een aparte omgevingsvergunning aangevraagd en vergund. De omgevingsvergunning voor de activiteiten 'Bouwen' en 'Handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten' is op 5 maart 2020 verleend. 2.4.1.3 Omgevingsvergunning gewijzigd uitvoeren verbouw van het monument Op 5 juli 2021 is een omgevingsvergunning verleend voor het gewijzigd uitvoeren van de werkzaamheden aan het monument. De wijziging bestaat uit het samenvoegen van een aantal woningen in het monumentale deel, waarmee het totale aantal woningen in het monumentale deel van het hoofdgebouw uitkomt op 154 in plaats van 164.
2.4.1.4 Afwijkingen in het bestemmingsplan ten opzichte van de vergunde situatie In voorliggend bestemmingsplan wordt op onderdelen afgeweken van de omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik van het monumentale deel. Het gaat om de volgende onderdelen: In de Omgevingsvergunning van 11 december 2018 is de horeca als aan de logiesfunctie en de woonfunctie gerelateerd vergund. In dit bestemmingsplan wordt uitgegaan van zelfstandige horeca, categorie middelzwaar; Aan de aan de Omgevingsvergunning van 11 december 2018 verbonden voorwaarde dat 520m2 kantoorfuncties in de nieuwbouw moet worden gerealiseerd, wordt afgeweken. De nieuwbouw bevat geen kantoorfuncties. De eis om extra vloeroppervlak aan kantoren te realiseren is komen te vervallen. De logiesfunctie, de kantoor en de horecafunctie zijn in de omgevingsvergunning voor wijziging van het gebruik van het monument op specifieke plekken vergund. In het bestemmingsplan wordt voor de functies kantoor, logies en horeca een bepaalde mate van flexibiliteit opgenomen. Deze functies zijn mogelijk binnen de bestemming Gemengd en kunnen daardoor binnen deze bestemming van plaats veranderen. Ook is het mogelijk om, in afwijking van de eerder verleende vergunningen, eveneens vanuit het oogpunt van flexibiliteit, de logies functie als kantoorfunctie realiseren.
15
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
2.4.1.5 Nota van uitgangspunten Het Rijk en de gemeente Den Haag hebben op 14 mei 2013 een samenwerkingsovereenkomst vastgesteld, waarin is overeengekomen dat wordt samengewerkt om te komen tot een integrale aanpak van leegstaande gebouwen. In dat kader heeft het college van burgemeester en wethouders op 6 december 2016 ingestemd met de Nota van Uitgangspunten, als onderdeel van het biedboek en de verkoopprocedure, waarbij geldt dat na verkoop nadere uitwerkings-, uitvoerings- en samenwerkingsafspraken tussen koper en gemeente gemaakt worden. De nota van uitgangspunten is als bijlage 1 bij de toelichting opgenomen. 2.4.2
Ontwikkelconcept nieuwbouw ter plaatse van de Saxofoon
Positie en afmeting van de volumes De nieuwbouwvolumes beogen een helder en krachtig ensemble te vormen in het nieuwe landschap. Omdat het project Plesmanduin uiteindelijk in samenhang ervaren moet kunnen worden is de positie en afmeting van de volumes geënt op die van het monument. De posities liggen zoveel mogelijk binnen de enveloppe van de saxofoon maar sluiten aan op de orthogonale structuur van het monument, de sprank (watergang van Plesmanweg naar kwekerij) en de Stadskwekerij. De afstanden tot de omliggende wegen zijn gelijk of groter dan voorheen. Door de keuze om oud- en nieuwbouw te verbinden met een orthogonale structuur binnen het (bos/ duin) landschap, ontstaat er meer samenhang in het plangebied. De onder het landschap gelegen garage is binnen hetzelfde systeem opgezet zodat ook daar een heldere indeling volgt. De ondergrondse bak is van het achterliggende fietspad teruggelegd zodat de landschappelijke aansluiting glooiend en vriendelijk is. Daarmee speelt het ook goed in op de aanwezige hoogte verschillen in het terrein. Vanaf de Kwekerijweg wordt op gelijk niveau het verhoogde maaiveld betreden. Tussen de gebouwen ontstaan groene en toegankelijke ruimtes met wandelroutes die verbonden zijn met de omliggende paden.
