CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317158 Aanpak drugsproblematiek in Den Haag

Commissie Bestuur 14 mei 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Uitkomsten rioolwateronderzoek drugsresten 2023, RIS3188823.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

001

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan: de Gemeenteraad

BSD/10643112 RIS317158 Contactpersoon

Coördinator ondermijning Dienst

Bestuursdienst Afdeling

Directie Veiligheid Telefoonnummer

14070 E-mailadres

Datum

11 december 2023 Onderwerp

Aanpak drugsproblematiek in Den Haag

In Den Haag is sprake van verschillende vormen van drugsgerelateerde overlast en criminaliteit die impact hebben op de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid in wijken en buurten. Zoals vermeld in de afdoening van de motie ‘Werk maatregelen tegen drugsoverlast verder uit’ (RIS314388) en de brief ‘Aanpak ondermijning: stand van zaken 2022’ (RIS314548) is de afgelopen periode gewerkt aan een zogenoemd ‘gestapeld’ drugsbeeld. Dit beeld geeft inzicht in (middelen)gebruik en drugsgerelateerde overlast en criminaliteit in Den Haag. Met deze brief informeert het college de raad over aspecten die in het gestapelde drugsbeeld naar voren komen en welk (bestuurlijk) instrumentarium het college inzet om drugsoverlast en -criminaliteit op lokaal niveau aan te pakken. De drugsproblematiek is een weerbarstig fenomeen dat meerdere verschijningsvormen kent en door diverse partners - vanuit uiteenlopende invalshoeken - wordt aangepakt. Voor een effectieve aanpak van met name de georganiseerde, ondermijnende (drugs)criminaliteit is samenwerking tussen de betrokken partners op regionaal, landelijk en internationaal niveau onontbeerlijk. Voor wat betreft de problematiek in Den Haag richt het college zich op die vormen van drugsoverlast en -criminaliteit die op lokaal niveau effectief zijn aan te pakken; voorliggende brief omvat dan ook deze specifieke inzet.

Het college merkt op dat ter voorkoming van gezondheidsschade en verslavingsproblematiek de nodige initiatieven lopen. Deze activiteiten maken deel uit van het “Actieprogramma Preventie Volksgezondheidsbeleid Den Haag 2020-2023” (RIS309230). In dat kader vindt voorlichting en educatie plaats, krijgen scholen hulp bij het signaleren en helpen van leerlingen met problematisch middelengebruik, is er aandacht voor toeleiding naar hulpprogramma’s en worden trainingen (onder andere voor horecapersoneel) aangeboden. Over deze activiteiten en de voortgang wordt u separaat geïnformeerd.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10643112

1. Hoofdlijnen drugsbeeld Om te komen tot een gestapeld drugsbeeld is uit een breed scala aan (open en gesloten) bronnen geput1. Het beeld geeft echter geen inzicht in de totale omvang van de drugsproblematiek in Den Haag. Dit wordt deels veroorzaakt door het feit dat bij geregistreerde overlast en criminaliteit altijd sprake is van een dark number2. Daarnaast geldt dat sommige data alleen op regionaal of landelijk niveau beschikbaar zijn; een correcte vertaalslag naar Den Haag is in deze gevallen niet te maken. Tevens moet het drugsbeeld nadrukkelijk als een momentopname worden beschouwd; periodieke actualisering (bijvoorbeeld tweejaarlijks) zal nodig zijn om een accuraat beeld te blijven houden. Desondanks biedt het ‘gestapelde’ drugsbeeld wel een aantal inzichten en daarmee mogelijke aanknopingspunten bij het aanpakken van overlast en criminaliteit in relatie tot drugs. Hieronder wordt uiteengezet wat, op basis van de geraadpleegde bronnen, bekend is over drugsgebruik, -overlast en -criminaliteit in Den Haag. Deze hoofdlijnen zijn getoetst bij de politie (Eenheid Den Haag) en het RIEC Den Haag.

