CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317026 Bijlage 2 Rapport nader onderzoek vleermuis Anna van Hannoverstraat 4 te Den Haag 170823

Commissie Ruimte 22 november 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling ontwerp-bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 en Voorstel van het college inzake Beeldkwaliteitsdocument Anna van Hannoverstraat 4 (SoZa)6.173 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NADER ONDERZOEK VLEERMUIS ANNA VAN HANNOVERSTRAAT 4 TE DEN HAAG

Rapportage nader onderzoek vleermuis Anna van Hannoverstraat 4 te Den Haag Opdrachtgever

VORM Ontwikkeling B.V. Schiehaven 13 3024 EC Rotterdam

Rapportnummer Versienummer

4264.004 D1

Status

Eindrapportage

Datum

17 augustus 2022

Vestiging

Zuid-Holland Hoofdweg 240 3067 GJ Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl

Opsteller

Mevrouw M.M.J. van der Aa, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Mevrouw E. Hessel, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 3

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 4

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 5 4.1

5

Onderzoeksinspanning en weersomstandigheden .......................................................... 5

ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 7 5.1 5.2 5.3 5.4

Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie .................................................................. 7 Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie ................................................................... 8 Foeragerende/passerende vleermuizen ........................................................................... 8 Vliegroutes ........................................................................................................................ 8

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ........................................................................... 12

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 13

BIJLAGE 1, TABEL RESULTATEN BIJLAGE 2, FOTO’S GEVELS VERBLIJFPLAATSEN BIJLAGE 3, ZORGPLICHT

4264.004

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van VORM Ontwikkeling B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Anna van Hannoverstraat 4 te Den Haag. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van sloopwerkzaamheden op de onderzoekslocatie en de ontwikkeling van een appartementencomplex. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de volgende onderzoeken op de onderzoekslocatie: • De quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in augustus 2021 heeft uitgevoerd (rapportage quickscan Wet natuurbescherming Anna van Hannoverstraat 4 te Den Haag, 4264.003, D3, d.d. 2 maart 2022); • Het nader onderzoek dat Econsultancy in 2017 heeft uitgevoerd (rapportage aanvullend ecologisch onderzoek Anna van Hannoverstraat 4 te Den Haag, 4264.001, D2, d.d. 6 november 2017); • De quickscan flora en fauna die Koenders & Partners Adviseurs en Procesmanagers in 2015 heeft uitgevoerd (rapport 150854, d.d. 17 december 2015). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

R 4264.004 versie D1

Pagina 1 van 13

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 1,6 ha) ligt aan de Anna van Hannoverstraat 4, circa 1 kilometer ten oosten van de kern van Den Haag. In figuur 1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven in een luchtfoto.

Figuur 1. Luchtfoto van de ligging van de onderzoekslocatie.

De stedelijk gelegen onderzoekslocatie is bebouwd met het kantoorpand van het voormalige Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SOZA). Het pand bestaat uit vier tot zeven etages, is opgetrokken uit betonblokken en heeft een plat dak. Tevens is er een inpandige fietsenstalling aanwezig aan de noordoostzijde van het gebouw. Direct ten westen grenzend aan het pand bevinden zich parkeerplaatsen, plantsoenen met een haag en twee populieren en aan de noordzijde ligt een vijver welke niet in verbinding staat met overige watergangen. Aan de zuidkant van de onderzoekslocatie bevindt zich een spoorlijn met het treinstation Laan van NOI. Aan de oost- en westkant bevinden zich vergelijkbare en hogere kantoorpanden. Verder bevindt zich op 10 meter aan de noordwestkant een groenzone met een watergang, de Schenkzone, welke deel uitmaakt van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH). De Schenkzone staat bij de gemeente Den Haag bekend als foerageergebied van vleermuizen, maar niet als vliegroute. Achter de Schenkzone ligt een woonwijk en aan de noordoostkant van de onderzoekslocatie is een tankstation gelegen. In de ruimere omgeving is op 400 meter ten zuidwesten van de onderzoekslocatie de snelweg A12 gelegen en op 1 kilometer ten noordwesten ligt het Haagse Bos.

R 4264.004 versie D1

Pagina 2 van 13

2.2

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens het gehele pand te slopen en nieuwbouw te realiseren in de vorm van woningen voor statushouders en studenten. Bomen en groen worden mogelijk gekapt of verwijderd en de vijver wordt gedempt en verwijderd.

