RIS317014 Bijlage 1
Tekst van het document
BIJLAGE 1 Antwoorden SOS Den Haag n.a.v. aangekondigd inspreken in de raadscommissie Ruimte bij ERFGOEDVERORDENING RIS316728 In februari 2002 (RIS93445) heeft het college aangegeven dat aanweijzing betekent dat veel stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten bij beheer van de wijken behouden en hersteld moeten worden, onder meer vastgelegd in wijkplannen en het Welstandbeleid aangaande de bestaande voorraad (het Verzorgd Gevelbeeld van Den Haag). In oktober 2004 (RIS120560) heeft het college aangegeven de rechtsgevolgen voor de aanwijzing van gemeentelijk beschermde stadsgezichten te zullen verduidelijken. Het college zegt ordekaarten van beschermde stadsgezichten op te stellen aan de hand waarvan op termijn de bestemmingsplannen in conserverende zin zullen worden aangepast en het welstandstoezicht aangescherpt (pag 2 eind 1e alinea). In november 2015 (RIS288633) heeft het college aangegeven de eerdere toezeggingen met betrekking tot verduidelijking van de beschermde stadsgezichten te willen vorm geven door middel van een vergelijkbare vorm van ‘dubbelbestemming waarde-cultuurhistorie’ zoals gebruikelijk bij rijksbeschermde stadsgezichten. Daarnaast wordt ingegaan op de bescherming in bestemmingsplannen van de groep ‘karakteristieke panden’.
We moeten vaststellen dat in de erfgoedverordening 2024 nog steeds geen voortgang lijkt te zijn gemaakt met deze voornemens van 21 jaar geleden. Gemeentelijke stadsgezichten worden aangewezen via de Monumentenverordening, nu Erfgoedverordening genoemd, en worden beschermd door middel van het vigerende welstandsbeleid en het vigerende beschermende bestemmingsplan. Deze juridische systematiek blijft ongewijzigd bij de omzetting van de Monumentenverordening Den Haag 2019 naar de Erfgoedverordening Den Haag 2024. Na 1 januari is er sprake van een Erfgoedverordening en een omgevingsplan van rechtswege onder de Omgevingswet. Wij hebben reeds geconstateerd dat er verschillen tussen de bestemmingsplannen zijn in de wijze waarop de gemeentelijke beschermde stadsgezichten beschermd zijn. In de hierboven aangehaalde brief van november 2015 (RIS 288633) doet het college toezeggingen om een meer uniforme wijze van beschermen van de gemeentelijke beschermde stadsgezichten in het bestemmingsplan op te nemen. Tot voor kort was de 10 jaarlijkse herziening van bestemmingsplannen een logisch moment om deze aanpassingen te maken. Tot op heden is deze uniformering nog niet afgerond. Met de Omgevingswet is de 10 jaarlijkse herzieningsplicht vervallen en wordt de gemeente verplicht gesteld om een nieuw omgevingsplan op te stellen voor 2032.
Intussen worden wel alle afwijkingen van het bestemmingsplan getoetst aan de waarde van het gemeentelijk beschermde stadsgezicht. Met andere woorden, als iemand een omgevingsvergunning aanvraagt die niet past in het bestemmingsplan, wordt er alleen meegewerkt aan het plan indien de waarde van het beschermde stadsgezicht niet wordt aangetast. De nog nader uit te werken uniformering betreft met name het verduidelijken van de te beschermen waarde en het opnemen van karakteristieke of cultuurhistorisch waardevolle panden in de bestemmingsplannen. Omdat wij in 2015 toegezegd hebben de bescherming in de bestemmingsplannen te zullen uniformeren, zullen wij uitzoeken op welke wijze dit vorm kan krijgen binnen de systematiek van de Omgevingswet en zullen wij u in 2024 nader informeren over de planning van deze aanpassingen. Gezien de complexiteit van de wetswijzigingen in het kader van de Omgevingswet. Toevoegen aan artikel 1:1 Begripsomschrijvingen: 1. Ordekaart Conform collegestukken als hierboven genoemd 2. Karakteristiek pand Conform collegestukken als hierboven genoemd 3. Beeldkwaliteitsplan Hoe verhoudt een dergelijk plan zich tot een beschermd stadsgezicht, hoe wordt de karakteristiek van een buurt gevangen, wat is het rechtsgevolg
4. Faciliteit De gemeente KAN monumenteneigenaren met een faciliteit steunen wanneer het belang van dat cultuurgoed voor de stad dat rechtvaardigt. In een enkel geval worden immers uitzonderlijke offers van eigenaren gevraagd door het belang van het monument voor de stad. Te denken valt aan verlaging van OZB, bijdrage en ondersteuning bij verduurzaming enzovoorts. De genoemde zaken kunnen nu niet in deze erfgoedverordening geregeld worden. Hierboven is reeds genoemd dat de bescherming van beschermde stadsgezichten wordt geregeld in het bestemmingsplan of omgevingsplan. Het begrip karakteristieke panden is reeds gedefinieerd in het bestemmingsplan, het begrip ordekaart gebruiken we tegenwoordig niet meer. Voor de bescherming van beschermende stadsgezichten hanteren wij de systematiek die toegelicht is in de brief van november 2015 (RIS 288633). De juridische werking van beeldkwaliteitsplannen is geborgd in de welstandsnota en niet in de erfgoedverordening. De subsidiering voor monumenteigenaren zullen we via een separate subsidieverordening gaan regelen. Deze Erfgoedverordening is er nu op gericht om de monumentenverordening gereed te maken voor de Omgevingswet. Het financieel steunen van eigenaren is nu geen wettelijke verplichting, en onder de invoering van de Omgevingswet ook niet.
