RIS317026 Bijlage 4 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 190923
Tekst van het document
CID Den Haag, transformatie SoZa-locatie Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 19 september 2023 / projectnummer: 3601
1
Advies over het MER en de aanvulling in het kort VORM Ontwikkeling BV wil de Anna van Hannoverstraat 4 in Den Haag herontwikkelen. Nieuwe woningen, kantoren en voorzieningen moeten op de plek komen van het voormalige kantoor van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de SoZa-locatie). De locatie ligt in het zogeheten Central Innovation District (CID).1 Om dit mogelijk te maken zijn een nieuw bestemmingsplan en een milieueffectrapport (MER) opgesteld. In haar voorlopige advies over het MER signaleerde de Commissie dat op een aantal onderdelen essentiële informatie ontbrak.2 De gemeente Den Haag heeft het MER daarna aangevuld. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en volledigheid van het MER en de aanvulling tezamen.
Wat staat in de aanvulling op het MER? In de aanvulling staat dat de Haagse ambities voor duurzaamheid/energie, gezondheid, hittestress en biodiversiteit haalbaar zijn. Het bouwplan omvat bijvoorbeeld een Warmte- en Koudeopslag (WKO), een daktuin, een vijver, nieuwe bomen en nestkasten. De geluidberekeningen zijn aangevuld. Hieruit blijkt dat ongeveer een derde van de bewoners (ernstige) geluidhinder of slaapverstoring zal ervaren. Lawaai tijdens de bouwfase zal beperkt zijn. Dichtklappende autoportieren en boedelbakken zullen bij het BP-tankstation in de gebruiksfase geluidpieken op een aantal woningen veroorzaken. Een geluidscherm bij het railstation Laan van NOI lijkt volgens de aanvulling een maatregel om geluidhinder vanaf het spoor te beperken. Het akoestisch onderzoek stelt alleen dat deze maatregel niet haalbaar is. Ook is het niet effectief voor de hogere verdiepingen. De aanvulling gaat vervolgens in op de manieren om gezondheid van nieuwe bewoners te bevorderen. Er komt een sportschool op de SoZa-locatie. In de buurt zal volgens de aanvulling voldoende groen zijn om aan vastgestelde Haagse normen te voldoen. De aanvulling stelt ook dat er sport- en speelveldjes in de omgeving zijn voor nieuwe bewoners. Wel is het creëren van speelgelegenheid op de kavel zelf een aandachtspunt.
Als laatste gaat de aanvulling in op de monitoring van onzekere milieueffecten, zoals biodiversiteit, hittestress, geluidhinder en gezondheid. Er wordt een ‘uitgebreide monitoring’ opgezet van het hele CID. Het MER is hiervoor de basis.
Wat is het advies van de Commissie? Voor energie, hittestress en biodiversiteit zijn in de aanvulling de haalbare maatregelen op projectniveau in beeld gebracht. De monitoring van milieueffecten op projectniveau is bovendien grondiger uitgewerkt. De Commissie heeft echter nog steeds de zorg dat het project niet kan voldoen aan de ambities en normen voor het CID. Dit geldt voor de thema’s geluidhinder, gebruiksgroen en sport- en spelvoorzieningen. De aanvulling onderbouwt onvoldoende dat voor nieuwe bewoners een zo prettig mogelijk woonklimaat ontstaat. 1
Dit omvat het gebied tussen en rondom de stations Hollands Spoor, Den Haag Centraal en Den Haag Laan van NOI.
2
Het ging, kort weergegeven, om informatie over de haalbaarheid van gemeentelijke beleidsambities (duurzaamheid, gezondheid, hittestress, biodiversiteit), geluidhinder en de bescherming van de gezondheid van bewoners, gezondheidsbevordering van bewoners en monitoring van soms onzekere milieueffecten. Zie het voorlopige advies over het MER (mei 2023) via de website van de Commissie.