1.1 Drugsgebruik Bij rioolwateronderzoek naar drugsresten, uitgevoerd tijdens de eerste lockdown als gevolg van coronapandemie (maart 2020), zijn in Den Haag relatief veel resten van cannabis, cocaïne en amfetamine aangetroffen en in mindere mate XTC en methamfetamine (crystal meth) (RIS304991 en RIS307142). Het drugsgebruik in Nederland zag er tijdens de coronapandemie anders uit; vanwege de sluiting van de horeca daalde het gebruik van ‘partydrugs’ zoals XTC en cocaïne en nam het gebruik van verdovende middelen die doorgaans in een huiselijke setting worden gebruikt, zoals cannabis, juist toe.3 Het drugsgebruik is inmiddels weer terug op het niveau van vóór de coronapandemie. 4 Daarnaast blijkt op basis van onderzoek onder jong uitgaanspubliek (18-35 jaar oud) dat binnen deze groep relatief vaak cannabis (62%), XTC (44%), cocaïne (35%) en lachgas (28%) wordt geconsumeerd, gevolgd door ketamine (25%) en amfetamine (16%).5 Onlangs is als onderdeel van het uitvoeringsprogramma Preventie met gezag (RIS314852) opnieuw een rioolwateronderzoek uitgevoerd; dit onderzoek omvat niet alleen Den Haag Zuidwest maar het overgrote deel van de stad. Dit zal een meer compleet beeld van het middelengebruik in Den Haag opleveren. De onderzoeksresultaten zullen naar verwachting in het eerste kwartaal van 2024 beschikbaar zijn.

1

Het dataportal van de politie, het dashboard “Zicht op Ondermijning” 1, het Haags Uitgaansbeeld (2018-2021)1, de Veiligheidsmonitor

(2019 en 2021),1 het Rioolwateronderzoek drugs (2020)1 en het Algemeen Veiligheidsbeeld Eenheid Den Haag 2023 van de politie (www.politie.nl) 2

Het zgn. dark number of crime ziet op het deel van de criminaliteit dat niet vanuit (politie)registraties of instrumenten bekend is of geschat

kan worden. Zie ook Smit, P., e.a., Tasten in het duisters: een verkenning naar bronnen en methoden om de aard en omvang van de criminaliteit te meten. WODC, 2018. 3

Trimbos en WODC (2023), Nationale Drugsmonitor; zie ook Algemeen Veiligheidsbeeld politie 2023.

4

EMCDDA (2022) Europees drugsrapport; zie ook Algemeen Veiligheidsbeeld politie.

5

HUO 2021.

2/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10643112

1.2 Overlast door drugsgebruik Het aantal geregistreerde overlastmeldingen in relatie tot drugs- en alcoholgebruik in Den Haag neemt de laatste jaren toe; in 2017 was nog sprake van circa 1.700 registraties en in 2022 waren dit er bijna 3.900.6 Ongeveer de helft van deze registraties kan worden gekoppeld aan het Centrum, de Stations- en Schildersbuurten, Laak en Bouwlust en Vrederust. Daarnaast ervaart één op de drie Haagse bewoners overlast door drugsgebruik in de eigen buurt.7 In de stadsdelen Centrum en Laak is sprake van een zichtbare concentratie van overlast door drugsgebruik.8 Dit zijn ook de stadsdelen waar bewoners relatief vaak aangeven dat in hun buurt in harddrugs wordt gedeald.9 1.3 Drugsbezit, -handel en - productie (en opslag) De politieregistraties met betrekking tot drugsbezit en -handel concentreren zich (eveneens) in het Centrum, de Stations- en Schildersbuurten, Laak, Bouwlust en Vrederust en daarnaast in Scheveningen en Bezuidenhout. In algemene zin geldt dat het aantal registraties met betrekking tot drugsbezit en -handel in Den Haag daalt. Deze daling is het gevolg van een afname van het aantal registraties met betrekking tot hennepkwekerijen; dit komt overeen met een landelijke trend die al vijf jaar zichtbaar is.