R 4264.004 versie D1

Pagina 3 van 13

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Uit het nader onderzoek dat Econsultancy in 2017 heeft uitgevoerd (rapportage 4264.001, D2, d.d. 611-2017) en uit de nieuw quickscan die Econsultancy heeft uitgevoerd (rapportage 4264.003, D3, d.d. 2-3-2022) bleek dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming, er nader onderzoek naar het gebruik van de onderzoekslocatie door gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis benodigd was. Uit het nader onderzoek uit 2017 bleek dat de bebouwing gebruikt werd door de gewone dwergvleermuis. Tijdens dat nader onderzoek zijn zeven zomerverblijfplaatsen en elf paarverblijfplaatsen aangetoond. Hiervan waren zes zomer- en paarverblijfplaatsen op dezelfde locatie aangetroffen, zie figuur 2.

Figuur 2. Verspreiding van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis op basis van inventarisatie in het seizoen 2017. Bron: rapportage 4264.001, D2, d.d. 6-11-2017.

R 4264.004 versie D1

Pagina 4 van 13

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half augustus tot half september 2021 en half mei tot half juli 2022 in totaal zes (waarvan twee gesplitste) veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijf, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis, en massawinterverblijf voor gewone dwergvleermuis. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson M500-384). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn.

Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soorten) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij is gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound. 4.1

Onderzoeksinspanning en weersomstandigheden

Het totaal aantal voorgestelde veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uitgaande van 6 tot 7 waarnemers per veldronde, met 13 personen in totaal voor het gehele gebouw tijdens de zomer- en kraamperiode. Met deze zes veldbezoeken, waarvan de zomeren kraambezoeken in verband met het grote aantal waarnemers zijn gesplitst (in vier rondes in plaats van twee), is omtrent deze soortgroep voldoende zekerheid verkregen over de functie van de onderzoekslocatie. Tabel I bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken in 2021 en 2022. Tabel I.

Onderzoeksinspanning vleermuizen 2021

Jaar augustus

Maand vleermuizen

tijdstip

-

2022 september

2 x avond (A)

mei -

juni 1 x avond (A) en 1x ochtend (O)

datum

20 augustus 2021 (A)* en 10 september 2021 (A)*

18 mei 2022 (A)*, 31 mei 2022 (A)**, 21 juni 2022 (O)* en 22 juni 2022 (O)**

functie

paar/balts/massawinterverblijf

zomer-/kraamverblijf***

juli -

* Door zes personen uitgevoerd. ** Door zeven personen uitgevoerd. *** De onderzoeksinspanning in de zomer- kraamperiode is opgesplitst in twee: de zuidwestelijke gebouwhelft en de noordoostelijke gebouwhelft.

Figuur 3 laat de onderzoeksinspanning en plaatsing van de onderzoekers tijdens de veldbezoeken van de zomer- en kraamperiode zien. Het onderzoek is in totaal met 13 personen uitgevoerd in mei en juni 2022.

R 4264.004 versie D1

Pagina 5 van 13

Figuur 3. Onderzoeksinspanning en posities van de waarnemers zomer-kraamperiode vleermuisonderzoek. Gele stippen: de zuidwestelijke helft van de onderzoekslocatie, onderzocht op 18 mei en 21 juni 2022. Blauwe stippen: de noordoostelijke helft van de onderzoekslocatie, onderzocht op 31 mei en 22 juni 2022. Het onderzoek is in totaal met 13 personen uitgevoerd.

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 3 Bft. Er was geen sprake van neerslag, anders dan lichte motregen de laatste 5 minuten van de avondronde op 31 mei. Desondanks was er ook aan einde van die avond nog voldoende vleermuisactiviteit, zodat de beginnende motregen tijdens de laatste vijf minuten van de onderzoekstijd niet van invloed is geweest op de onderzoeksresultaten. Tabel II.

Omstandigheden aanvullende onderzoeken vleermuizen

Datum*

Tijd

Zonsopkomst/ zonsondergang

Temperatuur

Weersomstandigheden

20 aug 2021

23:30 - 02:00

20:57 onder

16 oC

Licht bewolkt, droog, 1 Bft.

10 sept 2021

23:30 - 02:00

20:10 onder

19 oC

Helder, droog, 2 Bft.

