CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317172 Gewijzigd raadsvoorstel om de opzet en structuur van het holdingfonds Stichting HEID te wijzigen

Commissie Bestuur 4 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd Voorstel de opzet en structuur van het holdingsfonds Stichting HEID ongewijzigd te laten4.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Registratienummer

9 juli 2024

DSO/10631679 RIS317172

Gewijzigd voorstel om de opzet en structuur van het holdingfonds Stichting HEID te wijzigen. Aanleiding Op 19 januari besprak de gemeenteraad het raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Lokaal Initiatievenfonds voor Schone Energie (LISE) (RIS 313422). In het raadsvoorstel waren ook aanbevelingen voor het holdingsfonds Stichting HEID opgenomen. HEID staat voor stichting Holdingfonds Economische Investeringen Den Haag (hierna HEID). Omdat het onderzoek niet specifiek over HEID ging, zijn per amendement (RIS 314402) de beslispunten over HEID komen te vervallen. Hierbij is de toezegging gedaan dat het college op een later moment de raad nader informeert over HEID en daarbij een nieuw voorstel aan de raad voorlegt. In dezelfde vergadering heeft de gemeenteraad de motie GeHEID transparant (RIS 314403) van het gemeenteraadslid Barker aangenomen. Deze motie wordt parallel aan dit voorstel afgedaan. Het college heeft u een voorstel gedaan om de opzet en structuur van het holdingsfonds Stichting HEID ongewijzigd te laten, met daarbij een aantal maatregelen om de verantwoording transparanter te maken voor de raad. Op 6 maart 2024 is dit voorstel in de commissie Bestuur besproken en is afgesproken om het voorstel te wijzigen. Afgesproken is om meer recht te doen aan de aanbevelingen van de Rekenkamer. In voorliggend gewijzigd raadsvoorstel is dit verwerkt.

In dit gewijzigd raadsvoorstel geeft het college een toelichting op de Stichting HEID. Daarbij wordt expliciet ingegaan op de sturingsmogelijkheden van de gemeenteraad en het college. Ook wordt ingegaan op de verantwoording van HEID. Vervolgens wordt ingegaan op de aanbevelingen van de Rekenkamer. Tot slot komt het college met een conclusie en doet daarbij aanbevelingen de informatievoorziening over en de governance van het instrument HEID te verbeteren. Stichting HEID De doelstelling van HEID is het structureel beschikbaar stellen van kapitaal, langs de lijn van de Haagse beleid voor economie en verduurzaming, om gezamenlijk met private partijen een duurzame geïntegreerde stedelijke ontwikkeling te bewerkstelligen. Stichting HEID investeert langs de lijn van de economische visie middels onderliggende fondsen in meer innovatie en ondernemerschap, in de koolstofarme economie en in werkgelegenheid en vestigingsklimaat. De gemeente Den Haag richtte in 2013 de stichting HEID op. Destijds is bewust gekozen voor een holdingstructuur, waarbij de opzet is uitgewerkt op basis van het Europees model voor revolverend financieren. In de paragraaf EU-proof governance wordt dit meer toegelicht. De opzet HEID voldoet aan de richtlijnen van de EU en dat is belangrijk om gebruik te kunnen maken van Europese subsidies.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10631679

Voor een goed begrip van HEID, is het belangrijk kort stil te staan bij wat in dit verband met een holding wordt bedoeld en waarom daarvoor gekozen is. Een holding houdt hier in, dat onder de paraplu van HEID verschillende fondsen konden worden opgericht. Door met verschillende fondsen te werken, blijven de verschillende geldstromen onder HEID goed te volgen. Ook biedt de holdingstructuur de mogelijkheid om per type fonds de optimale vorm te kiezen. Bijvoorbeeld het verstrekken van leningen of deelname in aandelenkapitaal. De opzet van HEID waarborgt hiermee het publieke belang, doordat de gemeente sturingsmogelijkheden heeft met betrekking tot strategie, inhoud en afbakenen van aansprakelijkheid. Een holding houdt in dat sprake is van een overkoepelende organisatie, met daaronder voor de verschillende activiteiten afzonderlijke entiteiten. Destijds is bewust gekozen voor een holdingstructuur. Het voordeel van een holdingstructuur is, dat onder de overkoepelende organisatie (de holding) specifieke fondsen voor een bepaalde beleidsdoelstelling en of investering kunnen worden opgericht. Per specifieke casus kan zo maatwerk worden geleverd. De ontwikkeling van de verschillende bijdragen die via HEID zijn verleend, blijven daarnaast door deze opzet goed te volgen. HEID begon in 2013 met twee fondsen.