Zo zijn in 2022 binnen (het werkgebied van) de Eenheid Den Haag 170 hennepkwekerijen aangetroffen; in 2018 werden nog circa 410 kwekerijen aangetroffen.10 Het aantal MMA-meldingen over hennepkwekerijen binnen de Eenheid Den Haag daalt ook; in 2022 werd 65 keer melding gedaan over een hennepkwekerij, in 2021 was sprake van 125 meldingen en in 2020 werd 160 keer melding gemaakt. Het aantal registraties in relatie tot harddrugs in Den Haag is over de jaren heen redelijk stabiel. In 2022 ligt het aantal registraties wel hoger dan in de periode 2019 tot en met 2021 maar weer lager dan 2011, 2013 en 2015-2017 het geval was. Deze categorie registraties omvat naast bezit en handel ook de productie van (een veelheid aan soorten) harddrugs. Het aantal MMA-meldingen over (het dealen van) harddrugs is eveneens redelijk stabiel; in 2022 werd binnen de eenheid circa 260 keer melding gedaan en in 2021 en 2020 betrof het circa 240 meldingen. Binnen de Eenheid Den Haag zijn tussen 2018 en 2022 120 locaties aangetroffen die gerelateerd zijn aan de productie of opslag van synthetische drugs. Dit betrof grotendeels de productie van amfetamine (speed), gevolgd door methamfetamine (crystal meth) en MDMA (XTC). In meer landelijke regio’s in Nederland worden vaker drugslabs aangetroffen. Het gaat hierbij om productielocaties (circa 25%), opslaglocaties (30%) en dumplocaties (45%).

In 2022 zijn binnen de Eenheid Den Haag 4 cocaïnelabs aangetroffen en 2 locaties waar heroïne werd geproduceerd.11 Een ernstig bijeffect van drugscriminaliteit is het dumpen van chemische stoffen en materiaal.

6

data.politie.nl.

7

Veiligheidsmonitor 2019; 2021.

8

Veiligheidsmonitor 2019; 2021.

9

Veiligheidsmonitor 2019; 2021.

10

Algemeen Veiligheidsbeeld politie 2023.

11

Nationaal overzicht drugslocaties 2022.

3/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10643112

Analoog aan de landelijke trend wordt de Eenheid Den Haag in toenemende mate geconfronteerd met illegale dumpingen in de openbare ruimte die verband houden met de productie van synthetische drugs. Binnen de Eenheid Den Haag zijn in 2022 15 dumplocaties aangetroffen. Opslag van (brand)gevaarlijke stoffen kan voor de directe omgeving van een drugslocatie ook gevaar opleveren. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor (grote hoeveelheden) lachgas. Sinds de inwerkingtreding van het landelijke lachgasverbod op 1 januari 2023 heeft de politie in de stad in circa 15 gevallen grote hoeveelheden lachgas aangetroffen en in beslag genomen. 1.4 Internationale context De drugsproblematiek in Den Haag (en in de regio) staat niet op zichzelf en moet nadrukkelijk binnen de internationale context worden bezien. Nederland vervult een omvangrijke rol als productieland van cannabis, synthetische drugs en als doorvoerland van cocaïne en heroïne. 12 Uit recente analyses blijkt dat drugsnetwerken bovendien vaak in meerdere drugsmarkten tegelijk actief zijn.13 Niettemin is de cocaïnemarkt de dominante markt in de Nederlandse ondermijnende criminaliteit omdat hierin het meeste geld omgaat. De cocaïne komt veelal, vanuit Zuid-Amerika, via de havens van Rotterdam en Antwerpen binnen.14 2.