Figuur 2.3: doortrekk en van het duinlandschap (bron: Deltavormgroep BV) Vanuit de ambitie om de kwaliteiten van de locatie optimaal te benutten en te versterken voor zowel het
16
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
te transformeren monument als de nieuwbouw is gekozen voor een ondergrondse parkeeroplossing zodat het karakteristieke bos/duinlandschap van het Hubertusduin hier overheen doorgetrokken kan worden. Aan de randen sluit het nieuwe landschap aan op de Plesmanweg/ Raamweg en Plesmanweg/Badhuisweg, waardoor er een eenduidige ervaring van het gebied ontstaat. Het nu versteende landschap wordt daarmee getransformeerd naar een semi-openbaar en groen bos/ duinlandschap. De garage sluit tevens aan op de bestaande fietsenstalling onder het Kwekerijpad.
Figuur 2.4: Parkeergarages en inritten integreren in duinlandschap (bron: Bas Hofman Architektenkombinatie) De entrees van de twee afzonderlijke garages liggen op de koppen. Aan de Plesmanweg/ Raamweg zijde wordt gebruik gemaakt van de huidige inrit en aansluiting. De tweede inrit op de Kwekerijweg komt te vervallen voor autoverkeer, met uitzondering van incidenteel laden en lossen en toegang voor hulpdiensten. De inrit van de andere garage ligt tegenover de Van Lennepweg. Hier ontstaat een heldere verkeerssituatie waardoor de menging met verkeersbewegingen vanaf het monumentale voorplein wordt vermeden.
17
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Figuur 2.5: Ontsluiting auto's en parkeren (bron: Deltavormgroep BV) De bushalte wordt verplaatst. De fietsenstalling onder het Kwekerijpad wordt gehandhaafd en sluit inpandig aan op de garage. De twee inpandige fietsenstallingen worden via de Kwekerijweg ontsloten.
18
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Figuur 2.6: Ontsluiting fietsenstallingen (bron: Deltavormgroep BV) De hoofdontsluiting voor voetgangers loopt zowel via het Kwekerijpad als via de Plesmanweg.
19
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Figuur 2.7: Hoofdontsluiting voetgangers (bron: Deltavormgroep BV) Relatie nieuwbouw en monument Bij de architectonische uitwerking is het belangrijk dat de gebouwen samen een ensemble vormen waarin oud en nieuw ook een duidelijk eigen karakter houden. De gevels hebben een klassieke opbouw van plint-middenstuk-bekroning en zijn verder onderverdeeld door middel van een heldere verticale structuur van penanten. Het maatsysteem is afwijkend ten opzichte van de kantoorstructuur van het monument en meer geënt op het creëren van hoogwaardige appartementen. Vergroening Het oppervlak aan groen wordt sterk vergroot. Door een fors grondpakket en duinen op het parkeerdek kan er een grote diversiteit aan vegetatie worden gerealiseerd inclusief bomen en is er ruimte voor een goede waterhuishouding.
Figuur 2.8: vergroening, bestaande situatie vs nieuwe situatie (bron: Bos Hofman Architektenkombinatie) Vergroenen op en aan gebouwen Niet alleen op maaiveld wordt extra groen gerealiseerd. Op de terrassen van de gebouwen worden net buiten de privé-terrassen vaste bakken met groen gemaakt welke door de VvE worden beheerd. In de gevelschil van het gebouw komen er nestmogelijkheden voor vleermuizen en vogels. Uitnodigend openbaar gebied Groen, bankjes, onverharde paadjes door de duinen en een waterpartij maken het openbaar gebied niet alleen prettig voor de bewoners maar ook uitnodigend voor mensen uit de buurt
2.4.3
Programma
Het programma van de voorgenomen ontwikkeling en die in het monument ziet er als volgt uit: 2.4.3.1 Nieuwbouw 157 woningen, een parkeergarage met ca. 299 parkeerplekken, individuele bergingen, fietsenstalling, perscontainers t.b.v. huishoudelijk afval en technische ruimten. 2.4.3.2 Monument Een gemengd programma bestaande uit 154 appartementen, een logiesfunctie met 108 kamers dan wel een kantoorfunctie, een sportschool/ fitness, horeca en kantoor.