-1-
Daarnaast is ook onvoldoende onderbouwd dat in de directe omgeving voldoende ruimte is voor recreatie, sport en spel. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER en de aanvulling daarop dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan. Het gaat om de volgende punten: •
Geluidhinder en bescherming gezondheid van bewoners. Volgens de aanvulling zullen 413 bewoners geluidhinder ervaren en 164 bewoners ernstige geluidhinder, en 55 bewoners ernstige slaapverstoring. Dat heeft risico’s voor de gezondheid. Deze aantallen zijn echter onderschat. De aanvulling stelt verder dat maatregelen voor het beperken van geluid vanaf de weg en de spoorlijn niet kosteneffectief zijn. Dit is niet voldoende onderbouwd. De aanvulling onderbouwt ook onvoldoende hoe geluidhinder in kleine appartementen zoveel mogelijk beperkt wordt.
•
Gezonde woonomgeving. De gemeente Den Haag vindt het belangrijk dat er bij nieuwe ontwikkelingen voldoende ruimte is voor sport, (openbaar) gebruiksgroen en spelen. De ruimte op de kavel zelf is hiervoor beperkt. De aanvulling onderbouwt onvoldoende of er in de omgeving van de SoZa-locatie wél voldoende voorzieningen zijn.
De Commissie adviseert deze informatie in een tweede aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan voor de herontwikkeling. De Commissie beveelt bovendien aan om binnen afzienbare tijd herinrichtingsplannen te maken voor de directe omgeving van de SoZa-locatie. De herontwikkeling doet een beroep op voorzieningen in het omliggende gebied, zoals bodemcapaciteit voor de WKO, capaciteit op het elektriciteitsnet, gebruiksgroen en sport- en spelvoorzieningen. Ook andere bouwplannen binnen het CID hebben die voorzieningen nodig. Het risico is dat er voor alle beoogde ontwikkelingen binnen het CID uiteindelijk onvoldoende voorzieningen beschikbaar zijn. Buiten de SoZa-locatie is verder veel steen aanwezig in de vorm van asfalt en gebouwen. Daardoor kan hittestress een risico worden voor de leefbaarheid binnen het totale CID. Het blijft daarom een zorg van de Commissie dat het uiteindelijke CID niet aan haar eigen ambities voldoet. Via herinrichtingsplannen kan de gemeente de ambities voor het CID concreter vormgeven en voorzieningen reserveren voor toekomstige bouwplannen. De Commissie heeft begrepen dat dit ook de intentie van de gemeente is. Geef in dergelijke plannen prioriteit aan energie, hittestress, gebruiksgroen, sport en spel. De Commissie licht haar beoordeling van de aanvulling in hoofdstuk 2 toe.
Dit advies gaat alleen in op de ontbrekende essentiële informatie van het MER die de Commissie eerder heeft geconstateerd. De aanbevelingen uit het eerdere advies blijven daarmee van kracht. Aanleiding MER VORM Ontwikkeling BV wil de Anna van Hannoverstraat 4 herontwikkelen. De beoogde herontwikkeling past niet binnen het huidige bestemmingsplan, onder andere omdat bebouwing nu niet hoger dan 31 meter mag zijn. Omdat het besluit over het bestemmingsplan een stedelijk ontwikkelingsproject betreft (categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage) moet beoordeeld worden of een MER nodig is. Gezien de omvang van het plan (tot 1.320 woningen), de locatie (stedelijk gebied) en de potentiële effecten is ervoor gekozen om direct een project-MER op te stellen. Het plan maakt onderdeel uit van het CID waarvoor in 2021 een structuurvisie is vastgesteld. Voor deze structuurvisie is een plan-MER opgesteld. Het MER borduurt voort op dat plan-MER.
-2-
Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Den Haag – besluit over het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken, die bij het advies zijn gebruikt, zijn te vinden door nummer 3601 op http://www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak. De Commissie adviseerde eerder over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het destijds nog op te stellen MER. Ook dit advies is te vinden via de website. Ze adviseerde onder andere om te laten zien hoe het plan past binnen al vastgestelde kaders en plannen, concrete doelen voor de herontwikkeling te formuleren, onderscheidende alternatieven (vanuit duurzaamheid, mensgerichtheid en de maximale invulling van het plan) te formuleren en de milieugevolgen van de alternatieven te beschrijven.