(Bestuurlijke) aanpak van drugsgerelateerde overlast en drugscriminaliteit Net als de betrokken samenwerkingspartners - zoals het OM en de politie - beschikken ook het college en de burgemeester over bevoegdheden en instrumenten om de drugsproblematiek op lokaal niveau aan te pakken. Inzet hiervan kan met name bijdragen aan het (gericht) bestrijden van overlast en het verstoren van criminele en ondermijnende activiteiten in relatie tot drugs. De instrumenten die het college en de burgemeester inzetten bij het aanpakken van drugsoverlast en criminaliteit worden in deze paragraaf nader toegelicht. 2.1 Verbodsgebied Het college is op grond van artikel 2:48, derde lid, APV Den Haag bevoegd om gebieden aan te wijzen waar het gebruik van softdrugs is verboden. Als op bepaalde locaties een (hardnekkig) overlastvraagstuk in relatie tot softdrugs speelt, kan een verbodsgebied - in aanvulling op andere maatregelen en instrumenten - een effectief middel vormen om hiertegen op te treden. Actuele inzet Op dit moment zijn er zes gebieden in Den Haag waar een softdrugsverbod geldt: Centrum, omgeving Malieveld (waaronder Den Haag Centraal en de Koekamp), Bouwlust en Vrederust, Segbroek, kuststrook Scheveningen en Zuidelijk havenhoofd en omgeving.

2.2 Individueel gebiedsverbod Indien sprake is van structurele, drugsgerelateerde, overlast door een specifiek persoon dan kan de burgemeester voor een bepaalde periode een individueel gebiedsverbod opleggen. Uiteraard is deze maatregel pas aan de orde als overige maatregelen niet het gewenste effect hebben gehad.

12

Algemeen Veiligheidsbeeld politie 2023.

13

Algemeen Veiligheidsbeeld politie 2023.

14

Algemeen Veiligheidsbeeld politie 2023.

4/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10643112

Actuele 2022 In 2022 zijn 41 individuele gebiedsverboden opgelegd waarbij sprake was van overlast gerelateerd aan alcohol, drugs en/of bedelen. 2.3 Last onder bestuursdwang bij drugspand Op grond van artikel 13b van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ten aanzien van drugspanden. De burgemeester kan op grond van deze bevoegdheid een waarschuwing geven, een last onder dwangsom opleggen of - in ernstige gevallen overgaan tot het tijdelijk sluiten van een pand. De inzet van deze bestuurlijke maatregel geldt voor panden die binnen de gehele keten van drugshandel een rol spelen (productielocatie, be-/ verwerkingslocatie, opslaglocatie of verkooplocatie van drugs of aan drugshandel gerelateerde goederen). Het kan daarbij gaan om (al dan niet voor publiek toegankelijke) lokalen en bijbehorende percelen, maar ook om woningen of garageboxen. Voor toepassing van deze bevoegdheid is recent een nieuwe beleidsregel gepubliceerd (RIS316433). De beleidsregel is in lijn gebracht met een wetswijziging als gevolg waarvan nu ook voorbereidingshandelingen onder artikel 13b Opiumwet vallen. De beleidsregel schrijft voor dat de burgemeester wanneer het aannemelijk is dat vanuit een pand drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt - in beginsel volstaat met het opleggen van een waarschuwing of een last onder dwangsom aan de overtreder.

De burgemeester zal een pand sluiten in het geval dit noodzakelijk en evenredig is. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat sluiting van een woning meer ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van betrokkene dan sluiting van een (al dan niet voor het publiek toegankelijk) lokaal. De burgemeester gaat bij woningen dan ook terughoudender met de sluitingsbevoegdheid om. Actuele inzet In 2022 zijn in Den Haag 37 panden gesloten waarvan 28 woningen, 5 bedrijfspanden en 4 garage-/ kelderboxen. Daarnaast is ten aanzien van 1 woning een last onder dwangsom opgelegd. In 18 gevallen is een waarschuwing gegeven waarvan 17 woningen en 1 bedrijfspand. In 2022 zijn tevens 8 horecainrichtingen gesloten op grond van artikel 13b Opiumwet. Onderstaande kaart geeft een beeld van de waarschuwingen en bestuurlijke maatregelen in de periode 2021 t/m het eerste kwartaal van 2023. Hierbij gaat het om 135 woningen, 25 bedrijfspanden, 12 horecagelegenheden, 6 garageboxen en 1 berging.

