RIS316999 Toezicht op gezinshuizen
Tekst van het document
GEMEENTERAAD
RIS-nummer: 316999
Schriftelijke vragen: toezicht op gezinshuizen Indiener: Caroline Verduin, D66
Datum: 31 oktober 2023
Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Afgelopen weken werden we via de media geconfronteerd met misstanden in een gezinshuis elders in Nederland 1). In het bewuste gezinshuis hebben misstanden jaren kunnen voortduren ondanks bestaande klachtenprocedures, gekoppelde vertrouwenspersonen èn terwijl de betrokken jeugdzorginstelling (als hoofdaannemer) en de Inspectie voor Gezondheid en Jeugd waren ingeschakeld om de signalen op te pakken en daar concrete acties aan te verbinden in het belang van de daar verblijvende kwetsbare kinderen. Gezinshuizen zijn een waardevol alternatief voor grote (gesloten) jeugdinstellingen op het moment dat een kind een eigen veilige en gezonde gezinssituatie moet ontberen. Liefde, geborgenheid, veiligheid en aandacht moeten, naast professionele zorg, centraal staan in deze gezinshuizen en hier moet op worden toegezien. De fractie van D66 maakt zich zorgen over het systeem binnen jeugdzorg en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat het mogelijk maakt dat dergelijke misstanden kunnen ontstaan en blijven bestaan zonder adequate en tijdige consequenties voor het bewuste gezinshuis en zonder adequate en tijdige actie richting de kinderen die in een dergelijk gezinsvervangend huis verblijven. Overeenkomstig art.
30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Caroline Verduin, D66, de volgende vragen: 1) Is het college bekend met de uitzending van Argos over de jarenlang durende misstanden in het betrokken gezinshuis 1)? In onze regio kopen de gemeenten gezamenlijk jeugdhulp in via een inkooporganisatie. Gezinshuizen functioneren als onderaannemer van de ingekochte jeugdzorgaanbieders. De inkooporganisatie ziet toe op de correcte naleving van de contracten door de jeugdzorgaanbieders. Een directe inhoudelijke relatie tussen gezinshuizen en de gemeente is er dus niet, terwijl gemeenten wel verantwoordelijk zijn voor de geboden jeugdhulp. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGZ) houdt toezicht op de kwaliteit van de jeugdhulp in gezinshuizen maar deze Inspectie heeft geen compleet beeld. De diversiteit in gezinshuizen is groot. Een deel van de gezinshuizen is aangesloten bij een overkoepelende organisatie, andere niet. Het verschilt per gemeente en oprichtingsvorm aan welke eisen een gezinshuis moet voldoen. Ook is er onvoldoende zicht op het aantal gezinshuizen. Ook het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) beschikt niet over cijfers, hoewel ze dit wel graag in kaart zouden willen brengen.
Dit systeem van inkoop, onderaanneming en toezicht laten zien hoe ingewikkeld en ongrijpbaar het wordt om overzicht en toezicht te houden op de uitvoering van de geleverde zorg en kwaliteitsborging waardoor pas ingegrepen wordt nadat misstanden soms al jarenlang hebben kunnen plaatsvinden. 2) Kan het college in overleg met de jeugdzorgaanbieders een actueel overzicht geven van alle gezinshuizen binnen Haaglanden/H10 inclusief de organisatievormen (loondienst bij Pagina 1 van 6
zorgaanbieder/zelfstandig gezinshuis verbonden aan een zorgaanbieder én aangesloten bij een franchiseorganisatie of ander samenwerkingsverband/zelfstandig gezinshuis verbonden aan een zorgaanbieder maar niet aangesloten/zelfstandig gezinshuis zonder overeenkomst met zorgaanbieder en niet aangesloten)? 3) Is het college het met de fractie van D66 eens dat de verschillende organisatievormen en kwaliteitseisen van gezinshuizen het overzicht en een waterdicht toezicht door jeugdzorgaanbieders, gemeente en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd bemoeilijken? Zo ja, wat zijn volgens het college de mogelijkheden voor de gemeente om hierop te sturen? 4) Is het college van mening dat een andere of aanvullende werkwijze t.a.v. klachtenprocedures en inschakelen/uitbreiden van vertrouwenspersonen, die niet gelieerd zijn aan de zorginstellingen een toegevoegde waarde kunnen hebben om misstanden eerder boven tafel te krijgen? 5) Bestaat er binnen Den Haag/Haaglanden een protocol tussen jeugdzorgaanbieders en de gemeente dat door alle betrokken partijen gevolgd wordt bij dergelijke signalen/constateringen over misstanden? Zo ja, hoe ziet dit protocol eruit? Zo nee, kan het college hier met betrokken jeugdzorgaanbieders afspraken over gaan maken? 6) Kan het college bij de huidige en nieuwe jeugdzorgaanbieders dit onderwerp n.a.v.