2
Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Den Haag.
2.1
Haalbaarheid gemeentelijke beleidsambities In haar voorlopige advies constateerde de Commissie dat bij de herontwikkeling van de SoZa-locatie gestreefd wordt om invulling te geven aan gemeentelijke ambities en beleid. Deze invulling was niet voldoende onderbouwd voor de thema’s CO2-uitstoot, gezondheid, hittestress en biodiversiteit. Volgens de aanvulling zijn de ambities haalbaar. De Commissie heeft de volgende opmerkingen bij de onderbouwing hiervan en een aantal aanbevelingen: •
Energie. Het gebouw zal worden verwarmd via een Warmte- en Koudeopslag (WKO) en zal soms stadsverwarming gebruiken. De bodem heeft voldoende capaciteit voor de WKO, aldus de aanvulling. Netcongestie is geen risico. Dit acht de Commissie goed onderbouwd. Een punt van zorg blijft echter dat het CID grote ambities heeft en daarnaast bestaande wijken waarschijnlijk ook zullen overstappen op de WKO. Er vindt nu geen verdringing plaats. De aanvulling onderzoekt echter niet of er nog genoeg ruimte overblijft voor nieuwe ontwikkelingen en bestaande wijken. De Commissie beveelt aan voor de herontwikkeling zelf en het hele CID de bodemcapaciteit voor de WKO, de netcongestie en de behaalde energieprestatie te monitoren. Neem dit mee in herinrichtingsplannen (zie hoofdstuk 1). Ook beveelt ze aan om bij het bouwplan te onderzoeken welke bouwmaterialen gebruikt kunnen worden om warmte vast te houden of af te stoten.
•
Gezondheid. Op dit thema gaat de Commissie in paragrafen 2.2 en 2.3 in.
-3-
•
Hittestress. De WKO zal volgens de aanvulling beschermen tegen hittestress in het gebouw. Buiten het gebouw beschermen nieuwe forse bomen, een nieuwe watervijver en daktuinen tegen hittestress. Ook stelt de aanvulling dat andere gebouwen voor schaduw zullen zorgen. De Commissie heeft geen ontwerpen, besluiten en kwantitatieve gegevens kunnen inzien van de genoemde maatregelen. Zij onderschrijft wel dat de goede maatregelen in beeld zijn om de hittestress voor bewoners te beperken. Meer handvatten voor de verdere uitwerking van maatregelen geeft de recent verschenen ‘Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’.3 De Commissie beveelt aan om deze maatlat mee te nemen bij de uitwerking van de plannen. Buiten de kavel is nog wel veel steen aanwezig (in de vorm van asfalt en gebouwen), waardoor hittestress een risico kan worden voor de leefbaarheid binnen het totale CID. De Commissie beveelt aan dit voor het hele CID te monitoren en mee te nemen in herinrichtingsplannen (zie hoofdstuk 1).
•
Biodiversiteit. Bij de ontwikkeling worden nestkasten, voedselplanten, klimmend groen en struiken geplaatst. Ook worden nieuwe leefgebieden voor vogels gecreëerd. Hiermee is voldoende informatie gegeven over de wijze waarop wordt voldaan aan de normen voor biodiversiteit.
2.2
Geluidhinder en bescherming gezondheid van bewoners In het voorlopige advies constateerde de Commissie dat de geluidberekeningen nog niet compleet waren, terwijl veel nieuwe bewoners (ernstige) geluidhinder en slaapverstoring zullen ervaren. Ze adviseerde om uitgebreider onderzoek te doen naar geluidhinder vanaf het BP-tankstation en de haalbaarheid van maatwerkvoorschriften voor industrielawaai. Verder ontbrak inzicht in bron- en overdrachtsmaatregelen om geluid vanaf het BP-tankstation en de weg en spoorlijn te beperken. Ook ontbrak inzicht in de gezondheidsgevolgen voor nieuwe bewoners en de geluidhinder tijdens de sloop- en bouwfase. Achtereenvolgens gaat de Commissie in op de onderwerpen waar ze opmerkingen bij heeft, om daarna af te sluiten met één conclusie voor alle onderwerpen.
