CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317222 Bijlage

Commissie Bestuur 17 januari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief van wethouder Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening, de heer Bredemeijer, inzake Samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid Den Haag4.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

SAMENWERKINGOVEREENKOMST SCHOOLVEILIGHEID DEN HAAG 2023 - 2027

1

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST SCHOOLVEILIGHEID DEN HAAG 2023 – 2027 1. Uitgangspunt Een veilige schoolomgeving is een voorwaarde voor een optimale ontwikkeling van ieder kind en iedere jongere. Schoolveiligheid is een veelomvattend begrip: een veilig schoolgebouw, de sfeer op school, omgangsvormen en de aanpak van criminaliteit. De school is als eerste verantwoordelijk voor een veilig schoolklimaat. Echter een actieve deelname van leerlingen/studenten en ouders, maar ook politie, gemeente en andere voor de school belangrijke partners is noodzakelijk. Deze samenwerkingsovereenkomst bevat afspraken over de samenwerking en de rollen en verantwoordelijkheden op het gebied van schoolveiligheid tussen scholen, politie, gemeente en het Openbaar Ministerie. De ondertekenende samenwerkingspartners geven aan dat zij de gezamenlijke verantwoordelijkheid en het belang van samenwerking erkennen. Met deze samenwerkingsovereenkomst wordt beoogd dat de partners eerder in kunnen spelen op onveilige situaties en sneller actie kunnen ondernemen, zodat escalatie wordt voorkomen. Preventie is het voornaamste doel van de overeenkomst. Door ondertekening van deze samenwerkingsovereenkomst hebben de samenwerkingspartners de inspanningsverplichting om de afspraken in, en voortvloeiend uit, deze samenwerkingsovereenkomst naar vermogen uit te voeren.

In deze samenwerkingsovereenkomst wordt verwezen naar het Handelingsprotocol Schoolveiligheid (hierna te noemen ‘het Handelingsprotocol’). Het Handelingsprotocol is een document waarin wordt aangegeven hoe te handelen bij grensoverschrijdend gedrag en incidenten. In de samenwerkingsovereenkomst worden de termen ‘leerlingen’ en ‘studenten’ gehanteerd. Voor ROC Mondriaan geldt dat de term ‘studenten’ ook ‘VAVO-studenten’ of ‘cursisten’ kan behelzen. 1.1 Samenwerkingspartners  De gemeente Den Haag (verder te noemen: de gemeente)  Het voortgezet onderwijs in Den Haag (verder te noemen: de school of het schoolbestuur)  Het ROC Mondriaan in Den Haag (verder te noemen: de school of het schoolbestuur)  Politie Eenheid Den Haag (verder te noemen: de politie)  Openbaar Ministerie arrondissementsparket Den Haag (verder te noemen: het OM) 1.2 Doelen  Het creëren en/of verbeteren van het veiligheidsklimaat in en om de school;  Het voorkomen en bestrijden van overlast, vandalisme en criminaliteit in en om de school;  Zorgwekkend gedrag van leerlingen/studenten/studenten in een vroeg stadium signaleren en tegengaan;  Calamiteiten- en crisisbeheersing.

2

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

Samenwerkingspartners besluiten als volgt: 1. Contactpersonen Artikel 1 contactpersonen Elke deelnemende samenwerkingspartner (uitgezonderd het OM) wijst een vast contactpersoon aan die optreedt als vertegenwoordiger van betreffende samenwerkingspartner. Daarnaast wijst elke deelnemende samenwerkingspartner een vervanger van de vaste contactpersoon aan. Artikel 2 taken contactpersonen De contactpersonen voeren onderstaande taken uit: 1. Eerste aanspreekpunt zijn voor de andere samenwerkingspartners; 2. Zodanig informeren van andere samenwerkingspartners dat elke samenwerkingspartner zijn rol optimaal kan vervullen; 3. Eerste aanspreekpunt zijn voor de eigen organisatie, zorg dragen voor de doorverwijzing binnen de eigen organisatie; 4. Informeren van de eigen organisatie met betrekking tot ontwikkelen en activiteiten voor de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst; 5. Deelnemen aan (overleggen van) de regiegroep en het voorbereiden van de (overleggen van) de stuurgroep; 6. Deelnemen aan evaluaties van de samenwerkingsovereenkomst en het Handelingsprotocol; 7. Het overdragen van werkzaamheden aan een opvolger bij ontslag of aan een vervanger bij langdurige afwezigheid als gevolg van ziekte of verlof. 2.