18 mei 2022 (ZW)

21:30 - 00:05

21:34 onder

16 oC

Licht bewolkt, droog, 1-2 Bft.

31 mei 2022 (NO)

21:45 - 00:25

21:52 onder

12 oC

Half bewolkt, laatste 5 min. motregen, 1 Bft.

21 juni 2022 (ZW)

02:20 - 05:25

05:22 op

10-11 oC

Helder, droog, 1 Bft.

22 juni 2022 (NO)

02:20 - 05:25

05:22 op

11-12 oC

Helder, droog, 1 Bft.

* (ZW) is de zuidwestelijke helft van het gebouw en (NO) is de noordoostelijke helft van het gebouw.

R 4264.004 versie D1

Pagina 6 van 13

5 5.1

ONDERZOEKSRESULTATEN Verblijfplaatsen binnen de onderzoekslocatie

Tijdens de avondronden in de paarperiode (20 augustus en 10 september 2021) zijn een massawinterverblijfplaats en dertien paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, en twee paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis aangetoond op de onderzoekslocatie. Gedurende de paarronden was er veel activiteit van individuele en groepjes vleermuizen met onder andere veel werfroepende, zwermende en aantikkende gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen. De meeste activiteit van zwermende gewone dwergvleermuizen was zichtbaar aan de kant van Laan van Nieuw Oost-Indië en aan de Anna van Hannoverstraat (zie het geel gearceerde gebied in figuur 4). Op de hoek van die twee straten is het meeste zwermgedrag waargenomen, van minimaal tien gewone dwergvleermuizen (verblijf nummer 41, grijs in figuur 4). Deze plek is aangemerkt als de massawinterverblijfplaats, maar ook bij verschillende inhammen aan de Anna van Hannoverstraat zijn meerdere groepjes, bestaande uit 4 tot 7 individuen, zwermende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Rondom het gehele gebouw zijn minimaal 40 zwermende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Hiermee kan worden aangenomen dat een groter gedeelte van de bebouwing kan worden aangemerkt als massawinterverblijfplaats.

Aan de noordzijde van het gebouw, aan de Schenkkade, zijn tot maximaal vier ruige dwergvleermuizen waargenomen, hiervan hadden er twee een paarverblijfplaats in het gebouw (verblijf nummer 14 en 15, zie lichtblauw in figuur 5). Aan de noord-, zuidoost-, zuid- en zuidwestzijde zijn in totaal dertien paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetoond (verblijf nummer 1 t/m 13, zie donkerblauw in figuur 5). De meeste van deze verblijfplaatsen zijn rondom de bovenste verdiepingen van de bebouwing waargenomen. Gedurende de veldbezoeken in de zomer- en kraamperiode in 2022 is tijdens alle ronden weer redelijk wat vleermuisactiviteit waargenomen, maar niet zo veel als tijdens de paarronden. De vleermuizen tijdens de paarronden waren continu met meerdere individuen aanwezig, terwijl in ochtend- en avondronden in de zomer- en kraamperiode minder vleermuizen tegelijkertijd zijn gezien en vaak ook voor een kortere periode achtereen of enkel kort in-, of uitvliegend. Tijdens de avondronden in de zomer- en kraamperiode (18 mei en 31 mei 2022) zijn negen zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetoond op de onderzoekslocatie. Tijdens de ochtendronden in de zomer- en kraamperiode (21 juni en 22 juni 2022) zijn naast de negen verblijven van de vorige rondes nog 16 zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetoond op de onderzoekslocatie.

Dit maakt 25 zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis in totaal (verblijf nummer 16 t/m 40, zie donkerblauw in figuur 6). Hiervan zijn 23 verblijfplaatsen van één individu en twee verblijfplaatsen van twee individuen aangetoond. Tijdens de ronden zijn een massawinterverblijfplaats, 25 zomerverblijfplaatsen en 13 paarverblijfplaatsen met baltsterritorium van de gewone dwergvleermuis aangetoond, en twee paarverblijfplaatsen met baltsterritorium van de ruige dwergvleermuis aangetoond (zie figuur 7, de tabel in bijlage 1 en foto’s van de gevels in bijlage 2). Zeven locaties van zomer- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis waren op dezelfde locatie van elkaar waargenomen (zie figuur 8). Er zijn op basis van de inventarisatie géén kraamverblijfplaatsen aangetoond. Volgens de BIJ12 kan één paarverblijfplaats een voortplantingsfunctie voor één tot tien dwergvleermuizen hebben. Bij het verdwijnen van 15 paarverblijfplaatsen moet rekening gehouden worden met een effect op een populatie van 15 tot 150 dieren. De paarverblijfplaats kan door het mannetje en enkele vrouwtjes tevens worden benut als winterverblijfplaats. Het is bekend dat grote concentraties