Het Energiefonds Den Haag (ED) en het Fonds voor Ruimte voor Economie Den Haag (FRED), met in beide fondsen € 4 mln. De doelstelling hierbij was, om via HEID met een combinatie van gemeentelijke, Europese en private middelen in de stad te kunnen investeren. In de loop der jaren is HEID uitgebreid met meerdere onderliggende fondsen voor energietransitie, stedelijke ontwikkeling en innovatie, met een totaal fondsvermogen van bijna € 55 mln. (zie bijlage I). HEID faciliteert via haar onderliggende investeringsfondsen investeringen in de duurzame, geïntegreerde stedelijke ontwikkeling. Als de projecten waarin geïnvesteerd is renderen, ontvangen de investeringsfondsen en/of HEID (een deel) van de investering terug om opnieuw te investeren (revolverend). Het kunnen combineren van verschillende financieringsstromen zorgt zo voor een vliegwieleffect. De fondsen onder stichting HEID richten zich op het grensvlak tussen overheid en markt. Het gaat om initiatieven waarbij duidelijk sprake is van een publiek belang, maar die (nog) niet door de markt worden opgepakt. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat een ontwikkeling tot een (financieel) positief resultaat leidt. Het is redelijk dat deze opbrengsten terugvloeien naar de partijen die de ontwikkeling mogelijk hebben gemaakt. In het geval van HEID, komen de publieke middelen dan weer beschikbaar om te herinvesteren.

HEID richt zich op complementaire investeringen, naast bestaande publieke en private initiatieven. Dit houdt onder meer in, dat het college bij investeringsinitiatieven eerst onderzoekt of er andere, publieke, instrumenten bestaan om de doelen te bereiken. Als dit in specifieke gevallen niet het geval is, maar er wel een Haags belang is, komt HEID in beeld. HEID is een aanvullend instrument en komt niet in de plaats van andere instrumenten die de gemeente ter beschikking staan. Bij de afweging van welk instrument bij het toepassen van revolverende fondsen het beste is, maakt de gemeente gebruik van de richtlijn handreiking die door de Rekenkamer is opgesteld (RIS306215).

2/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10631679

EU proof governance De structuur maakt het mogelijk om samen te investeren (publiek/EU/privaat), tegen voorwaarden die voor alle partijen gelijkwaardig en acceptabel zijn. Dat wil zeggen dat: • de besluitvorming over individuele investeringen op afstand staat van de gemeente en “offbalance” is (separate block of finance). Hiermee wordt bedoeld dat de financiering van de projecten niet rechtstreeks via de gemeente verloopt. Als HEID niet op afstand van de gemeente staat, kan van bepaalde Europese of private geldstromen geen gebruik worden gemaakt; • er sprake is van een door de tijd heen stabiele strategie. Uiteraard kan de strategie als dat nodig is wel worden aangepast; • het beheer wordt toevertrouwd aan een onafhankelijk en professioneel fondsmanagement; • de gemeente de investeringsstrategie bepaalt en toezicht houdt op de inhoud en uitvoering daarvan; • de toegang tot Europese fondsen mogelijk wordt; • er altijd een hefboom wordt bereikt op de publieke investering en; • de fondsen zich richten op het wegnemen van marktfalen, voor zover dat kan binnen het staatssteunkader. Destijds is mede op basis van extern juridisch advies voor deze structuur gekozen. De Europese Investeringsbank ziet HEID als een voorbeeld voor het revolverend in kunnen zetten van Europese middelen.