Verantwoordelijkheden en rollen van de samenwerkingspartners Artikel 3 de gemeente De gemeente is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van een integraal veiligheidsbeleid in haar gemeente en faciliteert en ondersteunt de scholen bij hun wettelijk vastgelegde verantwoordelijkheid voor schoolveiligheid: 1. De gemeente bewaakt de naleving van gemaakte afspraken. Daartoe organiseert de gemeente overleggen van de regiegroep en de stuurgroep. Gebleken knelpunten worden opgepakt door de samenwerkingspartners en leiden (eventueel ook tussentijds) tot benodigde vervolgstappen. 2. De gemeente is te allen tijde het aanspreekpunt voor de samenwerkingspartners voor vragen, knelpunten en dilemma’s inzake de werking van de samenwerkingsovereenkomst. 3. De gemeente werkt met vo-scholen samen op basis van wettelijke taken1 en het ‘Routeboek verzuim en thuiszitters VO, Samenwerken aan passend aanbod onderwijs en jeugdhulp in Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg’.2 Dit routeboek betreft de samenwerking tussen scholen, Samenwerkingsverband passend onderwijs ZuidHolland West (SWVZHW), Leerplicht, het Centrum Jeugd & Gezin (CJG), de jeugdgezondheidszorg (JGZ) en schoolmaatschappelijk werk. 1 De Leerplichtwet en de wet Regionale Meld- en Coördinatiefunctie. 2 Zie: https://www.swvzhw.nl/downloads/routeboek-verzuim-en-thuiszitters-vo.

3

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

4. De gemeente werkt met vo-scholen samen in het Netwerk Veilige School, dat zich specifiek richt op schoolveiligheid in relatie tot grotere trends in jeugdcriminaliteit die de wijk en/of de stad ontstijgen, zoals rivaliserende, gewelddadige jeugdgroepen. 5. De gemeente werkt met mbo-scholen samen op basis van wettelijke taken3 en afspraken per domein: het Regionaal meldprotocol verzuim en voortijdig schoolverlaten4, het Regionaal programma vsv RMC-regio Haaglanden (28) 2021-20245 en afspraken in de samenwerking met partners als het CJG, JGZ, schoolmaatschappelijk werk, Leerplicht en Wmo. 6. Desgevraagd en op eigen initiatief kan de gemeente in facilitaire en/of inhoudelijke ondersteuning voorzien voor de samenwerkingspartners. Dit omvat bijvoorbeeld het verspreiden onder de partners van documentatie over nieuwe inzichten, regelgeving, instrumenten op het gebied van school en veiligheid. Daarnaast kunnen de samenwerkingspartners terecht bij de stadsdeelmedewerkers voor de verbinding met andere partijen in hun wijk. Artikel 4 de school De school is verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van leerkrachten, onderwijsondersteunend personeel, leerlingen/studenten en bezoekers van de school: 1.

De wet schrijft voor dat scholen een veiligheidsbeleid hebben en uitvoeren, er een schoolveiligheidscoördinator is aangesteld en dat de veiligheidsbeleving van leerlingen/studenten jaarlijks wordt gemonitord. De Inspectie van het Onderwijs is belast met de handhaving hiervan. 2. De school zorgt voor een actueel veiligheidsbeleid binnen de school en zorgt dat personeel, leerlingen/studenten en ouders van leerlingen/studenten hiervan op de hoogte zijn. Het schoolreglement (voortgezet onderwijs) en het studentenstatuut (ROC Mondriaan) bevat een paragraaf over veiligheid. Deze paragraaf bevat minimaal: a. De mededeling dat binnen de school één of meer vertrouwenspersonen zijn aangesteld. b. Een verbod op crimineel gedrag, zoals vandalisme, diefstal, intimidatie (waaronder ook seksuele intimidatie), bedreiging, mishandeling en discriminatie. c. Een verbod op het gebruik/bezit van alcohol, drugs of wapens in of om de school. Voor ROC Mondriaan geldt dat het bezit en het gebruik van alcohol niet is toegestaan, tenzij dat expliciet door de schooldirecteur is toegestaan. Onder invloed zijn van of het verhandelen van alcohol is nooit toegestaan. d. De mededeling dat bij het plegen van een strafbaar feit aangifte kan worden gedaan. e. De mededeling dat ook bij vermoeden van crimineel gedrag contact met de politie kan worden opgenomen. f.