R 4264.004 versie D1

Pagina 7 van 13

van paarverblijven zich, zoals op de onderzoekslocatie, vaak rond de massawinterverblijfplaats bevinden. De winterrust is een kwetsbare periode waarin de gewone dwergvleermuizen als individu, in kleine groepjes of in grotere groepen bijeenkomen om te overwinteren. De grotere winterverblijfplaatsen, zoals deze, zijn van groot belang voor de lokale populatie. Het gebouw op de onderzoekslocatie vervult vanwege het grote aantal verblijfplaatsen, waarvan sommige geschikt zijn voor verschillende functies, een belangrijk onderdeel binnen het netwerk van de populatie. 5.2

Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie

Tijdens de veldbezoeken in de paar-, zomer- en kraamperiode zijn buiten de onderzoekslocatie geen aantikkende, zwermende of in- en uitvliegende vleermuizen waargenomen. De onderzoeksinspanning heeft zich echter niet geconcentreerd op alle bebouwing in de directe omgeving van de onderzoekslocatie, waardoor niet met voldoende zekerheid kan worden uitgesloten dat vleermuizen in de overige bebouwing zijn in- en uitgevlogen. Vanwege de afstand van de ingreep op de onderzoekslocatie zullen eventuele andere verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie naar verwachting echter geen negatieve gevolgen ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden. 5.3

Foeragerende/passerende vleermuizen

Gedurende de veldbezoeken in de paar-, zomer- en kraamperiode zijn vier foerageergebieden van gewone dwergvleermuis waargenomen (zie de genummerde oranje vlakken in figuur 6 en 7 en zie de tabel in bijlage 1). Gebied I betreft één tot vier individuen boven de vijver. Hier is sporadisch ook een foeragerende ruige dwergvleermuis waargenomen. Gebied II betreft één individu aan de oostzijde tussen de gebouwdelen in en boven het groen langs de weg. Gebied III betreft één tot vier individuen aan de zuidoostzijde tussen de gebouwdelen in en boven het groen langs de weg. Gebied IV betreft één tot twee individuen aan de westzijde boven het groen langs de parkeerplaatsen. Het groen en het gebouw op de onderzoekslocatie bieden door de beschutting tegen de wind een insectenrijke luwte voor de vleermuizen. De plannen vormen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat, omdat er maar weinig vleermuizen foerageerden op de onderzoekslocatie en er in de directe omgeving meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig is. Het betreft de bomen direct ten zuiden en de groenstrook en het Haagse Bos ten noorden van de onderzoekslocatie. Daar is ook water aanwezig. Door de voorgenomen ingreep komt het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding.

Verder zijn tijdens twee veldronden één en twee ruige dwergvleermuizen overvliegend waargenomen aan de Laan van Nieuw Oost-Indië en Schenkkade. Tijdens één ronde is eenmaal een rosse vleermuis overvliegend waargenomen bij de Anna van Hannoverstraat. Gedurende alle veldronden zijn individuen van gewone dwergvleermuis, per ronde, één tot zes keer overvliegend waargenomen aan alle zijden van de bebouwing. Voornamelijk aan de Anna van Hannoverstraat. 5.4

Vliegroutes

Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, gebouwgevels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Volgens de BIJ12 bevinden grote concentraties van paarverblijven zich vaak rond de massawinterverblijfplaats en langs vliegroutes tussen de massawinterverblijfplaatsen en de zomerhabitats. Echter zijn er in en nabij het onderzoeksgebied tijdens de veldbezoeken géén eenduidige vliegpatronen waargenomen, welke door meerde individuen gevolgd werden. Het kan daarom redelijkerwijs worden gesteld dat door de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie geen essentiële vliegroutes worden verstoord. Overtreding ten aanzien van vliegroutes is niet aan de orde.

R 4264.004 versie D1

Pagina 8 van 13

Figuur 4. Verspreiding van gewone dwergvleermuis (GD) massawinterverblijfplaats (grijs, nr. 41) en zwermgebieden (geel) op basis van inventarisatie in het seizoen 2021.