20
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
2.4.3.3 Terreininrichting Het bijbehorende terrein wordt semi-openbaar, wat zoveel inhoud dat het terrein tussen 22.00 uur en 07.00 uur afgesloten kan worden. Het autoparkeren wordt deels ondergronds en deels op maaiveld opgelost. Het fietsparkeren wordt opgelost in een gezamenlijke inpandige fietsenstalling.
21
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
22
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Inleiding
Het bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 vindt zijn basis in ruimtelijk beleid zoals dat in nota's en plannen van het rijk, provincie, stadsgewest en gemeente is vastgelegd. Dit hoofdstuk geeft het beleidskader dat op dit bestemmingsplan van toepassing is weer. De eerste paragraaf gaat in op het ruimtelijke beleid op rijks-, provinciaal-, regionaal-, gemeentelijk niveau. In de daarop volgende paragrafen wordt het specifieke beleid voor de relevante thema's uiteen gezet.
3.2
Ruimtelijk beleid
3.2.1
Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie (NOVI) Het landelijke beleidskader voor de fysieke leefomgeving ondergaat de laatste jaren een flinke koerswijziging. Onderdeel hiervan zijn de voorbereiding en introductie van de Omgevingswet en een rijksbrede visie op de leefomgeving; de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012 vervangt. De ontwerp-NOVI heeft ter inzage gelegen van 20 augustus tot en met 30 september 2019. Op 11 september 2020 is de NOVI vastgesteld. In de NOVI zijn 21 nationale belangen en opgaven benoemd, waarbij de volgende 4 prioriteiten worden onderscheiden: Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bij het kiezen tussen strijdige ruimtelijke belangen worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Bij vaststelling zal de NOVI ook een uitvoeringsagenda bevatten. Samen met de regio's wil het rijk samenwerkingsafspraken opnemen in Gebiedsagenda's. De NOVI raakt geen van de belangen die in het bestemmingsplan "Plesmanweg 1-6" worden afgewogen.
Ladder voor duurzame verstedelijk ing De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt in Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Conclusie Het Rijksbeleid raakt geen van de belangen die in het bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 worden afgewogen. De verantwoording inzake de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in paragraaf 5.2.1. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen.
23
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) moeten gemeenten rekening houden met het Barro. Een aantal projecten dat de regering van Rijksbelang vindt, wordt met het Barro dwingend geborgd in bestemmingsplannen of in andere ruimtelijke plannen van lagere overheden. De projecten worden benoemd en middels digitale kaarten ingekaderd. Per project worden regels gegeven waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Voor Den Haag zijn de binnen de gemeente gelegen militaire terreinen met de daarbij behorende zenden ontvangstinstallaties, en het Kustfundament van belang. In 2016 is een Besluit tot wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in verband met de herziening van de Beleidslijn kust en enige andere wijzigingen van kracht geworden. Conclusie Volgens het Barro zijn er in het bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 geen projecten van Rijksbelang aanwezig waarmee bij de vaststelling van dit plan rekening moet worden gehouden. 3.2.2
Provinciaal beleid
Per 7 augustus 2021 is de (geconsolideerde) Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: -
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: 1. De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. 2. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. 3.
Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is.