De mededeling dat de school zich het recht voorbehoudt om de ter beschikking gestelde kluisjes en dergelijke te openen. g. De mededeling dat de school leerlingen/studenten kan verzoeken de inhoud van lockers en (fiets)tassen of opbergruimte van voertuigen te tonen.6

3 De Leerplichtwet en de wet Regionale Meld- en Coördinatiefunctie. 4 Zie: https://www.vsv-

nee.nl/uploads/Meldprotocol%20Verzuim%20en%20Uitval%20regio%20Haaglanden%20december-2021.pdf. 5 Zie: https://vsv-nee.nl/nieuwsbrief/vsv_agenda_21-24.pdf. 6 Zie: https://bureaubeke.nl/wp-content/uploads/2021/08/Checklist_Wapencontrole_scholen_2021.pdf.

4

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

h. De mededeling dat er periodiek een signaleringsoverleg plaatsvindt op school tussen de contactpersoon van de school, de contactpersoon van de politie en de contactpersoon vanuit het sociaal domein om informatie te delen en afspraken te maken die de schoolveiligheid raken in de meest brede zin van het woord. i. Afhankelijk van de signalen en de te bespreken thema’s sluiten hierbij partners aan zoals GGD, Stichting Halt, welzijnsorganisaties, verslavingszorg, et cetera. Hierbij zullen in beginsel geen persoonsgegevens worden uitgewisseld. 3. De school draagt er zorg voor dat de schoolregels worden nageleefd en heeft een protocol waarin is opgenomen hoe te handelen in geval de regels niet worden nageleefd (het Handelingsprotocol). De school zorgt ervoor dat ouders en leerlingen/studenten op de hoogte zijn van de afspraken die voortvloeien uit de uitvoering van het Handelingsprotocol. 4. De school is verplicht een incidentenregistratie bij te houden. 5. De school dringt erop aan dat slachtoffers aangifte doen van strafbare feiten. De school overweegt altijd conform vigerende wet- en regelgeving aangifte te doen als de school zelf de benadeelde partij is. 6. De school zal, daar waar mogelijk en op basis van overleg, medewerking verlenen aan het ten uitvoer brengen van eventueel aan een leerling van de betreffende school op te leggen (pre-)justitiële sancties. 7.

Bij het nemen van maatregelen om crimineel gedrag door leerlingen/studenten in en om de school te voorkomen, kan de school in alle gevallen beroep doen op de politie en zo nodig overleg voeren inzake de te nemen maatregelen. 8. De school werkt samen met het schoolmaatschappelijk werk, CJG, JGZ, leerplicht en SWVZHW conform de wet- en regelgeving en de met deze partijen gemaakte afspraken. 9. De school voert beleid in rondom het omgaan met sociale media en onderhoudt contacten met de politie in geval van grensoverschrijdend gedrag (cyberpesten of andere strafbare feiten). 10. De school neemt altijd haar eigen verantwoordelijkheid en neemt maatregelen volgens het veiligheidsbeleid van de school. Maatregelen genomen door de school staan los van eventuele maatregelen te nemen door politie of strafrechtelijke vervolging door het OM. 11. Indien er een gerechtvaardigd belang is, zoals bijvoorbeeld bij (zorgen over mogelijke) criminele activiteiten, heeft de school actief contact met de politie. De politie wordt door de school op de hoogte gehouden van incidenten, deze informatie wordt in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld. 12.

In het geval van een incident waarbij een leerling van de school betrokken is, of het incident vindt plaats op school, treedt het Handelingsprotocol (zie bijlage 2) in werking met de bijbehorende samenwerkingsafspraken (voor ROC Mondriaan is het Handelingsprotocol een advies). 13. Om de veiligheid op school zo goed mogelijk te waarborgen voert de school beleid uit met betrekking tot vroegsignalering en preventie. Voorbeelden hiervan zijn het tijdig inbrengen van zorgen omtrent een leerling in het Jeugdhulp en School-overleg (JESoverleg). 14. De school heeft preventief (via reguliere lessen, voorlichtingen, et cetera) en repressief aandacht voor onderwerpen als kleine criminaliteit, vuurwerk, wapenbezit, discriminatie, grooming, sociale media en sexting, mensenhandel, ronselen, omgaan met geld, 5