Figuur 5. Verspreiding van gewone dwergvleermuis (GD, donkerblauw) en ruige dwergvleermuis (RD, lichtblauw) paarverblijfplaatsen met paarterritoria op basis van inventarisatie in het seizoen 2021.

R 4264.004 versie D1

Pagina 9 van 13

Figuur 6. Verspreiding van gewone dwergvleermuis (GD, donkerblauw) zomerverblijfplaatsen en foerageergebieden (oranje) op basis van inventarisatie in het seizoen 2021 en 2022.

Figuur 7. Locatie van alle functies voor gewone dwergvleermuis (GD) en ruige dwergvleermuis (RD) op basis van inventarisatie in het seizoen 2021 en 2022.

R 4264.004 versie D1

Pagina 10 van 13

Figuur 8. Zeven dubbele locaties van zomerverblijfplaats en paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis (GD) op basis van inventarisatie in het seizoen 2021 en 2022.

R 4264.004 versie D1

Pagina 11 van 13

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. In het pand op de onderzoekslocatie zijn in totaal 41 verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis aangetoond. Bij de sloop van de bebouwing is het niet te voorkomen dat wegnemen, vernielen of beschadigen optreedt, waardoor artikel 3.5 lid 4 wordt overtreden. Door het treffen van maatregelen kan de functionaliteit voor de soort behouden blijven. Hiermee wordt overtreding van de Wet natuurbescherming echter niet voorkomen en is een ontheffing noodzakelijk. Artikel 3.5 lid 2 betreft het opzettelijk verstoren van dieren. Bij het wegjagen van een vleermuis, als gevolg van de sloop is sprake van voorwaardelijke opzet en is het artikel van kracht. Het verjagen heeft echter niet tot doel om de staat van instandhouding negatief te beïnvloeden, maar juist om doden en verwonden te voorkomen. Er zullen echter handelingen verricht moeten worden die specifiek bedoeld zijn om dieren te verstoren. Juridisch gezien is er sprake van overtreding van het verbodsartikel, zodat een ontheffing noodzakelijk is.

De wet voorziet in een algemene bevoegdheid voor de bevoegde gezagen (provincie Zuid-Holland) om onder voorwaarden een ontheffing te verlenen van de verboden. Vervolgfase activiteitenplan Door het treffen van maatregelen zal de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de beschermde soorten behouden moeten worden en zal schade aan individuen moeten worden voorkomen. De maatregelen moeten voldoende ecologisch worden onderbouwd middels een ecologisch activiteitenplan. Een onderbouwing middels een ecologisch activiteitenplan is noodzakelijk om een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen. In het ecologisch activiteitenplan staan maatregelen zodat de daadwerkelijke functie die het gebied heeft voor de soorten met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid behouden wordt. Daarnaast wordt onder andere de huidige staat van instandhouding van de soort beoordeeld en of deze niet in het geding komt. Het activiteitenplan is geen onderdeel van dit rapport.

R 4264.004 versie D1

Pagina 12 van 13

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van VORM Ontwikkeling B.V. een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Anna van Hannoverstraat 4 te Den Haag. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van sloopwerkzaamheden en de ontwikkeling van een appartementencomplex. Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens het gehele pand te slopen en nieuwbouw te realiseren in de vorm van woningen voor statushouders en studenten. Bomen en groen worden mogelijk gekapt of verwijderd en de vijver wordt gedempt en verwijderd. Conclusie Op basis van onderhavig nader onderzoek kan worden geconcludeerd dat de onderzoekslocatie een functie heeft voor vleermuizen. De onderzoekslocatie wordt gebruikt als vaste rust- en voortplantingsplaats (massawinterverblijfplaats, 25 zomerverblijfplaatsen en 15 paarverblijfplaatsen) van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. De voorgenomen sloopwerkzaamheden op de onderzoekslocatie zullen, zonder het nemen van maatregelen, de functionaliteit van deze beschermde verblijfplaatsen naar verwachting vernielen. Verstoring of beschadiging van individuen of hun verblijfplaatsen is op voorhand niet te voorkomen, waardoor overtreding van de Wet natuurbescherming plaatsvindt ten aanzien van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. De werkzaamheden zijn daarmee ontheffingsplichtig.