Geluidberekeningen nog niet volledig De geluidberekeningen zijn aangevuld. Hieruit blijkt dat de geluidbelasting in het gebied fors is. Het akoestisch rapport noemt 413 gehinderden en 164 ernstig gehinderden. 55 bewoners hebben naar verwachting ernstige slaapverstoring. Lawaai tijdens de bouwfase zal beperkt zijn. Bij de berekeningen heeft de Commissie de volgende opmerkingen: •
Er is gerekend vanaf 50 dB Lnight en 55 dB Lden. De blootstelling onder die niveaus blijft zo buiten beeld, terwijl ook daaronder hinder en slaapverstoring plaatsvinden. Daardoor zullen in werkelijkheid meer bewoners geluidhinder en slaapverstoring ervaren. Voor een volledig beeld moet ook het aantal gehinderden en slaapverstoorden onder die niveaus worden berekend. Dit was ook aangegeven in het advies van de Commissie over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.
•
De aanvulling stelt dat de straatomgeving ‘relatief rustig’ zal zijn voor bewoners. Deze conclusie vindt de Commissie onterecht. De genoemde geluidsbelasting op straatniveau (56 dB) is niet representatief voor het heersende geluidniveau in de directe leefomgeving. Onduidelijk is wat de geluidniveaus op straatniveau zijn. Een geluidcontour kan hier duidelijkheid in verschaffen.
3
Zie de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving van 23 maart 2023.
-4-
Onhaalbaarheid bron- en overdrachtsmaatregelen onvoldoende onderbouwd De aanvulling gaat in op bron- en overdrachtsmaatregelen. De aanvulling stelt dat een hoog geluidscherm piekgeluid vanuit het BP-station kan beperken, maar dat dit stedenbouwkundig geen gewenste maatregel is. Geluidarm asfalt kan verkeersgeluid met 1 tot 2 dB beperken, maar hiervan zijn de kosten te hoog, Dit geldt ook voor een overkluizing van het spoor. Hierbij heeft de Commissie de volgende opmerkingen: •
De haalbaarheid van een geluidscherm bij het railstation Laan van NOI is in de teksten onduidelijk. Het akoestisch onderzoek stelt dat de maatregel niet haalbaar is en voor de hoger gelegen verdiepingen niet effectief is. Uit de hoofdtekst in de aanvulling op het MER blijkt niet expliciet of de maatregel nu wel of niet kosteneffectief is.
•
De berekening van kosten voor geluidarm asfalt zijn niet duidelijk. De aanvulling stelt dat de kosten 750.000 tot 1.500.000 euro bedragen. De Commissie acht deze kosten niet juist bepaald. De bronmaatregel moet per bron afgewogen worden. Onduidelijk is of een bronmaatregel op de Schenkkade kosteneffectief is.
•
De aanvulling stelt dat bron- en overdrachtsmaatregelen aan de kant van de weg en spoorlijn niet kosteneffectief zijn. Dit is niet voldoende onderbouwd. Voor een navolgbare afweging van de kosteneffectiviteit van maatregelen kan het doelmatigheidscriterium worden toegepast uit de ‘Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder’. Ook kan de gemeente hier een criterium voor ontwikkelen. Het is vervolgens aan de gemeente om een afweging te maken over de te treffen maatregelen.4
Beperkte effectiviteit lamellenroosters kleine appartementen De aanvulling stelt dat de hoge geluidbelasting op appartementen onder andere wordt beperkt door kleine appartementen te voorzien van lamellenroosters. Hierbij heeft de Commissie de volgende opmerkingen: •
De effectiviteit en toepasbaarheid van lamellenroosters voor het creëren van een stille zijde zijn discutabel. Er is met een lamellenrooster geen sprake van een buitenruimte, maar van een directe gevelvoorziening. Naar verwachting werken de roosters minder geluidwerend vanwege hun vaste schuine stand. Dit is vooral het geval op hogere verdiepingen, waar ze bij dit project juist komen.