24
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Soorten ontwikkelingen (bron: Omgevingsvisie Zuid-Holland) De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen verder een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling betreft een inpassingsontwikkeling. Het sluit immers aan bij de gebiedsidentiteit (die in hoofdzaak bestaat uit de woonfunctie, een diversiteit aan woonvormen, groen karakter) en voegt zich in de bestaande structuur. Ten opzichte van de huidige situatie, een in grote mate versteend gebied, wordt met de voorgenomen ontwikkeling de bestaande structuur juist versterkt. De landschappelijke contouren van het Hubertusduin integreren met de orthogonale structuur van de Sprank en de zandafgraving / boomkwekerij. Door de sloop van de aanwezige saxofoon ontstaat voorts een zone die zich meer kan richten op de groene kwaliteiten van de boomkwekerij en het Hubertusduin.
Hieronder is beoordeeld welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling en welke richtpunten bij een dergelijke inpassing horen. Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen in het gebied 'Strand- en duinlandschap'. Binnen dit gebied dienen ontwikkelingen bij te dragen aan de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het strand en de duinen, of deze te versterken. Daarnaast dienen ontwikkelingen zorg te dragen voor het behoud van het openbare karakter en de afwisseling in de belevingskwaliteit (van druk naar rustig) langs de kust van Zuid-Holland. Nieuwe strandbebouwing voor verblijfsrecreatie nabij duingebied op rustige stranden is daarmee niet toegestaan. Vanuit de ambitie om de kwaliteiten van de locatie optimaal te benutten en te versterken voor zowel het te transformeren monument als de nieuwbouw is gekozen voor een ondergrondse parkeeroplossing zodat het karakteristieke bos/duinlandschap van het Hubertusduin hier overheen doorgetrokken kan worden. Het nu versteende landschap wordt daarmee getransformeerd naar een semi-openbaar en groen duinlandschap. De ruimte tussen de nieuwe bouwvolumes onderling en met de oudbouw is zodanig dat het landschap tot tegen de oudbouw aan kan lopen (reeds vergund) en de drie nieuw te realiseren gebouwen als losse alzijdige gebouwen in dit landschap staan.
Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Deze laag is niet van toepassing op het plangebied.
25
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen binnen de gebieden, 'Steden en dorpen', 'Bouwwerken voor energieopwekking' en gedeeltelijk binnen de 'Stedelijke groen- en waterstructuur'. De bij 'Steden en dorpen' behorende richtpunten luiden als volgt: a. Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. b. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. c. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met "zwaartepunten" in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. d. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. e. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). f. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. g. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. h. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. i.
Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. Het bij 'Bouwwerken voor energieopwekking' horende richtpunt luidt als volgt: a. Bij de plaatsing van nieuwe bouwwerken voor energieopwekking zal een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moeten geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Het bij 'Stedelijke groen- en waterstructuur' horende richtpunt luidt als volgt: a. Ontwikkelingen dragen bij aan het behouden en versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur. Daarbij gaat het om de recreatieve kwaliteit, de bijdrage aan klimaatbestendigheid en de verbinding tussen stad en land. Op de richtpunten behorende bij 'Steden en dorpen' en 'Stedelijke groen- en waterstructuur' kan als volgt gereageerd worden in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. De nieuwbouwvolumes beogen een helder en krachtig ensemble te vormen in het nieuwe landschap. Omdat alle bebouwing in het plangebied uiteindelijk in samenhang ervaren moet kunnen worden is de positie en afmeting van de nieuwbouwvolumes geënt op die van het monument. De posities liggen zoveel mogelijk binnen de enveloppe van de huidige saxofoon maar sluiten aan op de orthogonale structuur van het monument, de Sprank (watergang van Plesmanweg naar kwekerij) en de Stadskwekerij.