Wel werkt de college op dit moment aan een subsidieregeling voor het verduurzamen van gemeentelijke monumenten. Deze subsidieregeling zal in het tweede kwartaal van 2024 aan de raad worden voorgelegd. Dit staat los van de Erfgoedverordening Den Haag 2024. De samenhang tussen de verschillende instrumenten en de bescherming van het cultureel erfgoed van de gemeente Den Haag zal worden geduid in de bijhorende nota die als uitwerking van de reeds vastgestelde Erfgoedvisie Den Haag (RIS 308176) uitgewerkt zal gaan worden in 2024. Wijzigen artikel 3:2 Omgevingsvergunning Sub 2 worden werkzaamheden aan monumenten genoemd die vergunningsvrij zijn. Dat is van belang om onderhoud te kunnen uitvoeren en om de verduurzaming van karakteristieke panden en monumenten te versnellen zonder dat de erfgoedwaarden in gevaar komen. In het algemeen dient hier duidelijker te worden omschreven wat bedoeld wordt met ‘erfgoedwaarde’, ‘het belang van de monumentenzorg’ en ‘die naar oordeel van het college waarde hebben voor het monument’. In de praktijk betekent dit vaak dat iets toch onvervangbaar gesloopt of verwijderd blijkt en men zich verschuilt achter niet-weten. Een beknopte vlotte toets aan een loket moet kunnen; waar is de erfgoedkennisbank Prins Hendrikplein? Waarom is de website hierover van monumentenzorg zo algemeen? Onder a.
worden onderhoudswerkzaamheden bedoeld die het monument niet wijzigen. OK. Onder b. wordt een niet te handhaven omschrijving gegeven van aanpassingen van onderdelen van monumenten zonder duidelijke benoeming van waarden van het monument. Wij delen de opvatting niet dat de voorlichting onvoldoende is. Op de website wordt daar (onder veel gestelde vragen) specifiek op ingegaan. Eigenaren van monumenten kunnen via de website direct contact opnemen met monumentadviseurs van de gemeente, ook als zij vragen hebben over de monumentale waarde van hun pand en/of hun interieur. De ervaring leert dat het overgrote deel van de eigenaren de gemeente via deze weg weet te vinden. Eigenaren die de regels overtreden geven vaak aan niet te weten dat hun pand beschermd is als monument. Via een digitale Erfgoedkaart die in ontwikkeling is, willen we deze kennis nog beter vindbaar gaan maken. Onder e. en f. worden verduurzamingsmaatregelen eindelijk benoemd. Nu wordt onder e enkel voorzien in het plaatsen van PV panelen op platte daken (3:2:2 sub e). We vinden dit een onvoldoende borging in de verordening nu hellende daken aan de achterzijde niet zijn meegenomen. Wijzigen van het dakvlak anders dan het plaatsen van zonnepanelen blijven vergunningplichtig. Voor schuine dakvlakken met hoge monumentale waarde is het niet wenselijk vergunningvrij zonnepanelen te plaatsen.