•
De Commissie constateert dat niet is onderbouwd dat dergelijke roosters passen binnen het geluidbeleid van de gemeente en de gezondheidsambitie van het CID.
•
In het oorspronkelijke MER en de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan staat dat voor alle appartementen balkonvoorzieningen worden gerealiseerd in plaats van lamellenroosters.5 Dergelijke voorzieningen passen nog steeds in het bouwplan.
De Commissie adviseert in een tweede aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, tegemoet te komen aan alle bovenstaande opmerkingen, en zo te motiveren hoe voor nieuwe bewoners een zo gunstig mogelijk geluidklimaat wordt gerealiseerd.
4
De Commissie begrijpt dat dit maatregelen betreft die ook gaan over een breder woon- en leefgebied dan alleen het te herontwikkelen gebouw op de SoZa-locatie. Ze beveelt aan om dit criterium te ontwikkelen om zodoende een transparante afweging te kunnen maken over gezondheid, geluid en aanvaardbare kosten van maatregelen.
5
Zie bijvoorbeeld paragraaf 7.3 van het MER: ‘vooralsnog zal voor kopgevels van woningen een gevel zonder te openen delen moeten worden toegepast (zogenaamde 'dove gevel'). Voor de langsgevels zal middels een afschermende beglaasde balkonconstructie een afdoende geluidreductie kunnen worden gerealiseerd om normoverschrijding te voorkomen en woningbouw mogelijk te maken.’
-5-
2.3
Bevorderen van gezond gedrag ‘Een gezond en veilig Den Haag’ is een pijler van de omgevingsvisie van Den Haag en één van de zes hoofdambities.6 Gemeentelijke ambities zijn voor sport, (openbaar) gebruiksgroen en spelen concreet gemaakt in de Nota ‘Spelen in de stad’7 en in de Haagse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen8. Om aan deze normen te voldoen zou het (openbaar) gebruiksgroen in de directe omgeving van de SoZa-locatie moeten uitbreiden met ongeveer 1 hectare. Het huidige ontwerp biedt deze ruimte niet. Het oorspronkelijke MER toetste ook niet aan de Haagse referentienormen. De Commissie adviseerde daarom om zowel binnen en nabij de kavel als in het totale CID te onderzoeken hoe voldoende ruimte voor sport, spel en groen kan worden gerealiseerd. De aanvulling stelt dat in de buurt voldoende groen aanwezig is om aan de Haagse normen te voldoen. Dit blijft zo na de transformatie van de SoZa-locatie en de realisatie van andere bouwplannen, zoals ‘The Grace’ en ‘Waldorp Four’. De aanvulling kondigt verder aan dat er een sportschool en speelvoorzieningen op de SoZa-locatie komen. Ook geeft de aanvulling aan dat er voldoende sport- en speelveldjes in de omgeving zijn voor de nieuwe bewoners. Wel is het creëren van speelgelegenheid op de kavel zelf een aandachtspunt, volgens de aanvulling.
De Haagse referentienormen noemen voor centrum-stedelijk gebied op buurt-/wijkniveau 2815 m² speelvoorzieningen. De structuurvisie CID noemt als norm 8 m² openbaar groen per woning. De Commissie vindt de conclusie niet navolgbaar dat aan deze normen wordt voldaan. Ze heeft de volgende opmerkingen: •
De aanvulling is op dit punt grotendeels een herhaling van het MER en de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan.