De afstanden tot de omliggende wegen zijn gelijk of groter dan voorheen. Door de keuze om oud- en nieuwbouw te verbinden met een orthogonale structuur binnen het (bos/ duin) landschap, ontstaat er meer samenhang in het plangebied. De onder het landschap gelegen garage is binnen hetzelfde systeem opgezet zodat ook daar een heldere indeling volgt. De ondergrondse bak is van het achterliggende fietspad teruggelegd zodat de landschappelijke aansluiting glooiend en vriendelijk is. Daarmee speelt het ook goed in op de aanwezige hoogte verschillen in het terrein. Vanaf de Kwekerijweg wordt op gelijk niveau het verhoogde maaiveld betreden. Tussen de gebouwen ontstaan groene en toegankelijke ruimtes met wandelroutes die verbonden zijn met de omliggende paden. Vanuit de ambitie om de kwaliteiten van de locatie optimaal te benutten en te versterken voor zowel het te transformeren monument als de nieuwbouw is gekozen voor een ondergrondse parkeeroplossing zodat het karakteristieke bos/duinlandschap van het Hubertusduin hier overheen doorgetrokken kan worden. Aan de randen sluit het nieuwe landschap aan op de Plesmanweg/ Raamweg en
26
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Plesmanweg/Badhuisweg, waardoor er een eenduidige ervaring van het gebied ontstaat. Het nu versteende landschap wordt daarmee getransformeerd naar een semi-openbaar en groen bos/ duinlandschap. Gelet op voorgaande is sprake van een ontwikkeling die bijdraagt aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van de stad, past binnen de stedelijke structuur (ook voor wat betreft de bouwhoogte), de stedelijke groen- en waterstructuur versterkt en cultuurhistorische waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen behoud. De overige richtpunten behorende bij de 'Steden en dorpen' zijn niet aan de orde bij de voorgenomen ontwikkeling. Verder is geen sprake van de realisatie van een bouwwerk voor energieopwekking, waardoor toetsing aan het daarbij behorende richtpunt ook achterwege kan blijven. Laag van de beleving Een klein gedeelte van het plangebied is gelegen binnen de 'Atlantikwall'. Dit is weergegeven op onderstaand figuur.
Afbeelding 3.1: Uitsnede 'Laag van de beleving' Het richtpunt behorende bij de 'Atlantikwal' is dat ontwikkeling bijdragen aan het behoud van de elementen van de Atlantikwall. De Atlantikwall bestond uit kustbatterijen, versperringen en ondersteuningsbunkers. Deze relicten (elementen) vormen een tastbaar onderdeel van de recente wereldgeschiedenis. Conform het richtpunt dient aandacht te bestaan voor de beleefbaarheid van de linie als geheel, voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid. De voorgenomen ontwikkeling staat aan voorgaande niet in de weg. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past bij de aard en schaal van de omgeving, derhalve is sprake van inpassing. De ontwikkeling sluit verder aan bij de aanwezige gebiedskwaliteiten en daarmee samenhangende richtpunten voor projecten die worden getypeerd als inpassing. Het project is daarmee in lijn met de het provinciaal beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Omgevingsverordening
27
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
De provinciale Omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in regels. Deze regels zijn bindend voor gemeentelijke bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. De verordening bevat onder andere regels omtrent de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking voor stedelijke ontwikkelingen, de aanwijzing van kantorenlocaties, het opnemen van bedrijfsbestemmingen en de bescherming van natuurgebieden. Toetsing bestemmingsplan aan provinciaal beleid Het plangebied is in de Omgevingsverordening Zuid-Holland aangewezen als Milieubeschermingsgebied voor grondwater en specifiek als grondwaterbeschermingsgebied.
Afbeelding 3.1: Uitsnede Omgevingsverordening Zuid-Holland ter plaatse van het plangebied (bron: provincie Zuid-Holland) Het plangebied heeft zodoende de gebiedsaanduiding Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied gekregen, waarbij bepaald is dat bouwen slechts toegestaan als dit in overeenstemming is met de belangen van het grondwaterbeschermingsgebied. De ontwikkeling wordt verwarmd en gekoeld via een bodemenergiesysteem. De locatie van de bronnen ligt buiten milieubeschermingsgebied voor grondwater. Om te voorkomen dat het deel van de leidingen dat door het milieubeschermingsgebied voor grondwater loopt als gesloten bodemenergiesysteem gaat functioneren, wordt dit deel zodanig geïsoleerd dat warmteuitwisseling tussen leiding en omringende bodem wordt geminimaliseerd. Op grond van artikel 5.1 van bijlage 10 onderdeel B van de PMV kan een melding volstaan indien sprake is van het voornemen tot het graven van 2,5 tot 5 meter onder het maaiveld en behoeve van het aanleggen van kabels en leidingen.