In de praktijk betekent dit vooral dat Stichting HEID een schakelfunctie heeft om publieke middelen te matchen met andere publieke en private middelen, via een door de gemeenteraad vast te stellen investeringsstrategie, in een op afstand van de gemeente geplaatst financieringsinstrument. Zonder HEID was het niet mogelijk geweest vergelijkbare investeringsvolumes in onder meer de energietransitie in Den Haag te investeren omdat voor de onderliggende (Europese) subsidies geen vergelijkbaar publiek of privaat alternatief is. Daar komt bovenop dat HEID een goed instrument is gebleken om onderbesteding van Europese middelen tegen te gaan. Het is in de praktijk gebleken, dat Europese middelen die anders onbenut zouden blijven, via HEID alsnog voor Den Haag konden worden ingezet. HEID is daarbij een complementair instrument, dat kan bestaan naast andere publieke instrumenten waarover de gemeente beschikt, zoals subsidieverlening. Resultaten HEID begon met het Energiefonds Den Haag (ED) en het Fonds voor Ruimte voor Economie Den Haag (FRED). Inmiddels richt HEID zich op de thema’s energietransitie, stedelijke ontwikkeling en MKB-stimulering en innovatie. Daarmee volgt het ook de Europese prioriteiten. Inmiddels “hangen” er onder HEID 11 verschillende investeringsfondsen (waarvan 1 landelijk fonds op verzoek van het ministerie LNV voor de visserijsector.

Dit fonds is op verzoek van het ministerie inmiddels gestopt.), met in totaal bijna € 55 mln. aan investeringsvermogen. Ongeveer € 23 mln. daarvan komt uit gemeentelijke middelen. Het betreft vaak cofinanciering van Europese, maar ook nationale en/of provinciale, subsidies.

3/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10631679

Via de verschillende investeringsfondsen zijn appartementencomplexen verduurzaamd en beter onderhouden, liggen zonnepanelen op de Uithof, zijn verschillende geothermiebronnen in ontwikkeling of in werking, is bedrijfsruimte in de Binckhorst, Laakhavens en Scheveningen gerealiseerd, is geïnvesteerd in De Schilde in Den Haag, in de doorontwikkeling van verschillende innovatieve bedrijven, waaronder ook in het securitycluster etc. En er zijn gerevolveerde middelen geïnvesteerd op de doelen van de stad. Zo is, vanuit de afgeloste leningen aan het MKB, geïnvesteerd in een proof of concept-fonds van Innovation Quarter en in startups in het security cluster. Met aflossingen van innovatie in windenergie is geïnvesteerd in geothermie en met de opbrengst uit herfinanciering van geothermie-investeringen maakt het ED-fonds weer coöperatieve zonprojecten mogelijk. HEID is daarmee een aanjager geweest voor de verduurzaming. Inmiddels neemt het werken met revolverende fondsen op Europese schaal een grote vlucht, waardoor een grote Europese hefboomwerking nog steeds heel realistisch is en mogelijkheden voor schaalvergroting (bijvoorbeeld via EIB, InvestEU of InvestNL) meer binnen handbereik komen. De structuur heeft zich bewezen als EU-proof mechanisme en leverde gemeente Den Haag al meer dan € 25 mln. aan EU-financiering op.

De totale fondsenportefeuille van Stichting HEID is opgenomen in bijlage 1. Financiële kaders Stichting HEID Stichting HEID heeft geen eigen personeel in dienst. De stichting heeft een holdingfondsmanager (detachering vanuit het ambtelijk apparaat) en een secretaris (gemiddeld 1 dag per week, externe inhuur/Europees aanbesteed). De stichting werkt met een begroting die jaarlijks door de bestuurder (de wethouder Economie) wordt vastgesteld, met als uitgangspunt dat deze kostendekkend is. Stichting HEID wordt bekostigd uit (de resultaten van) de onderliggende fondsen en ontvangt van de gemeente geen specifieke financiële bijdrage voor de eigen bedrijfsvoering. De aan HEID verstrekte subsidies worden gebruikt voor de fondsen. en ‘kost’ de gemeente dus niets. Belastingtechnisch bezien levert Stichting HEID geen toegevoegde waarde en heeft het geen winstdoelstelling. Stichting HEID is daardoor ook vrijgesteld van btw en vennootschapsbelasting. Stichting HEID als verbonden partij De gemeente vindt het belangrijk HEID te verankeren binnen de gemeente. De gemeente heeft in financiële zin alleen een subsidierelatie met HEID, op basis van een beschikking en gemeentelijke subsidievereisten. In die zin is HEID geen “financiële verbonden partij”, zoals bij aandelenparticipatie.