Maatregelen dienen te worden vastgelegd in een ecologisch activiteitenplan en ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de provincie Zuid-Holland middels een ontheffingsaanvraag. Algemene aanbevelingen Ondanks dat aan de vereiste onderzoeksinspanning is voldaan, kan het nooit volledig worden uitgesloten dat een incidentele verblijfsfunctie van één of enkele beschermde individuen wordt gemist. Het protocollair onderzoek blijft een reeks van momentopnamen, waardoor niet elke avond en/of ochtend gedurende het seizoen onderzoek plaats kan vinden. Wanneer tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch (verblijfplaatsen van) één of meerdere vleermuizen worden aangetroffen op onverwachte plekken, dienen de verstorende werkzaamheden ter plaatse tijdelijk te worden gestaakt en dient in eerste instantie contact te worden opgenomen met Econsultancy of een lokale vleermuisdeskundige. In overleg zal vervolgens worden bepaald hoe verder gehandeld dient te worden en welke eventuele maatregelen getroffen moeten worden. De onderzoekslocatie en directe omgeving wordt gebruikt door vleermuizen als foerageergebied. Tevens staat de Schenkzone, ten noorden van de onderzoekslocatie, bekend als foerageergebied van vleermuizen.

Ten aanzien van in de omgeving foeragerende vleermuizen wordt geadviseerd om gedurende de werkzaamheden en in de nieuwe situatie verlichtingsarmaturen te gebruiken die naar beneden schijnen, en zo min mogelijk strooilicht veroorzaken, en om vleermuisvriendelijke verlichting (amberkleurig) toe te passen. Tot slot dient te allen tijde rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht ten aanzien van in het wild levende dieren en planten (zie bijlage 3, zorgplicht).

Econsultancy Rotterdam, 17 augustus 2022

R 4264.004 versie D1

Pagina 13 van 13

BIJLAGE 1, TABEL RESULTATEN Zie bijlage 2 voor de foto’s van de gevels horend bij de gevonden verblijfplaatsen. Nr.

Straat locatie*

Detail locatie

Functie

Soort

I

Schenkkade en Laan van NOI Anna van Hannoverstraat

Noordzijde. Gehele vijver en groen ten westen van de vijver en tussen de gebouwdelen daarboven

Foerageergebied

GD

# indiv. 1-4

Zuidoostzijde. Noordoostelijke gebouwhelft. Tussen oostelijke en zuidelijke kruis in en het groen aan de straat

Foerageergebied

GD

1

Anna van Hannoverstraat Schenkkade en Wilhelmina van Pruisenweg Hele gebouw

Zuidoostzijde. Zuidelijke gebouwhelft. Tussen oostelijke en zuidelijke kruis in en het groen aan de straat

Foerageergebied

GD

1-4

Westzijde. Groen langs de parkeerplaats

Foerageergebied

GD

1-2

Voornamelijk aan de Laan van Nieuw Oost-Indië en Anna van Hannoverstraat

Zwermende vleermuizen

GD

>40

Anna van Hannoverstraat Schenkkade

Hoek met Laan van Nieuw Oost-Indië. Bovenste helft gebouw etage. Ongeveer zelfde locatie als 29

Paarverblijf

GD

1

Noordoostzijde gebouw bij tankstation. Noord/noordoostelijke kruis, ten oosten van lagere gedeelte. Noordwestelijke punt. Ongeveer zelfde locatie als 17/18

Paarverblijf

GD

1

Anna van Hannoverstraat Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde complex. In het midden boven parkeergarage. Bovenste rand

Paarverblijf

GD

1

Zuidoostzijde gebouw. In het midden boven parkeergarage. Bovenste rand. Gebouw oost (links) van parkeergarage inrit. Stootvoeg rechts onder tweede grijze rand

Paarverblijf

GD

1

5

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Zuidelijke kruis. Westelijk deel trappenhuis. Ongeveer zelfde locatie als 23

Paarverblijf

GD

1

6

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde complex. Rechterkant van complex. Bij trappen naar parkeergarage beneden. Stootvoeg rand van gebouw. Ongeveer zelfde locatie als 25