28
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
De melding dient ten minste 10 dagen voor aanvang van de werkzaamheden te worden gedaan. Deze melding is inmiddels al gedaan. Ruimtelijke kwaliteit Artikel 6.9, lid 1 onder a: Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); Het voorgenomen initiatief valt onder artikel 6.9, lid 1, onder a van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen vindt daarom primair plaats binnen BSD. Het plan past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart zoals is beoordeeld eerder in deze paragraaf. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied, er wordt daarmee voldaan aan het uitgangspunt dat stedelijke ontwikkelingen bij voorkeur op dergelijke locaties plaatsvinden. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland mogelijk gemaakt.
Voor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2.3
Regionaal beleid
De MRDH is een samenwerkingsverband van 23 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH werkt vanuit twee agenda's. de Strategische Agenda MRDH 2022- Samen aan het werk (verder Agenda) en de Strategische Bereikbaarheidsagenda Vervoersautoriteit. Voorts is het Investeringsprogramma voor een Economisch sterke regio richtinggevend. MRDH heeft het Investeringsprogramma samen met de Provincie Zuid-Holland, de Economische Programmaraad Zuidvleugel en de regio's Holland-Rijnland en Drechtsteden opgesteld. Vanuit de focus op het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid werkt MRDH aan de ruimtelijk-economische versterking van de regio en het verhogen van het welzijn en de welvaart van haar inwoners. In 2016 is de Roadmap next economy samengesteld. Dit is een langetermijnvisie op een duurzame en concurrerende economie in de metropoolregio. Hierin zijn ambities geformuleerd, zoals het stoppen van CO2-uitstoot, hergebruiken van afval, permanent leren en een maatschappij waar iedereen aan deel kan nemen. Deze ambities zijn inmiddels in de Agenda verwerkt. Volgens de Agenda zet de metropoolregio zich in voor: 1. 2. 3. 4.
Verbetering van de (internationale) bereikbaarheid van de metropoolregio; Economische vernieuwing Transitie naar toonaangevende duurzaamheid Attractiviteit van de regio
Binnen de pijler economie zijn diverse doelen bepaald die het vestigingsklimaat verbeteren voor high tech bedrijvigheid en innovatie (campussen netwerk), maar ook voldoende ruimte biedt voor maakindustrie (terugdringen van werkloosheid). Door investeren in recreatie en groen wordt de regio niet
29
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
alleen gezonder, maar ook aantrekkelijker voor talent. Het mobiliteitsbeleid richt zich niet alleen op het hoge schaalniveau, zoals het versterken en verduurzamen van (macro)regionale en intraregionale verbindingen. Er wordt geïnvesteerd in veiligheid, in een betere bereikbaarheid van woon- en werklocaties en in snel, efficiënt en flexibele deur tot deur oplossingen. Conclusie Het bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 is in overeenstemming met het regionaal beleid zoals verwoord in het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020. 3.2.4
Gemeentelijk beleid
3.2.4.1 Wéreldstad aan Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 De Structuurvisie Den Haag 2020 beschrijft de toekomstvisie van Den Haag op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad in regionaal perspectief tot het jaar 2020 (Rv 197 - 2005; RIS 129201). De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag te benutten: een internationale stad, een stad aan zee, een multiculturele stad en een monumentale residentie. De structuurvisie gaat uit van een lichte groei van het aantal inwoners (nu ca 550.000) en een groei van het aantal arbeidsplaatsen in 2020. Dat betekent dat er ca 40.000 woningen moeten worden toegevoegd in de bestaande stad, door verdichting. In de structuurvisie wordt de Wéreldstad aan Zee vormgegeven door ontwikkelingen in vijf kansenzones (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4-zone en de Schakelzone Lozerlaan). Het bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 is gelegen in de kansenzone van de Internationale Kustzone. In deze zone ligt de nadruk op verbetering van bereidbaarheid en het bieden van ruimte voor wonen en internationale instellingen. Voor woonruimte zijn vrij te komen locaties benoemd, waaronder het voormalige ministerie van Verkeer en Waterstaat (het plangebied).