bovengenoemde casus op de agenda zetten/bespreken? En hierbij de kwaliteitsborging, de klachtenprocedure en procedure met vertrouwenspersonen van gezinshuizen binnen H10 bespreken en de raad over de uitkomsten informeren? 7) Kan het college hierbij ook een overzicht aan de raad doen toekomen van hoe vaak en op welke manier geboden zorg in alle gezinshuizen binnen de H10 in praktijk wordt getoetst en door welke instantie(s)?
Caroline Verduin D66
1) https://www.vpro.nl/argos/media/kijk/kort/algemeen/2023/gezinshuizen.html
Pagina 2 van 6
Bijlage 1 Intro over uitzending Argos/gezinshuizen. Hele uitzending is te zien via: https://www.vpro.nl/argos/media/kijk/kort/algemeen/2023/gezinshuizen.html
Benito groeide op in een gezinshuis, maar het was er onveilig. Hij spande een zaak aan voor het Tuchtcollege van de Jeugdzorg, om te voorkomen dat meer kinderen hetzelfde zou overkomen. Maar wat er toen gebeurde, had niemand voor mogelijk gehouden. door: nina van raay, judith konijn, keshia hederman en kees brouwer
Als een kind uithuis geplaatst wordt, kan het terecht komen in een pleeggezin, een grote instelling, óf een gezinshuis. Een gezinshuis is kortgezegd: professionele zorg in een gewoon gezin. Het aantal gezinshuizen is de afgelopen jaren flink toegenomen, sinds de roep om ‘zo thuis als mogelijk’ opgroeien. Er is veel enthousiasme over deze vorm en het kent veel voordelen. Maar, het systeem is ook kwetsbaar. Deskundigen wijzen Argos op de risico’s. Want hoe bewaak je de kwaliteit? De jaren dat Benito in het gezinshuis woonde, is er nooit actie ondernomen om hem uit de onveilige situatie te helpen. Zowel het College van Toezicht als het College van Beroep van Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) stelden hem later in het gelijk en oordeelden snoeihard: vanwege geestelijke mishandeling en verwaarlozing mag deze gezinshuismoeder haar werk nooit meer uitvoeren. Maar gebeurde dit vervolgens ook? In Argos vertellen Benito, verschillende betrokkenen en deskundigen over het bewaken van kwaliteit in de jeugdzorg, en het belang van luisteren naar jongeren.
