RIS317000 Beantwoording SV PBS-methode op Haagse scholen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
12 december 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Faïd, luidend: 'PBS-methode op Haagse scholen'
OCW/10654231 RIS317000
Het raadslid mevrouw Faïd heeft op 2 november 2023 een brief met daarin veertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Naar aanleiding van verschillende signalen over nare ervaringen met de PBS-methode op scholen in Den Haag vanuit kinderen en leerkrachten heeft de Haagse Stadspartij enkele vragen met betrekking tot de zogenoemde PBS-methode in Den Haag. 1.
Is het college bekend met de PBS-methode die vaak wordt toegepast op scholen om gedrag te veranderen door middel van belonen en straffen?
Het college neemt aan dat u met ‘PBS-methode’ de aanpak Positive Behaviour Support bedoelt. Het college is bekend met deze aanpak. 2.
Weet het college hoeveel scholen in Den Haag actief werken met de PBS-methode? Zo ja, hoeveel? Zo nee, is het college bereid dit bij de scholen te onderzoeken?
De Inspectie van het Onderwijs is toezichthouder van het onderwijs en heeft de taak en bevoegdheid dergelijke onderzoeken uit te voeren. Het college is dan ook niet bereid dit te onderzoeken. Het college weet niet hoeveel scholen in Den Haag werken met de PBS-methode. Scholen hebben de vrijheid eigen keuzes te maken in de programma’s die ze inzetten ter bevordering van een positief schoolklimaat en het college kan en wil met informatie over het aantal scholen dat de aanpak inzet dan ook geen enkele vervolgstap ondernemen. 3.
Is het college bekend met de vele signalen waaruit blijkt dat kinderen die de PBS-methode op school ervaren, dit als traumatisch ervaren, wat ernstige schade veroorzaakt, zoals burn-outs, stress, uitval, PTSS of erger? Wat is de mening van het college hierover?
Het college is niet bekend met deze signalen. 4.
Kan het college aangeven of de inspecties letten op de manier waarop de PBS-methode wordt toegepast? Zo nee, overweegt het college dit te doen? Zo ja, zijn er signalen van ongewenste gevolgen geconstateerd?
De Inspectie van het Onderwijs ziet in haar toezichtkader onder andere toe op sociale veiligheid in de scholen. Het college is niet bekend met signalen van ongewenste gevolgen van de aanpak PBS.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10654231
5.
Is het college ervan op de hoogte dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor de effectiviteit van de PBS-methode?
(School Wide)PBS is wetenschappelijk onderbouwd en is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut1. 6.
Kan het college aangeven welke onderdelen van dit probleem we op gemeentelijk niveau aan kunnen pakken en op welke onderdelen we toenadering moeten zoeken bij het Rijk?
Scholen moeten de sociale veiligheid van leerlingen jaarlijks monitoren en de (gemiddelde) uitkomsten daarvan aanleveren aan de Inspectie van het Onderwijs. Ernstige incidenten of risico’s zijn voor de Inspectie aanleiding om scholen op het waarborgen van de sociale veiligheid aan te spreken. Het college heeft geen bevoegdheid ten aanzien van toezicht op de aanpak die scholen inzetten op het gebied van (pedagogisch) schoolklimaat. 7.
Kan het college aangeven wat de rol van de gemeente is bij het signaleren van dit soort problemen voor de kinderen en gezinnen die door deze gevolgen worden getroffen?
De gemeente heeft geen rol bij het signaleren van problemen. De gemeente heeft wel de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden. Indien kinderen en gezinnen kampen met problemen kan jeugd- en/of gezinshulp worden ingeschakeld. 8.
Kan het college aangeven welke rol zij voor zichzelf ziet in het aanpakken van dit probleem?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 6. Het bevorderen van goed gedrag is belangrijk op scholen, omdat 'negatief' gedrag altijd ergens een oorzaak heeft. Echter, omdat PBS een snelle ‘oplossing’ is, gaat dit ten koste van adequate zorg, waardoor niet de oorzaken, maar de symptomen worden aangepakt. In gesprekken met experts en leerkrachten is vernomen dat de PBS-methode leidt tot een zeer ongewenste en verkeerde vorm van sociale controle in de klas, wat resulteert in een negatieve omgeving voor leerlingen en een sfeer van extreme faalangst. Een manier van werken met de PBS die veelal naar voren komt in de gesprekken is het muntjessysteem. Kinderen die goed gedrag vertonen krijgen muntjes waarmee zij voordelen kunnen verdienen zoals langere pauzes dan de leerlingen die weinig muntjes hebben weten te verdienen, deze kinderen mogen dan korter naar buiten in de pauze of helemaal niet naar buiten. Deskundigen geven aan dat de PBS-methode geen rekening houdt met de individuele kenmerken en behoeften van veel leerlingen met een diagnose. 9.
Deelt het college de opvatting van de Haagse Stadspartij dat er op alle scholen alles aan moet worden gedaan om een positieve leeromgeving voor alle kinderen te creëren, en dat de huidige PBS-methode dit niet bevordert? Zo nee, waarom niet?
Het college deelt de opvatting van de Haagse Stadspartij dat er op alle scholen alles aan moet worden gedaan om een positieve leeromgeving voor alle kinderen te creëren. Voor het college is er geen aanleiding om aan te nemen dat de aanpak PBS dit niet bevordert.
1
School-Wide Positive Behavior Support | Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10654231
10. Is het college het ermee eens dat dit een ongewenste en schadelijke situatie is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen wil het college nemen om hier iets aan te doen? Het college is niet bekend met de ‘ongewenste en schadelijke situatie’ waar u aan refereert en kan hierover dus ook geen oordeel geven. 11.
Is het college bereid een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de werking en gevolgen van de PBS-methode, waarbij belonen en straffen worden toegepast op Haagse scholen? Zo ja, hoe wil het college dit realiseren en binnen welk tijdsbestek? Zo nee, waarom niet?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 6. 12. Is het college bereid te investeren in cursussen en trainingen voor leerkrachten om positief gedrag te stimuleren zonder gebruik te maken van belonen en straffen, en zo de leeromgeving en het welzijn van kinderen te beschermen? Zo ja, hoe wil het college dit realiseren en binnen welk tijdsbestek? Zo nee, waarom niet? Scholen en schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor professionalisering en bijscholing van hun personeel en deze verantwoordelijkheid nemen zij ook. 13. Is het college bereid om in gesprek te gaan met LBVSO om de PBS-methode te bespreken en de klachten en mogelijke oplossingen te bespreken? Zo ja, in welk tijdsbestek? Zo nee, waarom niet? Zie hiervoor het antwoord op vraag 6. 14. Is het college bereid om bij het Rijk aan te dringen op een landelijk onafhankelijk onderzoek naar de PBS-methode en de gevolgen hiervan? Zo ja, in welk tijdsbestek? Zo nee, waarom niet? Het college is niet bereid om dit te doen aangezien zij hierin geen bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft. Indien er aanleiding toe is zal de Inspectie van het Onderwijs onderzoek initiëren. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Robert van Asten
3/3