Conclusie In de structuurvisie wordt het planvoornemen concreet benoemd als ontwikkelingsgebied waarbij de ambitie van de structuurvisie is ruimte te bieden voor wonen en internationale instellingen. De structuurvisie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 3.2.4.2 Agenda Ruimte voor de stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Met behulp van de principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt: Kwaliteit van het proces door samen de stad te maken en waar mogelijk ruimte te laten aan initiatiefnemers.
Daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat. Kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid.
30
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet. Daarnaast zijn er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor een aantal ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zicht te krijgen op mogelijke programma's, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere voor delen van het Central Innovation District, de Binckhorst en Scheveningen, mede in het licht van de gewenste schaalsprong in het openbaar vervoer, gemaakt moeten worden. Voor het betreffende plangebied wordt ingezet op herbestemming van het huidige monumentale pand aan de Plesmanweg. Het daaraan vastgebouwde kantoorcomplex (saxofoon) zal worden afgebroken waarna er ter plaatse drie woongebouwen gerealiseerd zullen worden. De Plesmanweg is door de strategische ligging naast het (tram)station, in het hart van de stad en direct bij alle stedelijke voorzieningen, dé plek voor verdichting en functiemenging. Ontwerp en programmering van buitenruimte en gebouwen faciliteren interactie, kruisbestuiving en kennisuitwisseling tussen verschillende functies en gebruikersgroepen. Zo zal naast het huidige al aanwezige kantoorprogramma een groot woonprogramma moeten worden gerealiseerd.
Conform de Agenda Ruimte voor de Stad zal dit in compacte vorm, dus in hoge dichtheid en met veel groene buitenruimte plaats moeten vinden. Hierdoor is de realisatie van hogere gebouwen gelegitimeerd. Conclusie: Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Agenda Ruimte voor de stad.
3.3
Cultureel erfgoed
3.3.1
Cultuurhistorische waarde
3.3.1.1 Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Het betreft: bescherming van stads- en dorpsgezichten vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie 3.3.1.2 Rijksbeschermd stadsgezicht Een beschermd stadsgezicht is omschreven als 'groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke en structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke waarde of cultuurhistorische waarde (..)' en dat vanwege dit algemene belang en als zodanig is aangewezen. Het plangebied maakt deel uit van het rijksbeschermd stadsgezicht Westbroekpark en Belgisch Park. Op basis van het overgangsrecht van de Erfgoedwet is de gemeente verplicht een bestemmingsplan vast te stellen ter bescherming van het rijksbeschermd stadsgezicht.
Het nieuwe bestemmingsplan maar ook het vigerende bestemmingsplan voorzien daarin. De cultuurhistorische waarden die zijn aangewezen en die door dit bestemmingsplan worden beschermd, zijn verwoord in de toelichting op de aanwijzing, zie Bijlage 3.