Paarverblijf

GD

1

7

Wilhelmina van Pruisenweg Anna van Hannoverstraat

Hoek van gebouw bij parkeerplaats. Meest zuidwestelijke kruis. Noordzijde

Paarverblijf

GD

1

Zuidoostzijde van gebouw. Hoek met W. van Pruisenweg. Zuidwestzijde complex. Links van groot reclame bord op trappenhuis (SOZA Den Haag). Stootvoeg onder grijze rand Zuidoostzijde van gebouw. Hoek met W. van Pruisenweg. Linkerkant complex. Rechts van groot reclame bord op trappenhuis (SOZA Den Haag). Een na-, twee na hoogste etage. Ongeveer zelfde locatie als 40

Paarverblijf

GD

1

Paarverblijf

GD

1

II

III IV

1 2

3 4

8 9

Anna van Hannoverstraat

10

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde van complex. Linkerkant complex. Gebouw (rechts) met Horeca academie bord, links onder rand tweede raam van boven. Zelfde als 39

Paarverblijf

GD

1

11

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde van complex. Linkerkant complex. Gebouw (links) met Horeca academie bord, hoek een na hoogste etage. Boven locatie 34

Paarverblijf

GD

1

12

Anna van Hannoverstraat Schenkkade

Zuidoostzijde complex. Links van balustrade

Paarverblijf

GD

1

Noordzijde gebouw. Noordwestelijke gedeelte gebouw, rechts naast poster. Open stootvoeg eerste etage. Ongeveer zelfde locatie als 20 Noordzijde gebouw, naast tankstation, laag trappenhuis gebouw

Paarverblijf

GD

1

Paarverblijf

RD

1

Noordwestzijde gebouw. Gebouw waar brug op uitkomt (westzijde vijver). Open stootvoeg Noordoostzijde gebouw bij tankstation, meest noordelijke punt, 2e etage van boven rechter open stootvoeg. Noordoostzijde gebouw bij tankstation. Noord/noordoostelijke kruis, ten oosten van lagere gedeelte. Noordwestelijke punt. 4e etage van boven, open stootvoeg. Ongeveer zelfde locatie als 2

Paarverblijf

RD

1

Zomerverblijf

GD

1

Zomerverblijf

GD

1

Noordoostzijde gebouw bij tankstation. Noord/noordoostelijke kruis, ten oosten van lagere gedeelte. Noordwestelijke punt. 2e raam van boven, in spleet van raamkozijn. Ongeveer zelfde locatie als 2

Zomerverblijf

GD

1

13 14 15

Schenkkade en Laan van NOI Schenkkade

16

Laan van NOI

17

Laan van NOI

18

Laan van NOI

19

Schenkkade

Noordzijde gebouw. Gebouw waar brug op uitkomt (westzijde vijver). Zuidwestelijke hoek, open stootvoeg bovenste etage

Zomerverblijf

GD

1

20

Schenkkade

Noordzijde gebouw. Noordwestelijke gedeelte gebouw, rechts naast poster. Open stootvoeg bovenste (4e) etage. Ongeveer zelfde locatie als 13

Zomerverblijf

GD

1

21

Schenkkade

Zomerverblijf

GD

1

22

Anna van Hannoverstraat

Noordzijde gebouw. Noordwestelijke gedeelte gebouw, rechts naast poster. Open stootvoeg eerste etage Zuidoostzijde gebouw. Zuidelijke gebouwhelft. Rechterkant van complex, noordelijke trappenhuis. Open stootvoeg bovenste etage

Zomerverblijf

GD

1

23

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Zuidelijke kruis. Westelijk deel trappenhuis. Open stootvoeg tweede etage. Ongeveer zelfde locatie als 5

Zomerverblijf

GD

1

24

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Zuidoostelijke kruis. Zuidzijde bovenste etage open stootvoeg

Zomerverblijf

GD

1

25

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Zuidelijke kruis. Oostzijde 3e etage onder raamrand. Ongeveer zelfde locatie als 6

Zomerverblijf

GD

1

26

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Zuidwestelijke kruis. Middelste gebouwdeel zuid. Gevelrand oostzijde

Zomerverblijf

GD

1

27

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Zuidelijke kruis. Oostzijde een na hoogste (6e) etage open stootvoeg

Zomerverblijf

GD

1

28

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Zuidoostelijke kruis. Westzijde een na hoogste etage open stootvoeg

Zomerverblijf

GD

1

29

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Zuidoostelijke kruis. Oostzijde vierde etage open stootvoeg. Ongeveer zelfde locatie als 1

Zomerverblijf

GD

1

30

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Zuidoostelijke kruis. Zuidoostzijde, links van trappenhuis, tweede etage open stootvoeg