Indien de plaatsing niet zorgvuldig plaatsvindt kunnen de panelen het monument ontsieren.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan een dakvlak van een kerk dat grote visuele impact heeft op de omgeving of de dakvlakken rond een semi-openbaar gebied bij hofjes. Overigens is het plaatsen van zonnepanelen in rijksbeschermde stadsgezichten op schuine dakvlakken op de achterzijde voor gebieden niet grenzend aan openbaar toegankelijk gebied wél vergunningsvrij. Dit geldt dus ook voor karakteristieke panden. Binnen gemeentelijke beschermde stadsgezichten is het plaatsen van zonnepanelen vergunning vrij conform de regels van de rijksoverheid. Enkel rijks- en gemeentelijke monumenten zijn hierop uitgezonderd wegens hun unieke waarde. Bij het opnieuw vaststellen van het welstandsbeleid zullen wij het beleid voor het plaatsen van zonnepanelen in rijksbeschermde stadsgezichten verder uitwerken zodat eigenaren weten onder welke voorwaarden het plaatsen van panelen wél is toegestaan. Gemeentelijke monumenten blijven daarbinnen hun uitzonderlijke bescherming behouden, of aanpassing van de regels naar aanleiding van het aangepaste welstandsbeleid nodig is, zullen wij te zijner tijd heroverwegen. We stellen bovendien vast dat door het niet-benoemen van ventilatiekanalen van restaurants, lucht-water warmtepompen en airco units op daken er een onwenselijk grijs gebied ontstaat.
We bepleiten een dynamischer beleid dat pro-actief eigenaren en gebruikers van monumenten en karakteristieke panden begeleidt. Wij adviseren eigenaren met vragen over de vergunningplicht contact op te nemen met de gemeente. Intussen werken we aan technische richtlijnen om eigenaren voor te lichten hoe zij bovengenoemde onderdelen op de juiste wijze kunnen plaatsen. Daarbij blijft maatwerk nodig. Onder f wordt geen duidelijkheid gegeven over het toepassen van traditionele kitzomen aan de buitenzijde of aanbrengen van platte glaslatten op het raamhout. Dit dient verduidelijkt te worden omdat ‘de bestaande detaillering’ misschien al niet in overeenstemming met het monument is. Indien de bestaande detaillering wordt gewijzigd voor de oorspronkelijke detaillering is daar nader onderzoek voor nodig. Of deze aanpassing wenselijk is, wordt doormiddel van een vergunning beoordeeld. In elk geval kunnen wij ook met vergunning niet eisen dat de eigenaar zijn ramen herstelt conform het oorspronkelijke beeld. Daarom volstaat de huidige formulering. Wijzigen artikel 4:2 Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stadsgezicht Hier zou eindelijk opgenomen moeten worden hoe in omgevingsplannen de identificatie, inkadering, kwalifikatie en rechtsgevolgen van gemeentelijke en rijks aangewezen beschermde stadsgezichten plaatsvindt conform de in de aanhef van dit stuk genoemde drie collegestukken.
Voor de wijze waarop het gemeentelijk beschermd stadsgezicht beschermd wordt, verwijs ik opnieuw naar de brief van 17 november 2015, met als onderwerp beschermde stads- en dorpsgezichten. De bescherming vindt plaats via het bestemmingsplan en kan dus niet via de verordening afgedwongen worden. Zoals hierboven aangegeven zullen wij u in de loop van 2024 informeren over de planning van de aanpassingen. Wijzigen artikel 4:3 Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stadsgezicht Met de Dreven heeft het college een akelig precedent geschapen waartegen door een handvol organisaties beroep is ingesteld bij de rechtbank. Het college heeft bij monde va de afdeling MZ zelfs aangevoerd dat een aanwijzing ook maar een kind van haar tijd zou zijn (bijlage 1 RIS311095). In april 2023 is door de PVV fractie een interessant initiatiefvoorstel ingediend hierover dat nog niet besproken is in de raad: we stellen dat debat eerst te voeren. Wij hebben kennis genomen van het initiatiefvoorstel en zullen dit voorstel op korte termijn beantwoorden. Vooralsnog leidt dit niet tot een aanpassing van de verordening, indien dit alsnog nodig is, zullen wij de verordening (na 1 januari 2024) hierop aanpassen.
Wijzigen artikel 5:1 Aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling Toevoegen of verduidelijken de bescherming van karakteristieke panden, groen- en waterverbanden. Artikel 5:1 De aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling heeft betrekking op de samenhang tussen roerend erfgoed (meubilair en erfgoedcollecties) en onroerend erfgoed (interieurs). Voor de bescherming van karakteristieke panden, groen- en waterverbanden gelden de regels in de bestemmingsplannen c.q. het omgevingsplan. Bij het opstellen van een definitief omgevingsplan zullen de cultuurhistorische waarden van de betreffende onderdelen waar nodig expliciet vermeld worden.