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

alcohol en drugs met leerlingen/studenten, docenten, ander schoolpersoneel en ouders. Hierin werkt de school samen met de samenwerkingspartners en schakelt indien wenselijk overige instanties in, zoals de welzijnsorganisaties, verslavingszorg en/of Stichting Halt. 15. Indien nodig stelt de school gedragsregels op. Indien gewenst wordt nadere informatie en te maken afspraken gerelateerd aan de gedragsregels vastgelegd in afzonderlijke protocollen. 16. De VO-school heeft een multidisciplinair ondersteuningsteam (het JES). Voor het MBO is dit het zorgadviesteam (het ZAT). In dit team worden leerlingen/studenten besproken en gevolgd waaromtrent zorgen bestaan. Dit kan mede betrekking hebben op veiligheid. 17. Het JES/ZAT sluit aan bij de leerlingen/studentenzorg van de school. De professionals in het ondersteuningsteam schakelen zo snel mogelijk de juiste hulp en ondersteuning in voor leerling, ouders en docent(en). Belangrijke partners zijn jeugdhulp, schoolmaatschappelijk werk, leerplicht, de consulent schoolondersteuningsteam en de Jeugdgezondheidszorg. 18. Op uitnodiging kan de politie participeren in het ondersteuningsteam. Bij signalen van huiselijk geweld doet de school melding bij Veilig Thuis (Meldcode). 19.

De school is zich bewust van mogelijke overlast, vandalisme en criminaliteit van schooljeugd in de directe (woon)omgeving van de school en levert vanuit haar verantwoordelijkheden en bevoegdheden een bijdrage aan het voorkomen en bestrijden hiervan. 20. Meldingen vanuit ondernemers of omwonenden van de school worden altijd serieus genomen en onderzocht. 21. Bij overlast die door leerlingen/studenten is veroorzaakt, zal de school dit bespreken met betrokken leerlingen/studenten, ouders en omwonenden of ondernemers. Artikel 5 de politie De politie is belast met de handhaving van wet- en regelgeving en de openbare orde onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag: 1. De politie heeft actief contact met de school en wordt door de school op de hoogte gehouden van incidenten, waarbij informatie in een zo vroeg mogelijk stadium wordt gedeeld, indien er een gerechtvaardigd belang is. 2. De politie zorgt dat de afspraken in het Handelingsprotocol bekend zijn bij de medewerkers van het wijkbureau. 3. De politie houdt de school, voor zover mogelijk, op de hoogte van de voortgang van de zaak waarover de school aangifte heeft gedaan. 4. De politie spant zich in om bij melding van crimineel gedrag prioriteit te geven aan een zo snel mogelijke en passende interventie en afhandeling, waar nodig in overleg met de schoolleiding en ouders. 5.

De politie spant zich in om scholen te ondersteunen bij de aanpak van cyberpesten of strafbare feiten via sociale media, 6. De politie verstrekt alleen gegevens die zijn vastgelegd voor de dagelijkse politietaak (art. 8 en 13 Wpg) en verstrekt niet meer dan noodzakelijk. Het betreft dan met name verstrekkingen op acute basis naar aanleiding van een incident of zorgen over de schoolveiligheid.

6

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

7. Indien het noodzakelijk is dat strafvorderlijke gegevens worden verstrekt dient overeenkomstig de Wet en het Besluit politiegegevens, alsmede de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en de bijbehorende aanwijzing te worden gehandeld. Dit betekent dat in die gevallen een voorgenomen verstrekking vooraf met het OM (en specifiek: de zaaksOvJ) moet worden afgestemd. 8. De gegevens worden uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. Gegevens worden niet overgedragen of ter beschikking gesteld aan nietsamenwerkingsverbandpartners. 9. De politie maakt afspraken met de school over aanhoudingen in school en, indien daartoe aanleiding is, over surveillance rond de school. Aanhoudingen in school worden, zo mogelijk van tevoren gemeld bij de schoolleiding en zo onopvallend mogelijk uitgevoerd. 10. Op verzoek en indien mogelijk ondersteunt de politie de school bij controles van kluisjes op aanwezigheid/in bezit hebben van onder meer wapens, vuurwerk, alcohol en drugs. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Checklist ‘Controle op wapenbezit in en rond scholen’.7 11. De politie adviseert de school over de voorkoming en bestrijding van overlast, vandalisme en criminaliteit. 12. De politie verplicht zich prioriteit te geven aan een snelle interventie en afhandeling van een melding of aangifte van (een vermoeden van) strafbare feiten in en om school. 13.