Zomerverblijf

GD

1

31

Laan van NOI

Oostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Oostelijke kruis. Zuidoostzijde bovenste etage open stootvoeg. Ongeveer zelfde locatie als 41

Zomerverblijf

GD

1

32

Wilhelmina van Pruisenweg

Westzijde gebouw. Zuidelijke gebouwhelft. Meest zuidwestelijke kruis. Zuidzijde een na hoogste (6e) etage open stootvoeg

Zomerverblijf

GD

1

33

Wilhelmina van Pruisenweg

Westzijde gebouw. Zuidelijke gebouwhelft. Noordelijke meest westelijke kruis. Westzijde trappenhuis twee na hoogste (5e) etage open stootvoeg

Zomerverblijf

GD

1

34

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Zuidelijke gebouwhelft. Meest zuidelijke kruis. Oostzijde van complex. Rand onder middelste raam, 4e etage. Onder locatie 11

Zomerverblijf

GD

1

35

Wilhelmina van Pruisenweg Wilhelmina van Pruisenweg Laan van NOI

Westzijde gebouw. Zuidelijke gebouwhelft. Middelste kruis. Noordzijde trappenhuis dakrand

Zomerverblijf

GD

2

Westzijde gebouw. Zuidelijke gebouwhelft. Noordelijkste kruis. Zuidzijde 4e etage open stootvoeg

Zomerverblijf

GD

1

Oostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Oostelijke kruis, westkant. Noordzijde dakrand Zuidoostzijde gebouw. Zuidelijke gebouwhelft. Meest zuidelijke kruis. Westelijke helft, zuidzijde. Dakrand/open stootvoeg

Zomerverblijf

GD

1

Zomerverblijf

GD

2

36 37 38

Anna van Hannoverstraat

39

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde gebouw. Zuidelijke gebouwhelft. Oostelijke kruis. Gebouw (rechts) met Horeca academie bord, zuidzijde, links onder rand tweede raam van boven. Zelfde locatie als 10

Zomerverblijf

GD

1

40

Anna van Hannoverstraat

Zuidoostzijde van gebouw. Linkerkant complex. Rechts van groot reclame bord (SOZA Den Haag). Een twee na-, drie na hoogste etage. Ongeveer zelfde locatie als 9

Zomerverblijf

GD

1

41

Laan van NOI

Oostzijde gebouw. Noordelijke gebouwhelft. Oostelijke kruis. Zuidoostzijde bovenste etage. Ongeveer zelfde locatie als 31

Massawinterverblijf

GD

* Laan van NOI uitgeschreven is Laan van Nieuw Oost-Indië

>10

BIJLAGE 2, FOTO’S GEVELS VERBLIJFPLAATSEN De foto’s van de gevels horend bij de gevonden verblijfplaatsen. Zie voor de details van de verblijfplaatsen de tabel uit bijlage 1.

Figuur 9. Verblijfplaatsen 2, 14, 17 en 18.

Figuur 10. Verblijfplaatsen 5 en 23.

Figuur 11. Verblijfplaats 8.

Figuur 12. Verblijfplaatsen 9 en 40.

Figuur 13. Verblijfplaatsen 11 en 34.

Figuur 14. Verblijfplaats 15 en 19.

Figuur 15. Verblijfplaatsen 20 en 21.

Figuur 16. Verblijfplaatsen 10 en 39.

Figuur 17. Verblijfplaatsen 31 en 41.

Figuur 18. Verblijfplaats 32.

Figuur 19. Verblijfplaats 35.

Figuur 20. Verblijfplaats 36.

Figuur 21. Verblijfplaats 33.

Figuur 22. Verblijfplaatsen 1 en 29.

Figuur 23. Verblijfplaats 30.

Figuur 24. Verblijfplaats 22.

Figuur 25. Verblijfplaats 24.

Figuur 26. Verblijfplaats 26.

Figuur 27. Verblijfplaatsen 6, 25 en 27.

Figuur 28. Verblijfplaats 28.

BIJLAGE 3, ZORGPLICHT Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Artikel 1.11. Zorgplicht 1. 2.

Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; “de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats. Indien er aanleiding is maatregelen te nemen ten aanzien van de zorgplicht, zal dat voor het betreffende beschermde natuurgebied en de betreffende soortgroep in deze rapportage worden aangegeven.

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.

Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.

Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen.

Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen.

Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13456935/1