•
Voor openbaar groen is in bijlage II van de aanvulling een berekening gedaan op CIDgebiedsniveau. De aanvulling stelt dat met de huidige inzichten aan de bovenstaande norm wordt voldaan. De Commissie ziet geen onderbouwing met kaartmateriaal dat er inderdaad voldoende gebruiksgroen is. Wel heeft de Commissie begrepen dat er inmiddels plannen in ontwikkeling zijn om op wijk- en buurtniveau te voldoen aan de groennorm, maar deze plannen waren op het moment van advisering nog niet definitief.
•
De aanvulling bevat ook een beschouwing over de andere voorzieningen dan openbaar groen. Daarin wordt verwezen naar toekomstige ontwikkelingen en nog uit te voeren onderzoek. In de aanvulling zijn geen berekeningen uitgevoerd met een toets aan de referentienormen. Er is ook geen kaart gemaakt waarin de voorzieningen zijn aangegeven met de grenzen van blok, buurt en wijk waartoe de SoZa-locatie behoort.
De Commissie adviseert in een tweede aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, kwantitatief te onderbouwen hoe aan de gemeentelijke normen voor gezond gedrag wordt voldaan. Doe dit met berekeningen en een kaart op de niveaus van afgebakend blok, buurt en wijk zodat een duidelijk beeld van de verspreiding van de voorzieningen wordt verkregen.
6
Zie de webpagina hierover op de website van de gemeente.
7
Deze nota wordt ook genoemd in bijlage IV van het MER. Zie ook de website van de gemeente.
8
Zie Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen.
-6-
2.4
Monitoring van onzekere milieueffecten Het MER gaf een aanzet voor een monitoringsprogramma. Deze monitoring bleef beperkt tot de thema’s functiemenging, autobereikbaarheid, water en energie. De Commissie oordeelde dat de wijze van monitoring nog niet voldoende was uitgewerkt. Zo waren de thema’s biodiversiteit, hittestress, geluidhinder, gezondheid en parkeren niet meegenomen. Ook waren indicatoren en verantwoordelijkheden niet duidelijk en ontbraken maatregelen om eventueel tussentijds in te grijpen. De aanvulling werkt de wijze van monitoring beter uit. Er wordt een ‘uitgebreide monitoring’ opgezet van het hele CID, op meer thema’s dan in het oorspronkelijke MER genoemd werd. Het betreft nu ook verkeer en parkeren, luchtkwaliteit, geluid, groen en flora en fauna, hittestress, gezondheid en voorzieningen. De resultaten worden verwerkt in jaarverslagen CID. Iedere vier jaar wordt een programmaplan CID opgesteld/aangepast. Het MER is hiervoor de basis. De Commissie heeft waardering voor de wijze waarop de monitoring nu is uitgewerkt. De onderwerpen waarop wordt gemonitord zijn nu duidelijk en compleet, en ook de frequentie is toegelicht (een jaarlijks verslag en een vierjaarlijks plan). Als de monitoring goed wordt opgepakt, zal de gemeente per deelontwikkeling kunnen bijhouden in welke mate een beroep gedaan wordt op voorzieningen binnen het CID.
Bij de verdere uitwerking van het monitoringsplan is het een aandachtspunt wie precies verantwoordelijk is voor de monitoring. Ook is het een aandachtspunt hoe de resultaten worden betrokken bij de verdere beleids- en besluitvorming rond het CID. De Commissie beveelt aan dit mee te nemen bij de uitwerking.
-7-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep op 7 april 2023 het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: Ruwan Aluvihare BA. MDip LA ing. Suzanne Dijs Simone Filippini (voorzitter) dr. Jurgen van der Heijden mr. Roel Sillevis Smitt (secretaris) dr. Fred Woudenberg Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. Onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat.
Voor deze procedure gaat het om de activiteit D11.2, “stedelijk ontwikkelingsproject”. De gemeente moest beoordelen of een MER nodig was. Ze heeft ervoor gekozen om deze beoordeling over te slaan en direct een project-MER op te stellen. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Den Haag. Initiatiefnemer VORM Ontwikkeling B.V. Bevoegd gezag m.e.r.-procedure College van burgemeester en wethouders van Den Haag. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3601 in te vullen in het zoekvak.