31
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
3.3.1.3 Provinciaal beleid Cultuurhistorie is van groot belang voor de leefomgeving in Zuid-Holland. Tientallen eeuwen ontginnen en bouwen, wonen en werken hebben deze provincie gemaakt tot een cultuurlandschap bij uitstek. Niet alleen oude molens, boerderijlinten of stadsgezichten maar ook dijken, verkavelingspatronen en archeologische vindplaatsen getuigen daarvan. Deze cultuurhistorische waarden bepalen in sterke mate de identiteit en kwaliteit van een gebied of plek, en op die manier dus ook de leefbaarheid en het welbevinden van bewoners en bezoekers. Het beleid voor cultureel erfgoed van provinciaal belang is vastgelegd in de Omgevingsverordening. Het cultureel erfgoed van Zuid-Holland is een belangrijke drager van ruimtelijke kwaliteit. Zeker in combinatie met groen en water verhoogt het erfgoed de variëteit en daarmee de aantrekkelijkheid van stad en landschap. Deze toegevoegde waarde van erfgoed bevordert de provincie op diverse manieren: behoud en versterking van cultuurhistorisch waardevolle structuren en ensembles die van bijzonder provinciaal belang zijn, via bescherming én passende ruimtelijke ontwikkeling, cultureel erfgoed vormt een integraal onderdeel van het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid via de kwaliteitskaart en de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit.
De cultuurhistorische, aardkundige en archeologische waarden zijn gebundeld in de cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS), die de basis vormt voor het provinciaal erfgoedbeleid. De Provinciale CHS geldt in de gemeente Den Haag niet voor het aspect archeologie. Het beschermende ruimtelijk beleid richt zich met name op een selectie van de CHS: cultuurhistorische kroonjuwelen, molen- en landgoedbiotopen, werelderfgoed (bestaand en potentieel). 3.3.1.4 Gemeentelijk beleid De Structuurvisie Den Haag 2020 benoemt vier grote troeven van Den Haag, een daarvan is de monumentale residentie. Den Haag is een stad met een belangrijk cultuurhistorisch erfgoed. Er zijn talrijke monumenten en 30% van de stad is beschermd stadsgezicht. De structuurvisie beschrijft de beschermde stadsgezichten als zéér waardevol en geeft aan dat deze door goed beheer hun kwaliteit zullen moeten behouden. Dat wil zeggen dat in ruimtelijke veranderingsprocessen in de stad bestaande cultuurhistorische waarden een volwaardige rol spelen. Het wil ook zeggen, dat de betreffende gebieden blijvend een betekenis hebben voor de identiteit en het karakter van de stad. Den Haag kent belangrijk materieel en immaterieel erfgoed. In de Erfgoedvisie, gezamenlijke visie van Archeologie, Monumentenzorg & Welstand en het Haags Gemeentearchief op het Haagse erfgoed (RIS308176), noemen we dat ‘de Collectie Den Haag’.
De betekenis van erfgoed ligt vooral in de bijdrage die het levert aan ons identiteitsbesef. We ervaren het verleden pas als een erfenis, een erfgoed, als we ons erin kunnen herkennen. En wat we als erfgoed ervaren en benoemen kan voor verschillende groepen en culturen verschillend zijn in aard en uitingsvorm. Zorg voor erfgoed betekent nadrukkelijk niét dat veranderingen in de woon- en leefomgeving zouden moeten worden tegengehouden. Integendeel: stad en samenleving ontwikkelen zich, in reactie op een steeds veranderende maatschappelijke context. Met de ontwikkeling worden geen bestaande cultuurhistorische waarden aangetast. De ontwikkeling is in lijn met de Erfgoedvisie. 3.3.1.5 Monumentale gebouwen In paragraaf 4.8.1 worden de monumentale gebouwen genoemd die ingevolge artikel 6 van de Monumentenwet 1988 als rijksmonument of ingevolge artikel 3 van de Monumentenverordening Den Haag zijn ingeschreven. Voor wijzigingen, waaronder verbouwingen en onderhoud aan zowel rijks- als gemeentelijke monumenten is op grond van artikel 2.1, lid 1 onder f. of ingevolge artikel 2.2, lid 1 onder b. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een vergunning vereist. Toetsingscriteria zijn onder meer de architectuur- en cultuurhistorische waarden van het desbetreffende monument.
32
bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (ontwerp)
De huidige bebouwing is deels aangewezen als monument. 3.3.2