HEID is meer een “bestuurlijk verbonden partij”, door enerzijds een door de gemeenteraad vastgestelde investeringsstrategie/-mandaat en anderzijds de benoeming van de wethouder Economie als bestuurder. Gezien de lange doorlooptijd van de fondsen die onder HEID hangen, is het blijven volgen van HEID via de paragraaf verbonden partijen in de begroting en de jaarrekening het beste instrument de publieke verantwoording van HEID in beeld te houden. Naast de verantwoording via de reguliere planning & control-cyclus, stelt HEID jaarlijks in september een managementrapportage op. De gemeenteraad ontvangt deze rapportage vertrouwelijk.

4/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10631679

Rol/betrokkenheid gemeenteraad bij Stichting HEID HEID is een verbonden partij van de gemeente. Als hoogste bevoegd orgaan van de gemeente, heeft de gemeenteraad wel degelijk invloed op HEID. Allereerst stelt de gemeenteraad de kaders vast waarbinnen het college, en in dit geval ook HEID, dient te werken. HEID en de onderliggende fondsen mogen enkel binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders werken. Deze kaders bestaan onder meer uit de begroting, beleidsnotities en ander kaderstellende besluiten. Revolverendende fondsen kunnen in specifieke gevallen een instrument zijn om het beleid uit te voeren. Als mede met gemeentelijke middelen een nieuw fonds wordt ingericht, legt het college de gemeenteraad voor. Deze kaders zijn in verkorte versie ook opgenomen in de programmabegroting en de programmarekening. Samen met de specifieke voortgangsrapportage kan de gemeenteraad daarmee via de reguliere planning & control-cyclus sturing aan HEID geven. Belangrijker dan de stichting HEID zelf zijn de onderliggende fondsen. Binnen deze fondsen vinden de daadwerkelijke activiteiten plaats. Het college vindt het belangrijk periodiek aan met de gemeenteraad verantwoording af van te leggen en in gesprek te gaan over de resultaten die de onderliggende fondsen bereiken. Het jaarlijkse verslag van HEID kan hiertoe als basis dienen.

Omdat bij de onderliggende fondsen mogelijk sprake is van niet-openbare bedrijfsspecifieke informatie, dient bekeken te worden hoe de gemeenteraad openbaar geïnformeerd kan worden. In het najaar ontvangt de gemeenteraad de jaarstukken van HEID. Samen met de jaarstukken wordt per fonds een factsheet verstrekt, met daarin de ontwikkelingen per fonds en op welke momenten besluitvorming, waaronder eventuele aanpassingen in de investeringsstrategie, per fonds wordt verwacht. Een kader of fondsstrategie staat niet voor eeuwig vast. In het beleidskader Verbonden partijen, (RIS 310950) is afgesproken de verbonden partijen - en dus ook HEID – periodiek te evalueren. Parallel aan de evaluatie van de verbonden partij zelf, kan ook een evaluatie van de fondsstrategieën plaatsvinden. Op basis van deze evaluaties, kan de gemeenteraad vervolgens een afweging maken of de strategie aangepast dient te worden of dat een fonds beëindigd dient te worden. In dat laatste geval dient uiteraard rekening te worden gehouden met specifieke voorschriften die bij een fonds en de financieringsstromen horen. Sturingsmogelijkheden college Als publieke investeerder, beschikt de gemeente over de bevoegdheden om te sturen op de strategie, toe te zien op de implementatie en eisen te stellen aan de verantwoordingsinformatie.