De prioriteit is afhankelijk van de ernst van de feiten. Verdachten worden, als dat juridisch mogelijk is, indien nodig aangehouden. 14. Het dossier wordt conform de afgesproken doorlooptijden ingezonden naar Stichting Halt of het OM. 15. De politie koppelt aan de school terug hoe een aangifte of melding wordt opgepakt. Artikel 6 het OM Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en verantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten: 1. Het OM kan op verzoek en waar mogelijk en beschikbaar een bijdrage leveren aan voorlichting en advies over preventieve, maar met name repressieve activiteiten bij criminaliteit. 2. Het OM zal in geval van melding van strafbare feiten en bij het opmaken van een proces-verbaal door de politie, er zorg voor dragen dat strafzaken zo snel mogelijk worden afgedaan. 4. Informatie-uitwisseling In deze samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid Den Haag 2023-2027 wordt het uitwisselen van persoonsgegevens geborgd zodat er op grond van deze samenwerkingsovereenkomst informatie uitgewisseld kan worden tussen de samenwerkingspartners. Dit gebeurt met name op acute basis n.a.v. een incident of wanneer de schoolveiligheid in het geding is op grond van de Wet Politiegegevens (WPG) en de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG).

7 Zie: https://bureaubeke.nl/wp-content/uploads/2021/08/Checklist_Wapencontrole_scholen_2021.pdf

7

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

De artikelen 5, 6 en 9 in de Algemene Verordening Gegevensbescherming die van toepassing zijn luiden: Beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens (art. 5) Persoonsgegevens moeten: - op een rechtmatige, behoorlijke en transparante wijze worden gedeeld (verwerkt); - voor duidelijk en expliciet omschreven en rechtmatige doelen worden verzameld en opgeslagen; - beperkt zijn tot wat noodzakelijk is voor de beoogde doelen; - correct zijn en zo nodig worden geactualiseerd; onjuiste informatie moet onmiddellijk worden gewist of gecorrigeerd; - worden bewaard in een vorm waardoor de betrokken niet langer te identificeren is indien dat niet meer noodzakelijk is voor het beoogde doel; - door technische of organisatorische maatregelen worden beveiligd tegen ongeoorloofde of onrechtmatige uitwisseling, verlies, vernietiging of beschadiging. Rechtmatigheid van de verwerking (delen) van persoonsgegevens (art. 6) Het uitwisselen (=verwerken) van persoonsgegevens wordt geborgd, doordat de rechtmatigheid van deze uitwisseling getoetst wordt aan de Algemene verordening gegevensbescherming. Dat wil zeggen dat uitwisseling van persoonlijke gegevens kan plaatsvinden als voldaan wordt aan een van de onderstaande voorwaarden: -

-

Er is toestemming van betrokkene; De uitwisseling is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij betrokkene partij is; De uitwisseling is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting van verwerkingsverantwoordelijke; De uitwisseling is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene of van andere natuurlijke personen te beschermen; De uitwisseling is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen; De uitwisseling is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde.

Verwerking (uitwisselen) van bijzondere categorieën van persoonsgegevens (art. 9) Het uitwisselen van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, blijken en het verwerken van gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid zijn verboden. Het verbod geldt niet indien: -

-

De betrokkene toestemming heeft verleend; De uitwisseling noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting van de verwerkingsverantwoordelijke; De uitwisseling noodzakelijk is om de vitale belangen van de betrokkene of andere natuurlijke personen te beschermen en de betrokkene niet in staat is om toestemming te geven; De uitwisseling komt van een organisatie (zonder winstoogmerk) en wordt gedaan in het kader van gerechtvaardigde activiteiten met passende waarborgen; de 8

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

-

-

uitwisseling heeft betrekking op leden of voormalige leden van de organisatie of op personen die regelmatig contact hebben met de organisatie mits deze persoonsgegevens niet zonder de toestemming van de betrokkenen buiten de organisatie worden gedeeld; De uitwisseling heeft betrekking op persoonsgegevens die door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; De uitwisseling noodzakelijk is voor een rechtsvordering of wanneer gerechten handelen in het kader van hun rechtsbevoegdheid; De uitwisseling noodzakelijk is vanwege zwaarwegend algemeen belang en daarbij voldoende rekening wordt gehouden met het doel van de uitwisseling, het recht op bescherming van persoonsgegevens en maatregelen worden genomen ter bescherming van de grondrechten en belangen van de betrokken; De uitwisseling noodzakelijk is uit oogpunt van het leveren van medische of sociale diensten; De uitwisseling noodzakelijk is uit oogpunt van algemeen belang op het gebied van volksgezondheid; De uitwisseling noodzakelijk is met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden.