5/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10643112

2.4 Last onder dwangsom (jonge) straatdealers Straathandel in hard- en softdrugs leidt tot aantasting van de openbare orde, verloedering en gevoelens van onveiligheid. De burgemeester kan op basis van art. 2:74 APV een last onder dwangsom opleggen aan jongeren tot 27 jaar die drugs verhandelen op straat. Deze maatregel is gericht op het herstellen van de openbare orde en het voorkomen dat deze opnieuw wordt verstoord. De last onder dwangsom wordt opgelegd in combinatie met het strafrechtelijke traject en het hulpverleningstraject. Door in te zetten op deze pijlers moet worden voorkomen dat de jongere de stap zet naar de georganiseerde drugscriminaliteit. Oplegging van deze, sterk preventieve, maatregel kan voor een jongere een stok achter de deur vormen om hulpverlening te aanvaarden. Hierbij geldt dat per casus wordt bekeken of de last onder dwangsom een passende maatregel is. De toepassingswijze van de last onder dwangsom bij jonge straatdealers is recent in een beleidsregel vastgelegd (RIS315595). Actuele inzet In 2023 zijn tot dusver 12 lasten onder dwangsom opgelegd. 2.5 Bestuurlijke boete bij gevaarlijke stoffen (o.a. lachgas) Bij het aantreffen van een (grote) hoeveelheid (brand)gevaarlijke stoffen in, op of nabij een bouwwerk kan het college - op grond van de Woningwet/Bouwbesluit 2012 (artikel 7.6) – een bestuurlijke boete opleggen.

Dit geldt ook bij het aantreffen van een grote hoeveelheid lachgas. Indien de Haagse Pandbrigade meer dan 50 liter lachgas aantreft, wordt melding gemaakt bij de politie en wordt handhavend opgetreden door het opleggen van een bestuurlijke boete. Indien de Omgevingsdienst Haaglanden op een grote hoeveelheid lachgas (niet-medicinaal) stuit, wordt hiervan ook melding gemaakt bij de politie. 2.6 Aanpak ondermijning Bij de (brede) aanpak van ondermijning worden uiteenlopende (bestuurlijke) interventies ingezet die bijdragen aan het voorkomen dan wel bestrijden van drugsgerelateerde overlast en criminaliteit. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de Bibob-toets bij gemeentelijke beslissingen op aanvragen voor vergunningen, subsidies, vastgoedtransacties en aanbestedingen. Uit de praktijk blijkt dat in de meeste gevallen een Bibob-weigering of -intrekking van een gemeentelijke beslissing stoelt op zaken die met verdovende middelen te maken hebben (zowel soft- als harddrugs). De Bibob-toets vindt ook plaats in het kader van de vergunningplicht voor ondernemingen in prioritaire gebieden in de stad (Weimarstraat/Beeklaan en Jan Luykenlaan/Van Baerlestraat). Deze vergunningplicht en de bijbehorende Bibob-toets kunnen niet alleen worden ingezet in bepaalde gebieden maar ook in bepaalde branches.

Daarnaast voert het team Malafide Bedrijvigheid van het HEIT controles uit in de horeca, detailhandel en automotivebranche. Deze controles worden uitgevoerd op basis van signalen over mogelijk ondermijnende activiteiten. Tijdens de controles wordt ook gekeken naar eventuele strafbare feiten zoals drugshandel of -productie. Verder speelt de aanpak van de drugsproblematiek- en criminaliteit een rol binnen gebiedsgerichte, integrale aanpakken zoals Preventie met gezag. Dit uitvoeringsprogramma is gericht op het voorkomen dat jongeren tot de criminaliteit toetreden, dat er passend wordt ingegrepen bij jongeren die (al) stappen hebben gezet in de (ondermijnende) criminaliteit en dat de voedingsbodem voor (ondermijnende) criminaliteit wordt weggenomen door het bieden van perspectief, passende hulp en het stellen van grenzen.