De sturingsmogelijkheden van het college uiten zich concreet in de volgende bevoegdheden, uiteraard binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders: • aanstellen van het bestuur van Stichting HEID; • wijzigen van de statuten van Stichting HEID; • besluiten over de investeringsstrategie van Stichting HEID; • instellen van een Raad van Advies/investeringscomité voor Stichting HEID: dit is, vanwege de samenhang met het Europese subsidieprogramma, momenteel de stedelijke adviesgroep van het Europese Kansen voor West-programma; • besluit over elk voornemen in een fonds te investeren; • besluit over gemeentelijke bijdrage in elk van de fondsen; • besluit over afvaardiging van vertegenwoordigers namens Stichting HEID in de investerings- en adviescommissies (en via die weg besluiten over investeringsstrategie van de fondsen); • besluit over vaststellen van de jaarrekening van Stichting HEID.

5/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10631679

Daarmee is de gemeente bepalend bij investeringsvoornemens. Uiteraard betrekt het college de handreiking revolverende fondsen (RIS306216) bij de besluitvorming. Eveneens vindt, voorafgaand aan de besluitvorming, een juridische toets plaats. Stichting HEID zorgt enkel voor de vertaalslag van het gemeentelijk beleid naar de individuele onderliggende investeringsfondsen. De feitelijke uitvoering ligt bij de fondsmanagers. De wethouder Economie is momenteel de enige bestuurder van HEID. Door de uitbreiding van HEID, zowel de diversiteit van de onderliggende fondsen en de financiële omvang daarvan, vindt het college het verstandig overweegt het college het bestuur van de stichting HEID uit te breiden. Met een groter bestuur wordt beter recht gedaan aan het meer diverse karakter van HEID en wordt beter tegemoetgekomen aan de uitgangspunten van goed bestuur. Een breder samengesteld bestuur draagt daarnaast bij aan de transparantie van HEID, doordat besluiten altijd door meerdere personen dienen te worden genomen. Beschouwing op de aanbevelingen van de Rekenkamer Het onderzoek van de Rekenkamer naar LISE (RIS 313422) volgde op een eerdere handreiking revolverende fondsen van de Rekenkamer.

Het college heeft in januari 2021 (RIS 307726) gereageerd op deze eerdere handreiking en toegezegd bij het opzetten van nieuwe fondsen expliciet rekening te houden met de aanbevelingen van de Rekenkamer. In het vervolgonderzoek deed doet de Rekenkamer twee voorstellen voor HEID: 1. HEID te mandateren om subsidies te verstrekken ten behoeve van fondsvermogens voor onderliggende fondsen, waaronder LISE, en hiervoor een subsidieregeling op te stellen. HEID tevens opdracht te geven om, op basis van dit mandaat en deze regeling, leningen in de vorm van subsidies te verstrekken voor het fondsvermogen aan revolverende fondsen, die onder de holding zijn of worden geplaatst. 2. De subsidies aan HEID ten behoeve van fondsvermogens voor onderliggende fondsen, waaronder LISE, in de toekomst als lening vorm te geven en deze als zodanig in de begroting- en jaarrekeningstukken te verwerken. De Rekenkamer constateert in zijn onderzoek naar LISE juridische risico’s in het subsidieverleningsproces van de gemeente naar HEID en bij doorvertaling daarvan naar het onderliggende fonds. De subsidies van de gemeente aan HEID worden tot nu toe verstrekt als incidentele subsidies. Omdat in de loop van de jaren meerjarig subsidies zijn verleend, is het de vraag of aan de criteria voor incidentele subsidies wordt voldaan, waardoor er een risico ontstaat inzake de wettelijke grondslag voor de subsidies.

De Awb biedt twee mogelijkheden de wettelijke grondslag voor de subsidies te verstevigen. De eerste mogelijkheid is om een subsidieregeling op te stellen. In dit geval is dat niet mogelijk, omdat de doelgroep van de regeling dan uit één organisatie, namelijk HEID, bestaat. Dit is in strijd met het wettelijke uitgangspunt dat een regeling open dient te staan voor meerdere partijen. Daarmee blijft de tweede mogelijkheid, het verlenen van een begrotingssubsidie, over. Naar aanleiding hiervan stelt het college, mede op advies van de Rekenkamer, voor om de subsidies aan HEID voortaan in de vorm van een begrotingssubsidie te verstrekken. De subsidies worden hiermee van een steviger fundament, in zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), voorzien.