Tijdens de overleggen van de regiegroep en de stuurgroep (zie paragraaf 5) wordt geen informatie op persoonsniveau besproken. Het uitwisselen van informatie waarbij geen privacybescherming nodig is, bv. algemene informatie zonder het benoemen van persoonsgegevens, is wel mogelijk tijdens deze overleggen. Het tijdig en correct uitwisselen van informatie gebeurt door alle betrokkenen zowel op eigen initiatief als op verzoek. Hierbij wordt afgewogen voor welke betrokkenen de informatie noodzakelijk is. Artikel 7 geheimhoudingsplicht en beveiliging 1. De uitgewisselde informatie heeft een vertrouwelijk karakter. Ieder die op grond van deze samenwerkingsovereenkomst kennisneemt van persoonsgegevens, is verplicht tot geheimhouding daarvan, tenzij uit de wet en/of deze samenwerkingsovereenkomst een bevoegdheid of plicht tot verstrekking van persoonsgegevens voortvloeit. 2. De samenwerkingspartners nemen de benodigde technische en organisatorische maatregelen om de vertrouwelijkheid van de persoonsgegevens te waarborgen. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten, een passend beveiligingsniveau gelet op de risico’s die de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens met zich meebrengen. De maatregelen zijn er mede op gericht onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen. 3.

Strafrechtelijke persoonsgegevens worden niet verstrekt tenzij dit wettelijk is toegestaan. De zaaksOvJ of eventueel de gebiedsOvJ of DistrictsOvJ wordt geraadpleegd om te bezien of bij verdere verstrekking een eventuele strafvervolging gevaar loopt. Indien strafrechtelijke gegevens waarop een geheimhoudingsplicht rust worden verstrekt, is de samenwerkingspartner aan wie wordt verstrekt ook gebonden aan de geheimhoudingsplicht.

9

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

Artikel 8 grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens 1. De samenwerkingspartners zijn zelf verwerkingsverantwoordelijk voor hun gegevens. Artikel 9 gegevensuitwisseling tussen samenwerkingspartners 1. De uitwisseling van persoonsgegevens tussen samenwerkingspartners vindt plaats met inachtneming van de voor iedere samenwerkingspartner toepasselijke wettelijke regelingen. 2. Bij de uitwisseling van gegevens, dragen de samenwerkingspartners er zorg voor dat de verstrekte gegevens juist en volledig zijn en dat er niet meer gegevens worden verstrekt dan noodzakelijk. 3. Justitiële en strafvorderlijke gegevens worden, indien mogelijk en toegestaan, aan samenwerkingspartners van de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid Den Haag verstrekt met het oog op een zwaarwegend algemeen belang met het doel strafbare feiten te voorkomen en/of op te sporen. De verstrekte gegevens mogen niet voor een ander doel worden gebruikt dan waarvoor zij zijn verstrekt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan wel de uitvoering van de taak met het oog waarop de gegevens zijn verstrekt daartoe noodzaakt. 4. Samenwerkingspartners zullen alleen persoonsgegevens uitwisselen indien en zolang dit noodzakelijk is voor het waarborgen van de schoolveiligheid. Samenwerkingspartners zullen hierbij niet meer gegevens uitwisselen dan noodzakelijk voor het bereiken hiervan.

Artikel 10 informeren van betrokkenen 1. De betrokkene wordt zo spoedig als mogelijk op eenvoudige en duidelijke wijze geïnformeerd over het voornemen tot verwerking van op hem betrekking hebbende persoonsgegevens. Betrokkene wordt op zodanige wijze als past bij zijn bevattingsvermogen ingelicht over het doel van de gegevensverwerking, met wie zijn gegevens zullen worden gedeeld en welk belang daarbij voor hem aanwezig is. Indien vooraf informeren niet mogelijk is, wordt betrokkene zo snel mogelijk na de start van de verwerking geïnformeerd conform de afspraken in dit artikel. 2. Tevens wordt de betrokkene geïnformeerd over de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke, alsmede waar - en indien van toepassing - voor welke instantie hij werkzaam is. Op verzoek van de betrokkene worden deze gegevens schriftelijk verstrekt. 3. De betrokkene heeft de mogelijkheid bezwaar te maken tegen de verwerking van diens gegevens. Indien en voor zover de betrokkene van dit recht gebruik maakt, worden - in overleg met betrokkene - diens bezwaren besproken en beoordeeld. De uitkomst van de bezwaarafhandeling wordt vastgelegd in het leerlingdossier dat wordt bijgehouden door de school van betrokkene. 4. Beoordeeld wordt het gewicht van de bezwaren van betrokkene ten opzichte van het doel en de noodzaak om wél gegevens te verwerken. Dit wordt gedaan door de verwerkingsverantwoordelijke.

