RIS317026 Bijlage 6 Memo luchtkwaliteit
Tekst van het document
Notitie
referentienummer datum aan van kopie projectnummer project betreft
1.
0472418.100 9 oktober 2023 J. Monden T. Sweerts A. van Dongen 0472418.100 Soza VORM onderzoeken Onderzoek luchtkwaliteit
Inleiding VORM is voornemens om het voormalig hoofdkantoor van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, SoZa, in Den Haag te herontwikkelen naar een gemengd woon- en werkgebied. Het projectgebied is gelegen aan de Anna van Hannoverstraat 4 en is weergegeven in figuur 1. VORM heeft in het kader van het opstellen van het bestemmingsplan Antea Group gevraagd om verschillende milieutechnische en planologische onderzoeken uit te voeren. Het planvoornemen wordt middels een nieuw bestemmingsplan mogelijk gemaakt. In dat kader is een onderzoek uitgevoerd om te bekijken of de luchtkwaliteitsregelgeving het vaststellen van het bestemmingsplan in de weg kan zitten.
Figuur 1: Aanduiding planlocatie (bron: Planuitwerkingskader Anna van Hannoverstraat 4 – 2021 – gemeente Den Haag
De ontwikkeling betreft het sloop en nieuwbouw project AnnA, bestaande uit maximaal 120.000 m 2 bruto vloeroppervlak (bvo) welke is opgedeeld in 2 fases. Het plan bestaat uit een stedelijke laag van 35 meter met 3 woontorens en 1 kantoortoren. De torens zullen niet hoger zijn dan 75 meter. De totale ontwikkeling bestaat uit 1.200 woningen en 30.000 m2 bvo voorzieningen, zoals retail, supermarkt en kantoorruimte.
Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht
blad 1 van 5
datum 12 september 2023 projectnummer 0472418.100 betreft Onderzoek luchtkwaliteit
2.
Wettelijk kader De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in ‘Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 5.16, lid 1 van de Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: a. Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; b. Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Het besluit draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10); Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen.
2.1
Grenswaarden De (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht zijn vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en dienen op voorgeschreven data te zijn bereikt.
2.2
Besluit en Regeling niet in betekende mate bijdragen (NIBM) In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een plan/project niet in betekenende mate bijdraagt aan de jaargemiddelde concentraties NO 2 en PM10. Een plan/project draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de jaargemiddelde concentraties in de buitenlucht van zowel NO2 als PM10 niet meer bedraagt dan 3% van de grenswaarde voor die stoffen. Dit komt voor beide stoffen overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentraties met 1,2 µg/m3 . Plannen of projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, die onder het gelijknamige Besluit hangt, zijn categorieën van gevallen opgenomen die per definitie 'niet in betekenende mate' zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een woningbouwontwikkeling van minder dan 1.500 woningen of een kantoorontwikkeling van minder dan 100.000 m2 bvo. Deze ontwikkelingen hoeven dan niet nader onderzocht te worden op een eventuele bijdrage aan de luchtkwaliteit en hiervoor hoeft geen toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden.
blad 2 van 5
datum 12 september 2023 projectnummer 0472418.100 betreft Onderzoek luchtkwaliteit
3.
Beoordeling effect plan Het beoogde plan maakt de ontwikkeling van woningen, kantoren, winkels en andere voorzieningen mogelijk. Deze ontwikkeling leidt, ten opzichte van de oorspronkelijk bestemde situatie, tot een toename van de verkeersintensiteiten op de wegen in de directe omgeving van het plangebied. Met behulp van de NIBM-tool (Infomil, versie 2022) kan, op grond van een toename van verkeersintensiteiten, worden bepaald of er voor een ontwikkeling een specifiek luchtkwaliteitsonderzoek plaats moet vinden of dat met behulp van de NIBM-tool al aannemelijk is gemaakt dat een overschrijding van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit niet aan de orde is. De NIBM-tool gaat daarbij uit van de voor luchtkwaliteit meest ongunstige situatie en berekent daardoor het maximale effect.
3.1
Toename verkeersintensiteiten De NIBM-tool wordt ingevuld op basis van de toename van het aantal verkeersbewegingen. De verkeersgeneratie is aangeleverd door de opdrachtgever en als bijlage aan dit onderzoek toegevoegd: • In de huidige situatie (56.000 m2 kantoor) is de verkeersgeneratie 1.176 motorvoertuigen/etmaal o.b.v. weekdaggemiddelde; • In het toekomstige scenario (1.200 woningen en 30.000 m2 stedelijke functies) is de verkeersgeneratie 2.370 motorvoertuigen/etmaal o.b.v. weekdaggemiddelde. In het toekomstige scenario is er dus sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen van (2.370 – 1.176 =) 1.194 motorvoertuigen/etmaal. Voor de berekening met de NIBM-tool wordt het rekenjaar 2024 als jaar van planrealisatie genomen en is een aandeel vrachtverkeer van 1% aangehouden.
3.2
Worstcase berekening bijdrage extra verkeer Met behulp van de NIBM-tool is een worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van het plan op de luchtkwaliteit gedaan. De NIBM-tool gaat namelijk uit van worstcase wegkenmerken (nauwe canyon en stagnerend stadsverkeer). In figuur 2 is de berekening met de NIBM-tool opgenomen voor het extra verkeer ten gevolge van de ontwikkeling SoZa.
Figuur 2: Worstcase berekening van de bijdrage van het extra verkeer op de luchtkwaliteit als gevolg van de ontwikkeling (bron: NIBM-tool)
Uit de berekening blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer onder de norm blijft en daarmee ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen.
blad 3 van 5
datum 12 september 2023 projectnummer 0472418.100 betreft Onderzoek luchtkwaliteit
4.
Conclusie Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat de maximale bijdrage van het voorgenomen plan aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 minder is dan 1,2 µg/m3. Op basis hiervan is het aannemelijk dat het voorgenomen plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Hierdoor kan verder onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven en staat de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.16, lid 1, onder c verdere besluitvorming niet in de weg.
blad 4 van 5
datum 12 september 2023 projectnummer 0472418.100 betreft Onderzoek luchtkwaliteit
Bijlage
blad 5 van 5
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2024
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
1194
Aandeel vrachtverkeer
1,0%
NO2 in μg/m
3
0,72
PM10 in μg/m
3
0,19
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer 3
Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
1,2