6/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10631679

De geldstroom van HEID naar het LISE-fonds is te zien als subsidie. De Rekenkamer heef er terecht op gewezen dat hierdoor een juridisch risico ontstaat, omdat HEID geen subsidies mag verstrekken. Er is dan geen wettelijke grondslag voor de geldstroom en dat maakt kwetsbaar. Het college heeft dit ook onderkend en inmiddels is het LISEfonds niet meer actief. In de pilot LISE zijn uiteindelijk geen financieringen verstrekt. Het risico kan zich daarmee niet meer voordoen. De overige fondsen betreffen aandeelhouderschappen, participaties of deelname rechten. Deze fondsen zijn middels een (Europese) aanbesteding tot stand gekomen. In geen van deze gevallen is sprake van subsidie en doet het gesignaleerde risico zich dus niet voor. Dit neemt niet weg dat bij nieuwe fondsen mogelijk (onbedoeld) wel sprake zou kunnen zijn van subsidieverlening in de zin van de Awb. Om dit te voorkomen stelt het college voor om bij nieuwe fondsen altijd expliciet te toetsen of er wordt voldaan aan de Awb. Deze maatregel borgt dat de stichting niet onbedoeld subsidies verstrekt en verkleint daarmee het door de Rekenkamer gesignaleerde risico. Uiteraard worden de uitkomsten van de toets meegenomen bij de verdere uitwerking van het fonds, zodat de fondsen en de onderliggende geldstromen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving voldoen.

De opzet en de werking van de stichting hoeft door deze aanpassingen in de werkwijze niet te worden aangepast. Financieren van HEID door middel van leningen HEID is het portaal voor revolverend financieren. HEID beoogt gemeentelijke middelen aan Europese en private middelen te koppelen, waardoor één gemeentelijke euro tot een investering van meerdere euro’s in de stad leidt (hefboomeffect). Het huidige governancemodel heeft zich in de praktijk bewezen en voldoet aan de voorwaarden die de Europese Unie stelt. Als de middelen die HEID verstrekt op de balans van de gemeente komen, dan tast dat de grondslagen aan waarvoor HEID oorspronkelijk is opgericht en verliest daarmee zijn bestaansrecht. Het voorschrijven van de vorm waarin HEID financiering moet verstrekken aan financiële instrumenten, ontneemt de stichting de flexibiliteit en de mogelijkheid deel te nemen in fondsen die op andere wijze worden gefinancierd (aandelenparticipaties bijvoorbeeld). De unieke combinatie van publiek, Europees en privaat geld, is dan niet langer mogelijk. Het gevolg kan zijn dat Den Haag deze extra investeringsmiddelen misloopt. Het college interpreteert de aanbeveling als een methode om HEID in beeld te houden en daarmee te waarborgen dat HEID zich aan de gemeenteraad blijft verantwoorden. Hieraan is invulling gegeven door HEID als verbonden partij aan te merken.

Via de paragraaf verbonden partijen in de begroting en de jaarstukken van de gemeente, is geborgd dat HEID in beeld blijft. Daarnaast wordt jaarlijks een afzonderlijk jaarverslag over HEID aan de gemeenteraad aangeboden, inclusief een vertrouwelijke bijlage met daarin bedrijfsspecifieke informatie. Wel ziet het college mogelijkheden de openbare informatievoorziening aan de gemeenteraad te verbeteren, door jaarrapportages over de onderliggende fondsen aan de gemeenteraad te verstrekken die in de openbaarheid besproken kunnen worden. Hierdoor wordt ook invulling gegeven aan de motie GeHEID transparant (RIS 314403). Tot slot wijst het college erop dat HEID revolverend is. Dat betekent onder meer dat de opbrengst uit afgeronde projecten wordt geherinvesteerd voor hetzelfde doel als de middelen oorspronkelijk zijn bestemd. Uiteraard binnen de door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaders. Het budgetrecht van de raad komt hiermee niet in het geding. Door de constructie met Stichting HEID is er veel externe financiering aangetrokken, die ingezet kan worden langs de lijnen die de raad wil. Daartoe wordt ook de investeringsstrategie van de verschillende fondsen altijd opgenomen in programmabegroting en programmarekening.