Pagina 3 van 6
Bijlage 2
Gezinshuis blijft open ondanks geestelijke mishandeling en verwaarlozing kind Een gezinshuisouder die haar werk volgens het tuchtcollege voor de Jeugdzorg nooit meer mag uitoefenen wegens geestelijke mishandeling en verwaarlozing van een pleegjongen, doet gewoon voort. Dat meldt VPROonderzoeksprogramma Argos. Demissionair staatssecretaris Maarten van Ooijen voor Jeugd en Preventie noemt de situatie ‘onwenselijk’. Binnenlandredactie 26-10-23, 08:00 • •
Het college van toezicht van de stichting kwaliteitsregister jeugd (SKJ), de hoogste Tuchtraad binnen de Jeugdzorg, oordeelde eind vorig jaar dat het gezinshuis doorgehaald moest worden in het kwaliteitsregister zonder recht om terug te keren. Dat is de zwaarst mogelijke maatregel die het SKJ kan opleggen, wat niet vaak gebeurt. Vorig jaar bijvoorbeeld maar twee keer. Dat zo’n maatregel terzijde wordt geschoven, is onbegrijpelijk, zeggen meerdere deskundigen die Argos sprak. ,,De heftigheid waarmee dit college heeft uitgesproken dat dergelijk gedrag verwerpelijk is, is echt uitzonderlijk, zo kritisch”, zegt Jelle Meij van Jeugdstem, de organisatie van vertrouwenspersonen in de jeugdzorg in de uitzending van vanavond. Rob de Munck, voorzitter commissie die kwaliteitscriteria voor gezinshuizen opstelde, is ook zeer kritisch over de zaak. ,,Een uitspraak van de SKJ moet je bloedserieus nemen. Het zou niet meer mogen bestaan dat Pagina 4 van 6
dezelfde persoon dan voor kinderen zorgt die professionele hulp nodig hebben. Kinderen die al veel te veel hebben gezien en meegemaakt. Dit is niet uit te leggen.’’ Verder onder naam echtgenoot Toch is de vrouw nog altijd actief als gezinshuismoeder in hetzelfde gezinshuis, met plek voor zes kinderen. Er kunnen zelfs nieuwe kinderen geplaatst worden, zo staat op de website. Elker, de jeugdzorgorganisatie waar dit gezinshuis onder valt, ziet volgens Argos geen reden tot sluiting. ‘Overplaatsing van kinderen naar nieuwe woonplekken is schadelijk,’ zo schreef ze destijds in een brief die in handen is van het onderzoeksprogramma. Eigen onderzoek van Elker leverde volgens haar geen reden op tot zorgen. ‘Hun oplossing is om de echtgenoot van de gezinshuismoeder een SKJ-registratie te laten halen, wat inmiddels is gebeurd’, luidt het. SKJ is weliswaar het hoogste tuchtorgaan binnen de jeugdzorg, maar gaat niet over handhaving. Daar ligt de verantwoordelijkheid bij verschillende partijen zoals vaak in het versnipperde jeugdzorg-landschap, concludeert Argos. De redactie benaderde de jeugdzorgorganisatie, inspectie, de betreffende gemeente en het gezinshuis maar geen van die partijen is volgens haar bezig met sluiting van het gezinshuis. Jelle Meij van Jeugdstem, die als jurist ook betrokken was bij de zaak, vindt het ‘onbegrijpelijk’ dat de inspectie nog niet ingrijpt.
,,Wat betekent de kwaliteitsbewaker dan nog?”, vraagt hij zich hardop af in het programma. ,,Het tuchtcollege is een onafhankelijk instituut om vast te stellen wat goed of fout is in de sector. Dit is geen mening meer, dit is een eindoordeel.” Staatssecretaris Volgens staatssecretaris Van Ooijen kan een uitspraak van het college van beroep van SKJ niet genegeerd worden. Dat het gezinshuis nu doorgaat onder naam van de partner noemt hij ‘onwenselijk’ in een schriftelijke Pagina 5 van 6
reactie aan het onderzoeksprogramma. ‘In deze situatie is het aan gemeenten en jeugdhulpaanbieders om maatregelen te treffen, ook als een gezinshuisouder wordt doorgehaald uit het register en de andere ouder het gezinshuis wil voortzetten. De jeugdhulpaanbieder kan het contract met de zorgverlener verbreken en kinderen elders onderbrengen. De gemeente kan de inkoop van deze zorg stopzetten.’
In deze situatie is het aan gemeenten en jeugdhulpaanbieders om maatregelen te treffen. Maarten van Ooijen , demissionair staatssecretaris voor Jeugd en Preventie
De Inspectie (IGJ) heeft hem naar eigen zeggen laten weten dat zij vanuit haar regulier toezicht ‘aandacht heeft voor deze zaak’. De zaak kwam aan het rollen door Benito, een jongen die in zijn jeugd vijftien jaar is opgevangen in het gezinshuis. Hij spande de tuchtzaak zelf aan. ,,Dat is heel zeldzaam want het is een zwaar en ingewikkeld proces’’, weet Jelle Meij van Jeugdstem. ,,Des te pijnlijker dat de uitspraak geen gevolgen blijkt te hebben.”
Pagina 6 van 6