Indien nodig en/of gewenst, kan de noodzaak en bezwaren tot gegevensverwerking met andere samenwerkingspartners besproken worden. 5. Afhankelijk van de uitkomst van dit weegproces genoemd in het voorgaande punt worden de bezwaren (tijdelijk) gehonoreerd of terzijde geschoven. Het voornemen om de bezwaren van betrokkene terzijde te schuiven, wordt eerst getoetst aan de eisen van subsidiariteit, proportionaliteit en noodzakelijkheid. 10

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

6. De argumenten op basis waarvan bezwaren terzijde worden geschoven, worden zorgvuldig gemotiveerd en gedocumenteerd in het leerlingdossier van de school van betrokkene. 7. Het recht op informatie kan (tijdelijk) worden beperkt voor zover dit noodzakelijk is ter voorkoming van strafbare feiten, indien in het belang van de bescherming van de betrokkene of in belang van de rechten en vrijheden van anderen. Het besluit om het recht op informatie te beperken, dient te worden getoetst aan de eisen van subsidiariteit, proportionaliteit en noodzakelijkheid. De argumenten op basis waarvan het recht op informatie wordt beperkt, worden zorgvuldig gemotiveerd en gedocumenteerd in het leerlingdossier van de school van betrokkene. Artikel 11 datalek 1. Indien zich een datalek voordoet dat binnen het bereik van deze samenwerkingsovereenkomst valt, wordt dit onverwijld gemeld aan de school van betrokkene. De betreffende school beoordeelt de omvang en ernst van het datalek en bepaalt of het lek aan de Autoriteit Persoonsgegevens moet worden gemeld. Datalekken die buiten het bereik van deze samenwerkingsovereenkomst vallen, worden gemeld door de samenwerkingspartner waar het datalek zich heeft voorgedaan. 2.

Indien het datalek een hoog risico met zich meebrengt voor de rechten en vrijheden van betrokkene, wordt betrokkene hierover in begrijpelijke taal geïnformeerd door de school van betrokkene. 5. Governance en evaluatie Artikel 12 stuurgroep 1. Ter bevordering van de veiligheid op en rond de school, wordt een stuurgroep gevormd waarin besluiten op strategisch niveau genomen worden. 2. De stuurgroep neemt besluiten over zowel de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid Den Haag als het programma Netwerk Veilige School. 3. De stuurgroep komt een keer per jaar bijeen. 4. Het overleg over de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid Den Haag behandelt in ieder geval: a. De voortgang van de overeengekomen samenwerking b. Actuele, complexe veiligheidsthema’s c. Andere zaken die door de regiegroep naar voren worden gebracht 5. Tijdens dit overleg is er aandacht voor uitdieping en uitwisseling van kennis en ervaringen. 6. De stuurgroep wordt gevormd door: - Namens de gemeente Den Haag de wethouder Onderwijs en Jeugd - Namens de Politie Eenheid Den haag het sectorhoofd met portefeuille Zorg en Veiligheid - Namens het primair onderwijs de voorzitter van het Platform PO - Namens het voortgezet onderwijs de voorzitter van het VO Platform - Namens het middelbaar beroepsonderwijs de voorzitter van het College van Bestuur van het ROC Mondriaan 7.

De gemeente bereidt de bestuurlijke overleggen voor en voert het secretariaat.

11

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

Artikel 13 regiegroep 1. Ter bevordering van de veiligheid op en rond de school, wordt een regiegroep gevormd waarin besluiten op tactisch niveau genomen worden. 2. De regiegroep in het kader van de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid Den Haag komt ten minste twee keer per jaar bijeen. 3. Het overleg over de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid Den Haag behandelt in ieder geval: a. De voortgang van de overeengekomen samenwerking b. Actuele, complexe veiligheidsthema’s c. Andere zaken die door de stuurgroep naar voren worden gebracht 4. Daarnaast is er aandacht voor uitdieping en uitwisseling van kennis en ervaringen. 5. De uitkomsten van het overleg vormen mede input voor het jaarlijkse overleg van de stuurgroep. 6. De regiegroep wordt gevormd door: - Namens de gemeente Den Haag de beleidsadviseur Onderwijs met portefeuille schoolveiligheid, de bestuurlijk beleidsadviseur Veiligheid, de beleidsadviseur Jeugd met portefeuille Jeugdreclassering, jeugdcriminaliteit en kwetsbare jongeren; - Namens de Politie Eenheid Den Haag een operationeel specialist E (plaatsvervangend sectorhoofd) uit de stad Den Haag; - Namens het voortgezet onderwijs de secretaris van het VO Platform; - Namens het middelbaar beroepsonderwijs de adviseur sociale veiligheid van het ROC Mondriaan. 7.