7/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10631679

Conclusie Op basis van het bovenstaande, komt het college tot de conclusie dat HEID een waardevol beleidsinstrument is voor de gemeente. Met behulp van HEID is het mogelijk extra investeringsmiddelen vanuit de EU en de private sector aan de stad te binden, waar dat met enkel publieke financieringsvormen niet mogelijk is. De door de Rekenkamer gesignaleerde mogelijke juridische risico’s kunnen worden ondervangen door subsidies aan HEID voortaan in de vorm van een begrotingssubsidie te verstrekken. Bij nieuwe fondsen wordt, als onderdeel van de standaard juridische toets, expliciet getoetst of voldaan wordt aan de Awb. Het doorvoeren van de voorstellen van de rekenkamer leidt ertoe dat HEID niet langer voldoet aan de voorwaarden die de EU en andere partners stellen. Den Haag verliest daarmee de investeringen die met behulp van HEID kunnen worden gedaan. Het publieke belang van HEID wordt gewaarborgd door vooraf kaderstelling door de gemeenteraad. Daarnaast is sprake van een actieve betrokkenheid van het college bij de besluitvorming in HEID. Bij besluitvorming wordt daarbij rekening gehouden met de aanbevelingen van de Rekenkamer over verbonden partijen. Tot slot vindt publieke verantwoording over HEID plaats als onderdeel van de reguliere planning & control cyclus. Het college ziet een verbetering voor de inbedding en verantwoording van HEID.

Ten eerste is het college voornemens het bestuur uit te breiden. Ten tweede wordt de informatievoorziening aan de gemeenteraad verbeterd, door een specifieke jaarrapportage over de onderliggende fondsen. Met beide aanpassingen kan de inhoudelijke discussie in de gemeenteraad over de onderliggende fondsen van HEID beter plaatsvinden. Daarnaast worden de fondsstrategieën periodiek geëvalueerd. Het streven is elk fonds éénmaal per raadsperiode te evalueren. In 2023 zijn ED, FRED en LISE geëvalueerd. De komende jaren volgen de andere fondsen. De eerste evaluaties worden in 2024 uitgevoerd. Op basis van de evaluaties kan de gemeenteraad besluiten over de toekomst van een fonds. Hiermee wordt een extra invulling gegeven aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad bij HEID. Met in achtneming van de genoemde verbeteringen, vindt het college dat voldoende invulling wordt gegeven aan de voorstellen van de Rekenkamer. Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 9 juli 2024, besluit in te stemmen met het voorstel: I.

HEID aan te wijzen als een aanvullend beleidsinstrument van de gemeente Den Haag voor situaties waarbij subsidie of een verbonden partij niet het meest geschikte instrument is;

II.

HEID te gebruiken om middels fondsen als gemeente, met andere overheden of private partijen, structureel en op revolverende basiskapitaal beschikbaar te stellen voor het realiseren van de beleidsambities van de gemeente, op het gebied van energietransitie, stedelijke ontwikkeling en innovatie, binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders, teneinde;

III. zoveel mogelijk Rijks- en Europese subsidies alsmede private investeringen aan de stad te binden;

8/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10631679

IV. HEID, inclusief de onderliggende fondsen, te verplichten jaarlijks openbaar te rapporteren over de (tussen)doelen van de fondsen van het afgelopen jaar en het komende jaar, in hoeverre die zijn behaald, welk effect is behaald en wat het komende jaar anders wordt gedaan om de doelen of meer effect te behalen; V. de juridische grondslag van de geldstromen naar HEID en van HEID naar de fondsen te verbeteren door: a. subsidies aan HEID te verstrekken in de vorm van begrotingssubsidies; b. nieuwe fondsen expliciet te toetsen aan de Algemene wet bestuursrecht. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van De griffier,

De voorzitter,

9/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10631679

Bijlage I: Fondsenstructuur HEID 2023

Op verzoek van het Ministerie van LNV is het Visserij Investeringsfonds NL met ingang van 2024 gestopt. De resterende middelen zijn op grond van de overeenkomst aan het ministerie teruggestort.

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14381150/1