6/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10643112

De ervaring die wordt opgedaan met toepassing van verschillende interventies, zoals de last onder dwangsom voor straatdealers, gaat naar verwachting inzichten opleveren over de effectiviteit en eventuele bredere toepassing. Uiteraard vindt onder het RIEC-convenant samenwerking plaats met regionale en landelijke partners. In dat kader wordt concrete casuïstiek op het gebied van drugscriminaliteit opgepakt. Ook op andere manieren wordt integraal samengewerkt. Een voorbeeld hiervan is de aanpak ter bestrijding van ondermijnende (drugs)criminaliteit in Scheveningen-Haven. Deze aanpak is al eerder ingezet maar wordt nu verbreed door in te zetten op het versterken van de weerbaarheid van de haven tegen ondermijning. Een campagne om de Haagse cocaïnegebruiker meer bewust te maken van de ondermijnende en ontwrichtende effecten van cocaïnegebruik op de samenleving is eveneens in samenwerking met het RIEC Den Haag in voorbereiding. 2.7 Beleid gericht op gebruikers van drugs Tot slot is het onze wettelijke taak om in te zetten op het bevorderen van de publieke gezondheid. Vanuit dat kader proberen we drugsgebruik terug te dringen. Zo wordt er bijvoorbeeld door de GGD voorlichting gegeven op scholen en maakt de GGD het mogelijk om drugs gratis te testen. 3.

Conclusie Voor de aanpak van drugsgerelateerde overlast en drugscriminaliteit is het van belang een beeld te hebben van de problematiek. Het ‘gestapelde’ drugsbeeld geeft onder andere enig inzicht in het middelengebruik in Den Haag. Zoals vermeld, heeft recent een uitgebreider rioolwateronderzoek plaatsgevonden dat een completer beeld over het middelengebruik in Den Haag zal genereren. Daarnaast laat het drugsbeeld zien dat drugsgerelateerde overlast en drugscriminaliteit verspreid over de stad voorkomen maar dat de problematiek zich op bepaalde plekken nadrukkelijker manifesteert dan op andere. Dat geldt in het bijzonder voor overlast in relatie tot drugsgebruik; er is sprake van een toename van de politieregistraties en één op de drie inwoners van Den Haag ervaart overlast door drugsgebruik in eigen buurt. In zijn algemeenheid kan op basis van het beeld worden geconcludeerd dat het niet zozeer nieuwe inzichten oplevert maar eerder een bevestiging vormt van de noodzaak tot onverminderde inzet op de problematiek in relatie tot drugs. Het college en de burgemeester beschikken over uiteenlopende (bestuurlijke) bevoegdheden en instrumenten maar de inzet hiervan is niet ongelimiteerd en moet daarom zo gericht en effectief mogelijk plaatsvinden.

Daar waar mogelijk en effectief zal het college – in aanvulling op de inspanningen van de samenwerkingspartners – bestaande bevoegdheden en instrumenten blijven inzetten om drugsgerelateerde overlast en -criminaliteit op lokaal niveau aan te pakken en te voorkomen. De drugsproblematiek vormt tevens een belangrijke invalshoek bij de aanpak van ondermijning in brede zin. Drugscriminaliteit is nauw verweven met andere vormen van ondermijnende criminaliteit. Bij het ontwikkelen en uitrollen van toekomstige gebieds- en branchegerichte aanpakken zal worden gezocht naar mogelijkheden om de onderlinge verwevenheid van ondermijnende activiteiten nog nadrukkelijker in de totaalaanpak mee te nemen. Binnen gebiedsgerichte aanpakken, zoals het Programma Preventie met gezag, wordt ervaring opgedaan met specifieke interventies met nadrukkelijke aandacht voor jongeren en jongvolwassenen; mogelijk bieden de ervaringen die hiermee worden opgedaan aanknopingspunten voor het aanpakken van problematiek elders in de stad.

7/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10643112

In samenwerking met alle betrokken partners zal het college zich dan ook blijven inspannen voor een effectieve aanpak van drugsgerelateerde overlast en criminaliteit op lokaal niveau. Het college doet dit ter verbetering van de leefbaarheid, openbare orde en veiligheid in wijken en buurten en met het oog op kwetsbare, jonge inwoners van onze stad. Het college van burgemeester en wethouders, de locosecretaris, de burgemeester, Ronald Nomes

Jan van Zanen

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13515705/2