De beleidsadviseur jeugd van het Openbaar Ministerie ontvangt de agenda en bepaalt op basis daarvan of het OM aansluit bij de bijeenkomst van de regiegroep. 8. De gemeente bereidt de overleggen voor en voert het secretariaat. Artikel 14 evaluatie 1. De samenwerkingsovereenkomst en het Handelingsprotocol worden halverwege en aan het eind van de periode geëvalueerd door de regiegroep. De evaluatie wordt teruggekoppeld aan de stuurgroep, welke een besluit neemt over eventuele gevolgen van de evaluatie. De gemeente neemt hierin de regie. 2. De samenwerkingspartners kunnen voorstellen tot wijziging doen. Wijzigingen zijn pas bindend indien een schriftelijk stuk tot wijziging of aanvulling van deze samenwerkingsovereenkomst door de stuurgroep ondertekend is.

12

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

6. Duur van de samenwerkingsovereenkomst Artikel 15 Duur wijzigen en ontbinden 1. Deze samenwerkingsovereenkomst treedt in werking na de ondertekening en wordt aangegaan voor 4 jaar. 2. Zonder beëindigingsbesluit wordt de overeenkomst geacht stilzwijgend te zijn verlengd voor telkens twee schooljaren. 3. Een samenwerkingspartner deelt drie maanden voor het eind van een schooljaar, het voornemen tot beëindigen van deelname aan de samenwerkingsovereenkomst schriftelijk mee aan de andere samenwerkingspartners. De gemeente draagt zorg voor overleg tussen alle samenwerkingspartners over bedoeld voornemen. Leidt dit overleg niet tot andere inzichten, dan volgt de schriftelijke beëindiging van de deelname aan de samenwerkingsovereenkomst, met ingang van de eerste dag van de eerstvolgende zomervakantie voor het voortgezet onderwijs. 7.

Slotbepalingen

1. In geval van geschillen die voortvloeien uit deze samenwerkingsovereenkomst en die niet in onderling (bestuurlijk)overleg opgelost worden, zullen de samenwerkingspartners trachten deze met behulp van mediation op te lossen, conform het reglement van de Mediation Federatie Nederland, zoals dat luidt op de aanvangsdatum van de mediation. 2. Indien het onmogelijk gebleken is een geschil als hiervoor op te lossen met behulp van mediation, zal het geschil worden beslecht door de bevoegde rechter. Geschillen zullen in eerste aanleg uitsluitend worden voorgelegd aan de rechtbank Den Haag. 3. Door ondertekening van deze samenwerkingsovereenkomst vervallen alle eventuele eerder door de samenwerkingspartners gemaakte mondelinge, dan wel schriftelijke afspraken omtrent de hierbij overeengekomen samenwerking. 4. Een ieder verplicht zich alles wat hem bij de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst ter kennis komt en waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden, enkel na overleg met en toestemming van de samenwerkingspartners bekend te maken aan derden, behalve voor zover enig wettelijk voorschrift of uitspraak van de rechter hem tot bekendmaking verplicht. Deze verplichting blijft ook na beëindiging van deze samenwerkingsovereenkomst van kracht. 5.

De samenwerkingspartners blijven eigenaar van de stukken die zij hebben vervaardigd dan wel hebben ingebracht. 6. De uit deze samenwerkingsovereenkomst voor de samenwerkingspartners jegens elkaar voortvloeiende verbintenissen zijn ondeelbaar en hoofdelijk. 7. De samenwerkingspartners kunnen niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handelen van de andere samenwerkingspartners. 8. Op deze samenwerkingsovereenkomst is Nederlands recht van toepassing 9. In alle gevallen waarin deze samenwerkingsovereenkomst niet voorziet, treden de samenwerkingspartners met elkaar in overleg. 10. Bepalingen die naar hun aard, ook na het beëindigen van deze samenwerkingsovereenkomst, van kracht horen te blijven, waaronder in ieder geval de geschillenregeling, blijven ook na het eventueel beëindigen van deze samenwerkingsovereenkomst van kracht voor zolang als nodig is voor de afdoening.

13

DocuSign Envelope ID: B2A87737-94CE-4848-93C0-DEC0961EA606

Aldus overeengekomen in Den Haag,

Hilbert Bredemeijer

Han Elbers

wethouder Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening van gemeente Den Haag

voorzitter College van Bestuur VO Haaglanden

Hans Schutte

Janine Wildeman-van den Beld

voorzitter College van Bestuur ROC Mondriaan

portefeuillehouder Zorg en Veiligheid, Politie Eenheid Den Haag

mr. K.J.R. van Halderen Gebiedsofficier van Justitie Openbaar Ministerie arrondissementsparket Den Haag

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13548152/1